Vandaag heb ik, namens het kabinet, de nota over de toekomst van de krijgsmacht naar de Tweede Kamer gestuurd.
In deze nota, ‘In het belang van Nederland’, geven we de strategische richting aan voor een toekomstbestendige krijgsmacht. We maken keuzes. Keuzes die de opmaat zijn naar vernieuwing en innovatie. Keuzes om de financiële huishouding van Defensie op orde te brengen. Keuzes die een einde maken aan soms jarenlange discussies.
Van nieuwe, gerichte bezuinigingen op Defensie is geen sprake. Toch worden we geraakt. Voor een deel is dat het gevolg van maatregelen waar iedereen, de hele overheid en dus ook Defensie, last van heeft. De financieel-economische problemen van ons land zijn immers nog niet opgelost. Maar het komt ook omdat ons eigen huishoudboekje niet op orde was. Kortom: ook de interne financiële tegenvallers, waarover ik al voor de zomer sprak, hebben we in deze nota moeten opvangen. Dit alles betekent dat we maatregelen hebben getroffen voor een bedrag van 348 miljoen euro.
Collega's,
We kiezen voor een krijgsmacht die op alle geweldsniveaus kan opereren. Er is immers niet zoiets als een standaard recept voor militaire inzet. Wel zal de inzet minder langdurig zijn. We kiezen nadrukkelijk voor samenwerken, nationaal en internationaal. We kiezen voor investeren in vernieuwing. En ja, ook nemen we
het noodzakelijke besluit over de opvolging van de F-16. De F-35 is het toestel dat de meeste militaire mogelijkheden biedt en voor onze vliegers ook het meest veilige toestel is. Deze aanschaf gaat niet ten koste van de andere krijgsmachtdelen.
Ik realiseer me heel goed dat de nota opnieuw ingrijpende maatregelen bevat. Opnieuw leveren we arbeidsplaatsen in, zetten we eenheden stil, stoten we materieel af en sluiten we kazernes. Dat gaat ook mij zeer aan het hart.
Aanvullende keuzes waren echter onontkoombaar. Maar let wel, door nu richting te kiezen, kunnen we inzetten op een krijgsmacht die ook in de toekomst militair relevant is, een krijgsmacht die financieel op orde is.
Uw zorgen hierover, begrijp ik maar al te goed. Juist omdat het na 20 jaar van reorganiseren en hervormen, hoog tijd wordt om weer vooruit te kunnen kijken.
De herwaardering van Defensie door politiek en samenleving zal er de komende jaren toe doen. En dat is dan ook broodnodig. Vrijheid en veiligheid. Het is immers niet vanzelfsprekend. Het vereist permanente inspanning en een besef van de waarde van Defensie. In de samenleving. En in de politiek.
Ik heb het al eerder gezegd, en zeg het nu weer: Defensie is geen luxe maar een fundamentele investering in onze vrijheid, veiligheid en welvaart. U weet dat als geen ander.
Ik zal er de komende jaren voor knokken.
In het belang van u,
In het belang van Defensie,
In het belang van Nederland.
Minister van Defensie
Jeanine Hennis-Plasschaert
17 september 2013
(ministerie van Defensie, 17 september 2013)
Posts tonen met het label blog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label blog. Alle posts tonen
dinsdag 17 september 2013
donderdag 7 maart 2013
Zo ver ons Koninkrijk reikt (blog minister Hennis)
De krijgsmacht moet alles kunnen. Militairen overleven in bittere kou boven de poolcirkel of vechten in een allesverzengende hitte. Ze observeren urenlang in opperste concentratie maar volbrengen ook loodzware terreintochten met tientallen kilo’s op de rug. Ze brengen wekenlang met twintig man door op een paar vierkante meter in onze onderzeeboten of dragen hoog in de lucht in hun eentje de verantwoordelijkheid voor een heel wapensysteem (F-16).
De veelzijdigheid van onze Nederlandse militairen is daarmee een afspiegeling van de veelzijdigheid van het Koninkrijk der Nederlanden.
Want wie staat er dagelijks bij stil dat ons Koninkrijk (Caribisch Nederland) grenst aan Venezuela? Dat onze buitengrenzen feitelijk zijn opgeschoven naar landen als Estland, Letland, Litouwen, Bulgarije maar ook Marokko, Tunesië en Turkije? We gaan allang niet meer bij Venlo de grens over. Dat betekent andersom dat mensensmokkelaars, terroristen en criminelen ook allang niet meer bij Venlo Nederland binnenkomen maar al veel eerder. Langs al deze grenzen moeten en kunnen onze militairen paraat staan.
Het is daarom goed om deze week een bezoek te brengen aan de eenheden van de Krijgsmacht in Caribisch Nederland. Onze militairen vervullen hier een indrukwekkende taak. Zo bracht onze marine met Hr. Ms. Pelikaan 70.000 liter water naar het door watergebrek getroffen Saba. Regelmatig worden grote drugsvangsten gedaan waarmee we de internationale criminaliteit en corruptie de voet dwars zetten. Juist in deze regio blijft een sterke kustwacht noodzakelijk. En met het sociale vormingsprogramma helpen onze militairen lokale jongeren weer op het juiste pad.
Onze militairen bewaken niet alleen de grenzen maar ook de belángen van ons Koninkrijk. Die belangen houden evenmin op bij Venlo. Nederland presteert heel wat op het wereldtoneel. Ons bedrijfsleven exporteert over de gehele wereld en we zijn de toegang tot Europa. Zie het succes van Schiphol en Rotterdam, samen alleen al goed voor honderdduizenden banen en tientallen miljarden euro’s aan toegevoegde waarde voor onze economie.
