donderdag 24 april 2014

Uruzgan: Two Two Bravo

Opgedragen aan Marc Harders en Jeroen Houweling


Korporaal Houweling (links) en Marinier Harders

Gesneuveld in Uruzgan op 17 april 2010


Marc kende ik vanaf het moment dat ik bij de 13e infanteriecompagnie werd geplaatst werd in juni 2007, Korporaal Houweling (Jeroen) werd niet lang daarna ook bij het 13e geplaatst. Met Marc had ik in het begin weinig contact omdat hij in een ander peloton zat en al vrij snel werd geselecteerd om naar Tsjaad te gaan.

Ik werd na het zomerverlof 2007 ingedeeld in de geweergroep van Jeroen en we gingen opwerken voor mijn eerste grote buitenlandse training: Jungle Warfare Course in Suriname. Alles was nieuw voor mij en ik vond het heel spannend allemaal. Klein beetje zenuwachtig was ik ook wel want ik wilde natuurlijk goed presteren voor mijn eerste geweergroepscommandant. Ondanks al mijn inzet moest ik nog veel verbeteren aan mezelf en dat werd heel direct gemeld door de Korporaal. Zo moest ik mijn mond leren opentrekken, agressiever handelen tijdens contact drills, elke ochtend koffie maken voor de Korporaal zodat hij een lekker bakkie had bij zijn zware bats en tal meer van dat soort dingen. Ik denk nog steeds vaak terug aan de tijd in Suriname, het is voor mij de meest bijzondere training geweest uit mijn carrière.

Na Suriname werden alle pelotons door elkaar gehusseld en zat ik niet meer bij Jeroen in de geweergroep. Na een drukke periode begonnen we na het zomerverlof 2009 officieel met opwerken voor Afghanistan. Ik werd geplaatst in de 2e geweergroep van het Vikingpeloton en kreeg samen met Marc een Viking (rupsvoertuig) toegewezen, de 22B. De geweergroepen van het Vikingpeloton werden ingedeeld bij de infanterie pelotons en omdat wij de 2e geweergroep waren werden we toegevoegd aan het 2e infanteriepeloton.

Wij kregen de Bravo geweergroep van het 2e peloton toegewezen als geweergroep in onze Viking waarvan Jeroen de opvolgend geweergroepscommandant was. Omdat we de jongens van de Bravo geweergroep goed kenden en de sfeer goed was verliep de samenwerking tussen de Viking operators (Marc en ik) en de jongens van de Bravo geweergroep erg goed! Het was ontzettend fijn om Marc als buddy te hebben, buiten het feit dat het heel gezellig was, had Marc door zijn eerdere uitzending naar Tsjaad ontzettend veel operationele kennis van de Viking. En omdat ik relatief erg onervaren was met de Viking compenseerde Marc mij behoorlijk. Het is voor een groot deel dan ook aan Marc te danken dat alles altijd zo soepel verliep.

18 maart was het dan zover, de dag dat ik naar Afghanistan vertrok, ik liet me door mijn vader naar Eindhoven brengen. De autorit naar Eindhoven was rustig, we zeiden allebei niet veel, radio stond aan en zo reden we vroeg in de ochtend naar Eindhoven. Eenmaal daar dronken we koffie en namen een plak cake. Na een laatste praatje was het dan zover, we gingen het vliegtuig boarden. Ik gaf mijn vader een hand, keken elkaar aan en vervolgens liep ik richting de gate om in te checken voor mijn vlucht naar Afghanistan. Na twee tussenstops in Dubai en Kandahar kwamen we dan uiteindelijk aan op Kamp Holland, Tarin Kowt. Totaal anders dan ik verwacht had kwam ik aan in een hele rustige omgeving met een ontspannen sfeer. Na een korte rondleiding konden we gaan settelen in de tijdelijke prefab.

Al vrij snel zouden we de poort uit gaan, dus na de handover – takeover kon het preppen beginnen. Na een aantal operaties te hebben gedaan gingen we het 1ste peloton aflossen op COP (Combat Outpost) Tabar. We draaiden termen van 4 weken op de COP en nu was het de beurt aan ons peloton om 4 weken operaties en patrouilles vanaf de COP te gaan doen. Het leven op de COP was primitief, back to basics. Ontlasting verbranden, rantsoenen, slapen op stretchers, minima aan sanitaire voorzieningen, wachtlopen, minimaal 1 patrouille per dag en regelmatig grootschalige operaties gecombineerd met andere eenheden.

