Posts tonen met het label CLAS. Alle posts tonen
Posts tonen met het label CLAS. Alle posts tonen

maandag 28 oktober 2013

'De landmacht van morgen'

Luitenant-generaal Mart de Kruif

"Mannen en vrouwen, dienend in of verbonden aan de Koninklijke Landmacht. De laatste weken zijn jullie blootgesteld aan veel nieuws en geruchten over onze nabije toekomst. Ik weet uit ervaring dat de onzekerheid die hiermee gepaard gaat ongemakkelijk is. Daarom heb ik u beloofd op het net te komen om meer duidelijkheid te geven zodra dat mogelijk is. Dat is nu het geval.

Door steun uit de Tweede Kamer is de opgedragen bezuiniging kleiner geworden, waarvoor ik dankbaar ben. Maar de resterende bezuiniging is nog steeds zo ingrijpend dat ik, als uw Commandant, dit moment aangrijp om mijn verantwoordelijkheid te nemen. Dit is het moment voor het CLAS om door te ontwikkelen. Ik heb daarom samen met mijn ondercommandanten een plan ontwikkeld dat binnenkort aan de Tweede Kamer ter goedkeuring wordt voorgelegd. Ik vind dat u er recht op heeft op hoofdlijnen over dit plan te worden geïnformeerd. Gewoon zoals we hebben afgesproken, eigenlijk. Mijn plan is gebaseerd op vier pijlers.

De eerste pijler is 'veelzijdigheid'. Als ik naar de omgeving kijk, dan is duidelijk dat de wereld om ons heen er zeker niet veiliger op wordt. Om daar het hoofd aan te bieden moeten we veelzijdig zijn. In sommige opzichten moeten we zelfs een beetje veelzijdiger worden, is mijn conclusie. Daarom gaan we de brigades allemaal uniek maken waardoor we meer flexibel zijn, sneller kunnen reageren en nog beter worden bij inzet.

De tweede pijler is dat we vol gas doorgaan met de samenwerking met onze internationale partners. We gaan niet alleen samen oefenen, maar ook integreren daar waar mogelijk. Dat is niet alleen de realiteit bij inzet, maar geeft ons ook toegang tot capaciteiten die we organiek niet meer hebben.

De derde pijler is dat we ons meer gaan focussen op potentiële inzetgebieden. Samen met de differentiatie van de brigades zal dat helpen het gat tussen OG en IG zo klein mogelijk te maken. Ook dat verhoogt onze inzetbaarheid.

De vierde pijler is dat we meer gaan testen en experimenteren. Hierdoor kunnen we meer en beter gebruik maken van kennis binnen en buiten de KL, de industrie en onze eigen ervaringen. Zo krijgen we niet alleen beter materieel, maar we moeten het ook sneller kunnen benutten.

Deze vier pijlers zijn en blijven in de toekomst gefundeerd op mensen. Onze militairen, burgers en families zijn onze kracht. Onze officieren zijn leiders, ons onderofficierkorps van wereldklasse, onze korporaals en soldaten klaar voor iedere missie, onze burgers onze enablers en de families onze kracht. Een geweldig potentieel, maar we kunnen er nog meer mee dan we nu doen. Meer en gerichte vorming gaat onze mensen beter maken, we kunnen vullen met nog meer kwaliteit en onze personeelszorg moet beter.

Wat gaan we dan precies doen?

11 AMB blijft zoals het is, versterkt met een eigen BVE, zoals vermeld in de Nota op Prinsjesdag. De brigade wordt geïntegreerd in de Duitse Division Schnelle Kräfte en blijft wereldwijd inzetbaar. De brigade is hiermee onze lichte capaciteit, uniek in Air Assault optreden.

13 Mechbrig gaat helemaal over op wiel, met Bushmasters en MB 280 CDI als kern. De helft van de 88 vrijkomende CV90’s wordt verkocht, de andere helft komt beschikbaar voor opleidingsdoeleinden, verbetering van de inzetbaarheid en de logistieke reserve. België en Frankrijk zijn de belangrijkste partners en het primaire inzetgebied is Afrika. Hiermee krijgt de krijgsmacht een organieke medium capaciteit.

43 Mechbrig blijft onze gemechaniseerde capaciteit, geconcentreerd in Havelte. In de nabije toekomst wordt een pantserinfanteriecompagnie gelegerd in Amersfoort en omgevormd tot test- en experimenteereenheid. Een nog te bepalen Duitse brigade wordt partner, de inzetgebieden zijn vooral Europa, Azië en het Midden-Oosten.

Daarnaast hebben we de mogelijkheid een aantal knelpunten van vandaag te kunnen oplossen. Hierbij zal in ieder geval meer capaciteit gaan naar opleiding & training en personeelszorg. Niet veel, maar broodnodig.

Ik hoor u denken, 'mooie woorden, dit hebben we vaker gehoord'. Ik begrijp die reactie. Elke verandering, hoe noodzakelijk ook, heeft zijn prijs. We zetten twee bataljons CV90 op wiel. We gaan wéér reorganiseren. Er verandert weer veel. Toch neem ik deze maatregelen in de volle overtuiging dat we deze weg moeten gaan. Het is nodig, en niet alleen voor onszelf. Wij zijn een onmisbare hoeksteen voor de krijgsmacht. Simpel goed zijn is voor ons niet voldoende, beter worden is de kunst. Wij zijn dat altijd geweest en zullen dat altijd blijven, zolang we investeren in onszelf. Zodat Nederland op ons kan blijven rekenen.

Dit zijn de feiten, maar nog niet alle details. Veel moet nog worden uitgewerkt. Tot zo ver het 'hoe'. Binnenkort zal ik u persoonlijk komen uitleggen waarom ik hiertoe ben gekomen. Ook daar heeft u recht op."

(LGen Mart de Kruif, Facebook, 28 oktober 2013)

dinsdag 27 augustus 2013

Kamerbrief: stand van zaken Defensie Cyber Strategie

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 26 augustus 2013
Betreft: Stand van zaken Defensie Cyber Strategie
Onze referentie
BS2013024441

Inleiding
De vaste commissie voor Defensie heeft mij op 13 juni 2013 (kenmerk 33321-1/2013D24911) verzocht haar te informeren over de stand van zaken van de Defensie Cyber Strategie, inclusief een geactualiseerde reactie op het advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) over digitale oorlogsvoering. Met deze brief voldoe ik aan dit verzoek.

