Posts tonen met het label militairen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label militairen. Alle posts tonen

maandag 15 december 2014

Kamerbrief: de bijzondere positie van de militair

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Datum 11 december 2014

Betreft: De bijzondere positie van de militair

Bijlage: Relevante wetsartikelen

de Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Plein 2
2511 CR Den Haag
Datum 11 december 2014
Betreft De bijzondere positie van de militair

Bijlage: Relevante wetsartikelen

Bij verschillende gelegenheden is in overleggen met de Kamer de bijzondere positie van de militair aan de orde geweest. In mijn brief van 28 oktober jl. over de agenda voor het personeelsbeleid van de toekomst heb ik toegezegd dat de Kamer voor het eind van dit jaar een brief over de bijzondere positie van de militair ontvangt. In het wetgevingsoverleg over personeel van 3 november jl. heb ik in reactie op een motie van de heer Knops deze toezegging herhaald en toegezegd daarbij ook in te gaan op de mogelijkheid en de wenselijkheid van een pakketvergelijking. Over de beschrijving van de bijzondere positie van de militair is eerder overeenstemming bereikt met de centrales van overheidspersoneel. In de bijlage bij deze brief zijn de relevante delen van wetten en voorschriften opgenomen, waarnaar door middel van eindnoten wordt verwezen.

Taak van de krijgsmacht
De bijzondere positie van de militair wordt ontleend aan de taakstelling en positionering van de krijgsmacht in de Nederlandse samenleving. De krijgsmacht beschermt op basis van artikel 97 van de Grondwet Nederland en de Nederlandse belangen wereldwijd en handhaaft de internationale rechtsorde. Om deze grondwettelijke taken te kunnen uitvoeren, moet Nederland onder alle omstandigheden een onmiddellijk en onvoorwaardelijk beroep op de krijgsmacht kunnen doen. De Nederlandse krijgsmacht moet nu en in de toekomst voorbereid zijn op onvoorspelbare dreigingen en risico’s. Deze bijzondere taak van de krijgsmacht betekent dat de militair voortdurend voorbereid en beschikbaar moet zijn op operationele inzet waar dan ook ter wereld en zo lang als nodig. Hij is verplicht de aan hem opgedragen taken, met alle daaraan verbonden gevaren, onvoorwaardelijk uit te voeren. Juist het onvoorwaardelijke karakter van deze inzet stelt eisen aan de militair die nergens in onze maatschappij in dezelfde mate en in die combinatie voorkomen.

Het unieke karakter van de militair
Het meest wezenlijke kenmerk van de krijgsmacht is dat de militair bij de onvoorwaardelijke uitvoering van de opgedragen taken het belangrijkste bezit wat hij heeft, namelijk zijn leven, op het spel zet. In het uiterste geval kan een militair gedood worden of ernstig gewond raken. Daarnaast kan de militair in de positie komen dat hij zelf, binnen het kader van de wet en zijn opdracht, dodelijk geweld tegen anderen moet gebruiken.

De verantwoordelijkheid van de militair blijft voorts niet beperkt tot zijn eigen veiligheid en handelen, maar geldt ook voor ieder die aan zijn zorg is toevertrouwd. De militair is, als leidinggevende of als onderdeel van de eenheid, medeverantwoordelijk voor de veiligheid van de militairen met wie hij optreedt. Bij het uitvoeren van zijn taken zet de militair niet alleen zijn eigen leven op het spel, maar ook dat van zijn eenheid. Militairen gaan door waar anderen moeten stoppen. Deze unieke plicht van militairen laat zich niet uitdrukken in kwantitatieve of meetbare termen.

Bijzondere kenmerken van de militair
De positie van de militair heeft ook andere bijzondere kenmerken die wederom vooral kwalitatief van aard zijn en daardoor moeilijk meetbaar. Het onvoorwaardelijke karakter van de militaire inzetbaarheid stelt allereerst hoge eisen aan de fysieke en mentale inzetbaarheid van militairen. Militairen zijn verplicht hun fysieke conditie op peil te houden. Militairen zijn verplicht gebruik te maken van de militaire gezondheidszorg en ondergaan verplicht periodieke medische keuringen, vaccinaties en conditietests. Zo heeft Defensie altijd inzicht in de belastbaarheid en daarmee de inzetbaarheid van militairen. Wanneer de militair niet meer aan de medische en psychische eisen voldoet, wordt hij dienstongeschikt verklaard en als militair ontslagen, ook al is van arbeidsongeschiktheid in maatschappelijke zin geen sprake.

