Posts tonen met het label MINUSMA. Alle posts tonen
Posts tonen met het label MINUSMA. Alle posts tonen

vrijdag 19 juni 2015

Nederland neemt jaar langer deel aan operaties tegen ISIS en aan VN-missie in Mali

De Nederlandse militaire deelname aan de strijd tegen ISIS en aan de VN-missie in Mali, MINUSMA, wordt met een jaar verlengd. De onrust en instabiliteit in de regio’s die grenzen aan Europa blijven aanhouden. Daarom wordt de bijdrage aan de internationale inspanningen voor de bestrijding van die crises voortgezet. De ministerraad heeft ingestemd met toezending van de artikel 100-brieven hierover aan de Tweede Kamer. In deze brieven kondigt het kabinet ook aan dat de Tweede Kamer op Prinsjesdag wordt geïnformeerd over de structurele financiering van missies.

Irak
Het huidige mandaat voor de Nederlandse deelname aan de brede internationale coalitie die strijdt tegen ISIS loopt tot 1 oktober aanstaande en is nu verlengd tot 1 oktober 2016. ‘Meer dan ooit is onze interne veiligheid verbonden met externe veiligheid’, aldus minister Koenders van Buitenlandse Zaken. ‘Dat is de reden waarom Nederland zijn internationale verantwoordelijkheid neemt en daarnaast inzet op een versterkte politieke strategie in Irak’.  Minister Hennis van Defensie: ‘Deze brute terroristische organisatie is een aanslag op alles waar wij voor staan’. Volgens haar is voortgezette militaire inzet, als onderdeel van een bredere politieke strategie, dan ook hard nodig. ‘De methoden en handelingen van ISIS zijn onacceptabel. Onmenselijk en een regelrechte schending van de fundamentele rechten van de mens’, aldus de ministers.

Na 1 oktober zet Nederland de deelname aan de luchtcampagne tegen ISIS voort met vier F-16’s, ondersteund door ongeveer 200 militairen. Verder blijft Nederland met in totaal 130 militairen bijdragen aan de training van Iraakse strijdkrachten en Peshmerga. Ook is het voornemen om met België te gaan samenwerken. Onder voorbehoud van politieke besluitvorming lost België vanaf juli 2016 Nederland af voor de duur van een jaar.

Mali
De huidige Nederlandse bijdrage van ongeveer 450 militairen aan de VN-missie in Mali, MINUSMA, loopt tot het einde van dit jaar en wordt nu verlengd tot eind 2016. Deze bijdrage richt zich op de inlichtingenketen van MINUSMA en bestaat onder andere uit special forces, gevechts- en transporthelikopters en analisten. Ook de Nederlandse bijdrage met civiele experts en politiefunctionarissen aan de missie wordt voortgezet. ‘Nederland heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het opzetten van de inlichtingencapaciteit, die de ogen en oren van de missie vormt. Dit is uniek binnen een VN-missie, Nederland heeft hiermee echt iets nieuws gebracht. Daar is internationaal veel waardering voor’, aldus minister Hennis. Mali kampt nog steeds met terrorisme, grensoverschrijdende criminaliteit en het risico van steeds grotere migratiestromen als de regio verder destabiliseert. Dat raakt uiteindelijk ook Europa. ‘Mali bevindt zich op een belangrijk moment in het vredesproces en MINUSMA heeft daarbij een belangrijke rol. Vandaar het besluit de goed functionerende Nederlandse inspanning met een jaar te verlengen’, stelt minister Koenders. Nederland spant zich er de  komende tijd ook voor in een aantal taken aan andere landen te kunnen overdragen.

Afghanistan
De ministerraad heeft ook ingestemd met toezending aan de Tweede Kamer van een brief over de Nederlandse militaire inzet voor de NAVO-missie in Afghanistan, Resolute Support. Sinds het einde van de ISAF-missie op 31 december 2014 is Afghanistan zelf verantwoordelijk voor de veiligheid in het land. De huidige NAVO-missie richt zich op het trainen en adviseren van de Afghaanse veiligheidstroepen. De NAVO heeft besloten de eerste fase van deze missie, die eigenlijk tot oktober 2015 zou lopen, te verlengen. Reden hiervoor is dat de uitvoering van het trainings-en adviesprogramma vertraging heeft opgelopen, mede door de politieke impasse die ontstond na de Afghaanse presidentsverkiezingen. In fase twee zal de NAVO-presentie deels worden afgebouwd. Gelet op het belang van de missie heeft het kabinet besloten de huidige Nederlandse bijdrage van maximaal 100 militairen gedurende de verlengde eerste fase van de missie voort te zetten. Over de invulling van een Nederlandse deelname aan fase twee zal het kabinet op een later moment besluiten. De einddatum van de NAVO-missie blijft vooralsnog zoals voorzien, 31 december 2016.

De Kamerbrieven: Afghanistan, Irak, Mali 

(Rijksoverheid, 19 juni 2015)

dinsdag 28 april 2015

Mariniers lossen commando's af in Mali

Vanmiddag vindt op het Nederlandse kamp Castor in Mali de commando-overdracht plaats van de Special Operations Land Task Group (SOLTG). Het Korps Mariniers lost daarmee de vertrekkende lichting van de SOLTG af die voornamelijk bestond uit special forces van het Korps Commandotroepen (KCT). Eén van de kerntaken van de eenheid is het verzamelen van inlichtingen voor de VN-missie MINUSMA.

Afgelopen vrijdag vertrok een grote groep mariniers vanaf Vliegbasis Eindhoven richting Mali. Aantredend commandant majoor der mariniers Roland zegt dat zijn eenheid er klaar voor is: “Na 3 jaar voornamelijk antipiraterijoperaties op zee gedaan te hebben, is het nu weer tijd om diep landinwaarts te gaan. We zijn er klaar voor. Van zee naar land gaan is natuurlijk onze specialisatie als mariniers.”

MINUSMA
De Nederlandse SOF-eenheid bevindt zich in Gao en wordt direct aangestuurd door de Force Commander die zich in het MINUSMA hoofdkwartier in Bamako bevindt. De primaire behoefte van de MINUSMA missie ligt bij SOF-eenheden die lange afstand verkenningen uitvoeren. Dit zijn meerdaagse activiteiten waarbij de SOF-eenheid informatie verzamelt in veraf gelegen gebieden. Hiermee draagt de SOF bij aan de verbetering van de informatiepositie van MINUSMA.

Special Operations Forces (SOF) Nederland
De Nederlandse SOF bestaan uit het Korps Commandotroepen en de Netherlands Maritime Special Operations Force (NLMARSOF) van het Korps Mariniers. SOF bestaan uit speciaal opgeleid personeel dat onder alle (klimatologische) omstandigheden en zeer snel kan worden ingezet. Inzet van SOF kan heimelijk of openlijk  plaatsvinden, met een kleine eenheid of een robuuste capaciteit en vindt vooral plaats in gebieden die niet (volledig) onder controle zijn. De kerntaken van SOF zijn Special Reconnaissance (speciale verkenningen), Military Assistance (bijdrage aan opbouw lokaal veiligheidsapparaat) en Direct Action (offensieve operaties).

(ministerie van Defensie, 28 april 2015)

dinsdag 17 maart 2015

2 Apache-vliegers omgekomen in Mali

Tijdens een schietoefening in Mali is vanmiddag een Nederlandse Apache-gevechtshelikopter neergestort. Hierbij zijn de 30-jarige kapitein René Zeetsen en de 26-jarige eerste luitenant Ernst Mollinger omgekomen. Hun families zijn ingelicht.

Kapitein René Zeetsen en eerste luitenant Ernst Mollinger

De gecrashte helikopter was samen met een andere Nederlandse Apache boven onbewoond terrein bezig met een schietoefening met gronddoelen. De collega-vliegers landden direct en verleenden eerste hulp. Zeetsen bleek overleden. Mollinger was zwaargewond en werd overgebracht naar een Frans militair hospitaal in Gao. Daar overleed hij aan zijn verwondingen.

Omstandigheden
Het ongeluk gebeurde op 47 kilometer ten noorden van het Nederlandse kamp. Direct na de crash beveiligde een Franse gevechtshelikopter de crashsite. Nederlandse special forces stelden de plek op de grond veilig en bewaakten deze. Naar de toedracht wordt een onderzoek ingesteld.

Missie in Mali
Beide slachtoffers zijn afkomstig van 301 Squadron van het Defensie Helikopter Commando op Vliegbasis Gilze-Rijen. De Apache vormde met 3 andere helikopters van dit type en 3 Chinooks het Nederlandse helikopterdetachement in Mali. Deze eenheid verzamelt, samen met Nederlandse special forces en ander personeel, inlichtingen voor VN-missie Minusma. In totaal leveren zo’n 450 Nederlandse militairen een bijdrage aan de missie. De hoofdmacht is in Gao gelegerd, een klein deel opereert vanuit hoofdstad Bamako.

U kunt uw deelneming betuigen in het condoleanceregister. De blijken van deelneming worden na sluiting overhandigd aan de nabestaanden.

(ministerie van Defensie, 17 maart 2015)

Tekst persconferentie generaal Middendorp:

Vanmiddag rond 14:00 uur Nederlandse tijd is een Nederlandse Apache gevechtshelikopter in Mali gecrasht. Hierbij zijn de 30-jarige kapitein René Zeetsen en 26-jarige eerste luitenant Ernst Mollinger omgekomen. Luitenant Mollinger is naar het Franse veldhospitaal overgebracht in Gao en daar overleden aan zijn verwondingen. Beide vliegers zijn afkomstig van het 301 Squadron van het Defensie Helikoptercommando op vliegbasis Gilze-Rijen. We konden dit niet eerder bekend maken omdat we eerst de betrokken families wilden informeren. Zoals dat hoort.

Ik betuig mede namens de minister van Defensie en de gehele krijgsmacht mijn medeleven aan de nabestaanden van kapitein René Zeetsen en eerste luitenant Ernst Mollinger die zojuist dit verschrikkelijke bericht hebben moeten ontvangen. Onze gedachten gaan naar hen uit. Ik wens hen, de collega’s in de MINUSMA-missie en van de Koninklijke Luchtmacht alle sterkte in deze moeilijke tijd. De getroffen families worden waar mogelijk bijgestaan door onze bedrijfsmaatschappelijk werkers.

