Posts tonen met het label Dennis van Uhm. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dennis van Uhm. Alle posts tonen

zaterdag 4 mei 2013

Dodenherdenking: toespraak Peter van Uhm

Op 4 mei 2013 hield generaal b.d. Peter van Uhm een toespraak tijdens de herdenkingsplechtigheid bij het Nationaal Monument op de Dam.

Saamhorigheid 

In de Tweede Wereldoorlog vocht mijn vader aan de oevers van de Waal.
In die oorlog, waar mensen mensen doodden, zag mijn vader het duister.
Mensen werden opgepakt. Vervolgd. Omdat ze geen ‘wij’ waren, maar ‘zij’.

Mensen werden vermoord. Uitgeroeid. Louter om wie ze waren.

Mensen kwamen in verzet, bestreden de onmenselijkheid.
Zij moesten hun moed met de dood bekopen.

Wij gedenken hen allen met het diepste respect.

Al jong kende ik hun geschiedenis.
Door de verhalen van mijn vader.
Door de verhalen van de geallieerden die vochten voor ons, een ander volk, in een ander land.

Het maakte diepe indruk.
Op 16-jarige leeftijd keek ik om mij heen.
De Tweede Wereldoorlog was over.
Maar voor veel overlevenden ging de oorlog door.
Velen voelen nog iedere dag het duister.
Ik besefte: de strijd voor rechtvaardigheid is nooit over.
De strijd voor vrijheid begint elke dag opnieuw.
In jezelf.
En in de samenleving.
Ik vroeg mijzelf: ‘‘Peter, miljoenen mensen is ’n keuze ontnomen.
Jij hebt wel een keuze.
Wat ga jij doen met je leven?
Wat ga jij doen om de wereld beter te maken?’’

Ik besloot te dienen.
Omdat ik geloof dat in dienen de sleutel ligt.
Wie dient, denkt niet alleen in ‘ik’.
Wie dient, denkt niet alleen in ‘zij’. Wie dient, denkt ook in ‘wij’.
Daar begint de overwinning op het onrecht. Want vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid, een betere wereld, die maak je samen.
Ook mijn zoon besloot te dienen.
Wat was ik trots.
Hij sneuvelde.
Voor een ander volk.
In een ander land.
Vijf jaar en zestien dagen geleden.

Het waren duistere dagen.
Wat heb je aan idealen, wat heb je aan die betere wereld morgen, als je er vandaag je zoon aan verliest?
Dat zijn de vragen die ook ik mijzelf stelde.
Twee weken na zijn dood stond ik hier op De Dam. Het was 4 mei 2008. Een moeilijk, confronterend moment.
Maar ook een bewuste keuze.
Dit monument, gewijd aan de nagedachtenis van alle Nederlandse oorlogsslachtoffers, maar ook de saamhorigheid hier op De Dam en in het land, het hielp mij.
4 Mei hielp mij koers te houden in die duistere dagen waarin dienen zo’n pijn deed.
Ik hoop dat 4 mei ons allen helpt koers te houden. Niet alleen vandaag. Maar ook de driehonderd-vier-en-zestig dagen erna.
Ik hoop dat de nagedachtenis en saamhorigheid van 4 mei ons helpt om in tijden van ‘ik’, het ‘wij’ terug te vinden. Want niet vanuit het ‘ik’ en het ‘zij’, maar vanuit het ‘wij’, ontstaan de goede dingen.
Dat heeft de geschiedenis ons geleerd.
Dat moeten wij blijven herdenken.
Dat moeten wij blijven afspreken.
Met onszelf. En met elkaar.

(toespraak Peter van Uhm, NOS)

zaterdag 22 december 2012

Generaal b.d. Van Uhm blikt terug op loopbaan

door Gerard ten Voorde

GEN Van Uhm als CDS
Foto: Defensie
Als hoogste militair krijgt Peter van Uhm pijnlijke verliezen te incasseren. Een kaalslag op de krijgsmacht én het sneuvelen van zoon Dennis in Uruzgan. Een openhartige terugblik op een loodzware periode.

Peter van Uhm groeit op in een hardwerkend bakkersgezin in Nijmegen. De jonge bakkerszoon overweegt z’n vader op te volgen, maar kiest uiteindelijk toch voor de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda.

Bijna veertig jaar dient Van Uhm (57) de krijgsmacht, waarvan ruim vier jaar als commandant der strijdkrachten (cds). Bij zijn afscheid, eind juni, is hij benoemd tot adjudant in buitengewone dienst van Hare Majesteit.

Moeilijke keus, wapenrok in plaats van bakkersschort?
„Nee, helemaal niet. Ik had gewoon geen aanleg voor bakker. Als mijn broer en ik dezelfde koekjes bakten, dan waren die van hem altijd lekkerder dan die van mij.”

Frustrerend?
„Ja, frustrerend. Ik deed echt mijn best.”

Waarom de keus voor de krijgsmacht?
„Door mijn vader. M’n vader heeft gevochten tegen de Duitsers, maar kon met z’n geweer niet de overkant van de Waal bereiken. Dat is altijd z’n frustratie gebleven.