Defensie hanteert een specifiek personeelssysteem waarin kennis- en ervaringsopbouw van doorslaggevend belang zijn in de ontwikkeling van de militaire loopbaan. Om kennis en ervaring op te bouwen, rouleert de militair allereerst over een groot aantal functies met verschillende standplaatsen en wordt in verschillende situaties ingezet. Daarnaast wordt de vereiste kennis en ervaring bereikt door een intensieve opleiding en training. Dit vereist deelname aan opleidingen binnen en buiten Defensie en aan oefeningen in Nederland en het buitenland. Het veelvuldig rouleren over functies, het deelnemen aan opleidingen en oefeningen en het daadwerkelijk inzetten betekent dat de militair langere tijd buiten zijn persoonlijke omgeving verkeert en gedurende langere tijd gescheiden van partner en gezin moet leven.

Om de effectiviteit en integriteit van de inzet van de militair te bewaken, is de militair onderworpen aan strenge veiligheids- en integriteitseisen. Alle militaire functies zijn vertrouwensfuncties als bedoeld in de Wet Veiligheidsonderzoeken. Dit betekent dat aan hun gedragingen, zowel onder werktijd als daarbuiten, veiligheids- en integriteitseisen worden gesteld die van doorslaggevend belang kunnen zijn voor het al dan niet kunnen vervullen van een vertrouwensfunctie. De reikwijdte van deze integriteitstoetsing strekt zich ook uit tot de gezinssituatie
en persoonlijke omgeving van de militair.

Beperkingen voor de militair
Om de inzetbaarheid van de krijgsmacht te garanderen is een aantal wettelijke maatregelen getroffen. Die wettelijke maatregelen houden ook beperkingen in voor de uitoefening van de grondrechten van militairen. Militairen leveren op grond van die wettelijke maatregelen tevens in op de autonomie van hun eigen maatschappelijke en arbeidsrechtelijke positie. Hieronder volgt een beschrijving van de belangrijkste wettelijke maatregelen.

De verplichting om de opgedragen taken uit te voeren is door de wetgever zo wezenlijk geacht, dat er in de Wet militair tuchtrecht en het Wetboek van Militair Strafrecht aanvullende regels zijn vastgelegd die het ongestoorde functioneren van de krijgsmacht waarborgen. Het militair tuchtrecht onderscheidt daartoe gedragingen tegen de orde, gedragingen tegen de geheimhoudingsplicht, gedragingen tegen het dienstbevel en gedragingen die het functioneren van de krijgsmacht belemmeren. Het militair strafrecht regelt onder meer de strafbaarstelling van misdrijven tegen de staat, misdrijven waardoor de militair zich aan de dienstverplichtingen onttrekt, en strafbaarstelling van dienstweigering en de schending van krijgsplichten.

Daarnaast wordt bij oefenen en werkelijke inzet de Arbeidstijdenwet buiten werking gesteld en gelden er beperkingen op het gebied van arbeidsomstandigheden. Ook is het militairen verboden deel te nemen aan stakingen. Dit is een belangrijke inperking van de grondrechten van een militair. De verplichting voor de militair om de aan hem opgedragen taken te vervullen krijgt extra gewicht door de strafbaarstelling in het militair strafrecht. Zodra een militair wordt aangewezen om gedurende kortere of langere tijd een operationele missie in het buitenland te vervullen, is hij verplicht om aan deze oproep gehoor te geven. Wanneer een voor uitzending aangewezen militair niet verschijnt op het moment dat hij behoort te vertrekken naar het inzetgebied, maakt hij zich schuldig aan een strafbaar feit. Het is voor een militair niet mogelijk zich aan een oproep te onttrekken door een verzoek tot ontslag in te dienen.