Wie die kurk van onze vrijheid en welvaart wil behouden, en zelfs wil laten groeien, moet bereid zijn in actie te komen. Voor onze koopvaardij en tegen piraterij bij Somalië, tegen drugshandel aan de grens met Caribisch Nederland, ter bescherming van NAVO-bondgenoten met onze Patriots in Turkije, tegen terreur in Afghanistan, tegen identiteitsfraude en mensensmokkel op Schiphol en ga zo maar door.
Zo wijd de wereld strekt. Zo ver ons Koninkrijk reikt!
Jeanine Hennis-Plasschaert
Minister van Defensie
4 maart 2013
(ministerie van Defensie, 7 maart 2013)
De veelzijdigheid van onze Nederlandse militairen is daarmee een afspiegeling van de veelzijdigheid van het Koninkrijk der Nederlanden.
Want wie staat er dagelijks bij stil dat ons Koninkrijk (Caribisch Nederland) grenst aan Venezuela? Dat onze buitengrenzen feitelijk zijn opgeschoven naar landen als Estland, Letland, Litouwen, Bulgarije maar ook Marokko, Tunesië en Turkije? We gaan allang niet meer bij Venlo de grens over. Dat betekent andersom dat mensensmokkelaars, terroristen en criminelen ook allang niet meer bij Venlo Nederland binnenkomen maar al veel eerder. Langs al deze grenzen moeten en kunnen onze militairen paraat staan.
Het is daarom goed om deze week een bezoek te brengen aan de eenheden van de Krijgsmacht in Caribisch Nederland. Onze militairen vervullen hier een indrukwekkende taak. Zo bracht onze marine met Hr. Ms. Pelikaan 70.000 liter water naar het door watergebrek getroffen Saba. Regelmatig worden grote drugsvangsten gedaan waarmee we de internationale criminaliteit en corruptie de voet dwars zetten. Juist in deze regio blijft een sterke kustwacht noodzakelijk. En met het sociale vormingsprogramma helpen onze militairen lokale jongeren weer op het juiste pad.
Onze militairen bewaken niet alleen de grenzen maar ook de belángen van ons Koninkrijk. Die belangen houden evenmin op bij Venlo. Nederland presteert heel wat op het wereldtoneel. Ons bedrijfsleven exporteert over de gehele wereld en we zijn de toegang tot Europa. Zie het succes van Schiphol en Rotterdam, samen alleen al goed voor honderdduizenden banen en tientallen miljarden euro’s aan toegevoegde waarde voor onze economie.
Wie die kurk van onze vrijheid en welvaart wil behouden, en zelfs wil laten groeien, moet bereid zijn in actie te komen. Voor onze koopvaardij en tegen piraterij bij Somalië, tegen drugshandel aan de grens met Caribisch Nederland, ter bescherming van NAVO-bondgenoten met onze Patriots in Turkije, tegen terreur in Afghanistan, tegen identiteitsfraude en mensensmokkel op Schiphol en ga zo maar door.
Zo wijd de wereld strekt. Zo ver ons Koninkrijk reikt!
Jeanine Hennis-Plasschaert
Minister van Defensie
4 maart 2013
(ministerie van Defensie, 7 maart 2013)
woensdag 9 januari 2013
Samen sterker
Het was niet meer dan een klein nieuwsbericht in de kerstvakantie: de steun bij de Nederlandse bevolking voor de NAVO is afgenomen. Slechts 64% vindt het lidmaatschap van het militaire bondgenootschap van belang voor de Nederlandse veiligheid, tegen 79% vorig jaar. Dat blijkt uit een onderzoek van TNS NIPO in opdracht van de Atlantische Commissie. Zorgelijk.
Zorgelijk… omdat het hier gaat over iets heel fundamenteels. Onze vrijheid. Onze veiligheid. Natuurlijk, er zijn meer manieren om onze vrijheid en veiligheid te bevorderen. Dat hoeft niet altijd exclusief via de NAVO. Zo kent Nederland een intensieve bilaterale samenwerking met diverse landen, wordt er in de Europese Unie steeds vaker nauw samengewerkt en is ook de VN van groot belang in dezen.
Wél stel ik vast dat de NAVO een uniek bondgenootschap is. Een aanval op één is een aanval op allen. De ontstaansgeschiedenis van de NAVO is er één om nooit te vergeten. Zeer terecht is de NAVO tot op de dag van vandaag de hoeksteen van ons veiligheidsbeleid. Ik hecht dan ook groot belang aan het NAVO-bondgenootschap.
Dat betekent uiteraard niet dat we de NAVO altijd maar heilig hoeven te verklaren. Ook binnen de NAVO zijn verbeteringen mogelijk, is het van belang om efficiënter om te gaan met de beschikbare middelen en kunnen we meer samendoen om aan militaire slagkracht te winnen en heel belangrijk: ons handelingsvermogen te vergroten.
We leven in een wereld waarin nieuwe reuzen opstaan. Zowel economisch als militair. Dat is een feit. Internationale militaire samenwerking is voor Handelsland Nederland niet ‘een’ keuze maar eenvoudigweg noodzaak. Sterker nog, het is juist in het belang van ónze vrijheid, ónze veiligheid en ónze welvaart.