Achtergrond
Mede naar aanleiding van de in de beleidsbrief 2011 aangekondigde cyberintensivering en de Nationale Cyber Security Strategie (Kamerstuk 26643, nr. 174), brachten de AIV en de CAVV in december 2011 een advies uit over digitale oorlogsvoering. Dit advies onderschrijft het belang van de digitale weerbaarheid van Defensie en de ontwikkeling van operationele cybercapaciteiten. Het advies belicht tevens het volkenrechtelijke kader voor geweldgebruik in het digitale domein. Daarnaast adviseren de AIV en de CAVV de signals intelligence en cybercapaciteiten van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD) te bundelen in een gezamenlijke eenheid. Tevens doen zij de aanbeveling om te onderzoeken of, gezien de technologische ontwikkelingen, het onderscheid in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 (Wiv 2002) tussen kabelgebonden en niet-kabelgebonden interceptie van telecommunicatie gehandhaafd moet blijven.

Het advies van de AIV en de CAVV en de kabinetsreactie daarop (Kamerstuk 33000 X, nrs. 68 en 79) zijn onverminderd actueel en vormen de uitgangspunten voor de Defensie Cyber Strategie die mijn ambtsvoorganger in juni 2012 heeft aangeboden aan uw Kamer (Kamerstuk 33321, nr. 1). Daarnaast onderzoeken de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie momenteel de mogelijkheden voor een wijziging van de Wiv 2002 in overeenstemming met het advies van de AIV en de CAVV. Ook wordt de Wiv2002 geëvalueerd door de commissie-Dessens. Naar verwachting zal de commissie in september a.s. over haar bevindingen rapporteren. Uw Kamer wordt hierover geïnformeerd.

Defensie Cyber Strategie
De Defensie Cyber Strategie omvat zes speerpunten aan de hand waarvan Defensie de komende jaren haar doelstellingen in het digitale domein zal verwezenlijken:
· de totstandkoming van een integrale aanpak;
· de versterking van de digitale weerbaarheid van Defensie (‘defensief’);
· de ontwikkeling van militair vermogen om cyber operations uit te voeren (‘offensief’);
· de versterking van de inlichtingenpositie in het digitale domein (‘inlichtingen’);
· de versterking van de kennispositie en het innovatieve vermogen van Defensie in het digitale domein, met inbegrip van de werving en het behoud van gekwalificeerd personeel (‘adaptief en innovatief’);
· de intensivering van de samenwerking in nationaal en internationaal verband (‘samenwerking’).

Voor de periode van 2011 tot 2015 bedraagt de totale intensivering voor de ontwikkeling van cybercapaciteiten bij Defensie € 45 miljoen, inclusief de personele exploitatie. Het zwaartepunt ligt initieel bij de bescherming van netwerken, systemen en informatie en de uitbreiding van de inlichtingencapaciteit in het digitale domein. Defensie zal tevens voldoende capaciteit moeten opbouwen om op de langere termijn operationele cybercapaciteiten te kunnen inzetten in militaire operaties. De geplande cybercapaciteit zal naar verwachting in 2016 gereed zijn. Daarna bedraagt de exploitatie structureel € 21 miljoen per jaar.

Integrale aanpak
Om een integrale aanpak in het digitale domein te verwezenlijken, is intensieve samenwerking tussen de verschillende betrokken defensieonderdelen essentieel. De uitvoering van de Defensie Cyber Strategie is belegd bij verschillende onderdelen van Defensie: de Commandant der Strijdkrachten (CDS), het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) als single service manager voor alle operationele commando’s, de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en het Joint Informatievoorzieningscommando (JIVC) van de Defensie Materieel Organisatie (DMO). Zij maken alle deel uit van de Stuurgroep Cyber, die verantwoordelijk is voor de aansturing van het cyberintensiveringprogramma van Defensie. Namens het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft de directeur Cybersecurity van de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) zitting in de stuurgroep. Ook TNO neemt deel aan de stuurgroep. De in 2012 opgerichte Taskforce Cyber (TFC) is verantwoordelijk voor de coördinatie van de aan de intensivering verbonden activiteiten binnen Defensie. Hiermee is de basis gelegd voor een integrale aanpak, die de komende jaren bij de verdere ontwikkeling van cybercapaciteiten nader vorm zal krijgen.

Defensief
Het Defensie Computer Emergency Response Team (DefCERT) maakt deel uit van het JIVC en waakt over de beveiliging van de netwerken en systemen. DefCERT monitort en analyseert digitale kwetsbaarheden en adviseert en ondersteunt bij cyberincidenten door het aandragen van mogelijke oplossingen. DefCERT werkt binnen Defensie nauw samen met de MIVD en de operationele commando’s en daarbuiten met het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) van de NCTV, de Navo, andere CERT’s en met bedrijven die over specifieke kennis of middelen beschikken.

DefCERT is inmiddels operationeel en ondersteunt de beveiliging van de meest kritieke defensienetwerken. Tijdens de recente door het Cooperative Cyber Defence Centre of Excellence (CCD COE) georganiseerde internationale oefening Locked Shields heeft DefCERT een internationaal aansprekend resultaat neergezet. De aanschaf van een aantal materiële voorzieningen voor het detecteren van mogelijke bedreigingen en anomalieën, heeft enige vertraging vanwege de reorganisatie. De betrokken defensieonderdelen zetten zich in om dit proces te versnellen. Naar verwachting zal DefCERT eind 2014 op volle sterkte zijn.

Offensief
Defensie zal geen afzonderlijk krijgsmachtdeel oprichten voor het optreden in het digitale domein. Bij de ontwikkeling en de inzet van offensieve operationele cybercapaciteiten door de CDS zal daarom zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van kennis en middelen die bij de MIVD aanwezig zijn. Gezien de schaarste aan gekwalificeerd personeel moeten kennis en middelen zo doelmatig mogelijk worden ingezet en moet worden voorkomen dat binnen Defensie capaciteiten dubbel worden ontwikkeld. De TFC zal in de tweede helft van 2013, in overleg met betrokken departementen, een doctrine opstellen voor het militair optreden in het digitale domein, inzetscenario’s ontwikkelen en de gevolgen van de militaire inzet van offensieve middelen nader beschrijven. De daarvoor in aanmerking komende cybercapaciteiten zoals het Defensie Cyber Expertise Centrum (DCEC) en het militaire vermogen om cyber operations (‘offensief’) uit te voeren worden als joint eenheid ondergebracht bij het op te richten Defensie Cyber Commando (DCC) dat onder single service management van het CLAS wordt opgezet. De TFC zal opgaan in het DCC dat eind 2015 operationeel zal zijn.