Dit verzoek zal derhalve, en zeker wanneer operationele omstandigheden hiertoe noodzaken, worden afgewezen. De verplichting om aan opgedragen taken invulling te geven wordt op deze wijze door zowel strafrechtelijke als arbeidsrechtelijke instrumenten gewaarborgd. Er is geen enkele andere beroepsgroep in Nederland waarbij strafrechtelijke vervolging volgt bij het niet uitvoeren van de opgedragen taken.

Waardering van de militair
Defensie voert een personeels- en arbeidsvoorwaardenbeleid dat recht doet aan de beschreven unieke en bijzondere positie van de militair. Dit beleid kenmerkt zich naast opleiding en training door zorg en beloning.

Het personeelsbeleid moet militairen niet alleen zo goed mogelijk voorbereiden op werkelijke inzet, maar moet er ook voor zorgen dat indien de risico’s van deze inzet zich manifesteren, de gevolgen daarvan zo goed mogelijk worden ondervangen. Deze opvang is het meest kenbaar in de vorm van een zorgstelsel dat ter beschikking staat van de militair en zijn thuisfront. De uitvoering van operationele taken en de soms blijvende gevolgen daarvan verplichten tot bijzondere zorg voor de militair, de gewezen militair en diens naasten. Daarnaast worden de gevolgen van de inzet van de militair zo goed mogelijk opgevangen door het sociale zekerheidsstelsel en de specifieke aanvullingen hierop. 

Uit de beschrijving blijkt dat er voor de militair een reeks verplichtingen bestaat die sterk afwijken van wat maatschappelijk en arbeidsrechtelijk gebruikelijk is. Deze lopen uiteen van fysieke eisen tot beperkingen in de uitoefening van grondrechten. Het personeelsbeleid en het arbeidsvoorwaardenstelsel van Defensie weerspiegelen de bijzondere positie van de militair. Daarmee kan Defensie goed werkgeverschap vormgeven en worden de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht onder alle omstandigheden gewaarborgd.

De pakketvergelijking
In het algemeen overleg over personeel van 16 april 2013 heb ik de Kamer gemeld dat als eerste zou worden gewerkt aan de beschrijving van de bijzondere positie van de militair en dat daarna eventuele vervolgstappen zouden worden bezien. Hoewel een pakketvergelijking een complexe aangelegenheid is, heb ik toen ook gezegd met een open houding over de vervolgstappen met de centrales te willen spreken. Eind oktober jl. zijn de onderhandelingen voor een nieuwe CAO voor Defensie begonnen. Defensie streeft naar de modernisering van het arbeidsvoorwaardenstelsel. De bijzondere positie van de militair blijft daarbij het uitgangspunt, zonder de ontwikkelingen in andere overheidssectoren te negeren.

Een robuust en duurzaam stelsel is onmiskenbaar in het belang van het defensiepersoneel. Naar mijn mening, en die van de centrales, is een pakketvergelijking op dit moment geen voorwaarde om tot vruchtbaar overleg te kunnen komen. Wij zullen daartoe dan ook geen initiatief nemen.

DE MINISTER VAN DEFENSIE

J.A. Hennis-Plasschaert 

(Bron)


woensdag 12 februari 2014

Blog CDS: 'Dienen'

De afgelopen week stemde de Tweede Kamer in met een wet over de normalisatie van de ambtenarenstatus. Hierin werd een terechte uitzondering gemaakt voor onder meer Defensiepersoneel.

Terecht omdat het werk van Defensie bijzonder en met niets vergelijkbaar is. Wij zijn de basisverzekering van de maatschappij als het gaat om veiligheid. Een verzekering die je niet kunt uitbesteden en waar je als overheid in moet blijven investeren. Natuurlijk kunnen militairen hun taak niet uitvoeren zonder steun van burgercollega’s, maar die collectieve basisverzekering stelt vooral speciale eisen aan de militairen binnen onze organisatie.

Militair zijn is meer dan kameraadschap en avontuur. Militair zijn betekent dat je bereid bent door te gaan waar anderen stoppen, dat je bereid bent je leven te riskeren voor de veiligheid van ons land. Militair zijn betekent DIENEN in het belang van Nederland. En dat is bijzonder.