Verder kreeg ik op de middelbare school interesse in de Bevrijding. Wie hebben dat gedaan? En waaróm? Je ontdekt dat Amerikanen en Britten grote offers hebben gebracht voor onze vrijheid. Dat sprak mij erg aan. Ik wilde ook zo’n bijdrage leveren.”

Ooit ervan gedroomd generaal te worden?
„Nee, nee. Als jonge luitenant is het ongezond daarmee bezig te zijn. Je moet druk zijn met je vak, met je mensen.”

Van Uhm klimt van luitenant uiteindelijk op tot viersterrengeneraal. De krijgsmacht krijgt in zijn periode als cds zware klappen te verwerken: 1 miljard euro snoeien, 12.000 functies schrappen. „Een enorme klap. De reorganisatie kost 2000 mensen hun baan. Dat is fors.”

Hoe is de krijgsmacht eraan toe, na de bezuinigingen?
„De krijgsmacht levert nog altijd hoge kwaliteit die internationaal wordt gewaardeerd. Dat is misschien wel de beste graadmeter.”

Maar heeft Nederland nog steeds een veelzijdige krijgsmacht, zoals dat politiek heet?
„’k Denk het wel. We hebben de veelzijdigheid zo veel mogelijk overeind gehouden. Als je patrouillevliegtuigen en tanks moet afschaffen, boet je wel aan veelzijdigheid in. De expertise houden we op peil door samenwerking met Duitse tankeenheden. De krijgsmacht moet niet alleen mét tanks, maar ook tégen tanks kunnen vechten. Je weet nooit in welk conflict je terechtkomt.”

Wanneer is de grens bereikt?
„Dat kun je niet zeggen. De politiek bepaalt het ambitieniveau. Als Den Haag zegt: We schaffen de krijgsmacht af, dan is dat een democratisch besluit. We moeten daar echter wel de consequenties van aanvaarden. De wereld is onvoorspelbaarder geworden. Neem de Arabische lente, de wapenwedloop in Azië. Op tal van terreinen weigeren we de rekening door te schuiven naar de volgende generatie. Doen we dat met onze veiligheidsrekening wel? Hoelang steunen bondgenoten ons nog als ze het idee krijgen dat wij onze rekening bij hen neerleggen?”

Wanneer is voor u de grens bereikt?
„Typisch politieke vraag. Daar gaat Den Haag over. Militairen zijn apolitiek.”

Kon u als militair verantwoordelijkheid dragen voor zo’n kaalslag op uw krijgsmacht?
„Ik heb me wel achter m’n oor gekrabd. Ga ik hier verantwoordelijkheid voor nemen, ga ik de politiek hierbij helpen, of niet? Het antwoord is duidelijk: Ik ben gebleven.”

Lastig?
„Heel lastig. Je gelooft in de doelen van de organisatie die op de toppen van haar kunnen draait. Het doet pijn als er zó fors in je mensen en je materieel wordt gesneden.”

Hebt u altijd zo veel zelfbeheersing gehad?
„Oh nee. Als luitenantje was ik verbaal behoorlijk duidelijk. Een sergeant-majoor trok me wel eens achter de kast. Arrogant vond ik ’m. Later ontdekte ik dat juist ik arrogant was en mensen beschadigde. Geweldig, als iemand je dan de goede kant op duwt.”

Uiteindelijk hoogste baas en toch niets te vertellen. Voelt u zich dan niet machteloos?
„Nee. Natuurlijk, militairen zijn dóéners. Iemand die zich voortdurend machteloos voelt, moet zich afvragen of z’n denkraam nog goed staat. Het leger moet apolitiek zijn. Anders had ik politicus moeten worden. Maar politiek is niet mijn bier.”

Van Uhm is uitgegroeid tot een icoon van leiderschap, zeker ook door een TEDx-lezing in een volle Schouwburg in Amsterdam. De lezing van de generaal –gewapend met geweer– is sinds 2011 in 25 talen vertaald en op YouTube ruim 1 miljoen keer bekeken.

Wat was uw boodschap?
„Militairen zijn normale mensen die bereid zijn abnormale dingen te doen –je leven in de waagschaal te stellen– om de wereld te verbeteren. Geef hun daar waardering voor.”

Wat is het geheim van goed leiderschap?
„Eerlijk en duidelijk zijn. Dáár draait het om. Als je dat niet bent, kun je beter stoppen. Eis van jezelf wat je van je mensen eist. Wees open. Een ondergeschikte moet drie keer nee tegen z’n baas kunnen zeggen. Na een besluit is het einde discussie.”

De lezing is een hype. Wat doet dat met u?
„Nou... eh... Natuurlijk ben ik er trots op. Ik heb reacties uit de hele wereld gehad. Op de eerste NAVO-vergadering na de lezing bleek dat alle collega’s ’m hadden gezien. Allemaal.”

