zaterdag 12 oktober 2013

US military personnel drove UNHCR vehicles in Bosnia, Croatia

[radio teletype, slightly garbled (war in the former Yugoslavia)]

Thu 23.03.9NSA   from: HCSWIGE    msg: HCBSNSA.306
zczc
(UNHCR) GENEVA 23MAR95 1007Z
BU01-23-3-0673 205.HRV
HCR/bsn/0l 09 HCR/hrv/0484
For L. Chang OIC-CAU/M. Zimmermann from C. Walker, PCBS
lnfo T. Birath Head FO/M. Morand
Primo
Most grateful you send to Sarajevo all relevant authorizations for US DOD personnel to drive UNHCR vehicles already provided to you by HQ.
Secundo
lf further authorization are required for LJS DOD personnel please follow usual procedures of asking HQ to authorize on an individual basis.
Tertio
Re assignment of Philip J. Antonio to Zagreb.  We agreeable to Antonio being authorized to drive UNHCR vehicles under same conditions as T. Zakriski, B. Sheedy, C. Blevins, V. Debray, M. Burken M. Zimmermann, L. Velzke, N. Grandy, P. Ray and D. Tucker pending resolution of legalities between US Gov. Legal Experts and UNHCR.  For conditions please refer to HCR/HRV/1057 of 2 June 1994 below
Quote
(UNHCR) GENEVA 02JUN94 1100z
BU01-0206-1178 205.BSN
HCR/hrv/1057
~~Foation to drive for Tim Zakriski . UNHCR Legal Adviser has reviewed correspondence received and counsels as follows:
While JTF Team Leader memo does not address UNHCR concerns clearly, it is an acceptable solution on a temporary basis.
There should UNHCR Driver's Waiver if the reference to the Vehicular lnsurance Agreement is deleted. Accordingly, recommended action ls that UNHCR propose that in high risk areas such as BiH the lnsurance Agreement be forfeited where drivers, are government employees.
Should US Government legal experts wish to liaise with UN ~~should be addressed directly to the UNHCR
Legal Adviser, General Legal Advice in Geneva.
Unquote
(UNHCR GENEVA)
col 01 2303 0673 1994 02 94 1100 01 0206 1178
  205 1057 27
NNNN

(Defensie weblog, 12 October 2013)

vrijdag 11 oktober 2013

Kamerbrief: Gebruik Nederlandse F-35 testtoestellen

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 09 oktober 2013
Betreft Gebruik Nederlandse testtoestellen

In mijn brief van 8 februari jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 309) heb ik u onder andere geïnformeerd over de opties voor het gebruik van de twee Nederlandse F-35 testtoestellen in de komende jaren. Met mijn brief van 4 april jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 319) heb ik u laten weten dat de twee testtoestellen voorlopig worden gestald totdat er een besluit is genomen over de vervanging van de F-16 in samenhang met de nota over de toekomst van de krijgsmacht.

Met het verschijnen van de nota over de toekomst van de krijgsmacht op 17 september jl. is gemeld dat het kabinet heeft besloten dat de F-35 de F-16 gaat vervangen. In het verlengde daarvan licht ik met deze brief toe hoe de twee testtoestellen in de komende jaren worden aangewend.

In overeenstemming met eerder genomen besluiten zal Nederland deelnemen aan de operationele testfase van het F-35 programma. Dit is in het regeerakkoord onderstreept. Deelneming aan de operationele testfase is van belang om het toestel operationeel te kunnen beproeven in samenhang met andere wapensystemen, waaronder Nederlandse. Deelneming is ook van belang voor een beheerste en veilige invoering van het wapensysteem en voor de opbouw van kennis en ervaring.