Wat dienen betekent, bleek afgelopen week nog eens overduidelijk uit een tv-reportage over collega’s die in Uruzgan een maat verloren. De dood van een collega, je buddy, dat vergeet je nooit. De impact van geweld, het lawaai, de paniek, de geur, de beelden van de slachtoffers, blijven je altijd bij. Dienen betekent dat je als militair op ieder gewenst moment kunt worden ingezet voor gevechtshandelingen, voor het verwonden of zelfs doden van mensen. Dat je split-second decisions moet kunnen nemen over (de mate van) toepassing van geweld. Weigeren of weglopen is dan geen optie. Iedere militair weet dat dit geen walk in the park is. Je kunt daarbij voor duivelse dilemma’s komen te staan. Want het is niet altijd een keuze tussen goed of fout. En het effect van de keuze die je als militair maakt, is niet altijd voorspelbaar. Ga er maar eens aan staan.

Maar het is niet alleen de inzet die ons werk, als de zwaardmacht van de overheid, bijzonder maakt. Dienen betekent dat we altijd klaar moeten staan om te worden ingezet en dat Nederland daar ook op moet kunnen vertrouwen. Daarom mogen militairen bijvoorbeeld niet staken. Daarom zijn we vele maanden per jaar van huis voor oefeningen en trainingen.

Daarnaast vereist ons werk dat we veelvuldig van functie wisselen om de juiste ervaring op te bouwen en breed inzetbaar te blijven. Dat heeft grote impact op onze gezinnen die regelmatig moeten verhuizen binnen en buiten Nederland. Niet gemakkelijk, zeker niet voor werkende partners.

Militairen moeten er dus nogal wat voor doen, maar zeker ook voor laten. Daarmee zijn we zeker niet zielig. Het hoort erbij als je dient. Maar ook dat maakt ons werk uniek. Het is dan ook terecht dat militairen als ambtenaar een uitzonderingspositie behouden. Militairen dienen hun land, waar en wanneer dat nodig is.

Dat moeten we koesteren en daar mag wat tegenover staan. In het belang van Nederland.

Generaal Tom Middendorp
Commandant der Strijdkrachten

11 februari 2014

facebook.com/Commandantderstrijdkrachten

donderdag 1 augustus 2013

VVD en Defensie: Gun Pride

(Onderstaand artikel is een 'column'. Dat wil zeggen: losser van toon; hier en daar wat vrijpostigheden. Alle feitelijke informatie is afkomstig uit (semi-)openbare bronnen, zoals het web, Facebook en LinkedIn, HdV) 

Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert vaart zaterdag mee op de jaarlijkse Canal Parade in Amsterdam, het hoogtepunt van de Gay Pride. De VVD-bewindsvrouw wil daarmee duidelijk maken dat iedereen bij Defensie 'zichzelf' moet kunnen zijn. Het is voor het eerst dat een minister van Defensie dit hedonistische volksfestijn voor mensen van alle horizontale gezindten en massaal toestromende 'gewone' burgers bezoekt.

Maar heeft deze actie voor Defensie ook maar enige prioriteit? Ik ken zelf geen Kamerstuk waarin melding wordt gedaan van problemen voor LBGTCQ's in de krijgsmacht. LBGT is inmiddels een min of meer ingeburgerde afkorting: Lesbians, Bisexuals, Gay en Transgenders. De C van Crossdressers en de Q van Queers heb ik zelf toegevoegd om de aanhangers van deze twee niches in de seksuele markt niet tekort te doen.

Het wordt ongetwijfeld een leuk stukje media exposure voor de minister, maar als ik haar was zou ik deze dagen erg hard en vooral ook erg zichtbaar werken aan de beloofde Toekomstvisie voor de krijgsmacht. Iedereen (en niet in de laatste plaats haar eigen personeel) zit te smachten om duidelijkheid over waar de krijgsmacht heen gaat. Onzekerheid is wijdverspreid; militairen en burgerpersoneel beginnen te mokken en te morren (voor zover al niet ontslagen) en dat moet je niet willen hebben in 'jouw' achterban.

Maar ik wilde het eigenlijk helemaal niet over de minister hebben. Onlangs viel mij onderstaande foto op van een lid van de VVD-fractie in de Tweede Kamer, Ronald Vuijk, die onder andere Defensie in zijn portefeuille heeft.


