Op 4 mei 2013 hield generaal b.d. Peter van Uhm een toespraak tijdens de herdenkingsplechtigheid bij het Nationaal Monument op de Dam.
Saamhorigheid
In de Tweede Wereldoorlog vocht mijn vader aan de oevers van de Waal.
In die oorlog, waar mensen mensen doodden, zag mijn vader het duister.
Mensen werden opgepakt. Vervolgd. Omdat ze geen ‘wij’ waren, maar ‘zij’.
Mensen werden vermoord. Uitgeroeid. Louter om wie ze waren.
Mensen kwamen in verzet, bestreden de onmenselijkheid.
Zij moesten hun moed met de dood bekopen.
Wij gedenken hen allen met het diepste respect.
Al jong kende ik hun geschiedenis.
Door de verhalen van mijn vader.
Door de verhalen van de geallieerden die vochten voor ons, een ander volk, in een ander land.
Het maakte diepe indruk.
Op 16-jarige leeftijd keek ik om mij heen.
De Tweede Wereldoorlog was over.
Maar voor veel overlevenden ging de oorlog door.
Velen voelen nog iedere dag het duister.
Ik besefte: de strijd voor rechtvaardigheid is nooit over.
De strijd voor vrijheid begint elke dag opnieuw.
In jezelf.
En in de samenleving.
Ik vroeg mijzelf: ‘‘Peter, miljoenen mensen is ’n keuze ontnomen.
Jij hebt wel een keuze.
Wat ga jij doen met je leven?
Wat ga jij doen om de wereld beter te maken?’’
Ik besloot te dienen.
Omdat ik geloof dat in dienen de sleutel ligt.
Wie dient, denkt niet alleen in ‘ik’.
Wie dient, denkt niet alleen in ‘zij’. Wie dient, denkt ook in ‘wij’.
Daar begint de overwinning op het onrecht. Want vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid, een betere wereld, die maak je samen.
Ook mijn zoon besloot te dienen.
Wat was ik trots.
Hij sneuvelde.
Voor een ander volk.
In een ander land.
Vijf jaar en zestien dagen geleden.
Het waren duistere dagen.
Wat heb je aan idealen, wat heb je aan die betere wereld morgen, als je er vandaag je zoon aan verliest?
Dat zijn de vragen die ook ik mijzelf stelde.
Twee weken na zijn dood stond ik hier op De Dam. Het was 4 mei 2008. Een moeilijk, confronterend moment.
Maar ook een bewuste keuze.
Dit monument, gewijd aan de nagedachtenis van alle Nederlandse oorlogsslachtoffers, maar ook de saamhorigheid hier op De Dam en in het land, het hielp mij.
4 Mei hielp mij koers te houden in die duistere dagen waarin dienen zo’n pijn deed.
Ik hoop dat 4 mei ons allen helpt koers te houden. Niet alleen vandaag. Maar ook de driehonderd-vier-en-zestig dagen erna.
Ik hoop dat de nagedachtenis en saamhorigheid van 4 mei ons helpt om in tijden van ‘ik’, het ‘wij’ terug te vinden. Want niet vanuit het ‘ik’ en het ‘zij’, maar vanuit het ‘wij’, ontstaan de goede dingen.
Dat heeft de geschiedenis ons geleerd.
Dat moeten wij blijven herdenken.
Dat moeten wij blijven afspreken.
Met onszelf. En met elkaar.
(toespraak Peter van Uhm, NOS)
Posts tonen met het label Peter van Uhm. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Peter van Uhm. Alle posts tonen
zaterdag 4 mei 2013
maandag 1 april 2013
Van Uhm gaat memoires schrijven
Generaal buiten dienst Peter van Uhm uit Nijmegen gaat zijn memoires schrijven. Dat zei hij zondagochtend in een speciale uitzending van het TV Gelderland programma In Gelderland Live.Van Uhm gaf vier jaar leiding aan de Nederlandse strijdkrachten. De dag nadat hij in 2008 het commando overnam, sneuvelde zijn 23-jarige zoon in Uruzgan bij een aanslag met een bermbom. Van Uhm besloot aan te blijven als commandant en ging vorig jaar met pensioen.
De Nijmegenaar is na zijn pensioen toegetreden tot de Raad van Toezicht van park De Hoge Veluwe. Ook adviseert hij de NAVO in een bezuinigingsronde in Brussel. Op 4 mei houdt de oud-commandant een toespraak tijdens de Nationale Dodenherdenking.
(Omroep Gelderland, 31 maart 2013)
Hij baarde wereldwijd opzien door met een wapen in zijn handen een toespraak te houden op TEDx Amsterdam. Zijn boodschap was niet mis te verstaan: Peter van Uhm, toen nog Commandant der Strijdkrachten, kiest voor het wapen als gereedschap om de wereld beter en veiliger te maken. Een keuze die vandaag de dag nog steeds staat, ook al is hij inmiddels met pensioen.
De Nijmegenaar is na zijn pensioen toegetreden tot de Raad van Toezicht van park De Hoge Veluwe. Ook adviseert hij de NAVO in een bezuinigingsronde in Brussel. Op 4 mei houdt de oud-commandant een toespraak tijdens de Nationale Dodenherdenking.
(Omroep Gelderland, 31 maart 2013)
Hij baarde wereldwijd opzien door met een wapen in zijn handen een toespraak te houden op TEDx Amsterdam. Zijn boodschap was niet mis te verstaan: Peter van Uhm, toen nog Commandant der Strijdkrachten, kiest voor het wapen als gereedschap om de wereld beter en veiliger te maken. Een keuze die vandaag de dag nog steeds staat, ook al is hij inmiddels met pensioen.
Presentator Annemieke Schakelaar spreekt met Van Uhm over het leven na het uniform. Over de vraag waarom een jongen uit het vrijgevochten Nijmegen van de jaren zeventig voor het leger kiest en over het grote drama in zijn leven: het sneuvelen van zijn zoon Dennis in Afghanistan, de dag na zijn installatie als Commandant der Strijdkrachten.
[de link naar het gesprek met Peter van Uhm is te vinden op deze pagina van Omroep Gelderland]
donderdag 24 januari 2013
Ex-CDS spreekt bij Dodenherdenking op de Dam
Schrijfster en journalist Pauline Broekema en generaal b.d. Peter van Uhm spreken dit jaar tijdens de Nationale Dodenherdenking op 4 mei.
(...)
Na de herdenkingsbijeenkomst in De Nieuwe Kerk spreekt generaal b.d. Peter van Uhm bij het Nationaal Monument op de Dam. Van Uhm was als hoogste militair verantwoordelijk voor de inzet van Nederlandse militairen bij vredesoperaties over de hele wereld en verloor daarbij zijn eigen zoon. “Ik vind het bijzonder dat ik op 4 mei op de Dam mag spreken. Vanwege mijn zoon Dennis, maar ook vanwege mijn vader die tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht bij de slag om Nijmegen en daarbij kameraden verloor,” aldus Van Uhm. Hij benadrukt de speciale relatie tussen 4 mei en 5 mei: “Vieren is een deel van het geheel. Daaraan voorafgaand herdenken is noodzakelijk, het geeft ons tijd om na te denken.”
(...)
(Nationaal Comité 4 en 5 mei, 24 januari 2013)
Oud-generaal Van Uhm spreekt op 4 mei op de Dam
De vroegere commandant der strijdkrachten Peter van Uhm houdt op 4 mei een toespraak tijdens de nationale dodenherdenking op de Dam in Amsterdam. Dat heeft het Nationaal Comité 4 en 5 mei donderdag aangekondigd.
Van Uhm was als hoogste militair verantwoordelijk voor de inzet van Nederlandse militairen bij vredesoperaties. Een dag nadat hij in april 2008 het bevel over de strijdkrachten had overgenomen, sneuvelde zijn zoon Dennis in Afghanistan.
''Ik vind het bijzonder dat ik op 4 mei op de Dam mag spreken. Vanwege mijn zoon Dennis, maar ook vanwege mijn vader die tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht bij de slag om Nijmegen en daarbij kameraden verloor'', reageerde de generaal buiten dienst.
(...)
(ANP/Nu.nl, 24 januari 2013)
(...)
Na de herdenkingsbijeenkomst in De Nieuwe Kerk spreekt generaal b.d. Peter van Uhm bij het Nationaal Monument op de Dam. Van Uhm was als hoogste militair verantwoordelijk voor de inzet van Nederlandse militairen bij vredesoperaties over de hele wereld en verloor daarbij zijn eigen zoon. “Ik vind het bijzonder dat ik op 4 mei op de Dam mag spreken. Vanwege mijn zoon Dennis, maar ook vanwege mijn vader die tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht bij de slag om Nijmegen en daarbij kameraden verloor,” aldus Van Uhm. Hij benadrukt de speciale relatie tussen 4 mei en 5 mei: “Vieren is een deel van het geheel. Daaraan voorafgaand herdenken is noodzakelijk, het geeft ons tijd om na te denken.”
(...)
(Nationaal Comité 4 en 5 mei, 24 januari 2013)
Oud-generaal Van Uhm spreekt op 4 mei op de Dam
De vroegere commandant der strijdkrachten Peter van Uhm houdt op 4 mei een toespraak tijdens de nationale dodenherdenking op de Dam in Amsterdam. Dat heeft het Nationaal Comité 4 en 5 mei donderdag aangekondigd.
Van Uhm was als hoogste militair verantwoordelijk voor de inzet van Nederlandse militairen bij vredesoperaties. Een dag nadat hij in april 2008 het bevel over de strijdkrachten had overgenomen, sneuvelde zijn zoon Dennis in Afghanistan.
''Ik vind het bijzonder dat ik op 4 mei op de Dam mag spreken. Vanwege mijn zoon Dennis, maar ook vanwege mijn vader die tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht bij de slag om Nijmegen en daarbij kameraden verloor'', reageerde de generaal buiten dienst.
(...)
(ANP/Nu.nl, 24 januari 2013)
zaterdag 22 december 2012
Generaal b.d. Van Uhm blikt terug op loopbaan
door Gerard ten Voorde
Als hoogste militair krijgt Peter van Uhm pijnlijke verliezen te incasseren. Een kaalslag op de krijgsmacht én het sneuvelen van zoon Dennis in Uruzgan. Een openhartige terugblik op een loodzware periode.
Peter van Uhm groeit op in een hardwerkend bakkersgezin in Nijmegen. De jonge bakkerszoon overweegt z’n vader op te volgen, maar kiest uiteindelijk toch voor de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda.
Bijna veertig jaar dient Van Uhm (57) de krijgsmacht, waarvan ruim vier jaar als commandant der strijdkrachten (cds). Bij zijn afscheid, eind juni, is hij benoemd tot adjudant in buitengewone dienst van Hare Majesteit.
Moeilijke keus, wapenrok in plaats van bakkersschort?
„Nee, helemaal niet. Ik had gewoon geen aanleg voor bakker. Als mijn broer en ik dezelfde koekjes bakten, dan waren die van hem altijd lekkerder dan die van mij.”
Frustrerend?
„Ja, frustrerend. Ik deed echt mijn best.”
Waarom de keus voor de krijgsmacht?
„Door mijn vader. M’n vader heeft gevochten tegen de Duitsers, maar kon met z’n geweer niet de overkant van de Waal bereiken. Dat is altijd z’n frustratie gebleven.
Verder kreeg ik op de middelbare school interesse in de Bevrijding. Wie hebben dat gedaan? En waaróm? Je ontdekt dat Amerikanen en Britten grote offers hebben gebracht voor onze vrijheid. Dat sprak mij erg aan. Ik wilde ook zo’n bijdrage leveren.”
Ooit ervan gedroomd generaal te worden?
„Nee, nee. Als jonge luitenant is het ongezond daarmee bezig te zijn. Je moet druk zijn met je vak, met je mensen.”
Van Uhm klimt van luitenant uiteindelijk op tot viersterrengeneraal. De krijgsmacht krijgt in zijn periode als cds zware klappen te verwerken: 1 miljard euro snoeien, 12.000 functies schrappen. „Een enorme klap. De reorganisatie kost 2000 mensen hun baan. Dat is fors.”
Hoe is de krijgsmacht eraan toe, na de bezuinigingen?
„De krijgsmacht levert nog altijd hoge kwaliteit die internationaal wordt gewaardeerd. Dat is misschien wel de beste graadmeter.”
Maar heeft Nederland nog steeds een veelzijdige krijgsmacht, zoals dat politiek heet?
„’k Denk het wel. We hebben de veelzijdigheid zo veel mogelijk overeind gehouden. Als je patrouillevliegtuigen en tanks moet afschaffen, boet je wel aan veelzijdigheid in. De expertise houden we op peil door samenwerking met Duitse tankeenheden. De krijgsmacht moet niet alleen mét tanks, maar ook tégen tanks kunnen vechten. Je weet nooit in welk conflict je terechtkomt.”
Wanneer is de grens bereikt?
„Dat kun je niet zeggen. De politiek bepaalt het ambitieniveau. Als Den Haag zegt: We schaffen de krijgsmacht af, dan is dat een democratisch besluit. We moeten daar echter wel de consequenties van aanvaarden. De wereld is onvoorspelbaarder geworden. Neem de Arabische lente, de wapenwedloop in Azië. Op tal van terreinen weigeren we de rekening door te schuiven naar de volgende generatie. Doen we dat met onze veiligheidsrekening wel? Hoelang steunen bondgenoten ons nog als ze het idee krijgen dat wij onze rekening bij hen neerleggen?”
Wanneer is voor u de grens bereikt?
„Typisch politieke vraag. Daar gaat Den Haag over. Militairen zijn apolitiek.”
Kon u als militair verantwoordelijkheid dragen voor zo’n kaalslag op uw krijgsmacht?
„Ik heb me wel achter m’n oor gekrabd. Ga ik hier verantwoordelijkheid voor nemen, ga ik de politiek hierbij helpen, of niet? Het antwoord is duidelijk: Ik ben gebleven.”
Lastig?
„Heel lastig. Je gelooft in de doelen van de organisatie die op de toppen van haar kunnen draait. Het doet pijn als er zó fors in je mensen en je materieel wordt gesneden.”
Hebt u altijd zo veel zelfbeheersing gehad?
„Oh nee. Als luitenantje was ik verbaal behoorlijk duidelijk. Een sergeant-majoor trok me wel eens achter de kast. Arrogant vond ik ’m. Later ontdekte ik dat juist ik arrogant was en mensen beschadigde. Geweldig, als iemand je dan de goede kant op duwt.”
Uiteindelijk hoogste baas en toch niets te vertellen. Voelt u zich dan niet machteloos?
„Nee. Natuurlijk, militairen zijn dóéners. Iemand die zich voortdurend machteloos voelt, moet zich afvragen of z’n denkraam nog goed staat. Het leger moet apolitiek zijn. Anders had ik politicus moeten worden. Maar politiek is niet mijn bier.”
Van Uhm is uitgegroeid tot een icoon van leiderschap, zeker ook door een TEDx-lezing in een volle Schouwburg in Amsterdam. De lezing van de generaal –gewapend met geweer– is sinds 2011 in 25 talen vertaald en op YouTube ruim 1 miljoen keer bekeken.
Wat was uw boodschap?
„Militairen zijn normale mensen die bereid zijn abnormale dingen te doen –je leven in de waagschaal te stellen– om de wereld te verbeteren. Geef hun daar waardering voor.”
Wat is het geheim van goed leiderschap?
„Eerlijk en duidelijk zijn. Dáár draait het om. Als je dat niet bent, kun je beter stoppen. Eis van jezelf wat je van je mensen eist. Wees open. Een ondergeschikte moet drie keer nee tegen z’n baas kunnen zeggen. Na een besluit is het einde discussie.”
De lezing is een hype. Wat doet dat met u?
„Nou... eh... Natuurlijk ben ik er trots op. Ik heb reacties uit de hele wereld gehad. Op de eerste NAVO-vergadering na de lezing bleek dat alle collega’s ’m hadden gezien. Allemaal.”
U blijft er nuchter onder?
„Natuurlijk.” Hij gebaart naar z’n vrouw. „Daar zit m’n relativerende factor. Als hoogste baas loop je het risico je afkomst te vergeten. Ik kom gewoon uit een bakkerijtje. Ik heb veel onderscheidingen gekregen, maar blijf daar nuchter onder. De benoeming tot adjudant in buitengewone dienst van Hare Majesteit, dat doet mij iets.”
Wát doet dat?
„Veel. Ik heb de koningin erg hoog.” Grijnzend: „Ik moet wel zorgen dat ik in mijn uniform blijf passen.”
Uw leiderschap werd danig op de proef gesteld bij een mislukte reddingsactie in Libië.
„Er zat een Nederlander in de penarie, dus gaat de krijgsmacht helpen. Simpel. Je weet dat er risico’s zijn. Meestal gaat het goed, deze keer liep het fout. Ik zou me schamen als wij niet waren gegaan. De crew ook.”
De Britten pikten 150 burgers op. Wilde Nederland ook zo’n heldendaad verrichten?
„Nee, kom nou toch. Dan ben je niet goed met je vak bezig. ’t Gaat om mensenlevens.”
Van Uhm treedt op 18 april 2008 aan als commandant der strijdkrachten. Eén dag later sneuvelt zoon Dennis (23), door een bermbom in Uruzgan. Van Uhm wijst naar een foto. „Daar staat hij.”
Hier thuis staat een foto. In Den Haag niet.
„Nee, op m’n werk moest ik niet continu worden afgeleid. Je wordt betaald om de juiste besluiten te nemen. Geen emotionele.”
Hoe werd het nieuws u verteld?
„Mijn plaatsvervanger zat me op te wachten. Ik zag aan zijn gezicht dat er iets goed mis was. Hij vertelde van soldaat Mark Schouwink en mijn zoon. Dennis zou in een pantservoertuig zijn gesneuveld door een bermbom. Het kon er bij mij niet in... het kon niet! Een infanteriecommandant in Uruzgan kruipt niet onder pantser als hij overzicht moet houden en leidinggeven. Onbestaanbaar. Ik heb hem teruggestuurd: Met dit verhaal ga ik niet naar mijn vrouw. Of het is mijn zoon niet óf het is geen pantservoertuig.”
Wat ging er op dat moment door u heen?
Z’n stem daalt. „Niet te beschrijven... nee. Je wereld stort in. Uit ervaring weet je dat de eerste berichten niet altijd kloppen. Ik heb twintig, dertig minuten alleen achter mijn bureau gezeten. Er stormt van alles door je hoofd. Je hóópt dat ze met een verhaal komen dat net even anders is. Ze kwamen terug: Generaal, u hebt gelijk. Het was een open terreinwagen. Maar het is wel uw zoon.”
Welke gevoelens komen dan boven?
Zacht: „Triestheid. Ja... Een en al triestheid. Mijn vrouw was nog in Den Haag, de dag na mijn aantreden als cds. Ik moest haar de boodschap brengen. Dat was het slechtste moment van mijn leven.”
Had u er écht rekening mee gehouden dat Dennis zou kunnen sneuvelen?
„Tuurlijk denk je daar over na. Je weet wat er in de missies gebeurt. Het is je kind. Ik ben ook gewoon vader. Uiteindelijk wil je er niet bij stilstaan. Hij zou geen domme dingen doen, hij was een echte vakman.”
Hebt u gedacht uw functie neer te leggen?