Inlichtingen
Een hoogwaardige inlichtingenpositie in het digitale domein is een voorwaarde voor zowel de bescherming van de eigen infrastructuur als voor de goede uitvoering van (militaire) operaties. De MIVD doet onderzoek naar alle actoren die een cyberdreiging vormen voor de Nederlandse krijgsmacht en de defensieindustrie. De MIVD detecteert, analyseert en duidt digitale aanvallen en digitale spionage en beschikt over het vermogen om inlichtingenactiviteiten van anderen te verstoren en een halt toe te roepen. In 2012 is de cybercapaciteit van de MIVD versterkt en in de periode van 2013 tot en met 2015 wordt deze verder uitgebreid.

Een deel van de cyberintensivering bij de MIVD wordt ondergebracht bij een gezamenlijke signals intelligence (SIGINT)-cybereenheid van de MIVD en de AIVD (project Symbolon). Ook de Nationale Sigint Organisatie (NSO) zal opgaan in deze eenheid, die in de loop van 2014 van start gaat. Vooruitlopend hierop is eind 2012 een kwartiermakerorganisatie ingesteld, bestaande uit delen van de MIVD en de AIVD die tot de gezamenlijke eenheid zullen gaan behoren.

Adaptief en innovatief
De snelheid waarmee ontwikkelingen in het digitale domein zich voltrekken, stelt hoge eisen aan het adaptieve en innovatieve vermogen van Defensie. Defensie moet daarom over de kennis beschikken om relevante ontwikkelingen te volgen en snel en doeltreffend hierop in spelen. Begin 2014 wordt het Defensie Cyber Expertise Centrum (DCEC) opgericht dat zal fungeren als centraal punt voor kennisontwikkeling, -verankering en -verspreiding op het gebied van cyber, en onder meer intensief samenwerken met het NCSC en TNO. Naar verwachting zal het DCEC eind 2015 op volle sterkte zijn. Het DCEC zal deel uitmaken van het DCC.

Defensie neemt tevens deel aan de Nationale Cyber Security Research Agenda, aan verschillende Navo en EU-programma’s en aan CCD COE in Tallinn. Ter voorbereiding op de inrichting van een leerstoel in 2014 is in 2012 een Universitair Hoofddocent Cyber Operations aangesteld bij de Nederlandse Defensie Academie. Daarnaast ontwikkelt de Taskforce Cyber een opleidingsplan om de cyberkennis binnen Defensie te vergroten.

Voor de algemene cyber bewustwording is voor alle defensiemedewerkers ondertussen een elektronische leeromgeving beschikbaar en worden simulatietrainingen georganiseerd. Onlangs heeft de departementale leiding daaraan deelgenomen.

Samenwerking
Defensie werkt intensief samen met andere partijen in Nederland om de nationale digitale weerbaarheid te vergroten en levert een bijdrage aan het Nationale Cyber Security Beeld. Defensie levert bijdragen aan de tweede Nationale Cyber Security Strategie die zich richt op een integrale aanpak van digitale weerbaarheid en digitale dreigingen. Tevens heeft Defensie een liaison bij het NCSC en hebben zowel DefCERT als de MIVD samenwerkingsafspraken met het NCSC over wederzijdse ondersteuning en samenwerking.

De (operationele) cybercapaciteiten (zowel defensief als offensief) van de krijgsmacht kunnen net als de overige defensiecapaciteiten op verzoek van en onder gezag van civiele autoriteiten worden ingezet. Wederzijds kunnen ook civiele cybercapaciteiten worden ingezet ter ondersteuning van Defensie in het geval van ernstige cyberincidenten of dreigingen tegen militaire doelen in Nederland. De mogelijkheden hiertoe worden onderzocht door een gezamenlijke werkgroep van de ministeries van Defensie en Veiligheid en Justitie.

In internationaal verband werkt Defensie onder andere samen binnen de Navo. In 2011 is een nieuw Navo Cyber Defence Beleid en bijbehorend Actieplan vastgesteld, waarbij het zwaartepunt ligt bij de bescherming van de eigen netwerken en systemen van Navo. Defensie ondersteunt de verdere ontwikkeling en uitvoering van dit beleid. Nederland is een van de tien sponsoring nations van het CCD COE in Tallinn. Op uitnodiging van het CCD COE heeft een internationale groep van experts de Tallinn Manual on the International Law Applicable to Cyber Warfare geschreven, een weergave van het toepasselijk recht tijdens digitale oorlogvoering. Dit handboek is begin 2013 gepubliceerd. De regering is van mening dat het een waardevolle bijdrage levert aan de discussie over de juridische kaders van digitale oorlogvoering. Ook neemt Defensie deel aan het Multinational Cyber Defence Capability Development 1) programma en de Multinational Capability Development Campaign 2) van de Navo. Daarnaast neemt Defensie deel aan diverse internationale oefeningen, workshops en andere initiatieven die samenwerking en onderling begrip bevorderen. Nederland is ook nauw betrokken bij de ontwikkeling van de cyberstrategie van de EU. Deze strategie behelst onder andere de ambitie een gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid te ontwikkelen (GVDB) op het gebied van cyber. Hierbij staan het delen van informatie, gezamenlijke oefeningen, civiel-militaire samenwerking en nauwe samenwerking en afstemming met de NAVO centraal.

Vervolg
Het cyberdomein is voor Defensie van toenemend belang. Op 10 december a.s. heeft de vaste commissie voor Defensie mij uitgenodigd voor een algemeen overleg over de Defensie Cyber Strategie en het advies van de AIV en de CAVV over digitale oorlogsvoering. Dit biedt de gelegenheid nader in te gaan op de stand van zaken van de ontwikkeling van cybercapaciteiten bij Defensie.

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert

1) Het Multinational Cyber Defence Capability Development dat onder leiding van Canada
door het NATO Communication and Information systems Agency (NCIA) wordt uitgevoerd,
richt zich voornamelijk op kennisdeling en het verhogen van het gemeenschappelijk
omgevingsbeeld op het gebied van cyber.