Ronald Vuijk. Foto: 112 Pagncie

Wij zien een gewapend Kamerlid in camouflagepak. Persoonlijk vind ik dat niet kunnen. De wetgever maakt een strikt onderscheid tussen militairen en burgers en dat moet vooral zo blijven. Ook het oorlogsrecht (de Geneefse Conventies) maakt een dergelijk onderscheid. Ik raakte er op Twitter over in discussie met Vuijk. Hij vond mijn argumenten geen steek houden aangezien hij op een militair terrein meedeed aan een oefening. De discussie liep al snel dood, en een uitnodiging mijnerzijds om een schriftelijke toelichting te geven bleef onbeantwoord. Voor de duidelijkheid: ook op een militair oefenterrein gelden de Nederlandse wetgeving én de Geneefse Conventies.

foto: 112 Pagncie

Kamerlid Vuijk was uitgenodigd voor de oefening door Brigadegeneraal Hans van der Louw, de baas van de 43ste Gemechaniseerde Brigade. Een onderdeel daarvan, 112 Pantsergeniecompagnie, oefende in Marnehuizen het 'optreden in verstedelijkt gebied'. Doel was om Vuijk en zijn stagiaire Masoumah Hosseini een blik te gunnen in de militaire keuken. Maar moest dat gewapend en in gevechtspak? Ik vraag het maar. Overigens: als ík me in camouflagepak en met een nepwapen op een oefenterrein zou begeven zou ik binnen tien minuten worden gearresteerd, vml. dpl. wmr. en journalist of niet.

Vuijk weet verder prima hoe het er in de militaire keuken aan toe gaat. Hij was namelijk in zijn jonge jaren dienstplichtig sergeant, en tekende nog eens een paar jaar bij. Wel bij het destijds meest saaie onderdeel van de landmacht: in de jaren '80 stond het Regiment van Heutz bekend als een soort afvalputje voor kansloze dienstplichtigen, belast met oersaaie bewakingstaken. Verder dan sergeant heeft hij het ook niet geschopt, terwijl je, als ik me het goed herinner, destijds als KVV'er best sgt1 kon worden.

Volgens zijn LinkedIn-profiel was Vuijk ook schietinstructeur. Maar onderstaande foto bewijst dat hij de opgedane kennis geheel is vergeten, of helemaal nooit schietinstructeur was.


Foto: 112 Pagncie
Ziet u wat hier gebeurt? Ronald Vuijk houdt zijn wapen gericht op de persoon rechts op de foto, een stagiaire van de VVD-fractie. Dat is een totale no-no, of het wapen nu geladen is met losse flodders of niet. Schietinstructeur-Vuijk zou Kamerlid-Vuijk iets hebben toegeschreeuwd in de trant van "IDIOTE DROPLUL!! OMHOOG DIE LOOP!! LAPSWANS!! MAFKEES!!" De Wet van Murphy bepaalt namelijk dat je net zult zien dat er toch een scherpe patroon in het magazijn zit, de mondingsstop eruit gevallen is, Vuijk struikelt, en de fractie een stagiaire armer is.

Over de stagiaire zo meteen meer, maar laat ik het hoofdstuk-Vuijk afsluiten met het volgende. Een camouflagepak en een wapen staan niet alleen voor 'Kijk Mij Als Kamerlid Eens Stoer Meedoen'. Ze staan ook voor sneuvelbereidheid. Ben je daartoe bereid, sergeant-zeer-buiten-dienst Vuijk? Wanneer de Vaste Commissie Defensie weer een exotisch oord bezoekt, ga je dan met de troepen mee de poort uit, met vlekkenpak, scherfvest en wapen? En zónder de BSB-beveiligers die bezoekende Kamerleden zelfs op een beschermde compound om zich heen hebben? Zo ja, dan ben je voor mij een echte kerel. Zo nee,dan ben je een slappe wannabe. Loze Gun Pride...

De stagiaire dus. Masoumah Hosseini. Ouders Afghaans, spreekt vloeiend Dari en is freelance tolk voor het ministerie van Defensie. Staat op de wachtlijst om naar Afghanistan uitgezonden te worden. Jurist, werkte o.a. als rechtbankgriffier en is net als Ronald Vuijk afkomstig uit de boezem van de afdeling-Delft van de VVD. Het is een kleine wereld. En als ik een 'stukje profilering' op haar loslaat zou ik denken dat zij, eh, ach laat maar, dat is speculatie.

Ook van Masoumah zijn enkele foto's online gezet. Uit een daarvan blijkt dat zij i.t.t. haar baas de verkleedpartij in Marnehuizen niet al te serieus nam. Wel cool trouwens, die witte schoentjes.

Masoumah Hosseini Foto: Facebook

Ook de volgende foto hoort in de categorie 'iets minder serieus'. Let op de vinger aan de trekker (ook een no-no) en de roodgelakte nagels, in combinatie met het camouflagepak zeer geschikt indien men zich toevallig verdekt moet ophouden in struiken met felrode bessen... En ook hier een gevalletje Gun Pride.


Masoumah Hosseini. Foto: 112 Pagncie

Tot besluit ontkom ik er, ondanks mijn goede voornemens, toch niet aan om enige woorden te wijden aan minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert. Nog voor zij minister werd deed dit VVD-lid aan crossdressing (no pun intended) en overtrad een gulden regel: een burger (en al helemaal een politicus) heeft niets te zoeken in een uniform. Gun Pride, zonder gun.


Detail uit foto Elsevier

Ik zal maar niets zeggen over wat ik in mijn jeugd heb geleerd: "Een net meisje staat niet met de benen wijd", want dat zou wellicht als ouderwets en/of seksistisch kunnen worden bestempeld. Waar ik het over wilde hebben is 'de minister na haar optreden bij Linda de Mol'. Sindsdien heb ik meer dan voorheen de neiging om de bewindsvrouw als Jeanine aan te spreken. Mag dat? Ach Jeanine, dit is maar een column.

In dat programma gaf Jeanine aan een kinderwens te hebben. Ze deed dat op een wat omslachtige manier, door dat onderwerp expliciet uit te sluiten van verdere discussie. Met een kinderwens is niets mis. Maar, Jeanine, weet je welke mensen een vervulde en vervolgens ongedaan gemaakte (en niet meer in te halen) kinderwens hebben? De ouders van de 23 Nederlandse militairen die in Afghanistan zijn gesneuveld of verongelukt, en de ouders van sergeant D. die met een Diemaco (waarmee collega Vuijk op de foto's zo vrolijk rondloopt) op Kamp Holland zijn hoofd aan gort heeft geschoten.

Jeanine, wat ik in jouw publieke optredens mis is een regelmatige uiting van diep respect voor die gesneuvelden en hun nabestaanden. Of dacht je dat met het aantreden van een nieuw kabinet die ereschuld minder belangrijk wordt? Het zijn ook 'jouw' gesneuvelden en die van jouw voorgangers en opvolgers. En het is mede daarom dat ik jouw optreden bij de exhibitionistische en losbandige Canal Parade ongepast vind. Ik zou zeggen: blijf gewoon weg (niemand die het opvalt) en gebruik de tijdswinst om verder te werken aan de Toekomstvisie.

Update: video Nieuwsuur over de Defensieboot op de Canal Parade.

woensdag 13 februari 2013

Duizenden militairen niet fit genoeg

Duizenden Nederlandse militairen zijn niet fit genoeg om op missie te kunnen. Ze zakken voor een eenvoudige sporttest of leggen die om allerlei redenen niet af. De test is sinds 2009 verplicht voor elke soldaat. Zonder deze vereiste basisconditie kunnen militairen niet worden uitgezonden.


Daarmee opent het AD vandaag. Met de jaarlijks terugkerende Defensie Conditieproef (DCP) wil het leger militairen dwingen hun fitheid op peil te houden. Vorig jaar zakten 3300 militairen voor het eenvoudige sportexamen, blijkt uit cijfers van het ministerie van Defensie. Nog eens 15.500 soldaten van de in totaal 43.000 militairen kwamen niet eens opdagen, waren ziek of hadden een blessure. Ze mogen daardoor niet op missie.

Opvallend is dat ook het gros van de generaals de test niet haalde of er niet aan deelnam. Van de 82 hoogste militairen hebben er slechts dertig de vereiste basisconditie. Vakbonden noemen de bedroevende cijfers van het leger zorgelijk. 'We hebben er alle belang bij dat onze mensen in een goede conditie blijven,' zegt de onlangs afgetreden AFMP-voorzitter Wim van Burg.

Volgens generaal Tom Middendorp is het voor veel militairen nog wennen dat ze elk jaar de conditieproef verplicht moeten afleggen, maar betekent het niet dat de 19.000 militairen die de test niet haalden of deden, onvoldoende fit zijn. 'Daar hoeft niemand aan te twijfelen. Bij de meeste operationele eenheden zijn sport en fysieke activiteiten onderdeel van het wekelijkse programma.'

Sporttest
Hans Couzy, tegenwoordig luitenant-generaal buiten dienst, bedacht de sporttest 20 jaar geleden voor de Landmacht. De test bestaat uit twintig keer opdrukken, 25 sit-ups en 2250 meter hardlopen. Een dergelijke conditietest is voor buitenlandse legermachten al veel langer gebruikelijk en bovendien vaak zwaarder. De Nederlandse test zou voor iedere gezonde militair makkelijk te doen moeten zijn, maar in de praktijk blijkt een groot deel het er belabberd van af te brengen.

Volgens generaal Tom Middendorp is meer aandacht voor het afleggen van de proef wel noodzakelijk. Defensie hoopt binnenkort personele consequenties te verbinden aan het niet halen van de test. Dat moet echter gebeuren in overleg met de militaire vakbonden en die hebben onlangs juist elk contact opgeschort in verband met een loongeschil.

(AD, 13 februari 2013)

Zie ook: Militaire inzetbaarheid http://www.defensie.nl/militairesport/militaire_inzetbaarheid

woensdag 12 september 2012

Verkiezingen: militairen kiezen voor het eerst in uitzendgebied

In de diverse missiegebieden hebben militairen gebruik gemaakt van hun stemrecht. Vanmiddag sluiten de stembussen onder meer op de Nederlandse compounds op Mazar-e-Sharif en Kunduz (Afghanistan). Daar werken militairen van alle krijgsmachtsdelen aan de geïntegreerde politietrainingsmissie.

Uitgezonden militairen konden per brief aangeven of ze wilden stemmen tijdens hun missie in het buitenland. Zij deponeerden de afgelopen weken het bewijs van inschrijving en hun ingevulde stembiljet in een oranje envelop in een officiële, afgesloten stembus.

Behalve de mogelijkheid om in Afghanistan te stemmen, hebben veel militairen een volmacht gegeven aan een familielid of partner om in Nederland een stem uit te brengen.

Het is voor het eerst dat Defensie in missiegebieden over briefstembureaus beschikt. Het briefstembureau verwerkt de bij de commandant ingeleverde stempapieren en telt aan het eind van de zitting de stemmen. De uitslag wordt vervolgens aan het bureau verkiezingen van de gemeente Den Haag doorgegeven.

(ministerie van Defensie, 12 september 2012)

dinsdag 14 februari 2012

'Defensie wil veroordeelde militairen ontslaan'


Defensie wil tientallen ervaren militairen die de afgelopen 8 jaar met politie of justitie in aanraking zijn gekomen, ontslaan. Vaak gaat het om oude veroordelingen en was Defensie daar al van op de hoogte gesteld.

Dat vertelt advocaat Michael Ruperti dinsdag aan het ANP. Hij staat zeven van deze militairen bij, maar er melden er zich steeds meer bij hem.

Veiligheidsonderzoeken
De militaire inlichtingendienst MIVD is volgens Ruperti sinds juli 2011 begonnen met zogenoemde nieuwe veiligheidsonderzoeken naar militairen. "Daaruit zijn tientallen zaken naar boven gekomen van militairen die voor en tijdens hun diensttijd zijn veroordeeld'', vertelt de advocaat.

"Sinds januari van dit jaar hebben die te horen gekregen dat hun 'verklaring van geen bezwaar' wordt ingetrokken. Dat betekent dat ze worden geschorst en vervolgens ontslagen.''

Een woordvoerder van Defensie bevestigt een strengere aanpak op het gebied van integriteit.

(De Stentor, 14 februari 2012)