De crash gebeurde vanmiddag op 47 kilometer ten noorden van de Nederlandse thuisbasis, Kamp Castor. De vliegers waren op dat moment bezig met een schietoefening op ronddoelen op een vlak, onbewoond terrein. De andere aanwezige Apache is direct geland en heeft eerste hulp verleend. Gelijk na de crash beveiligde een Franse gevechtshelikopter de locatie. Nederlandse special forces en brandweerpersoneel zijn met een Chinook naar de crashsite gebracht. Gelijktijdig is luitenant Mollinger met een Franse helikopter afgevoerd naar Gao. De special forces hebben de crashsite veilig gesteld en bewaken deze. Alles lijkt erop dat het om een ongeval gaat, maar we kunnen dit nog niet bevestigen. Naar de toedracht is een onderzoek ingesteld.

De betrokken Apache vormt met 3 andere helikopters van dit type en 3 Chinooks het Nederlandse Helidetachement in Mali. Deze eenheid verzamelt, samen met Nederlandse special forces en ander personeel, inlichtingen voor MINUSMA. Een goede inlichtingenpositie is cruciaal voor de missie. Die daardoor effectiever kan bijdragen aan een stabiel Mali. Dat is van belang voor de bevolking van Mali, voor de regionale stabiliteit in de Sahel, en daarmee ook van belang voor Nederland omdat we gebaat zijn bij stabiliteit aan de zuidgrens van Europa.

(ministerie van Defensie, 17 maart 2015)


Persbericht MINUSMA

A MINUSMA ATTACK HELICOPTER CRASHES NORTH OF GAO – TWO KILLED

At around 1 p.m. today, an Apache attack helicopter of MINUSMA had to make a hard landing about 42 kilometres north of Gao (in northern Mali). The two crew members lost their lives in this accident, which took place during an exercise conducted by MINUSMA’s Dutch contingent in this area.

A medical team was immediately deployed to the site of the accident, but was not able to save the helicopter’s crew.

The Special Representative of the Secretary General (SRSG) and Head of MINUSMA, Mr Mongi Hamdi, extends its deepest condolences to the Government of the Netherlands and to the families of the two soldiers, who lost their lives in this tragic accident.

MINUSMA immediately deployed teams to secure the site. Specialized investigators from MINUSMA and the Netherlands will go to the scene to establish the exact circumstances of the accident

donderdag 4 december 2014

Special forces in Mali vinden raketten

De Nederlandse Special Operations Land Task Group (SOLTG) vond afgelopen dinsdag tijdens een patrouille in het noorden van Mali illegale wapens: vijf raketten van 122 mm. Het is voor het eerst dat zij wapens traceren.

De afgelopen weken hield de VN het gebied ten noorden van Gao in de gaten. Verschillende groeperingen verdedigen hun belangen in deze economisch belangrijke regio en concentreren hier hun militaire middelen. Een daarvan is de Coordination Group, een samenwerkingsverband van drie bewegingen die een onafhankelijk Azawad in het noordoosten van Mali willen.

Samenwerking
Er was een aantal verdachte locaties geïdentificeerd door de Nederlandse troepen. De commandant van de SOLTG op de grond vroeg om gedetailleerde luchtfoto’s van een van de verdachte locaties.

Een Apache-gevechtshelikopter die toevallig over het gebied vloog, omdat het een medische Chinook transporthelikopter begeleidde van Kidal naar Gao, speurde de omgeving af naar verdachte groepen en illegale wapens. Analisten bekeken de gemaakte beelden en een van hen zag de raketten. Dit was voldoende voor de commandant op de grond om zijn patrouille aan te passen en poolshoogte te nemen.

Op de locatie werd de SOLTG , met een Apache in de lucht, opgevangen door de aanwezigen. Aanvankelijk probeerden ze de militairen tegen te houden. Dit weerhield de Nederlanders er niet van om toch een kijkje te nemen op de door de Apache aangewezen locatie en men stuitte op de 5 raketten.



VN
Het VN-hoofdkwartier besloot tot inbeslagname van de raketten. De Coordination Group droeg uiteindelijk de raketten over aan de special forces. Die vervoerden de projectielen naar Camp Castor in Gao.

Generaal Kazura
De Nederlandse special forces en het helikopterdetachement rapporteren direct aan Force Commander generaal Kazura. Die bedankte donderdagmorgen 'zijn' Nederlandse troepen in Gao toen hij voor zijn afscheid het kamp bezocht.

(ministerie van Defensie, 4 december 2014)

donderdag 6 november 2014

Antwoord op Kamervragen over de werkomstandigheden in Mali

Antwoord van minister Hennis – Plasschaert (Defensie) (ontvangen 6 november 2014) op vragen van het lid Jasper van Dijk (SP) aan de Minister van Defensie over tekortkomingen voor militairen in Mali (ingezonden 17 oktober 2014).

1
Wat is uw oordeel over het bericht ‘Gevoelstemperatuur: 67 graden Celsius; bijna alle WC’s kapot’? 1)
2
Voelt u zich aangesproken door de uitspraak van een anonieme militair: “Ik ben nu zes keer uitgezonden geweest en dit heb ik nog nooit meegemaakt. Je wordt gewoon de woestijn ingetrapt en verder zoek je het maar uit”?

Antwoord op vragen 1 en 2:

De strekking van het artikel en de daarin aangehaalde uitspraken worden niet breed gedragen door de militairen die momenteel zijn uitgezonden naar Mali.

3
Waarom slapen de militairen bijna een jaar na aanvang van de missie nog steeds in tenten? In hoeverre is de veiligheid in het geding, vanwege het risico van raketaanvallen op het kamp?

Aangezien het Nederlandse kamp van de grond af aan moest worden gebouwd, zijn de Nederlandse militairen aanvankelijk in tenten gelegerd. Met de Kamerbrief van 28 maart 2014 (Kamerstuk 29 521 nr. 241) heb ik uw Kamer geïnformeerd dat de tenten zouden worden vervangen door beschermende containers. Eind september konden de eerste Nederlandse militairen worden gelegerd in woonchalets. Vanaf begin december kunnen, in geval van nood, alle Nederlandse militairen van het detachement worden gelegerd in beschermde onderkomens. Vanaf eind januari 2015 is er voor alle Nederlandse militairen standaard een onderkomen in deze containers. De veiligheid van het Nederlands personeel is niet in het geding, aangezien er op het kamp onderkomens (‘shelters’) zijn gebouwd waarin kan worden geschuild tijdens raketaanvallen. Nederland is overigens het enige land binnen MINUSMA dat zijn personeel in dergelijke beschermende containers onderbrengt. De dreiging van beschietingen op het Nederlandse kamp in Gao is begin oktober vanwege het lage aantal incidenten bovendien teruggebracht van significant naar matig. De huidige beschermingsmaatregelen op het kamp zijn hiermee voldoende.

4
Deelt u de mening van de voorzitter van vakbond AFMP dat de situatie in Gao “onacceptabel” is? Kunt u uw antwoord toelichten?
5
Deelt u de mening dat goede voorzieningen voor militairen nooit ondergeschikt mogen zijn aan de politieke wens om deel te nemen aan een missie? Zo ja, waarom horen we keer op keer dat uitgezonden militairen met tekortschietende voorzieningen worden geconfronteerd?

Antwoord op vragen 4 en 5:

De Nederlandse militairen werken in Mali onder moeilijke omstandigheden. Dit geldt vooral voor de militairen die zijn geplaatst in Gao, waar de afgelopen maanden de hoge temperatuur en het stof de werk- en leefomstandigheden hebben bemoeilijkt. Defensie stelt alles in het werk om de bouw van het Nederlands kamp, inclusief alle voorzieningen, zo spoedig mogelijk te voltooien. Omdat de logistieke aanvoerlijnen naar Gao lang zijn en de klimatologische omstandigheden zwaar, duurt de bouw van het Nederlands kamp langer dan aanvankelijk was voorzien. Volgens de huidige planning zal het Nederlands kamp in Gao eind april 2015 gereed zijn. Kritieke reservedelen, zoals voor het sanitair, worden versneld naar Mali vervoerd. Ook zijn er alternatieve sanitaire voorzieningen gemaakt. Het standaard VN-voedselrantsoen wordt door Nederland aangevuld tot een meer gevarieerd menu. Vanwege de warme weersomstandigheden in Mali zijn de werktijden aangepast, vooral voor het personeel dat fysieke arbeid verricht. Nieuw personeel neemt deel aan een acclimatisatieprogramma om gefaseerd te wennen aan het werken in een heet klimaat. Met deze maatregelen wordt de situatie in Gao als acceptabel gezien.  Overigens zijn Nederlandse militairen opgeleid om onder moeilijke omstandigheden te opereren.

6
Erkent u dat militairen, vanwege angst voor baanverlies, niet snel zullen klagen over de omstandigheden tegenover hun leidinggevende? Wat onderneemt u om te achterhalen hoe militairen werkelijk over de omstandigheden denken?

Nederlandse militairen zijn goed opgeleid en zijn in staat om hun werkzaamheden uit te voeren. In het missiegebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om problemen kenbaar te maken aan leidinggevenden. Ook andere kanalen staan tot hun beschikking, onder meer de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht. 

Defensie peilt daarnaast periodiek de mening van militairen en burgers over de werkomstandigheden en werkbeleving. Het betreft de monitor werkbeleving (halfjaarlijkse rapportage over de werkbeleving van militairen en burgers), het medewerkertevredenheidsonderzoek ‘ PICTURE/SCOPE’  (periodiek onderzoek naar de werkbeleving van personeel per eenheid) en moreelonderzoeken in de missiegebieden, waaronder ook Mali. In deze onderzoeken kunnen militairen open, eerlijk en anoniem hun mening over de werkomstandigheden en werkbeleving geven. Deelneming aan de onderzoeken geschiedt op vrijwillige basis. De uitkomsten van de onderzoeken worden door commandanten (en veelal ook door  medezeggenschapsraden) gebruikt om, waar mogelijk, verbeteringen aan te brengen in de werkomstandigheden en/of werkbeleving van het personeel.

7
Bent u bereid om de Inspectie Militaire Gezondheidszorg (IMG) onderzoek te laten doen naar de omstandigheden op het kamp?

Ik zie gezien het bovenstaande geen aanleiding tot een aanvraag voor een onderzoek door de IMG. De IMG kan echter ook op aanvraag van de bonden onderzoek verrichten. Indien hij zelf aanleiding ziet het kamp te bezoeken, zal hem dit uiteraard worden toegestaan. Momenteel ziet de IMG geen aanleiding het kamp op korte termijn te bezoeken.

8
Hebben de Nederlandse troepen in Mali inderdaad “niet de beste uitrusting en de voertuigen voor een gevaarlijke missie”? Hoe wordt dit probleem opgelost? Waarom staat dit niet in de laatste voortgangsrapportage over MINUSMA?

De Nederlandse militairen werken met kwalitatief goed materiaal dat toereikend is om hun werkzaamheden in Mali uit te voeren. De logistieke voorraden zijn in de afgelopen maanden verder aangevuld. Deze aanvoer neemt enige tijd in beslag omdat veel zaken over zee moeten worden aangevoerd. 