De operationele testfase waaraan Nederland zal deelnemen bestaat uit twee delen. In 2015 wordt begonnen met de operationele beproeving van de capaciteiten die met de Block 2 software zijn opgeleverd. Vanaf 2017 wordt daarop voortgebouwd met de operationele beproeving van de aanvullende capaciteiten die in Block 3 software beschikbaar komen. Het operationele testprogramma wordt eind 2018 voltooid, waarna in 2019 een eindrapportage volgt. Het Pentagon heeft deze planning inmiddels vastgesteld. De operationele testfase vangt daarmee later aan en beslaat een langere periode dan in 2008 nog werd voorzien. Dit maakt het voor Nederland mogelijk vanaf 2015 deel te nemen. Nederland kiest daarmee voor de optie om vanaf 2015 deel te nemen aan de operationele testfase. Dit was een van de opties zoals beschreven in de brief van

De operationele testfase is een doorlopend programma dat wordt afgewikkeld op grond van de kennis en ervaring die stapsgewijs worden opgebouwd. Het is om die reden van belang om vanaf het begin mee te doen en personeel tijdig op te leiden. Het betreft voor ons land ongeveer twintig onderhoudsmensen en vier vliegers. Het theoretische deel van de vliegeropleiding zal eind oktober aanvangen en de vliegers zullen in december opleidingsvluchten gaan maken. Het is van belang de opleiding niet langer uit te stellen. De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn ongeveer een jaar geleden al begonnen en voor het Nederlandse personeel resteert tot november 2014 niet meer dan een jaar. Daarna zullen het personeel en de vliegtuigen van de opleidingslocatie Eglin worden verplaatst naar vliegbasis Edwards. Daar worden de laatste voorbereidingen getroffen voor de aanvang in januari 2015. De aanvang van de opleidingen eind deze maand vormt geen onomkeerbare stap. De opleidingen kunnen worden gestaakt mocht daartoe aanleiding zijn. Daarentegen leidt verder uitstel van de opleiding ertoe dat Nederlandse vliegers en onderhoudspersoneel niet het vereiste ervaringsniveau kunnen bereiken voordat de operationele testfase begint.

De kosten van de deelneming aan het Memorandum of Understanding inzake de operationele testfase zijn de Kamer eerder medegedeeld (in de vertrouwelijke bijlage bij Kamerstuk 26 488, nr. 65) en bedragen in het huidige prijspeil € 21,6 miljoen. De materiële exploitatiekosten - exclusief de kosten van munitieverbruik - van beide toestellen vanaf 2013 tot en met 2018 worden geraamd op € 52,6 miljoen. In dit bedrag zijn ook de kosten van de voorafgaande opleidingen opgenomen. Beide kostenposten zijn onderdeel van het projectbudget Vervanging F-16 en zijn ook opgenomen in de Ontwerpbegroting 2014 (Kamerstuk 33 750-X, nr. 1).

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert

(ministerie van Defensie, 11 oktober 2013)

Announcement of the 2013 Nobel Peace Prize

ANNOUNCEMENT

THE NOBEL PEACE PRIZE FOR 2013

The Norwegian Nobel Committee has decided that the Nobel Peace Prize for 2013 is to be awarded to the Organization for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW) for its extensive efforts to eliminate chemical weapons.

During World War One, chemical weapons were used to a considerable degree. The Geneva Convention of 1925 prohibited the use, but not the production or storage, of chemical weapons. During World War Two, chemical means were employed in Hitler’s mass exterminations. Chemical weapons have subsequently been put to use on numerous occasions by both states and terrorists. In 1992-93 a convention was drawn up prohibiting also the production and storage of such weapons. It came into force in 1997. Since then the OPCW has, through inspections, destruction and by other means, sought the implementation of the convention. 189 states have acceded to the convention to date.

The conventions and the work of the OPCW have defined the use of chemical weapons as a taboo under international law. Recent events in Syria, where chemical weapons have again been put to use, have underlined the need to enhance the efforts to do away with such weapons. Some states are still not members of the OPCW. Certain states have not observed the deadline, which was April 2012, for destroying their chemical weapons. This applies especially to the USA and Russia.

Disarmament figures prominently in Alfred Nobel’s will. The Norwegian Nobel Committee has through numerous prizes underlined the need to do away with nuclear weapons. By means of the present award to the OPCW, the Committee is seeking to contribute to the elimination of chemical weapons.

Oslo, 11 October 2013

dinsdag 8 oktober 2013

Landmacht zamelt geld in voor gewonde collega’s

Op donderdag 10 oktober zamelen circa 1300 medewerkers van de Koninklijke Landmacht via een sportief evenement geld in voor hun gewonde collega’s.

Deze groep gewonden hebben offers gebracht voor de vrede en vrijheid van Nederland en verdienen erkenning en waardering van zowel Defensie als van de samenleving. Via dit evenement wordt deze waardering en verbondenheid extra onderstreept. Op en rond de historische locatie de Grebbeberg haalt de Landmacht met 100 loopteams en circa 90 fietsteams geld op voor gewonde collega’s. Elk team betaalt een minimaal bedrag aan inschrijfgeld en kan eventueel ook door andere collega’s gesponsord worden. De beide sportieve onderdelen zijn zodanig ingericht dat ook gewonden kunnen deelnemen.

De vereniging ‘De Gewonde Soldaat’
Dit jaar gaat de opbrengst van het evenement de Grebbeberg Masters naar de vereniging ‘De Gewonde soldaat’. Een groep van circa 50 militairen, die zware verwondingen hebben opgelopen in Afghanistan, hebben deze Vereniging opgericht met het volgende motto: ”Wij zijn thuisgekomen, maar hebben daar wel een hoge prijs voor betaald. Dagelijks worden we daarmee geconfronteerd omdat we blijvend letsel hebben overgehouden aan de verwondingen die wij opliepen tijdens gevechtsacties. Door alles wat wij hebben meegemaakt, voelen we ons verbonden. Wij zijn gewond geraakt maar niet verslagen”

De vereniging vraagt met dit motto meer begrip, erkenning en waardering voor deze speciale groep veteranen die zware verwondingen hebben opgelopen tijdens hun uitzending. De vereniging heeft al een goede bestemming voor het geld; gezamenlijke deelname aan een internationaal sportevenement voor gewonde militairen in de VS en de aanschaf van handbikes. De Landmacht hoopt op deze dag’, waarin saamhorigheid de boventoon voert, een mooi bedrag op te halen voor de vereniging ‘De Gewonde Soldaat’.

(ministerie van Defensie, 8 oktober 2013)


vrijdag 4 oktober 2013

Aantal Afghaanse tolken blijvend invalide; ten onrechte uitgezonden?

(...)

Tijdens het algemeen overleg personeel van 16 april jl. heb ik kort de ontwikkelingen gemeld aangaande de tolken van Afghaanse origine (Kamerstuk 33 400, nr. 82). Naar aanleiding van de vragen bij het nota-overleg van 24 jl. geef ik hierbij een uitgebreider overzicht van de laatste stand van zaken.

Bij de ISAF-missie in Afghanistan (2001-2010) is gebruik gemaakt van de diensten van tolken van Afghaanse origine. Na de beëindiging van de missie bleken meerdere van deze tolken gezondheidsklachten te hebben. De tolken waren veelvuldig uitgezonden, terwijl zij daar mogelijk psychisch of lichamelijk niet altijd toe in staat waren. De culturele en persoonlijke achtergrond van de tolken vergde nazorg en behandeling afgestemd op hun specifieke individuele omstandigheden. In de praktijk is gebleken dat de standaard zorgpakketten die zijn aangeboden onvoldoende aansloten bij de behoefte.

Afghaanse tolk op pad met 45 Painfbat. Foto © Hans de Vreij

Zoals mijn ambtsvoorganger heeft gemeld bij het notaoverleg veteranen van 17 juli 2012 (Kamerstuk 30 139, nr. 104), heeft Defensie deze tolken met terugwerkende kracht weer in dienst genomen zodat zij de noodzakelijke zorg konden ontvangen. Op dit moment worden de tolken intensief begeleid met zorg op maat waarbij ook veelvuldig contact is met hun vertegenwoordigers. In dit maatwerk wordt zoveel als mogelijk rekening gehouden met de culturele achtergrond en de persoonlijke omstandigheden.

De zorg bestaat enerzijds uit intensieve en op maatwerk gerichte begeleiding bij de omgang met psychische problemen, indien gewenst – of noodzakelijk - bij een externe instelling voor geestelijke gezondheidszorg. Anderzijds bestaat de zorg uit begeleiding bij lichamelijke klachten. Voorts kunnen de tolken een beroep doen op de beschikbare zorg voor partners en familie van veteranen. Zodra hij daartoe in staat is, helpt Defensie de tolk bij sociale activering en bij het zoeken naar werk.

Inmiddels is bij een aantal tolken blijvende invaliditeit vastgesteld. Voor hen staan alle voorzieningen, zoals de huidige rechtspositie die regelt, ter beschikking. Zodra de tolken de defensie-organisatie verlaten, terwijl het zorgtraject nog loopt, worden zij overgedragen aan het zorgloket van het ABP. Hiermee wordt de continuïteit van de nazorg verzekerd.

(...)

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert

(Passage uit Kamerbrief 'Aanvulling Veteranennota 2012-2013', 30 september 2013)

Nazorg ISAF-veteranen

[Passage uit: 'Aanvulling Veteranennota 2012-2013'] 

4. ISAF-nazorg
De ISAF-missie in Uruzgan van februari 2006 tot augustus 2010 was een van de grootste naoorlogse militaire operaties van de Nederlandse krijgsmacht. In totaal zijn bijna 20.000 militairen uitgezonden naar Afghanistan, waarvan ruim 6.000 inmiddels niet meer bij Defensie werkzaam zijn (per 1 september 2013). Van deze militairen is ongeveer 25 procent meer dan één keer uitgezonden. Zoals ik in het notaoverleg van 24 juni jl. heb gemeld, ontwikkelt de behoefte aan nazorg van de ISAF-veteranen zich vooralsnog in overeenstemming met de verwachting. Ik zal de stand van zaken nader toelichten.

4.1. Nazorg gewonden
Zoals mijn ambtsvoorganger vorig jaar heeft gemeld in een brief over de nazorg van ISAF (Kamerbrief 30 139, nr. 101), zijn bij de Uruzgan-missie 144 militairen tijdens gevechtsacties gewond geraakt. Van de 58 militairen die in behandeling zijn genomen door het Militair Revalidatiecentrum (MRC) zijn er nu nog twee in behandeling. Bij deze fysiek gewonde militairen is veelal sprake van een blijvende beperking bijvoorbeeld als gevolg van een amputatie. Uit onderzoek blijkt dat zij vooral moeite hebben met de veranderingen in mobiliteit en, als gevolg daarvan, hun loopbaanperspectief. Dit is mede aanleiding geweest om op het MRC een nieuw sportcomplex te bouwen en dat te voorzien van moderne apparatuur op het gebied van mobiliteitsverbeteringen. Daarnaast kan het MRC de revaliderende militair voorzien van de beste aanpassingen op het gebied van prothese- en orthesevoorzieningen. Het MRC is met deze ontwikkelingen in staat de brugfunctie van zorg naar maximaal participatief vermogen optimaal vorm te geven. Het MRC is tevens samenwerkingsverbanden aangegaan met gerenommeerde civiele zorginstellingen waaronder de Sint Maartenskliniek.

Doelstelling hierbij is kennisdeling en gezamenlijke ontwikkeling van zorgprogramma’s waarbij het zorgniveau voor veteranen gewaarborgd blijft.

De gewonde veteranen worden bij hun re-integratie intensief begeleid door hun operationele commando. Zij keren na de revalidatie in eerste instantie terug naar hun eigen eenheid. Vervolgens wordt na enige tijd bezien in hoeverre zij terug kunnen naar hun oorspronkelijke functie of een andere functie binnen de eenheid. In goed overleg met betrokkene en afhankelijk van de beperking wordt een re-integratietraject afgesproken en wordt gelegenheid geboden een studie te volgen. De meesten zijn thans, in afwachting van de voltooiing van het re-integratietraject, nog in dienst als militair. Als blijkt dat zij niet meer als militair kunnen functioneren, wordt gezocht naar een militaire functie met dispensatie of een passende burgerfunctie binnen Defensie. Begeleiding naar een functie buiten Defensie is ook mogelijk, maar pas wanneer daarover met de gewonde veteraan overeenstemming is bereikt.