2) Het Multinational Capability Development Campaign is een programma van Allied
Command Transformation (ACT) en wordt gezamenlijk geleid door Italië en Noorwegen. Dit
programma heeft als doel cyber te integreren in het operationele planningsproces van de
Navo.

donderdag 20 december 2012

Patriots Turkije: antwoorden op 186 Kamervragen


Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 19 december 2012
Betreft Beantwoording vragen vaste commissie voor Buitenlandse Zaken over Patriot brieven
DVB/CV-323/12
Uw Referentie 32623-76

Hierbij bieden wij u de antwoorden aan op de vragen van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken over de Patriot-brieven van 7 en 18 december 2012. Deze vragen werden ingezonden op 19 december 2012 met kenmerk 32.623 nr. 76.

De Minister van Buitenlandse Zaken      De Minister van Defensie
Frans Timmermans                                J.A. Hennis-Plasschaert

Antwoorden van Frans Timmermans, Minister van Buitenlandse Zaken, en J.A. Hennis- Plasschaert op feitelijke vragen van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken over de Patriot brieven d.d. 7 en 18 december.

Vraag 1
Mag uit de woorden van de kamerbrief “het effectieve bereik van de Nederlandse Patriot-raketten is beperkt tot Turks grondgebied’ worden afgeleid dat geen enkele Patriot-raket op Syrisch grondgebied neerkomt?
Antwoord 
Ja. De afstand tot aan de grens met Syrië is groter dan het effectieve bereik van Patriot. Onderscheppingen vinden plaats binnen het Turkse luchtruim. Na een onderschepping zullen restdelen van de Patriot raket terugvallen op Turks grondgebied. Indien een Patriot zijn doel mist, wordt een automatisch zelfvernietigingscommando gegenereerd waardoor ook in dit geval geen Patriot op het Syrische grondgebied neerkomt.

Vraag 2
Kunt u ingaan op de besluitvorming in Duitsland en de Verenigde Staten waar de besluitvorming over de inzet van Patriots al is afgerond? In hoeverre leidt de besluitvorming in Nederland tot onduidelijkheid tussen de bevoegdheden van de Kamer en die van het kabinet?
Antwoord 
In Duitsland heeft de Bondsdag formeel instemmingsrecht bij de uitzending van de krijgsmacht. Instemming is verkregen, waarmee de nationale besluitvormingsprocedure is voltooid. In de Verenigde Staten heeft de president de exclusieve bevoegdheid om te besluiten over inzet van de krijgsmacht. In Nederland besluit het kabinet over de inzet van de krijgsmacht en informeert het vervolgens het parlement hierover.

Vragen 3, 5
Vraag 3
Kunt u een overzicht geven van alle geweldsincidenten op Turks grondgebied sinds begin oktober,
waarbij het Syrische leger volgens u betrokken was?
Vraag 5
In hoeverre kan met zekerheid worden gesteld dat bij de geweldsincidenten sinds begin oktober op de grens tussen Turkije en Syrië uitsluitend het regime van Assad verantwoordelijk was in plaats van de andere strijdende partijen?
Antwoord
Er heeft, voor zover bekend, in oktober 2012 één incident plaatsgevonden waarbij Syrische troepen mortieren of granaten op een vluchtelingenkamp in Turkije hebben afgevuurd.

Vraag 4
Wat is uw reactie op de opmerking van generaal Mark Hertling (commandant US Army in Europa), die eind oktober aangaf dat de VS er niet zeker van is of deze granaten van het Syrische leger afkomstig zijn, van rebellen die Turkije in het conflict willen trekken, of van de Koerdische PKK?
Antwoord
De Syrische strijdkrachten hebben aangaande dit incident in oktober 2012 verklaard dat de granaten niet van hen afkomstig waren, maar van Syrische rebellengroepen. De VN Veiligheidsraad heeft het Syrische geweld unaniem veroordeeld.

Vraag 6
Is bij aanvallen op de Turkse grensdorpen NAVO-munitie is gebruikt? Welke strijdende groepen gebruiken NAVO-munitie?
Antwoord
Hierover is ons niets bekend. Gewapende strijdgroepen beschikken over veel soorten kleinkaliberwapens, waaronder westerse.

Vragen 7, 8
Vraag 7
In hoeverre geeft de Turkse krijgsmacht actief militaire ondersteuning aan de Syrische rebellen?
Vraag 8
In hoeverre vecht de Turkse krijgsmacht zelf lokaal mee met de Syrische rebellen tegen het Syrische
leger?
Antwoord
Over steun van de Turkse krijgsmacht aan Syrische rebellen is ons niets bekend.

Vraag 9
Heeft de Turkse regering aangeboden om een deel van de kosten (42 miljoen) voor eigen rekening te
nemen?
Antwoord
Turkije heeft aangeboden om als gastland voor steun te zorgen. Het overleg over de exacte invulling
hiervan loopt nog. Binnen de begroting van 42 miljoen euro zitten componenten die mogelijk worden
afgedekt door Turkse ondersteuning.

Vraag 10
Welke specifieke bondgenootschappelijke verplichtingen heeft Nederland als door een andere NAVO-lidstaat beroep wordt gedaan op artikel 4 van de NAVO?

Antwoord
Artikel 4 bepaalt dat wanneer naar de mening van een van de bondgenoten de territoriale onschendbaarheid, politieke onafhankelijkheid of veiligheid van een der bondgenoten wordt bedreigd, onderling overleg zal plaatsvinden.

Vragen 11, 60
Vraag 11
Welke afspraken zijn er binnen de NAVO gemaakt na 2013? Kan de minister uitsluiten dat Nederland langer dan twaalf maanden aanwezig blijft in Turkije? Draait Nederland wederom voor de enorme kosten op als de Patriots na 2013 operationeel blijven in Turkije?
Vraag 60
Op basis waarvan wordt na twaalf maanden al dan niet besloten de Patriots langer in Turkije te stationeren?
Antwoord
Het NAVO-besluit dat betrekking heeft op versterking van de Turkse luchtverdedigingscapaciteiten
binnen het kader van het NAVO Geïntegreerde Lucht Verdedigingssysteem is voor onbepaalde duur.
De Noord-Atlantische Raad zal regelmatig op basis van de rapportages van SACEUR de situatie en de
inzet van de Patriots beoordelen. Het kabinetsbesluit betreft de inzet voor de periode van een jaar.