Jeanine Hennis-Plasschaert
Minister van Defensie
9 januari 2013
(ministerie van Defensie, 9 januari 2013)
donderdag 8 november 2012
Marineblog: 'Het is van alles, behalve saai' (2)
7 november 2012 - door: Richard (gastblogger)
Mijn naam is Richard en tijdens deze missie ben ik bestuurder van de FRISC, een robuust uitgevoerde Rigid Hull Inflatable Boat die geschikt is om kleine eenheden, beveiligd met hoge snelheid te verplaatsen. Begin september heeft u mijn 1e blog ‘Het is van alles, behalve saai’ kunnen lezen. Dit is deel 2.
1 november 2012
Teken, Oriëntatie, Snorkel wisselen voor automaat, Tijd, Inflator. Oftewel, kort gezegd ’TOSTI’.
Ik kijk m’n buddy aan en we zakken samen af de diepte in door prachtig blauw water met een temperatuur van 25 graden. De computer geeft 20 meter aan en een bodemtijd van ruim 30 minuten. We zien prachtige koralen met veel kleur en verschillend klein onderwaterleven. Octopussen, stingray’s, glas- en anemoonvisjes zwemmen ons voorbij. Heerlijk, even ontspannen en genieten van hetgeen wat er nu om je heen gebeurt. Een kort havenbezoek aan het verrassende Dar es Salaam te Tanzania. We zijn alweer een tijdje van huis. Er is in de tussentijd veel gebeurd.
September 2012
Dat we hier niet voor niets zijn, blijkt uit een kort vuurgevecht tussen onze snelle FRISC’s, en de daad van vermoedelijk een piraat in een dorp ten noorden van Somalië. Op 5 mijl afstand lagen een paar gekaapte schepen. Gelukkig zijn er geen gewonden gevallen en werd dit contact‘incident’ snel afgebroken door het vuur en snelheid van onze FRISC.
Inmiddels zijn we al weer een aardige tijd verder in onze missie Ocean Shield. Het havenbezoek aan de Seychellen hebben we ook al achter de rug. Hier keek ik erg naar uit. Natuurlijk voor het prachtige groene eiland, maar ook omdat dit op de helft van de missie was. En ja, dan is het ook nog lang, maar het blijft altijd een keerpunt voor aftellen (ook voor thuis).
Oktober 2012
Dat er veel belangstelling is vanuit Nederland voor onze missie is een goede zaak. Dat er een Koninklijk werkbezoek met de CDS aan vastzat, was voor ons een leuke verrassing. Het was in elk geval in een bijzondere ontspannen en open sfeer en het levert altijd mooie foto’s op.
Verder hebben we onze inzetten door middel van observatieposten te water uitgebreid. Dit voornamelijk in het noordoostelijk kustgebied van Somalië. Door het afnemen van de moesson en de seastate (hoge golven: red.), zijn eventuele verdachte vaartuigen beter in staat uit te varen. Dit betekent voor ons veel observaties en interviews met lokale vissers en dhow’s. Door de melding van een Spaanse visser die beschoten was, hebben we met De Rotterdam 6 piraten kunnen oppakken. Deze zijn uiteindelijk overgedragen aan een Spaans marineschip.
24 oktober
Naast het varen van de FRISC bemannen we ook de RHIB’s als boordschutter-bestuurder. Deze vaartuigen zijn sneller inzetbaar door middel van de scheepskraan aan boord van De Rotterdam voor het uitvoeren van een Maritime Situational Awareness, MSA (een MSA is het verkrijgen van informatie van de maritieme omgeving: red.). Vandaag hadden we weer zo’n actie. Er was een Iraanse dhow gespot in een baaitje vlak onder de kust. Omdat deze mensen veel op zee zitten en de oversteek maakten naar Somalië, hebben ze vaak wel wat te vertellen. Ook zijn deze vaartuigen interessant voor piraterij-acties.
Bij de nadering werden de vaartuigen onder vuur genomen vanaf de dhow. Er werd goed gereageerd door terug te vuren en het contact af te breken. Er ontstond brand aan boord van de dhow en mensen sprongen overboord. Na een kort overleg keerden de RHIB’s terug naar de dhow om de mensen uit het water te halen. Wederom werd er gevuurd op de RHIB’s, maar nu vanaf de kant. Onder vuursteun vanaf De Rotterdam en eigen vaartuigen hebben we 25 mensen uit het water gehaald. Helaas zijn er 8 mensen gewond geraakt en 1 drenkeling is overleden. Geen gewonden aan onze zijde. Uiteindelijk, bij alles wat er is gebeurd heeft iedereen geluk gehad. En zonder geluk vaart niemand wel.
De dagen erna
Gelukkig zijn we aan boord met veel verschillende mensen met ieder een eigen specialiteit of een extra neventaak. Role 2, is de medische eenheid. Zij hadden binnen een paar dagen het merendeel van de gewonden weer opgelapt. Door deze actie heb ik wat meer besef en respect voor deze eenheid gekregen. Zij zijn onze ‘reisverzekering’ om weer heel thuis te komen.
Respect heb ik ook voor de mensen met de neventaak als CKN‘er, het ‘Collegiaal Korps Netwerk’. Zij zijn er voor om mensen met een traumatische ervaring even te laten ontladen en een luisterend oor te bieden bij dit soort intensieve momenten. Niet alleen voor nu, maar ook in latere stadia. Een goede zaak!
Uiteindelijk zijn we hier niet voor niets.
De afgelopen dagen detainee-wacht gelopen in de ziekenboeg en het tijdelijke cellencomplex aan boord. De verdachte piraten worden natuurlijk 24 uur per dag bewaakt. De verdachte piraten zijn inmiddels voor vervolging overgebracht naar Nederland.