4.2. Ontwikkeling zorgvraag
In de eerder genoemde brief over de nazorg van ISAF is tevens een analyse van de ingevulde vragenlijsten opgenomen. Uit deze analyse blijkt dat voor drie procent van de ingevulde vragenlijsten zorgtrajecten op medische gronden worden gestart, negen procent op psychosociale gronden en twee procent vanwege een combinatie van beide. Een actueel en compleet overzicht van de voortgang van de zorgtrajecten is niet te geven. Het probleem is dat deze informatie ligt besloten in individuele medische dossiers bij de eerstelijns en tweedelijns gezondheidszorg (waaronder MGGZ) binnen en buiten Defensie. Inzage kan alleen verkregen worden na toestemming van de betrokken militair. Het is wel mogelijk een overzicht te genereren van bijvoorbeeld alle PTTS-gevallen onder Nederlandse militairen, maar niet het aantal PTSS-gevallen dat
gerelateerd is aan de missie in Uruzgan.

Wel is er op een andere manier inzicht te krijgen in hoe het met de ISAF-veteraan gaat. Zo registreert het Vi het aantal aanmeldingen van Uruzgan-veteranen voor hulpverlening bij het CAP. Dit is in onderstaande tabel voor de periode 2007 tot en met 2012 in absolute aantallen en als percentage van het totaal aantal aanmeldingen weergegeven.


Uit het overzicht blijkt dat het percentage hulpvragen van ISAF-veteranen in de laatste drie jaar is toegenomen, maar in verhouding tot de grootte van de groep beperkt blijft. Ik realiseer mij hierbij dat een onbekend aantal veteranen langs een andere weg zorg aanvraagt en in dit overzicht niet is opgenomen. Verder meldt de stichting De Basis dat in 2012 en 2013 steeds meer jonge veteranen (missies vanaf 1980) zich aanmelden ten opzichte van oudere veteranen. Ook wordt de tijd tussen aanmelding en uitzending korter, waarschijnlijk doordat de bekendheid van het zorgsysteem voor veteranen toeneemt. Voorts melden steeds meer (jonge) veteranen en gezinnen zich met complexe problemen. Vooralsnog is er geen sprake van een opvallend groot aantal Uruzgan-veteranen. Pagina 5 van 18

4.3. Wetenschappelijk onderzoek
Er is dit jaar een wetenschappelijk onderzoek voltooid naar de psychische gezondheid van militairen na uitzending. Hiertoe zijn alle militairen die in de periode van 2008 tot 2010 zijn uitgezonden vergeleken met de totale groep van niet-uitgezonden militairen. Uit de resultaten bleek dat naar verhouding de uitgezonden militairen gedurende het eerste jaar na uitzending vaker gebruik maken van de geestelijke gezondheidszorg dan niet-uitgezonden militairen. Er is bij deze groep sprake van meer aanpassingsproblemen en angststoornissen (waaronder PTSS). Van de ruim 750 consultaties bij de MGGZ in de onderzoeksperiode werd in ruim 50 gevallen de diagnose PTSS gesteld. Ongeveer 200 militairen hadden last van aanpassingsproblemen. Een kwart van de veteranen kreeg pas meer dan een half jaar na de traumatische gebeurtenis klachten. In absolute zin daarentegen was in de eerste twee jaar na uitzending sprake van gemiddeld slechts één extra consultatie per 1.000 militairen per maand. Bovendien bleef het aantal consultaties bij de uitgezonden militairen beneden het gemiddelde aantal onder de Nederlandse bevolking.