Vraag 12
Welke voortgang kan er gemeld worden op het gebied van samenwerking met de Duitsers en Amerikanen op het gebied van strategisch transport en reservedelen?
Antwoord
Nederland en Duitsland hebben de intentie om samen te werken op het gebied van strategisch transport, zowel tijdens de repatriëring als tijdens de instandhouding. Momenteel loopt de aanbestedingsprocedure voor een transportschip voor Nederland. Het materieel van Duitsland en Nederland past niet op één schip. Mogelijk zal een Nederlands element met het Duitse schip worden verplaatst of een Duits element met het Nederlandse schip. Over samenwerking met de Amerikanen worden nog gesprekken gevoerd.
Nederland werkt op het gebied van de logistieke ondersteuning voor de Patriot systemen samen met overige gebruikers in Europa, waaronder Duitsland. De NATO Support Agency (NSPA) speelt een actieve rol in voorraadmanagement, verwerving van reservedelen, onderhoud, engineering en voor onderlinge uitwisseling van onderdelen in noodsituaties. Dit is ook tijdens deze missie van toepassing.

Vraag 13
In hoeverre is een Patriot in staat om een mortiergranaat of een korteafstandsraket uit de lucht te schieten?
Antwoord
Het Patriot-systeem kan geen mortieren of raketten met een dracht tot enkele kilometers onderscheppen.

Vragen 14, 128, 129, 178
Vraag 14
Is er in het kostenplaatje rekening gehouden met daadwerkelijke onderschepping door een Patriotraket? Klopt het dat een Patriot-raket 2,5 miljoen euro per stuk kost? Hoeveel gelanceerde Patriots zijn meegenomen in het budget voor 2013?
Vraag 128
Wat zijn de kosten van het afschieten van één Patriot-raket? Maken die kosten onderdeel uit van de geschatte 42 miljoen euro?
Vraag 129
Kunt u aangeven ten laste van welke ministeriële begroting deze uitzending zal plaatsvinden?

Vraag 178
De kosten van 42 mln euro zijn additioneel, welke andere kosten zijn gemoeid met de inzet van de Patriotrakketten? En komen deze kosten uit de Defensiebegroting?
Antwoord
De vervangingsprijs van een Patriot PAC-3 raket is maximaal USD 4,5 miljoen. In de raming van de missie is geen rekening gehouden met het munitieverbruik.
Alle additionele uitgaven worden in 2013 gefinancierd vanuit de HGIS-voorziening crisisbeheersingsoperaties uit de defensiebegroting.

Vragen 15, 57
Vraag 15
In hoeverre is de ontplooiing van Patriots in Turkije veel meer van politiekpsychologische betekenis en is militaire nut en noodzaak feitelijk erg gering?
Vraag 57
Beschikt het Turkse leger naar uw inschatting over onvoldoende middelen om zich tegen de niet acute dreiging vanuit Syrië te beschermen?
Antwoord
Nederland deelt de bezorgdheid van de Turkse regering over de veiligheid van de bevolking en het grondgebied als gevolg van het conflict in Syrië en geeft als uitdrukking van bondgenootschappelijke solidariteit gehoor aan het Turkse verzoek.
Het Turkse verzoek betreft de ontplooiing van Patriots, een systeem waar het land zelf niet over beschikt.

Vraag 16
Wat zou de reactie van Nederland zijn als andere landen (wel of niet binnen NAVO-verband) in de loop van 2013 willen overgaan tot een bufferzone, no-flyzone of eventueel een militaire inzet in Syrië met luchtaanvallen en speciale eenheden?
Antwoord
Deze vraag is nu niet aan de orde. Het plaatsen van de Patriot-systemen is een stap ter versterking van de luchtverdedigingscapaciteit van Turkije en beoogt de bescherming van de bevolking en het grondgebied van NAVO-bondgenoot Turkije.

Vraag 17
Wat betekent het in de praktijk dat Nederland de Patriots ter beschikking stelt voor strikt defensieve
doeleinden? Worden Nederlandse Patriots bijvoorbeeld ook ingezet als een Syrisch vliegtuig nabij de
grens met Turkije een aanval inzet op een Syrisch grensdorp vol rebellen?
Antwoord
De Nederlandse Patriot onderschept alleen ballistische raketten ter verdediging van het Turkse grondgebied en de bevolking. Bovendien is de afstand tot aan Syrië te groot om doelen in het Syrische luchtruim te kunnen onderscheppen.

Vraag 18
In hoeverre kunnen de Patriots worden gebruikt voor de bescherming van het NAVO-radarstation in Kürecik als bijvoorbeeld Iran tegenmaatregelen neemt bij een militaire actie van Israël gericht op de Iraanse kerninstallaties?
Antwoord
De Patriot is ook geschikt om een radarstation te verdedigen. Het is echter niet de taak van de Nederlandse Patriot om Kürecik te verdedigen. Bovendien valt het radarstation buiten het bereik van de Nederlandse Patriot.

Vraag 19
Hoeveel onvervulde vacatures telt het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando?
Antwoord
Binnen de uit te zenden eenheid van het DGLC zijn er geen vacatures.

Vragen 20, 55, 97, 98, 99, 104
Vraag 20
Klopt het dat er te weinig militairen aanwezig zijn bij Defensie die gespecialiseerd zijn om met Patriots te werken? Klopt het dat landmacht militairen die zijn aangevuld onvoldoende zijn opgeleid om met Patriots te werken?
Vraag 55
Is het juist dat veel van de uit te zenden militairen onvoldoende zijn opgeleid om de Patriots te bedienen? Wat zijn hiervan de gevolgen? (Telegraaf, 19/12/12)
Vraag 97
Klopt de bewering van de voorzitter van de militaire vakbond AFMP dat de binnenkort uit te zenden Patrioteenheden noodgedwongen zijn aangevuld met landmachtmilitairen, die absoluut onvoldoende opgeleid zijn om met de Patriots te werken?
Vraag 98
Klopt de berichtgeving in de Telegraaf dat veel van de 360 Nederlandse militairen die voor de Patriotmissie naar Turkije worden gestuurd onvoldoende opgeleid en getraind zijn?
Vraag 99
Is het waar dat het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando een groot aantal onvervulde vacatures telt en dat er hierdoor te weinig luchtmachtmilitairen zijn, die gespecialiseerd zijn in het zeer geavanceerde systeem? Beschikken de Patriot-eenheden over voldoende voortzettingsvermogen voor de duur van een jaar?
Vraag 104
Kunt u reageren op de volgende stelling van de voorzitter van Defensie-vakbond AFMP ten aanzien van de operationele gereedheid van de door u voorgestelde missie: "Er zijn te weinig specialisten. Daardoor worden er landmacht-mensen meegestuurd naar Turkije die het Patriot-systeem niet goed genoeg kennen. Dat vinden wij onverantwoord"?
Antwoord
Bij het DGLC zijn voldoende militairen aanwezig die gespecialiseerd zijn om met Patriots te werken. De landmacht militairen die ingezet worden op het Patriot wapensysteem zijn daarvoor opgeleid en voldoende getraind. Alle uit te zenden militairen voldoen aan de daarvoor gestelde opleiding- en ervaringseisen.