„Ik heb even gedacht: Bekijk het allemaal maar. Dat is de eerste emotie. Opstappen kán dus niet. Heel simpel. Als je van zijn peloton eist dat het gewoon doorgaat, dan kun je als baas toch niet stoppen? Absurd.”
U hebt diep respect voor uw keus gekregen.
„Hou toch op. Ik hád maar één keus. Doorgaan! Anders zou ik alles waar ik in geloofde, waar mijn zoon in geloofde, los moeten laten. Onbestaanbaar. Ik zou mezelf en m’n zoon niet onder ogen durven komen als ik was gestopt. Je hébt geen keus.”
Kan iemand na zo’n ingrijpend voorval zo’n verantwoordelijke post blijven vervullen?
„Ja, dat durf ik met droge ogen te zeggen. Ik heb het bewezen. Niet dat ik dat wilde! Het overkomt je. Je moet je besluiten in zo’n situatie wel ijken. Een keus tussen maatregelen tegen bermbommen of investeren in schoenen of auto’s, kun je emotioneel gaan nemen. Ik heb daarom soms tegen mijn mensen gezegd: „Dit ben ik van plan, hier zijn de dossiers. Je krijgt twee dagen. Kijk of ik een goed, rationeel besluit neem.””
Maakt zo’n pijnlijk verlies niet kwetsbaar?
„Natuurlijk. Daar hoeven we niet geheimzinnig over te doen. Ik ben ook maar een mens. Ik heb tegen de minister gezegd: Als jij vindt dat ik het niet goed doe, moet je het zeggen. Dan ben ik weg. Heel simpel.”
Op tv stelde een journalist direct dat u niet meer zou kunnen functioneren. Krenkend?
„Onzinnig. Bepaalt híj dat...?! Daar ga ik –én mijn vrouw– over. We waren er snel uit.”
Militairen krijgen vóór een missie het advies een brief te schrijven aan ouders, aan vrienden. Heeft Dennis dat gedaan?
„Voor Irak niet, voor Uruzgan wel. Een envelop, aan alle kanten dichtgeplakt. Hij gaf ’m stiekem aan mij: „Niet tegen mama zeggen.” Ik zei: „Dennis, kom nou toch. We praten er gewoon over.” De bedoeling is natuurlijk dat zo’n brief niet geopend hoeft te worden. Wij moesten de brief wel openen.”
Wat schreef Dennis?
„Een heel persoonlijke brief. Goed over nagedacht. Mijn vrouw, m’n dochter, Dennis’ vriendin en ik hebben de brief samen geopend. Moeilijk moment, maar ook mooi. Ik kan ’m nog steeds niet lezen zonder te huilen. Wát hij schrijft, blijft voor ons vieren.”
U bent rooms-katholiek opgevoed. Speelt geloof een rol bij de rouwverwerking?
Wijzend, naar buiten: „Dáár... gingen wij vroeger naar de kerk. Ik ben écht katholiek opgevoed, maar er op een gegeven moment, misschien wel door nuchterheid, verder van af komen te staan. Voor mij speelt religie geen rol bij de verwerking. Meer het geloof in mijn gezin, het geloof waar we voor staan. Daar hebben we steun aan gehad.”
Niet jaloers op mensen die in zo’n situatie soms veel kracht putten uit hun geloof?
„Ik gun het hen van harte, maar ben niet jaloers. Mijn vrouw en ik zijn altijd op bezoek gegaan bij familie van gesneuvelde militairen. Iedereen verwerkt het op z’n eigen manier. Wij op de onze. Onze zoon is dood, maar we zwijgen hem niet dood. Ik ben trots op mijn zoon.”
Voor meer informatie over Peter van Uhm zie Digibron.
Levensloop Peter van Uhm
Peter van Uhm start zijn militaire loopbaan in 1972 op de KMA. Na plaatsing bij het 48 Pantserinfanteriebataljon volgt in 1983 uitzending naar Libanon. Als luitenant-kolonel werkt hij korte tijd in Den Haag. In 1994 krijgt hij het commando over de Luchtmobiele Brigade. Van Uhm treedt opnieuw aan in Den Haag. Vanaf 2000 werkt hij onder andere als brigadegeneraal in Sarajevo. Vijf jaar later volgt de benoeming tot commandant landstrijdkrachten. Op 17 april 2008 treedt hij aan als commandant der strijdkrachten. Eén dag later sneuvelt zoon Dennis in Uruzgan. Van Uhm, getrouwd, kreeg behalve zoon Dennis een dochter.
(Reformatorisch Dagblad, 22 december 2012)
![]() |
| GEN Van Uhm als CDS Foto: Defensie |
Peter van Uhm groeit op in een hardwerkend bakkersgezin in Nijmegen. De jonge bakkerszoon overweegt z’n vader op te volgen, maar kiest uiteindelijk toch voor de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda.
Bijna veertig jaar dient Van Uhm (57) de krijgsmacht, waarvan ruim vier jaar als commandant der strijdkrachten (cds). Bij zijn afscheid, eind juni, is hij benoemd tot adjudant in buitengewone dienst van Hare Majesteit.
Moeilijke keus, wapenrok in plaats van bakkersschort?
„Nee, helemaal niet. Ik had gewoon geen aanleg voor bakker. Als mijn broer en ik dezelfde koekjes bakten, dan waren die van hem altijd lekkerder dan die van mij.”
Frustrerend?
„Ja, frustrerend. Ik deed echt mijn best.”
Waarom de keus voor de krijgsmacht?
„Door mijn vader. M’n vader heeft gevochten tegen de Duitsers, maar kon met z’n geweer niet de overkant van de Waal bereiken. Dat is altijd z’n frustratie gebleven.
Verder kreeg ik op de middelbare school interesse in de Bevrijding. Wie hebben dat gedaan? En waaróm? Je ontdekt dat Amerikanen en Britten grote offers hebben gebracht voor onze vrijheid. Dat sprak mij erg aan. Ik wilde ook zo’n bijdrage leveren.”
Ooit ervan gedroomd generaal te worden?
„Nee, nee. Als jonge luitenant is het ongezond daarmee bezig te zijn. Je moet druk zijn met je vak, met je mensen.”
Van Uhm klimt van luitenant uiteindelijk op tot viersterrengeneraal. De krijgsmacht krijgt in zijn periode als cds zware klappen te verwerken: 1 miljard euro snoeien, 12.000 functies schrappen. „Een enorme klap. De reorganisatie kost 2000 mensen hun baan. Dat is fors.”
Hoe is de krijgsmacht eraan toe, na de bezuinigingen?
„De krijgsmacht levert nog altijd hoge kwaliteit die internationaal wordt gewaardeerd. Dat is misschien wel de beste graadmeter.”
Maar heeft Nederland nog steeds een veelzijdige krijgsmacht, zoals dat politiek heet?
„’k Denk het wel. We hebben de veelzijdigheid zo veel mogelijk overeind gehouden. Als je patrouillevliegtuigen en tanks moet afschaffen, boet je wel aan veelzijdigheid in. De expertise houden we op peil door samenwerking met Duitse tankeenheden. De krijgsmacht moet niet alleen mét tanks, maar ook tégen tanks kunnen vechten. Je weet nooit in welk conflict je terechtkomt.”
Wanneer is de grens bereikt?
„Dat kun je niet zeggen. De politiek bepaalt het ambitieniveau. Als Den Haag zegt: We schaffen de krijgsmacht af, dan is dat een democratisch besluit. We moeten daar echter wel de consequenties van aanvaarden. De wereld is onvoorspelbaarder geworden. Neem de Arabische lente, de wapenwedloop in Azië. Op tal van terreinen weigeren we de rekening door te schuiven naar de volgende generatie. Doen we dat met onze veiligheidsrekening wel? Hoelang steunen bondgenoten ons nog als ze het idee krijgen dat wij onze rekening bij hen neerleggen?”
Wanneer is voor u de grens bereikt?
„Typisch politieke vraag. Daar gaat Den Haag over. Militairen zijn apolitiek.”
Kon u als militair verantwoordelijkheid dragen voor zo’n kaalslag op uw krijgsmacht?
„Ik heb me wel achter m’n oor gekrabd. Ga ik hier verantwoordelijkheid voor nemen, ga ik de politiek hierbij helpen, of niet? Het antwoord is duidelijk: Ik ben gebleven.”
Lastig?
„Heel lastig. Je gelooft in de doelen van de organisatie die op de toppen van haar kunnen draait. Het doet pijn als er zó fors in je mensen en je materieel wordt gesneden.”
Hebt u altijd zo veel zelfbeheersing gehad?
„Oh nee. Als luitenantje was ik verbaal behoorlijk duidelijk. Een sergeant-majoor trok me wel eens achter de kast. Arrogant vond ik ’m. Later ontdekte ik dat juist ik arrogant was en mensen beschadigde. Geweldig, als iemand je dan de goede kant op duwt.”
Uiteindelijk hoogste baas en toch niets te vertellen. Voelt u zich dan niet machteloos?
„Nee. Natuurlijk, militairen zijn dóéners. Iemand die zich voortdurend machteloos voelt, moet zich afvragen of z’n denkraam nog goed staat. Het leger moet apolitiek zijn. Anders had ik politicus moeten worden. Maar politiek is niet mijn bier.”
Van Uhm is uitgegroeid tot een icoon van leiderschap, zeker ook door een TEDx-lezing in een volle Schouwburg in Amsterdam. De lezing van de generaal –gewapend met geweer– is sinds 2011 in 25 talen vertaald en op YouTube ruim 1 miljoen keer bekeken.
Wat was uw boodschap?
„Militairen zijn normale mensen die bereid zijn abnormale dingen te doen –je leven in de waagschaal te stellen– om de wereld te verbeteren. Geef hun daar waardering voor.”
Wat is het geheim van goed leiderschap?
„Eerlijk en duidelijk zijn. Dáár draait het om. Als je dat niet bent, kun je beter stoppen. Eis van jezelf wat je van je mensen eist. Wees open. Een ondergeschikte moet drie keer nee tegen z’n baas kunnen zeggen. Na een besluit is het einde discussie.”
De lezing is een hype. Wat doet dat met u?
„Nou... eh... Natuurlijk ben ik er trots op. Ik heb reacties uit de hele wereld gehad. Op de eerste NAVO-vergadering na de lezing bleek dat alle collega’s ’m hadden gezien. Allemaal.”
U blijft er nuchter onder?
„Natuurlijk.” Hij gebaart naar z’n vrouw. „Daar zit m’n relativerende factor. Als hoogste baas loop je het risico je afkomst te vergeten. Ik kom gewoon uit een bakkerijtje. Ik heb veel onderscheidingen gekregen, maar blijf daar nuchter onder. De benoeming tot adjudant in buitengewone dienst van Hare Majesteit, dat doet mij iets.”
Wát doet dat?
„Veel. Ik heb de koningin erg hoog.” Grijnzend: „Ik moet wel zorgen dat ik in mijn uniform blijf passen.”
Uw leiderschap werd danig op de proef gesteld bij een mislukte reddingsactie in Libië.
„Er zat een Nederlander in de penarie, dus gaat de krijgsmacht helpen. Simpel. Je weet dat er risico’s zijn. Meestal gaat het goed, deze keer liep het fout. Ik zou me schamen als wij niet waren gegaan. De crew ook.”
De Britten pikten 150 burgers op. Wilde Nederland ook zo’n heldendaad verrichten?
„Nee, kom nou toch. Dan ben je niet goed met je vak bezig. ’t Gaat om mensenlevens.”
Van Uhm treedt op 18 april 2008 aan als commandant der strijdkrachten. Eén dag later sneuvelt zoon Dennis (23), door een bermbom in Uruzgan. Van Uhm wijst naar een foto. „Daar staat hij.”
Hier thuis staat een foto. In Den Haag niet.
„Nee, op m’n werk moest ik niet continu worden afgeleid. Je wordt betaald om de juiste besluiten te nemen. Geen emotionele.”
Hoe werd het nieuws u verteld?
„Mijn plaatsvervanger zat me op te wachten. Ik zag aan zijn gezicht dat er iets goed mis was. Hij vertelde van soldaat Mark Schouwink en mijn zoon. Dennis zou in een pantservoertuig zijn gesneuveld door een bermbom. Het kon er bij mij niet in... het kon niet! Een infanteriecommandant in Uruzgan kruipt niet onder pantser als hij overzicht moet houden en leidinggeven. Onbestaanbaar. Ik heb hem teruggestuurd: Met dit verhaal ga ik niet naar mijn vrouw. Of het is mijn zoon niet óf het is geen pantservoertuig.”
Wat ging er op dat moment door u heen?
Z’n stem daalt. „Niet te beschrijven... nee. Je wereld stort in. Uit ervaring weet je dat de eerste berichten niet altijd kloppen. Ik heb twintig, dertig minuten alleen achter mijn bureau gezeten. Er stormt van alles door je hoofd. Je hóópt dat ze met een verhaal komen dat net even anders is. Ze kwamen terug: Generaal, u hebt gelijk. Het was een open terreinwagen. Maar het is wel uw zoon.”
Welke gevoelens komen dan boven?
Zacht: „Triestheid. Ja... Een en al triestheid. Mijn vrouw was nog in Den Haag, de dag na mijn aantreden als cds. Ik moest haar de boodschap brengen. Dat was het slechtste moment van mijn leven.”
Had u er écht rekening mee gehouden dat Dennis zou kunnen sneuvelen?
„Tuurlijk denk je daar over na. Je weet wat er in de missies gebeurt. Het is je kind. Ik ben ook gewoon vader. Uiteindelijk wil je er niet bij stilstaan. Hij zou geen domme dingen doen, hij was een echte vakman.”
Hebt u gedacht uw functie neer te leggen?
„Ik heb even gedacht: Bekijk het allemaal maar. Dat is de eerste emotie. Opstappen kán dus niet. Heel simpel. Als je van zijn peloton eist dat het gewoon doorgaat, dan kun je als baas toch niet stoppen? Absurd.”
U hebt diep respect voor uw keus gekregen.
„Hou toch op. Ik hád maar één keus. Doorgaan! Anders zou ik alles waar ik in geloofde, waar mijn zoon in geloofde, los moeten laten. Onbestaanbaar. Ik zou mezelf en m’n zoon niet onder ogen durven komen als ik was gestopt. Je hébt geen keus.”
Kan iemand na zo’n ingrijpend voorval zo’n verantwoordelijke post blijven vervullen?
„Ja, dat durf ik met droge ogen te zeggen. Ik heb het bewezen. Niet dat ik dat wilde! Het overkomt je. Je moet je besluiten in zo’n situatie wel ijken. Een keus tussen maatregelen tegen bermbommen of investeren in schoenen of auto’s, kun je emotioneel gaan nemen. Ik heb daarom soms tegen mijn mensen gezegd: „Dit ben ik van plan, hier zijn de dossiers. Je krijgt twee dagen. Kijk of ik een goed, rationeel besluit neem.””
Maakt zo’n pijnlijk verlies niet kwetsbaar?
„Natuurlijk. Daar hoeven we niet geheimzinnig over te doen. Ik ben ook maar een mens. Ik heb tegen de minister gezegd: Als jij vindt dat ik het niet goed doe, moet je het zeggen. Dan ben ik weg. Heel simpel.”
Op tv stelde een journalist direct dat u niet meer zou kunnen functioneren. Krenkend?
„Onzinnig. Bepaalt híj dat...?! Daar ga ik –én mijn vrouw– over. We waren er snel uit.”
Militairen krijgen vóór een missie het advies een brief te schrijven aan ouders, aan vrienden. Heeft Dennis dat gedaan?
„Voor Irak niet, voor Uruzgan wel. Een envelop, aan alle kanten dichtgeplakt. Hij gaf ’m stiekem aan mij: „Niet tegen mama zeggen.” Ik zei: „Dennis, kom nou toch. We praten er gewoon over.” De bedoeling is natuurlijk dat zo’n brief niet geopend hoeft te worden. Wij moesten de brief wel openen.”
Wat schreef Dennis?
„Een heel persoonlijke brief. Goed over nagedacht. Mijn vrouw, m’n dochter, Dennis’ vriendin en ik hebben de brief samen geopend. Moeilijk moment, maar ook mooi. Ik kan ’m nog steeds niet lezen zonder te huilen. Wát hij schrijft, blijft voor ons vieren.”
U bent rooms-katholiek opgevoed. Speelt geloof een rol bij de rouwverwerking?
Wijzend, naar buiten: „Dáár... gingen wij vroeger naar de kerk. Ik ben écht katholiek opgevoed, maar er op een gegeven moment, misschien wel door nuchterheid, verder van af komen te staan. Voor mij speelt religie geen rol bij de verwerking. Meer het geloof in mijn gezin, het geloof waar we voor staan. Daar hebben we steun aan gehad.”
Niet jaloers op mensen die in zo’n situatie soms veel kracht putten uit hun geloof?
„Ik gun het hen van harte, maar ben niet jaloers. Mijn vrouw en ik zijn altijd op bezoek gegaan bij familie van gesneuvelde militairen. Iedereen verwerkt het op z’n eigen manier. Wij op de onze. Onze zoon is dood, maar we zwijgen hem niet dood. Ik ben trots op mijn zoon.”
Voor meer informatie over Peter van Uhm zie Digibron.
Levensloop Peter van Uhm
Peter van Uhm start zijn militaire loopbaan in 1972 op de KMA. Na plaatsing bij het 48 Pantserinfanteriebataljon volgt in 1983 uitzending naar Libanon. Als luitenant-kolonel werkt hij korte tijd in Den Haag. In 1994 krijgt hij het commando over de Luchtmobiele Brigade. Van Uhm treedt opnieuw aan in Den Haag. Vanaf 2000 werkt hij onder andere als brigadegeneraal in Sarajevo. Vijf jaar later volgt de benoeming tot commandant landstrijdkrachten. Op 17 april 2008 treedt hij aan als commandant der strijdkrachten. Eén dag later sneuvelt zoon Dennis in Uruzgan. Van Uhm, getrouwd, kreeg behalve zoon Dennis een dochter.
(Reformatorisch Dagblad, 22 december 2012)
maandag 8 oktober 2012
Generaal b.d. Van Uhm over bezuinigingen op Defensie
'Militairen komen niet uit een machine'
Door Rianne Waterval
Al sinds de Koude Oorlog is de krijgsmacht met enige regelmaat verkleind. De laatste bezuinigingsexercitie van 1 miljard euro is weliswaar financieel ingeboekt, maar moet grotendeels nog worden uitgevoerd. Toch ligt defensie wederom onder vuur. Voormalig Commandant der Strijdkrachten Peter van Uhm wil visieloos snijden voorkomen en uit zijn zorgen. ‘Concern is een mooi modewoord, maar bij Defensie doen we heel andere dingen.’
Alle tanks zijn al verdwenen. Helikopters, jachtvliegtuigen en mijnenbestrijdingsvaartuigen gaan in de verkoop. Het ministerie van Defensie moet in 2013 in totaal 791 miljoen besparen, zo valt te lezen in de Defensieparagraaf van de rijksbegroting die op Prinsjesdag naar de Kamer is gestuurd. Kazernes en legerplaatsen gaan noodgedwongen dicht, de operationele capaciteiten kunnen niet langer worden ontzien. Er verdwijnen zo’n 12.000 banen en circa 6.000 medewerkers moeten – al dan niet gedwongen – de organisatie verlaten.