Kortom, het is van alles, behalve saai.
Richard
(Koninklijke Marine, 8 november 2012)
Mijn naam is Richard en tijdens deze missie ben ik bestuurder van de FRISC, een robuust uitgevoerde Rigid Hull Inflatable Boat die geschikt is om kleine eenheden, beveiligd met hoge snelheid te verplaatsen. Begin september heeft u mijn 1e blog ‘Het is van alles, behalve saai’ kunnen lezen. Dit is deel 2.
1 november 2012
Teken, Oriëntatie, Snorkel wisselen voor automaat, Tijd, Inflator. Oftewel, kort gezegd ’TOSTI’.
Ik kijk m’n buddy aan en we zakken samen af de diepte in door prachtig blauw water met een temperatuur van 25 graden. De computer geeft 20 meter aan en een bodemtijd van ruim 30 minuten. We zien prachtige koralen met veel kleur en verschillend klein onderwaterleven. Octopussen, stingray’s, glas- en anemoonvisjes zwemmen ons voorbij. Heerlijk, even ontspannen en genieten van hetgeen wat er nu om je heen gebeurt. Een kort havenbezoek aan het verrassende Dar es Salaam te Tanzania. We zijn alweer een tijdje van huis. Er is in de tussentijd veel gebeurd.
September 2012
Dat we hier niet voor niets zijn, blijkt uit een kort vuurgevecht tussen onze snelle FRISC’s, en de daad van vermoedelijk een piraat in een dorp ten noorden van Somalië. Op 5 mijl afstand lagen een paar gekaapte schepen. Gelukkig zijn er geen gewonden gevallen en werd dit contact‘incident’ snel afgebroken door het vuur en snelheid van onze FRISC.
Inmiddels zijn we al weer een aardige tijd verder in onze missie Ocean Shield. Het havenbezoek aan de Seychellen hebben we ook al achter de rug. Hier keek ik erg naar uit. Natuurlijk voor het prachtige groene eiland, maar ook omdat dit op de helft van de missie was. En ja, dan is het ook nog lang, maar het blijft altijd een keerpunt voor aftellen (ook voor thuis).
Oktober 2012
Dat er veel belangstelling is vanuit Nederland voor onze missie is een goede zaak. Dat er een Koninklijk werkbezoek met de CDS aan vastzat, was voor ons een leuke verrassing. Het was in elk geval in een bijzondere ontspannen en open sfeer en het levert altijd mooie foto’s op.
Verder hebben we onze inzetten door middel van observatieposten te water uitgebreid. Dit voornamelijk in het noordoostelijk kustgebied van Somalië. Door het afnemen van de moesson en de seastate (hoge golven: red.), zijn eventuele verdachte vaartuigen beter in staat uit te varen. Dit betekent voor ons veel observaties en interviews met lokale vissers en dhow’s. Door de melding van een Spaanse visser die beschoten was, hebben we met De Rotterdam 6 piraten kunnen oppakken. Deze zijn uiteindelijk overgedragen aan een Spaans marineschip.
24 oktober
Naast het varen van de FRISC bemannen we ook de RHIB’s als boordschutter-bestuurder. Deze vaartuigen zijn sneller inzetbaar door middel van de scheepskraan aan boord van De Rotterdam voor het uitvoeren van een Maritime Situational Awareness, MSA (een MSA is het verkrijgen van informatie van de maritieme omgeving: red.). Vandaag hadden we weer zo’n actie. Er was een Iraanse dhow gespot in een baaitje vlak onder de kust. Omdat deze mensen veel op zee zitten en de oversteek maakten naar Somalië, hebben ze vaak wel wat te vertellen. Ook zijn deze vaartuigen interessant voor piraterij-acties.
Bij de nadering werden de vaartuigen onder vuur genomen vanaf de dhow. Er werd goed gereageerd door terug te vuren en het contact af te breken. Er ontstond brand aan boord van de dhow en mensen sprongen overboord. Na een kort overleg keerden de RHIB’s terug naar de dhow om de mensen uit het water te halen. Wederom werd er gevuurd op de RHIB’s, maar nu vanaf de kant. Onder vuursteun vanaf De Rotterdam en eigen vaartuigen hebben we 25 mensen uit het water gehaald. Helaas zijn er 8 mensen gewond geraakt en 1 drenkeling is overleden. Geen gewonden aan onze zijde. Uiteindelijk, bij alles wat er is gebeurd heeft iedereen geluk gehad. En zonder geluk vaart niemand wel.
De dagen erna
Gelukkig zijn we aan boord met veel verschillende mensen met ieder een eigen specialiteit of een extra neventaak. Role 2, is de medische eenheid. Zij hadden binnen een paar dagen het merendeel van de gewonden weer opgelapt. Door deze actie heb ik wat meer besef en respect voor deze eenheid gekregen. Zij zijn onze ‘reisverzekering’ om weer heel thuis te komen.
Respect heb ik ook voor de mensen met de neventaak als CKN‘er, het ‘Collegiaal Korps Netwerk’. Zij zijn er voor om mensen met een traumatische ervaring even te laten ontladen en een luisterend oor te bieden bij dit soort intensieve momenten. Niet alleen voor nu, maar ook in latere stadia. Een goede zaak!
Uiteindelijk zijn we hier niet voor niets.
De afgelopen dagen detainee-wacht gelopen in de ziekenboeg en het tijdelijke cellencomplex aan boord. De verdachte piraten worden natuurlijk 24 uur per dag bewaakt. De verdachte piraten zijn inmiddels voor vervolging overgebracht naar Nederland.