1) NRC, 15 oktober 2014

(Tweede Kamer, 6 november 2014)

maandag 13 oktober 2014

Defensie voorbereid op ebola-gevallen in Mali

(...)

Sinds begin dit jaar is in West-Afrika een ebola-epidemie uitgebroken. Het aantal besmettingen neemt nog steeds toe. Er zijn tot nu toe geen ebola-patiënten in Mali gerapporteerd. De medische staf van MINUSMA heeft vanaf het begin van de ebola-crisis maatregelen afgekondigd om risico’s van besmetting tegen te gaan. Er wordt zorgvuldig gemonitord en de reisbewegingen van en naar het risicogebied zijn beperkt. Tweewekelijks worden er bewustzijnsbijeenkomsten georganiseerd en er is een isolatie/behandelings-unit opgezet op het terrein van het nationale centrum van ziektebestrijding. Daarnaast zijn meerdere cordons sanitaires actief, waar reizigers worden gecontroleerd: onder andere op de luchthaven van Bamako, in de belangrijkste busstations in Bamako en aan de grens met Guinee.

Nederland heeft een noodplan opgesteld waarin maatregelen voor de verschillende scenario’s zijn uitgewerkt. Defensie ziet erop toe dat het Nederlandse noodplan in overeenstemming blijft met de voortschrijdende ontwikkelingen in zowel Mali als Nederland. De Nederlandse Senior Medical Officer volgt in Mali de lokale situatie en de contingency plannen van de VN. In Nederland bewaakt het Coördinatiecentrum Expertise Arbeidsomstandigheden & Gezondheid (CEAG) de verdere ontwikkeling van de ebola epidemie en de afstemming op nationale maatregelen. Het CEAG maakt wekelijks een factsheet waarin de ontwikkeling van de ebola-epidemie op de voet wordt gevolgd en waarin de Nederlandse adviezen over preventieve maatregelen worden benoemd. Deze factsheet is ook in het inzetgebied beschikbaar. CEAG is namens Defensie voorts nauw betrokken bij de landelijke coördinatie aangaande ebolaprotocollen onder leiding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Hier worden zowel de mogelijkheden tot repatriëring van mogelijk met ebola besmette Nederlandse (militaire) patiënten besproken als de behandelprotocollen in Nederland.

Om het thuisfront van militairen te informeren is een informatiebrief opgesteld waarin uitgebreid wordt ingegaan op ebola. Tijdens thuisfront informatiedagen wordt hier ook aandacht aan besteed.

(passage uit Kamerbrief over de missie in Mali d.d. 13 oktober 2014)

maandag 2 juni 2014

Mali: Nederlandse eenheden overgedragen aan MINUSMA

De Nederlandse eenheden in Mali vallen sinds vandaag officieel onder de VN-missie MINUSMA. Met de zogenoemde Transfer of Authority is de missie voor de ongeveer 400 Nederlandse militairen echt begonnen.

MINUSMA
De Verenigde Naties (VN) proberen de veiligheid en stabiliteit in Mali te herstellen. Dit gebeurt met de Multidimensional Integrated Stabilisation Mission in Mali (MINUSMA). Nederland levert sinds april 2014 een belangrijke bijdrage aan deze VN-missie. Het gaat om zo’n 370 man en 4 Apache-gevechtshelikopters. Vanaf oktober komen daar nog 3 Chinook-transporthelikopters bij en circa 70 man. Halverwege 2015 besluit de regering of ze de missie verlengt.

Nederlandse bijdrage in Mali
Speciale eenheden vormen de operationele kern op de grond. Zij gaan vooral verkenningen uitvoeren en inlichtingen verzamelen. Die informatie gebruikt de commandant van de VN-missie om operaties voor te bereiden. De Nederlanders vormen daarmee de ‘oren en ogen’ binnen de VN-missie. Daarnaast helpt een dertigtal politiefunctionarissen en een aantal civiele deskundigen de Malinese politie en rechtsstaat te verbeteren. De eenheden werken vanuit het sectorhoofdkwartier in Gao. Enkele stafofficieren hebben hun werkplek op het Minusma-hoofdkwartier in de hoofdstad Bamako.

Helikopters
Defensie levert 4 Apache-gevechtshelikopters, waarover commandant Minusma generaal-majoor Jean Bosco Kazura zeggenschap heeft. De toestellen voeren verkenningen uit en escorteren eenheden. Ook kunnen ze dreigend optreden (show of force) of vuursteun leveren. Verder verzamelen de Apaches inlichtingen met hun sensoren. Later dit jaar arriveren ook 3 Chinook-transporthelikopters, vooral bestemd voor medische evacuaties. Tot die tijd opereren de eenheden alleen op grotere afstand van Gao als de Franse operatie Serval de medische evacuatie garandeert.

(ministerie van Defensie, 2 juni 2014)

dinsdag 13 mei 2014

Mali: Nederlandse bijdrage aan MINUSMA

(Passage uit Kamerbrief d.d. 12 mei 2014)

Nederlandse bijdrage aan MINUSMA
Deze paragraaf gaat in op de ontwikkelingen die betrekking hebben op de Nederlandse militaire, politie- en civiele inzet in MINUSMA.

Conform planning hebben tot half april 2014 ongeveer 190 militairen de komst van de Nederlandse bijdrage voorbereid. De hoofdmacht wordt vanaf 14 april gefaseerd naar Mali gebracht. Eind mei zullen de Nederlandse eenheden gereed zijn voor inzet. Vanaf 1 oktober, wanneer ook de transporthelikopters volledig inzetbaar zijn, zullen er ongeveer 450 Nederlandse militairen in MINUSMA zijn (brief over transporthelikopters voor MINUSMA, kenmerk BS2014007212 van 28 maart 2014).

Bescherming Nederlands personeel
Mede gezien de veiligheidssituatie is de bescherming van het Nederlandse personeel verbeterd, vooral door de vervanging van legeringstenten door scherfwerende containers. Daarnaast heeft het kabinet eind maart besloten transporthelikopters met zelfbeschermingsmaatregelen toe te voegen aan de Nederlandse bijdragen. U bent hierover geïnformeerd in de hierboven genoemde brief over transporthelikopters voor MINUSMA.

Commandovoering
Nederland levert vanaf 1 mei de deputy chief of staff operatiìons (DCOS OPS) van MINUSMA en heeft daarmee directe invloed op de militaire operaties. De Nederlandse DCOS OPS is ook de red card holder namens de Commandant der Strijdkrachten.

Transport Nederlands materieel
Het transport van het Nederlandse materieel naar Mali loopt na initiële vertraging nu volgens schema. Het grote materieel is ingevlogen en de eerste vluchten met personeel om de hoofdmacht in te brengen zijn ook uitgevoerd. Alleen de aankomst in Nederland van een transportschip voor materieel liep vertraging op. Dit schip is uiteindelijk in de nacht van 17 op 18 maart jl. uit de Eemshaven vertrokken en op 1 april jl. aangekomen in Ivoorkust. Vanuit de haven van Abidjan is het Nederlandse materieel door een transporteur over de weg vervoerd naar Gao. Het materieel is inmiddels gereed voor inzet.

Opbouw kamp Castor
In januari is het Deployment Element gestart met de bouw van het Nederlandse kamp Castor in Gao. Deze eenheid bestaat uit genisten, ICT-technici, een eenheid ten behoeve van Force Protection en een stafelement. Vanaf de eerste week van mei was de aanwezigheid van het Deployment Element, met uitzondering van de genie en Force Protection, niet langer noodzakelijk en is het personeel naar Nederland teruggebracht. Nog niet voltooide taken zijn overgenomen door het Joint Support Detachement.

Grondverzetmaterieel wordt in Bamako lokaal gehuurd en naar Gao vervoerd. Een deel van het kamp is ingericht als tijdelijk woon- en werkverblijf om zo de rotatie van de eenheden te bespoedigen. De eerste operationele eenheden zijn hier vanaf 15 april jl. aangekomen en gelegerd. Veel werkzaamheden zijn afhankelijk van de ontwikkeling van het gehele VN-kamp in Gao, waarvoor de werkzaamheden nog moeten beginnen. Mede hierdoor zijn zaken zoals Force Protection nog niet volledig door de VN ingericht en moet Nederland hier gedeeltelijk zelf in voorzien. 

Verwacht wordt dat kamp Castor eind augustus gereed is, met uitzondering van het platform voor de transporthelikopters. De werkzaamheden hiervoor zijn naar verwachting in september gereed, zodat de transporthelikopters vanaf 1 oktober 2014 kunnen worden ingezet.

Personele aspecten

Medische voorzieningen
Vanaf  februari 2014 is een Nederlandse arts aanwezig in Gao. Deze wordt volledig ondersteund door de Franse Role 1 (basiszorg) om spreekuur te kunnen houden. De traumazorg op de locatie Gao wordt verzorgd door operatie Serval. Naar verwachting zal midden mei al het benodigde materieel en personeel voor een complete Nederlandse Role 1 in Gao aanwezig zijn. Voor de tweedelijns zorg wordt
gebruikgemaakt van de Franse Role 2 van operatie Serval. Het Chinese VN- hospitaal (Role 2) zal voorlopig in Gao worden ondergebracht nabij het regionale hoofdkantoor van MINUSMA. Zodra dit hospitaal gereed is, wordt een assessment uitgevoerd en wisselt Nederland in beginsel van het Franse naar het Chinese hospitaal. Tot die tijd maakt Nederland gebruik van de Franse Role 2.

De Nederlandse militairen in Bamako maken gebruik van lokale VN-faciliteiten. Voor eerstelijns zorg kunnen zij terecht bij de arts op het hoofdkwartier van MINUSMA. Voor alle overige zaken wordt gebruik gemaakt van het lokale ziekenhuis.

Ebola
Eind maart is in Guinee een ebola-epidemie uitgebroken die zich heeft uitgebreid naar meer landen in West-Afrika. In de eerste week van april zijn drie mogelijke gevallen van ebola in Mali geconstateerd. Dit aantal is later opgelopen tot tien. Inmiddels is vastgesteld dat in geen van de tien verdachte gevallen sprake was van ebola. Defensie volgt de ontwikkelingen nauwlettend. De VN heeft preventieve maatregelen afgekondigd.

Zorg en nazorg
In het gebied is de zorg voor militairen gewaarborgd door de inzet van een Sociaal Medisch Team dat ten minste bestaat uit een psycholoog, een bedrijfsmaatschappelijk werker, een geestelijk verzorger en een personeelsfunctionaris. Tijdens de eerste rotatie zal de samenstelling van het team worden geëvalueerd.

In het gebied is de zorg voor militairen gewaarborgd door de inzet van een Sociaal Medisch Team dat ten minste bestaat uit een psycholoog, een bedrijfsmaatschappelijk werker, een geestelijk verzorger en een personeelsfunctionaris. Tijdens de eerste rotatie zal de samenstelling van het team worden geëvalueerd.

De nazorg begint met een adaptatieprogramma op een locatie buiten het missiegebied. Tijdens dit programma worden groepsgewijze debriefings gehouden. Waar nodig of op verzoek wordt ook op individuele basis met medewerkers gesproken. Bij terugkomst in Nederland wordt na ongeveer twaalf weken een individueel terugkeergesprek gehouden. Na ongeveer zes maanden na terugkomst vullen de militairen een vragenlijst in die zal worden geëvalueerd.

Mochten individuele militairen niet aan de groepsgewijze adaptatie kunnen meedoen, dan volgen zij een individueel programma bij de dienst Militaire Geestelijke Gezondheidszorg. Individuele begeleidingstrajecten worden aangeboden waar dat nodig wordt geacht. Die noodzaak kan tijdens de inzet blijken maar ook achteraf, tijdens het algemene nazorgtraject.

Individuele politiefunctionarissen (KMar, Nationale Politie)
Nederland heeft in de VN-missie ongeveer dertig politiefuncties geïdentificeerd voor thema’s die Nederland van belang acht, te weten ontwikkeling van politietraining, community policing, toegang tot het recht, samenwerking politie-justitie, grensbewaking en gender.

Ongeveer een derde van de beoogde functies is nu gevuld. Het gaat onder andere om functies in de Development Pillar in Bamako en om trainersfuncties in Gao. Deze Nederlandse Individual Police Officers (IPO’s) zijn onlangs in Mali aangekomen en volgen momenteel een introductietraining. Een klein aantal is al aan het werk. De tewerkstelling van de kandidaten in de overige functies is afhankelijk van het moment van behoefte aan nieuwe kandidaten in Mali en het selectieproces van de VN in New York. De meeste kandidaten zijn inmiddels opgeleid voor de uitzending.

Civiele deskundigen 
Nederland heeft MINUSMA civiele deskundigen aangeboden op de terreinen civil affairs (verzoening en dialoog), bescherming van burgers, hervorming van de veiligheidssector, gender en rechtsstaatontwikkeling. De VN heeft concrete belangstelling getoond voor de kandidaten op de drie laatstgenoemde terreinen. Over de plaatsing van kandidaten onderhoudt Nederland nauw contact met de VN.

Samenwerking met de VN 
De VN voorziet Nederland van logistieke steun. De afspraken hierover worden vastgelegd in een Memorandum of Understanding. Verder overleg, bijvoorbeeld over de bouw van het VN-kamp, gebeurt lokaal. De VN werkt veel met lokale aannemers. De VN is tot dusver nog niet in staat om alle toegezegde steun tijdig te leveren. Zo was het zeetransport van Nederlands materieel vertraagd, maar de VN heeft zich actief ingezet om die vertraging te beperken. Uiteindelijk bleef de vertraging beperkt tot twaalf dagen. De samenwerking met de VN is inmiddels verbeterd. De onderhandelingen over de vergoedingen zijn nog gaande.

Samenwerking met Frankrijk (Operatie Serval) 
Nederland heeft grote waardering voor de logistieke steun die Frankrijk tot nu toe heeft geboden. Zo was de eerste ontplooiing van het geniedetachement en van de ontplooiingseenheid niet mogelijk geweest zonder de Franse steun op het gebied van legering, verzorging en ondersteuning. Operatie Serval verzorgt momenteel de legering voor ongeveer 130 militairen. De bedoeling is dat het geniedetachement daar gedurende de opbouw van het Nederlandse kamp gelegerd blijft. De samenwerking met Serval in Gao verloopt erg goed.

Samenwerking met andere landen binnen MINUSMA 
Denemarken, Nederland en Noorwegen hebben gezamenlijk een plan uitgewerkt voor de inlichtingenketen van MINUSMA. Dat plan heeft geresulteerd in de opzet van een internationaal hoofdkwartier voor de All Sources Information Fusion Unit (ASIFU). Noorwegen heeft besloten de infrastructuur voor het kamp te bouwen, terwijl Nederland de CIS-systemen en het benodigde netwerk levert. Het hoofdkwartier is volgens planning eind mei operationeel. Momenteel is voorzien dat de volgende landen posities binnen dit hoofdkwartier zullen vullen: Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Noorwegen, Zweden en Zwitserland. Andere landen hebben al interesse in deelneming getoond en gaan in de nabije toekomst mogelijk ook deel uitmaken van dit hoofdkwartier. Naast de internationale samenwerking in het ASIFU-hoofdkwartier, maken twee Deense militairen deel uit van de Nederlandse Intell Compagnie te Gao. China levert al een deel van de Force Protection voor de Nederlandse troepen.

Samenwerking met EUTM Mali 
Nederland levert een onderofficier aan EUTM Mali, de militaire trainingsmissie van de EU ter versterking van het Malinese leger. Deze militair is werkzaam bij het Belgische Force Protection element. Inmiddels zijn vier Malinese bataljons succesvol door EUTM Mali getraind. De EU heeft het mandaat van de missie onlangs met twee jaar verlengd tot 18 mei 2016. Tussen MINUSMA en EUTM Mali zijn liaison-officieren uitgewisseld, zodat beide missies van elkaars activiteiten op de hoogte zijn. Ook stuurt MINUSMA waarnemers naar de eindoefening van  eenheden die door EUTM Mali worden opgeleid.

UNMAS 
Sinds 3 februari jl. levert Nederland een officier aan de United Nations Mine Action  Service (UNMAS). UNMAS helpt MINUSMA om Mali te ontdoen van Explosive  Remnants of War en om wapenopslagplaatsen te vernietigen. UNMAS verzorgt  daarnaast predeployment trainingen over de gevaren van Improvised Explosive  Devices voor alle MINUSMA-eenheden.

(Voor meer informatie, zie de volledige Kamerbrief)

dinsdag 6 mei 2014

Apaches vertrekken naar Mali

Woensdag 7 mei vertrekken vanaf het Defensie Helikopter Commando (vliegbasis Gilze Rijen) twee Apache AH-64D gevechtshelikopters per Antonov 124 naar Mali.

De Antonov 124 is een van de grootste transporttoestellen en uitermate geschikt voor groot transport zoals helikopters. Later deze week volgt nog een vlucht met 2 Apache AH-64D gevechtshelikopters. In de hoofdstad van Mali, Bamako, worden de 4 Apaches weer in elkaar gezet en vliegen ze vervolgens door naar Gao, hun thuisbasis in Mali.

Apache wordt in Antonov-124 geladen voor transport naar Afghanistan

Op verzoek van de Verenigde Naties zet Nederland ruim 450 man in voor de Multidimensional Integrated Stabilisation Mission (MINUSMA). De operatie moet de veiligheid en stabiliteit in het land herstellen en de burgerbevolking beschermen. De Nederlandse militairen gaan in Mali vooral verkenningen uitvoeren en inlichtingen verzamelen.

De wendbare Apache AH-64D gevechtshelikopter is voor een groot aantal taken inzetbaar. Deze helikopter beschikt over geavanceerde waarnemings- en navigatieapparatuur, waardoor hij uitermate geschikt is voor het uitvoeren van verkenningstaken. De gevarieerde bewapening biedt bescherming aan grondstrijdkrachten of transporthelikopters. Deze taken kan de Apache dag en nacht en bij slecht weer uitvoeren.

(ministerie van Defensie, 6 mei 2014)

maandag 14 april 2014

Eerste lichting militairen vertrokken naar Mali

Vanaf luchthaven Schiphol zijn op maandag 14 april ruim 70 militairen vertrokken naar Mali om deel te nemen aan de UN Multidimensional Integrated Stabilisation Mission in Mali (MINUSMA). Het zijn de eerste militairen van de hoofdmacht die zich in Mali bezig gaan houden met het verzamelen, interpreteren, verwerken en beschikbaar stellen van inlichtingen voor de militaire component van de VN-missie.

De komende weken vertrekken nog ruim 300 militairen naar Mali. Onder hen leden van het Korps Commando Troepen, leden van het Apache-detachement en inlichtingenpersoneel van het Joint Intelligence Surveillance Target Acquisition Reconnaissance Command (JISTARC).

De afgelopen maanden is hard gewerkt aan de bouw van het kamp. Het materieel stroomt op dit moment binnen. De Nederlandse bijdrage wordt in beginsel geleverd tot eind 2015. Eind maart is besloten nog 3 Chinook transporthelikopters te sturen naar Gao. Naar verwachting zijn de Chinooks in oktober volledig inzetbaar.

(ministerie van Defensie, 14 april 2014)

Toevoeging: volgens Defensie bestaat deze eerste groep uit militairen van ondersteunende eenheden. De hoofdmacht (300 man) vertrekt volgende week. Dan gaat het dus o.a. om commando's, inlichtingenmensen etc.

dinsdag 1 april 2014

Materieel voor de missie in Mali aangekomen in Ivoorkust

Het materieel voor de Nederlandse MINUSMA-militairen is vanmorgen gearriveerd in de haven van Abijan in Ivoorkust. Van daaruit gaan de 140 voertuigen en 230 containers via de weg naar de Malinese hoofdstad Bamako en naar Gao.

Aanvoer
Het wordt een drukke tijd voor het Reception, Staging & Onward Movement-detachement (RSOM) in Gao, omdat het alle materiaal en materieel in ontvangst neemt, telt, opslaat en verstrekt. De afgelopen week zijn al 35 containers over de weg aangevoerd, landden 3 vliegtuigen met materiaal en zijn nog eens 40 containers en 28 voertuigen onderweg naar Gao. Het gaat voornamelijk om onderdelen en uitrusting voor de basisbehoeften in het kamp.

Politietrainers
Gisteren vertrokken 11 politietrainers naar Bamako. Het gaat om 8 marechaussee- en 3 politie-instructeurs. Ze volgen in de Malinese hoofdstad eerst een introductieprogramma en gaan daarna naar de hen toegewezen locatie om de Malinese politie te trainen.

Kamp Castor
In de verzengende hitte van Gao bouwen de genisten nog altijd druk aan Kamp Castor. Voordat de zandstormen beginnen en de temperaturen die bij de Malinese zomer horen extreme hoogten bereiken, moet het kamp gereed zijn voor de ontvangst van de hoofdmacht.

Half april arriveren militairen van onder andere het Joint Support Detachement en de Joint Special Operations Task Group. Ook staat dan het volgende geniedetachement klaar om het tijdelijke kamp van 62 tenten te veranderen in een semi-permanent kamp van prefabcontainers.

Infrastructuur
Momenteel wordt op Kamp Castor nog steeds gewerkt aan de infrastructuur." Het zand hier heeft zo'n structuur dat je er in de bouw niets aan hebt", vertelt commandant geniedetachement, majoor Jasper Cremers. "Daarom graven we het af en voorzien we de ondergrond van een laag lateriet. Dat is een oerlaag van rode grond die, na bewerking, hard wordt en als ondergrond kan dienen voor het kamp". Met het lateriet legde de genie de wegen aan en bouwplaten voor de tenten. Ook werkt de genie nog aan de opbouw en aansluiting van de sanitaire voorzieningen.

Een gedeelte van het kamp wordt door plaatselijke bedrijven gebouwd. Een Malinese firma stortte het beton op de locaties waar het lateriet niet sterk genoeg is, zoals de plaat waar de helikopters worden onderhouden en gestationeerd. Een ander bedrijf bouwt de klasse 1-voorziening, richt die in en verzorgt straks voor de 450 Nederlandse militairen de maaltijden.

(ministerie van Defensie, 1 april 2014)

Zie ook: http://www.defensie.nl/onderwerpen/mali

donderdag 6 maart 2014

Special Forces Mali krijgen toch gevechtskleding van Defender M

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
6 maart 2014
Aanvullende informatie over gevechtskleding voor Mali

Op 13 januari jl. heeft de Kamer mijn antwoorden ontvangen op de schriftelijke vragen van de leden Segers en Voordewind (beiden Christen Unie) en van het lid Vuijk (VVD) over de gevechtskleding voor de missie naar Mali (Aanhangsel van de Handelingen, vergaderjaar 2013-2014, nr. 914). Graag stuur ik u in aanvulling op die antwoorden nieuwe informatie over de uitrusting van de Nederlandse speciale eenheden in die missie.

In de antwoorden op bovengenoemde vragen schrijf ik dat voor de missie naar Mali geen nieuwe gevechtskleding is aangeschaft. Bij de speciale eenheden bestaat echter de behoefte om, net als destijds in Afghanistan, een aangepast kledingpakket te gebruiken. Het betreft een zogenaamd multicam uniform, dat speciaal is gemaakt voor optreden onder extremere omstandigheden. Gezien de verwachte terrein- en weersomstandigheden en de uit te voeren taak waarbij langdurig meerdaags optreden onder extreme omstandigheden te verwachten is, past het aangepaste kledingpakket goed bij het beoogde optreden van de speciale eenheden.

Van deze kleding heeft Defensie voor inzet in Afghanistan een kleine hoeveelheid aangeschaft, waarvan geen bruikbare voorraad meer resteert. Daarom zijn voorbereidingen getroffen voor de verwerving van nieuwe kleding. Ik acht het van belang u hierover te informeren omdat Defensie nu wel kleding ontvangt die is gemaakt van de stof Defender M.

Omdat voor deze kledingbehoefte geen raamcontract bestond, moest het  KPU-bedrijf de nieuwe gevechtskleding aanbesteden. Daarvoor heeft het KPU-bedrijf een korte marktverkenning gedaan. Voorafgaand aan de marktverkenning is binnen Defensie overleg gevoerd over de eisen waaraan deze kleding moest voldoen. Daarbij is gebruik gemaakt van een concept behoeftestelling voor gevechtskleding voor speciale eenheden waarin hogere eisen worden gesteld, onder andere aan vlamwerendheid, insectenwerendheid en draagbaarheid. Hoewel deze behoeftestelling nog niet is vastgesteld door de Commandant der Strijdkrachten, zijn deze eisen dus wel het uitgangspunt geweest bij de aanschaf waarover we nu spreken.

Uit de marktverkenning van het KPU-bedrijf bleek dat twee leveranciers de kleding binnen de gevraagde termijn konden leveren. Beide leveranciers konden verschillende stoffen leveren. Alleen van de stof Defender M van de firma Ten Cate waren certificaten beschikbaar die aantoonden dat aan de eisen wordt voldaan. Met het oog op de start van de missie in Mali ontbrak de tijd voor nader onderzoek naar de overige stoffen.

Momenteel wordt kleding aangeschaft voor enkele rotaties speciale eenheden. Zodra dat nodig is zal de voorraad worden aangevuld. Besloten is de kleding tijdens de missie in Mali in het kader van Concept Development & Experimentation (CD&E) te evalueren. De uitkomsten daarvan worden meegenomen in de behoeftestelling voor het project Defensie Operationeel Kledingsysteem (DOKS), waarin Defensie de vervanging van alle gevechtskleding voorbereidt.

DE MINISTER VAN DEFENSIE

J.A. Hennis-Plasschaert

(Tweede Kamer, 6 maart 2014)

dinsdag 18 februari 2014

Materieel missie Mali naar Eemshaven

Voertuigen bestemd voor de Nederlandse militairen die in Mali op missie gaan, vertrekken op woensdag 19 februari vanuit Gilze Rijen en Rucphen naar de Groningse Eemshaven. De witte jeeps, trucks, pantserwagens en brandweerauto met UN-aanduiding bieden tijdens de reis naar het noorden een opvallende aanblik. Vanuit de Eemshaven vertrekken de voertuigen aanstaande week per schip naar Ivoorkust of Senegal. Vanaf daar gaat de reis over de weg verder naar Mali.

Vanuit Rucphen vertrekken morgen vanaf 08.00 uur zeven diepladers met viertonners en pantserwagens van de types Fennek en Bushmaster naar de Eemshaven. Twee uur later starten eveneens de colonnes vanuit Gilze-Rijen, met in totaal 28 voertuigen en zeven aanhangers. Tussen 12.00 en 14.00 uur worden de zware transporten verwacht in het hoge noorden.

Komende week gaan de transportmiddelen aan boord van een groot transportschip voor een reis van twee à drie weken naar Afrika. Na aankomst en ontladen in Abidjan of Dakar (nu nog niet bekend) wacht nog een reis over land van enkele weken naar de eindbestemming: het Nederlandse kamp in Gao, Mali. Medio april moet het rollend materieel in ieder geval Gao hebben bereikt.

Het kabinet besloot op 1 november 2013 om op verzoek van de VN een bijdrage te leveren aan de Multidimensional Integrated Stabilisation Mission (MINUSMA) in Mali. De VN-missie moet de veiligheid en stabiliteit in Mali herstellen. Nederland zet ongeveer 380 mensen per rotatie in voor MINUSMA. Het gaat met name om inlichtingenpersoneel, special forces en (onderhouds)personeel behorend bij vier Apache-gevechtshelikopters. De inzet is voorlopig gepland tot eind 2015.

(ministerie van Defensie, 18 februari 2014)

zaterdag 15 februari 2014

Mali: kaart van zone Oost van MINUSMA





Uit de kaart blijkt dat er in in de stad Gao (Sector Oost van MINUSMA) troepen uit China, Frankrijk, Guinee, Ivoorkust en Senegal zijn gelegerd. Het Nederlandse troepencontingent zal in april compleet zijn. 



(Illustratie: Mali: Zones de présence des contingents (Février 2014), OCHA

vrijdag 31 januari 2014

Bouw kamp Mali "vol uitdagingen"

Sergeant-1 Luuk Janssen doet een grote stap opzij zodat hij in de schaduw van de graafmachine staat. De felle zon brandt genadeloos in op de dorre vlakte, elk momentje schaduw is meegenomen. “Hier moet het gebeuren”, gebaart Janssen om zich heen. “Op deze 450.000 m² savanne moet kamp Castor (werknaam, red.) komen.”

Legering, werkgebieden, een klein vliegveld voor de Nederlandse Apaches, wegen, verbindingen en elektra; het moet allemaal uit de grond gestampt worden de komende weken. Voordat de 400-koppige Nederlandse hoofdmacht van MINUSMA omstreeks april aankomt, moet het af zijn.

Foto: Defensie

Gracht en prikkeldraad
Maar zover is het nog lang niet, al is het begin inmiddels gemaakt. “We zijn nu bezig met de buitenperimeter van het kamp”, vertelt Janssen. Achter hem trekt de graafmachine langzaam een diepe sleuf in de rode aarde. “Deze gracht vormt straks de buitenring. Daarachter komen nog drie rijen prikkeldraad en een aarden wal met hekken.”

Hoewel de beveiliging van de bouwlocatie logischerwijze prioriteit heeft, is de dreiging in het gebied laag. Janssen: “De bevolking staat positief tegenover onze aanwezigheid en Malinese troepen beveiligen het buitengebied. We voelen ons veilig.”

47 graden
Grotere uitdaging dan de veiligheid zijn de omstandigheden in het gebied. Met temperaturen tot 47 graden en veel fijn stof hebben mens en materiaal het zwaar te verduren. Ook de zachte ondergrond werkt niet mee. “Je merkt tijdens het graven dat hier nooit eerder een schep de grond in is geweest”, licht Janssen toe. “Zware voertuigen zakken vlug weg en het uitgegraven zand is zo fijn dat het niet voor bouwen kan worden gebruikt.”

Stevigere ondergrond moet dan ook van elders worden aangevoerd en ook machines en bouwmateriaal moeten grotendeels lokaal verworven worden. “De logistiek is hier het grootste probleem”, legt majoor Jasper Kremers, commandant van de in het gebied aanwezige genisten, uit. “Mali is ver weg van Nederland, en ook binnen Mali is Gao afgelegen.” Janssen voegt toe: “Dit is Afrika. Alles draait hier om improviseren.”

En improviseren moeten ze. Tot dusver beschikken de genisten pas over vier bouwmachines en drie trucks. Het overige materiaal kan ieder moment aankomen. “Ik heb een goed team en volgende week krijgen we versterking vanuit Nederland. Dan is het wachten op het zware materieel dat we nodig hebben om het terrein bouwrijp te maken”, aldus Janssen. “Verder passen we ons werk en schema aan waar we kunnen.”

Flinke kluif
De militairen perfectioneren ook hun tijdelijke, op het Franse kamp gelegen, onderkomen. De 28 tenten krijgen vloeren, elektra en airco. Bovendien worden er verbindingen aangelegd en is er grind op de paden gestort. Janssen: “De extra handjes die volgende week aankomen, kunnen we goed gebruiken. Er moet nog genoeg gebeuren. Over twee maanden herken je het hier niet meer.”