‘Dat is niet alleen een mathematische som, dat dóét iets met de krijgsmacht,’ zegt Peter van Uhm. De voormalig Commandant der Strijdkrachten (CDS) – deze zomer droeg hij het bevel over aan Tom Middendorp – hield op 20 september jongstleden een lezing over de toekomst van de organisatie die hem zo na aan het hart staat. Na bijna veertig jaar bij de krijgsmacht spreekt Van Uhm zonder aarzeling nog steeds over ‘mijn soldaten’. Nog ietwat onwennig – ‘het voelt toch anders zonder uniform’ - maar gepassioneerd houdt de generaal buiten dienst op uitnodiging van SID Nederland in het Haagse Humanity House een pleidooi voor een buitenlandbeleid met een nog meer geïntegreerde visie.
Stank voor dank
‘Zorg voor een beleid dat je ook aan je kinderen kunt uitleggen,’ roept Van Uhm de politici op. Hij benadrukt dat militairen ‘a-politiek’ zijn, maar wil de politieke leiders graag meegeven goed na te denken over de richting die het ministerie op gaat. ‘Bezint eer ge begint,’ waarschuwt hij. ‘Op 4 mei zijn we een minuut stil en op 5 mei vieren we onze vrijheid, maar welke Nederlander denkt de rest van het jaar na over zijn veiligheid? Vrijheid, veiligheid en welvaart zijn niet gratis. In de discussie over zorg en pensioenen wordt vaak het argument gebruikt dat we de volgende generatie niet mogen opzadelen met tekorten, maar als het gaat om veiligheid hoor ik dit niet terug.’
Achter iedere militair schuilt een familie, benadrukt de generaal buiten dienst. ‘Uiteindelijk beslist de politiek, dat heb ik mijn mensen ook altijd uitgelegd. Maar voor degene die er al vijf uitzendingen op heeft zitten, is het heel moeilijk te begrijpen dat er opeens geen werk meer is. Als je dan te horen krijgt dat je “niet meer nodig bent”, dan doet dat wat met je. Dat wordt toch gevoeld als stank voor dank. Het moreel is juist bij de krijgsmacht ontzettend van belang. Uiteraard is een efficiënte bedrijfsvoering noodzakelijk, het gaat om belastingcenten. Maar wij zijn geen bedrijf. Concern is een mooi modewoord, maar bij Defensie doen we heel andere dingen. De krijgsmacht behoort samen met de politie en de radio tot de meest betrouwbare instituties van Nederland. De krijgsmacht doet wat van haar gevraagd wordt.’
Iets afbreken is niet moeilijk, concludeert Van Uhm. ‘Maar als eenheden worden afgestoten en expertise je organisatie heeft verlaten, kost het minstens vijf jaar om deze weer terug te krijgen. In de tijd van minister Kamp hebben we besloten de maritieme vliegtuigen weg te doen, maar wat hebben we nu nodig in de strijd tegen de piraterij? Had iemand drie jaar geleden de Arabische lente voorspeld, dan was hij naar een gesticht afgevoerd. De wereld is vol onzekerheden en niet voorspelbaar.’
Juist nu heeft Nederland volgens hem behoefte aan een krijgsmacht die als stabiele partner kan optreden. ‘En dat kan,’ stelt hij. ‘Maar dan moeten wij strategische keuzes maken, het aantal landen dat we helpen beperken en uitgaan van een geïntegreerde flexibele benadering waarin defensie, diplomatie en ontwikkelingssamenwerking optimaal samengaan.’
Impact
Hoewel het ministerie nog midden in een bezuinigingsronde zit, is het niet uitgesloten dat er nog meer wordt gekort op het defensiebudget. Binnen de verkiezingscampagne is defensie relatief onderbelicht gebleven: de waarde van de krijgsmacht wordt door het CPB immers niet in harde euro’s uitgedrukt. Maar waar de VVD geen nieuwe bezuinigingen voorstaat, wil de PvdA nog eens 1 miljard extra besparen op de krijgsmacht.
Wie enig idee wil krijgen van de impact die een nieuwe bezuinigingsronde op de organisatie heeft, moet volgens Van Uhm eerst naar het verleden kijken. ‘In 2009 hebben we 300 miljoen op jaarbasis bezuinigd zonder de harde operationele capaciteit aan te tasten,’ licht hij toe. ‘Dit was helaas niet meer haalbaar voor de 1 miljard aan besparingen die we onder het huidige kabinet moesten inboeken. Defensie zit de laatste jaren kwalitatief en kwantitatief op de top van haar kunnen.’
De voormalig CDS refereert aan de missies in Afghanistan, het Midden-Oosten, Afrika en de Balkan. ‘Hiervoor krijgen we zowel binnen de EU als de Navo veel erkenning. Als een nieuwe regering nog meer wil bezuinigen, dan moet zij goed doordrongen zijn van de consequenties. Nu staan er iedere dag 4.600 militairen paraat voor het geval er een dijk doorbreekt, de overheid hoeft maar met haar vingers te knippen. Maar militairen komen niet uit een machine, dat beseft lang niet iedereen.’
De voormalig CDS is niet de enige die zich zorgen maakt. Zo liet minister Hillen deze zomer al weten ‘maximaal uitgeknepen’ te zijn. ‘Verder snijden maakt de krijgsmacht invalide,’ aldus de VVD-minister. In het programma Nieuwsuur zette de bewindsman de mogelijke extra bezuinigingen op defensie op beeldende wijze af tegen de stijgende kosten in de zorg. ‘De zorgstijging in deze kabinetsperiode is twee keer mijn complete begroting,’ aldus Hillen. ‘Als ons land morgen bezet is, hebben we niets aan rollators,’ waarschuwde hij.
Ook de Adviesraad Internationale Vraagstukken vindt verder beknibbelen op het defensiebudget onverantwoord. In een brief aan de Staten-Generaal liet de raad afgelopen maand weten dat verdere bezuinigingen bovendien de betrouwbaarheid van Nederland als samenwerkingspartner zullen ondermijnen. Volgens de AIV roept zelfs het huidige formaat van de krijgsmacht ‘al vragen op over de inzetbaarheid en het ambitieniveau’.
Keuzes
Van Uhm erkent dat het aantal grote langdurige missies onder druk staat, maar dit neemt volgens hem niet weg dat Nederland een actieve rol kan blijven vervullen op het wereldtoneel. ‘Er zullen keuzes gemaakt moeten worden. De tijd van de Koude Oorlog, waarin burden sharing centraal stond, is voorbij. Toen was het voldoende om lid te zijn van de club. Het gaat tegenwoordig om meer. We worden steeds afhankelijker van andere landen. Het is naïef om te denken dat wat in Libië gebeurt geen invloed heeft op Nederland. Steek je nek uit, of anders gezegd: neem je verantwoordelijkheid. Wil je meepraten in internationale fora, dan moet je ook hier je steentje bijdragen.’
De generaal buiten dienst wijst erop dat de Nederlandse krijgsmacht binnen internationale fora vaak gezien wordt als rolmodel. ‘Mijn collega’s bij de Navo en de EU waren jaloers toen ik ze vertelde dat ik wekelijks met topambtenaren van het ministerie van Veiligheid en Justitie, AZ en Ontwikkelingssamenwerking om tafel zat. Dat reguliere interne overleg is uniek en maakt het werk van de mensen in het uitzendingsgebied zoveel makkelijker.’ Van Uhm hoopt dat ook in een nieuw kabinet deze structuur stand houdt: ‘Op deze manier zijn de checks and balances goed verdeeld.’
Daarnaast pleit hij voor een grotere focus op preventie. ‘Daar valt nog een wereld te winnen. Nu zijn het toch vaak de postconflictgebieden waar soldaten naar worden uitgezonden.’ Minder missies dus, maar met een grotere return on investment. ‘Dat kan alleen met een holistische geïntegreerde benadering waarbij ook ngo’s, internationale organisaties en het bedrijfsleven worden betrokken,’ concludeert hij. ‘Zo kunnen we met hetzelfde geld meer doen. Of, zoals de Amerikanen het met een foute term zeggen, je krijgt meer bang for your buck.’
Een grotere flexibiliteit met betrekking tot de budgetten is daarvoor noodzakelijk. Van Uhm: ‘Neem bijvoorbeeld Mali. Wij hebben daar incidenteel Malinese strijdkrachten getraind met een beperkt budget. Ontwikkelingssamenwerking heeft jarenlang in dit land geïnvesteerd. Als de regels minder streng waren geweest hadden we waarschijnlijk meer aan institution building kunnen doen en beter kunnen samenwerken met de autoriteiten daar. Door structureel aanwezig te zijn, hadden we de lokale bevolking mogelijk een hoop ellende kunnen besparen.’
(Public Mission, 5 oktober 2012)
Door Rianne Waterval
Al sinds de Koude Oorlog is de krijgsmacht met enige regelmaat verkleind. De laatste bezuinigingsexercitie van 1 miljard euro is weliswaar financieel ingeboekt, maar moet grotendeels nog worden uitgevoerd. Toch ligt defensie wederom onder vuur. Voormalig Commandant der Strijdkrachten Peter van Uhm wil visieloos snijden voorkomen en uit zijn zorgen. ‘Concern is een mooi modewoord, maar bij Defensie doen we heel andere dingen.’
Alle tanks zijn al verdwenen. Helikopters, jachtvliegtuigen en mijnenbestrijdingsvaartuigen gaan in de verkoop. Het ministerie van Defensie moet in 2013 in totaal 791 miljoen besparen, zo valt te lezen in de Defensieparagraaf van de rijksbegroting die op Prinsjesdag naar de Kamer is gestuurd. Kazernes en legerplaatsen gaan noodgedwongen dicht, de operationele capaciteiten kunnen niet langer worden ontzien. Er verdwijnen zo’n 12.000 banen en circa 6.000 medewerkers moeten – al dan niet gedwongen – de organisatie verlaten.
‘Dat is niet alleen een mathematische som, dat dóét iets met de krijgsmacht,’ zegt Peter van Uhm. De voormalig Commandant der Strijdkrachten (CDS) – deze zomer droeg hij het bevel over aan Tom Middendorp – hield op 20 september jongstleden een lezing over de toekomst van de organisatie die hem zo na aan het hart staat. Na bijna veertig jaar bij de krijgsmacht spreekt Van Uhm zonder aarzeling nog steeds over ‘mijn soldaten’. Nog ietwat onwennig – ‘het voelt toch anders zonder uniform’ - maar gepassioneerd houdt de generaal buiten dienst op uitnodiging van SID Nederland in het Haagse Humanity House een pleidooi voor een buitenlandbeleid met een nog meer geïntegreerde visie.
Stank voor dank
‘Zorg voor een beleid dat je ook aan je kinderen kunt uitleggen,’ roept Van Uhm de politici op. Hij benadrukt dat militairen ‘a-politiek’ zijn, maar wil de politieke leiders graag meegeven goed na te denken over de richting die het ministerie op gaat. ‘Bezint eer ge begint,’ waarschuwt hij. ‘Op 4 mei zijn we een minuut stil en op 5 mei vieren we onze vrijheid, maar welke Nederlander denkt de rest van het jaar na over zijn veiligheid? Vrijheid, veiligheid en welvaart zijn niet gratis. In de discussie over zorg en pensioenen wordt vaak het argument gebruikt dat we de volgende generatie niet mogen opzadelen met tekorten, maar als het gaat om veiligheid hoor ik dit niet terug.’
Achter iedere militair schuilt een familie, benadrukt de generaal buiten dienst. ‘Uiteindelijk beslist de politiek, dat heb ik mijn mensen ook altijd uitgelegd. Maar voor degene die er al vijf uitzendingen op heeft zitten, is het heel moeilijk te begrijpen dat er opeens geen werk meer is. Als je dan te horen krijgt dat je “niet meer nodig bent”, dan doet dat wat met je. Dat wordt toch gevoeld als stank voor dank. Het moreel is juist bij de krijgsmacht ontzettend van belang. Uiteraard is een efficiënte bedrijfsvoering noodzakelijk, het gaat om belastingcenten. Maar wij zijn geen bedrijf. Concern is een mooi modewoord, maar bij Defensie doen we heel andere dingen. De krijgsmacht behoort samen met de politie en de radio tot de meest betrouwbare instituties van Nederland. De krijgsmacht doet wat van haar gevraagd wordt.’
Iets afbreken is niet moeilijk, concludeert Van Uhm. ‘Maar als eenheden worden afgestoten en expertise je organisatie heeft verlaten, kost het minstens vijf jaar om deze weer terug te krijgen. In de tijd van minister Kamp hebben we besloten de maritieme vliegtuigen weg te doen, maar wat hebben we nu nodig in de strijd tegen de piraterij? Had iemand drie jaar geleden de Arabische lente voorspeld, dan was hij naar een gesticht afgevoerd. De wereld is vol onzekerheden en niet voorspelbaar.’
Juist nu heeft Nederland volgens hem behoefte aan een krijgsmacht die als stabiele partner kan optreden. ‘En dat kan,’ stelt hij. ‘Maar dan moeten wij strategische keuzes maken, het aantal landen dat we helpen beperken en uitgaan van een geïntegreerde flexibele benadering waarin defensie, diplomatie en ontwikkelingssamenwerking optimaal samengaan.’
Impact
Hoewel het ministerie nog midden in een bezuinigingsronde zit, is het niet uitgesloten dat er nog meer wordt gekort op het defensiebudget. Binnen de verkiezingscampagne is defensie relatief onderbelicht gebleven: de waarde van de krijgsmacht wordt door het CPB immers niet in harde euro’s uitgedrukt. Maar waar de VVD geen nieuwe bezuinigingen voorstaat, wil de PvdA nog eens 1 miljard extra besparen op de krijgsmacht.
Wie enig idee wil krijgen van de impact die een nieuwe bezuinigingsronde op de organisatie heeft, moet volgens Van Uhm eerst naar het verleden kijken. ‘In 2009 hebben we 300 miljoen op jaarbasis bezuinigd zonder de harde operationele capaciteit aan te tasten,’ licht hij toe. ‘Dit was helaas niet meer haalbaar voor de 1 miljard aan besparingen die we onder het huidige kabinet moesten inboeken. Defensie zit de laatste jaren kwalitatief en kwantitatief op de top van haar kunnen.’
De voormalig CDS refereert aan de missies in Afghanistan, het Midden-Oosten, Afrika en de Balkan. ‘Hiervoor krijgen we zowel binnen de EU als de Navo veel erkenning. Als een nieuwe regering nog meer wil bezuinigen, dan moet zij goed doordrongen zijn van de consequenties. Nu staan er iedere dag 4.600 militairen paraat voor het geval er een dijk doorbreekt, de overheid hoeft maar met haar vingers te knippen. Maar militairen komen niet uit een machine, dat beseft lang niet iedereen.’
De voormalig CDS is niet de enige die zich zorgen maakt. Zo liet minister Hillen deze zomer al weten ‘maximaal uitgeknepen’ te zijn. ‘Verder snijden maakt de krijgsmacht invalide,’ aldus de VVD-minister. In het programma Nieuwsuur zette de bewindsman de mogelijke extra bezuinigingen op defensie op beeldende wijze af tegen de stijgende kosten in de zorg. ‘De zorgstijging in deze kabinetsperiode is twee keer mijn complete begroting,’ aldus Hillen. ‘Als ons land morgen bezet is, hebben we niets aan rollators,’ waarschuwde hij.
Ook de Adviesraad Internationale Vraagstukken vindt verder beknibbelen op het defensiebudget onverantwoord. In een brief aan de Staten-Generaal liet de raad afgelopen maand weten dat verdere bezuinigingen bovendien de betrouwbaarheid van Nederland als samenwerkingspartner zullen ondermijnen. Volgens de AIV roept zelfs het huidige formaat van de krijgsmacht ‘al vragen op over de inzetbaarheid en het ambitieniveau’.
Keuzes
Van Uhm erkent dat het aantal grote langdurige missies onder druk staat, maar dit neemt volgens hem niet weg dat Nederland een actieve rol kan blijven vervullen op het wereldtoneel. ‘Er zullen keuzes gemaakt moeten worden. De tijd van de Koude Oorlog, waarin burden sharing centraal stond, is voorbij. Toen was het voldoende om lid te zijn van de club. Het gaat tegenwoordig om meer. We worden steeds afhankelijker van andere landen. Het is naïef om te denken dat wat in Libië gebeurt geen invloed heeft op Nederland. Steek je nek uit, of anders gezegd: neem je verantwoordelijkheid. Wil je meepraten in internationale fora, dan moet je ook hier je steentje bijdragen.’
De generaal buiten dienst wijst erop dat de Nederlandse krijgsmacht binnen internationale fora vaak gezien wordt als rolmodel. ‘Mijn collega’s bij de Navo en de EU waren jaloers toen ik ze vertelde dat ik wekelijks met topambtenaren van het ministerie van Veiligheid en Justitie, AZ en Ontwikkelingssamenwerking om tafel zat. Dat reguliere interne overleg is uniek en maakt het werk van de mensen in het uitzendingsgebied zoveel makkelijker.’ Van Uhm hoopt dat ook in een nieuw kabinet deze structuur stand houdt: ‘Op deze manier zijn de checks and balances goed verdeeld.’
Daarnaast pleit hij voor een grotere focus op preventie. ‘Daar valt nog een wereld te winnen. Nu zijn het toch vaak de postconflictgebieden waar soldaten naar worden uitgezonden.’ Minder missies dus, maar met een grotere return on investment. ‘Dat kan alleen met een holistische geïntegreerde benadering waarbij ook ngo’s, internationale organisaties en het bedrijfsleven worden betrokken,’ concludeert hij. ‘Zo kunnen we met hetzelfde geld meer doen. Of, zoals de Amerikanen het met een foute term zeggen, je krijgt meer bang for your buck.’
Een grotere flexibiliteit met betrekking tot de budgetten is daarvoor noodzakelijk. Van Uhm: ‘Neem bijvoorbeeld Mali. Wij hebben daar incidenteel Malinese strijdkrachten getraind met een beperkt budget. Ontwikkelingssamenwerking heeft jarenlang in dit land geïnvesteerd. Als de regels minder streng waren geweest hadden we waarschijnlijk meer aan institution building kunnen doen en beter kunnen samenwerken met de autoriteiten daar. Door structureel aanwezig te zijn, hadden we de lokale bevolking mogelijk een hoop ellende kunnen besparen.’
(Public Mission, 5 oktober 2012)
zaterdag 14 juli 2012
Peter van Uhm: nu tijd voor de verwerking
Nijmegenaar Peter van Uhm (57) nam afscheid als commandant der strijdkrachten. Nu is het tijd aan om het verlies van zijn zoon Dennis te verwerken.
door Maaike Boersma
Hij staat er al vijf minuten zwijgend naar te kijken. Naar die ene foto aan de muur in zijn woonkamer. De foto van Dennis, zijn Dennis. Op zijn werkkamer op het ministerie had hij de afgelopen drie jaar heel bewust géén foto staan „Nee, dat trek ik niet, dan ga ik stuk”, zei hij onlangs nog in een interview. Maar hier in huis in Grave kan hij er niet omheen. Hier kijkt Dennis hem telkens aan vanaf de muur.