Bij deze getallen plaatsen de onderzoekers enige kanttekeningen. Ten eerste is bekend dat PTSS-klachten zich vaak na enige jaren openbaren. Gelukkig is de beeldvorming rondom psychische klachten in de krijgsmacht de laatste jaren veranderd en is de drempel om (medische) hulp te zoeken lager geworden. Ten tweede is alleen de periode van 2008 tot 2010 onderzocht, terwijl militairen al vanaf 2002 in het kader van ISAF zijn uitgezonden. Ten derde beperkt dit onderzoek zich tot militairen die door de MGGZ behandeld zijn en blijven veteranen die niet bij Defensie in behandeling zijn buiten beschouwing. Het werkelijke aantal veteranen met PTSS uit deze groep is naar verwachting groter en zal de komende jaren waarschijnlijk verder toenemen.

4.4. Conclusie
De behoefte aan nazorg van de ISAF-veteranen ontwikkelt zich vooralsnog in overeenstemming met de verwachting. De revalidatiemogelijkheden van gewonde militairen uit Uruzgan worden met nieuwe technieken verder verbeterd. De re-integratie van deze groep is met intensieve begeleiding gaande. Een actueel overzicht van overige medische en psychische klachten gerelateerd aan ISAF is moeilijk te geven in verband met de vertrouwelijkheid van medische gegevens. Wel wijst onderzoek erop dat de hoeveelheid psychische klachten (waaronder PTSS) kan oplopen. Het is belangrijk zicht te houden op de verdere ontwikkeling van deze klachten zodat het zorgaanbod hierop kan worden afgestemd. Hiervoor zal het registratiesysteem van het LZV in de toekomst waardevolle informatie opleveren. Het systeem zou in 2015 volledig operationeel moeten zijn. Voorts zal ik onderzoeken of informatie uit de verschillende medische systemen van Defensie (anoniem) kan worden ontsloten en gekoppeld. In de Veteranennota van 2014 zal ik aan beide aspecten opnieuw aandacht besteden.

(...)

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert

(ministerie van Defensie, 30 september 2013)

donderdag 3 oktober 2013

Regels gevechtsinsigne aangepast

Het ‘Besluit Insigne voor Optreden onder Gevechtsomstandigheden’ wijzigt per 1 januari 2014. In de nieuwe versie is duidelijker beschreven wat ´gevechtshandelingen´ zijn. Ook kunnen militairen straks het ‘gevechtsinsigne’, zoals de onderscheiding in de volksmond heet, zelf aanvragen.



Gevechtsinsigne


Een goede omschrijving van het begrip ‘gevechtshandelingen’ was nodig, omdat in het huidige besluit een verwarrende passage staat. Hierdoor lijkt het alsof het gevechtsinsigne alleen wordt toegekend als er sprake is van deelname aan gevechtshandelingen buiten het Koninkrijk. In het nieuwe besluit wordt dit recht gezet.

Geweldsuitoefening
‘Gevechtshandelingen’ zijn in het gewijzigde besluit omschreven als: ‘iedere vorm van actief en professioneel handelen binnen de taakopdracht van de desbetreffende militair waarbij tevens sprake is van vijandelijk optreden met indirect vuur, direct vuur of hiermee vergelijkbaar gevechtscontact, dan wel van enige andere vorm van excessieve geweldsuitoefening jegens de militair.’ Bij dat laatste kan bijvoorbeeld worden gedacht aan geweld door mijnen, geïmproviseerde explosieven, een zelfmoordaanslag, of door levensbedreigend verzet bij een arrestatie.

Zelf aanvragen
Verder gaat de aanvraagprocedure voor de onderscheiding op de schop. Om de uitvoerbaarheid van het besluit te verbeteren, moet een verzoek om een gevechtsinsigne toe te kennen voortaan worden gedaan binnen zes maanden nadat de gevechtshandelingen hebben plaatsgevonden. Bovendien kan de militair het insigne ook zelf aanvragen.

(Defensiekrant, 3 oktober 2013)

Somalische piraten veroordeeld na actie Zr. Ms. Van Amstel

Elf Somalische piraten zijn door het Supreme Court van de Seychellen veroordeeld tot gevangenisstraffen van 18 maanden tot 16 jaar. De kapers waren in mei vorig jaar aangehouden na een actie vanaf het fregat Zr. Ms. van Amstel .