Achtergrond
Vanaf april draait Nederland mee in de Multidimensional Integrated Stabilisation Mission in Mali (MINUSMA). Deze missie, waaraan de Nederlanders op verzoek van de VN meedoen, moet de veiligheid en stabiliteit in Mali herstellen en de burgerbevolking beschermen. Nederland zal vooral een rol spelen in het vergaren, verwerken en analyseren van inlichtingen in het gebied. De kwartiermakers die momenteel in het gebied zijn, moeten de komst van de hoofdmacht voorbereiden.

(Defensiekrant, 30 januari 2014)

vrijdag 10 januari 2014

Ban Ki-moon: veiligheidssituatie in noord-Mali verslechterd

(...)

Security situation 

14. The reporting period was characterized by a marked deterioration in the security situation in the north. A number of attacks using improvised explosive devices revealed that terrorist and other groups had reorganized themselves and regained some ability to operate. Kidal saw renewed flare-ups of tension, and intercommunal clashes were reported in the Gao and Timbuktu regions.

15. The Movement for Unity and Jihad in West Africa claimed responsibility for several incidents in Gao. On 7 October, seven rockets were launched on the city of Gao, critically wounding one Malian soldier. The same day, a bridge located 45 km south-east of Ansongo was partially damaged by an improvised explosive device. On 30 October, two additional rockets were launched on Gao city. On 15 November, at least one rocket was launched in Ménaka. On 21 November, three additional rockets were launched at Gao city. These rocket attacks did not result in any casualties.

16. On 8 November, two armed elements were arrested in Ti-n-Anzarargane (Gao region) during a coordinated patrol by the Malian armed forces, MINUSMA and Operation Serval. An exchange of fire between MNLA members and a detachment of the Malian armed forces resulted in the death of three MNLA combatants and the injury of at least one other.

17. Intercommunal tensions continue to be a source of concern. On 19 October, nine individuals of Arab origin were kidnapped by Tuaregs in Tabankort (Gao region). In a related development on 25 October, a Tuareg man was abducted by Arab men between Tarkint and Hersan in the area of Bourem (Gao region). On 31 October, in Timbuktu region, nine Arabs were killed by members of the Tuareg community in Tilemsi, on the border with Mauritania, in what appears to be a series of retaliatory attacks between the two groups.

18. On 23 October, four individuals drove and detonated a vehicle-borne improvised explosive device into a MINUSMA checkpoint in Tessalit. Seven people were killed, including four adult civilians, a six-year-old boy and two MINUSMA peacekeepers. Al-Qaida in the Islamic Maghreb claimed responsibility for the attack. On 4 November, four civilians were killed and seven injured by a command-wire improvised explosive device on the road between Ménaka and Ansongo. On 13 November, a Malian army vehicle escorting two foreign journalists was targeted by an explosive formed penetrator device near Almoustarat in Gao region. A Malian soldier was injured. On 20 November, a Serval vehicle was targeted by what was apparently a radio-controlled improvised explosive device in Kidal, causing injuries to three French soldiers. On 30 November, a suicide bomber activated a person-borne improvised explosive device near Ménaka, killing himself but causing no other casualties. On 14 December, a vehicle-borne improvised explosive device was detonated in Kidal, killing two MINUSMA Senegalese soldiers and injuring seven other peacekeepers and four Malian soldiers. In the wake of that attack, amid rumours that two vehicles laden with explosives remained in the city ready to detonate, on 16 December MINUSMA peacekeepers guarding the Kidal Governorate fired at a vehicle approaching their position at high speed when the driver ignored an order to stop. In two other instances during the same day, MINUSMA troops fired at motorcyclists who had driven close to their vehicles and wounded a rider. The following day, Kidal shopkeepers demonstrated to protest those incidents. On 21 December, an improvised explosive device hit a MINUSMA logistics convoy on the road between Gao and Anefis, injuring a peacekeeper.

19. On 1 November, violent demonstrations took place in Gao and Ménaka. In Gao, hundreds of demonstrators staged a protest over a disputed passenger list provided by the Government to MINUSMA for air transportation of delegates to the national conference on the north, in Bamako. They demonstrated outside the Governorate, the mayor’s residence and United Nations accommodations, throwing stones and burning tires. Barricades blocked all the main roads. The situation returned to normal the following day after 46 additional regional delegates were flown to Bamako with the support of MINUSMA. Demonstrations also occurred in Ménaka, where the demonstrators’ anger was directed at the local government owing to frustration over the lack of basic services, including the provision of water and electricity, an ill-functioning justice system, insecurity and the worsening economic conditions.

20. The deterioration of the security situation was particularly acute in Kidal. In addition to asymmetric attacks, on 2 November, two French journalists were abducted and killed in the city of Kidal. Al-Qaida in the Islamic Maghreb claimed responsibility for the kidnapping and the killings. On 3 November, in Tassik, 43 km south-south-east of Kidal, two soldiers of the Malian armed forces assaulted three emissaries sent by a traditional leader of Kidal to settle an internal dispute.

21. On 28 November, the Prime Minister and a delegation of government officials intended to visit Kidal to install officially the Governor in the Governorate building that had recently been vacated by MNLA. As previously agreed with the Governor of Kidal, the Malian armed forces, Serval and a MINUSMA formed police unit deployed around the airstrip. Approximately 100 civilians gathered at the airstrip to demonstrate against the visit. Demonstrators threw stones at the Malian army personnel, who fired their weapons, injuring four demonstrators. The Prime Minister called off his visit. Although Serval and MINUSMA ensured that the civilians who were wounded in the incident received prompt medical attention, one of the women died, on 5 December, in Bamako. On 16 December, five rockets or mortars exploded in the vicinity of the joint Serval-MINUSMA camp.

22. Operation Serval intervened four times in support of MINUSMA in situations of imminent and serious threat. At Tessalit, on 23 October, following the asymmetric attack against MINUSMA, Serval provided immediate support through the medical evacuation of six wounded peacekeepers and the defusing of residual explosive devices. Serval also helped with the response to attacks on MINUSMA in Ménaka on three occasions in November. Two incidents involved attempts by armed groups to gain access to MINUSMA premises, and a third was in response to an attack on MINUSMA in Ti-n-Anzarargane.

B. Disarmament, demobilization and reintegration 

23. The preliminary agreement provides, inter alia, for the cantonment of armed groups as a first step, pending a broader disarmament, demobilization and reintegration process in the context of a comprehensive peace settlement. The current cantonment process serves as an interim stabilization measure, but important challenges persist. MNLA and HCUA, which claim to comprise between 7,000 and 10,000 members in total, have submitted to the Mixed Technical Commission on  Security a list of 9,088 combatants for Kidal region alone. However, only 1,847 of  those combatants have been listed for cantonment. An even smaller number is actually cantoned in three sites in Kidal region. Armed groups point to the  prevailing insecurity in the north as a key factor preventing the cantonment of more combatants.

24. MINUSMA supports the cantonment process at the strategic and technical levels. In addition to providing logistical support, food and water to MNLA and HCUA combatants in the three existing cantonment sites, MINUSMA is helping the Government to design a cantonment strategy in order to better define the scope of the process and eventual transition towards the necessary disarmament, demobilization and reintegration. The Mission is also identifying sources of funding to enhance logistical support to the existing cantonment sites as well as the possible establishment of eight additional sites, including for combatants of the Mouvement arabe de l’Azawad and Coordination des mouvements et forces patriotiques de résistance. In addition to material and technical support, MINUSMA is also advocating for the implementation of community-based initiatives to accompany the process and sustain a peaceful environment in the communities adjacent to cantonment sites.

(...)

(Source/bron: Report of the Secretary-General on the situation in Mali, United Nations Security Council, 2 January 2014)

Zie ook: Nederlandse missie in Mali

Voor 'kleine nieuwtjes' over Mali, volg mij op Twitter: @hdevreij

woensdag 8 januari 2014

C-130 naar Mali met tien ton materiaal

Een Hercules C-130-transportvliegtuig van de Koninklijke Luchtmacht is vanmiddag van Vliegbasis Eindhoven vertrokken richting Mali. Het toestel vervoert goederen voor (de Nederlandse bijdrage aan) de United Nations Multidimensional Integrated Stabilisation Mission (MINUSMA).

De lading bestaat uit zo'n 10.000 kilo geniemateriaal, persoonlijke uitrustingsstukken en voedsel voor de kwartiermakers. Na een tussenlanding op de Canarische Eilanden en in Dakar komt de Hercules naar verwachting vrijdag aan op Gao in Mali.

Kwartiermakers
Afgelopen maandag vertrokken de kwartiermakers al vanaf Schiphol naar Mali. Zij bereiden de komst van de hoofdmacht voor. Hun werkzaamheden bestaan onder meer uit het opbouwen van het Nederlandse kamp met werk- en slaapverblijven. Ook zorgen zij ervoor dat de logistiek, de infrastructuur en het materieel gereed zijn op het moment dat de Nederlandse militairen arriveren.

Veiligheid en stabiliteit
De operatie MINUSMA moet de veiligheid en stabiliteit in het land herstellen en de burgerbevolking beschermen. De Nederlandse bijdrage bestaat voor het merendeel uit militairen. Zij gaan in de omgeving van Gao vooral inlichtingen verzamelen, verwerken en analyseren. De Apaches worden ook ingezet ter afschrikking en om het Nederlands personeel te beschermen. De uitzending is in principe tot medio 2015.

(ministerie van Defensie, 8 januari 2014)

vrijdag 3 januari 2014

Vertrek eerste Nederlandse militairen naar Mali

De eerste Nederlandse militairen vertrekken op maandag 6 januari vanaf Amsterdam Airport Schiphol naar Mali. Deze militairen, voornamelijk genisten, zullen de komst voorbereiden van de hoofdmacht, die naar verwachting in maart naar Mali vertrekt om te worden ingezet voor de United Nations Multidimensional Integrated Stabilisation Mission (MINUSMA).


Deze eerste groep bestaat uit 14 militairen. Zij zullen het Nederlandse kampement in Gao, waaronder werk- en slaapverblijven, opbouwen. Ook zorgen zij ervoor dat logistiek, infrastructuur en materieel gereed is op het moment dat de militairen van de Nederlandse hoofdmacht in Mali arriveren.

Op verzoek van de VN besloot Nederland eind vorig jaar ongeveer 380 personen – voornamelijk militairen - in te zetten voor MINUSMA. Deze nieuwe missie, de op drie na grootste van de VN, is op 1 juli 2013 begonnen onder leiding van de Speciale Vertegenwoordiger van de Secretaris Generaal van de VN, Bert Koenders.

MINUSMA heeft ten doel om de stabiliteit in Mali te herstellen en de burgerbevolking te beschermen. Op de lange termijn is het doel structurele stabiliteit en versterking van het Malinese overheidsapparaat, zodat Mali weer in staat is zelfstandig veiligheid en rechtsorde te waarborgen. De VN Veiligheidsraad heeft MINUSMA voorzien van een robuust mandaat, zodat in het uiterste geval met geweld kan worden opgetreden.