woensdag 4 juli 2012

Kromhoutkazerne Utrecht opgeleverd


De bouw van de Kromhoutkazerne in Utrecht is officieel voltooid. Maandag 2 juli vond de definitieve oplevering plaats van het gehele complex, inclusief de uitbreidingen. 

De locatie aan de oostkant van Utrecht wordt met name gebruikt door het hoofdkwartier van de Koninklijke Landmacht, door verschillende divisies van het Commando DienstenCentra en onderdelen van de Defensie Materieel Organisatie.


Afgelopen november had de staf van het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) als eerste gebruiker al de nieuwe gebouwen betrokken. 

De totstandkoming van de Kromhoutkazerne is gebaseerd op een zogenoemde Design, Build, Finance, Maintenance and Operate (DBFMO)-overeenkomst met een looptijd van 25 jaar. Hiermee worden niet alleen ontwerp, bouw en financiering uitbesteed, maar ook het onderhoud en de dienstverlening voor een kwart eeuw. De eerste fase met 2.400 werkplekken werd al eind 2010 in gebruik genomen. In januari van dit jaar volgde de laatste fase met nog eens 1.000 werkplekken.

(ministerie van Defensie, 4 juli 2012)

woensdag 27 juni 2012

De zwaardmacht in het digitale domein

(Toespraak minister Hillen bij opening van het Cyber Symposium van Defensie op 27 juni 2012)

Op 1 november 1911 wierp de Italiaanse piloot Giulio Gavotti vier bommen op Turkse stellingen in Libië. Hij voerde daarmee de eerste luchtaanval in de geschiedenis uit. Een nieuw domein voor oorlogvoering was geboren.

Niet dat iedereen dit onmiddellijk door had. In hetzelfde jaar verkondigde Ferdinand Foch, de latere Franse maarschalk in de Eerste Wereldoorlog, nog dat “vliegen leuk is als sport maar als oorlogswapen waardeloos.”

Drie decennia later, in de Tweede Oorlog, bleek echter de dodelijke effectiviteit van het luchtwapen en kreeg Foch ongelijk. Of zoals Erwin Rommel, de Duitse generaal, aan het einde van die oorlog verzuchtte: “Iemand die, zelfs met de modernste wapens, tegen een vijand moet vechten die over volledige controle van het luchtruim beschikt, vecht als een wilde tegen moderne Europese eenheden, met dezelfde beperkingen en dezelfde kans op succes.”

En nu is er dus weer een nieuw domein ontstaan voor militair optreden. Een domein dat door de mens is gecreëerd. Naast het land, de lucht, de zee en de ruimte, is cyber het inmiddels vijfde domein voor militair optreden.

Dit digitale domein en de toepassing van digitale middelen als wapen of als inlichtingeninstrument zijn sterk in ontwikkeling. Waar gaat deze ontwikkeling heen? En wat betekent zij voor de Nederlandse krijgsmacht?

Het is terecht dat de Nederlandse Defensieacademie aan deze vragen een hele dag wijdt. Ik voorspel u: er zullen nog vele dagen als deze volgen. Want honderd jaar na 1911 staan we naar mijn overtuiging aan het begin van opnieuw een belangrijke verandering in het militaire optreden. Een ontwikkeling die the face of battle, zoals de Brit John Keegan het uitdrukte, de komende decennia zal veranderen.

Laat ik met het positieve beginnen.

Het internet is een enorme verrijking voor de samenleving gebleken en een motor voor economische groei. Digitale middelen maken mogelijk wat vroeger nog onbereikbaar leek.


illustratie: www.acus.org

Defensie wil optimaal van deze mogelijkheden gebruik maken. De digitale technologie stelt de krijgsmacht in staat haar taken doeltreffender en doelmatiger uit te voeren. Zo functioneren vrijwel alle wapensystemen dankzij het gebruik van ICT-componenten. Ook de commandovoering en de logistieke ondersteuning leunen zwaar op digitale systemen. De krijgsmacht is bijna net zo afhankelijk van ICT als Bol.com. Zonder digitale middelen kan zowel onze samenleving als onze krijgsmacht nauwelijks meer functioneren. Zij zijn van levensbelang geworden.

Ook de opkomst van het digitale domein is overigens niet door iedereen op waarde geschat. Zo voorspelde Thomas Watson, bestuursvoorzitter van IBM, in 1943 dat er een wereldmarkt voor misschien vijf computers zou zijn.

Wat ook opvalt – en nu kom ik bij de keerzijde van het digitale fenomeen– is een gebrek aan bewustzijn over de risico's die zijn verbonden aan de explosieve groei van computernetwerken. Bij de ontwikkeling van hardware en software en het inrichten van netwerken werd – en wordt – nauwelijks aandacht besteed aan beveiliging. En dit terwijl het eerste computervirus al in 1971 het licht zag.

De aandacht voor bescherming van netwerken hield, kortom, geen gelijke tred met de groei van het digitale domein.

Pas de laatste jaren is sprake van een inhaalslag. Cyber security staat nu volop in de aandacht. En terecht, want de digitale dreiging is reëel. Deze dreiging kan een ICT-afhankelijke samenleving als deonze op tal van manieren ontregelen. Niet alleen in technische zin: denk aan het uitvallen van het bancaire systeem.

Maar ook in psychologische zin: denk aan de angst, de paniek en wellicht de toegeeflijkheid jegens de agressor die kan optreden als onze digitale systemen op grote schaal worden gesaboteerd.