De veroordeelden worden verantwoordelijk gehouden voor de kaping van een vissersboot. Naar later bleek waren zij ook betrokken bij een aanval op de tanker Super Lady.

Boardingteam
In mei vorig jaar zag de bemanning van de boordhelikopter van Zr. Ms. van Amstel een verdachte vissersboot. Deze dhow voerde 2 kleinere boten mee met ladders aan boord. Het boardingteam van de Van Amstel maakte vervolgens een einde aan de kaping, waarbij alle 17 gijzelaars werden bevrijd. Aan boord trof het team wapens, munitie en navigatie-apparatuur aan.

Zr.Ms. van Amstel (foto: Marine)

Super Lady
Het bewijsmateriaal toonde aan dat dezelfde groep piraten betrokken was geweest bij een mislukte poging de Super Lady te kapen. Hierbij is zowel met raketwerpers als met kleinkaliber wapens op de tanker geschoten.

Atalanta
Zr. Ms van Amstel maakte in 2012 deel uit van Operatie Atalanta, een antipiraterijmissie van de Europese Unie. Momenteel is Zr. Ms. Johan de Witt als vlaggenschip van de EU in hetzelfde gebied. Aan de missie doen schepen van uit diverse Europese landen mee. Het commando is in handen van de Nederlandse commandeur Peter Lenselink.

(ministerie van Defensie, 3 oktober 2013)

woensdag 2 oktober 2013

Syria: images of 330mm rockets in flight

Some interesting footage can be found on YouTube related to the mysterious 330mm rocket reportedly used in the August 21st chemical attack on suburbs of Damascus. Imagery of the rockets, or rather what remained of their engine/tail section, caused several questions to be asked. For instance, what could the range be of these odd contraptions unknown to current army arsenals in the world?

I have argued that the design of the rocket automatically implies it cannot have much of a range. Certainly not 10 kms or more, given the lack of a guidance mechanism (or the gyroscopic effect of being spin-stabilized, which it is not). It also has a flat head, causing considerable aerodynamic drag. Still, some sources claim the eastern suburbs of Damascus were hit by chemical warheads of this rocket fired from over ten kilometers distance.

The first video seems to confirm the small range of this ordnance. It was taken from Darayya, a suburb to the south-west of Damascus. The rocket, with a High Explosive (HE) warhead, is fired from the Al Mezzeh military airport. In the background the 'Rif Dimashq' mountain range is visible. Also visible is the rocket itself (proof of its low speed) as it flies over the cameraman, the engine still running (i.e. not in true ballistic flight). The airport is firmly in the hand of government troops.




To get an idea of the range of this particular rocket, I have drawn a line from the airport to the centre of Darayya. The line is some 2 kms long:




In the next video, several 330 mm rockets (with a HE warhead) can be seen flying through the air (= low speed). See 1'11" onwards. According to the accompanying text, the video was taken in Al-Outaiba, an Eastern suburb of Damascus. Also note that the rocket is evidently not very precise.





Finally, click here (embedding disabled) for a video that shows how insurgents are disassembling a 330mm rocket and take out what they say is TNT. Don't try this at home!

The images and the characteristics of the rocket lead me to believe that an assumption of Human Rights Watch is wrong. The organization has repeatedly stated that on August 21st, the Eastern suburbs of Damascus were hit with 330mm rockets with a chemical warhead. Based on the reported azimuth of one of those rockets, HRW came to the conclusion that the point of fire must have been a government position on Mount Qasioun, 9.6 kilometers to the West.

But how does Human Rights Watch know the range of the 330mm rocket? It doesn't and has admitted the rocket is a unknown. Yet, HRW does assert that 9.6 kilometers is "well within range of most rocket systems." That is all, and of course it's just an assumption. Unfortunately, the organization has not reacted to questions I asked several of its representatives, including its Director, Kenneth Roth.