De Nederlandse bijdrage bestaat uit ongeveer 30 specialisten voor de politiecomponent en ongeveer 220 militairen voor de inlichtingenketen van de militaire component van de VN-missie. Naast special forces en analisten, worden hiervoor sensorcapaciteit, onbemande systemen en 4 Apache-gevechtshelikopters ingezet. 128 militairen zorgen voor ondersteuning. Ook streeft Nederland naar een bijdrage van civiele deskundigen, onder meer op het terrein van gender, bescherming van burgers, rechtstaatontwikkeling, security sector reform en de bescherming van cultureel erfgoed.

De Nederlandse inzet loopt, in beginsel, tot midden 2015. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de VN Veiligheidsraad het mandaat van MINUSMA na 25 april 2014 verlengt. Midden 2015 zal de Nederlandse
bijdrage geëvalueerd worden. Mede op grond van die ‘weging’ zal het kabinet een besluit nemen over de verlenging of de beëindiging van (elementen van) de Nederlandse bijdrage aan deze VN-missie.

(ministerie van Defensie, 3 januari 2014)

Zie ookNederlandse missie in Mali

donderdag 26 december 2013

Nederlandse missie in Mali



Officiële naam
Republiek Mali / République du Mali

Oppervlakte
1.240.192 km² (ruim 30 keer Nederland)

Hoofdstad
Bamako

Inwoner
Malinees (m), Malinese (v)

Aantal inwoners 
Circa 15 miljoen

Inkomen per inwoner per jaar
$ 700 (NL: $ 50.300)

Talen
Frans, Bamakan en andere Mandétalen

Gemiddelde levensverwachting
51,8 jaar (NL: 80,1 jaar)

Munteenheid
CFA-franc (XOF)

Bevolking 
Bambara (32%), Fulani of Peul (14%), Senufo (12%), Soninke (9%), Touareg (7%), Songhai (7%) en de Malinke of Mandingo, Mandinke (7%). Ongeveer 10% van de bevolking leeft als nomaden.

Religie
Islamitisch 80 % , traditionele godsdiensten 9%, christendom 1,2%. Het land is sinds de oprichting in 1969 lid van de Organisatie van de Islamitische Conferentie.

Geografie
Mali bestaat voor 70% uit woestijn of semiwoestijn. In het zuidwesten liggen enkele grote rivieren, namelijk de Niger, Sénégal en de Bani.

Klimaat
Het noorden van het land heeft een woestijnklimaat en er is praktisch het hele jaar geen regenval. Het regenseizoen in het zuiden is van mei tot oktober.

Economie
Terwijl het noorden alleen door het woestijnvolk van de Touareg bewoond wordt, leeft 90% van de overwegend islamitische bevolking in het zuiden. Het aantal emigranten naar de buurlanden is door de in Mali heersende armoede zeer groot. Voor meer dan 80% van de bevolking is de landbouw de basis van het bestaan. Ook nomadische veeteelt in de Sahelzone en visserij in de Nigerdelta zijn belangrijk de voedselvoorziening. De industriesector levert met de verwerking van agrarische producten 15% van het BNP. Mali heeft verschillende grondstoffen. Alleen zout en goud worden op grote schaal ontgonnen.


Achtergrond

Onrust
Na ruim 60 jaar Franse overheersing kreeg Mali in 1958 autonoom bestuur. Het nieuwe marxistisch georiënteerde bewind faalde economische groei te brengen en riep in 1967 de permanente revolutie uit die het land in chaos en geweld stortte. Een staatsgreep en opeenvolgende watertekorten en droogtes verergerde de situatie. In 1990 brak in het noorden van het land een opstand van de Toearegs uit die in eerste instantie naar onafhankelijkheid streefden. De Toearegrebellenbeweging Mouvement Populaire pour la Libération de l'Azawad bracht het Malinese leger enkele nederlagen toe.

Vredesverdrag
Na maanden vol strijd voorzag een vredesverdrag, het Pacte National, in een decentrale overheid, meer autonomie voor het noorden, economische ontwikkeling voor de regio's en het houden van vrije verkiezingen. Een definitieve vrede met de Toearegs bleef echter uit. In 1994 ontaardde het conflict in interne gevechten tussen verschillende Toearegstammen onderling, en tussen de Toearegs en de Songhaibevolking, waarbij veel burgerslachtoffers vielen. In 1996 keerde de vrede terug in het noorden na een langdurig proces van verzoening tussen de verschillende stammen en bevolkingsgroepen.

21e eeuw
Na tien jaar vrede laaide de strijd in mei 2006 weer kort op. De Touaregs eisten de volledige uitvoering van het oorspronkelijke Pacte National uit 1992. Na de Libische burgeroorlog in 2011 keerden veel Touaregs die voor Qadhafi hadden gevochten zwaar bewapend terug naar Mali. Ze begonnen een veroveringstocht om het noorden van het land in te nemen. De regering en het leger konden hen niet de baas en, na maanden van ontevredenheid over leiding en uitrusting, pleegden soldaten een staatsgreep waarbij de president werd verjaagd. Na onderhandelingen met de Economic Community Of West African States (ECOWAS) werd een overgangsregime geïnstalleerd. In januari 2013 zetten de rebellen opnieuw een offensief naar het zuiden in.

Franse interventie
De situatie in het noorden van het land verslechterde zo snel, dat Frankrijk (op aanvraag van Mali) besloot tot militair ingrijpen. Vanaf Franse bases in Mali voerde het Franse leger op vrijdag 11 januari 2013 luchtaanvallen uit op de rebellen. Het tegenoffensief dat met ‘Operatie Serval’ werd ingezet, was succesvol. De rebellen werden teruggedreven naar het noorden. Door snelle interventie door Frankrijk, unaniem gesteund door de VN Veiligheidsraad, kon de territoriale integriteit van Mali hersteld worden. Nu moesten de democratie en de grondwettelijke orde in het land hervonden worden.

Verkiezingen
Verkiezingen in juli 2013 verliepen naar omstandigheden goed. Het verzoeningsproces is gestart. De vraag is in hoeverre de situatie echt stabiel is. Nog streven groepen Touaregs naar onafhankelijkheid. Ook waren er verschillende aanslagen in noordelijke steden.


MINUSMA

Internationaal was de bezorgdheid over de crisis in Mali groot.

December 2012: De VN Veiligheidsraad besluit een African-led International Support Mission in Mali (AFISMA) te autoriseren.

Februari 2013: de EU richt een trainingsmissie op ter versterking van het Malinese leger (EUTM Mali). 25 april 2013: de VN Veiligheidsraad richt de opvolger van AFISMA op. Met resolutie 2100 zag de ‘VN multidimensionele geïntegreerde stabilisatiemissie in Mali’ (MINUSMA) vredesmacht het licht.

1 juli 2013: MINUSMA neemt taken van het huidige VN-kantoor in Mali, UNOM, AFISMA en de ECOWAS-vredesmacht over. Verder werkt de missie, met name op logistiek en administratief vlak, ook samen met de United Nations Mission in Liberia (UNMIL) en de , United Nations Operation in Côte d'Ivoire (UNOCI), die in respectievelijk Liberia en Ivoorkust opereren. De sterkte van de missie wordt opgebouwd naar uiteindelijk 12.600 man.

Hoofddoelstellingen
MINUSMA kreeg een mandaat van twaalf maanden met volgende hoofddoelstellingen mee:

1. De belangrijkste bevolkingscentra stabiliseren en meewerken aan de uitbreiding van het staatsgezag over heel het land

2. De uitvoering van het overgangsplan van de regering, inclusief de dialoog en verkiezingen, ondersteunen

3. De bevolking en VN-personeel beschermen

4. De mensenrechten bevorderen

5. De levering van noodhulp ondersteunen

6. Het cultureel erfgoed van Mali helpen beschermen

7. Inspanningen om oorlogsmisdadigers voor de rechter te brengen ondersteunen

8. Er is een Europese trainingsmissie, EUTM, om de Malinese veiligheidsdiensten op te leiden en te adviseren.

Operatie Serval
De Franse operatie ‘Serval’ zal, synchroon met de opbouw van MINUSMA zullen worden afgeslankt, maar als parallel force (militaire escalatiemacht) beschikbaar blijven. Over de precieze vorm en uitvoering van deze steun zijn afspraken gemaakt met de VN.



Nederlandse bijdrage aan MINUSMA

Nederland levert een bijdrage aan de UN Multidimensional Integrated Stabilisation Mission in Mali (MINUSMA). Deze nieuwe missie, de op drie na grootste van de VN, is op 1 juli 2013 begonnen onder leiding van de Speciale Vertegenwoordiger van de Secretaris Generaal van de VN, Bert Koenders.

Doel
MINUSMA heeft ten doel om de stabiliteit in Mali te herstellen en de burgerbevolking te beschermen. Op de lange termijn is het doel structurele stabiliteit en versterking van het Malinese overheidsapparaat zodat Mali weer in staat is zelfstandig veiligheid en rechtsorde te waarborgen. De VN Veiligheidsraad heeft MINUSMA voorzien van een robuust mandaat, zodat in het uiterste geval met geweld kan worden opgetreden.

Overwegingen
Het is (mede) in Nederlands belang te voorkomen dat deze kwetsbare regio (vlakbij de zuidgrens van Europa) nog verder destabiliseert. Op verzoek van de VN heeft Nederland besloten een bijdrage te leveren aan MINUSMA. Deelname aan deze missie dient verschillende Nederlandse belangen waaronder de volgende:

• Een instabiel en ongecontroleerd noorden van Mali is een potentiële broedplaats voor gewelddadig extremisme en grensoverschrijdende criminaliteit aan de rand van Europa. De dreiging die daar van uitgaat beperkt zich niet tot de eigen regio, maar kan ook Europa en Nederland raken (terrorisme, drugs/wapens, illegale migratie).

• De humanitaire situatie in het noorden van Mali is schrijnend. Burgers, vooral in het noorden, moeten worden beschermd tegen geweld, onrechtvaardigheid en armoede.

• Noord-Afrika is voor Nederland en andere Europese landen een belangrijke handelspartner voor grondstoffen en energiebronnen. Instabiliteit Mali en Sahel brengt bereikbaarheid en beschikbaarheid daarvan in gevaar.

• Mali heeft de internationale gemeenschap expliciet om hulp gevraagd. Er is daarnaast een duidelijke en breed gedragen mandaat voor het VN-optreden in Mali. De VN heeft Nederland verzocht om een bijdrage aan MINUSMA. Met deze bijdrage komt Nederland tegemoet aan een kritieke behoefte van MINUSMA.