De gevolgen van een aanval zullen zich niet tot het digitale domein beperken maar ook verregaande gevolgen hebben voor de samenleving als geheel.

Tegen deze dreiging moet onze samenleving zich wapenen. Dat geldt ook voor de krijgsmacht. De Stuxnet en Flame aanvallen hebben duidelijk gemaakt dat ook in het digitale domein conflicten kunnen worden uitgevochten en dat de impact hiervan groot kan zijn.

Veel is nog onduidelijk over de aard van digitale conflicten. Hoe zullen staten en niet-statelijke actoren van het digitale domein gebruik maken om hun politiek doelen te verwezenlijken? Hoe zullen de cyber wapens van de toekomst er uit zien? Het is nog speculeren.

We kunnen het ons echter niet veroorloven lijdzaam af te wachten en maar te zien wat anderen bedenken. Vrijwel alles wat iemand zich kan verbeelden, zo leert de geschiedenis, zal vroeg of laat ook worden gemaakt. Denk maar aan de fantasievolle verhalen van Jules Verne.

Zo zullen ook digitale wapens waarschijnlijk sneller dan we verwachten hun opwachting maken als vast bestanddeel van militaire arsenalen. Defensie moet over verbeeldingskracht beschikken, zowel om de mogelijkheden die het digitale domein biedt met beide handen aan te grijpen als om zich te wapenen tegen wat komen gaat.

Maar wat betekent het om de zwaardmacht in cyber space te zijn? Hoe moet de krijgsmacht haar bijzondere taken en verantwoordelijkheden in het digitale domein vervullen?

De digitale uitdaging is, zoveel staat vast, ook in militair opzicht grensverleggend. In de fysieke wereld zijn grenzen over het algemeen duidelijk gedefinieerd, zijn de dreigingen en de tegenstanders over het algemeen goed in kaart te brengen.

In het digitale domein is dit allemaal een stuk minder duidelijk. In dit domein is niet sprake van een afgebakend militair operatiegebied. Evenmin is sprake van fysiek geweld. En toch is het voorstelbaar dat door het verstoren van digitale systemen hele samenlevingen ontregeld raken of militaire doelen worden uitgeschakeld.

Het is van groot belang Defensie klaar te stomen voor deze nieuwe werkelijkheid, waarin de virtuele en de reële wereld in elkaar overvloeien.

Vandaag zal ik de Tweede Kamer daarom de defensiestrategie voor het militaire opereren in het digitale domein doen toekomen. De Defensie Cyber Strategie geeft de komende jaren richting, samenhang en focus aan de ontwikkeling van het militaire vermogen in het digitale domein.

In de strategie worden zes speerpunten genoemd. Aan de hand van deze speerpunten zal Defensie haar doelstellingen in het digitale domein verwezenlijken. Ik loop met u deze speerpunten kort even langs.

Integrale aanpak
Het eerste speerpunt betreft de totstandkoming van een integrale aanpak. Wegens het wijdvertakte en veelvormige karakter van het digitale domein, is centrale coördinatie nodig van alle activiteiten die aan het militaire optreden in het digitale domein zijn verbonden.

Ons uitgangspunt is dat de cybercapaciteiten van Defensie volledig geïntegreerd moeten worden in ons militair optreden. De kracht van digitale capaciteiten ligt in de mogelijkheden die deze bieden dit optreden langs alle lijnen en in alle domeinen te ondersteunen en te versterken.

Defensie zal geen afzonderlijk krijgsmachtdeel oprichten voor het optreden in het digitale domein. De operationele cybercapaciteiten zullen in 2014 wel worden ondergebracht in het Defensie Cyber Commando bij de landstrijdkrachten.

Defensief
Ons tweede speerpunt is de versterking van de digitale weerbaarheid van Defensie, de defensieve kant dus. De digitale zelfverdediging behelst de bescherming van netwerken, het monitoren en analyseren van dataverkeer, het onderkennen van digitale aanvallen en de reactie hierop.


Het Joint Informatievoorzieningscommando-in-oprichting (JIVC) en DefCERT hebben hierin een zeer belangrijke rol.

Maar hier rust ook een verantwoordelijkheid op de schouders van iedere defensiemedewerker. De belangrijkste kwetsbaarheid die kan leiden tot het verlies of het compromitteren van informatie komt namelijk voort uit onopzettelijk handelen door medewerkers, zoals ondeskundig of onzorgvuldig gebruik van ICT-middelen. Elke defensiemedewerker moet zich bewust worden van de risico’s die aan het gebruik van digitale middelen verbonden zijn.

Offensief
Het derde speerpunt springt wellicht het meest in het oog: de ontwikkeling van het militaire vermogen om cyber operations uit te voeren.

Als zwaardmacht moet de krijgsmacht naar mijn overtuiging ook in het digitale domein offensief kunnen optreden. Het uitschakelen van een tegenstander blijft de bijzondere taak van de krijgsmacht. Ook in het digitale domein. Kennis van offensieve methoden en technieken is bovendien noodzakelijk voor het versterken van de digitale weerbaarheid.





Bij een cyber attack denkt men vaak nog aan de eenzame hacker die op zijn zolderkamer het netwerk van het Pentagon plat weet te leggen. Het digitale domein als asymmetrische arena waar David Goliath precies tussen de ogen weet te raken. Dit spreekt tot de verbeelding maar heeft waarschijnlijk weinig met de toekomstige realiteit te maken. Stuxnet en Flame zijn technologisch zeer complex en zijn daardoor zeer kostbaar. Niet iets dat een enthousiaste amateur in een avond in elkaar zet.

De ontwikkeling van offensieve operationele capaciteiten bevindt zich nog in de kinderschoenen. Er is nog veel onduidelijk over de aard van deze capaciteiten, de mogelijkheden die ze een commandant kunnen bieden en de effecten die ermee kunnen worden bereikt.

Bij het ontwikkelen van de offensieve operationele capaciteiten van de krijgsmacht zal gebruik worden gemaakt van kennis en capaciteit van de MIVD. De Commandant der Strijdkrachten kan de offensieve middelen op grond van een mandaat van de regering in een militaire operatie inzetten. De wettelijk vereiste scheiding tussen de taken en de verantwoordelijkheden van de Commandant der Strijdkrachten en de MIVD blijft daarbij onaangetast. Het al genoemde Defensie Cyber Commando draagt zorg voor de gereedstelling van offensieve cybercapaciteiten.