We don’t know the firing range for the second type of rocket used, the 330mm rocket that hit Ein Tarma (impact site number 4). But that site is 9.6 kilometers away from the main Republican Guard base in Damascus, well within range of most rocket systems.
(http://www.hrw.org/news/2013/09/26/syria-s-chemical-weapons-russia-factor)

The Human Rights Watch map on the August 21st trajectories. North-South = 140mm M14 rocket; West-East = the 330mm rocket(s).




Hans de Vreij
2 October 2013

dinsdag 1 oktober 2013

Weblog Commandant der Strijdkrachten: 'Rode lijn'

De nota over de toekomst van de krijgsmacht heeft tot veel heftige reacties geleid. In de media maar ook binnen onze eigen organisatie. Veel Defensiemedewerkers zijn bezorgd. Begrijpelijk, want hoe uitlegbaar de keuzes ook zijn, het blijven ingrijpende maatregelen en het blijft een bittere pil die erin hakt.

Deze week ben ik samen met de minister, buiten het oog van de camera’s, op bezoek bij de zwaarst getroffen eenheden en locaties, zoals de generaal-majoor Spoorkazerne in Ermelo, de vliegbasis Leeuwarden en de Van Ghentkazerne in Rotterdam. Andere locaties volgen.

Gevoelens van trots en pijn overheersen. Trots op het werk, op de eenheid en op de wapenfeiten. Pijn omdat mensen helemaal niet weg willen bij Defensie, zij willen dit niet afbreken en zien dat die krijgsmacht keihard nodig blijft. “Generaal, wij zijn en blijven militair. Wij incasseren ook deze tegenslag en brengen de eenheid met rechte rug naar de eindstreep. Dat heeft de eenheid verdiend.” Ga er maar aan staan.

Het raakt ook mij diep. Je stopt niet je ziel en zaligheid in dit werk om het vervolgens af te breken. Ik had dan ook liever ander nieuws gebracht. Maar, het is aan de politiek om namens de maatschappij te beslissen wat ze met onze krijgsmacht wil, en hoeveel budget ze er voor over heeft. Als Commandant der Strijdkrachten sta ik voor de krijgsmacht en heb ik een rode lijn getrokken. Ik doe geen concessies aan kwaliteit. Ik stuur mensen naar crisisgebieden en ik accepteer niet dat hun leven gevaar loopt omdat wij hebben beknibbeld op training, materieel en middelen. Wat we doen, moeten we goed kunnen doen.

Dit uitgangspunt, gecombineerd met de financiële realiteit in Nederland, heeft geleid tot de gerichte ingrepen die ik samen met de operationele commandanten zorgvuldig heb voorbereid. Samen hebben we de tering naar de nering gezet. We hebben het ambitieniveau bijgesteld. Geen twee missies meer tegelijkertijd, maar slechts één missie – naast de wettelijke taken- op land, op zee en in de lucht. Geen kaasschaaf dus, maar gerichte ingrepen om ambities, taken en middelen in een nieuwe balans te brengen.

Het klinkt misschien raar, maar de eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat er voor het eerst sinds meer dan twintig jaar niet gericht wordt bezuinigd op Defensie. Helaas betekent dat niet dat Defensie niet geraakt wordt. De algemene kortingen, zoals de verhoging van de BTW, raken ons ook. En we moesten structureel geld vrijmaken voor onze geoefendheid en inzetbaarheid. Ik heb geen behoefte aan lege hulzen.

Toch heb ik het gevoel dat we met Defensie dicht tegen een keerpunt aanzitten. Wij moeten ons verhaal blijven vertellen, maar ik zie gelukkig dat anderen dat ook steeds meer doen. Toch mag er van mij nog wel een flinke schep bovenop. Steeds meer mensen zien dat de bodem bij Defensie bereikt is. Dit merk ik bij de vele mensen die ik spreek maar zie ik ook in de media. Dit blog is daar een goed voorbeeld van. Ik doe dat zelf ook.

Ik blijf vechten voor de krijgsmacht en ik daag iedereen uit om met mij mee te doen.

(Facebookpagina Generaal Tom Middendorp, 1 oktober 2013)