U blijft er nuchter onder?
„Natuurlijk.” Hij gebaart naar z’n vrouw. „Daar zit m’n relativerende factor. Als hoogste baas loop je het risico je afkomst te vergeten. Ik kom gewoon uit een bakkerijtje. Ik heb veel onderscheidingen gekregen, maar blijf daar nuchter onder. De benoeming tot adjudant in buitengewone dienst van Hare Majesteit, dat doet mij iets.”

Wát doet dat?
„Veel. Ik heb de koningin erg hoog.” Grijnzend: „Ik moet wel zorgen dat ik in mijn uniform blijf passen.”

Uw leiderschap werd danig op de proef gesteld bij een mislukte reddingsactie in Libië.
„Er zat een Nederlander in de penarie, dus gaat de krijgsmacht helpen. Simpel. Je weet dat er risico’s zijn. Meestal gaat het goed, deze keer liep het fout. Ik zou me schamen als wij niet waren gegaan. De crew ook.”

De Britten pikten 150 burgers op. Wilde Nederland ook zo’n heldendaad verrichten?
„Nee, kom nou toch. Dan ben je niet goed met je vak bezig. ’t Gaat om mensenlevens.”

Van Uhm treedt op 18 april 2008 aan als commandant der strijdkrachten. Eén dag later sneuvelt zoon Dennis (23), door een bermbom in Uruzgan. Van Uhm wijst naar een foto. „Daar staat hij.”

Hier thuis staat een foto. In Den Haag niet.
„Nee, op m’n werk moest ik niet continu worden afgeleid. Je wordt betaald om de juiste besluiten te nemen. Geen emotionele.”

Hoe werd het nieuws u verteld?
„Mijn plaatsvervanger zat me op te wachten. Ik zag aan zijn gezicht dat er iets goed mis was. Hij vertelde van soldaat Mark Schouwink en mijn zoon. Dennis zou in een pantservoertuig zijn gesneuveld door een bermbom. Het kon er bij mij niet in... het kon niet! Een infanteriecommandant in Uruzgan kruipt niet onder pantser als hij overzicht moet houden en leidinggeven. Onbestaanbaar. Ik heb hem teruggestuurd: Met dit verhaal ga ik niet naar mijn vrouw. Of het is mijn zoon niet óf het is geen pantservoertuig.”

Wat ging er op dat moment door u heen?
Z’n stem daalt. „Niet te beschrijven... nee. Je wereld stort in. Uit ervaring weet je dat de eerste berichten niet altijd kloppen. Ik heb twintig, dertig minuten alleen achter mijn bureau gezeten. Er stormt van alles door je hoofd. Je hóópt dat ze met een verhaal komen dat net even anders is. Ze kwamen terug: Generaal, u hebt gelijk. Het was een open terreinwagen. Maar het is wel uw zoon.”

Welke gevoelens komen dan boven?
Zacht: „Triestheid. Ja... Een en al triestheid. Mijn vrouw was nog in Den Haag, de dag na mijn aantreden als cds. Ik moest haar de boodschap brengen. Dat was het slechtste moment van mijn leven.”

Had u er écht rekening mee gehouden dat Dennis zou kunnen sneuvelen?
„Tuurlijk denk je daar over na. Je weet wat er in de missies gebeurt. Het is je kind. Ik ben ook gewoon vader. Uiteindelijk wil je er niet bij stilstaan. Hij zou geen domme dingen doen, hij was een echte vakman.”

Hebt u gedacht uw functie neer te leggen?
„Ik heb even gedacht: Bekijk het allemaal maar. Dat is de eerste emotie. Opstappen kán dus niet. Heel simpel. Als je van zijn peloton eist dat het gewoon doorgaat, dan kun je als baas toch niet stoppen? Absurd.”

U hebt diep respect voor uw keus gekregen.
„Hou toch op. Ik hád maar één keus. Doorgaan! Anders zou ik alles waar ik in geloofde, waar mijn zoon in geloofde, los moeten laten. Onbestaanbaar. Ik zou mezelf en m’n zoon niet onder ogen durven komen als ik was gestopt. Je hébt geen keus.”

Kan iemand na zo’n ingrijpend voorval zo’n verantwoordelijke post blijven vervullen?
„Ja, dat durf ik met droge ogen te zeggen. Ik heb het bewezen. Niet dat ik dat wilde! Het overkomt je. Je moet je besluiten in zo’n situatie wel ijken. Een keus tussen maatregelen tegen bermbommen of investeren in schoenen of auto’s, kun je emotioneel gaan nemen. Ik heb daarom soms tegen mijn mensen gezegd: „Dit ben ik van plan, hier zijn de dossiers. Je krijgt twee dagen. Kijk of ik een goed, rationeel besluit neem.””

Maakt zo’n pijnlijk verlies niet kwetsbaar?
„Natuurlijk. Daar hoeven we niet geheimzinnig over te doen. Ik ben ook maar een mens. Ik heb tegen de minister gezegd: Als jij vindt dat ik het niet goed doe, moet je het zeggen. Dan ben ik weg. Heel simpel.”

Op tv stelde een journalist direct dat u niet meer zou kunnen functioneren. Krenkend?
„Onzinnig. Bepaalt híj dat...?! Daar ga ik –én mijn vrouw– over. We waren er snel uit.”