Het huis, waar hij de afgelopen jaren eigenlijk alleen in het weekend was en zelfs dan opgeslokt werd door werkzaamheden voor de volgende werkweek. De laatste jaren werd hij geleefd, vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week. Omdat hij, Peter van Uhm, de afgelopen drie jaar commandant der strijdkrachten was, de hoogste militaire man van het land. Maar dat verandert, nu hij zijn functie heeft overgedragen aan zijn opvolger Tom Middendorp. De komende tijd zal hij niet werken, maar verwerken. Drie letters meer, maar een wereld van verschil.
Het is de reden dat heel Nederland hem kent, omdat hij, op zijn allereerste werkdag als commandant der strijdkrachten op 18 april 2008, het nieuws te horen kreeg dat zijn eigen zoon was omgekomen door een bermbom in Afghanistan. Het maakte hem van hoogste militair ineens ook vader. "Mijn zoon zou niet willen dat ik bij de pakken neer ging zitten", sprak hij een week later. En hij ging aan het werk. Omdat zijn zoon het zou willen, omdat hij het zelf wilde.
Hij bouwde voor de zekerheid extra tegenspraak in om te voorkomen dat zijn verlies gevolgen zou hebben voor zijn werk. Professioneel, dat is wat collega’s van hem zeggen. "Een hele gedreven man, een mensenmens", zo omschrijft zijn woordvoerder hem, die de afgelopen anderhalf jaar bijna elke dag bij hem was. "Hij had altijd een luisterend oor voor iedereen."
Het zijn die sociale kwaliteiten die hem zo ver brachten binnen Defensie. Nadat hij zich als bakkerszoon uit Nijmegen op zijn zeventiende ingeschreef bij de militaire academie in Breda, werd hij op zijn 26ste compagniescommandant in Libanon en later werd hij als brigadegeneraal uitgezonden naar Sarajevo. Uit zijn tijd in Libanon stamt het verfomfaaide oude stukje papier dat hij altijd in zijn bureaula heeft liggen en waar zijn drie gouden regels op staan: 'Ik ben altijd duidelijk, mijn deur staat altijd open, en ik ben altijd aanspreekbaar'. Richtlijnen die hij tot het laatste gebruikte, zegt zijn woordvoerder. Het verhaal gaat dat Van Uhm van zijn eigen geld een partij bergschoenen kocht toen soldaten klaagden over de slechte gevechtslaarzen waarmee ze naar Uruzgan moesten.
Voor hij commandant der strijdkrachten werd stond hij aan het hoofd van de landmacht. Zijn fascinatie voor het leger werd gewekt door verhalen van zijn vader, die na het harde werk in de bakkerij vaak vertelde over de oorlog. Hoe het hem als beste schutter niet lukte de Duitsers aan de overkant van deWaal te raken omdat zijn wapen te oud was. En hoe hij dus niet kon voorkomen dat de Duitsers zijn stad in namen.
"Dat verhaal bleef me bij", zei Van Uhm vorig jaar op een bijeenkomst waar hij met een mitrailleur in zijn hand vertelde waarom hij voor een wapen koos als werktuig, en niet voor een pen of penseel. "Uit respect en dankbaarheid voor de geallieerden koos ik voor het geweer. Niet om te doden of te schieten. Maar om het kwaad een halt toe te roepen. Het geweer is een instrument van vrede en stabiliteit."
Het was geen kogel maar een bermbom die zijn zoon het leven kostte. Van Uhm heeft thuis een kist met duizenden kaarten en brieven van medeleven. Die kon hij niet lezen toen hij nog werkte, zegt hij in een interview. Daar is nu tijd voor. Hij wil weer balans in zijn leven, meer tijd voor zijn gezin, ’zijn kop leegmaken’. Onderwijl kijkt hij ook uit naar een verhuizing, van Grave, terug naar de roots in Nijmegen- Oost.
(De Gelderlander, 7 juli 2012)
door Maaike Boersma
Hij staat er al vijf minuten zwijgend naar te kijken. Naar die ene foto aan de muur in zijn woonkamer. De foto van Dennis, zijn Dennis. Op zijn werkkamer op het ministerie had hij de afgelopen drie jaar heel bewust géén foto staan „Nee, dat trek ik niet, dan ga ik stuk”, zei hij onlangs nog in een interview. Maar hier in huis in Grave kan hij er niet omheen. Hier kijkt Dennis hem telkens aan vanaf de muur.
![]() |
| Foto: Sjoerd Hilckmann, AVDD |
Het is de reden dat heel Nederland hem kent, omdat hij, op zijn allereerste werkdag als commandant der strijdkrachten op 18 april 2008, het nieuws te horen kreeg dat zijn eigen zoon was omgekomen door een bermbom in Afghanistan. Het maakte hem van hoogste militair ineens ook vader. "Mijn zoon zou niet willen dat ik bij de pakken neer ging zitten", sprak hij een week later. En hij ging aan het werk. Omdat zijn zoon het zou willen, omdat hij het zelf wilde.
Hij bouwde voor de zekerheid extra tegenspraak in om te voorkomen dat zijn verlies gevolgen zou hebben voor zijn werk. Professioneel, dat is wat collega’s van hem zeggen. "Een hele gedreven man, een mensenmens", zo omschrijft zijn woordvoerder hem, die de afgelopen anderhalf jaar bijna elke dag bij hem was. "Hij had altijd een luisterend oor voor iedereen."
Het zijn die sociale kwaliteiten die hem zo ver brachten binnen Defensie. Nadat hij zich als bakkerszoon uit Nijmegen op zijn zeventiende ingeschreef bij de militaire academie in Breda, werd hij op zijn 26ste compagniescommandant in Libanon en later werd hij als brigadegeneraal uitgezonden naar Sarajevo. Uit zijn tijd in Libanon stamt het verfomfaaide oude stukje papier dat hij altijd in zijn bureaula heeft liggen en waar zijn drie gouden regels op staan: 'Ik ben altijd duidelijk, mijn deur staat altijd open, en ik ben altijd aanspreekbaar'. Richtlijnen die hij tot het laatste gebruikte, zegt zijn woordvoerder. Het verhaal gaat dat Van Uhm van zijn eigen geld een partij bergschoenen kocht toen soldaten klaagden over de slechte gevechtslaarzen waarmee ze naar Uruzgan moesten.
Voor hij commandant der strijdkrachten werd stond hij aan het hoofd van de landmacht. Zijn fascinatie voor het leger werd gewekt door verhalen van zijn vader, die na het harde werk in de bakkerij vaak vertelde over de oorlog. Hoe het hem als beste schutter niet lukte de Duitsers aan de overkant van deWaal te raken omdat zijn wapen te oud was. En hoe hij dus niet kon voorkomen dat de Duitsers zijn stad in namen.
"Dat verhaal bleef me bij", zei Van Uhm vorig jaar op een bijeenkomst waar hij met een mitrailleur in zijn hand vertelde waarom hij voor een wapen koos als werktuig, en niet voor een pen of penseel. "Uit respect en dankbaarheid voor de geallieerden koos ik voor het geweer. Niet om te doden of te schieten. Maar om het kwaad een halt toe te roepen. Het geweer is een instrument van vrede en stabiliteit."
Het was geen kogel maar een bermbom die zijn zoon het leven kostte. Van Uhm heeft thuis een kist met duizenden kaarten en brieven van medeleven. Die kon hij niet lezen toen hij nog werkte, zegt hij in een interview. Daar is nu tijd voor. Hij wil weer balans in zijn leven, meer tijd voor zijn gezin, ’zijn kop leegmaken’. Onderwijl kijkt hij ook uit naar een verhuizing, van Grave, terug naar de roots in Nijmegen- Oost.
(De Gelderlander, 7 juli 2012)
vrijdag 29 juni 2012
Afscheid van de Generaal
Vanavond 19:00 uur, Nederland 2, Omroep MAX
Documentaire. We volgen de Commandant der Strijdkrachten generaal Peter van Uhm tot en met zijn laatste werkdag, voordat hij het commando overdraagt aan zijn opvolger luitenant-generaal Tom Middendorp.
Aandacht voor de vier jaar waarin Commandant der Strijdkrachten Van Uhm aan het hoofd stond van de Nederlandse krijgsmacht. In de reportage komen de verschillende facetten van het werk van de krijgsmacht aan de orde. Er wordt uitgebreid gesproken met generaal Van Uhm en mensen om hem heen, zoals demissionair Minister van Defensie Hans Hillen, militair deskundigen, Tweede Kamerleden en zijn broer generaal-majoor Marc van Uhm.
Voor de documentaire sprak Jan Slagter uitgebreid met Van Uhm en volgde hem tijdens zijn diverse werkzaamheden in binnen- en buitenland. Zij spraken verder over Van Uhms grote betrokkenheid, het sneuvelen van zijn zoon Dennis op zijn eerste werkdag als Commandant der Strijdkrachten, de toekomst en de taken van Defensie, de bezuinigingen, Afghanistan en andere missies en over wat hij gaat doen na zijn afscheid.
Verder geeft de documentaire een beeld van zijn carrière, de uitdagingen van de Nederlandse troepen in missiegebieden en het aanpakken van 'nieuwe' problemen zoals piraterij in de Hoorn van Afrika. Wat ging er goed? En wat kan er beter? En hoe motiveer je mensen voor zulk moeilijk en belangrijk werk? Hoe ziet generaal Van Uhm de toekomst van Defensie en wat gaat hij nu zelf doen, na een turbulente periode als hoogste Nederlandse militair?
(Omroep MAX)
Documentaire. We volgen de Commandant der Strijdkrachten generaal Peter van Uhm tot en met zijn laatste werkdag, voordat hij het commando overdraagt aan zijn opvolger luitenant-generaal Tom Middendorp.
Aandacht voor de vier jaar waarin Commandant der Strijdkrachten Van Uhm aan het hoofd stond van de Nederlandse krijgsmacht. In de reportage komen de verschillende facetten van het werk van de krijgsmacht aan de orde. Er wordt uitgebreid gesproken met generaal Van Uhm en mensen om hem heen, zoals demissionair Minister van Defensie Hans Hillen, militair deskundigen, Tweede Kamerleden en zijn broer generaal-majoor Marc van Uhm.
Voor de documentaire sprak Jan Slagter uitgebreid met Van Uhm en volgde hem tijdens zijn diverse werkzaamheden in binnen- en buitenland. Zij spraken verder over Van Uhms grote betrokkenheid, het sneuvelen van zijn zoon Dennis op zijn eerste werkdag als Commandant der Strijdkrachten, de toekomst en de taken van Defensie, de bezuinigingen, Afghanistan en andere missies en over wat hij gaat doen na zijn afscheid.
Verder geeft de documentaire een beeld van zijn carrière, de uitdagingen van de Nederlandse troepen in missiegebieden en het aanpakken van 'nieuwe' problemen zoals piraterij in de Hoorn van Afrika. Wat ging er goed? En wat kan er beter? En hoe motiveer je mensen voor zulk moeilijk en belangrijk werk? Hoe ziet generaal Van Uhm de toekomst van Defensie en wat gaat hij nu zelf doen, na een turbulente periode als hoogste Nederlandse militair?
(Omroep MAX)
maandag 25 juni 2012
Generaal Tom Middendorp nieuwe Commandant der Strijdkrachten
Commandant der Strijdkrachten, generaal Peter van Uhm, draagt donderdag 28 juni het commando van de krijgsmacht over aan generaal Tom Middendorp. De ceremonie vindt plaats op het Binnenhof te Den Haag in aanwezigheid van de minister van Defensie, Hans Hillen, en tal van autoriteiten en gasten.
Generaal Peter van Uhm heeft sinds 17 april 2008 de militaire leiding over de strijdkrachten. Als Commandant der Strijdkrachten (CDS) is hij de hoogste militaire adviseur van de minister van Defensie. Hij bepaalt het operationele beleid van Defensie en is verantwoordelijk voor de operationele planning, aansturing en inzet van de krijgsmacht. Voor generaal Peter van Uhm komt een einde aan een militaire carrière die in 1972 begon.
De nieuwe Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, begon zijn militaire loopbaan in 1979 aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Vervolgens heeft hij diverse nationale en internationale operationele- en staffuncties bekleed. Hij is betrokken geweest bij tal van uitzendingen in Bosnië, Macedonië, Irak en Afghanistan. In 2009 voerde hij het commando over de Taskforce Uruzgan te Afghanistan. Vanaf eind 2009 heeft hij de functie van Directeur Operaties vervuld en was verantwoordelijk voor de dagelijkse planning en aansturing van de inzet van de krijgsmacht.
De ceremonie wordt a.s. donderdag vanaf 13.55 uur live uitgezonden op Nederland 1 door Omroep MAX.
(ministerie van Defensie, 25 juni 2012)
Generaal Peter van Uhm heeft sinds 17 april 2008 de militaire leiding over de strijdkrachten. Als Commandant der Strijdkrachten (CDS) is hij de hoogste militaire adviseur van de minister van Defensie. Hij bepaalt het operationele beleid van Defensie en is verantwoordelijk voor de operationele planning, aansturing en inzet van de krijgsmacht. Voor generaal Peter van Uhm komt een einde aan een militaire carrière die in 1972 begon.
De ceremonie wordt a.s. donderdag vanaf 13.55 uur live uitgezonden op Nederland 1 door Omroep MAX.
(ministerie van Defensie, 25 juni 2012)
maandag 18 juni 2012
Afghaanse president Karzai eert CDS Van Uhm
Van Uhm kreeg het eremetaal niet alleen voor zijn bijdrage aan de huidige politietrainingsmissie in Kunduz. Hij kreeg de medaille ook voor de uitmuntende prestaties in Afghanistan, die de Nederlandse krijgsmacht eerder onder zijn leiding heeft geleverd.
(ministerie van Defensie, 18 juni 2012)
* (Op de website van Defensie staat de medaille omschreven als de "Mir Masjedi khan Ghazi". Ik heb dit veranderd v.w.b. de woordvolgorde en spelling die gangbaar is op Afghaanse overheids-websites, HdV)
zaterdag 16 juni 2012
Generaal van Uhm: 'Nederland houdt zich voor de gek'
Peter van Uhm, begonnen als 17-jarige cadet, neemt deze maand afscheid als Commandant der Strijdkrachten (CDS). In zijn bijna 40-jarige loopbaan zag hij de wereld onveiliger worden en sneuvelde zijn zoon in Uruzgan. 'Het ene moment ben je de hoogste commandant, het andere lotgenoot en vader.'
door Noël van Bemmel, Theo Koelé
'Ik begon als militair in een andere wereld. Oost en West stonden tegenover elkaar. Als een conflict zou uitbreken, zaten we als Europeanen allemaal in hetzelfde schuitje. De wereld is sindsdien onzekerder geworden, onveiliger, instabieler. De internationale afhankelijkheid is groter. Door de globalisering, maar ook door nieuwe dreigingen als terrorisme en cybercrime. Het gevoel dat deze ontwikkelingen ook effect kunnen hebben op Nederland, wordt helaas niet door iedereen beleefd. Terwijl er wel degelijk effecten zijn. Drugs uit Afghanistan komen naar Nederland, mensen die gevlucht zijn óók,' zegt 's lands hoogste militair Peter van Uhm (57).
Meer onveiligheid gaat gepaard met grote bezuinigingen op defensie. De verkiezingsprogramma's beloven nog meer ingrepen. Wat vindt u daarvan?
'Ik begrijp echt wel dat Nederland een financieel-economische crisis doormaakt. En dat defensie niet helemaal buiten schot kan blijven. Maar je moet wel de afweging maken of je geld wilt opbrengen voor de verzekeringspolis die de krijgsmacht is voor Nederland.'
Van Uhm haalt een foto uit een la. Een militair praat met twee kinderen die leunen tegen een hekje voor een Hollands huis. 'Kijk, dit is hoe de Nederlander denkt: veiligheid in zijn eigen tuintje; en een hek dat gevaar kan weghouden. Maar als dat kleine huisje nou Nederland is, en het hek de grens, dan houd je jezelf voor de gek. Mensen willen hun kinderen beschermen, maar zijn niet bereid te investeren in ons internationaal belang; in hun veiligheid op lange termijn. Defensie is een geliefd bezuinigingsobject.'
Ligt dat aan de krijgsmacht, die zijn waarde niet kan aantonen?
'Het rare is: toen ik kapitein was, zeiden mensen op het station 'moordenaar' tegen mij. Als je nu aan Nederlanders vraagt of ze militairen steunen, geeft zo'n 70 procent een positief antwoord. De Nationale Veteranendag is in vier, vijf jaar uitgegroeid tot een fenomeen. Maar de missies krijgen beduidend minder steun. Het blijkt moeilijk deze taken, die toch de reden vormen waarom we op aarde zijn, over het voetlicht te brengen. In de Afghaanse provincie Uruzgan hebben we naar mijn mening fantastisch werk verricht, maar in de media zag ik slecht nieuws geëtaleerd en het goede nieuws niet. Dan is het voor burgers moeilijk een goed beeld te vormen.'
U spreekt de media aan, maar wat te denken van politici die maandenlang ruziën over verlenging van de missie?
'Politieke discussies doen er zeker toe. Als er veel gesproken wordt over een missie - wel of niet blijven in Uruzgan, wel of niet naar Kunduz- zie je dat de steun van de bevolking daalt. Binnenskamers kan ik mijn mening geven, ik was bij het gros van de besprekingen van het kabinet. Niemand snoert me de mond. Als het over missies en bezuinigingen gaat wordt er serieus naar de CDS geluisterd, maar ik moet accepteren dat democratisch gekozen politieke leiders mij niet per se volgen. Als zwaardmacht zijn we het a-politieke middel dat doet wat de politiek van ons vraagt.
De Haagse werkelijkheid botst nogal eens met die 'in het veld'. De politietrainingsmissie in Kunduz moet per se civiel genoemd worden.
'Ja, dat is een beetje semantiek. De missie is neergezet als niet-militair, maar 500 van de 550 uitgezonden mensen zijn militairen. Die doen gewoon hun werk.'
De Kamer eiste dat Afghanen na hun training 'gevolgd' worden om te kijken of ze verkeerde dingen doen. Is dat geen illusie?
'De politieke leiding heeft een besluit genomen en daaraan het verhaal gekoppeld: we moeten die lui gaan volgen. Dat ga ik dan gewoon regelen. We verzamelen biometrische gegevens, bedenken registratiesystemen. Het moet wel uitvoerbaar zijn. En er zijn grenzen voor mij bij elke missie: als we de veiligheid van onze mensen onnodig in gevaar brengen doen we het niet. Dat is in Kunduz niet aan de orde.'
Is de krijgsmacht nog veelzijdig inzetbaar, zoals dat in Den Haag heet, of moeten we onze internationale ambities temperen?
'De krijgsmacht die we nu hebben kan een heleboel. Die is verrekt efficiënt. Ik durf de vergelijking met andere westerse krijgsmachten aan. Toen we in Uruzgan zaten zeiden de Amerikanen: you punch above your weight (jullie zijn boven je macht bezig). Dat vond ik onzin. We hebben, samen met mensen van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking, hoge kwaliteit geleverd als lead nation van een provincie. Kwalitatief kunnen we ons meten met iedereen, maar we kunnen het niet zo lang volhouden als anderen.
'Alleen al doordat de krijgsmacht kleiner wordt kunnen we een langdurige en grootschalige missie als in Uruzgan niet meer aan. We hebben alle tanks afgestoten, we schrappen de Cougar-helikopters. Met minder capaciteiten zijn we minder veelzijdig. Zo simpel is dat.