Kortom, het is van alles, behalve saai.
Richard
(Koninklijke Marine, 8 november 2012)
zondag 30 september 2012
De Rotterdam op piratenjacht - deel 5: Medische zorg op zee (blog)
Wij stellen ons eerst even voor:
Sergeant der 1e klasse Deborah van Rossum, werkzaam bij de Koninklijke Landmacht als Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV) in Ermelo. Tijdens deze missie ben ik werkzaam op de traumaopvang van Role 2-ziekenhuis aan boord van Hr. Ms. Rotterdam.
Sergeant der 1e klasse Sanne Klootwijk, werkzaam bij de Koninklijke Luchtmacht als AMV en flightnurse op het Defensie Helikopter Commando (DHC) in Gilze Rijen. Tijdens de missie vervul ik 3 taken: AMV op de ziekenzaal in Role 2, medewerker perifere bloedbank en flightnurse voor het gewondenluchttransport.
Dit is de eerste keer dat wij deelnemen aan een marinemissie en dus ook de eerste kennismaking met Hr. Ms. Rotterdam. Voor ons was het behoorlijk wennen. Werken op een schip is anders dan werken op het land en/of in de lucht. Het zeevast zetten van materiaal en het werken tijdens een hoge sea state (hoge golven en deining) is dan ook een uitdaging. Niet iedereen heeft zeebenen. We hebben uitgebreid kennis gemaakt met de verschillende dienstvakken en veel vragen gesteld. Nu zijn wij beter op de hoogte van het reilen en zeilen op het schip.
Forward Operating Base
Veel bemanningsleden hebben meerdere taken. Zo ook de verpleegkundigen in Role 2: naast onze taken aan boord ondersteunen wij de Forward Operating Base van de bootcompagnie van het Korps Mariniers. Deze taak hebben wij er onverwachts bij gekregen. Gelukkig hebben we er het beste van kunnen maken. Een FOB wordt gevormd door een landingsvaartuig (LCU) van de mariniers. Vanaf de FOB worden er met kleinere vaartuigen patrouilles gevaren langs de kust van Somalië om informatie te verzamelen. Je bent ongeveer 3 dagen weg van de Rotterdam en je gaat mee op patrouille. Het is een welkome afwisseling in de normale gang van zaken aan boord. Wel is het flink wennen aan de temperaturen, slapen met 38 graden is toch echt anders dan thuis! Ook is ons marinejargon bijgespijkerd tijdens deze dagen.
Spreekuur op zee
Sinds kort worden er vanaf het schip ook medical clinics voor de bewoners van Somalische kustdorpen georganiseerd. Dat gebeurt vanaf een geïmproviseerde hulppost op een LCU met ondersteuning van de mariniers. Met artsen en AMV-ers draaien wij spreekuur voor de lokale bevolking, die met bootjes vanaf de kust naar ons toekomen.
Voor veel mensen is medische zorg een absolute luxe en dus worden onze spreekuren druk bezocht. Helaas was dit niet in onze voorbereiding meegenomen, maar we hebben met de middelen die beschikbaar waren een groot aantal mensen met hun klachten kunnen helpen. Tekenend is een man die 400 meter naar ons toe zwom om een prothese voor z’n been te vragen! We hebben veel bedankjes ontvangen en veel blije gezichten zien vertrekken.
Het werken op een schip is veelzijdig. Het is leuk om mee te draaien met de verschillende dienstvakken. Zo hielpen we een ochtend mee in de kombuis en ook de bakker en de wasserij weten we te vinden. Het is een hele klus om dag in dag uit voor 350 man te koken.
Post van thuis
Na 4 weken op zee zijn we er echt aan toe om de benen te strekken. Gelukkig kan dat ook tijdens havenbezoeken. En tijdens die havenbezoeken ontvangen we post van het thuisfront, dat is het leukste van alles!! Onze laatste haven was Salalah in het zuiden van Oman en daarna gaan we op weg naar de volgende bestemming. Anne Susan vertelt daar volgende keer meer over!
(Koninklijke Marine, 25 september 2012)
Sergeant der 1e klasse Deborah van Rossum, werkzaam bij de Koninklijke Landmacht als Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV) in Ermelo. Tijdens deze missie ben ik werkzaam op de traumaopvang van Role 2-ziekenhuis aan boord van Hr. Ms. Rotterdam.
Sergeant der 1e klasse Sanne Klootwijk, werkzaam bij de Koninklijke Luchtmacht als AMV en flightnurse op het Defensie Helikopter Commando (DHC) in Gilze Rijen. Tijdens de missie vervul ik 3 taken: AMV op de ziekenzaal in Role 2, medewerker perifere bloedbank en flightnurse voor het gewondenluchttransport.
![]() |
| Hr. Ms. Rotterdam |
Forward Operating Base
Veel bemanningsleden hebben meerdere taken. Zo ook de verpleegkundigen in Role 2: naast onze taken aan boord ondersteunen wij de Forward Operating Base van de bootcompagnie van het Korps Mariniers. Deze taak hebben wij er onverwachts bij gekregen. Gelukkig hebben we er het beste van kunnen maken. Een FOB wordt gevormd door een landingsvaartuig (LCU) van de mariniers. Vanaf de FOB worden er met kleinere vaartuigen patrouilles gevaren langs de kust van Somalië om informatie te verzamelen. Je bent ongeveer 3 dagen weg van de Rotterdam en je gaat mee op patrouille. Het is een welkome afwisseling in de normale gang van zaken aan boord. Wel is het flink wennen aan de temperaturen, slapen met 38 graden is toch echt anders dan thuis! Ook is ons marinejargon bijgespijkerd tijdens deze dagen.