Militairen krijgen vóór een missie het advies een brief te schrijven aan ouders, aan vrienden. Heeft Dennis dat gedaan?
„Voor Irak niet, voor Uruzgan wel. Een envelop, aan alle kanten dichtgeplakt. Hij gaf ’m stiekem aan mij: „Niet tegen mama zeggen.” Ik zei: „Dennis, kom nou toch. We praten er gewoon over.” De bedoeling is natuurlijk dat zo’n brief niet geopend hoeft te worden. Wij moesten de brief wel openen.”

Wat schreef Dennis?
„Een heel persoonlijke brief. Goed over nagedacht. Mijn vrouw, m’n dochter, Dennis’ vriendin en ik hebben de brief samen geopend. Moeilijk moment, maar ook mooi. Ik kan ’m nog steeds niet lezen zonder te huilen. Wát hij schrijft, blijft voor ons vieren.”

U bent rooms-katholiek opgevoed. Speelt geloof een rol bij de rouwverwerking?
Wijzend, naar buiten: „Dáár... gingen wij vroeger naar de kerk. Ik ben écht katholiek opgevoed, maar er op een gegeven moment, misschien wel door nuchterheid, verder van af komen te staan. Voor mij speelt religie geen rol bij de verwerking. Meer het geloof in mijn gezin, het geloof waar we voor staan. Daar hebben we steun aan gehad.”

Niet jaloers op mensen die in zo’n situatie soms veel kracht putten uit hun geloof?
„Ik gun het hen van harte, maar ben niet jaloers. Mijn vrouw en ik zijn altijd op bezoek gegaan bij familie van gesneuvelde militairen. Iedereen verwerkt het op z’n eigen manier. Wij op de onze. Onze zoon is dood, maar we zwijgen hem niet dood. Ik ben trots op mijn zoon.”

Voor meer informatie over Peter van Uhm zie Digibron.

Levensloop Peter van Uhm

Peter van Uhm start zijn militaire loopbaan in 1972 op de KMA. Na plaatsing bij het 48 Pantserinfanteriebataljon volgt in 1983 uitzending naar Libanon. Als luitenant-kolonel werkt hij korte tijd in Den Haag. In 1994 krijgt hij het commando over de Luchtmobiele Brigade. Van Uhm treedt opnieuw aan in Den Haag. Vanaf 2000 werkt hij onder andere als brigadegeneraal in Sarajevo. Vijf jaar later volgt de benoeming tot commandant landstrijdkrachten. Op 17 april 2008 treedt hij aan als commandant der strijdkrachten. Eén dag later sneuvelt zoon Dennis in Uruzgan. Van Uhm, getrouwd, kreeg behalve zoon Dennis een dochter.

(Reformatorisch Dagblad, 22 december 2012)

zaterdag 14 juli 2012

Peter van Uhm: nu tijd voor de verwerking

Nijmegenaar Peter van Uhm (57) nam afscheid als commandant der strijd­krachten. Nu is het tijd aan om het verlies van zijn zoon Dennis te verwerken.

door Maaike Boersma

Hij staat er al vijf minu­ten zwijgend naar te kij­ken. Naar die ene foto aan de muur in zijn woonkamer. De foto van Dennis, zijn Dennis. Op zijn werkkamer op het ministerie had hij de afgelo­pen drie jaar heel bewust géén fo­to staan „Nee, dat trek ik niet, dan ga ik stuk”, zei hij onlangs nog in een interview. Maar hier in huis in Grave kan hij er niet omheen. Hier kijkt Dennis hem telkens aan vanaf de muur.

Foto: Sjoerd Hilckmann, AVDD
Het huis, waar hij de afgelopen ja­ren eigenlijk alleen in het week­end was en zelfs dan opgeslokt werd door werkzaamheden voor de volgende werkweek. De laatste jaren werd hij geleefd, vierentwin­tig uur per dag, zeven dagen per week. Omdat hij, Peter van Uhm, de afgelopen drie jaar comman­dant der strijdkrachten was, de hoogste militaire man van het land. Maar dat verandert, nu hij zijn functie heeft overgedragen aan zijn opvolger Tom Midden­dorp. De komende tijd zal hij niet werken, maar verwerken. Drie let­ters meer, maar een wereld van verschil.

Het is de reden dat heel Nederland hem kent, omdat hij, op zijn aller­eerste werkdag als commandant der strijdkrachten op 18 april 2008, het nieuws te horen kreeg dat zijn eigen zoon was omgekomen door een bermbom in Afghanistan. Het maakte hem van hoogste militair ineens ook vader. "Mijn zoon zou niet willen dat ik bij de pakken neer ging zitten", sprak hij een week later. En hij ging aan het werk. Omdat zijn zoon het zou willen, omdat hij het zelf wilde.

Hij bouwde voor de zekerheid extra tegenspraak in om te voorko­men dat zijn verlies gevolgen zou hebben voor zijn werk. Professio­neel, dat is wat collega’s van hem zeggen. "Een hele gedreven man, een mensenmens", zo omschrijft zijn woordvoerder hem, die de af­gelopen anderhalf jaar bijna elke dag bij hem was. "Hij had altijd een luisterend oor voor iedereen."