'Of de bezuinigingen consequenties hebben voor onze internationale ambities? Die zijn niet hard gedefinieerd; je moet zoveel dit en zoveel dat. Maar als je minder hebt kun je óf minder dingen doen óf minder lang. We geven straks 1,2 procent van het nationaal inkomen uit aan defensie. Daarmee voldoen we niet aan de norm en zitten we in de onderste regionen van de NAVO.'
De bezuinigingen van het huidige kabinet leiden tot het verlies van 12 duizend banen. Wat betekent dat voor de mensen die er (nog) werken en voor uzelf?
'Zoveel banen weg... vroeger was dat ondenkbaar. Het doet me absoluut verdriet dat we van zoveel mensen afscheid moeten nemen. Je ziet niet alleen op de werkvloer, maar ook in de Haagse staven dat men worstelt met onzekerheid. Zet een paar mensen bij elkaar, geef ze een bak koffie, en ze praten over het eventuele verlies van hun baan. Thuis vragen kinderen of papa en mama straks nog wel werk hebben.
'We kennen het bezuinigingsbedrag (een miljard euro, red.) dat moet worden omgezet in concrete plannen. In sommige gevallen was het al snel duidelijk: tanks weg, alle mensen die daarbij horen zijn hun baan kwijt. Maar als we eenheden reorganiseren moeten we een heel traject volgen, inclusief overleg met de vakbonden. Mijn stelregel is: negatieve duidelijkheid ('voor u is er geen plek') is beter dan onzekerheid.'
Al een jaar of tien wordt er fors bezuinigd op defensie. Heeft u voor uzelf wel eens een vergelijking gemaakt met de jaren dertig van de vorige eeuw toen er ook alsmaar gesneden werd?
'Jazeker. Dan denk ik aan de ervaring en de levenslange frustratie van mijn vader, een boerenzoon die goed kon schieten. Met het geweer dat hij in 1940 kreeg kon hij de overkant van de rivier niet halen. Maar er is een wereld van verschil tussen de toenmalige situatie en het materieel dat we nu hebben en de professionaliteit van mijn mensen.'
Heeft u wel eens overwogen op te stappen?
'Ik werd wit om m'n neus toen ik hoorde dat er een miljard bezuinigd moest worden. Wat dacht je dan? Ik heb me telkens afgevraagd of ik iets voor m'n rekening kon nemen. Ik zit er nog, en draag mijn functie zoals gepland eind deze maand over. Daaruit blijkt de afweging die ik heb gemaakt.'
+++++++++++++++++
'Die jongens in het peloton moesten toch ook door?'
Op zijn eerste werkdag als Commandant der Strijdkrachten, 18 april 2008, kreeg Peter van Uhm het bericht dat zijn zoon Dennis was gesneuveld. Het voertuig van de 23-jarige luitenant reed in Uruzgan op een bermbom.
'Veel mensen hebben tegen mij gezegd: wat dapper van je. Dat je door bent gegaan na het verlies van je zoon. Dan denk ik: hoezo? Had ik dan alles moeten verloochenen waar ik mijn hele leven in had geloofd? Waar Dennis in geloofde? Ik geef toe, in een eerste opwelling dacht ik ook: jongens, ik kap ermee. Diezelfde avond nog stelde een journalist op tv dat ik moest stoppen. Ik zou niet meer kunnen functioneren. Ik begon na te denken. Mijn gezin en ik zaten in een diep dal. Maar dat gold ook voor mijn soldaten in Afghanistan, voor de jongens van zijn peloton. Die moesten toch ook door? Ik zat in de luxe positie dat ik kon zeggen: ik doe niet meer mee. Dat druist in tegen alles waar je als leidinggevende in deze organisatie in gelooft. Waar mijn zoon in geloofde. Dus eigenlijk had ik geen keus.
Op mijn eerste werkdag als commandant der strijdkrachten liep ik 's ochtends deze kamer binnen. Mijn plaatsvervanger stond mij op te wachten. Dan weet je al, er is iets goed mis. Ga eerst zitten, zei hij, waarna ik hem hoorde vertellen dat er twee slachtoffers waren gevallen: Mark Schouwink en mijn zoon Dennis. Plus twee zwaargewonden.
Er ging van alles door mijn hoofd. Uit ervaring wist ik dat de eerste melding nooit helemaal accuraat is. De slachtoffers zouden in een pantservoertuig hebben gezeten. Dat kon niet kloppen. Ik had met mijn zoon gesproken over hoe je het beste leiding kunt geven als pelotonscommandant. En dat was niet vanonder uit een pantservoertuig. Dus ik zei: of het is mijn zoon niet, of het is een andere wagen. Ga maar terug, want met dit verhaal ga ik niet naar mijn vrouw. Toen wachtte ik af als een dood vogeltje achter mijn bureau. Na een tijdje kwam hij terug met de directeur operatiën. Peter je hebt gelijk, zei die, maar het is wel je zoon. Hij zat in een open terreinwagen.
Het was zo onwerkelijk. Ik reed naar mijn vrouw die in Den Haag was blijven slapen na de overdrachtsceremonie. Mijn dochter en de vriendin van Dennis zaten allebei in het buitenland. Dus die hebben we het over de telefoon moeten vertellen. Toen die meiden terugkwamen, hebben we elkaar maar bij de hand gehouden. Zijn vriendin Lieneke kennen we al sinds de middelbare school. Ze is nu als een dochter voor ons. We zijn dit weekend nog bij haar geweest. Tegen mijn mensen hier heb ik gezegd: maak van mijn probleem niet jullie probleem. Zeg gewoon wat er gezegd moet worden.
Loyaliteit is drie keer nee durven te zeggen tegen je baas. Dat was altijd mijn stelregel. Voor de zekerheid heb ik extra tegenspraak ingebouwd. Ik wist dat ik soms een besluit moest nemen dat hiermee te maken heeft. Moet ik geld steken in schepen, vliegtuigen of in nieuwe spullen tegen bermbommen? Twee officieren die mij goed kennen, kregen dan het dossier mee, met het besluit dat ik van plan was te nemen. Hun opdracht: lees het en vertel me morgen of ik niet door emotie word gedreven. Ik kan mij niet herinneren dat ze ooit hebben gezegd: Peter, je zit er helemaal naast.
Ik kan hier nog steeds geen foto van mijn zoon hebben. Echt niet. Nee, dat trek ik niet, dan ga ik stuk. Ik heb daar mijn manier op gevonden. Kijk, daar op mijn vensterbank ligt een sabel. (Van Uhm staat op en pakt het glimmende wapen met een gouden leeuwenkop op de greep-red). Dit is mijn officierssabel die ik kreeg toen ik afstudeerde aan de KMA (Koninklijke Militaire Academie-red). Toen mijn zoon luitenant werd, ben ik naar de juwelier in het dorp gegaan om mijn naam erin te laten graveren en de datum waarop ik officier was geworden. Daaronder de naam van Dennis en de datum van zijn beëdiging. Dat was zo'n mooi vader en zoon moment. Ik word nog steeds emotioneel als ik daaraan terugdenk.
We waren met zijn tweeën en ik zei dat ik trots op hem was. Ik gaf hem deze sabel met de woorden: hiermee is een traditie geboren. Dennis keek me aan en begon te lachen. Hij begreep de serieuze ondertoon - zorg dat je kinderen krijgt en dat ze militair worden -maar hij wist ook dat ik een geintje maakte. Typisch familie Van Uhm. Nou..., en nu heb ik de sabel weer terug. Dat was natuurlijk nooit de bedoeling. (Van Uhm zet de sabel behoedzaam terug in zijn vensterbank). Dit is dus mijn manier om, ....dit kan ik nog net hebben.
De toekomst zal uitwijzen hoever ik nu ben met de verwerking van ons verlies. Maar het feit dat ik nu alweer emotioneel word, betekent dat ik er nog lang niet ben. Thuis hebben wij een mooie kist met honderden brieven en duizenden kaarten die wij hebben gekregen. Uit heel Nederland, echt. Die hebben wij in een roes gelezen. Ik zou niet meer weten wat erop staat. Die dingen moeten we ooit nog een keer lezen. We hebben er bewust voor gekozen dat niet te doen, zolang ik in functie ben. Dan ben ik gewoon van de leg. En niet voor een dag, vrees ik. Dus nee, we zijn er nog niet. We zijn met z'n vieren, maar ieder verwerkt het op zijn eigen manier. Het is een evenwichtskunst. Je moet elkaar bij de hand houden en de ruimte laten. Soms sta ik voor zijn foto. Ja, daar sta ik dan vijf minuten.
Als commandant heb ik ook veel nabestaanden bezocht. Nadat Dennis een slachtoffer werd is mijn vrouw ook meegegaan op dat soort bezoeken. Dat waren surrealistische ontmoetingen. Op het ene moment ben je de hoogste commandant, op een ander lotgenoot en vader. Dat loopt allemaal door elkaar in die gesprekken. Ik hoop maar dat wij die mensen hebben kunnen helpen. Zij hebben mij niets verweten. Dat heb ik althans nooit bespeurd. Ook niet voordat ik mijn zoon verloor.
Dennis was geen kind voor binnen. Daarom ligt hij nu op de erebegraafplaats bij Loenen. Daar ligt hij buiten in het bos, dat vond hij altijd schitterend. Op de erebegraafplaats komen ook schoolklassen langs die dan ontdekken dat daar niet alleen maar slachtoffers van de Tweede wereldoorlog liggen. Dat ook de hedendaagse jeugd nog bereid is dit soort dingen te doen. Dat vonden wij nog wel waardevol om aan anderen te laten zien.
Ik houd alle ideeën voor nieuwe functies af. Mijn leven bestond afgelopen jaren uit werken en slapen. Vaak was ik alleen in het weekend thuis, maar dan trok ik wel weer twee tassen open. Om de volgende week voor te bereiden. Ik las alleen boeken voor mijn werk, ik sportte als ik kon, niet als ik zin had. Mijn gezin heeft me altijd gesteund en daar ben ik dankbaar voor. Maar er moet nu een andere balans komen in ons leven. Meer tijd voor elkaar. We gaan weer terug naar Nijmegen waar we allebei vandaan komen. Ik ga mijn kop leegmaken. Dennis zal altijd in ons hart zijn. We hebben besloten onze blik vooruit te richten.'
(De Volkskrant, 16 juni 2012)
Toespraak Van Uhm bijna een miljoen keer bekeken
De toespraak die de commandant der strijdkrachten generaal Peter van Uhm eind vorig jaar op TEDxAmsterdam hield, is inmiddels vertaald in 25 talen waaronder Arabisch, Japans, Turks en Perzisch.
De speech waarin hij uitlegt waarom hij het wapen koos als middel om een bijdrage te leveren aan een betere wereld, is bijna 1.000.000 keer bekeken. Deze week bekeken Australische cadetten, als voorbereiding op het gesprek met de generaal van Uhm, de video die op de site van TED.com en youtube.com staat.
Generaal van Uhm brengt momenteel een bezoek aan Australië om te praten over nauwere samenwerking op het gebied van cyber war, onderzeeboten en de F-35.
(ministerie van Defensie, 15 juni 2012)
Toespraak Generaal van Uhm, TedXAmsterdam, 25 november 2011
(Zie ook het afscheidsinterview met generaal Van Uhm in Trouw: 'Mensen moeten je durven tegenspreken')
door Noël van Bemmel, Theo Koelé
'Ik begon als militair in een andere wereld. Oost en West stonden tegenover elkaar. Als een conflict zou uitbreken, zaten we als Europeanen allemaal in hetzelfde schuitje. De wereld is sindsdien onzekerder geworden, onveiliger, instabieler. De internationale afhankelijkheid is groter. Door de globalisering, maar ook door nieuwe dreigingen als terrorisme en cybercrime. Het gevoel dat deze ontwikkelingen ook effect kunnen hebben op Nederland, wordt helaas niet door iedereen beleefd. Terwijl er wel degelijk effecten zijn. Drugs uit Afghanistan komen naar Nederland, mensen die gevlucht zijn óók,' zegt 's lands hoogste militair Peter van Uhm (57).
Meer onveiligheid gaat gepaard met grote bezuinigingen op defensie. De verkiezingsprogramma's beloven nog meer ingrepen. Wat vindt u daarvan?
![]() |
| Generaal van Uhm (Foto: Defensie) |
Van Uhm haalt een foto uit een la. Een militair praat met twee kinderen die leunen tegen een hekje voor een Hollands huis. 'Kijk, dit is hoe de Nederlander denkt: veiligheid in zijn eigen tuintje; en een hek dat gevaar kan weghouden. Maar als dat kleine huisje nou Nederland is, en het hek de grens, dan houd je jezelf voor de gek. Mensen willen hun kinderen beschermen, maar zijn niet bereid te investeren in ons internationaal belang; in hun veiligheid op lange termijn. Defensie is een geliefd bezuinigingsobject.'
Ligt dat aan de krijgsmacht, die zijn waarde niet kan aantonen?
'Het rare is: toen ik kapitein was, zeiden mensen op het station 'moordenaar' tegen mij. Als je nu aan Nederlanders vraagt of ze militairen steunen, geeft zo'n 70 procent een positief antwoord. De Nationale Veteranendag is in vier, vijf jaar uitgegroeid tot een fenomeen. Maar de missies krijgen beduidend minder steun. Het blijkt moeilijk deze taken, die toch de reden vormen waarom we op aarde zijn, over het voetlicht te brengen. In de Afghaanse provincie Uruzgan hebben we naar mijn mening fantastisch werk verricht, maar in de media zag ik slecht nieuws geëtaleerd en het goede nieuws niet. Dan is het voor burgers moeilijk een goed beeld te vormen.'
U spreekt de media aan, maar wat te denken van politici die maandenlang ruziën over verlenging van de missie?
'Politieke discussies doen er zeker toe. Als er veel gesproken wordt over een missie - wel of niet blijven in Uruzgan, wel of niet naar Kunduz- zie je dat de steun van de bevolking daalt. Binnenskamers kan ik mijn mening geven, ik was bij het gros van de besprekingen van het kabinet. Niemand snoert me de mond. Als het over missies en bezuinigingen gaat wordt er serieus naar de CDS geluisterd, maar ik moet accepteren dat democratisch gekozen politieke leiders mij niet per se volgen. Als zwaardmacht zijn we het a-politieke middel dat doet wat de politiek van ons vraagt.
De Haagse werkelijkheid botst nogal eens met die 'in het veld'. De politietrainingsmissie in Kunduz moet per se civiel genoemd worden.
'Ja, dat is een beetje semantiek. De missie is neergezet als niet-militair, maar 500 van de 550 uitgezonden mensen zijn militairen. Die doen gewoon hun werk.'
De Kamer eiste dat Afghanen na hun training 'gevolgd' worden om te kijken of ze verkeerde dingen doen. Is dat geen illusie?
'De politieke leiding heeft een besluit genomen en daaraan het verhaal gekoppeld: we moeten die lui gaan volgen. Dat ga ik dan gewoon regelen. We verzamelen biometrische gegevens, bedenken registratiesystemen. Het moet wel uitvoerbaar zijn. En er zijn grenzen voor mij bij elke missie: als we de veiligheid van onze mensen onnodig in gevaar brengen doen we het niet. Dat is in Kunduz niet aan de orde.'
Is de krijgsmacht nog veelzijdig inzetbaar, zoals dat in Den Haag heet, of moeten we onze internationale ambities temperen?
'De krijgsmacht die we nu hebben kan een heleboel. Die is verrekt efficiënt. Ik durf de vergelijking met andere westerse krijgsmachten aan. Toen we in Uruzgan zaten zeiden de Amerikanen: you punch above your weight (jullie zijn boven je macht bezig). Dat vond ik onzin. We hebben, samen met mensen van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking, hoge kwaliteit geleverd als lead nation van een provincie. Kwalitatief kunnen we ons meten met iedereen, maar we kunnen het niet zo lang volhouden als anderen.
'Alleen al doordat de krijgsmacht kleiner wordt kunnen we een langdurige en grootschalige missie als in Uruzgan niet meer aan. We hebben alle tanks afgestoten, we schrappen de Cougar-helikopters. Met minder capaciteiten zijn we minder veelzijdig. Zo simpel is dat.
'Of de bezuinigingen consequenties hebben voor onze internationale ambities? Die zijn niet hard gedefinieerd; je moet zoveel dit en zoveel dat. Maar als je minder hebt kun je óf minder dingen doen óf minder lang. We geven straks 1,2 procent van het nationaal inkomen uit aan defensie. Daarmee voldoen we niet aan de norm en zitten we in de onderste regionen van de NAVO.'
De bezuinigingen van het huidige kabinet leiden tot het verlies van 12 duizend banen. Wat betekent dat voor de mensen die er (nog) werken en voor uzelf?
'Zoveel banen weg... vroeger was dat ondenkbaar. Het doet me absoluut verdriet dat we van zoveel mensen afscheid moeten nemen. Je ziet niet alleen op de werkvloer, maar ook in de Haagse staven dat men worstelt met onzekerheid. Zet een paar mensen bij elkaar, geef ze een bak koffie, en ze praten over het eventuele verlies van hun baan. Thuis vragen kinderen of papa en mama straks nog wel werk hebben.
'We kennen het bezuinigingsbedrag (een miljard euro, red.) dat moet worden omgezet in concrete plannen. In sommige gevallen was het al snel duidelijk: tanks weg, alle mensen die daarbij horen zijn hun baan kwijt. Maar als we eenheden reorganiseren moeten we een heel traject volgen, inclusief overleg met de vakbonden. Mijn stelregel is: negatieve duidelijkheid ('voor u is er geen plek') is beter dan onzekerheid.'
Al een jaar of tien wordt er fors bezuinigd op defensie. Heeft u voor uzelf wel eens een vergelijking gemaakt met de jaren dertig van de vorige eeuw toen er ook alsmaar gesneden werd?
'Jazeker. Dan denk ik aan de ervaring en de levenslange frustratie van mijn vader, een boerenzoon die goed kon schieten. Met het geweer dat hij in 1940 kreeg kon hij de overkant van de rivier niet halen. Maar er is een wereld van verschil tussen de toenmalige situatie en het materieel dat we nu hebben en de professionaliteit van mijn mensen.'
Heeft u wel eens overwogen op te stappen?
'Ik werd wit om m'n neus toen ik hoorde dat er een miljard bezuinigd moest worden. Wat dacht je dan? Ik heb me telkens afgevraagd of ik iets voor m'n rekening kon nemen. Ik zit er nog, en draag mijn functie zoals gepland eind deze maand over. Daaruit blijkt de afweging die ik heb gemaakt.'
+++++++++++++++++
'Die jongens in het peloton moesten toch ook door?'
Op zijn eerste werkdag als Commandant der Strijdkrachten, 18 april 2008, kreeg Peter van Uhm het bericht dat zijn zoon Dennis was gesneuveld. Het voertuig van de 23-jarige luitenant reed in Uruzgan op een bermbom.
'Veel mensen hebben tegen mij gezegd: wat dapper van je. Dat je door bent gegaan na het verlies van je zoon. Dan denk ik: hoezo? Had ik dan alles moeten verloochenen waar ik mijn hele leven in had geloofd? Waar Dennis in geloofde? Ik geef toe, in een eerste opwelling dacht ik ook: jongens, ik kap ermee. Diezelfde avond nog stelde een journalist op tv dat ik moest stoppen. Ik zou niet meer kunnen functioneren. Ik begon na te denken. Mijn gezin en ik zaten in een diep dal. Maar dat gold ook voor mijn soldaten in Afghanistan, voor de jongens van zijn peloton. Die moesten toch ook door? Ik zat in de luxe positie dat ik kon zeggen: ik doe niet meer mee. Dat druist in tegen alles waar je als leidinggevende in deze organisatie in gelooft. Waar mijn zoon in geloofde. Dus eigenlijk had ik geen keus.