• Mali wil en kan in zekere mate zelfredzaam zijn. De doelstellingen van MINUSMA op het gebied van stabilisering, noodhulp en steun bij verkiezingen zijn haalbaar. Dit biedt kansen, want hiermee ligt er een basis voor duurzame wederopbouw en een politiek-sociaal contract met het noorden.

• Nederland levert een integrale, herkenbare bijdrage aan een geïntegreerde VN-missie, waarbij aansluiting kan en zal worden gezocht met de bilaterale inspanningen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Nederland heeft een sterke uitgangspositie in Mali: we beschikken als betrouwbare en neutrale ontwikkelingspartner over de nodige kennis, ervaring en contacten.

• Nederland is sterk gebaat bij internationale samenwerking. Met deze bijdrage dragen we medeverantwoordelijkheid voor internationale veiligheid, stabiliteit en een functionerende rechtsorde. Een waardevolle en zichtbare bijdrage aan MINUSMA dient de internationale belangen van Nederland op de middellange termijn.


Inlichtingen MINUSMA
Het commando van de All Sources Information Fusion Unit (ASIFU) bevindt zich op het hoofdkwartier (HQ) van MINUSMA te Bamako. Hier stuurt ASIFU de inlichtingenoperatie aan, coördineert de informatiestromen en analyseert en integreert de verzamelde informatie en inlichtingen tot inlichtingenproducten.

Belang inlichtingen
De operatie is sterk afhankelijk van inlichtingen. Deze inlichtingen dienen als basis voor de planning van en besluitvorming rond operaties door de militaire commandant van de missie. Bovendien spelen ze een belangrijke rol in het garanderen van de veiligheid voor de ingezette eenheden.

In het veld
In de sectorhoofdkwartieren (SHQ) van MINUSMA, respectievelijk te Timboektoe en Gao, bevinden zich de operationele onderdelen van de ASIFU. Deze onderdelen zijn verantwoordelijk voor het verzamelen en verwerken van de gegevens uit hun sector tot inlichtingenproducten voor enerzijds het HQ in BAMAKO en anderzijds de MINUSMA-brigades van de sector waarin zij zich bevinden.

Verschillende domeinen
De inlichtingen benodigd voor MINUSMA beperken zich niet tot inlichtingen over de opstandige en gewapende groeperingen. Om een geïntegreerd beeld te scheppen focust ASIFU op inlichtingen in de domeinen Politiek, Militair, Economisch, Sociaal, Infrastructuur en Informatie.

Nederlandse inlichtingenbijdrage MINUSMA 
Delen van het Nederlandse Joint Intelligence, Surveillance, Target Acquisition & Reconnaissance Commando (JISTARC) worden voor MINUSMA ontplooid voor het verzamelen en verwerken van inlichtingen. In Gao komt een Nederlandse ASIFU-compagnie van circa 50 personen. Voor het verkrijgen van inlichtingen wordt een human terrain team uitgezonden. Daarnaast levert het JISTARC een eenheid met de ScanEagle en Raven unmanned aerial vehicles voor het verzamelen van beeldinformatie. De ASIFU-compagnie ontvangt ook informatie vanuit de Nederlandse special operations forces die in het veld verkenningen uitvoeren en van de Apache helikopters met speciale sensoren die Nederland in Gao stationeert.

Vliegveld en militaire basis in Gao (foto RFI)


Ca. 400 Nederlanders
De Nederlandse bijdrage bestaat uit ongeveer 30 man voor de politiecomponent en ongeveer 220 man voor de inlichtingenketen van de militaire component van de VN-missie. Dit betreft analisten, verkenners en een detachement met vier Apache gevechtshelikopters. Voor de ondersteuning zijn voorts 128 militairen nodig. Ook streeft Nederland naar een bijdrage van civiele deskundigen, onder meer op het terrein van gender, bescherming van burgers, rechtsstaatontwikkeling, security sector reform en de bescherming van cultureel erfgoed. Zoals gebruikelijk zijn bij aanvang en de beëindiging van militaire missies extra militairen nodig in de ondersteuning. De bijdrage aan MINUSMA past goed binnen de bilaterale ontwikkelingsinspanningen van Nederland, in het bijzonder het programma Veiligheid en Rechtsorde. Dit programma richt zich vooral op de ondersteuning van het Malinese justitieapparaat. Daarnaast zal worden gekeken hoe het programma kan worden toegesneden op de politiecomponent van MINUSMA. Het streven is om de Nederlandse bijdrage aan de politiecomponent in te zetten in de regio Gao, waar ook het Veiligheid en Rechtsorde programma actief is.

Infographic: ministerie van Defensie


Inzet tot 2015
De Nederlandse inzet loopt, in beginsel, tot midden 2015. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de VN Veiligheidsraad het mandaat van MINUSMA na 25 april 2014 verlengt. Midden 2015 zal de Nederlandse bijdrage geëvalueerd worden. Mede op grond van die ‘weging’ zal het kabinet een besluit nemen over de verlenging of de beëindiging van (elementen van) de Nederlandse bijdrage aan deze VN-missie vanaf midden 2016.

Tijdens MINUSMA voeren special operations forces (SOF) eenheden verkenningen uit. Door het vergaren van inlichtingen draagt SOF bij aan de verbetering van de informatiepositie van de missie. Daarnaast kan de SOF-eenheid ook onbeperkte Direct Action-taken uitvoeren. Hierbij kan worden gedacht aan het ontmantelen van verdekte wapenopslagplaatsen, het creëren van Freedom of Movement voor VN-eenheden en het oppakken van opponenten die zich bezighouden met het fabriceren van Improvised Explosive Devices (IED’s).

Nederlandse SOF
De Nederlandse SOF bestaan uit het Korps Commandotroepen en de maritieme SOF (NLMARSOF) van het Korps Mariniers. SOF bestaan uit speciaal opgeleid personeel dat onder alle (klimatologische) omstandigheden en zeer snel kan worden ingezet. Inzet van SOF kan heimelijk of openlijk plaatsvinden, met een kleine eenheid of een robuuste capaciteit en vindt vooral plaats in gebieden die niet (volledig) onder controle zijn. De kerntaken van SOF zijn Special Reconnaissance (speciale verkenningen), Military Assistance (bijdrage aan opbouw lokaal veiligheidsapparaat) en Direct Action (offensieve operaties)

Gao
De Nederlandse SOF-eenheid bevindt zich in Gao, onder directe aansturing van de militaire commandant in het MINUSMA hoofdkwartier in Bamako. Om de aansturing goed te laten verlopen plaatst Nederland hier ook een SOF plannings- en liaisonelement.

Taken 
De Nederlandse SOF-eenheden voeren primair lange-afstandsverkenningen uit. Dit zijn meerdaagse activiteiten waarbij de SOF-eenheden informatie verzamelen in veraf gelegen gebieden. Direct Action-taken worden niet uitgesloten. Daarnaast is de eenheid in staat om Military Assistance uit te voeren door samen te werken met Malinese speciale eenheden.

Opzet SOF-operatie
De operationele kern wordt gevormd door drie SOF-ploegen, in totaal zo’n 90 personen. Een staf zorgt voor de planning en aansturing van de operaties. Verder gaan o.a. een team verkenners, een groep mortieren (3 stuks 81mm), twee personen van Elektronische Oorlogsvoering, een medisch team, een team van de Explosieven OpruimingsDienst Defensie, verbindings-, onderhouds- en logistiek personeel mee. Ook moet in noodgevallen kunnen worden teruggegrepen op ondersteuning in de vorm van een Quick Reaction Force of Close Air Support en, in voorkomend geval, een medische evacuatie.

Materieel
De SOF-eenheid beschikt over verschillende voertuigen, waaronder de Bushmaster, de Fennek, de Mercedes Benz (MB) G280 CDI en de quad. De Bushmaster is een licht gepantserd voertuig en biedt bescherming tegen klein kaliber wapens, mijnen en IED’s. De MB is het standaard tactische wielvoertuig waarmee SOF opereert. De Quad maakt, vanwege de terreinvaardigheid deel uit van het operationele concept van SOF. Het verkenningsteam werkt met de Fennek, een tactisch wielverkenningsvoertuig.


Fennek.. Links .50 mitrailleur, rechts sensormast (foto Defensie)

Mercedes-Benz G280 CDI met .50 en 7,62mm mitrailleurs 

Apaches
Nederland draagt onder andere bij aan MINUSMA bij door het leveren van 4 Apache AH-64 gevechtshelikopters.

MINUSMA
De Apache helikopters vallen gedurende de inzet voor MINUSMA rechtstreeks onder de militaire commandant van MINUSMA. Deze commandant wijst dus taken toe aan de eenheid. Hierbij kan gedacht worden aan: uitvoeren van verkenningen, escorteren van eenheden, Show of force en het leveren van vuursteun voor grondeenheden.

Apache (foto Defensie)


Opereren vanuit Gao
Door de Nederlandse eenheden centraal te laten opereren vanuit Gao zullen de Apache’s een groot aandeel hebben bij het verzamelen van gegevens voor de inlichtingenketen van MINUSMA. Dit gebeurt binnen het Sectorhoofdkwartier te Gao, gezamenlijk met de aanwezige special operations forces. Indien noodzakelijk kunnen de gevechtshelikopters, conform afspraken met MINUSMA, ingezet worden voor de bescherming en ondersteuning van Nederlandse eenheden in het gebied.

Kenmerken
Naast verkenningstaken met zijn sensoren is de geavanceerde gevechtshelikopter geschikt voor gevechtstaken. Deze taken kunnen zowel bij dag als nacht worden uitgevoerd. Ook zijn Apaches zeer geschikt voor escort/beveiligingstaken (zowel voor helikopters als grondeenheden). Bovendien biedt de constructie en uitrusting een zekere bescherming tegen klein kaliber wapens en hittezoekende luchtdoelraketten. De verscheidenheid aan bewapening die de Apache rijk is, heeft in een dreigende situatie een de-escalerend effect. Als wapens toch moeten worden ingezet kan dit met grote precisie en met een geringe kans op nevenschade. Apaches treden altijd op in tweetallen om wederzijdse steun te garanderen.

Gao (foto MINUSMA)


(Bron tekst: ministerie van Defensie, december 2013)

Niet genoemd in het artikel: het personeel van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) dat een centrale rol speelt bij het vergaren en analyseren van inlichtingen.

Websites MINUSMA:

Lokale VN-site (alleen in het Frans): http://minusma.unmissions.org/
Site VN-New York http://www.un.org/en/peacekeeping/missions/minusma/

Mali Newstrackers:

Google Nieuws (Nederlands)
NewsNow (Engels)
Yahoo! Actualités (Frans)

Het weer in Gao