Het zijn die sociale kwaliteiten die hem zo ver brachten binnen De­fensie. Nadat hij zich als bakkers­zoon uit Nijmegen op zijn zeven­tiende ingeschreef bij de militaire academie in Breda, werd hij op zijn 26ste compagniescomman­dant in Libanon en later werd hij als brigadegeneraal uitgezonden naar Sarajevo. Uit zijn tijd in Liba­non stamt het verfomfaaide oude stukje papier dat hij altijd in zijn bureaula heeft liggen en waar zijn drie gouden regels op staan: 'Ik ben altijd duidelijk, mijn deur staat altijd open, en ik ben altijd aanspreekbaar'. Richtlijnen die hij tot het laatste gebruikte, zegt zijn woordvoerder. Het verhaal gaat dat Van Uhm van zijn eigen geld een partij bergschoenen kocht toen soldaten klaagden over de slechte gevechtslaarzen waarmee ze naar Uruzgan moesten.

Voor hij commandant der strijd­krachten werd stond hij aan het hoofd van de landmacht. Zijn fasci­natie voor het leger werd gewekt door verhalen van zijn vader, die na het harde werk in de bakkerij vaak vertelde over de oorlog. Hoe het hem als beste schutter niet luk­te de Duitsers aan de overkant van deWaal te raken omdat zijn wa­pen te oud was. En hoe hij dus niet kon voorkomen dat de Duit­sers zijn stad in namen.

"Dat ver­haal bleef me bij", zei Van Uhm vorig jaar op een bijeenkomst waar hij met een mitrailleur in zijn hand vertelde waarom hij voor een wapen koos als werktuig, en niet voor een pen of penseel. "Uit respect en dankbaarheid voor de geallieerden koos ik voor het ge­weer. Niet om te doden of te schie­ten. Maar om het kwaad een halt toe te roepen. Het geweer is een in­strument van vrede en stabiliteit." 

Het was geen kogel maar een bermbom die zijn zoon het leven kostte. Van Uhm heeft thuis een kist met duizenden kaarten en brieven van medeleven. Die kon hij niet lezen toen hij nog werkte, zegt hij in een interview. Daar is nu tijd voor. Hij wil weer balans in zijn leven, meer tijd voor zijn gezin, ’zijn kop leegmaken’. Onder­wijl kijkt hij ook uit naar een ver­huizing, van Grave, terug naar de roots in Nijmegen- Oost.

(De Gelderlander, 7 juli 2012)

zaterdag 16 juni 2012

Generaal van Uhm: 'Nederland houdt zich voor de gek'

Peter van Uhm, begonnen als 17-jarige cadet, neemt deze maand afscheid als Commandant der Strijdkrachten (CDS). In zijn bijna 40-jarige loopbaan zag hij de wereld onveiliger worden en sneuvelde zijn zoon in Uruzgan. 'Het ene moment ben je de hoogste commandant, het andere lotgenoot en vader.'

door Noël van Bemmel, Theo Koelé

'Ik begon als militair in een andere wereld. Oost en West stonden tegenover elkaar. Als een conflict zou uitbreken, zaten we als Europeanen allemaal in hetzelfde schuitje. De wereld is sindsdien onzekerder geworden, onveiliger, instabieler. De internationale afhankelijkheid is groter. Door de globalisering, maar ook door nieuwe dreigingen als terrorisme en cybercrime. Het gevoel dat deze ontwikkelingen ook effect kunnen hebben op Nederland, wordt helaas niet door iedereen beleefd. Terwijl er wel degelijk effecten zijn. Drugs uit Afghanistan komen naar Nederland, mensen die gevlucht zijn óók,' zegt 's lands hoogste militair Peter van Uhm (57).

Meer onveiligheid gaat gepaard met grote bezuinigingen op defensie. De verkiezingsprogramma's beloven nog meer ingrepen. Wat vindt u daarvan?
Generaal van Uhm
(Foto: Defensie)
'Ik begrijp echt wel dat Nederland een financieel-economische crisis doormaakt. En dat defensie niet helemaal buiten schot kan blijven. Maar je moet wel de afweging maken of je geld wilt opbrengen voor de verzekeringspolis die de krijgsmacht is voor Nederland.'

Van Uhm haalt een foto uit een la. Een militair praat met twee kinderen die leunen tegen een hekje voor een Hollands huis. 'Kijk, dit is hoe de Nederlander denkt: veiligheid in zijn eigen tuintje; en een hek dat gevaar kan weghouden. Maar als dat kleine huisje nou Nederland is, en het hek de grens, dan houd je jezelf voor de gek. Mensen willen hun kinderen beschermen, maar zijn niet bereid te investeren in ons internationaal belang; in hun veiligheid op lange termijn. Defensie is een geliefd bezuinigingsobject.'