Op mijn eerste werkdag als commandant der strijdkrachten liep ik 's ochtends deze kamer binnen. Mijn plaatsvervanger stond mij op te wachten. Dan weet je al, er is iets goed mis. Ga eerst zitten, zei hij, waarna ik hem hoorde vertellen dat er twee slachtoffers waren gevallen: Mark Schouwink en mijn zoon Dennis. Plus twee zwaargewonden.
![]() |
| Elnt Dennis van Uhm (foto: Defensie) |
Er ging van alles door mijn hoofd. Uit ervaring wist ik dat de eerste melding nooit helemaal accuraat is. De slachtoffers zouden in een pantservoertuig hebben gezeten. Dat kon niet kloppen. Ik had met mijn zoon gesproken over hoe je het beste leiding kunt geven als pelotonscommandant. En dat was niet vanonder uit een pantservoertuig. Dus ik zei: of het is mijn zoon niet, of het is een andere wagen. Ga maar terug, want met dit verhaal ga ik niet naar mijn vrouw. Toen wachtte ik af als een dood vogeltje achter mijn bureau. Na een tijdje kwam hij terug met de directeur operatiën. Peter je hebt gelijk, zei die, maar het is wel je zoon. Hij zat in een open terreinwagen.
Het was zo onwerkelijk. Ik reed naar mijn vrouw die in Den Haag was blijven slapen na de overdrachtsceremonie. Mijn dochter en de vriendin van Dennis zaten allebei in het buitenland. Dus die hebben we het over de telefoon moeten vertellen. Toen die meiden terugkwamen, hebben we elkaar maar bij de hand gehouden. Zijn vriendin Lieneke kennen we al sinds de middelbare school. Ze is nu als een dochter voor ons. We zijn dit weekend nog bij haar geweest. Tegen mijn mensen hier heb ik gezegd: maak van mijn probleem niet jullie probleem. Zeg gewoon wat er gezegd moet worden.
Loyaliteit is drie keer nee durven te zeggen tegen je baas. Dat was altijd mijn stelregel. Voor de zekerheid heb ik extra tegenspraak ingebouwd. Ik wist dat ik soms een besluit moest nemen dat hiermee te maken heeft. Moet ik geld steken in schepen, vliegtuigen of in nieuwe spullen tegen bermbommen? Twee officieren die mij goed kennen, kregen dan het dossier mee, met het besluit dat ik van plan was te nemen. Hun opdracht: lees het en vertel me morgen of ik niet door emotie word gedreven. Ik kan mij niet herinneren dat ze ooit hebben gezegd: Peter, je zit er helemaal naast.
Ik kan hier nog steeds geen foto van mijn zoon hebben. Echt niet. Nee, dat trek ik niet, dan ga ik stuk. Ik heb daar mijn manier op gevonden. Kijk, daar op mijn vensterbank ligt een sabel. (Van Uhm staat op en pakt het glimmende wapen met een gouden leeuwenkop op de greep-red). Dit is mijn officierssabel die ik kreeg toen ik afstudeerde aan de KMA (Koninklijke Militaire Academie-red). Toen mijn zoon luitenant werd, ben ik naar de juwelier in het dorp gegaan om mijn naam erin te laten graveren en de datum waarop ik officier was geworden. Daaronder de naam van Dennis en de datum van zijn beëdiging. Dat was zo'n mooi vader en zoon moment. Ik word nog steeds emotioneel als ik daaraan terugdenk.
We waren met zijn tweeën en ik zei dat ik trots op hem was. Ik gaf hem deze sabel met de woorden: hiermee is een traditie geboren. Dennis keek me aan en begon te lachen. Hij begreep de serieuze ondertoon - zorg dat je kinderen krijgt en dat ze militair worden -maar hij wist ook dat ik een geintje maakte. Typisch familie Van Uhm. Nou..., en nu heb ik de sabel weer terug. Dat was natuurlijk nooit de bedoeling. (Van Uhm zet de sabel behoedzaam terug in zijn vensterbank). Dit is dus mijn manier om, ....dit kan ik nog net hebben.
![]() |
| 22 april 2008. Vier dagen na het sneuvelen van zijn zoon Dennis staat Generaal van Uhm de pers te woord (foto: Defensie) |
De toekomst zal uitwijzen hoever ik nu ben met de verwerking van ons verlies. Maar het feit dat ik nu alweer emotioneel word, betekent dat ik er nog lang niet ben. Thuis hebben wij een mooie kist met honderden brieven en duizenden kaarten die wij hebben gekregen. Uit heel Nederland, echt. Die hebben wij in een roes gelezen. Ik zou niet meer weten wat erop staat. Die dingen moeten we ooit nog een keer lezen. We hebben er bewust voor gekozen dat niet te doen, zolang ik in functie ben. Dan ben ik gewoon van de leg. En niet voor een dag, vrees ik. Dus nee, we zijn er nog niet. We zijn met z'n vieren, maar ieder verwerkt het op zijn eigen manier. Het is een evenwichtskunst. Je moet elkaar bij de hand houden en de ruimte laten. Soms sta ik voor zijn foto. Ja, daar sta ik dan vijf minuten.
Als commandant heb ik ook veel nabestaanden bezocht. Nadat Dennis een slachtoffer werd is mijn vrouw ook meegegaan op dat soort bezoeken. Dat waren surrealistische ontmoetingen. Op het ene moment ben je de hoogste commandant, op een ander lotgenoot en vader. Dat loopt allemaal door elkaar in die gesprekken. Ik hoop maar dat wij die mensen hebben kunnen helpen. Zij hebben mij niets verweten. Dat heb ik althans nooit bespeurd. Ook niet voordat ik mijn zoon verloor.
Ik houd alle ideeën voor nieuwe functies af. Mijn leven bestond afgelopen jaren uit werken en slapen. Vaak was ik alleen in het weekend thuis, maar dan trok ik wel weer twee tassen open. Om de volgende week voor te bereiden. Ik las alleen boeken voor mijn werk, ik sportte als ik kon, niet als ik zin had. Mijn gezin heeft me altijd gesteund en daar ben ik dankbaar voor. Maar er moet nu een andere balans komen in ons leven. Meer tijd voor elkaar. We gaan weer terug naar Nijmegen waar we allebei vandaan komen. Ik ga mijn kop leegmaken. Dennis zal altijd in ons hart zijn. We hebben besloten onze blik vooruit te richten.'
(De Volkskrant, 16 juni 2012)
Toespraak Van Uhm bijna een miljoen keer bekeken
De toespraak die de commandant der strijdkrachten generaal Peter van Uhm eind vorig jaar op TEDxAmsterdam hield, is inmiddels vertaald in 25 talen waaronder Arabisch, Japans, Turks en Perzisch.
De speech waarin hij uitlegt waarom hij het wapen koos als middel om een bijdrage te leveren aan een betere wereld, is bijna 1.000.000 keer bekeken. Deze week bekeken Australische cadetten, als voorbereiding op het gesprek met de generaal van Uhm, de video die op de site van TED.com en youtube.com staat.
Generaal van Uhm brengt momenteel een bezoek aan Australië om te praten over nauwere samenwerking op het gebied van cyber war, onderzeeboten en de F-35.
(ministerie van Defensie, 15 juni 2012)
Toespraak Generaal van Uhm, TedXAmsterdam, 25 november 2011
(Zie ook het afscheidsinterview met generaal Van Uhm in Trouw: 'Mensen moeten je durven tegenspreken')
vrijdag 15 juni 2012
Hoge Australische onderscheiding voor Van Uhm
Commandant der Strijdkrachten generaal Peter van Uhm is in Canberra benoemd tot Officier in de Orde van Australië. De hoogste militair van Australië, generaal David Hurley, reikte de onderscheiding uit tijdens het werkbezoek van Van Uhm aan de Australische krijgsmacht in Australische hoofdstad.
Generaal Van Uhm is een van de weinige niet-Australische militairen die de eer te beurt valt om tot Officier in de Orde van Australië te worden benoemd. De laatste keer dat de onderscheiding werd uitgereikt, was aan de Amerikaanse generaal David Petraeus. Hij leidde namens de NAVO de missie in Afghanistan en is momenteel de directeur van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA.
Uruzgan
De generaal kreeg de onderscheiding uitgereikt vanwege zijn uitzonderlijk militair leiderschap tijdens de missie van de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan. Van april 2008 tot juli 2010 viel ook de Australische eenheid onder zijn commando.
De Australiërs roemden het inspirerend militair leiderschap van Van Uhm dat leidde tot een duidelijke verbetering van de veiligheid in de provincie Uruzgan. "Ook generaal Van Uhms enorme persoonlijke betrokkenheid bij de Australische militairen is door ons zeer gewaardeerd", aldus generaal Hurley.
Van Uhm toonde zich vereerd met de hoge onderscheiding en draagt hem op aan de Nederlandse militairen die in Uruzgan hebben gediend. "Ik heb de onderscheiding gekregen, maar het zijn onze militairen die het werk hebben gedaan. Deze onderscheiding is voor hen.''
(ministerie van Defensie, 15 juni 2012)
Generaal Van Uhm is een van de weinige niet-Australische militairen die de eer te beurt valt om tot Officier in de Orde van Australië te worden benoemd. De laatste keer dat de onderscheiding werd uitgereikt, was aan de Amerikaanse generaal David Petraeus. Hij leidde namens de NAVO de missie in Afghanistan en is momenteel de directeur van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA.
Uruzgan
De generaal kreeg de onderscheiding uitgereikt vanwege zijn uitzonderlijk militair leiderschap tijdens de missie van de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan. Van april 2008 tot juli 2010 viel ook de Australische eenheid onder zijn commando.
De Australiërs roemden het inspirerend militair leiderschap van Van Uhm dat leidde tot een duidelijke verbetering van de veiligheid in de provincie Uruzgan. "Ook generaal Van Uhms enorme persoonlijke betrokkenheid bij de Australische militairen is door ons zeer gewaardeerd", aldus generaal Hurley.
Van Uhm toonde zich vereerd met de hoge onderscheiding en draagt hem op aan de Nederlandse militairen die in Uruzgan hebben gediend. "Ik heb de onderscheiding gekregen, maar het zijn onze militairen die het werk hebben gedaan. Deze onderscheiding is voor hen.''
(ministerie van Defensie, 15 juni 2012)
maandag 4 juni 2012
'Defensie is een vorm van ontwikkelingshulp'
Het wordt hoog tijd om de definitie van ontwikkelingshulp te verruimen en te erkennen dat Defensie feitelijk een vorm van ontwikkelingshulp is, betogen Bart van Horck en Marco Hillen.
Veel Nederlanders waren diep verontwaardigd toen er tijdens de Catshuisonderhandelingen werd voorgesteld om ontwikkelingssamenwerking te korten tot onder de internationale norm van 0,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp).
Veel minder verontwaardigd zijn wij over het feit dat Nederland aan defensie al jarenlang fors minder uitgeeft dan de internationale norm van 2 procent van het bbp. Die selectieve verontwaardiging is volkomen onterecht, want defensie levert een essentiële bijdrage aan ontwikkelingssamenwerking. Het wordt daarom hoog tijd om de definitie van ontwikkelingshulp verder te verruimen en te erkennen dat Defensie feitelijk een vorm van ontwikkelingshulp is.
Defensie is een voorwaarde voor effectieve ontwikkelingssamenwerking. Defensie levert een belangrijke bijdrage aan een betere wereld. Door veiligheid te creëren en te handhaven binnen instabiele regio’s scheppen militairen belangrijke voorwaarden voor vrede, stabiliteit en ontwikkeling. Als wij niets zouden doen aan defensie, dan is ontwikkelingshulp in veel gevallen zinloos.
Twee belangrijke vertegenwoordigers van defensie geven hiervoor heldere argumenten. Ten eerste de huidige commandant der strijdkrachten, generaal Van Uhm. In een indrukwekkende toespraak in 2011 vertelde hij waarom hij heeft gekozen voor het vak van militair. Terwijl hij zijn geweer in de lucht hield, stelde Van Uhm dat een geweer niet symbool staat voor oorlog, maar juist voor vrede en stabiliteit. De rechtsstaat kan immers alleen gehandhaafd worden wanneer geweld en onrecht in toom gehouden worden.
Het tweede voorbeeld komt van Van Uhms voorganger, generaal buiten dienst Dick Berlijn. Hij bepleit de zogenaamde geïntegreerde aanpak: links van de knal en rechts van de knal.
Met links van de knal doelt hij op het in de hand houden van omstandigheden die ontwrichtend kunnen werken op een samenleving. Zo kunnen rebellengroeperingen bijvoorbeeld effectiever opereren wanneer instituties in de samenleving te zwak zijn om de geweldsspiraal te stoppen en het recht te handhaven. In dit geval kan preventief militair optreden van buitenaf chaos voorkomen.
Met rechts van de knal doelt Berlijn op situaties waarin het tragisch genoeg al te laat is om nog iets te doen. De chaos is dan compleet. Belangrijke instituties van een samenleving zoals bestuur, pers, politiek, economische stabiliteit en werkgelegenheid zijn dan al lamgelegd. In dat geval is alleen nog reactief optreden mogelijk. Volgens Berlijn is de wereld gebaat bij een gezamenlijke inzet van defensie en ontwikkelingshulp die erop gericht is om situaties niet uit de hand te laten lopen.
Als defensie een vorm van ontwikkelingssamenwerking is: waarom dan bezuinigen? De Nederlandse missies in Uruzgan en Kunduz vormen een perfecte illustratie van de betogen van Van Uhm en Berlijn. Onze militairen dragen bij aan ontwikkeling, bijvoorbeeld door het opleiden van politieagenten.
Tegelijkertijd hebben de missies een zware wissel getrokken op defensie. De missies hebben veel gevergd van manschappen en materieel en de kosten kwamen grotendeels voor rekening van Defensie.
Daarnaast wordt er al jaren fors bezuinigd op defensie. Door deze zorgelijke ontwikkelingen is het onzeker geworden of Nederland in de toekomst nog in staat zal zijn om ‘links van de knal’ te opereren om dreigende chaos in ontwikkelingslanden te voorkomen. Dit zou niet alleen slecht zijn voor de instabiele regio’s in kwestie, maar ook voor Nederland zelf. Het zou immers afbreuk doen aan onze reputatie als wij ‘het vuile werk’ altijd door andere landen laten opknappen.
Kortom, als we werkelijk waarde hechten aan internationale afspraken, moeten we kritisch durven kijken naar de manier waarop we omgaan met ontwikkelingssamenwerking. Ontwikkelingssamenwerking en defensie hangen nauw met elkaar samen. De mensen die ontwikkelingssamenwerking belangrijk vinden, zouden het dus net zo belangrijk moeten vinden dat er niet verder bezuinigd wordt op defensie. Defensie is namelijk niet alleen een kerntaak van de overheid ter verdediging van ons eigen land, zij is ook een cruciale factor voor het welslagen van ontwikkelingshulp.
Alleen door defensie te vrijwaren van verdere bezuinigingen kunnen we verzekerd blijven van een volwaardige deelname van Nederland waar het gaat om ontwikkelingssamenwerking, vrede en veiligheid.
De auteurs zijn respectievelijk docent bestuurskunde aan de Universiteit Leiden en student bestuurskunde te Leiden. Dit artikel werd eerder gepubliceerd op het discussieplatform christendemocraat.nl.
(Reformatorisch Dagblad, 4 juni 2012)
Veel Nederlanders waren diep verontwaardigd toen er tijdens de Catshuisonderhandelingen werd voorgesteld om ontwikkelingssamenwerking te korten tot onder de internationale norm van 0,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp).
Veel minder verontwaardigd zijn wij over het feit dat Nederland aan defensie al jarenlang fors minder uitgeeft dan de internationale norm van 2 procent van het bbp. Die selectieve verontwaardiging is volkomen onterecht, want defensie levert een essentiële bijdrage aan ontwikkelingssamenwerking. Het wordt daarom hoog tijd om de definitie van ontwikkelingshulp verder te verruimen en te erkennen dat Defensie feitelijk een vorm van ontwikkelingshulp is.
Defensie is een voorwaarde voor effectieve ontwikkelingssamenwerking. Defensie levert een belangrijke bijdrage aan een betere wereld. Door veiligheid te creëren en te handhaven binnen instabiele regio’s scheppen militairen belangrijke voorwaarden voor vrede, stabiliteit en ontwikkeling. Als wij niets zouden doen aan defensie, dan is ontwikkelingshulp in veel gevallen zinloos.
Twee belangrijke vertegenwoordigers van defensie geven hiervoor heldere argumenten. Ten eerste de huidige commandant der strijdkrachten, generaal Van Uhm. In een indrukwekkende toespraak in 2011 vertelde hij waarom hij heeft gekozen voor het vak van militair. Terwijl hij zijn geweer in de lucht hield, stelde Van Uhm dat een geweer niet symbool staat voor oorlog, maar juist voor vrede en stabiliteit. De rechtsstaat kan immers alleen gehandhaafd worden wanneer geweld en onrecht in toom gehouden worden.
Het tweede voorbeeld komt van Van Uhms voorganger, generaal buiten dienst Dick Berlijn. Hij bepleit de zogenaamde geïntegreerde aanpak: links van de knal en rechts van de knal.
Met links van de knal doelt hij op het in de hand houden van omstandigheden die ontwrichtend kunnen werken op een samenleving. Zo kunnen rebellengroeperingen bijvoorbeeld effectiever opereren wanneer instituties in de samenleving te zwak zijn om de geweldsspiraal te stoppen en het recht te handhaven. In dit geval kan preventief militair optreden van buitenaf chaos voorkomen.
Met rechts van de knal doelt Berlijn op situaties waarin het tragisch genoeg al te laat is om nog iets te doen. De chaos is dan compleet. Belangrijke instituties van een samenleving zoals bestuur, pers, politiek, economische stabiliteit en werkgelegenheid zijn dan al lamgelegd. In dat geval is alleen nog reactief optreden mogelijk. Volgens Berlijn is de wereld gebaat bij een gezamenlijke inzet van defensie en ontwikkelingshulp die erop gericht is om situaties niet uit de hand te laten lopen.
Als defensie een vorm van ontwikkelingssamenwerking is: waarom dan bezuinigen? De Nederlandse missies in Uruzgan en Kunduz vormen een perfecte illustratie van de betogen van Van Uhm en Berlijn. Onze militairen dragen bij aan ontwikkeling, bijvoorbeeld door het opleiden van politieagenten.
Tegelijkertijd hebben de missies een zware wissel getrokken op defensie. De missies hebben veel gevergd van manschappen en materieel en de kosten kwamen grotendeels voor rekening van Defensie.
Daarnaast wordt er al jaren fors bezuinigd op defensie. Door deze zorgelijke ontwikkelingen is het onzeker geworden of Nederland in de toekomst nog in staat zal zijn om ‘links van de knal’ te opereren om dreigende chaos in ontwikkelingslanden te voorkomen. Dit zou niet alleen slecht zijn voor de instabiele regio’s in kwestie, maar ook voor Nederland zelf. Het zou immers afbreuk doen aan onze reputatie als wij ‘het vuile werk’ altijd door andere landen laten opknappen.
Kortom, als we werkelijk waarde hechten aan internationale afspraken, moeten we kritisch durven kijken naar de manier waarop we omgaan met ontwikkelingssamenwerking. Ontwikkelingssamenwerking en defensie hangen nauw met elkaar samen. De mensen die ontwikkelingssamenwerking belangrijk vinden, zouden het dus net zo belangrijk moeten vinden dat er niet verder bezuinigd wordt op defensie. Defensie is namelijk niet alleen een kerntaak van de overheid ter verdediging van ons eigen land, zij is ook een cruciale factor voor het welslagen van ontwikkelingshulp.
Alleen door defensie te vrijwaren van verdere bezuinigingen kunnen we verzekerd blijven van een volwaardige deelname van Nederland waar het gaat om ontwikkelingssamenwerking, vrede en veiligheid.
De auteurs zijn respectievelijk docent bestuurskunde aan de Universiteit Leiden en student bestuurskunde te Leiden. Dit artikel werd eerder gepubliceerd op het discussieplatform christendemocraat.nl.
(Reformatorisch Dagblad, 4 juni 2012)
vrijdag 25 mei 2012
Kijktip: 'Afscheid van de Generaal'
Generaal van Uhm staat sinds april 2008 aan het hoofd van de Nederlandse krijgsmacht. In 2012 neemt hij afscheid van zijn functie.
In de reportage komen de verschillende facetten van het werk van de krijgsmacht aan de orde. Er wordt uitgebreid gesproken met Generaal Van Uhm en mensen om hem heen. Zo komen onder andere demissionair minister van Defensie Hans Hillen, militair deskundigen, Tweede Kamerleden en zijn broer generaal-majoor Marc van Uhm aan het woord.
Jan Slagter spreekt uitgebreid met Van Uhm en volgt hem tijdens zijn diverse werkzaamheden in binnen- en buitenland. Zij spreken verder over het overlijden van zijn zoon op zijn eerste werkdag als Commandant en Van Uhm vertelt over zijn visie op de toekomst en taak van Defensie. Daarnaast vertelt hij over verschillende missies en over wat hij gaat doen na zijn afscheid.
De documentaire geeft een beeld van de carrière van Van Uhm, de uitdagingen van de Nederlandse troepen in missiegebieden en het aanpakken van problemen zoals piraterij in de Hoorn van Afrika.
Uitzending
Vrijdag 29 juni 2012
18.55 uur, Ned 2
(Omroep Max)
In de reportage komen de verschillende facetten van het werk van de krijgsmacht aan de orde. Er wordt uitgebreid gesproken met Generaal Van Uhm en mensen om hem heen. Zo komen onder andere demissionair minister van Defensie Hans Hillen, militair deskundigen, Tweede Kamerleden en zijn broer generaal-majoor Marc van Uhm aan het woord.
Jan Slagter spreekt uitgebreid met Van Uhm en volgt hem tijdens zijn diverse werkzaamheden in binnen- en buitenland. Zij spreken verder over het overlijden van zijn zoon op zijn eerste werkdag als Commandant en Van Uhm vertelt over zijn visie op de toekomst en taak van Defensie. Daarnaast vertelt hij over verschillende missies en over wat hij gaat doen na zijn afscheid.
De documentaire geeft een beeld van de carrière van Van Uhm, de uitdagingen van de Nederlandse troepen in missiegebieden en het aanpakken van problemen zoals piraterij in de Hoorn van Afrika.
Uitzending
Vrijdag 29 juni 2012
18.55 uur, Ned 2
(Omroep Max)
woensdag 2 mei 2012
Generaal Van Uhm bezoekt troepen
Commandant der Strijdkrachten generaal Peter van Uhm heeft de afgelopen dagen een werkbezoek gebracht aan de uitgezonden eenheden in Afghanistan en het personeel aan boord van Hr. Ms. Van Amstel.
Hij sprak tijdens het bezoek zijn waardering uit voor het goede werk dat de Nederlanders gedurende lange tijd ver van huis verrichten. Generaal Van Uhm woonde de commando-overdracht aan de nieuwe commandant en de nieuwe civiele vertegenwoordiger van de politietrainingsmissie in Kunduz bij. De dag ervoor werd een werkbezoek gebracht aan het personeel van het logistieke detachement en het luchtmachtonderdeel met 4 F-16's op Mazar-e-Sharif.
De reis eindigde met een bezoek aan het fregat Hr. Ms. Van Amstel tijdens een havenbezoek in de Seychellen. Het marineschip wordt ingezet voor de bestrijding van piraterij nabij Somalië.
De hoogste Nederlandse militair was tijdens de reis in het gezelschap van Commandant Zeestrijdkrachten vice-admiraal Matthieu Borsboom, toekomstig Directeur Operaties brigadegeneraal Leo Beulen en toekomstig plaatsvervangend Commandant Koninklijke Marechaussee brigadegeneraal Hillie Beentjes.
(ministerie van Defensie, 2 mei 2012)
Hij sprak tijdens het bezoek zijn waardering uit voor het goede werk dat de Nederlanders gedurende lange tijd ver van huis verrichten. Generaal Van Uhm woonde de commando-overdracht aan de nieuwe commandant en de nieuwe civiele vertegenwoordiger van de politietrainingsmissie in Kunduz bij. De dag ervoor werd een werkbezoek gebracht aan het personeel van het logistieke detachement en het luchtmachtonderdeel met 4 F-16's op Mazar-e-Sharif.
De reis eindigde met een bezoek aan het fregat Hr. Ms. Van Amstel tijdens een havenbezoek in de Seychellen. Het marineschip wordt ingezet voor de bestrijding van piraterij nabij Somalië.
De hoogste Nederlandse militair was tijdens de reis in het gezelschap van Commandant Zeestrijdkrachten vice-admiraal Matthieu Borsboom, toekomstig Directeur Operaties brigadegeneraal Leo Beulen en toekomstig plaatsvervangend Commandant Koninklijke Marechaussee brigadegeneraal Hillie Beentjes.
(ministerie van Defensie, 2 mei 2012)
dinsdag 14 februari 2012
De krijgsmacht: bouwen aan een publieke tribune
Nieuwspoortlezing van de Commandant der Strijdkrachten, Generaal Peter van Uhm, op 13 februari 2011 te Den Haag. Let op: Alleen gesproken woord geldt!
Dames en heren,
Voor u staat de Commandant van een van de drie meest betrouwbare instituten van Nederland…
Normaal gesproken zijn wij militairen niet zo van het op de borst kloppen. Wij doen liever gewoon wat moet gebeuren en laten de mooie verhalen liever aan anderen over. Maar deze waardering heb ik niet zelf verzonnen. En ik ben buitengewoon trots op deze plek op het podium. Want het is de Nederlandse bevolking die in een recent onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau ‘het leger’ heeft aangewezen als één van de drie instituten waarin zij het meeste vertrouwen hebben.
Ik geef toe, hier in gezelschap van de media, dat wij de Radio voor moeten laten gaan. Het instituut Radio eindigde op 1. Van harte aan u, aanwezigen van de Radio. Daarna komt de politie. Wij, de krijgsmacht , eindigden met de steun van 71 procent van de Nederlanders op de derde plaats.
Dan kijk ik met u natuurlijk graag even verder het lijstje af naar beneden… Ná de krijgsmacht komt de geschreven pers, de televisie, justitie en ook de politiek. Dan doen wij het als krijgsmacht toch niet slecht, zou ik zo zeggen.
Waarom benadruk ik dit nu zo? Want ik sta hier natuurlijk niet om met u een wedstrijdje te houden. Omdat de erkenning van de Nederlandse bevolking voor ons van enorm groot belang is. Deze cijfers betekenen voor ons meer dan zomaar een positief bericht in de krant.
Ik leg u graag uit waarom.
De opdracht van de Nederlandse krijgsmacht is heel helder vastgelegd in onze Grondwet. Verdedig het Nederlands grondgebied en de Nederlandse belangen. Verdedig ook het grondgebied en de belangen van onze vrienden. Dat doen ze ook voor ons. Draag bij aan de internationale rechtsorde en stabiliteit.
En help politie, brandweer en gemeenten en steden in Nederland en daarbuiten als de nood aan de man is. Bij overstromingen bijvoorbeeld.
Wij zijn de zwaardmacht van de overheid. Want gelukkig is het in ons land zo geregeld dat niet iedereen met een Diemaco Colt mag rondlopen of op een podium staan. De krijgsmacht, en alleen de krijgsmacht, mag in ons land zware wapens ter hand nemen. De krijgsmacht is bij uitstek een A-politiek instituut. Militairen zijn in hun functioneren ook A-politiek en op die manier kun je ze dus ook niet aanspreken. Want wij besluiten niet zelf over onze missies en over waar wij onze militairen heen sturen.
Wij zijn niet van onszelf. Wij zijn een instrument van ons democratische systeem. Wij voeren uit wat regering en parlement ons opdragen. Of dat nu is piraten en terroristen bestrijden, dijken bewaken, Afghaanse agenten trainen, drenkelingen uit zee of onder het ijs vandaan halen, ons luchtruim bewaken,…… onze digitale samenleving beschermen of sneeuw scheppen voor de Elfstedentocht. Dat vergt veel werk achter de schermen. Trainen, oefenen, maar ook altijd paraat staan. 24 uur per dag, 7 dagen per week, 365 dagen per jaar. Of, zoals dit jaar, zelfs 366 dagen per jaar. Ook als we uiteindelijk niet worden ingezet.
Altijd gereed en inzetbaar zijn voor Nederland en de Nederlandse belangen, dat is ons doel en daar staan we ook voor. Dat de Nederlandse bevolking ons grote betrouwbaarheid toedicht, is voor ons als Defensie daarom het beste compliment dat we kunnen krijgen.
Ik ga nu iets zeggen dat u wellicht zal verbazen. Wij hebben die steun heel hard nodig. Veel harder dan u op het eerste gezicht misschien denkt… De krijgsmacht is een veeleisende organisatie voor het personeel. Wij vragen niet, wij eisen. Wij hebben strakke regels.
Bij een uitzending vragen we niet wie er misschien op uitzending wil, wij wijzen aan. En tenzij er ernstige overmacht is, gaan ze gewoon op uitzending. Militairen mogen ook niet staken. We werken met harde middelen. Bij ons gaat het over geweren, over onderzeeboten en bewapende fregatten, over gevechtsvliegtuigen, pantserhouwitsers en munitie.
Militairen werken in min dertig of plus veertig graden, ze overleven én ze vervullen hun opdracht. Ook al bepalen we die opdracht niet zelf, wij zijn van niet zeuren, doorpakken, je regelt het maar (Romeo Delta – Regel Dat!). De krijgsmacht gaat altijd door, wat er ook gebeurt.
Maar die ‘’harde’’ krijgsmacht is ook een warme organisatie. Het is een hechte club mensen. Mensen die soms met gevaar voor eigen leven hun opdracht uitvoeren. Mensen die maandenlang hun gezin thuis achterlaten, mensen die door hun werk soms blijvend gewond raken. We zorgen voor het thuisfront en voor onze gewonden. Steun en waardering betekent daarom veel voor ons.
Diezelfde ‘’harde’’ krijgsmacht is ook op een andere manier kwetsbaar. Want de Nederlandse bevolking ziet slechts een fractie van wat wij doen. Wij rijden niet zichtbaar en hoorbaar, zoals politie en brandweer, met sirenes door de stad, wij hebben geen kazernes waar mensen naar binnen kunnen lopen. De krijgsmacht heeft van nature geen publieke tribune. En ik zal u zeggen, wij missen die. Wij missen een publieke tribune. Zeker in de huidige tijden.
Want we leven hier in Nederland in een hoge mate van vrijheid, veiligheid, relatieve welvaart en democratie. Wij ervaren dat als een vanzelfsprekendheid, en gelukkig maar. De krijgsmacht is een van de pijlers onder deze stabiele situatie. Wij dragen daarmee bij aan een groot goed in Nederland. Maar, zoals dat gaat met zaken die vanzelfsprekend lijken, je hebt de neiging om ze als vanzelfsprekend te beschouwen…
En hoewel de Nederlander grote waardering heeft voor de militair en vertrouwen heeft in het instituut ‘leger’, prijkt Defensie bij diezelfde burger hoog bovenaan de lijstjes waarop mag worden bezuinigd. Een van de logische verklaringen daarvoor is dat de beeldbepalende missies van de krijgsmacht plaatsvinden in het buitenland, in een context van onveiligheid, instabiliteit, andere culturen en complexe omstandigheden. Onze missies worden echter door een Nederlandse bril bekeken en vanuit een Nederlandse context beoordeeld.
Die context is sterk contrasterend. Want laten we eerlijk zijn, ondanks de economische crisis en de voor sommigen pijnlijke gevolgen daarvan, is de Nederlandse context er nog steeds een van een veilig, welvarend, stabiel en overzichtelijk land. De omstandigheden waarin wij moeten werken, zijn per definitie vaak tegenovergesteld: onveilig, instabiel, complex en onoverzichtelijk.
De Chinese denker Sun Tzu noemde zijn boek niet voor niets ‘The Art of War’, de kunst van het oorlogvoeren. Om aan te geven dat het militair oplossen van problemen niet even een simpel rekensommetje is. De bekende 18de eeuwse Pruissische militair analist Carl von Clausewitz sprak zelfs over de ‘Fog of War’, de mist van oorlog, om aan te geven hoe onoverzichtelijk en complex de situaties zijn waarin militairen hun werk moeten doen. Vaak komen wij in actie, als anderen hun tanden al op het probleem hebben stukgebeten of als de situatie volledig uit de hand is gelopen. Dat betekent meestal niet veel goeds. Er zijn spanningen of er is oorlog, er zijn wapens, de bevolking kent heel andere lokale gebruiken en is arm en slecht opgeleid. De mensen daar hebben meestal al veel te lijden gehad van geweld en van rechteloosheid.
Als wij met de Hercules een paar honderd militairen invliegen, hebben we die problemen niet één, twee, drie opgelost. Wat is dan, in die omstandigheden een goed resultaat? Wanneer zijn we tevreden?
Door een Nederlandse bril bekeken en vanuit de Nederlandse context is er vaak de verwachting van snelle, zichtbare opbrengsten. Maar die zijn lang niet altijd te leveren. Het aangaan en uitvoeren van militaire missies is een kwestie van doorzetten en geduld. Een lange adem hebben. Net als ontwikkelingsorganisaties die armoede en analfabetisme niet zo maar even kunnen uitbannen. Net als een medicijnfabrikant bij een complexe ziekte niet zomaar even hét medicijn uit de hoge hoed kan toveren. In een paar maanden tijd of zelfs een paar jaar neem je helaas niet even de bron van conflicten weg. Vaak kennen conflicten een lange geschiedenis en vele partijen met tegengestelde belangen. Dat is de realiteit waarmee wij als Defensie elke dag te maken hebben.
Als dan vanuit de maatschappij al snel de vraag komt: wat heeft de missie voor tastbaars opgeleverd?, dan is het antwoord helaas niet altijd even opwindend. ‘We zijn om tafel gaan zitten om vertrouwen te winnen’. ‘We hebben de omgeving verkend, we hebben een kazerne geverfd om les in te kunnen geven’. Dat is niet echt een Opening Krant, dat begrijp ik ook wel. Maar voor ons zijn het kleine, maar cruciale stappen om ons doel te bereiken. Als je er middenin zit, zie je dit. Van een afstand lijkt zo’n kleine stap nog kleiner.
De krijgsmacht bouwt daarom hard aan een publieke tribune om de militaire belevingswereld dichterbij te brengen. Om verantwoording af te leggen. Ons werk ligt altijd onder de loep van de maatschappij. Militairen hebben een voorbeeldfunctie. Dat is volstrekt logisch en terecht. Militairen mogen geen drugs gebruiken, om maar een voorbeeld te noemen. Maar wij bouwen ook aan die publieke tribune om zoveel mogelijk context te kunnen geven bij ons werk. Defensie heeft hierin de laatste jaren enorme vorderingen gemaakt.
We oefenen zoveel mogelijk in Nederland. Zodat burgers kunnen zien wat wij doen. Ik denk ook aan het videoproject Dagboek van onze Helden, waarin op soms rauwe wijze duidelijk werd hoe de werkelijkheid van de uitgezonden militair eruit ziet. Ik denk aan de expositie die ik zojuist hier in Nieuwspoort heb geopend, waarin Afghanistan en de Afghaanse mensen dankzij schilderijen en foto’s dichterbij komen. En heeft u wel eens gekeken op ons Youtube kanaal?
Maar liever nog nemen we mensen mee, willen we ze laten ruiken en voelen aan de lokale omstandigheden. Influentials, journalisten, parlementsleden en anderen gaan met ons mee naar missiegebieden. Iets wat vijftien jaar geleden nog ondenkbaar was. We hebben de laatste jaren forse stappen gezet om ons open te stellen.
Dat was niet gemakkelijk, zeg ik u eerlijk. Maar ook na een zuur artikel, terecht of misschien wel onterecht, is een journalist gewoon weer welkom op onze kazernes, schepen en in de missiegebieden. Al zeg ik eerlijk dat we dan wel eens wat moeite moeten doen om de lokale commandant te overtuigen van het nut van een bezoek en een interview… Die moeite doen we.
Nee is geen optie. We stellen ons kwetsbaar op. En we proberen ons steeds opnieuw te verplaatsen in de maatschappij en in wat u nodig heeft om uw werk te doen. Maar mag ik dan ook van u iets vragen. Om hetzelfde doen met betrekking tot de krijgsmacht. Om ter plekke te komen kijken.
Ik durf die wedstrijd wel aan. En komt u dan niet alleen aan het begin van een missie. Maar juist ook daarna. Om zorgvuldig en in de plaatselijke context de balans op te kunnen maken.
Werken vanachter het bureau en met de telefoon in de hand, is niet altijd genoeg om ‘smoel op het terrein te krijgen’ zoals wij dat bij de krijgsmacht zeggen. Dat geldt zeker voor lastige militaire missies. Echt smoel op het terrein krijgen, dat is toch uiteindelijk de kracht van de ware journalistiek: Niet de gemakkelijke, snelle berichtjes, die vinden we wel gratis op internet en Twitter.
De kracht en toekomst van de serieuze journalistiek ligt in mijn ogen in het onderzoeken, analyseren en duiden op basis van feiten en dat in de context geplaatst. Daar ligt uw toegevoegde waarde. Mag ik u een simpel voorbeeld geven om deze oproep te verduidelijken. Wij geven in Kunduz zoals u weet, trainingen aan Afghaanse politieagenten.
Bij een van de lessen viel een Afghaanse agent steeds in slaap. Daar is ook een foto van. Een pakkende Nederlandse krantenkop bij deze foto zou kunnen zijn: ‘Afghanen slapen tijdens training door onze militairen’ Of: ‘Afghanen niet geïnteresseerd in politietrainingsmissie’
Dames en heren,
De militair sliep, dat is een feit. Maar is hij echt ongeïnteresseerd? Bij navraag blijkt het volgende: de man wordt door zijn lokale commandant steeds ingedeeld in het nachtrooster. Hij heeft dus de gehele nacht zijn dienst gedraaid. Hij had kunnen denken, bekijk het maar, ik ga lekker in bed liggen. Toch komt hij na zijn nachtdienst naar de opleiding. Ik zie dus geen ongeïnteresseerde, maar juist een enorm gemotiveerde Afghaanse agent.
Een ander voorbeeld. Als jonge kapitein kwam ik voor het eerst in aanraking met journalisten tijdens mijn uitzending in Libanon. De journalisten kwamen een dagje meelopen met mij. Hun verhaal hadden ze overigens al geschreven... Ik nam ze mee op patrouille en na afloop bedankten ze mij hartelijk. Een van hen stak zijn hand uit en zei: Van Uhm, als dank willen we je graag iets geven. Wat doe je dan? Je neemt het kadootje aan. Het bleek een blad dat vooral bij mannen populair is. Daar stond ik dan. Met dat blad in mijn handen. Ik heb een week gezweet of daar een foto van was genomen. Ik kan u zeggen, ik was enorm opgelucht dat die foto niet bij het verhaal verscheen… Ik zal niet beweren dat dat blad bij ons in de krijgsmacht niet wordt gelezen. Maar die foto had geen recht gedaan aan de situatie. Zo gemakkelijk is beeldvorming.
Dames en heren,
Het succes van Nederland is gelegen in zijn open handelseconomie. Mede dankzij kalme handelsroutes en een vrije zee, verdienen wij in Nederland een goede boterham. Wie over de dijken heenkijkt, ziet een wereld die snel verandert. De militaire en economische opkomst van nieuwe machtsblokken, bijvoorbeeld in Azië. De groei van de wereldbevolking en de klimaatverandering die leiden tot competitie rond schaarse grondstoffen als water, voedsel en energie. En de toenemende kwetsbaarheid van onze digitale samenleving voor cyberaanvallen. Tegen deze achtergrond geven wij in Nederland per inwoner per dag 1 euro 30 uit aan Defensie……Een krant kost 1 euro 50, een biertje 2 euro 20 en een kop koffie 2 euro 25.
Voor minder dan de prijs van een biertje heeft Nederland elke dag de beschikking over een professioneel beroepsleger dat voor ons allemaal klaarstaat in binnen- en buitenland. Om onze veiligheid en onze belangen te beschermen op het hoogste niveau.
Nederland vertrouwt erop dat de krijgsmacht dat doet, getuige onze plek in de top-3 van meest betrouwbare instituten. Maar de krijgmacht kan dat niet alleen. Wij zijn er voor de samenleving. Wij hebben ons te verantwoorden aan de samenleving en wij gaan tot het uiterste om de belangen van de samenleving te dienen en te beschermen. Maar dat moeten we wel samen doen! De krijgsmacht heeft de samenleving en u - influentials en de media - evenzeer nodig. Ik vraag u en iedereen in Nederland daarom om fair te zijn. Gun ons de kans op wederhoor, beoordeel ons en ons werk in de context die daarbij past.
Ik hoop…dat de krijgsmacht voluit steun zal krijgen om het vertrouwen van de Nederlandse bevolking blijvend waar te maken en Nederland ook in de toekomst op het hoogste niveau te blijven dienen.
Dank u wel.
(Originele versie (PDF) met aanvullende onderstrepingen, emoticons etc. is hier te lezen, hdv)
Dames en heren,
Voor u staat de Commandant van een van de drie meest betrouwbare instituten van Nederland…
Normaal gesproken zijn wij militairen niet zo van het op de borst kloppen. Wij doen liever gewoon wat moet gebeuren en laten de mooie verhalen liever aan anderen over. Maar deze waardering heb ik niet zelf verzonnen. En ik ben buitengewoon trots op deze plek op het podium. Want het is de Nederlandse bevolking die in een recent onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau ‘het leger’ heeft aangewezen als één van de drie instituten waarin zij het meeste vertrouwen hebben.
Ik geef toe, hier in gezelschap van de media, dat wij de Radio voor moeten laten gaan. Het instituut Radio eindigde op 1. Van harte aan u, aanwezigen van de Radio. Daarna komt de politie. Wij, de krijgsmacht , eindigden met de steun van 71 procent van de Nederlanders op de derde plaats.
Dan kijk ik met u natuurlijk graag even verder het lijstje af naar beneden… Ná de krijgsmacht komt de geschreven pers, de televisie, justitie en ook de politiek. Dan doen wij het als krijgsmacht toch niet slecht, zou ik zo zeggen.
Waarom benadruk ik dit nu zo? Want ik sta hier natuurlijk niet om met u een wedstrijdje te houden. Omdat de erkenning van de Nederlandse bevolking voor ons van enorm groot belang is. Deze cijfers betekenen voor ons meer dan zomaar een positief bericht in de krant.
Ik leg u graag uit waarom.
De opdracht van de Nederlandse krijgsmacht is heel helder vastgelegd in onze Grondwet. Verdedig het Nederlands grondgebied en de Nederlandse belangen. Verdedig ook het grondgebied en de belangen van onze vrienden. Dat doen ze ook voor ons. Draag bij aan de internationale rechtsorde en stabiliteit.
En help politie, brandweer en gemeenten en steden in Nederland en daarbuiten als de nood aan de man is. Bij overstromingen bijvoorbeeld.
Wij zijn de zwaardmacht van de overheid. Want gelukkig is het in ons land zo geregeld dat niet iedereen met een Diemaco Colt mag rondlopen of op een podium staan. De krijgsmacht, en alleen de krijgsmacht, mag in ons land zware wapens ter hand nemen. De krijgsmacht is bij uitstek een A-politiek instituut. Militairen zijn in hun functioneren ook A-politiek en op die manier kun je ze dus ook niet aanspreken. Want wij besluiten niet zelf over onze missies en over waar wij onze militairen heen sturen.
Wij zijn niet van onszelf. Wij zijn een instrument van ons democratische systeem. Wij voeren uit wat regering en parlement ons opdragen. Of dat nu is piraten en terroristen bestrijden, dijken bewaken, Afghaanse agenten trainen, drenkelingen uit zee of onder het ijs vandaan halen, ons luchtruim bewaken,…… onze digitale samenleving beschermen of sneeuw scheppen voor de Elfstedentocht. Dat vergt veel werk achter de schermen. Trainen, oefenen, maar ook altijd paraat staan. 24 uur per dag, 7 dagen per week, 365 dagen per jaar. Of, zoals dit jaar, zelfs 366 dagen per jaar. Ook als we uiteindelijk niet worden ingezet.
Altijd gereed en inzetbaar zijn voor Nederland en de Nederlandse belangen, dat is ons doel en daar staan we ook voor. Dat de Nederlandse bevolking ons grote betrouwbaarheid toedicht, is voor ons als Defensie daarom het beste compliment dat we kunnen krijgen.
Ik ga nu iets zeggen dat u wellicht zal verbazen. Wij hebben die steun heel hard nodig. Veel harder dan u op het eerste gezicht misschien denkt… De krijgsmacht is een veeleisende organisatie voor het personeel. Wij vragen niet, wij eisen. Wij hebben strakke regels.
Bij een uitzending vragen we niet wie er misschien op uitzending wil, wij wijzen aan. En tenzij er ernstige overmacht is, gaan ze gewoon op uitzending. Militairen mogen ook niet staken. We werken met harde middelen. Bij ons gaat het over geweren, over onderzeeboten en bewapende fregatten, over gevechtsvliegtuigen, pantserhouwitsers en munitie.
Militairen werken in min dertig of plus veertig graden, ze overleven én ze vervullen hun opdracht. Ook al bepalen we die opdracht niet zelf, wij zijn van niet zeuren, doorpakken, je regelt het maar (Romeo Delta – Regel Dat!). De krijgsmacht gaat altijd door, wat er ook gebeurt.
Maar die ‘’harde’’ krijgsmacht is ook een warme organisatie. Het is een hechte club mensen. Mensen die soms met gevaar voor eigen leven hun opdracht uitvoeren. Mensen die maandenlang hun gezin thuis achterlaten, mensen die door hun werk soms blijvend gewond raken. We zorgen voor het thuisfront en voor onze gewonden. Steun en waardering betekent daarom veel voor ons.
Diezelfde ‘’harde’’ krijgsmacht is ook op een andere manier kwetsbaar. Want de Nederlandse bevolking ziet slechts een fractie van wat wij doen. Wij rijden niet zichtbaar en hoorbaar, zoals politie en brandweer, met sirenes door de stad, wij hebben geen kazernes waar mensen naar binnen kunnen lopen. De krijgsmacht heeft van nature geen publieke tribune. En ik zal u zeggen, wij missen die. Wij missen een publieke tribune. Zeker in de huidige tijden.
Want we leven hier in Nederland in een hoge mate van vrijheid, veiligheid, relatieve welvaart en democratie. Wij ervaren dat als een vanzelfsprekendheid, en gelukkig maar. De krijgsmacht is een van de pijlers onder deze stabiele situatie. Wij dragen daarmee bij aan een groot goed in Nederland. Maar, zoals dat gaat met zaken die vanzelfsprekend lijken, je hebt de neiging om ze als vanzelfsprekend te beschouwen…
En hoewel de Nederlander grote waardering heeft voor de militair en vertrouwen heeft in het instituut ‘leger’, prijkt Defensie bij diezelfde burger hoog bovenaan de lijstjes waarop mag worden bezuinigd. Een van de logische verklaringen daarvoor is dat de beeldbepalende missies van de krijgsmacht plaatsvinden in het buitenland, in een context van onveiligheid, instabiliteit, andere culturen en complexe omstandigheden. Onze missies worden echter door een Nederlandse bril bekeken en vanuit een Nederlandse context beoordeeld.
Die context is sterk contrasterend. Want laten we eerlijk zijn, ondanks de economische crisis en de voor sommigen pijnlijke gevolgen daarvan, is de Nederlandse context er nog steeds een van een veilig, welvarend, stabiel en overzichtelijk land. De omstandigheden waarin wij moeten werken, zijn per definitie vaak tegenovergesteld: onveilig, instabiel, complex en onoverzichtelijk.
De Chinese denker Sun Tzu noemde zijn boek niet voor niets ‘The Art of War’, de kunst van het oorlogvoeren. Om aan te geven dat het militair oplossen van problemen niet even een simpel rekensommetje is. De bekende 18de eeuwse Pruissische militair analist Carl von Clausewitz sprak zelfs over de ‘Fog of War’, de mist van oorlog, om aan te geven hoe onoverzichtelijk en complex de situaties zijn waarin militairen hun werk moeten doen. Vaak komen wij in actie, als anderen hun tanden al op het probleem hebben stukgebeten of als de situatie volledig uit de hand is gelopen. Dat betekent meestal niet veel goeds. Er zijn spanningen of er is oorlog, er zijn wapens, de bevolking kent heel andere lokale gebruiken en is arm en slecht opgeleid. De mensen daar hebben meestal al veel te lijden gehad van geweld en van rechteloosheid.
Als wij met de Hercules een paar honderd militairen invliegen, hebben we die problemen niet één, twee, drie opgelost. Wat is dan, in die omstandigheden een goed resultaat? Wanneer zijn we tevreden?
Door een Nederlandse bril bekeken en vanuit de Nederlandse context is er vaak de verwachting van snelle, zichtbare opbrengsten. Maar die zijn lang niet altijd te leveren. Het aangaan en uitvoeren van militaire missies is een kwestie van doorzetten en geduld. Een lange adem hebben. Net als ontwikkelingsorganisaties die armoede en analfabetisme niet zo maar even kunnen uitbannen. Net als een medicijnfabrikant bij een complexe ziekte niet zomaar even hét medicijn uit de hoge hoed kan toveren. In een paar maanden tijd of zelfs een paar jaar neem je helaas niet even de bron van conflicten weg. Vaak kennen conflicten een lange geschiedenis en vele partijen met tegengestelde belangen. Dat is de realiteit waarmee wij als Defensie elke dag te maken hebben.
Als dan vanuit de maatschappij al snel de vraag komt: wat heeft de missie voor tastbaars opgeleverd?, dan is het antwoord helaas niet altijd even opwindend. ‘We zijn om tafel gaan zitten om vertrouwen te winnen’. ‘We hebben de omgeving verkend, we hebben een kazerne geverfd om les in te kunnen geven’. Dat is niet echt een Opening Krant, dat begrijp ik ook wel. Maar voor ons zijn het kleine, maar cruciale stappen om ons doel te bereiken. Als je er middenin zit, zie je dit. Van een afstand lijkt zo’n kleine stap nog kleiner.
De krijgsmacht bouwt daarom hard aan een publieke tribune om de militaire belevingswereld dichterbij te brengen. Om verantwoording af te leggen. Ons werk ligt altijd onder de loep van de maatschappij. Militairen hebben een voorbeeldfunctie. Dat is volstrekt logisch en terecht. Militairen mogen geen drugs gebruiken, om maar een voorbeeld te noemen. Maar wij bouwen ook aan die publieke tribune om zoveel mogelijk context te kunnen geven bij ons werk. Defensie heeft hierin de laatste jaren enorme vorderingen gemaakt.
We oefenen zoveel mogelijk in Nederland. Zodat burgers kunnen zien wat wij doen. Ik denk ook aan het videoproject Dagboek van onze Helden, waarin op soms rauwe wijze duidelijk werd hoe de werkelijkheid van de uitgezonden militair eruit ziet. Ik denk aan de expositie die ik zojuist hier in Nieuwspoort heb geopend, waarin Afghanistan en de Afghaanse mensen dankzij schilderijen en foto’s dichterbij komen. En heeft u wel eens gekeken op ons Youtube kanaal?
Maar liever nog nemen we mensen mee, willen we ze laten ruiken en voelen aan de lokale omstandigheden. Influentials, journalisten, parlementsleden en anderen gaan met ons mee naar missiegebieden. Iets wat vijftien jaar geleden nog ondenkbaar was. We hebben de laatste jaren forse stappen gezet om ons open te stellen.
Dat was niet gemakkelijk, zeg ik u eerlijk. Maar ook na een zuur artikel, terecht of misschien wel onterecht, is een journalist gewoon weer welkom op onze kazernes, schepen en in de missiegebieden. Al zeg ik eerlijk dat we dan wel eens wat moeite moeten doen om de lokale commandant te overtuigen van het nut van een bezoek en een interview… Die moeite doen we.
Nee is geen optie. We stellen ons kwetsbaar op. En we proberen ons steeds opnieuw te verplaatsen in de maatschappij en in wat u nodig heeft om uw werk te doen. Maar mag ik dan ook van u iets vragen. Om hetzelfde doen met betrekking tot de krijgsmacht. Om ter plekke te komen kijken.
Ik durf die wedstrijd wel aan. En komt u dan niet alleen aan het begin van een missie. Maar juist ook daarna. Om zorgvuldig en in de plaatselijke context de balans op te kunnen maken.
Werken vanachter het bureau en met de telefoon in de hand, is niet altijd genoeg om ‘smoel op het terrein te krijgen’ zoals wij dat bij de krijgsmacht zeggen. Dat geldt zeker voor lastige militaire missies. Echt smoel op het terrein krijgen, dat is toch uiteindelijk de kracht van de ware journalistiek: Niet de gemakkelijke, snelle berichtjes, die vinden we wel gratis op internet en Twitter.
De kracht en toekomst van de serieuze journalistiek ligt in mijn ogen in het onderzoeken, analyseren en duiden op basis van feiten en dat in de context geplaatst. Daar ligt uw toegevoegde waarde. Mag ik u een simpel voorbeeld geven om deze oproep te verduidelijken. Wij geven in Kunduz zoals u weet, trainingen aan Afghaanse politieagenten.
Bij een van de lessen viel een Afghaanse agent steeds in slaap. Daar is ook een foto van. Een pakkende Nederlandse krantenkop bij deze foto zou kunnen zijn: ‘Afghanen slapen tijdens training door onze militairen’ Of: ‘Afghanen niet geïnteresseerd in politietrainingsmissie’
Dames en heren,
De militair sliep, dat is een feit. Maar is hij echt ongeïnteresseerd? Bij navraag blijkt het volgende: de man wordt door zijn lokale commandant steeds ingedeeld in het nachtrooster. Hij heeft dus de gehele nacht zijn dienst gedraaid. Hij had kunnen denken, bekijk het maar, ik ga lekker in bed liggen. Toch komt hij na zijn nachtdienst naar de opleiding. Ik zie dus geen ongeïnteresseerde, maar juist een enorm gemotiveerde Afghaanse agent.
Een ander voorbeeld. Als jonge kapitein kwam ik voor het eerst in aanraking met journalisten tijdens mijn uitzending in Libanon. De journalisten kwamen een dagje meelopen met mij. Hun verhaal hadden ze overigens al geschreven... Ik nam ze mee op patrouille en na afloop bedankten ze mij hartelijk. Een van hen stak zijn hand uit en zei: Van Uhm, als dank willen we je graag iets geven. Wat doe je dan? Je neemt het kadootje aan. Het bleek een blad dat vooral bij mannen populair is. Daar stond ik dan. Met dat blad in mijn handen. Ik heb een week gezweet of daar een foto van was genomen. Ik kan u zeggen, ik was enorm opgelucht dat die foto niet bij het verhaal verscheen… Ik zal niet beweren dat dat blad bij ons in de krijgsmacht niet wordt gelezen. Maar die foto had geen recht gedaan aan de situatie. Zo gemakkelijk is beeldvorming.
Dames en heren,
Het succes van Nederland is gelegen in zijn open handelseconomie. Mede dankzij kalme handelsroutes en een vrije zee, verdienen wij in Nederland een goede boterham. Wie over de dijken heenkijkt, ziet een wereld die snel verandert. De militaire en economische opkomst van nieuwe machtsblokken, bijvoorbeeld in Azië. De groei van de wereldbevolking en de klimaatverandering die leiden tot competitie rond schaarse grondstoffen als water, voedsel en energie. En de toenemende kwetsbaarheid van onze digitale samenleving voor cyberaanvallen. Tegen deze achtergrond geven wij in Nederland per inwoner per dag 1 euro 30 uit aan Defensie……Een krant kost 1 euro 50, een biertje 2 euro 20 en een kop koffie 2 euro 25.
Voor minder dan de prijs van een biertje heeft Nederland elke dag de beschikking over een professioneel beroepsleger dat voor ons allemaal klaarstaat in binnen- en buitenland. Om onze veiligheid en onze belangen te beschermen op het hoogste niveau.
Nederland vertrouwt erop dat de krijgsmacht dat doet, getuige onze plek in de top-3 van meest betrouwbare instituten. Maar de krijgmacht kan dat niet alleen. Wij zijn er voor de samenleving. Wij hebben ons te verantwoorden aan de samenleving en wij gaan tot het uiterste om de belangen van de samenleving te dienen en te beschermen. Maar dat moeten we wel samen doen! De krijgsmacht heeft de samenleving en u - influentials en de media - evenzeer nodig. Ik vraag u en iedereen in Nederland daarom om fair te zijn. Gun ons de kans op wederhoor, beoordeel ons en ons werk in de context die daarbij past.
Ik hoop…dat de krijgsmacht voluit steun zal krijgen om het vertrouwen van de Nederlandse bevolking blijvend waar te maken en Nederland ook in de toekomst op het hoogste niveau te blijven dienen.
Dank u wel.
(Originele versie (PDF) met aanvullende onderstrepingen, emoticons etc. is hier te lezen, hdv)
Abonneren op:
Posts (Atom)

.jpg)
.jpg)


.jpg)
.jpg)


.jpg)