17 april 2010, in het kader van een grote operatie zouden wij die dag vertrekken om de overwatch die reeds in stelling stond te bevoorraden en met het ingestegen personeel additionele patrouilles uitvoeren in het gebied aan de voet van de overwatch. De bedoeling was dat we gedurende een aantal dagen de overwatch zouden ondersteunen met de patrouillegang en wachtroutine. Nadat het voertuig en de uitrusting geprepped was konden we de rest van de ochtend nog even rust bij de stukken nemen alvorens te vertrekken.

Uiteindelijk vertrokken we begin van de middag richting de overwatch, de sfeer was goed. Ondanks grappen en slap geouwehoer over de intercom van het voertuig was iedereen scherp. De omgeving was erg rustig, af en toe stopten we om te searchen, dreigende handgebaren van kinderen leken nietszeggend, ik maakte nog een grap: ‘’Heb je ’t al gehoord van Sjakie? Hij heeft de chocoladefabriek overgenomen!’’. Er werd niet heel enthousiast gereageerd natuurlijk op die ontzettend flauwe grap.

Niet lang daarna klapte we op de IED (Improvised Explosive Device), van dat moment weet ik niks meer. Ik ben bovenlangs uit het voertuig geslingerd en kwam niet ver van het voertuig terecht op de grond. Op dat moment was ik niet bij bewustzijn, het eerste moment van bewustzijn kwam pas toen mijn buddy’s uit het voertuig waren gekropen en mij begonnen te verzorgen. Op dat moment zag mijn linker onderbeen er slecht uit, rechterbovenbeen was opgezwollen, buik was opgezwollen, longfunctie was minimaal waardoor ademen lastig was, infuus aanleggen was niet mogelijk door wegtrekkende aderen i.v.m. inwendige bloedingen.

Het voertuig was door al onze munitie aan boord nog verder aan het exploderen dus werden Jeroen en ik weggesleept van het voertuig naar een plek waar we beter verzorgd konden worden totdat de medische evacuatie zou arriveren. Marc zat toen nog steeds in het voertuig, in tegenstelling tot mij en Jeroen was hij er niet uit geslingerd, uiteindelijk hebben ze hem ’s avonds pas kunnen bergen. Toen de helikopter arriveerde voor de medische evacuatie werden we samen in de helikopter gedragen, onderweg naar Kamp Holland is Jeroen gesneuveld .

Van de medische evacuatie en de aankomst op Kamp Holland weet ik zelf niks meer te herinneren, alles wat ik daarover weet heb ik later van anderen gehoord evenals het meeste van de IED overigens. Ik ben op dat moment uiteraard eerst aan de meest kritieke verwondingen geopereerd en dat waren de inwendige bloedingen aan mijn milt en nieren. Mijn milt hebben ze moeten verwijderen, mijn nierbloedingen hebben ze kunnen stoppen. Alle overige verwondingen hebben ze gestabiliseerd voor vervoer om me zo snel mogelijk op de Intensive Care te krijgen. Vanwege de aswolk die na een vulkaanuitbarsting op IJsland was ontstaan, zou ik in eerste instantie naar de Verenigde Staten gevlogen worden. Om die reden ben ik via Camp Bastion (Helmand), Bagram (Kabul), en Engeland uiteindelijk ondanks de aswolk toch in Nederland terecht gekomen.

Tijdens die reis ben ik twee keer bij bewustzijn gebracht, één keer op Camp Bastion, en één keer op Bagram. Van Camp Bastion herinner ik me een Britse militair die naast mijn bed zat in een soort hangar/loods. En mijn ‘gevecht’ in mijn hoofd, ik wilde mijn wapen hebben, wist totaal niet waar ik was, trok bijna de beademingsbuis uit mijn keel waarna ik werd vastgebonden en weer onder zeil gebracht werd door de verpleegster. Tweede moment dat ik me nog weet te herinneren was op Bagram. Daar kwam ik bij tussen allemaal Amerikanen, voelde me alleen, wist nog steeds totaal niet waar ik was, hoe ik daar was gekomen en waarom. Op een gegeven moment kwam er een grote vierkante kist over me heen, wat later de CT-scan bleek te zijn, toen bekroop me een gevoel van vooral angst. Daar bleek dat een aantal ruggenwervels gebroken en gedislokeerd waren.