Ligt dat aan de krijgsmacht, die zijn waarde niet kan aantonen?
'Het rare is: toen ik kapitein was, zeiden mensen op het station 'moordenaar' tegen mij. Als je nu aan Nederlanders vraagt of ze militairen steunen, geeft zo'n 70 procent een positief antwoord. De Nationale Veteranendag is in vier, vijf jaar uitgegroeid tot een fenomeen. Maar de missies krijgen beduidend minder steun. Het blijkt moeilijk deze taken, die toch de reden vormen waarom we op aarde zijn, over het voetlicht te brengen. In de Afghaanse provincie Uruzgan hebben we naar mijn mening fantastisch werk verricht, maar in de media zag ik slecht nieuws geëtaleerd en het goede nieuws niet. Dan is het voor burgers moeilijk een goed beeld te vormen.'

U spreekt de media aan, maar wat te denken van politici die maandenlang ruziën over verlenging van de missie?
'Politieke discussies doen er zeker toe. Als er veel gesproken wordt over een missie - wel of niet blijven in Uruzgan, wel of niet naar Kunduz- zie je dat de steun van de bevolking daalt. Binnenskamers kan ik mijn mening geven, ik was bij het gros van de besprekingen van het kabinet. Niemand snoert me de mond. Als het over missies en bezuinigingen gaat wordt er serieus naar de CDS geluisterd, maar ik moet accepteren dat democratisch gekozen politieke leiders mij niet per se volgen. Als zwaardmacht zijn we het a-politieke middel dat doet wat de politiek van ons vraagt.

De Haagse werkelijkheid botst nogal eens met die 'in het veld'. De politietrainingsmissie in Kunduz moet per se civiel genoemd worden.
'Ja, dat is een beetje semantiek. De missie is neergezet als niet-militair, maar 500 van de 550 uitgezonden mensen zijn militairen. Die doen gewoon hun werk.'

De Kamer eiste dat Afghanen na hun training 'gevolgd' worden om te kijken of ze verkeerde dingen doen. Is dat geen illusie?
'De politieke leiding heeft een besluit genomen en daaraan het verhaal gekoppeld: we moeten die lui gaan volgen. Dat ga ik dan gewoon regelen. We verzamelen biometrische gegevens, bedenken registratiesystemen. Het moet wel uitvoerbaar zijn. En er zijn grenzen voor mij bij elke missie: als we de veiligheid van onze mensen onnodig in gevaar brengen doen we het niet. Dat is in Kunduz niet aan de orde.'

Is de krijgsmacht nog veelzijdig inzetbaar, zoals dat in Den Haag heet, of moeten we onze internationale ambities temperen?
'De krijgsmacht die we nu hebben kan een heleboel. Die is verrekt efficiënt. Ik durf de vergelijking met andere westerse krijgsmachten aan. Toen we in Uruzgan zaten zeiden de Amerikanen: you punch above your weight (jullie zijn boven je macht bezig). Dat vond ik onzin. We hebben, samen met mensen van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking, hoge kwaliteit geleverd als lead nation van een provincie. Kwalitatief kunnen we ons meten met iedereen, maar we kunnen het niet zo lang volhouden als anderen.

'Alleen al doordat de krijgsmacht kleiner wordt kunnen we een langdurige en grootschalige missie als in Uruzgan niet meer aan. We hebben alle tanks afgestoten, we schrappen de Cougar-helikopters. Met minder capaciteiten zijn we minder veelzijdig. Zo simpel is dat.

'Of de bezuinigingen consequenties hebben voor onze internationale ambities? Die zijn niet hard gedefinieerd; je moet zoveel dit en zoveel dat. Maar als je minder hebt kun je óf minder dingen doen óf minder lang. We geven straks 1,2 procent van het nationaal inkomen uit aan defensie. Daarmee voldoen we niet aan de norm en zitten we in de onderste regionen van de NAVO.'

De bezuinigingen van het huidige kabinet leiden tot het verlies van 12 duizend banen. Wat betekent dat voor de mensen die er (nog) werken en voor uzelf?
'Zoveel banen weg... vroeger was dat ondenkbaar. Het doet me absoluut verdriet dat we van zoveel mensen afscheid moeten nemen. Je ziet niet alleen op de werkvloer, maar ook in de Haagse staven dat men worstelt met onzekerheid. Zet een paar mensen bij elkaar, geef ze een bak koffie, en ze praten over het eventuele verlies van hun baan. Thuis vragen kinderen of papa en mama straks nog wel werk hebben.

'We kennen het bezuinigingsbedrag (een miljard euro, red.) dat moet worden omgezet in concrete plannen. In sommige gevallen was het al snel duidelijk: tanks weg, alle mensen die daarbij horen zijn hun baan kwijt. Maar als we eenheden reorganiseren moeten we een heel traject volgen, inclusief overleg met de vakbonden. Mijn stelregel is: negatieve duidelijkheid ('voor u is er geen plek') is beter dan onzekerheid.'

Al een jaar of tien wordt er fors bezuinigd op defensie. Heeft u voor uzelf wel eens een vergelijking gemaakt met de jaren dertig van de vorige eeuw toen er ook alsmaar gesneden werd?
'Jazeker. Dan denk ik aan de ervaring en de levenslange frustratie van mijn vader, een boerenzoon die goed kon schieten. Met het geweer dat hij in 1940 kreeg kon hij de overkant van de rivier niet halen. Maar er is een wereld van verschil tussen de toenmalige situatie en het materieel dat we nu hebben en de professionaliteit van mijn mensen.'

Heeft u wel eens overwogen op te stappen?
'Ik werd wit om m'n neus toen ik hoorde dat er een miljard bezuinigd moest worden. Wat dacht je dan? Ik heb me telkens afgevraagd of ik iets voor m'n rekening kon nemen. Ik zit er nog, en draag mijn functie zoals gepland eind deze maand over. Daaruit blijkt de afweging die ik heb gemaakt.'


                                                         +++++++++++++++++


'Die jongens in het peloton moesten toch ook door?'

Op zijn eerste werkdag als Commandant der Strijdkrachten, 18 april 2008, kreeg Peter van Uhm het bericht dat zijn zoon Dennis was gesneuveld. Het voertuig van de 23-jarige luitenant reed in Uruzgan op een bermbom.

'Veel mensen hebben tegen mij gezegd: wat dapper van je. Dat je door bent gegaan na het verlies van je zoon. Dan denk ik: hoezo? Had ik dan alles moeten verloochenen waar ik mijn hele leven in had geloofd? Waar Dennis in geloofde? Ik geef toe, in een eerste opwelling dacht ik ook: jongens, ik kap ermee. Diezelfde avond nog stelde een journalist op tv dat ik moest stoppen. Ik zou niet meer kunnen functioneren. Ik begon na te denken. Mijn gezin en ik zaten in een diep dal. Maar dat gold ook voor mijn soldaten in Afghanistan, voor de jongens van zijn peloton. Die moesten toch ook door? Ik zat in de luxe positie dat ik kon zeggen: ik doe niet meer mee. Dat druist in tegen alles waar je als leidinggevende in deze organisatie in gelooft. Waar mijn zoon in geloofde. Dus eigenlijk had ik geen keus.

Op mijn eerste werkdag als commandant der strijdkrachten liep ik 's ochtends deze kamer binnen. Mijn plaatsvervanger stond mij op te wachten. Dan weet je al, er is iets goed mis. Ga eerst zitten, zei hij, waarna ik hem hoorde vertellen dat er twee slachtoffers waren gevallen: Mark Schouwink en mijn zoon Dennis. Plus twee zwaargewonden.

Elnt Dennis van Uhm
(foto: Defensie)

Er ging van alles door mijn hoofd. Uit ervaring wist ik dat de eerste melding nooit helemaal accuraat is. De slachtoffers zouden in een pantservoertuig hebben gezeten. Dat kon niet kloppen. Ik had met mijn zoon gesproken over hoe je het beste leiding kunt geven als pelotonscommandant. En dat was niet vanonder uit een pantservoertuig. Dus ik zei: of het is mijn zoon niet, of het is een andere wagen. Ga maar terug, want met dit verhaal ga ik niet naar mijn vrouw. Toen wachtte ik af als een dood vogeltje achter mijn bureau. Na een tijdje kwam hij terug met de directeur operatiën. Peter je hebt gelijk, zei die, maar het is wel je zoon. Hij zat in een open terreinwagen.

Het was zo onwerkelijk. Ik reed naar mijn vrouw die in Den Haag was blijven slapen na de overdrachtsceremonie. Mijn dochter en de vriendin van Dennis zaten allebei in het buitenland. Dus die hebben we het over de telefoon moeten vertellen. Toen die meiden terugkwamen, hebben we elkaar maar bij de hand gehouden. Zijn vriendin Lieneke kennen we al sinds de middelbare school. Ze is nu als een dochter voor ons. We zijn dit weekend nog bij haar geweest. Tegen mijn mensen hier heb ik gezegd: maak van mijn probleem niet jullie probleem. Zeg gewoon wat er gezegd moet worden.

Loyaliteit is drie keer nee durven te zeggen tegen je baas. Dat was altijd mijn stelregel. Voor de zekerheid heb ik extra tegenspraak ingebouwd. Ik wist dat ik soms een besluit moest nemen dat hiermee te maken heeft. Moet ik geld steken in schepen, vliegtuigen of in nieuwe spullen tegen bermbommen? Twee officieren die mij goed kennen, kregen dan het dossier mee, met het besluit dat ik van plan was te nemen. Hun opdracht: lees het en vertel me morgen of ik niet door emotie word gedreven. Ik kan mij niet herinneren dat ze ooit hebben gezegd: Peter, je zit er helemaal naast.

Ik kan hier nog steeds geen foto van mijn zoon hebben. Echt niet. Nee, dat trek ik niet, dan ga ik stuk. Ik heb daar mijn manier op gevonden. Kijk, daar op mijn vensterbank ligt een sabel. (Van Uhm staat op en pakt het glimmende wapen met een gouden leeuwenkop op de greep-red). Dit is mijn officierssabel die ik kreeg toen ik afstudeerde aan de KMA (Koninklijke Militaire Academie-red). Toen mijn zoon luitenant werd, ben ik naar de juwelier in het dorp gegaan om mijn naam erin te laten graveren en de datum waarop ik officier was geworden. Daaronder de naam van Dennis en de datum van zijn beëdiging. Dat was zo'n mooi vader en zoon moment. Ik word nog steeds emotioneel als ik daaraan terugdenk.

We waren met zijn tweeën en ik zei dat ik trots op hem was. Ik gaf hem deze sabel met de woorden: hiermee is een traditie geboren. Dennis keek me aan en begon te lachen. Hij begreep de serieuze ondertoon - zorg dat je kinderen krijgt en dat ze militair worden -maar hij wist ook dat ik een geintje maakte. Typisch familie Van Uhm. Nou..., en nu heb ik de sabel weer terug. Dat was natuurlijk nooit de bedoeling. (Van Uhm zet de sabel behoedzaam terug in zijn vensterbank). Dit is dus mijn manier om, ....dit kan ik nog net hebben.

22 april 2008. Vier dagen na het sneuvelen van zijn zoon Dennis
staat Generaal van Uhm de pers te woord (foto: Defensie)

De toekomst zal uitwijzen hoever ik nu ben met de verwerking van ons verlies. Maar het feit dat ik nu alweer emotioneel word, betekent dat ik er nog lang niet ben. Thuis hebben wij een mooie kist met honderden brieven en duizenden kaarten die wij hebben gekregen. Uit heel Nederland, echt. Die hebben wij in een roes gelezen. Ik zou niet meer weten wat erop staat. Die dingen moeten we ooit nog een keer lezen. We hebben er bewust voor gekozen dat niet te doen, zolang ik in functie ben. Dan ben ik gewoon van de leg. En niet voor een dag, vrees ik. Dus nee, we zijn er nog niet. We zijn met z'n vieren, maar ieder verwerkt het op zijn eigen manier. Het is een evenwichtskunst. Je moet elkaar bij de hand houden en de ruimte laten. Soms sta ik voor zijn foto. Ja, daar sta ik dan vijf minuten.

Als commandant heb ik ook veel nabestaanden bezocht. Nadat Dennis een slachtoffer werd is mijn vrouw ook meegegaan op dat soort bezoeken. Dat waren surrealistische ontmoetingen. Op het ene moment ben je de hoogste commandant, op een ander lotgenoot en vader. Dat loopt allemaal door elkaar in die gesprekken. Ik hoop maar dat wij die mensen hebben kunnen helpen. Zij hebben mij niets verweten. Dat heb ik althans nooit bespeurd. Ook niet voordat ik mijn zoon verloor.

Dennis was geen kind voor binnen. Daarom ligt hij nu op de erebegraafplaats bij Loenen. Daar ligt hij buiten in het bos, dat vond hij altijd schitterend. Op de erebegraafplaats komen ook schoolklassen langs die dan ontdekken dat daar niet alleen maar slachtoffers van de Tweede wereldoorlog liggen. Dat ook de hedendaagse jeugd nog bereid is dit soort dingen te doen. Dat vonden wij nog wel waardevol om aan anderen te laten zien.

Ik houd alle ideeën voor nieuwe functies af. Mijn leven bestond afgelopen jaren uit werken en slapen. Vaak was ik alleen in het weekend thuis, maar dan trok ik wel weer twee tassen open. Om de volgende week voor te bereiden. Ik las alleen boeken voor mijn werk, ik sportte als ik kon, niet als ik zin had. Mijn gezin heeft me altijd gesteund en daar ben ik dankbaar voor. Maar er moet nu een andere balans komen in ons leven. Meer tijd voor elkaar. We gaan weer terug naar Nijmegen waar we allebei vandaan komen. Ik ga mijn kop leegmaken. Dennis zal altijd in ons hart zijn. We hebben besloten onze blik vooruit te richten.'

(De Volkskrant, 16 juni 2012)


Toespraak Van Uhm bijna een miljoen keer bekeken

De toespraak die de commandant der strijdkrachten generaal Peter van Uhm eind vorig jaar op TEDxAmsterdam hield, is inmiddels vertaald in 25 talen waaronder Arabisch, Japans, Turks en Perzisch.

De speech waarin hij uitlegt waarom hij het wapen koos als middel om een bijdrage te leveren aan een betere wereld, is bijna 1.000.000 keer bekeken. Deze week bekeken Australische cadetten, als voorbereiding op het gesprek met de generaal van Uhm, de video die op de site van TED.com en youtube.com staat.

Generaal van Uhm brengt momenteel een bezoek aan Australië om te praten over nauwere samenwerking op het gebied van cyber war, onderzeeboten en de F-35.

(ministerie van Defensie, 15 juni 2012)

Toespraak Generaal van Uhm, TedXAmsterdam, 25 november 2011

(Zie ook het afscheidsinterview met generaal Van Uhm in Trouw: 'Mensen moeten je durven tegenspreken')