Spreekuur op zee
![]() |
| De bloggers tijdens het spreekuur in een LCU |
Voor veel mensen is medische zorg een absolute luxe en dus worden onze spreekuren druk bezocht. Helaas was dit niet in onze voorbereiding meegenomen, maar we hebben met de middelen die beschikbaar waren een groot aantal mensen met hun klachten kunnen helpen. Tekenend is een man die 400 meter naar ons toe zwom om een prothese voor z’n been te vragen! We hebben veel bedankjes ontvangen en veel blije gezichten zien vertrekken.
Het werken op een schip is veelzijdig. Het is leuk om mee te draaien met de verschillende dienstvakken. Zo hielpen we een ochtend mee in de kombuis en ook de bakker en de wasserij weten we te vinden. Het is een hele klus om dag in dag uit voor 350 man te koken.
Post van thuis
Na 4 weken op zee zijn we er echt aan toe om de benen te strekken. Gelukkig kan dat ook tijdens havenbezoeken. En tijdens die havenbezoeken ontvangen we post van het thuisfront, dat is het leukste van alles!! Onze laatste haven was Salalah in het zuiden van Oman en daarna gaan we op weg naar de volgende bestemming. Anne Susan vertelt daar volgende keer meer over!
(Koninklijke Marine, 25 september 2012)
vrijdag 31 augustus 2012
Marine blog: De Rotterdam op piratenjacht
Vertrek
27 augustus 2012 - door: Anne-Susan
Nadat alle afscheidstranen waren gedroogd kon ik op 11 juli met een gerust hart aan boord van Hr. Ms. Rotterdam stappen om mee te gaan op dit 5,5 maanden durende avontuur samen met 350 collega’s. Bijna alle krijgsmachtdelen zijn vertegenwoordigd en de Rotterdam is wat ze noemen een paars schip geworden. Dat wil zeggen dat de landmacht, luchtmacht en marine op 1 plaats samenwerken. Heel veel nieuwe gezichten dus. Maar zoals het spreekwoord zegt: hoe meer zielen hoe meer vreugd ;-)
Oefenen
Nadat iedereen aan boord was en het gelukkig nog prachtig weer werd, was het zover: we vertrokken. De hele kade stond vol met mensen die ons uitzwaaiden. Vanaf het moment dat we de verkenner (laatste boei van de vaargeul naar en van Den Helder) passeerden volgden 2 weken van brandoefening na brandoefening, weinig slaap, veel schieten en nog tal van andere oefeningen. Daarna zijn we door het Suez-kanaal gevaren en kwam Somalië in zicht.
Hitte
Wat het grootste omslagpunt voor ons allemaal was, was de hitte. 45 graden met bijna 100% luchtvochtigheid is niet niks. Maar het went gelukkig. Nadat we nog geen 2 weken in het gebied rondvoeren kwam de melding dat er een gekaapt schip bij ons in de buurt was. Wij zijn er op af gegaan en iedereen moest op z’n post. Ik vond het allemaal best spannend eigenlijk. Dit is niet iets wat je dagelijks meemaakt. Gelukkig is iedereen en alles er zonder kleerscheuren van afgekomen en kon de bemanning van het gekaapte schip weer veilig doorvaren. Ik kon mijn bezwete lichaam (want geloof me, met 45 graden buiten staan compleet gekleed in helm, lange mouwen, handschoenen en scherfwerend vest gaat je niet in de koude kleren zitten) een lekkere douche geven.
Koud was het helaas niet echt, want met bijna 35 graden zeewatertemperatuur is koud water alleen maar in de koelkasten te vinden. Het is wel heerlijk om in te zwemmen. We kregen van onze commandant allemaal een 2 uur durende water- en zwempretsessie in het dok.
Het gebied waar wij liggen staat erom bekend dat er regelmatig haaien en andere grote zeedieren aanwezig zijn, maar gelukkig was de dok deur gesloten dus hoefden we ons daar geen zorgen over te maken. Alleen collega’s die elkaar bij de enkels grepen zorgden nog wel eens voor hartverzakkingen en slokken zeewater in neus en mond.
Sea-life
Iets wat ook altijd terugkeert is het sea-life dat er te zien is. Volwassenen die als kleine kinderen staan te glunderen als er een groep dolfijnen voor het schip uitspringt en zwemt. Ik heb nooit zoveel geluk, dolfijnen spotten lukt meestal nog wel, maar bij walvissen gaat het meestal zo van: “Kijk een walvis!!!!” Ik:”Waar??”’ ”Kijk daaaaar!!!! Oh nu is hij er niet meer.” Hè, verdorie weer gemist…voor de 3e keer. Maar goed, we hebben nog 4 maanden te gaan...