Inlichtingen
Ik noemde de MIVD al. De versterking van de inlichtingenpositie in het digitale domein, is ons vierde speerpunt.

Informatie is van levensbelang voor de krijgsmacht. Door de opkomst van het digitale domein en de toenemende onderlinge verbondenheid van systemen, zijn de mogelijkheden tot het vergaren van informatie enorm toegenomen. Het bezitten van een hoogwaardige inlichtingenpositie in het digitale domein is nodig voor zowel de bescherming van de eigen infrastructuur als het uitvoeren van operaties.

Een complexe uitdaging vormt de attributie van aanvallen. Als niet kan worden vastgesteld waar een aanval vandaan komt, is het nauwelijks mogelijk daarop te reageren. Voor de inlichtingendiensten is hier een belangrijke taak weggelegd.

Zij moeten inzicht hebben in zowel de technische dreiging als in de intenties van aanvallers. Ook zullen zij over het vermogen moeten beschikken om pogingen tot digitale spionage te verstoren en te stoppen.

Adaptief en innovatief 
Om op de genoemde terreinen in het digitale domein – defensief, offensief en inlichtingen – succesvol te zijn, is meer nodig: de versterking van de kennispositie en van het innovatieve vermogen van Defensie in het digitale domein. Dit vormt dan ook het vijfde speerpunt in onze aanpak.

De instelling van een cyberleerstoel bij de NLDA in 2014, die onder meer de volkenrechtelijke aspecten zal onderzoeken, maakt hiervan uiteraard deel uit. Maar ook de werving en het behoud van gekwalificeerd personeel zijn nadrukkelijk met dit speerpunt verbonden.

De snelheid waarmee ontwikkelingen in het digitale domein zich voltrekken, stelt zeer hoge eisen aan het aanpassingsvermogen en de innovatieve kracht van Defensie. Zij moet in het digitale domein in staat zijn snel nieuwe technologie in te voeren en korte innovatiecycli te doorlopen.

Defensie zal dan ook investeren in digitale technologie en onderzoek. Het Defensie Cyber Expertise Centrum wordt de plek waar de kennis wordt samengebracht. Voor onderzoek en ontwikkeling, maar ook voor opleiding, training en oefening zal Defensie beschikken over een ‘cyber laboratorium’ en een testomgeving.

Een bijzondere uitdaging voor Defensie vormt het aantrekken en behouden van gekwalificeerd personeel dat ook kan functioneren in een militaire omgeving. Om de noodzakelijke kennis, kunde en vaardigheden in huis te halen en te behouden wordt specifiek aandacht besteed aan personeelsbeleid en opleidingen. Specifieke loopbaanpatronen voor ‘digitale soldaten’ zijn daarbij zeker denkbaar.

Onze krijgsmacht stelt zich nadrukkelijk open voor mensen die digitale kennis in huis hebben, maar waar de overheid nog te weinig gebruik van maakt: de ‘white hat hacker’-community, oftewel de bonafide hackers. Zij wijzen ons vaak op lekken. Daar moeten we niet boos om worden, maar gebruik van maken, want zo maken we elkaar sterker. Waarom zou een ‘white hat hacker’ zich niet willen inzetten om te helpen bij de verdediging van zijn eigen land? Zeker als hij daarvoor niet eens door de modder hoeft te kruipen, maar achter zijn computer kan blijven zitten.

Samenwerking
De intensivering van de samenwerking in nationaal en internationaal verband is, tot slot, ons zesde speerpunt.

In het digitale domein treden publieke en private, civiele en militaire en nationale en internationale actoren tegelijkertijd op. Een gezamenlijke aanpak is noodzakelijk.

Voor Defensie is het van belang om in het kader van de National Cyber Security Strategie nauw samen te werken met publieke en private partijen. Als beheerder van hoogwaardige digitale netwerken en systemen is Defensie zowel nationaal als internationaal een belangrijke partner.

In internationaal verband zal Defensie samenwerking zoeken met landen die een vergelijkbare aanpak voorstaan en die wat ontwikkeling betreft op vergelijkbaar niveau opereren. Doel van de samenwerking is in eerste instantie gericht op het uitwisselen van kennis. Daarna kan worden bezien of er mogelijkheden zijn tot het gezamenlijk ontwikkelen van capaciteiten.

Op de recente top in Chicago heeft ook de NAVO aangekondigd de weerbaarheid van de eigen netwerken en systemen en die van bondgenoten te versterken. Het is niet aannemelijk dat in NAVO-verband gemeenschappelijke cybercapaciteiten worden ontwikkeld. Het bondgenootschap moet echter wel een visie ontwikkelen over de inzet van cybercapaciteiten bij gezamenlijke operaties.

Tot slot
Het belang van het digitale domein en de snelheid waarmee dit zich ontwikkelt, stelt ons voor grote uitdagingen. De Nederlandse krijgsmacht trekt hier de noodzakelijke conclusies uit en wil in het digitale domein de vooraanstaande rol spelen die bij ons land past.

Defensie moet een volwaardige cybercapaciteit ontwikkelen. Hier geldt misschien nog meer dan elders dat stilstand achteruitgang is. Het tempo waarin het digitale domein zich ontwikkelt zal dan tot gevolg hebben dat we zeer snel tegen een achterstand aanlopen.

Dat is de uitdaging waar we nu voor staan. De Defensie Cyber Strategie die ik de Tweede Kamer zojuist heb toegestuurd, fungeert daarbij als leidraad bij het verwezenlijken van onze doelstellingen.

Ik ben vandaag begonnen met de eerste luchtaanval van de Italiaanse piloot Giulio Gavotti in 1911. Nog voordat het vliegtuig was uitgevonden voorspelde de Britse science fiction schrijver H.G. Wells al dat “wanneer luchtoverwicht is verkregen door een van de strijdende legers, de oorlog een conflict wordt tussen een ziende krijgsmacht en één die blind is.” Het zou mij niet verbazen wanneer deze voorspelling wordt vertaald naar het digitale domein, deze binnen afzienbare termijn ook uitkomt.

En dan is het nu het moment om het allemaal officieel te maken door de strategie aan de Kamer aan te bieden. Uiteraard doe ik dat digitaal.

(minister van Defensie, 27 juni 2012)
Brochure Defensie Cyber Strategie

NATO Cooperative Cyber Defence Centre of Excellence, Tallinn, Estonia