Posts tonen met het label Marechaussee. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Marechaussee. Alle posts tonen

woensdag 15 januari 2014

Reactie op artikel Telegraaf 'Ombudsman hekelt Defensiebenoeming'

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

15 januari 2014

Reactie op Telegraaf-artikel over benoeming

De vaste commissie voor Defensie heeft mij in haar brief van 19 dec jl. (kenmerk 2013Z25254/2013D51519) verzocht te reageren op het artikel in de Telegraaf van 11 december 2013 ‘Ombudsman hekelt Defensiebenoeming; Burger baas van marechaussee’. Deze brief gaat hierop in.

Op 5 juni 2012 heeft de Nationale ombudsman een verzoek ontvangen om onderzoek te doen naar een klacht rondom de voordracht van een burgerambtenaar voor twee hoge militaire functies. Het onderzoek heeft zich gericht op drie deelklachten. Ik zal zijn conclusie per deelklacht voorzien van mijn reactie.

De eerste deelklacht betreft de voordracht. Over de benoemingen als zodanig heeft de Nationale ombudsman geen oordeel. Wel stelt hij vast dat bij de procedure het vereiste van transparantie is geschonden. Er is volgens hem onvoldoende inzicht gegeven in de beweegredenen voor de benoeming van een burgerambtenaar in plaats van een militair. Ik heb goede nota genomen van deze vaststelling. Hieraan zal Defensie in voorkomend geval meer aandacht besteden.

De tweede deelklacht betreft de onbereidwilligheid van Defensie meldingen van integriteitsschendingen in behandeling te nemen. Hierbij is volgens de Nationale ombudsman het fair play beginsel geschonden omdat de verzoeker hierdoor niet van zijn procedurele mogelijkheden gebruik heeft kunnen maken. Ook hier geldt dat Defensie in vergelijkbare gevallen anders zal handelen.

De derde deelklacht betreft het oordeel van Defensie dat er bij de benoeming geen sprake was van een vermoeden van een ‘misstand’, zonder dat nader onderzoek was gedaan. Hierbij is volgens de Nationale ombudsman het vereiste van motivering geschonden. Hier zal Defensie in de toekomst meer aandacht aan besteden.

Zoals mijn ambtsvoorganger reeds stelde in antwoord op Kamervragen begin 2012 (Aanhangsel Handelingen TK, vergaderjaar 2011-2012, nr. 1970 en 2134), zijn de procedures zorgvuldig gevolgd.

DE MINISTER VAN DEFENSIE

J.A. Hennis-Plasschaert

vrijdag 14 december 2012

Gendarmeriekorps onder Nederlandse leiding


Nederland neemt vanaf 1 januari het voorzitterschap over van het bestuurlijke platform dat het Europese gendarmeriekorps (Eurogendfor) aanstuurt. De overdrachtsceremonie was gistermiddag in Lissabon.

De Portugese luitenant-generaal Luís Manuel dos Santos Newton Parreira overhandigde de vlag en voorzittershamer aan luitenant-generaal Hans Leijtens. De commandant van de Koninklijke Marechaussee vormde samen met functionarissen van de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie de Nederlandse vertegenwoordiging.

De plechtigheid had plaats tijdens de laatste vergadering van het bestuurlijke platform: het Comité InterMinisteriel de haut Niveau (CIMIN).

Bijdrage
De Europese politiemacht Eurogendfor bestaat uit 6 EU-lidstaten die over een politiekorps met militaire status beschikken: Frankrijk, Italië, Nederland, Roemenië, Portugal en Spanje. CIMIN bestaat uit representanten van elk van de lidstaten en bepaalt de strategische richting en geeft richtlijnen aan de commandant Eurogendfor. “De internationale gemeenschap heeft met deze gendarmeriemacht een uniek instrument in handen, dat een daadwerkelijke bijdrage kan leveren aan veiligheid, gerechtigheid en wederopbouw, zoals in Kosovo en Afghanistan”, zei Leijtens.

(ministerie van Defensie, 14 december 2012)

dinsdag 18 september 2012

Defensie: de beleidsagenda 2013

(Onderstaand het leeuwendeel van Hoofdstuk 2.1 van de Memorie van Toelichting op de Defensiebegroting voor 2013. Voor de details per krijgsmachtsonderdeel zie de volledige tekst, HdV)

2. HET BELEID

Gezien de demissionaire status van het kabinet dat deze begroting opstelt, is gekozen voor een sobere invulling van de beleidsagenda 2013 waarbij wordt ingegaan op de relevante ontwikkelingen die de begroting in financiële zin raken. In de artikelen wordt, zoals in andere jaren, de relevante financiële en beleidsinformatie vermeld die samenhangt met de voorgenomen uitgaven.

2.1 DE BELEIDSAGENDA 2013

Inleiding

De grootscheepse veranderingen van Defensie gaan in 2013 het derde jaar in. Zoals voorzien leiden de bezuinigingen en ombuigingen waartoe in 2011 is besloten tot onzekerheid onder het personeel en tot een verminderde gereedheid van onderdelen van de krijgsmacht. De uitvoering van alle maatregelen in de beleidsbrief Defensie na de kredietcrisis van 8 april 2011 (Kamerstuk 32 733, nr. 1) zal zeker vier jaar in beslag nemen. In die jaren zullen de bezuinigingen waartoe door het kabinet-Rutte is besloten, worden uitgevoerd en moet de krijgsmacht op orde worden gebracht. Defensie gaat daarvoor in 2012 en ook 2013 door een dal. Zoals toegezegd in het jaarverslag over 2011 (Kamerstuk 33 240-X, nr. 1) ontvangt u een afzonderlijke brief bij de begroting en het jaarverslag over de uitvoering van de maatregelen uit de beleidsbrief aan de hand van key performance indicators.

In 2012 zijn de voorbereidingen getroffen voor de reorganisaties waarmee de krijgsmacht substantieel kleiner wordt. Ongeveer 12 000 banen verdwijnen en vanaf 2013 zullen naar schatting ongeveer 6 000 medewerkers Defensie al dan niet gedwongen moeten verlaten. De krijgsmacht zal onvermijdelijk aan gevechtskracht inboeten, in kwalitatief en kwantitatief opzicht, en de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen zullen afnemen. Eenheden verdwijnen en materieel en defensielocaties worden afgestoten. Voor defensiemedewerkers, op wie in voorbereiding op en in missies van de krijgsmacht en in het kader van de reorganisatie een groot beroep wordt gedaan, is 2013 een moeilijk jaar. Zij verdienen des te meer waardering voor de grote inspanningen die zij in het belang van onze veiligheid en welvaart blijven leveren.

Ondanks de zware tijd voor Defensie is de Krijgsmacht nationaal en internationaal veelvuldig actief. Zo wordt bijzondere onderwaterzoekcapaciteit ingezet voor bomverkenningen voorafgaande aan grote publieke evenementen. Deze capaciteit is in augustus ook ingezet bij de zoektocht naar een verdronken man. In augustus zijn verder vier specialistische Search Teams ingezet om verborgen geld, wapens en explosieven op te sporen. Zij hebben grote hoeveelheden geld gevonden die vermoedelijk door illegale activiteiten zijn verkregen. In de afgelopen jaren heeft Defensie schepen, onderzeeboten en een onbemand vliegtuig ingezet tegen piraterij. Ook beschermde Defensie met militaire beveiligingsteams (VPD’s) onder Koninkrijksvlag varende koopvaardijschepen en humanitaire transporten. Deze inzet wordt in 2013 voortgezet.

Zoals in de beleidsbrief van 8 april 2011 is uiteengezet, bezuinigt Defensie in 2013 € 529 miljoen en herschikt zij nog eens € 178 miljoen om achterstanden op verschillende terreinen in te lopen. Het in mei 2012 overeengekomen begrotingsakkoord resulteert voor Defensie in een extra taakstelling van € 84 miljoen vanaf 2013. Deze taakstelling is verwerkt op niet-beleidsartikel 12 Nominaal en onvoorzien. Het saldo op dit artikel blijft positief. Om de huidige reorganisatie niet te verstoren wordt deze taakstelling met maatregelen ingevuld in de begroting 2014. Zoals voorzien in de beleidsbrief komt een deel van de bezuinigingen ten laste van het investeringsbudget dat daardoor fors kleiner is geworden. Het investeringspercentage ligt onder de 20 en komt in 2013 naar verwachting uit op 15,5. Met het verkleinde investeringsbudget werkt Defensie aan de toekomst van de krijgsmacht en investeert zij in nieuwe technieken en wapensystemen, zoals de onbemande luchtsystemen en de verdediging tegen ballistische raketten. Dergelijke intensiveringen zijn van groot belang voor de toekomst van de krijgsmacht en van de nationale veiligheid. Defensienetwerken worden permanent aangevallen en (het aantal pogingen tot) digitale spionage neemt toe. Defensie versterkt de cybercapaciteiten om de permanente aanvallen op de defensienetwerken te kunnen blijven weerstaan en digitale spionage te bestrijden. Ook wordt de capaciteit voor het vergaren van inlichtingen in het digitale domein vergroot en worden de eerste stappen gezet op weg naar een volwaardige militaire capaciteit voor de uitvoering van cyberoperaties.

De Nederlandse defensie-inspanning moet voorts nadrukkelijk in een internationale context worden beoordeeld. In het licht van de aanhoudende druk op defensiebudgetten en de afnemende bereidheid van de Verenigde Staten om de Europese bondgenoten bij te staan, is internationale militaire samenwerking de enige manier om de militaire slagkracht op peil te houden. Nederland loopt daarbij voorop, zowel in de samenwerking tussen landen als binnen de NAVO en de EU en tussen beide organisaties. Illustratief zijn de nauwe marinesamenwerking met België en met het Verenigd Koninkrijk, de hechte relaties tussen de Duitse en Nederlandse landmacht en de verbondenheid van de Nederlandse met de Amerikaanse luchtmacht. Aanvullende afspraken – te land, ter zee en in de lucht – zijn in de maak met België, Duitsland en Noorwegen. Deze samenwerking is echter alleen mogelijk als partners afspraken nakomen en is derhalve niet vrijblijvend. Bij de totstandkoming van initiatieven gaat de kost bovendien voor de baat uit.

Inzetbaarheid en inzet

Inzetbaarheid
Ondanks de ingrijpende veranderingen kan in 2013 een beroep worden gedaan op de krijgsmacht om de belangen van het Koninkrijk der Nederlanden en de internationale rechtsorde zo nodig gewapenderhand te verdedigen. De inzetbaarheidsdoelstellingen in deze beleidsagenda maken duidelijk dat, in het licht van de grote veranderlijkheid van de internationale veiligheidssituatie, het streven naar een veelzijdig inzetbare krijgsmacht overeind staat. Als gevolg van de grootscheepse reorganisatie bij Defensie die met de beleidsbrief in gang is gezet, is de krijgsmacht ook in 2013 echter verminderd inzetbaar. Vanwege instandhoudingsprogramma’s en modificaties is de beschikbaarheid bij het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) van onderzeeboten, M-fregatten en hydrografische opnemingsvaartuigen tijdelijk iets lager. De gereedstellingsdoelen van de eenheden van het Commando landstrijdkrachten (CLAS) zijn voor 2013 aangepast. Door de verstrekkende reorganisaties en de implementatie van nieuwe materieelsystemen is het aantal gereed gestelde pantserinfanterie-eenheden tijdelijk lager. De eenheden van het CLAS zijn in 2014 naar verwachting weer op sterkte. In de gereedstellingsdoelen voor de eenheden van het Commando luchtstrijdkrachten (CLSK) is rekening gehouden met tekorten aan materieellogistiek personeel en van reservedelen. Ook de beschikbaarheid van de NH-90 helikopter zal in 2013 nog beperkt zijn. De inzetbaarheid van de eenheden van de Koninklijke marechaussee (Kmar) is in 2013 op hoofdlijnen gelijk aan die in voorgaande jaren.

Internationale operaties en crisisbeheersing
In 2013 blijft Defensie deelnemen aan de Geïntegreerde Politietrainingsmissie in Afghanistan. De Nederlandse missie bestaat onder meer uit een Police Training Group, civiele politieagenten bij de EUPOL-missie en rule of law-deskundigen in Kaboel en Kunduz. Door de gezamenlijke inzet van politiepersoneel, civiele experts, marechaussees en andere militairen verricht Nederland een wezenlijke inspanning met het trainen en begeleiden van de Afghaanse civiele politie en het versterken van de justitiële keten. Daarmee wordt gewerkt aan de verbetering van het functioneren van de Afghaanse rechtsstaat. Verder wordt de inzet van de Air Task Force met vier F-16 jachtvliegtuigen in 2013 voortgezet en dat geldt ook voor de Nederlandse bijdrage aan ISAF-staven.

Nederland heeft de afgelopen jaren verschillende capaciteiten ingezet in de strijd tegen piraterij, via de Navo- en EU-piraterijbestrijdingsoperaties Ocean Shield en Atalanta. Het Navo- en EU-mandaat van beide operaties is verlengd tot eind 2014 en Nederland zal daarom bezien op welke wijze de bijdrage aan deze missies in 2013 kan worden voortgezet. De Kamer zal daarover nog nader worden geïnformeerd in een artikel 100-brief.

Momenteel bevinden de voorbereidingen voor de regionale maritieme capaciteitsopbouwmissie van de EU voor Somalië en omliggende landen in de Hoorn van Afrika en de Westelijke Indische Oceaan zich in de afrondende fase. De missie, met een hoofdkwartier in Djibouti, gaat in 2012 van start. Nederland is voornemens een bijdrage te leveren aan deze missie en zal de Kamer hier separaat over informeren. Met de opbouw en training van de maritieme capaciteiten in de Hoorn van Afrika zijn landen in de toekomst beter in staat hun eigen kustwateren tegen piraterij te beschermen. Voor 2013 wordt voorts rekening gehouden met de inzet van militaire Vessel Protection Detachments (VPD’s) ter bescherming van de Nederlandse koopvaardij tegen piraterij in het risicogebied rond de Hoorn van Afrika. Op grond van de ervaringen in 2011 en 2012 is de aanvraagtermijn voor de inzet van een VPD verkort en is de door reders te betalen bijdrage verlaagd. Gelet hierop is rekening gehouden met een groeiend aantal VPD’s dat wordt ingezet.

Op het Afrikaanse continent worden in 2013 militairen in verschillende functies ingezet in de VN-operatie United Nations Mission in South Sudan (UNMISS). Deze operatie heeft tot doel de Zuid-Soedanese overheid te ondersteunen bij de vredesconsolidatie, conflictpreventie en -beheersing, de bescherming van burgers, de opbouw van de veiligheid- en justitiesector en de ontwikkeling van de rechtsstaat.

De krijgsmacht zal ook in 2013 eenheden gereed hebben voor de snelle reactiemacht van de Navo – de NATO Response Force (NRF). Het betreft een mijnenjager (twee maal drie maanden), acht F-16's gedurende het gehele jaar, een brigadehoofdkwartier, een gemechaniseerd infanteriebataljon, een geniecompagnie, een artilleriebatterij, een medische role-2 eenheid, een ISTAR-element en een logistiek element.

Nationale inzet
Ook in 2013 is de nationale inzet van de krijgsmacht van belang. De open Nederlandse samenleving blijft immers kwetsbaar voor ontwrichtende invloeden en veiligheidsrisico’s. Defensie draagt dagelijks door tal van activiteiten bij aan de veiligheid in Nederland. Behalve incidentele bijstand op verzoek van civiele autoriteiten voert de krijgsmacht een groot aantal reguliere taken uit, zowel in Nederland als in de Caribische delen van het Koninkrijk. Civiele autoriteiten weten Defensie steeds vaker te vinden, waardoor de vraag naar militaire bijstand en steunverlening aanwijsbaar toeneemt. De toenemende inzet van search teams van de genie om te speuren naar verborgen goederen en contrabande is daarvan een goed voorbeeld. In 2013 blijven gegarandeerde militaire capaciteiten beschikbaar zoals overeengekomen in de bestuurlijke afspraken in het kader van het convenant civiel-militaire samenwerking. Vanzelfsprekend kan in noodgevallen op de gehele krijgsmacht een beroep worden gedaan.

Heringericht en verkleind
De bezuinigingen bij Defensie monden uit in een aanzienlijk kleinere krijgsmacht. Als gevolg van de maatregelen is bovendien sprake van een ingrijpende herinrichting. Eenheden zijn of worden opgeheven. Duizenden medewerkers verlaten de organisatie. Modern materieel en locaties worden afgestoten of ontmanteld. De bestuurlijke en ondersteunende processen worden met ingang van 2013 zo ingericht dat deze aanzienlijk minder stafcapaciteit vergen. Voorts wordt de opbouw van het personeelsbestand mede met behulp van het «numerus fixus»-instrument gewijzigd en eens per jaar geëvalueerd en zo nodig aangepast.

De eenheden die worden opgeheven, staan al sinds mei 2011 stil en zullen als onderdeel van het lopende reorganisatietraject van de defensieonderdelen formeel worden opgeheven. Militair materieel dat wordt afgestoten, wordt voor verkoop gereedgemaakt en aangeboden of wordt aangehouden voor reservedelen (zie Kamerstuk 32 733, nr. 64). Als gevolg van de economische crisis en het grote aanbod aan gebruikt defensiematerieel zijn de marktomstandigheden voor verkoop van materieel moeilijk. In 2013 zijn de verschillende staven van de defensieonderdelen gereorganiseerd en met dertig procent gereduceerd. Veel personeel zal Defensie in 2013 al dan niet gedwongen verlaten. Voor de medewerkers van Defensie wordt 2013 dan ook zonder enige twijfel een bijzonder moeilijk jaar.

Tegelijkertijd ontstaan er gaandeweg nieuwe perspectieven. Zo worden met ingang van 2013 het Joint IV Commando (JIVC) en de Dienst Personeel en Organisatie Defensie opgericht. Defensie stelt tegelijkertijd alles in het werk om een moderne en aantrekkelijke werkgever blijven, ook op langere termijn. Daarvoor zijn fundamentele veranderingen nodig. Defensie werkt daarom verder aan de uitwerking van haar strategische personeelsbeleid. Zo komt er een nieuw functiegebouw om de mobiliteit en loopbaanperspectieven te verbeteren. Ook wordt het militair bezoldigingssysteem gemoderniseerd, waarbij het stelsel van toelagen en toeslagen wordt vereenvoudigd. Verder worden in 2013 de initiële doelstellingen van het flexibele personeelssysteem (FPS) herijkt. Defensie is zich er zeer van bewust dat het functioneren van de krijgsmacht afhangt van de kwaliteit en de motivatie van haar medewerkers.

De ingrijpende herziening van de belegging van het vastgoed bij Defensie hangt nauw samen met de opheffing van eenheden en met andere maatregelen. De doelstelling van de herbelegging is exploitatiewinst door sluiting en afstoting van locaties, door verdergaande clustering en door een meer doelmatige benutting van het vastgoed. Geografische spreiding is daarbij wenselijk. Wegens de complexiteit van de herbelegging is de uitvoering verdeeld in fasen. De maatregelen uit de eerste fase van het herbeleggingsplan leiden tot een structurele bezuiniging die oploopt tot € 37 miljoen in 2017. Met fase 2a is daar € 4 miljoen aan toegevoegd. De resterende taakstelling van € 20 miljoen moet worden bereikt door maatregelen uit fase 2b van het herbeleggingsplan. Dit laatste deel is nog in onderzoek.

Op orde
Defensie stelt veel in het werk om de krijgsmacht op orde te krijgen. Dit is van wezenlijk belang voor de inzetbaarheid van de krijgsmacht en de motivatie van de defensiemedewerkers. Het gaat in het bijzonder om de personele vulling van operationele eenheden, het doorlopen van een volledig oefenprogramma en het op orde brengen van voorraden brandstof, kleding en persoonsgeboden uitrusting, munitie en reservedelen. Ten aanzien van de kleding en uitrusting wordt prioriteit gegeven aan artikelen die nodig zijn voor opkomst, de uitvoering van missies en aan pakketten die zijn gerelateerd aan specifieke functies. Daarnaast vullen de systeemlogistieke en ketenlogistieke bedrijven hun voorraden aan. Defensie vult de munitievoorraden aan, opdat er voldoende munitie beschikbaar is voor inzet, inzetvoorbereiding, opleidingen en trainingen. De meest urgente munitiesoorten zullen in 2013 zijn aangevuld. In 2014 zullen alle munitievoorraden op voldoende niveau moeten zijn. Ook de reservedelenvoorraden worden aangevuld. Het gaat dan om die reservedelen waarvan een tekort zou leiden tot verstoringen van het onderhoudsproces. Met uitzondering van de onderdelen met een lange levertijd moeten de voorraden voor reservedelen in 2014 weer op het gewenste peil zijn. Dit is van grote betekenis voor de inzetbaarheid van het materieel en dus van de krijgsmacht. Daarbij heeft de verbetering van het financieel beheer en het materieel beheer, waaronder normering, permanente aandacht. In de bedrijfsvoeringsparagraaf (2.3.2) wordt nader ingegaan op de structurele verbeteringen ten aanzien van het financieel en materieel beheer.

De instroom van nieuw en jong personeel bij Defensie blijft voor de inzetbaarheid van de krijgsmacht van groot belang. De werving wordt bemoeilijkt, doordat de bezuinigingen het aanzien van Defensie als betrouwbare werkgever hebben geschaad. In 2012 is de beoogde instroom van nieuw personeel tot nu toe achtergebleven bij de uitstroom. Hierdoor zullen de operationele eenheden in 2013 naar verwachting nog niet volledig zijn gevuld. De wervingscampagne uit 2012 met filmspotjes en wervingsadvertenties wordt om die reden in 2013 voortgezet. Ook wordt intensief gebruik gemaakt van de mogelijkheden van sociale media. De campagne is in het bijzonder gericht op werving van schaarse medewerkers, zoals technici en verpleegkundigen, en op leerlingen van de ROC-opleiding Veiligheid en Vakmanschap.

Vernieuwingen operationeel domein
Om het hoofd te kunnen bieden aan nieuwe bedreigingen is vernieuwing in het operationele domein noodzakelijk. Alleen zo kan de Nederlandse krijgsmacht in internationaal verband bovendien een rol van betekenis blijven spelen. Voor de vernieuwing in het operationele domein zijn op uiteenlopende terreinen zowel nieuwe middelen als nieuwe operationele concepten noodzakelijk. Hierover zijn vooral tijdens de laatste Navo-top in Chicago belangrijke afspraken gemaakt.

• Zo is een goede informatiepositie van steeds groter belang. Defensie is in dat verband voornemens om het onbemande luchtsysteem MALE-UAV te verwerven. Zij krijgt daardoor de beschikking over operationeel-strategische grondwaarneming vanuit de lucht.

• Nederland wenst voorts binnen de NAVO zijn sterke positie op het gebied van raketverdediging te behouden. Defensie investeert daartoe in de vervanging van het verbindingsysteem COMPATRIOT ten behoeve van de Patriot raketverdedigingscapaciteit. Ook wordt geïnvesteerd in sensorcapaciteit en worden de SMART-L radars aan boord van de luchtverdedigings- en commandofregatten gemodificeerd.

• Ter bescherming van het personeel en het materieel tegen geïmproviseerde explosieven wordt een permanente Joint Counter Improvised Explosive Devices (C-IED) organisatie opgericht. Defensie vervult op dit vlak ook in internationaal verband een voortrekkersrol.

• De kosten van brandstof en energie zijn, zeker in missiegebieden, hoog. Daarnaast vergt het transport van brandstof tijdens missies vaak een aanzienlijke logistieke inspanning die tot verhoogde kwetsbaarheid van militairen leidt. Om deze redenen treft Defensie in 2013 maatregelen om het energieverbruik van de krijgsmacht te reduceren, waarmee kosten worden bespaard en de behoefte aan logistieke ondersteuning afneemt.

• Ook de in de beleidsbrief genoemde versterking van de samenwerking bij speciale operaties is van belang. In dat kader wordt de operationele samenwerking tussen de Special Operations Forces (SOF) verbeterd. In 2013 wordt begonnen met de ontwikkeling van een gezamenlijke opleidingsmodule.

• De aangekondigde intensivering van de capaciteit voor psychologische operaties draagt eveneens bij aan de effectiviteit van het militaire optreden. Vanaf 2013 zal deze capaciteit deel uitmaken van het CIMIC-bataljon van het CLAS.

• Defensie investeert in satellietcommunicatie. Dankzij het project Militaire Satelliet Communicatie (MILSATCOM) zal de krijgsmacht kunnen beschikken over satellietcapaciteit voor militair gebruik. De eerste twee satellieten zijn gelanceerd. De lancering van de derde satelliet is voorzien voor eind 2013. De Advanced Extremely High Frequency (AEHF) satellietcommunicatiecapaciteit komen voor Nederland naar verwachting in 2013 beschikbaar.

Cyber
Een bijzondere intensivering betreft de versterking van de digitale weerbaarheid en de ontwikkeling van het vermogen cyberoperaties uit te voeren. Op 27 juni 2012 is de Defensie Cyber Strategie aan de Kamer aangeboden (Kamerstuk 33 321, nr. 1). Deze strategie geeft uitwerking aan de in de beleidsbrief opgenomen cyberintensivering en geeft de komende jaren richting, samenhang en focus aan de integrale aanpak voor de ontwikkeling van het militaire vermogen in het digitale domein. In 2012 is verder een programmamanager Cyber aangesteld die verantwoordelijk is voor de coördinatie van alle cyber gerelateerde activiteiten binnen Defensie en is de Taskforce Cyber opgericht. Eind 2013 wordt een Defensie Cyber Expertise Centrum (DCEC) opgericht, dat intensief zal samenwerken met het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC). De oprichting van een Defensie Cyber Commando (DCC) is voorzien voor eind 2014. Het DCC is onder meer verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het militaire vermogen om cyber operations uit te voeren. De defensieve maatregelen richten zich op het versterken van de bescherming van netwerken en wapen-, sensor- en regelsystemen. Het Defensie Computer Emergency Response Team (DefCERT) is mede verantwoordelijk voor de beveiliging van deze netwerken en systemen en zal medio 2013 volledig operationeel zijn om 24 uur per dag, zeven dagen per week de beveiliging van de meest kritieke defensienetwerken te ondersteunen. De MIVD versterkt in de periode 2012–2015 de cyber inlichtingencapaciteit. Die intensivering bestaat in 2013 uit elf extra vte’n en materiële investeringen. Verder intensiveren de MIVD en de AIVD de samenwerking op het gebied van cyber en signals intelligence (SIGINT) wat moet leiden tot de oprichting van een gezamenlijke SIGINT-cybereenheid. Nederland zoekt op dit gebied zowel samenwerking met publieke en private partijen in Nederland als met internationale partners als de Navo en met landen als de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen.

Internationale defensiesamenwerking
De versterking van de internationale militaire samenwerking is een speerpunt in het defensiebeleid. Prioriteit heeft de versterking van de bilaterale samenwerking met strategische partners, Duitsland en de Benelux-partners voorop. De Benelux-partners hebben op 18 april 2012 een verklaring uitgegeven over hun gezamenlijke voornemen de samenwerking te verdiepen. Vergaande samenwerking ligt mogelijk in het verschiet tussen in het bijzonder de Belgische en de Nederlandse luchtmacht, onder meer op de terreinen van helikopters, luchttransport en jachtvliegtuigen. Bij verdergaande samenwerking met Duitsland staan de landstrijdkrachten centraal. Hierbij worden mogelijkheden bezien om tot een verdere integratie van het trainen, oefenen en opleiden van eenheden te komen, alsmede aanvullende initiatieven rondom het gezamenlijk multinationaal hoofdkwartier.

Ook de samenwerking in multinationaal en multilateraal verband wordt bevorderd, met verdere vervlechting van de krijgsmachten als inzet. De EU en de Navo zijn onmisbaar als institutionele kaders en als bronnen van kennis en expertise. Nederland wil bij het nationale proces van behoeftestelling, verwerving en exploitatie van defensiecapaciteiten rekening houden met de in EU of Navo-verband vastgestelde tekorten en de initiatieven om in de essentiële capaciteiten te voorzien. Tijdens de Navo-top in Chicago zijn in dat kader afspraken gemaakt in het kader van het Smart Defence initiatief. Nederland neemt deel aan vijftien projecten, die zijn gericht op de versterking van veelgevraagde en nichecapaciteiten. Nederland neemt de leiding bij het Counter-IED Biometrie-initiatief. In EU-verband is eveneens voortgang geboekt bij de versterking van de militaire capaciteiten. Op 22 maart 2012 is het Air to Air Refueling initiatief  gelanceerd, dat inzet op versterking van de Europese tankercapaciteit. Nederland, Duitsland en Frankrijk nemen hierbij het voortouw. Het afgelopen jaar is ook het belang van de zogenoemde Northern Group voor internationale militaire samenwerking toegenomen. In het bijzonder met Noorwegen en Denemarken wordt gericht gewerkt aan nauwere samenwerking. De bestaande samenwerking met beide landen biedt goede mogelijkheden voor de intensivering en de verbreding van de samenwerking, onder meer bij de verwerving, instandhouding en training van en met de opvolger van de F-16. Deze samenwerking biedt tevens kansen voor de Nederlandse industrie.

Bij de totstandkoming van deze initiatieven gaat de kost (investeringen)  uit voor de baat. Kostenbesparingen worden op termijn gerealiseerd, met  voor Europa essentiële militaire capaciteiten en lagere life cycle costs als resultaat. Vertrouwen tussen Nederland en de partnerlanden is randvoorwaardelijk voor de realisatie van dit perspectief.

Ten slotte heeft Defensie de bestaande internationale militaire samenwerking tegen het licht gehouden (Kamerstuk 33 279, nr. 3). Er zijn criteria  geformuleerd ter beoordeling van bestaande bilaterale en multilaterale  samenwerkingsvormen. Aan de hand daarvan zijn strategische partners  en prioritaire aandachtsgebieden gedefinieerd. Zo kan de internationale  militaire samenwerking in 2013 over de volle breedte van de nodige focus  worden voorzien.

(...)

(Rijksbegroting, 18 september 2012)

woensdag 29 augustus 2012

F-16’s onderscheppen passagiersvliegtuig

Twee F-16-gevechtsvliegtuigen zijn vanmiddag de lucht ingegaan om een Airbus-passagiersvliegtuig uit het Spaanse Malaga te onderscheppen waarmee geen radiocontact kon  worden gemaakt. Ze hebben het vliegtuig met meer dan 180 passagiers tot aan de landing op Schiphol geëscorteerd, waar marechaussee-eenheden paraat stonden om aan boord te gaan.

De Quick Reaction Alert bestaat uit 2 volledig bewapende F-16's die 24 uur per dag gereed staan om in te grijpen. Boven de Flevopolder gingen de toestellen door de geluidsbarrière wat zorgde voor een harde knal op de grond. Wanneer er geen radiocontact kan worden gemaakt proberen de F-16-vliegers het toestel te identificeren* en visueel contact te krijgen met de bemanning. De F-16’s stegen op vanaf Vliegbasis Volkel waar ze paraat stonden als Quick Reaction Alert.

Na de landing van het toestel op een speciaal afgezette sector van Schiphol hebben onderhandelaars van de Koninklijke Marechaussee vastgesteld dat er geen kaping of gijzeling gaande was. Marechausseewoordvoerder Martijn Peelen: “De gezagvoerder is naar buiten gekomen en na overleg achter een pantservoertuig is geconcludeerd dat er geen sprake was van een calamiteit.” Ook stond er een arrestatie-eenheid van de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) van de marechaussee klaar naast de landingsbaan. Peelen: “We hebben op een kaping geacteerd omdat we de melding kregen dat er een vliegtuig binnenkwam onder begeleiding van 2 F-16’s.”

(ministerie van Defensie, 29 augustus 2012)

*Opmerking HdV: was er wellicht ook sprake van miscommunicatie tussen 'de grond' en de F-16's? Zoals een oplettende lezer van het Defensie weblog opmerkt stond de zogeheten transponder van het verkeersvliegtuig gewoon aan. Dat apparaat geeft de luchtvaartmaatschappij, vluchtnummer, snelheid, koers, bestemming  e.d. weer. Ook op websites die 'live' de vluchten boven en rond Nederland weergeven was het betrokken toestel (de VLG8366) gewoon te 'zien'. Zie bijgevoegde afbeelding, waaruit ook blijkt dat het toestel een aantal rondjes ten zuiden van Rotterdam heeft moeten draaien.
Een deel van de gesprekken tussen de twee F-16-piloten van de QRA is o.a. hier te beluisteren.

De hele vlucht van Malaga tot en met Schiphol: http://www.flightradar24.com/data/flights/vy8366

vrijdag 24 augustus 2012

Instruction for European Visa Information System ('Please do not smile')



The Royal Netherlands Marechaussee has begun taking persons' fingerprints as part of visa verification at the Netherlands' border. This measure has been taken to comply with the European regulation prescribing that travelers from countries for which a visa requirement applies be checked on the basis of biometric data (photograph and fingerprints). This check is carried out by comparing the biometrics of persons with data stored in the central European Visa Information System (EU-VIS).

The Royal Netherlands Marechaussee has made an instruction video demonstrating the procedure of the visa application process involving the recording of biometric data of persons. The video on this page is shown to travelers prior to their visa application at the border.

The main aim of the European Visa Information System is to prevent visa fraud by setting up a database at EU level in which all visa applications are recorded. The aforementioned EU regulation also contributes to the fight against illegal immigration and to establishing the identity of aliens while visa verification is being conducted.

(ministerie van Defensie, 24 augustus 2012)

dinsdag 31 januari 2012

Defensie weblog

Welkom op dit weblog! U vindt er informatie uit openbare bronnen over de Nederlandse defensie. In de brede zin van het woord. Van beleid tot uitvoering. Van ontwikkelingen in Den Haag en Brussel/Mons tot nieuws over de individuele Nederlandse militair ergens in de wereld. Grotendeels in de vorm van een knipselkrant. Af en toe ook wat opmerkingen van eigen hand. Ter informatie: ik ben een journalist die in zijn loopbaan veel over defensiezaken en wapenbeheersing heeft bericht. Ingezonden stukken zijn mogelijk, neem daarover even contact met me op (hdevreij [at]gmail.com). Hetzelfde geldt voor tips en suggesties. Reacties op berichten worden 'streng doch rechtvaardig' gemodereerd.  Anonieme reacties worden in principe niet gepubliceerd.