(Koninklijke Marine, 27 augustus 2012)
27 augustus 2012 - door: Anne-Susan
Nadat alle afscheidstranen waren gedroogd kon ik op 11 juli met een gerust hart aan boord van Hr. Ms. Rotterdam stappen om mee te gaan op dit 5,5 maanden durende avontuur samen met 350 collega’s. Bijna alle krijgsmachtdelen zijn vertegenwoordigd en de Rotterdam is wat ze noemen een paars schip geworden. Dat wil zeggen dat de landmacht, luchtmacht en marine op 1 plaats samenwerken. Heel veel nieuwe gezichten dus. Maar zoals het spreekwoord zegt: hoe meer zielen hoe meer vreugd ;-)
Oefenen
Nadat iedereen aan boord was en het gelukkig nog prachtig weer werd, was het zover: we vertrokken. De hele kade stond vol met mensen die ons uitzwaaiden. Vanaf het moment dat we de verkenner (laatste boei van de vaargeul naar en van Den Helder) passeerden volgden 2 weken van brandoefening na brandoefening, weinig slaap, veel schieten en nog tal van andere oefeningen. Daarna zijn we door het Suez-kanaal gevaren en kwam Somalië in zicht.
![]() |
| Hr.Ms. Rotterdam, FRISC, Cougar-helikopter |
Hitte
Wat het grootste omslagpunt voor ons allemaal was, was de hitte. 45 graden met bijna 100% luchtvochtigheid is niet niks. Maar het went gelukkig. Nadat we nog geen 2 weken in het gebied rondvoeren kwam de melding dat er een gekaapt schip bij ons in de buurt was. Wij zijn er op af gegaan en iedereen moest op z’n post. Ik vond het allemaal best spannend eigenlijk. Dit is niet iets wat je dagelijks meemaakt. Gelukkig is iedereen en alles er zonder kleerscheuren van afgekomen en kon de bemanning van het gekaapte schip weer veilig doorvaren. Ik kon mijn bezwete lichaam (want geloof me, met 45 graden buiten staan compleet gekleed in helm, lange mouwen, handschoenen en scherfwerend vest gaat je niet in de koude kleren zitten) een lekkere douche geven.
Koud was het helaas niet echt, want met bijna 35 graden zeewatertemperatuur is koud water alleen maar in de koelkasten te vinden. Het is wel heerlijk om in te zwemmen. We kregen van onze commandant allemaal een 2 uur durende water- en zwempretsessie in het dok.
Het gebied waar wij liggen staat erom bekend dat er regelmatig haaien en andere grote zeedieren aanwezig zijn, maar gelukkig was de dok deur gesloten dus hoefden we ons daar geen zorgen over te maken. Alleen collega’s die elkaar bij de enkels grepen zorgden nog wel eens voor hartverzakkingen en slokken zeewater in neus en mond.
Sea-life
Iets wat ook altijd terugkeert is het sea-life dat er te zien is. Volwassenen die als kleine kinderen staan te glunderen als er een groep dolfijnen voor het schip uitspringt en zwemt. Ik heb nooit zoveel geluk, dolfijnen spotten lukt meestal nog wel, maar bij walvissen gaat het meestal zo van: “Kijk een walvis!!!!” Ik:”Waar??”’ ”Kijk daaaaar!!!! Oh nu is hij er niet meer.” Hè, verdorie weer gemist…voor de 3e keer. Maar goed, we hebben nog 4 maanden te gaan...
(Koninklijke Marine, 27 augustus 2012)
zaterdag 9 juni 2012
NATO Task Force 508
(weblog commandeur Ben Bekkering vanaf Hr. Ms. Evertsen)
Gisteren heb ik het commando over Task Force 508 opgenomen. Deze NAVO-taakgroep wordt ingezet voor antipiraterij-operaties in de wateren rondom Somalië. Deze dag werd voorafgegaan door een gedegen voorbereiding en uiteindelijk een dag vol relevante briefings in de haven van Jeddah. Mijn voorganger, commandeur Tosun, heeft een sterk voorbeeld neergezet. Een uitdaging voor ons om dat te evenaren.
Commando op zee
Een commando op zee is niet nieuw voor me. Eerder mocht ik al het commando voeren over 2 schepen. Geen enkel commando is echter hetzelfde. En geen enkel commando gaat over de commandant. Het gaat over de mensen in het commando. Zij zijn het die de taken uitvoeren. Ondanks mijn ervaring is er geen ruimte voor zelfgenoegzaamheid. Zeker nu niet. Piraten mogen dan in kleine groepjes werken en beschikken niet over prachtige schepen, zoals mijn huidige vlaggenschip Hr. Ms. Evertsen, ze schuwen fors geweld niet. Zij kapen om grote sommen losgeld te eisen en houden hun gijzelaars vaak onder erbarmelijke omstandigheden vast. Niet alleen vormen zij zo een kwelling voor de internationale scheepvaart. Alleen al de dreiging van piraterij houdt de ontwikkeling van een hele regio in de houdgreep. En de losgelden die Somalië in vloeien ontwrichten hele lokale gemeenschappen en belemmeren ontwikkelingen daar.
Uitdagingen
Ik ben me goed bewust van de taken die voor ons liggen. Er zullen zeker uitdagingen komen. Je wilt de piraten verslaan, maar tegelijkertijd zorgen dat jouw mensen veilig terugkeren. Je kent de capaciteiten van het team, maar weet ook dat de omstandigheden waaronder ze moeten gaan opereren niet altijd kraakhelder zijn. En dan zijn er de noodzakelijke politieke en juridische richtlijnen. En de nationale beperkingen waarvan ik me als internationale commandant bewust moet zijn. Ook zal de invloed van de media een rol spelen. Er bestaan dan geen standaard situaties. Elke situatie vraagt om een specifieke aanpak, een oplossing op maat.
