zaterdag 14 juli 2012

Peter van Uhm: nu tijd voor de verwerking

Nijmegenaar Peter van Uhm (57) nam afscheid als commandant der strijd­krachten. Nu is het tijd aan om het verlies van zijn zoon Dennis te verwerken.

door Maaike Boersma

Hij staat er al vijf minu­ten zwijgend naar te kij­ken. Naar die ene foto aan de muur in zijn woonkamer. De foto van Dennis, zijn Dennis. Op zijn werkkamer op het ministerie had hij de afgelo­pen drie jaar heel bewust géén fo­to staan „Nee, dat trek ik niet, dan ga ik stuk”, zei hij onlangs nog in een interview. Maar hier in huis in Grave kan hij er niet omheen. Hier kijkt Dennis hem telkens aan vanaf de muur.

Foto: Sjoerd Hilckmann, AVDD
Het huis, waar hij de afgelopen ja­ren eigenlijk alleen in het week­end was en zelfs dan opgeslokt werd door werkzaamheden voor de volgende werkweek. De laatste jaren werd hij geleefd, vierentwin­tig uur per dag, zeven dagen per week. Omdat hij, Peter van Uhm, de afgelopen drie jaar comman­dant der strijdkrachten was, de hoogste militaire man van het land. Maar dat verandert, nu hij zijn functie heeft overgedragen aan zijn opvolger Tom Midden­dorp. De komende tijd zal hij niet werken, maar verwerken. Drie let­ters meer, maar een wereld van verschil.

Het is de reden dat heel Nederland hem kent, omdat hij, op zijn aller­eerste werkdag als commandant der strijdkrachten op 18 april 2008, het nieuws te horen kreeg dat zijn eigen zoon was omgekomen door een bermbom in Afghanistan. Het maakte hem van hoogste militair ineens ook vader. "Mijn zoon zou niet willen dat ik bij de pakken neer ging zitten", sprak hij een week later. En hij ging aan het werk. Omdat zijn zoon het zou willen, omdat hij het zelf wilde.

Hij bouwde voor de zekerheid extra tegenspraak in om te voorko­men dat zijn verlies gevolgen zou hebben voor zijn werk. Professio­neel, dat is wat collega’s van hem zeggen. "Een hele gedreven man, een mensenmens", zo omschrijft zijn woordvoerder hem, die de af­gelopen anderhalf jaar bijna elke dag bij hem was. "Hij had altijd een luisterend oor voor iedereen."

Het zijn die sociale kwaliteiten die hem zo ver brachten binnen De­fensie. Nadat hij zich als bakkers­zoon uit Nijmegen op zijn zeven­tiende ingeschreef bij de militaire academie in Breda, werd hij op zijn 26ste compagniescomman­dant in Libanon en later werd hij als brigadegeneraal uitgezonden naar Sarajevo. Uit zijn tijd in Liba­non stamt het verfomfaaide oude stukje papier dat hij altijd in zijn bureaula heeft liggen en waar zijn drie gouden regels op staan: 'Ik ben altijd duidelijk, mijn deur staat altijd open, en ik ben altijd aanspreekbaar'. Richtlijnen die hij tot het laatste gebruikte, zegt zijn woordvoerder. Het verhaal gaat dat Van Uhm van zijn eigen geld een partij bergschoenen kocht toen soldaten klaagden over de slechte gevechtslaarzen waarmee ze naar Uruzgan moesten.

Voor hij commandant der strijd­krachten werd stond hij aan het hoofd van de landmacht. Zijn fasci­natie voor het leger werd gewekt door verhalen van zijn vader, die na het harde werk in de bakkerij vaak vertelde over de oorlog. Hoe het hem als beste schutter niet luk­te de Duitsers aan de overkant van deWaal te raken omdat zijn wa­pen te oud was. En hoe hij dus niet kon voorkomen dat de Duit­sers zijn stad in namen.

"Dat ver­haal bleef me bij", zei Van Uhm vorig jaar op een bijeenkomst waar hij met een mitrailleur in zijn hand vertelde waarom hij voor een wapen koos als werktuig, en niet voor een pen of penseel. "Uit respect en dankbaarheid voor de geallieerden koos ik voor het ge­weer. Niet om te doden of te schie­ten. Maar om het kwaad een halt toe te roepen. Het geweer is een in­strument van vrede en stabiliteit." 

Het was geen kogel maar een bermbom die zijn zoon het leven kostte. Van Uhm heeft thuis een kist met duizenden kaarten en brieven van medeleven. Die kon hij niet lezen toen hij nog werkte, zegt hij in een interview. Daar is nu tijd voor. Hij wil weer balans in zijn leven, meer tijd voor zijn gezin, ’zijn kop leegmaken’. Onder­wijl kijkt hij ook uit naar een ver­huizing, van Grave, terug naar de roots in Nijmegen- Oost.

(De Gelderlander, 7 juli 2012)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen