Majesteit, excellenties, veteranen, aangetreden militairen, dames en heren, jongens en meisjes,
Vandaag, op deze bijzondere dag,eert Nederland zijn veteranen. Nederlandse Veteranendag,
ingesteld in 2005 als persoonlijke wens van Prins Bernhard vanwege zijn bijzondere, warme band met onze veteranen.
En juist vandaag is het 29 juni, de geboortedag van Prins Bernhard.
Dat maakt deze Veteranendag extra bijzonder, evenals de aanwezigheid van onze Koning, die zo
dadelijk het defilé zal afnemen.
Ons land telt 130.000 veteranen.Het zijn mannen en vrouwen die veel hebben meegemaakt, veel
hebben gepresteerd en grote verantwoordelijkheid hebben gedragen.
Niet zelden in situaties van spanning en gevaar. Je moet het maar kunnen!
En juist daarom spreken wij vandaag, op de Nederlandse Veteranendag, ons respect uit
Maatschappelijke erkenning en waardering voor onze militairen en hun inzet, het is voor mij een
belangrijk speerpunt.
‘Thank you for serving’. In Amerika veel gehoord. Op straat, in winkels, restaurants en waar dan ook. In Nederland is die openlijke waardering lange tijd helemaal niet zo vanzelfsprekend geweest. Maar we boeken vooruitgang. En ik ben ervan overtuigd dat een dag als vandaag hierbij een belangrijke rol speelt.
Ook ons parlement zet zich hier enorm voor in.Onze volksvertegenwoordigers hebben bijvoorbeeld
hard geknokt voor de totstandkoming van de Veteranenwet. De bijzondere zorgplicht voor veteranen
is nu dan eindelijk wettelijk verankerd.En op dit moment wordt er hard gewerkt aan de verdere
uitwerking van deze wet.
Ik noem bijvoorbeeld:
· een ombudsman speciaal voor veteranen
· De oprichting van één veteranenloket
· De ereschuld waarvan inmiddels het merendeel is uitbetaald
Ook de uitgezonden militairen in werkelijke dienst, komen nu in aanmerking voor de veteranenstatus. En voor het eerst zal ik zo meteen -samen met mevrouw Eijsink, Tweede Kamerlid voor de PvdA, de veteranenspeld uitreiken aan actief dienende militairen. Een mooi moment van zichtbare erkenning én waardering!
Majesteit, geachte aanwezigen,
De aangetreden militairen rechts van ons zijn onlangs teruggekeerd van missies in Burundi, Bosnië, Israël en de Palestijnse gebieden, Kosovo, Afghanistan en Zuid-Soedan.
Graag wil ik vier van hen aan u voorstellen.
Allereerst marinier Smit van de Koninklijke Marine. Marinier Smit,gisteren was u nog op oefening in de heuvels van Engeland, vandaag alweer hier in Den Haag in verband met onder meer uw uitzending naar Afghanistan. Actief dienend bent u zeker! In Kabul werkte u als chauffeur en beveiliger. U bracht specialisten veilig ter plekke zodat ze cruciale apparatuur konden repareren. Of - in uw eigen woorden - u zorgde ervoor dat ‘de jongens en meiden van de missie goed hun werk konden doen’.Cruciale inzet achter de schermen dus. Marinier Smit, Dank daarvoor!
Majoor Both van de Koninklijke Landmacht, u bent uitgezonden geweest naar Zuid-Sudan.
Een land waar de afgelopen dertig jaar alleen maar is gevochten, een land dat vanaf de grond moest worden opgebouwd. Als officier civiel-militaire samenwerking heeft u bijgedragen aan de eerste voorzichtige stappen op weg naar duurzame vrede. Majoor Both, dank aan u! Dank voor uw inzet.
Sergeant Rijnsent van de Koninklijke Luchtmacht, ik heb u vorig jaar mogen ontmoeten tijdens mijn bezoek aan de troepen in Noord-Afghanistan. U heeft als militair verpleegkundige vanuit Masar-e-Sharif de medische evacuaties gecoördineerd.Een cruciale taak want de juiste zorg voor onze
militairen is van groot belang! Ook aan u: Dank voor uw inzet!
En als laatste, adjudant Van der Wal van de Koninklijke Marechaussee Adjudant Van der Wal, als digitaal rechercheur in Afghanistan spoorde u de makers van bermbommen op. In uw eigen woorden: ‘Al kan ik maar één militair- of burgerslachtoffer voorkomen, dan heeft het al zin gehad.’U hebt mét uw team successen geboekt en daadwerkelijk het verschil kunnen maken. Adjudant van der Wal, zeer veel dank!
Dames en heren,
Onze veteranen kunnen hun werk vooral doen dankzij de voortdurende steun van hun thuisfront.Zonder thuisfront, geen inzet! Daarom vraag ik u om met mij nog één keer heel hard te klappen. Een applaus voor de familie, vrienden en collega’s van al onze veteranen!
Zo dadelijk zal ik overgaan tot het uitreiken van de herinneringsmedailles vredesoperaties voor de genoemde missies. Een onderscheiding van de regering ter herinnering aan uw bijzondere inzet namens Nederland in het buitenland. Ik reik deze onderscheiding uit, samen met onze premier, de Commandant der Strijdkrachten en de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht.
Daarna zal ik,zoals gezegd,samen met mevrouw Eijsink, de veteranenspeld uitreiken aan vier veteranen in actieve dienst. Deze vier staan symbool voor de dertigduizend militairen die zich voortaan ook veteraan mogen noemen.
Dames en heren,
Voor u staat een trotse minister. En ik ben de militairen dankbaar voor hun inzet.
(ministerie van Defensie, 29 juni 2013)
Posts tonen met het label Veteranendag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Veteranendag. Alle posts tonen
zaterdag 29 juni 2013
Toespraak premier Rutte op Veteranendag
Majesteit, veteranen, dames en heren,
Dit jaar is het precies 150 jaar geleden dat Bronbeek zijn deuren opende als militair tehuis – een historisch feit dat we kunnen beschouwen als een vroege vorm van veteranenbeleid. Voor de invalide oud-militairen die er gingen wonen, betekende de verhuizing naar Bronbeek ongetwijfeld een vooruitgang. Maar naar moderne maatstaven gemeten, leidden zij een uitermate karig bestaan. Beleg op brood was er lange tijd alleen op zondag. Geslapen werd er in die beginperiode op strozakken. En wie zich als nieuwe bewoner bij Bronbeek meldde, leverde aan de poort zijn militaire pensioen in en verruilde dat voor een zeer bescheiden zakgeld, dat niet in guldens maar in dubbeltjes en centen werd uitbetaald.
Zo werden – met de allerbeste bedoelingen – oud-militairen lange tijd op afstand gezet van de samenleving. Een fenomeen waarmee ook veteranen die niet op Bronbeek woonden te maken kregen. Een oud-soldaat en Indië-veteraan formuleerde dat aan het begin van de 20e eeuw als volgt: ‘Er is hier geen werk voor ons. (…) Men wéét niet waarvoor wij geschikt zijn en eigenlijk weet ik dat zelf ook niet.’ Luitenant-kolonel Graafland, aan wie deze hartenkreet was gericht, herkende dit beeld. Zijn waarneming was dat de Nederlandse samenleving niet op veteranen zat te wachten en dat het leger zijn mensen ook bitter weinig vaardigheden meegaf die bruikbaar waren in de burgermaatschappij.
Het oordeel over de juistheid van deze waarneming laat ik graag aan de deskundige militair historici. Maar voor mij staat wel vast dat dat luitenant-kolonel Graafland eenzelfde opmerking in onze tijd niet snel meer zou maken. Nederlandse militairen behoren zonder twijfel tot de best opgeleide en meest professionele ter wereld. Ik heb daar zelf in het afgelopen jaar weer de nodige bewijzen van mogen zien. In Afghanistan sprak ik met de Duitse commandant van ISAF-Noord, generaal Volmer, die mij vertelde mij dat hij op sleutelposities bij voorkeur Nederlandse militairen benoemt. Ik sprak er met de jonge luitenant Wouter Beeks van de genie, die als 24-jarige niet aarzelde om zelfstandig de bouwplannen voor een grote redeployment-faciliteit vergaand aan te passen na de overstroming van een nabij gelegen rivier. En voor de kust van Somalië hoorde ik hoe vanzelfsprekend het is dat de voltallige bemanning van het Nederlandse fregat De Ruyter betrokken is bij de aanhouding van piraten. Ook de koks en ook de technici weten wat er nodig is om deze mensen in te rekenen en op te sluiten volgens de internationale standaarden.
Voor mij is dat wat de Nederlandse militair in onze tijd kenmerkt: een hoge professionele standaard, een grote mate van zelfstandigheid en een ‘can do’ mentaliteit gericht op samenwerking en resultaat. En dat onder hoge druk, in stressvolle omstandigheden en in een onbekende, vaak vijandige omgeving. Het zijn eigenschappen die ook buiten het militaire bedrijf van grote waarde zijn. En voor veel oud-militairen is hun tijd in het leger dan ook een vormende periode geweest en een opstap naar een maatschappelijke carrière. Ik las laatst een uitspraak van een 38-jarige veteraan, nu politieagente, die over haar tijd bij de Marine kortweg zei: ‘Het is een extra opvoeding’ - een mooi compliment aan onze krijgsmacht.
Helaas lag dat voor veel oudere veteranen in hun tijd nog anders. De militairen die in de jaren na de Tweede Wereldoorlog werden uitgezonden naar het toenmalige Nederlands-Indië, Korea en Nieuw-Guinea waren lang niet altijd goed opgeleid en voorbereid. De compleet vreemde taal en cultuur, het tropische klimaat, het gevaar en de ontberingen – het kwam voor velen als een complete verrassing en een grote schok. En bij terugkeer, in de kring van familie, vrienden en collega’s, was er nauwelijks aandacht voor alle verhalen. De harde werkelijkheid is dat veel veteranen in het verleden hun verdriet en moeilijke herinneringen in stilte hebben moeten dragen en verwerken.
Maar gelukkig is ook dat veranderd. Veteranen worden in onze huidige samenleving herkend en erkend. Uw talenten en ervaring worden gezien, Uw verhalen worden gehoord. En uw persoonlijke pijn wordt gedeeld. Veteranendag is hierin het jaarlijkse hoogtepunt, als dag van ontmoeting. Tussen maten van vroeger. Tussen oude en jonge veteranen. En tussen veteranen en samenleving. Een dag ook van vriendschap, dankbaarheid en betrokkenheid. Veteranendag is feitelijk pas negen edities jong, maar nu al niet meer weg te denken uit ons collectieve bewustzijn. Dat zegt eigenlijk alles over het grote verschil tussen de maatschappelijke rol van veteranen nu en ten tijde van de opening van Bronbeek als militair tehuis in 1863.
Maar één ding is in al die tijd niet veranderd, en dat is de warme, persoonlijke band tussen de Nederlandse veteranen en het Huis van Oranje. Majesteit, uw betovergrootvader Willem III, stond persoonlijk aan de wieg van de stichting van Bronbeek. Uw grootvader, Prins Bernhard, was, is en blijft de veteraan der veteranen. En met uw aanwezigheid hier in de Ridderzaal geeft u de duidelijke boodschap af dat u als Koning de traditie van verbondenheid met onze veteranen wilt voortzetten. Ik weet zeker dat ik namens al die veteranen mag zeggen: zeer veel dank daarvoor.
Dames en heren,
De soldaat die ruim een eeuw geleden zijn hart uitstortte bij luitenant-kolonel Graafland zou zijn ogen en oren niet geloven als hij er vandaag bij kon zijn. Zoveel enthousiasme en betrokkenheid, zoveel publieke aandacht en waardering - daarvan kon deze man alleen maar dromen. Zijn werkelijkheid was er een van afstand en gebrek aan erkenning. De veteranen van nu staan midden in de samenleving en horen daar ook thuis. Hun inzet voor vrede en veiligheid en hun bijdrage aan onze samenleving verdienen onze dank en ons respect. Het is goed en belangrijk dat we daar één keer per jaar, op Veteranendag, speciaal bij stilstaan.
Ik wens u, alle veteranen in Den Haag en daarbuiten en iedereen in Nederland een fantastisch mooie Veteranendag toe. En als u straks ook naar het Malieveld gaat: tot ziens.
Dank u wel.
(Rijksoverheid, 29 juni 2013)
Dit jaar is het precies 150 jaar geleden dat Bronbeek zijn deuren opende als militair tehuis – een historisch feit dat we kunnen beschouwen als een vroege vorm van veteranenbeleid. Voor de invalide oud-militairen die er gingen wonen, betekende de verhuizing naar Bronbeek ongetwijfeld een vooruitgang. Maar naar moderne maatstaven gemeten, leidden zij een uitermate karig bestaan. Beleg op brood was er lange tijd alleen op zondag. Geslapen werd er in die beginperiode op strozakken. En wie zich als nieuwe bewoner bij Bronbeek meldde, leverde aan de poort zijn militaire pensioen in en verruilde dat voor een zeer bescheiden zakgeld, dat niet in guldens maar in dubbeltjes en centen werd uitbetaald.
Zo werden – met de allerbeste bedoelingen – oud-militairen lange tijd op afstand gezet van de samenleving. Een fenomeen waarmee ook veteranen die niet op Bronbeek woonden te maken kregen. Een oud-soldaat en Indië-veteraan formuleerde dat aan het begin van de 20e eeuw als volgt: ‘Er is hier geen werk voor ons. (…) Men wéét niet waarvoor wij geschikt zijn en eigenlijk weet ik dat zelf ook niet.’ Luitenant-kolonel Graafland, aan wie deze hartenkreet was gericht, herkende dit beeld. Zijn waarneming was dat de Nederlandse samenleving niet op veteranen zat te wachten en dat het leger zijn mensen ook bitter weinig vaardigheden meegaf die bruikbaar waren in de burgermaatschappij.
Het oordeel over de juistheid van deze waarneming laat ik graag aan de deskundige militair historici. Maar voor mij staat wel vast dat dat luitenant-kolonel Graafland eenzelfde opmerking in onze tijd niet snel meer zou maken. Nederlandse militairen behoren zonder twijfel tot de best opgeleide en meest professionele ter wereld. Ik heb daar zelf in het afgelopen jaar weer de nodige bewijzen van mogen zien. In Afghanistan sprak ik met de Duitse commandant van ISAF-Noord, generaal Volmer, die mij vertelde mij dat hij op sleutelposities bij voorkeur Nederlandse militairen benoemt. Ik sprak er met de jonge luitenant Wouter Beeks van de genie, die als 24-jarige niet aarzelde om zelfstandig de bouwplannen voor een grote redeployment-faciliteit vergaand aan te passen na de overstroming van een nabij gelegen rivier. En voor de kust van Somalië hoorde ik hoe vanzelfsprekend het is dat de voltallige bemanning van het Nederlandse fregat De Ruyter betrokken is bij de aanhouding van piraten. Ook de koks en ook de technici weten wat er nodig is om deze mensen in te rekenen en op te sluiten volgens de internationale standaarden.
Voor mij is dat wat de Nederlandse militair in onze tijd kenmerkt: een hoge professionele standaard, een grote mate van zelfstandigheid en een ‘can do’ mentaliteit gericht op samenwerking en resultaat. En dat onder hoge druk, in stressvolle omstandigheden en in een onbekende, vaak vijandige omgeving. Het zijn eigenschappen die ook buiten het militaire bedrijf van grote waarde zijn. En voor veel oud-militairen is hun tijd in het leger dan ook een vormende periode geweest en een opstap naar een maatschappelijke carrière. Ik las laatst een uitspraak van een 38-jarige veteraan, nu politieagente, die over haar tijd bij de Marine kortweg zei: ‘Het is een extra opvoeding’ - een mooi compliment aan onze krijgsmacht.
Helaas lag dat voor veel oudere veteranen in hun tijd nog anders. De militairen die in de jaren na de Tweede Wereldoorlog werden uitgezonden naar het toenmalige Nederlands-Indië, Korea en Nieuw-Guinea waren lang niet altijd goed opgeleid en voorbereid. De compleet vreemde taal en cultuur, het tropische klimaat, het gevaar en de ontberingen – het kwam voor velen als een complete verrassing en een grote schok. En bij terugkeer, in de kring van familie, vrienden en collega’s, was er nauwelijks aandacht voor alle verhalen. De harde werkelijkheid is dat veel veteranen in het verleden hun verdriet en moeilijke herinneringen in stilte hebben moeten dragen en verwerken.
Maar gelukkig is ook dat veranderd. Veteranen worden in onze huidige samenleving herkend en erkend. Uw talenten en ervaring worden gezien, Uw verhalen worden gehoord. En uw persoonlijke pijn wordt gedeeld. Veteranendag is hierin het jaarlijkse hoogtepunt, als dag van ontmoeting. Tussen maten van vroeger. Tussen oude en jonge veteranen. En tussen veteranen en samenleving. Een dag ook van vriendschap, dankbaarheid en betrokkenheid. Veteranendag is feitelijk pas negen edities jong, maar nu al niet meer weg te denken uit ons collectieve bewustzijn. Dat zegt eigenlijk alles over het grote verschil tussen de maatschappelijke rol van veteranen nu en ten tijde van de opening van Bronbeek als militair tehuis in 1863.
Maar één ding is in al die tijd niet veranderd, en dat is de warme, persoonlijke band tussen de Nederlandse veteranen en het Huis van Oranje. Majesteit, uw betovergrootvader Willem III, stond persoonlijk aan de wieg van de stichting van Bronbeek. Uw grootvader, Prins Bernhard, was, is en blijft de veteraan der veteranen. En met uw aanwezigheid hier in de Ridderzaal geeft u de duidelijke boodschap af dat u als Koning de traditie van verbondenheid met onze veteranen wilt voortzetten. Ik weet zeker dat ik namens al die veteranen mag zeggen: zeer veel dank daarvoor.
Dames en heren,
De soldaat die ruim een eeuw geleden zijn hart uitstortte bij luitenant-kolonel Graafland zou zijn ogen en oren niet geloven als hij er vandaag bij kon zijn. Zoveel enthousiasme en betrokkenheid, zoveel publieke aandacht en waardering - daarvan kon deze man alleen maar dromen. Zijn werkelijkheid was er een van afstand en gebrek aan erkenning. De veteranen van nu staan midden in de samenleving en horen daar ook thuis. Hun inzet voor vrede en veiligheid en hun bijdrage aan onze samenleving verdienen onze dank en ons respect. Het is goed en belangrijk dat we daar één keer per jaar, op Veteranendag, speciaal bij stilstaan.
Ik wens u, alle veteranen in Den Haag en daarbuiten en iedereen in Nederland een fantastisch mooie Veteranendag toe. En als u straks ook naar het Malieveld gaat: tot ziens.
Dank u wel.
(Rijksoverheid, 29 juni 2013)
woensdag 12 juni 2013
Veteranen gratis naar concert André Rieu
Nederlandse veteranen kunnen op Nationale Veteranendag, 29 juni, gratis naar het concert van André Rieu op het Vrijthof in Maastricht. De veteranen kunnen zich vandaag vanaf 14.00 uur aanmelden op de site van het Veteraneninstituut, www.veteraneninstituut.nl.
Waardering uitdrukken
Alle Nederlandse veteranen zijn welkom, nog in dienst of niet. Rieu drukt met het aanbieden van de stoelen tijdens het concert zijn waardering uit voor de veteranen en hun wereldwijde inzet voor vrede en veiligheid.
Snel inschrijven
Inschrijven kan als volgt. Scroll op de homepage naar beneden en klik op ‘aanmelden concert André Rieu’. Voor veteranen zijn in totaal 3500 kaarten beschikbaar. Iedere veteraan mag een introducé meenemen. De verwachting is dat er veel belangstelling is voor de gratis kaarten. Aangeraden wordt om zo snel mogelijk in te schrijven.
Gratis NS-vervoersbewijs
Op de website kan het aantal personen worden aangegeven, eventueel gebruik van een gratis NS-vervoersbewijs en eventueel gebruik van het gereduceerd overnachtingstarief bij een van de ondersteunende hotels; Amrath Hotels, Crowneplaza Maastricht, NH-Hoteles en Golden Tulip hotels. Wel moeten de veteranen zelf de hotelovernachting boeken.
Magistrale ontvangst
De veteranen worden geacht mee te lopen tijdens de zogenoemde magistrale ontvangst voor aanvang van het concert. Het concert duurt van 21.00 uur tot 00.00 uur.
Dit speciale aanbod wordt ondersteund door André Rieu Productions, de Koninklijke Landmacht, het Veteraneninstituut, de Stichting Nederlandse Veteranendag, de Nederlandse Spoorwegen en de genoemde hotels.
(ministerie van Defensie, 12 juni 2013)
Waardering uitdrukken
Alle Nederlandse veteranen zijn welkom, nog in dienst of niet. Rieu drukt met het aanbieden van de stoelen tijdens het concert zijn waardering uit voor de veteranen en hun wereldwijde inzet voor vrede en veiligheid.
Snel inschrijven
Inschrijven kan als volgt. Scroll op de homepage naar beneden en klik op ‘aanmelden concert André Rieu’. Voor veteranen zijn in totaal 3500 kaarten beschikbaar. Iedere veteraan mag een introducé meenemen. De verwachting is dat er veel belangstelling is voor de gratis kaarten. Aangeraden wordt om zo snel mogelijk in te schrijven.
Gratis NS-vervoersbewijs
Op de website kan het aantal personen worden aangegeven, eventueel gebruik van een gratis NS-vervoersbewijs en eventueel gebruik van het gereduceerd overnachtingstarief bij een van de ondersteunende hotels; Amrath Hotels, Crowneplaza Maastricht, NH-Hoteles en Golden Tulip hotels. Wel moeten de veteranen zelf de hotelovernachting boeken.
Magistrale ontvangst
De veteranen worden geacht mee te lopen tijdens de zogenoemde magistrale ontvangst voor aanvang van het concert. Het concert duurt van 21.00 uur tot 00.00 uur.
Dit speciale aanbod wordt ondersteund door André Rieu Productions, de Koninklijke Landmacht, het Veteraneninstituut, de Stichting Nederlandse Veteranendag, de Nederlandse Spoorwegen en de genoemde hotels.
(ministerie van Defensie, 12 juni 2013)
zaterdag 30 juni 2012
Ook leegte speelt een rol tijdens de Veteranendag
Veel militairen voelen trots en voldoening als ze terugdenken aan hun missie
Han Koch
Pagina 129 van het boek 'Na de missie' is wit, indringend wit. Geen letter tekst hebben de schrijvers Erwin Kamp en Michaela Schok aan deze pagina toevertrouwd. De lezer moet deze pagina in gedachten zelf maar schrijven.
De leegte staat symbool voor de collega's die tijdens uitzendingen om het leven zijn gekomen. Een moment van bezinning voor de militair.
[Lees meer in Trouw:]
(Trouw, 30 juni 2012)
Han Koch
Pagina 129 van het boek 'Na de missie' is wit, indringend wit. Geen letter tekst hebben de schrijvers Erwin Kamp en Michaela Schok aan deze pagina toevertrouwd. De lezer moet deze pagina in gedachten zelf maar schrijven.
De leegte staat symbool voor de collega's die tijdens uitzendingen om het leven zijn gekomen. Een moment van bezinning voor de militair.
[Lees meer in Trouw:]
(Trouw, 30 juni 2012)
dinsdag 26 juni 2012
Eerbetoon tijdens Nationale Veteranendag
Den Haag staat komende zaterdag weer volledig in het teken van de militairen die zich wereldwijd hebben ingezet voor vrede en veiligheid. Dat gebeurt tijdens de achtste editie van de Nationale Veteranendag.
Zo’n 3.000 jonge en oudere veteranen defileren rond 13.00 uur in een bonte stoet door de stad. Historische en moderne vliegtuigen brengen met een fly past een eerbetoon aan alle oud-militairen. Het Malieveld vormt opnieuw het feestelijke centrum van Veteranendag. Van 9.00 tot 17.00 uur kunnen jong en oud hier terecht voor een gevarieerd programma met tal van artiesten, militair materieel en een paardenshow van het Korps Rijdende Artillerie.
Meer informatie op www.veteranendag.nl.
(ministerie van Defensie, 26 juni 2012)
![]() |
| Veteranendag 2011 |
Meer informatie op www.veteranendag.nl.
(ministerie van Defensie, 26 juni 2012)
maandag 18 juni 2012
'Na de missie', een boek voor militairen die weer naar huis komen
Zaterdag 30 juni a.s. wordt voor de achtste keer de Nederlandse Veteranendag op het Malieveld in Den Haag gehouden. Tijdens deze dag wordt het boek ‘Na de missie’ gepresenteerd. In dit boek staan praktische tips en tools voor militairen, veteranen en het thuisfront na terugkeer van een militaire missie. Oorlogsverslaggever Joeri Boom schrijft in het voorwoord: ‘Een onmisbaar boek. Ik wou dat het veel eerder was gepubliceerd.’
Militairen houden van hun werk. Ze houden van de afwisseling en de uitdaging die een baan bij defensie biedt. Die afwisseling en uitdaging worden het sterkst ervaren als zij op missie gaan. De meeste militairen vinden het fijn om eindelijk in een situatie terecht te komen waarin alles wat tijdens de opleiding en het opwerken voor de uitzending is geleerd, in de praktijk kan worden gebracht.
Met de meeste militairen gaat het goed na terugkeer van een uitzending, ook al kost het tijd om weer te wennen aan de thuissituatie in Nederland. Een minderheid van hen zal meer moeite hebben om de bijzondere ervaringen een plek te geven. Uitzendervaringen zijn vormend voor de mens die op missie is geweest. Ze leiden vaak tot meer inzicht in jezelf, anderen en de wereld om je heen. Dit proces vergt aandacht en tijd van de militair en zijn dierbaren, maar draagt uiteindelijk bij tot meer persoonlijke kracht en geestelijke groei.
'Na de missie' is bedoeld als wegwijzer bij terugkeer na uitzending. Bovendien geeft het inzicht en perspectief voor militairen en veteranen na de missie en biedt het ondersteuning bij de overgang naar het dagelijkse leven. Ook het thuisfront komt ruimschoots aan bod.
Beide auteurs, Erwin Kamp en Michaela Schok, zijn betrokken en deskundig in de zorg voor veteranen. Erwin Kamp is zelf meerdere malen als humanistisch geestelijk verzorger op uitzending geweest. Hij schreef eerder over zijn ervaringen in het boek ‘Raadsman, heeft u nog raad?’ Momenteel werkt hij als Coördinator Geestelijke Verzorging bij het Veteraneninstituut. Michaela Schok is in 2009 gepromoveerd op het onderzoek ‘Meaning as a mission’. Zij deed onder meer onderzoek onder 1.500 veteranen naar hoe zij terugkeken op hun militaire uitzendervaringen. Momenteel werkt zij als psycholoog/onderzoeker bij het Veteraneninstituut.
Op de Nederlandse Veteranendag zijn beide auteurs aanwezig. Het boek is in de stand van de Diensten Geestelijke Verzorging bij het Rustpunt van het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen te koop.
Het boek werd financieel mogelijk gemaakt door de Stichting Humanistisch Thuisfront en wordt uitgegeven door Uitgeverij Eburon.
Het boek is ook verkrijgbaar via: www.eburon.nl of te bestellen in de boekwinkel. Het boek wordt tevens als ebook uitgegeven.
Na de missie
Tips en tools voor militairen, veteranen en het thuisfront. 136 pag.
ISBN 978-90-5972-641-3 (paperback), € 15,00
ISBN 978-90-5972-642-0 (ebook), € 9,95
Militairen houden van hun werk. Ze houden van de afwisseling en de uitdaging die een baan bij defensie biedt. Die afwisseling en uitdaging worden het sterkst ervaren als zij op missie gaan. De meeste militairen vinden het fijn om eindelijk in een situatie terecht te komen waarin alles wat tijdens de opleiding en het opwerken voor de uitzending is geleerd, in de praktijk kan worden gebracht.
Met de meeste militairen gaat het goed na terugkeer van een uitzending, ook al kost het tijd om weer te wennen aan de thuissituatie in Nederland. Een minderheid van hen zal meer moeite hebben om de bijzondere ervaringen een plek te geven. Uitzendervaringen zijn vormend voor de mens die op missie is geweest. Ze leiden vaak tot meer inzicht in jezelf, anderen en de wereld om je heen. Dit proces vergt aandacht en tijd van de militair en zijn dierbaren, maar draagt uiteindelijk bij tot meer persoonlijke kracht en geestelijke groei.
'Na de missie' is bedoeld als wegwijzer bij terugkeer na uitzending. Bovendien geeft het inzicht en perspectief voor militairen en veteranen na de missie en biedt het ondersteuning bij de overgang naar het dagelijkse leven. Ook het thuisfront komt ruimschoots aan bod.
Beide auteurs, Erwin Kamp en Michaela Schok, zijn betrokken en deskundig in de zorg voor veteranen. Erwin Kamp is zelf meerdere malen als humanistisch geestelijk verzorger op uitzending geweest. Hij schreef eerder over zijn ervaringen in het boek ‘Raadsman, heeft u nog raad?’ Momenteel werkt hij als Coördinator Geestelijke Verzorging bij het Veteraneninstituut. Michaela Schok is in 2009 gepromoveerd op het onderzoek ‘Meaning as a mission’. Zij deed onder meer onderzoek onder 1.500 veteranen naar hoe zij terugkeken op hun militaire uitzendervaringen. Momenteel werkt zij als psycholoog/onderzoeker bij het Veteraneninstituut.
Op de Nederlandse Veteranendag zijn beide auteurs aanwezig. Het boek is in de stand van de Diensten Geestelijke Verzorging bij het Rustpunt van het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen te koop.
Het boek werd financieel mogelijk gemaakt door de Stichting Humanistisch Thuisfront en wordt uitgegeven door Uitgeverij Eburon.
Het boek is ook verkrijgbaar via: www.eburon.nl of te bestellen in de boekwinkel. Het boek wordt tevens als ebook uitgegeven.
Na de missie
Tips en tools voor militairen, veteranen en het thuisfront. 136 pag.
ISBN 978-90-5972-641-3 (paperback), € 15,00
ISBN 978-90-5972-642-0 (ebook), € 9,95
Abonneren op:
Posts (Atom)