Professionals
Toch ben ik niet iemand die vindt dat het commando op zee een eenzame taak is. Ik ben omringd door een staf van 25 capabele, professionals uit 8 verschillende NAVO-landen. Ieder van hen heeft specifieke kennis en ervaring, ieder heeft zo zijn eigen achtergrond. Die mix is van grote waarde. Ook de schepen om me heen verstaan hun vak. Ik weet dat ik altijd op ze kan terugvallen. Ik weet ook dat zij niet zullen terugdeinzen voor kritische feedback, naar elkaar en naar mij, als en wanneer de situatie erom vraagt. Dat maakt een commando op zee zo mooi. Met alle scheepsmaten in een stalen romp en aan mij de taak om de stip op de horizon te zetten.
Band
Dat maakt het leven op zee ook een beetje verslavend. Dat is ook waarom zeevarenden over de hele wereld, marine, koopvaardij, visserij en nog veel meer, elkaar makkelijk weten te vinden. De zee schept een band. Dat is ook waarom zeevarenden zo de pest hebben aan piraterij. De wereldwijde afhankelijkheid van de economie van de scheepvaart heeft weliswaar geleid tot het internationale karakter van de antipiraterij-inspanningen. Maar het is het wederzijds begrip tussen zeevarenden, van de NAVO, de EU, van niet-gebonden landen als Rusland, India en China, en de internationale scheepvaartgemeenschap, die de internationale inspanning tot een succes maakt. Met een merkbaar effect op de piraten.
Admiraal Tosun en zijn team hebben het fantastisch gedaan. Het is nu aan mij en mijn team. We zijn kien om te beginnen, klaar om de uitdaging op te pakken.
(Koninklijke Marine, 8 juni 2012)
Gisteren heb ik het commando over Task Force 508 opgenomen. Deze NAVO-taakgroep wordt ingezet voor antipiraterij-operaties in de wateren rondom Somalië. Deze dag werd voorafgegaan door een gedegen voorbereiding en uiteindelijk een dag vol relevante briefings in de haven van Jeddah. Mijn voorganger, commandeur Tosun, heeft een sterk voorbeeld neergezet. Een uitdaging voor ons om dat te evenaren.
Commando op zee
Een commando op zee is niet nieuw voor me. Eerder mocht ik al het commando voeren over 2 schepen. Geen enkel commando is echter hetzelfde. En geen enkel commando gaat over de commandant. Het gaat over de mensen in het commando. Zij zijn het die de taken uitvoeren. Ondanks mijn ervaring is er geen ruimte voor zelfgenoegzaamheid. Zeker nu niet. Piraten mogen dan in kleine groepjes werken en beschikken niet over prachtige schepen, zoals mijn huidige vlaggenschip Hr. Ms. Evertsen, ze schuwen fors geweld niet. Zij kapen om grote sommen losgeld te eisen en houden hun gijzelaars vaak onder erbarmelijke omstandigheden vast. Niet alleen vormen zij zo een kwelling voor de internationale scheepvaart. Alleen al de dreiging van piraterij houdt de ontwikkeling van een hele regio in de houdgreep. En de losgelden die Somalië in vloeien ontwrichten hele lokale gemeenschappen en belemmeren ontwikkelingen daar.
Uitdagingen
Ik ben me goed bewust van de taken die voor ons liggen. Er zullen zeker uitdagingen komen. Je wilt de piraten verslaan, maar tegelijkertijd zorgen dat jouw mensen veilig terugkeren. Je kent de capaciteiten van het team, maar weet ook dat de omstandigheden waaronder ze moeten gaan opereren niet altijd kraakhelder zijn. En dan zijn er de noodzakelijke politieke en juridische richtlijnen. En de nationale beperkingen waarvan ik me als internationale commandant bewust moet zijn. Ook zal de invloed van de media een rol spelen. Er bestaan dan geen standaard situaties. Elke situatie vraagt om een specifieke aanpak, een oplossing op maat.
Professionals
Toch ben ik niet iemand die vindt dat het commando op zee een eenzame taak is. Ik ben omringd door een staf van 25 capabele, professionals uit 8 verschillende NAVO-landen. Ieder van hen heeft specifieke kennis en ervaring, ieder heeft zo zijn eigen achtergrond. Die mix is van grote waarde. Ook de schepen om me heen verstaan hun vak. Ik weet dat ik altijd op ze kan terugvallen. Ik weet ook dat zij niet zullen terugdeinzen voor kritische feedback, naar elkaar en naar mij, als en wanneer de situatie erom vraagt. Dat maakt een commando op zee zo mooi. Met alle scheepsmaten in een stalen romp en aan mij de taak om de stip op de horizon te zetten.
Band
Dat maakt het leven op zee ook een beetje verslavend. Dat is ook waarom zeevarenden over de hele wereld, marine, koopvaardij, visserij en nog veel meer, elkaar makkelijk weten te vinden. De zee schept een band. Dat is ook waarom zeevarenden zo de pest hebben aan piraterij. De wereldwijde afhankelijkheid van de economie van de scheepvaart heeft weliswaar geleid tot het internationale karakter van de antipiraterij-inspanningen. Maar het is het wederzijds begrip tussen zeevarenden, van de NAVO, de EU, van niet-gebonden landen als Rusland, India en China, en de internationale scheepvaartgemeenschap, die de internationale inspanning tot een succes maakt. Met een merkbaar effect op de piraten.
Admiraal Tosun en zijn team hebben het fantastisch gedaan. Het is nu aan mij en mijn team. We zijn kien om te beginnen, klaar om de uitdaging op te pakken.
(Koninklijke Marine, 8 juni 2012)
Abonneren op:
Posts (Atom)






.jpg)