Uiteindelijk ben ik 23 april aangekomen op de Intensive Care in het UMC te Utrecht. Daar volgden operaties aan mijn rug en benen en werd ik verder gestabiliseerd. Na een aantal dagen op de Intensive Care werd ik uit de kunstmatige coma gehaald en nog steeds had ik geen idee waar ik was, wat er was gebeurd en wie al die mensen waren die om mijn bed stonden. Omdat ik positief was getest op diverse resistente bacteriën lag ik in isolement met een soort sluis doorgang en moest iedereen die mijn kamer betrad mondkapje, haarnet, schort en handschoenen aan. Om die reden herkende ik dus al die mensen niet die om mijn bed stonden.

De eerste dagen op de IC bestonden vooral uit heel veel hallucinaties, de oorzaak daarvoor waren de morfine en ketamine. Naarmate de dosering ketamine en morfine af werd gebouwd, werd ik steeds helderder en kwam het besef wat er gebeurd was. Mijn familie vertelde me dat Marc en Jeroen gesneuveld waren, op dat moment besefte ik het nog niet helemaal. Ze vertelde dat ze naar de uitvaarten van Marc en Jeroen gingen, toen het besef tot me doordrong stortte mijn wereld in.

Na de week IC heb ik daarna nog 5 weken op de Medium Care afdeling van het Centraal Militair Hospitaal (CMH) gelegen. In die weken volgden er nog twee grote operaties aan mijn rechtervoet waarvan mijn hielbeen verbrijzeld was en aan mijn linker onderbeen waar een stuk huid met spierweefsel op werd getransplanteerd vanaf mijn bovenbeen. 1 juni werd ik ontslagen uit het CMH, en werd ik klinisch opgenomen in het verpleegcentrum van het Militair Revalidatie Centrum (MRC) te Doorn.

Doorn kende ik uiteraard goed van de jaren daarvoor toen ik op de marinierskazerne geplaatst zat maar de aanwezigheid van het MRC was me eigenlijk al die tijd volledig ontgaan. Terwijl het zo goed als letterlijk om de hoek ligt van de kazerne. Nu begon het voor mij pas echt. Terwijl ik aanvankelijk gedacht had snel klaar te zijn, want: ‘’ik heb mijn benen toch nog’’ was mijn gedachte, begon ik al snel in te zien dat de ernst van de verbrijzeling in de voet ernstiger was dan ik dacht. Daar ontmoette ik velen lotgenoten, andere militairen gewond geraakt tijdens hun uitzending naar Afghanistan en dat waren er een stuk meer dan ik gedacht had. Velen met verloren ledematen, verbrijzelde hielbenen en diverse andere verwondingen. En stuk voor stuk duurde ook hun revalidatieprocessen langer dan zij voor ogen hadden.

Na 4 jaar van revalidatie, vele operaties, ernstige ontsteking aan mijn linker onderbeen, mentale ups-and-downs, heb ik inmiddels een nieuwe toekomst voor mezelf uitgestippeld, ik ga de hbo-opleiding verpleegkunde doen zodat ik met mijn ervaringen anderen kan helpen. Operationeel dienen als marinier zit er voor mij na 17 april 2010 helaas niet meer in. Die dag heeft mij getekend, positief of negatief laat ik in het midden maar er is tot op de dag van vandaag geen dag geweest dat ik er niet aan gedacht heb. Ik hoop dat iedereen die dit leest vandaag stilstaat bij Marc Harders en Jeroen Houweling, en beseffen dat de vrijheid waarin wij leven niet gratis is!

Opgedragen aan Marc Harders en Jeroen Houweling, opdat zij nooit vergeten worden!

Erik van den Elzen
17 april 2014

(Met dank aan de vereniging De Gewonde Soldaat, opgericht door een groep van ca. 50 militairen, die zware verwondingen hebben opgelopen in Afghanistan)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen