Posts tonen met het label Gao. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gao. Alle posts tonen

dinsdag 17 maart 2015

2 Apache-vliegers omgekomen in Mali

Tijdens een schietoefening in Mali is vanmiddag een Nederlandse Apache-gevechtshelikopter neergestort. Hierbij zijn de 30-jarige kapitein René Zeetsen en de 26-jarige eerste luitenant Ernst Mollinger omgekomen. Hun families zijn ingelicht.

Kapitein René Zeetsen en eerste luitenant Ernst Mollinger

De gecrashte helikopter was samen met een andere Nederlandse Apache boven onbewoond terrein bezig met een schietoefening met gronddoelen. De collega-vliegers landden direct en verleenden eerste hulp. Zeetsen bleek overleden. Mollinger was zwaargewond en werd overgebracht naar een Frans militair hospitaal in Gao. Daar overleed hij aan zijn verwondingen.

Omstandigheden
Het ongeluk gebeurde op 47 kilometer ten noorden van het Nederlandse kamp. Direct na de crash beveiligde een Franse gevechtshelikopter de crashsite. Nederlandse special forces stelden de plek op de grond veilig en bewaakten deze. Naar de toedracht wordt een onderzoek ingesteld.

Missie in Mali
Beide slachtoffers zijn afkomstig van 301 Squadron van het Defensie Helikopter Commando op Vliegbasis Gilze-Rijen. De Apache vormde met 3 andere helikopters van dit type en 3 Chinooks het Nederlandse helikopterdetachement in Mali. Deze eenheid verzamelt, samen met Nederlandse special forces en ander personeel, inlichtingen voor VN-missie Minusma. In totaal leveren zo’n 450 Nederlandse militairen een bijdrage aan de missie. De hoofdmacht is in Gao gelegerd, een klein deel opereert vanuit hoofdstad Bamako.

U kunt uw deelneming betuigen in het condoleanceregister. De blijken van deelneming worden na sluiting overhandigd aan de nabestaanden.

(ministerie van Defensie, 17 maart 2015)

Tekst persconferentie generaal Middendorp:

Vanmiddag rond 14:00 uur Nederlandse tijd is een Nederlandse Apache gevechtshelikopter in Mali gecrasht. Hierbij zijn de 30-jarige kapitein René Zeetsen en 26-jarige eerste luitenant Ernst Mollinger omgekomen. Luitenant Mollinger is naar het Franse veldhospitaal overgebracht in Gao en daar overleden aan zijn verwondingen. Beide vliegers zijn afkomstig van het 301 Squadron van het Defensie Helikoptercommando op vliegbasis Gilze-Rijen. We konden dit niet eerder bekend maken omdat we eerst de betrokken families wilden informeren. Zoals dat hoort.

Ik betuig mede namens de minister van Defensie en de gehele krijgsmacht mijn medeleven aan de nabestaanden van kapitein René Zeetsen en eerste luitenant Ernst Mollinger die zojuist dit verschrikkelijke bericht hebben moeten ontvangen. Onze gedachten gaan naar hen uit. Ik wens hen, de collega’s in de MINUSMA-missie en van de Koninklijke Luchtmacht alle sterkte in deze moeilijke tijd. De getroffen families worden waar mogelijk bijgestaan door onze bedrijfsmaatschappelijk werkers.

De crash gebeurde vanmiddag op 47 kilometer ten noorden van de Nederlandse thuisbasis, Kamp Castor. De vliegers waren op dat moment bezig met een schietoefening op ronddoelen op een vlak, onbewoond terrein. De andere aanwezige Apache is direct geland en heeft eerste hulp verleend. Gelijk na de crash beveiligde een Franse gevechtshelikopter de locatie. Nederlandse special forces en brandweerpersoneel zijn met een Chinook naar de crashsite gebracht. Gelijktijdig is luitenant Mollinger met een Franse helikopter afgevoerd naar Gao. De special forces hebben de crashsite veilig gesteld en bewaken deze. Alles lijkt erop dat het om een ongeval gaat, maar we kunnen dit nog niet bevestigen. Naar de toedracht is een onderzoek ingesteld.

De betrokken Apache vormt met 3 andere helikopters van dit type en 3 Chinooks het Nederlandse Helidetachement in Mali. Deze eenheid verzamelt, samen met Nederlandse special forces en ander personeel, inlichtingen voor MINUSMA. Een goede inlichtingenpositie is cruciaal voor de missie. Die daardoor effectiever kan bijdragen aan een stabiel Mali. Dat is van belang voor de bevolking van Mali, voor de regionale stabiliteit in de Sahel, en daarmee ook van belang voor Nederland omdat we gebaat zijn bij stabiliteit aan de zuidgrens van Europa.

(ministerie van Defensie, 17 maart 2015)


Persbericht MINUSMA

A MINUSMA ATTACK HELICOPTER CRASHES NORTH OF GAO – TWO KILLED

At around 1 p.m. today, an Apache attack helicopter of MINUSMA had to make a hard landing about 42 kilometres north of Gao (in northern Mali). The two crew members lost their lives in this accident, which took place during an exercise conducted by MINUSMA’s Dutch contingent in this area.

A medical team was immediately deployed to the site of the accident, but was not able to save the helicopter’s crew.

The Special Representative of the Secretary General (SRSG) and Head of MINUSMA, Mr Mongi Hamdi, extends its deepest condolences to the Government of the Netherlands and to the families of the two soldiers, who lost their lives in this tragic accident.

MINUSMA immediately deployed teams to secure the site. Specialized investigators from MINUSMA and the Netherlands will go to the scene to establish the exact circumstances of the accident

dinsdag 13 mei 2014

Mali: Nederlandse bijdrage aan MINUSMA

(Passage uit Kamerbrief d.d. 12 mei 2014)

Nederlandse bijdrage aan MINUSMA
Deze paragraaf gaat in op de ontwikkelingen die betrekking hebben op de Nederlandse militaire, politie- en civiele inzet in MINUSMA.

Conform planning hebben tot half april 2014 ongeveer 190 militairen de komst van de Nederlandse bijdrage voorbereid. De hoofdmacht wordt vanaf 14 april gefaseerd naar Mali gebracht. Eind mei zullen de Nederlandse eenheden gereed zijn voor inzet. Vanaf 1 oktober, wanneer ook de transporthelikopters volledig inzetbaar zijn, zullen er ongeveer 450 Nederlandse militairen in MINUSMA zijn (brief over transporthelikopters voor MINUSMA, kenmerk BS2014007212 van 28 maart 2014).

Bescherming Nederlands personeel
Mede gezien de veiligheidssituatie is de bescherming van het Nederlandse personeel verbeterd, vooral door de vervanging van legeringstenten door scherfwerende containers. Daarnaast heeft het kabinet eind maart besloten transporthelikopters met zelfbeschermingsmaatregelen toe te voegen aan de Nederlandse bijdragen. U bent hierover geïnformeerd in de hierboven genoemde brief over transporthelikopters voor MINUSMA.

Commandovoering
Nederland levert vanaf 1 mei de deputy chief of staff operatiìons (DCOS OPS) van MINUSMA en heeft daarmee directe invloed op de militaire operaties. De Nederlandse DCOS OPS is ook de red card holder namens de Commandant der Strijdkrachten.

Transport Nederlands materieel
Het transport van het Nederlandse materieel naar Mali loopt na initiële vertraging nu volgens schema. Het grote materieel is ingevlogen en de eerste vluchten met personeel om de hoofdmacht in te brengen zijn ook uitgevoerd. Alleen de aankomst in Nederland van een transportschip voor materieel liep vertraging op. Dit schip is uiteindelijk in de nacht van 17 op 18 maart jl. uit de Eemshaven vertrokken en op 1 april jl. aangekomen in Ivoorkust. Vanuit de haven van Abidjan is het Nederlandse materieel door een transporteur over de weg vervoerd naar Gao. Het materieel is inmiddels gereed voor inzet.

Opbouw kamp Castor
In januari is het Deployment Element gestart met de bouw van het Nederlandse kamp Castor in Gao. Deze eenheid bestaat uit genisten, ICT-technici, een eenheid ten behoeve van Force Protection en een stafelement. Vanaf de eerste week van mei was de aanwezigheid van het Deployment Element, met uitzondering van de genie en Force Protection, niet langer noodzakelijk en is het personeel naar Nederland teruggebracht. Nog niet voltooide taken zijn overgenomen door het Joint Support Detachement.

Grondverzetmaterieel wordt in Bamako lokaal gehuurd en naar Gao vervoerd. Een deel van het kamp is ingericht als tijdelijk woon- en werkverblijf om zo de rotatie van de eenheden te bespoedigen. De eerste operationele eenheden zijn hier vanaf 15 april jl. aangekomen en gelegerd. Veel werkzaamheden zijn afhankelijk van de ontwikkeling van het gehele VN-kamp in Gao, waarvoor de werkzaamheden nog moeten beginnen. Mede hierdoor zijn zaken zoals Force Protection nog niet volledig door de VN ingericht en moet Nederland hier gedeeltelijk zelf in voorzien. 

Verwacht wordt dat kamp Castor eind augustus gereed is, met uitzondering van het platform voor de transporthelikopters. De werkzaamheden hiervoor zijn naar verwachting in september gereed, zodat de transporthelikopters vanaf 1 oktober 2014 kunnen worden ingezet.

Personele aspecten

Medische voorzieningen
Vanaf  februari 2014 is een Nederlandse arts aanwezig in Gao. Deze wordt volledig ondersteund door de Franse Role 1 (basiszorg) om spreekuur te kunnen houden. De traumazorg op de locatie Gao wordt verzorgd door operatie Serval. Naar verwachting zal midden mei al het benodigde materieel en personeel voor een complete Nederlandse Role 1 in Gao aanwezig zijn. Voor de tweedelijns zorg wordt
gebruikgemaakt van de Franse Role 2 van operatie Serval. Het Chinese VN- hospitaal (Role 2) zal voorlopig in Gao worden ondergebracht nabij het regionale hoofdkantoor van MINUSMA. Zodra dit hospitaal gereed is, wordt een assessment uitgevoerd en wisselt Nederland in beginsel van het Franse naar het Chinese hospitaal. Tot die tijd maakt Nederland gebruik van de Franse Role 2.

De Nederlandse militairen in Bamako maken gebruik van lokale VN-faciliteiten. Voor eerstelijns zorg kunnen zij terecht bij de arts op het hoofdkwartier van MINUSMA. Voor alle overige zaken wordt gebruik gemaakt van het lokale ziekenhuis.

Ebola
Eind maart is in Guinee een ebola-epidemie uitgebroken die zich heeft uitgebreid naar meer landen in West-Afrika. In de eerste week van april zijn drie mogelijke gevallen van ebola in Mali geconstateerd. Dit aantal is later opgelopen tot tien. Inmiddels is vastgesteld dat in geen van de tien verdachte gevallen sprake was van ebola. Defensie volgt de ontwikkelingen nauwlettend. De VN heeft preventieve maatregelen afgekondigd.

Zorg en nazorg
In het gebied is de zorg voor militairen gewaarborgd door de inzet van een Sociaal Medisch Team dat ten minste bestaat uit een psycholoog, een bedrijfsmaatschappelijk werker, een geestelijk verzorger en een personeelsfunctionaris. Tijdens de eerste rotatie zal de samenstelling van het team worden geëvalueerd.

In het gebied is de zorg voor militairen gewaarborgd door de inzet van een Sociaal Medisch Team dat ten minste bestaat uit een psycholoog, een bedrijfsmaatschappelijk werker, een geestelijk verzorger en een personeelsfunctionaris. Tijdens de eerste rotatie zal de samenstelling van het team worden geëvalueerd.

De nazorg begint met een adaptatieprogramma op een locatie buiten het missiegebied. Tijdens dit programma worden groepsgewijze debriefings gehouden. Waar nodig of op verzoek wordt ook op individuele basis met medewerkers gesproken. Bij terugkomst in Nederland wordt na ongeveer twaalf weken een individueel terugkeergesprek gehouden. Na ongeveer zes maanden na terugkomst vullen de militairen een vragenlijst in die zal worden geëvalueerd.

Mochten individuele militairen niet aan de groepsgewijze adaptatie kunnen meedoen, dan volgen zij een individueel programma bij de dienst Militaire Geestelijke Gezondheidszorg. Individuele begeleidingstrajecten worden aangeboden waar dat nodig wordt geacht. Die noodzaak kan tijdens de inzet blijken maar ook achteraf, tijdens het algemene nazorgtraject.

Individuele politiefunctionarissen (KMar, Nationale Politie)
Nederland heeft in de VN-missie ongeveer dertig politiefuncties geïdentificeerd voor thema’s die Nederland van belang acht, te weten ontwikkeling van politietraining, community policing, toegang tot het recht, samenwerking politie-justitie, grensbewaking en gender.

Ongeveer een derde van de beoogde functies is nu gevuld. Het gaat onder andere om functies in de Development Pillar in Bamako en om trainersfuncties in Gao. Deze Nederlandse Individual Police Officers (IPO’s) zijn onlangs in Mali aangekomen en volgen momenteel een introductietraining. Een klein aantal is al aan het werk. De tewerkstelling van de kandidaten in de overige functies is afhankelijk van het moment van behoefte aan nieuwe kandidaten in Mali en het selectieproces van de VN in New York. De meeste kandidaten zijn inmiddels opgeleid voor de uitzending.

Civiele deskundigen 
Nederland heeft MINUSMA civiele deskundigen aangeboden op de terreinen civil affairs (verzoening en dialoog), bescherming van burgers, hervorming van de veiligheidssector, gender en rechtsstaatontwikkeling. De VN heeft concrete belangstelling getoond voor de kandidaten op de drie laatstgenoemde terreinen. Over de plaatsing van kandidaten onderhoudt Nederland nauw contact met de VN.

Samenwerking met de VN 
De VN voorziet Nederland van logistieke steun. De afspraken hierover worden vastgelegd in een Memorandum of Understanding. Verder overleg, bijvoorbeeld over de bouw van het VN-kamp, gebeurt lokaal. De VN werkt veel met lokale aannemers. De VN is tot dusver nog niet in staat om alle toegezegde steun tijdig te leveren. Zo was het zeetransport van Nederlands materieel vertraagd, maar de VN heeft zich actief ingezet om die vertraging te beperken. Uiteindelijk bleef de vertraging beperkt tot twaalf dagen. De samenwerking met de VN is inmiddels verbeterd. De onderhandelingen over de vergoedingen zijn nog gaande.

Samenwerking met Frankrijk (Operatie Serval) 
Nederland heeft grote waardering voor de logistieke steun die Frankrijk tot nu toe heeft geboden. Zo was de eerste ontplooiing van het geniedetachement en van de ontplooiingseenheid niet mogelijk geweest zonder de Franse steun op het gebied van legering, verzorging en ondersteuning. Operatie Serval verzorgt momenteel de legering voor ongeveer 130 militairen. De bedoeling is dat het geniedetachement daar gedurende de opbouw van het Nederlandse kamp gelegerd blijft. De samenwerking met Serval in Gao verloopt erg goed.

Samenwerking met andere landen binnen MINUSMA 
Denemarken, Nederland en Noorwegen hebben gezamenlijk een plan uitgewerkt voor de inlichtingenketen van MINUSMA. Dat plan heeft geresulteerd in de opzet van een internationaal hoofdkwartier voor de All Sources Information Fusion Unit (ASIFU). Noorwegen heeft besloten de infrastructuur voor het kamp te bouwen, terwijl Nederland de CIS-systemen en het benodigde netwerk levert. Het hoofdkwartier is volgens planning eind mei operationeel. Momenteel is voorzien dat de volgende landen posities binnen dit hoofdkwartier zullen vullen: Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Noorwegen, Zweden en Zwitserland. Andere landen hebben al interesse in deelneming getoond en gaan in de nabije toekomst mogelijk ook deel uitmaken van dit hoofdkwartier. Naast de internationale samenwerking in het ASIFU-hoofdkwartier, maken twee Deense militairen deel uit van de Nederlandse Intell Compagnie te Gao. China levert al een deel van de Force Protection voor de Nederlandse troepen.

Samenwerking met EUTM Mali 
Nederland levert een onderofficier aan EUTM Mali, de militaire trainingsmissie van de EU ter versterking van het Malinese leger. Deze militair is werkzaam bij het Belgische Force Protection element. Inmiddels zijn vier Malinese bataljons succesvol door EUTM Mali getraind. De EU heeft het mandaat van de missie onlangs met twee jaar verlengd tot 18 mei 2016. Tussen MINUSMA en EUTM Mali zijn liaison-officieren uitgewisseld, zodat beide missies van elkaars activiteiten op de hoogte zijn. Ook stuurt MINUSMA waarnemers naar de eindoefening van  eenheden die door EUTM Mali worden opgeleid.

UNMAS 
Sinds 3 februari jl. levert Nederland een officier aan de United Nations Mine Action  Service (UNMAS). UNMAS helpt MINUSMA om Mali te ontdoen van Explosive  Remnants of War en om wapenopslagplaatsen te vernietigen. UNMAS verzorgt  daarnaast predeployment trainingen over de gevaren van Improvised Explosive  Devices voor alle MINUSMA-eenheden.

(Voor meer informatie, zie de volledige Kamerbrief)

dinsdag 1 april 2014

Materieel voor de missie in Mali aangekomen in Ivoorkust

Het materieel voor de Nederlandse MINUSMA-militairen is vanmorgen gearriveerd in de haven van Abijan in Ivoorkust. Van daaruit gaan de 140 voertuigen en 230 containers via de weg naar de Malinese hoofdstad Bamako en naar Gao.

Aanvoer
Het wordt een drukke tijd voor het Reception, Staging & Onward Movement-detachement (RSOM) in Gao, omdat het alle materiaal en materieel in ontvangst neemt, telt, opslaat en verstrekt. De afgelopen week zijn al 35 containers over de weg aangevoerd, landden 3 vliegtuigen met materiaal en zijn nog eens 40 containers en 28 voertuigen onderweg naar Gao. Het gaat voornamelijk om onderdelen en uitrusting voor de basisbehoeften in het kamp.

Politietrainers
Gisteren vertrokken 11 politietrainers naar Bamako. Het gaat om 8 marechaussee- en 3 politie-instructeurs. Ze volgen in de Malinese hoofdstad eerst een introductieprogramma en gaan daarna naar de hen toegewezen locatie om de Malinese politie te trainen.

Kamp Castor
In de verzengende hitte van Gao bouwen de genisten nog altijd druk aan Kamp Castor. Voordat de zandstormen beginnen en de temperaturen die bij de Malinese zomer horen extreme hoogten bereiken, moet het kamp gereed zijn voor de ontvangst van de hoofdmacht.

Half april arriveren militairen van onder andere het Joint Support Detachement en de Joint Special Operations Task Group. Ook staat dan het volgende geniedetachement klaar om het tijdelijke kamp van 62 tenten te veranderen in een semi-permanent kamp van prefabcontainers.

Infrastructuur
Momenteel wordt op Kamp Castor nog steeds gewerkt aan de infrastructuur." Het zand hier heeft zo'n structuur dat je er in de bouw niets aan hebt", vertelt commandant geniedetachement, majoor Jasper Cremers. "Daarom graven we het af en voorzien we de ondergrond van een laag lateriet. Dat is een oerlaag van rode grond die, na bewerking, hard wordt en als ondergrond kan dienen voor het kamp". Met het lateriet legde de genie de wegen aan en bouwplaten voor de tenten. Ook werkt de genie nog aan de opbouw en aansluiting van de sanitaire voorzieningen.

Een gedeelte van het kamp wordt door plaatselijke bedrijven gebouwd. Een Malinese firma stortte het beton op de locaties waar het lateriet niet sterk genoeg is, zoals de plaat waar de helikopters worden onderhouden en gestationeerd. Een ander bedrijf bouwt de klasse 1-voorziening, richt die in en verzorgt straks voor de 450 Nederlandse militairen de maaltijden.

(ministerie van Defensie, 1 april 2014)

Zie ook: http://www.defensie.nl/onderwerpen/mali

zaterdag 15 februari 2014

Mali: kaart van zone Oost van MINUSMA





Uit de kaart blijkt dat er in in de stad Gao (Sector Oost van MINUSMA) troepen uit China, Frankrijk, Guinee, Ivoorkust en Senegal zijn gelegerd. Het Nederlandse troepencontingent zal in april compleet zijn. 



(Illustratie: Mali: Zones de présence des contingents (Février 2014), OCHA

vrijdag 31 januari 2014

Bouw kamp Mali "vol uitdagingen"

Sergeant-1 Luuk Janssen doet een grote stap opzij zodat hij in de schaduw van de graafmachine staat. De felle zon brandt genadeloos in op de dorre vlakte, elk momentje schaduw is meegenomen. “Hier moet het gebeuren”, gebaart Janssen om zich heen. “Op deze 450.000 m² savanne moet kamp Castor (werknaam, red.) komen.”

Legering, werkgebieden, een klein vliegveld voor de Nederlandse Apaches, wegen, verbindingen en elektra; het moet allemaal uit de grond gestampt worden de komende weken. Voordat de 400-koppige Nederlandse hoofdmacht van MINUSMA omstreeks april aankomt, moet het af zijn.

Foto: Defensie

Gracht en prikkeldraad
Maar zover is het nog lang niet, al is het begin inmiddels gemaakt. “We zijn nu bezig met de buitenperimeter van het kamp”, vertelt Janssen. Achter hem trekt de graafmachine langzaam een diepe sleuf in de rode aarde. “Deze gracht vormt straks de buitenring. Daarachter komen nog drie rijen prikkeldraad en een aarden wal met hekken.”

Hoewel de beveiliging van de bouwlocatie logischerwijze prioriteit heeft, is de dreiging in het gebied laag. Janssen: “De bevolking staat positief tegenover onze aanwezigheid en Malinese troepen beveiligen het buitengebied. We voelen ons veilig.”

47 graden
Grotere uitdaging dan de veiligheid zijn de omstandigheden in het gebied. Met temperaturen tot 47 graden en veel fijn stof hebben mens en materiaal het zwaar te verduren. Ook de zachte ondergrond werkt niet mee. “Je merkt tijdens het graven dat hier nooit eerder een schep de grond in is geweest”, licht Janssen toe. “Zware voertuigen zakken vlug weg en het uitgegraven zand is zo fijn dat het niet voor bouwen kan worden gebruikt.”

Stevigere ondergrond moet dan ook van elders worden aangevoerd en ook machines en bouwmateriaal moeten grotendeels lokaal verworven worden. “De logistiek is hier het grootste probleem”, legt majoor Jasper Kremers, commandant van de in het gebied aanwezige genisten, uit. “Mali is ver weg van Nederland, en ook binnen Mali is Gao afgelegen.” Janssen voegt toe: “Dit is Afrika. Alles draait hier om improviseren.”

En improviseren moeten ze. Tot dusver beschikken de genisten pas over vier bouwmachines en drie trucks. Het overige materiaal kan ieder moment aankomen. “Ik heb een goed team en volgende week krijgen we versterking vanuit Nederland. Dan is het wachten op het zware materieel dat we nodig hebben om het terrein bouwrijp te maken”, aldus Janssen. “Verder passen we ons werk en schema aan waar we kunnen.”

Flinke kluif
De militairen perfectioneren ook hun tijdelijke, op het Franse kamp gelegen, onderkomen. De 28 tenten krijgen vloeren, elektra en airco. Bovendien worden er verbindingen aangelegd en is er grind op de paden gestort. Janssen: “De extra handjes die volgende week aankomen, kunnen we goed gebruiken. Er moet nog genoeg gebeuren. Over twee maanden herken je het hier niet meer.”

Achtergrond
Vanaf april draait Nederland mee in de Multidimensional Integrated Stabilisation Mission in Mali (MINUSMA). Deze missie, waaraan de Nederlanders op verzoek van de VN meedoen, moet de veiligheid en stabiliteit in Mali herstellen en de burgerbevolking beschermen. Nederland zal vooral een rol spelen in het vergaren, verwerken en analyseren van inlichtingen in het gebied. De kwartiermakers die momenteel in het gebied zijn, moeten de komst van de hoofdmacht voorbereiden.

(Defensiekrant, 30 januari 2014)

vrijdag 10 januari 2014

Ban Ki-moon: veiligheidssituatie in noord-Mali verslechterd

(...)

Security situation 

14. The reporting period was characterized by a marked deterioration in the security situation in the north. A number of attacks using improvised explosive devices revealed that terrorist and other groups had reorganized themselves and regained some ability to operate. Kidal saw renewed flare-ups of tension, and intercommunal clashes were reported in the Gao and Timbuktu regions.

15. The Movement for Unity and Jihad in West Africa claimed responsibility for several incidents in Gao. On 7 October, seven rockets were launched on the city of Gao, critically wounding one Malian soldier. The same day, a bridge located 45 km south-east of Ansongo was partially damaged by an improvised explosive device. On 30 October, two additional rockets were launched on Gao city. On 15 November, at least one rocket was launched in Ménaka. On 21 November, three additional rockets were launched at Gao city. These rocket attacks did not result in any casualties.

16. On 8 November, two armed elements were arrested in Ti-n-Anzarargane (Gao region) during a coordinated patrol by the Malian armed forces, MINUSMA and Operation Serval. An exchange of fire between MNLA members and a detachment of the Malian armed forces resulted in the death of three MNLA combatants and the injury of at least one other.

17. Intercommunal tensions continue to be a source of concern. On 19 October, nine individuals of Arab origin were kidnapped by Tuaregs in Tabankort (Gao region). In a related development on 25 October, a Tuareg man was abducted by Arab men between Tarkint and Hersan in the area of Bourem (Gao region). On 31 October, in Timbuktu region, nine Arabs were killed by members of the Tuareg community in Tilemsi, on the border with Mauritania, in what appears to be a series of retaliatory attacks between the two groups.

18. On 23 October, four individuals drove and detonated a vehicle-borne improvised explosive device into a MINUSMA checkpoint in Tessalit. Seven people were killed, including four adult civilians, a six-year-old boy and two MINUSMA peacekeepers. Al-Qaida in the Islamic Maghreb claimed responsibility for the attack. On 4 November, four civilians were killed and seven injured by a command-wire improvised explosive device on the road between Ménaka and Ansongo. On 13 November, a Malian army vehicle escorting two foreign journalists was targeted by an explosive formed penetrator device near Almoustarat in Gao region. A Malian soldier was injured. On 20 November, a Serval vehicle was targeted by what was apparently a radio-controlled improvised explosive device in Kidal, causing injuries to three French soldiers. On 30 November, a suicide bomber activated a person-borne improvised explosive device near Ménaka, killing himself but causing no other casualties. On 14 December, a vehicle-borne improvised explosive device was detonated in Kidal, killing two MINUSMA Senegalese soldiers and injuring seven other peacekeepers and four Malian soldiers. In the wake of that attack, amid rumours that two vehicles laden with explosives remained in the city ready to detonate, on 16 December MINUSMA peacekeepers guarding the Kidal Governorate fired at a vehicle approaching their position at high speed when the driver ignored an order to stop. In two other instances during the same day, MINUSMA troops fired at motorcyclists who had driven close to their vehicles and wounded a rider. The following day, Kidal shopkeepers demonstrated to protest those incidents. On 21 December, an improvised explosive device hit a MINUSMA logistics convoy on the road between Gao and Anefis, injuring a peacekeeper.

19. On 1 November, violent demonstrations took place in Gao and Ménaka. In Gao, hundreds of demonstrators staged a protest over a disputed passenger list provided by the Government to MINUSMA for air transportation of delegates to the national conference on the north, in Bamako. They demonstrated outside the Governorate, the mayor’s residence and United Nations accommodations, throwing stones and burning tires. Barricades blocked all the main roads. The situation returned to normal the following day after 46 additional regional delegates were flown to Bamako with the support of MINUSMA. Demonstrations also occurred in Ménaka, where the demonstrators’ anger was directed at the local government owing to frustration over the lack of basic services, including the provision of water and electricity, an ill-functioning justice system, insecurity and the worsening economic conditions.

20. The deterioration of the security situation was particularly acute in Kidal. In addition to asymmetric attacks, on 2 November, two French journalists were abducted and killed in the city of Kidal. Al-Qaida in the Islamic Maghreb claimed responsibility for the kidnapping and the killings. On 3 November, in Tassik, 43 km south-south-east of Kidal, two soldiers of the Malian armed forces assaulted three emissaries sent by a traditional leader of Kidal to settle an internal dispute.

21. On 28 November, the Prime Minister and a delegation of government officials intended to visit Kidal to install officially the Governor in the Governorate building that had recently been vacated by MNLA. As previously agreed with the Governor of Kidal, the Malian armed forces, Serval and a MINUSMA formed police unit deployed around the airstrip. Approximately 100 civilians gathered at the airstrip to demonstrate against the visit. Demonstrators threw stones at the Malian army personnel, who fired their weapons, injuring four demonstrators. The Prime Minister called off his visit. Although Serval and MINUSMA ensured that the civilians who were wounded in the incident received prompt medical attention, one of the women died, on 5 December, in Bamako. On 16 December, five rockets or mortars exploded in the vicinity of the joint Serval-MINUSMA camp.

22. Operation Serval intervened four times in support of MINUSMA in situations of imminent and serious threat. At Tessalit, on 23 October, following the asymmetric attack against MINUSMA, Serval provided immediate support through the medical evacuation of six wounded peacekeepers and the defusing of residual explosive devices. Serval also helped with the response to attacks on MINUSMA in Ménaka on three occasions in November. Two incidents involved attempts by armed groups to gain access to MINUSMA premises, and a third was in response to an attack on MINUSMA in Ti-n-Anzarargane.

B. Disarmament, demobilization and reintegration 

23. The preliminary agreement provides, inter alia, for the cantonment of armed groups as a first step, pending a broader disarmament, demobilization and reintegration process in the context of a comprehensive peace settlement. The current cantonment process serves as an interim stabilization measure, but important challenges persist. MNLA and HCUA, which claim to comprise between 7,000 and 10,000 members in total, have submitted to the Mixed Technical Commission on  Security a list of 9,088 combatants for Kidal region alone. However, only 1,847 of  those combatants have been listed for cantonment. An even smaller number is actually cantoned in three sites in Kidal region. Armed groups point to the  prevailing insecurity in the north as a key factor preventing the cantonment of more combatants.

24. MINUSMA supports the cantonment process at the strategic and technical levels. In addition to providing logistical support, food and water to MNLA and HCUA combatants in the three existing cantonment sites, MINUSMA is helping the Government to design a cantonment strategy in order to better define the scope of the process and eventual transition towards the necessary disarmament, demobilization and reintegration. The Mission is also identifying sources of funding to enhance logistical support to the existing cantonment sites as well as the possible establishment of eight additional sites, including for combatants of the Mouvement arabe de l’Azawad and Coordination des mouvements et forces patriotiques de résistance. In addition to material and technical support, MINUSMA is also advocating for the implementation of community-based initiatives to accompany the process and sustain a peaceful environment in the communities adjacent to cantonment sites.

(...)

(Source/bron: Report of the Secretary-General on the situation in Mali, United Nations Security Council, 2 January 2014)

Zie ook: Nederlandse missie in Mali

Voor 'kleine nieuwtjes' over Mali, volg mij op Twitter: @hdevreij

woensdag 8 januari 2014

C-130 naar Mali met tien ton materiaal

Een Hercules C-130-transportvliegtuig van de Koninklijke Luchtmacht is vanmiddag van Vliegbasis Eindhoven vertrokken richting Mali. Het toestel vervoert goederen voor (de Nederlandse bijdrage aan) de United Nations Multidimensional Integrated Stabilisation Mission (MINUSMA).

De lading bestaat uit zo'n 10.000 kilo geniemateriaal, persoonlijke uitrustingsstukken en voedsel voor de kwartiermakers. Na een tussenlanding op de Canarische Eilanden en in Dakar komt de Hercules naar verwachting vrijdag aan op Gao in Mali.

Kwartiermakers
Afgelopen maandag vertrokken de kwartiermakers al vanaf Schiphol naar Mali. Zij bereiden de komst van de hoofdmacht voor. Hun werkzaamheden bestaan onder meer uit het opbouwen van het Nederlandse kamp met werk- en slaapverblijven. Ook zorgen zij ervoor dat de logistiek, de infrastructuur en het materieel gereed zijn op het moment dat de Nederlandse militairen arriveren.

Veiligheid en stabiliteit
De operatie MINUSMA moet de veiligheid en stabiliteit in het land herstellen en de burgerbevolking beschermen. De Nederlandse bijdrage bestaat voor het merendeel uit militairen. Zij gaan in de omgeving van Gao vooral inlichtingen verzamelen, verwerken en analyseren. De Apaches worden ook ingezet ter afschrikking en om het Nederlands personeel te beschermen. De uitzending is in principe tot medio 2015.

(ministerie van Defensie, 8 januari 2014)

vrijdag 3 januari 2014

Vertrek eerste Nederlandse militairen naar Mali

De eerste Nederlandse militairen vertrekken op maandag 6 januari vanaf Amsterdam Airport Schiphol naar Mali. Deze militairen, voornamelijk genisten, zullen de komst voorbereiden van de hoofdmacht, die naar verwachting in maart naar Mali vertrekt om te worden ingezet voor de United Nations Multidimensional Integrated Stabilisation Mission (MINUSMA).


Deze eerste groep bestaat uit 14 militairen. Zij zullen het Nederlandse kampement in Gao, waaronder werk- en slaapverblijven, opbouwen. Ook zorgen zij ervoor dat logistiek, infrastructuur en materieel gereed is op het moment dat de militairen van de Nederlandse hoofdmacht in Mali arriveren.

Op verzoek van de VN besloot Nederland eind vorig jaar ongeveer 380 personen – voornamelijk militairen - in te zetten voor MINUSMA. Deze nieuwe missie, de op drie na grootste van de VN, is op 1 juli 2013 begonnen onder leiding van de Speciale Vertegenwoordiger van de Secretaris Generaal van de VN, Bert Koenders.

MINUSMA heeft ten doel om de stabiliteit in Mali te herstellen en de burgerbevolking te beschermen. Op de lange termijn is het doel structurele stabiliteit en versterking van het Malinese overheidsapparaat, zodat Mali weer in staat is zelfstandig veiligheid en rechtsorde te waarborgen. De VN Veiligheidsraad heeft MINUSMA voorzien van een robuust mandaat, zodat in het uiterste geval met geweld kan worden opgetreden.

De Nederlandse bijdrage bestaat uit ongeveer 30 specialisten voor de politiecomponent en ongeveer 220 militairen voor de inlichtingenketen van de militaire component van de VN-missie. Naast special forces en analisten, worden hiervoor sensorcapaciteit, onbemande systemen en 4 Apache-gevechtshelikopters ingezet. 128 militairen zorgen voor ondersteuning. Ook streeft Nederland naar een bijdrage van civiele deskundigen, onder meer op het terrein van gender, bescherming van burgers, rechtstaatontwikkeling, security sector reform en de bescherming van cultureel erfgoed.

De Nederlandse inzet loopt, in beginsel, tot midden 2015. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de VN Veiligheidsraad het mandaat van MINUSMA na 25 april 2014 verlengt. Midden 2015 zal de Nederlandse
bijdrage geëvalueerd worden. Mede op grond van die ‘weging’ zal het kabinet een besluit nemen over de verlenging of de beëindiging van (elementen van) de Nederlandse bijdrage aan deze VN-missie.

(ministerie van Defensie, 3 januari 2014)

Zie ookNederlandse missie in Mali

donderdag 26 december 2013

Nederlandse missie in Mali



Officiële naam
Republiek Mali / République du Mali

Oppervlakte
1.240.192 km² (ruim 30 keer Nederland)

Hoofdstad
Bamako

Inwoner
Malinees (m), Malinese (v)

Aantal inwoners 
Circa 15 miljoen

Inkomen per inwoner per jaar
$ 700 (NL: $ 50.300)

Talen
Frans, Bamakan en andere Mandétalen

Gemiddelde levensverwachting
51,8 jaar (NL: 80,1 jaar)

Munteenheid
CFA-franc (XOF)

Bevolking 
Bambara (32%), Fulani of Peul (14%), Senufo (12%), Soninke (9%), Touareg (7%), Songhai (7%) en de Malinke of Mandingo, Mandinke (7%). Ongeveer 10% van de bevolking leeft als nomaden.

Religie
Islamitisch 80 % , traditionele godsdiensten 9%, christendom 1,2%. Het land is sinds de oprichting in 1969 lid van de Organisatie van de Islamitische Conferentie.

Geografie
Mali bestaat voor 70% uit woestijn of semiwoestijn. In het zuidwesten liggen enkele grote rivieren, namelijk de Niger, Sénégal en de Bani.

Klimaat
Het noorden van het land heeft een woestijnklimaat en er is praktisch het hele jaar geen regenval. Het regenseizoen in het zuiden is van mei tot oktober.

Economie
Terwijl het noorden alleen door het woestijnvolk van de Touareg bewoond wordt, leeft 90% van de overwegend islamitische bevolking in het zuiden. Het aantal emigranten naar de buurlanden is door de in Mali heersende armoede zeer groot. Voor meer dan 80% van de bevolking is de landbouw de basis van het bestaan. Ook nomadische veeteelt in de Sahelzone en visserij in de Nigerdelta zijn belangrijk de voedselvoorziening. De industriesector levert met de verwerking van agrarische producten 15% van het BNP. Mali heeft verschillende grondstoffen. Alleen zout en goud worden op grote schaal ontgonnen.


Achtergrond

Onrust
Na ruim 60 jaar Franse overheersing kreeg Mali in 1958 autonoom bestuur. Het nieuwe marxistisch georiënteerde bewind faalde economische groei te brengen en riep in 1967 de permanente revolutie uit die het land in chaos en geweld stortte. Een staatsgreep en opeenvolgende watertekorten en droogtes verergerde de situatie. In 1990 brak in het noorden van het land een opstand van de Toearegs uit die in eerste instantie naar onafhankelijkheid streefden. De Toearegrebellenbeweging Mouvement Populaire pour la Libération de l'Azawad bracht het Malinese leger enkele nederlagen toe.

Vredesverdrag
Na maanden vol strijd voorzag een vredesverdrag, het Pacte National, in een decentrale overheid, meer autonomie voor het noorden, economische ontwikkeling voor de regio's en het houden van vrije verkiezingen. Een definitieve vrede met de Toearegs bleef echter uit. In 1994 ontaardde het conflict in interne gevechten tussen verschillende Toearegstammen onderling, en tussen de Toearegs en de Songhaibevolking, waarbij veel burgerslachtoffers vielen. In 1996 keerde de vrede terug in het noorden na een langdurig proces van verzoening tussen de verschillende stammen en bevolkingsgroepen.

21e eeuw
Na tien jaar vrede laaide de strijd in mei 2006 weer kort op. De Touaregs eisten de volledige uitvoering van het oorspronkelijke Pacte National uit 1992. Na de Libische burgeroorlog in 2011 keerden veel Touaregs die voor Qadhafi hadden gevochten zwaar bewapend terug naar Mali. Ze begonnen een veroveringstocht om het noorden van het land in te nemen. De regering en het leger konden hen niet de baas en, na maanden van ontevredenheid over leiding en uitrusting, pleegden soldaten een staatsgreep waarbij de president werd verjaagd. Na onderhandelingen met de Economic Community Of West African States (ECOWAS) werd een overgangsregime geïnstalleerd. In januari 2013 zetten de rebellen opnieuw een offensief naar het zuiden in.

Franse interventie
De situatie in het noorden van het land verslechterde zo snel, dat Frankrijk (op aanvraag van Mali) besloot tot militair ingrijpen. Vanaf Franse bases in Mali voerde het Franse leger op vrijdag 11 januari 2013 luchtaanvallen uit op de rebellen. Het tegenoffensief dat met ‘Operatie Serval’ werd ingezet, was succesvol. De rebellen werden teruggedreven naar het noorden. Door snelle interventie door Frankrijk, unaniem gesteund door de VN Veiligheidsraad, kon de territoriale integriteit van Mali hersteld worden. Nu moesten de democratie en de grondwettelijke orde in het land hervonden worden.

Verkiezingen
Verkiezingen in juli 2013 verliepen naar omstandigheden goed. Het verzoeningsproces is gestart. De vraag is in hoeverre de situatie echt stabiel is. Nog streven groepen Touaregs naar onafhankelijkheid. Ook waren er verschillende aanslagen in noordelijke steden.


MINUSMA

Internationaal was de bezorgdheid over de crisis in Mali groot.

December 2012: De VN Veiligheidsraad besluit een African-led International Support Mission in Mali (AFISMA) te autoriseren.

Februari 2013: de EU richt een trainingsmissie op ter versterking van het Malinese leger (EUTM Mali). 25 april 2013: de VN Veiligheidsraad richt de opvolger van AFISMA op. Met resolutie 2100 zag de ‘VN multidimensionele geïntegreerde stabilisatiemissie in Mali’ (MINUSMA) vredesmacht het licht.

1 juli 2013: MINUSMA neemt taken van het huidige VN-kantoor in Mali, UNOM, AFISMA en de ECOWAS-vredesmacht over. Verder werkt de missie, met name op logistiek en administratief vlak, ook samen met de United Nations Mission in Liberia (UNMIL) en de , United Nations Operation in Côte d'Ivoire (UNOCI), die in respectievelijk Liberia en Ivoorkust opereren. De sterkte van de missie wordt opgebouwd naar uiteindelijk 12.600 man.

Hoofddoelstellingen
MINUSMA kreeg een mandaat van twaalf maanden met volgende hoofddoelstellingen mee:

1. De belangrijkste bevolkingscentra stabiliseren en meewerken aan de uitbreiding van het staatsgezag over heel het land

2. De uitvoering van het overgangsplan van de regering, inclusief de dialoog en verkiezingen, ondersteunen

3. De bevolking en VN-personeel beschermen

4. De mensenrechten bevorderen

5. De levering van noodhulp ondersteunen

6. Het cultureel erfgoed van Mali helpen beschermen

7. Inspanningen om oorlogsmisdadigers voor de rechter te brengen ondersteunen

8. Er is een Europese trainingsmissie, EUTM, om de Malinese veiligheidsdiensten op te leiden en te adviseren.

Operatie Serval
De Franse operatie ‘Serval’ zal, synchroon met de opbouw van MINUSMA zullen worden afgeslankt, maar als parallel force (militaire escalatiemacht) beschikbaar blijven. Over de precieze vorm en uitvoering van deze steun zijn afspraken gemaakt met de VN.



Nederlandse bijdrage aan MINUSMA

Nederland levert een bijdrage aan de UN Multidimensional Integrated Stabilisation Mission in Mali (MINUSMA). Deze nieuwe missie, de op drie na grootste van de VN, is op 1 juli 2013 begonnen onder leiding van de Speciale Vertegenwoordiger van de Secretaris Generaal van de VN, Bert Koenders.

Doel
MINUSMA heeft ten doel om de stabiliteit in Mali te herstellen en de burgerbevolking te beschermen. Op de lange termijn is het doel structurele stabiliteit en versterking van het Malinese overheidsapparaat zodat Mali weer in staat is zelfstandig veiligheid en rechtsorde te waarborgen. De VN Veiligheidsraad heeft MINUSMA voorzien van een robuust mandaat, zodat in het uiterste geval met geweld kan worden opgetreden.

Overwegingen
Het is (mede) in Nederlands belang te voorkomen dat deze kwetsbare regio (vlakbij de zuidgrens van Europa) nog verder destabiliseert. Op verzoek van de VN heeft Nederland besloten een bijdrage te leveren aan MINUSMA. Deelname aan deze missie dient verschillende Nederlandse belangen waaronder de volgende:

• Een instabiel en ongecontroleerd noorden van Mali is een potentiële broedplaats voor gewelddadig extremisme en grensoverschrijdende criminaliteit aan de rand van Europa. De dreiging die daar van uitgaat beperkt zich niet tot de eigen regio, maar kan ook Europa en Nederland raken (terrorisme, drugs/wapens, illegale migratie).

• De humanitaire situatie in het noorden van Mali is schrijnend. Burgers, vooral in het noorden, moeten worden beschermd tegen geweld, onrechtvaardigheid en armoede.

• Noord-Afrika is voor Nederland en andere Europese landen een belangrijke handelspartner voor grondstoffen en energiebronnen. Instabiliteit Mali en Sahel brengt bereikbaarheid en beschikbaarheid daarvan in gevaar.

• Mali heeft de internationale gemeenschap expliciet om hulp gevraagd. Er is daarnaast een duidelijke en breed gedragen mandaat voor het VN-optreden in Mali. De VN heeft Nederland verzocht om een bijdrage aan MINUSMA. Met deze bijdrage komt Nederland tegemoet aan een kritieke behoefte van MINUSMA.

• Mali wil en kan in zekere mate zelfredzaam zijn. De doelstellingen van MINUSMA op het gebied van stabilisering, noodhulp en steun bij verkiezingen zijn haalbaar. Dit biedt kansen, want hiermee ligt er een basis voor duurzame wederopbouw en een politiek-sociaal contract met het noorden.

• Nederland levert een integrale, herkenbare bijdrage aan een geïntegreerde VN-missie, waarbij aansluiting kan en zal worden gezocht met de bilaterale inspanningen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Nederland heeft een sterke uitgangspositie in Mali: we beschikken als betrouwbare en neutrale ontwikkelingspartner over de nodige kennis, ervaring en contacten.

• Nederland is sterk gebaat bij internationale samenwerking. Met deze bijdrage dragen we medeverantwoordelijkheid voor internationale veiligheid, stabiliteit en een functionerende rechtsorde. Een waardevolle en zichtbare bijdrage aan MINUSMA dient de internationale belangen van Nederland op de middellange termijn.


Inlichtingen MINUSMA
Het commando van de All Sources Information Fusion Unit (ASIFU) bevindt zich op het hoofdkwartier (HQ) van MINUSMA te Bamako. Hier stuurt ASIFU de inlichtingenoperatie aan, coördineert de informatiestromen en analyseert en integreert de verzamelde informatie en inlichtingen tot inlichtingenproducten.

Belang inlichtingen
De operatie is sterk afhankelijk van inlichtingen. Deze inlichtingen dienen als basis voor de planning van en besluitvorming rond operaties door de militaire commandant van de missie. Bovendien spelen ze een belangrijke rol in het garanderen van de veiligheid voor de ingezette eenheden.

In het veld
In de sectorhoofdkwartieren (SHQ) van MINUSMA, respectievelijk te Timboektoe en Gao, bevinden zich de operationele onderdelen van de ASIFU. Deze onderdelen zijn verantwoordelijk voor het verzamelen en verwerken van de gegevens uit hun sector tot inlichtingenproducten voor enerzijds het HQ in BAMAKO en anderzijds de MINUSMA-brigades van de sector waarin zij zich bevinden.

Verschillende domeinen
De inlichtingen benodigd voor MINUSMA beperken zich niet tot inlichtingen over de opstandige en gewapende groeperingen. Om een geïntegreerd beeld te scheppen focust ASIFU op inlichtingen in de domeinen Politiek, Militair, Economisch, Sociaal, Infrastructuur en Informatie.

Nederlandse inlichtingenbijdrage MINUSMA 
Delen van het Nederlandse Joint Intelligence, Surveillance, Target Acquisition & Reconnaissance Commando (JISTARC) worden voor MINUSMA ontplooid voor het verzamelen en verwerken van inlichtingen. In Gao komt een Nederlandse ASIFU-compagnie van circa 50 personen. Voor het verkrijgen van inlichtingen wordt een human terrain team uitgezonden. Daarnaast levert het JISTARC een eenheid met de ScanEagle en Raven unmanned aerial vehicles voor het verzamelen van beeldinformatie. De ASIFU-compagnie ontvangt ook informatie vanuit de Nederlandse special operations forces die in het veld verkenningen uitvoeren en van de Apache helikopters met speciale sensoren die Nederland in Gao stationeert.

Vliegveld en militaire basis in Gao (foto RFI)


Ca. 400 Nederlanders
De Nederlandse bijdrage bestaat uit ongeveer 30 man voor de politiecomponent en ongeveer 220 man voor de inlichtingenketen van de militaire component van de VN-missie. Dit betreft analisten, verkenners en een detachement met vier Apache gevechtshelikopters. Voor de ondersteuning zijn voorts 128 militairen nodig. Ook streeft Nederland naar een bijdrage van civiele deskundigen, onder meer op het terrein van gender, bescherming van burgers, rechtsstaatontwikkeling, security sector reform en de bescherming van cultureel erfgoed. Zoals gebruikelijk zijn bij aanvang en de beëindiging van militaire missies extra militairen nodig in de ondersteuning. De bijdrage aan MINUSMA past goed binnen de bilaterale ontwikkelingsinspanningen van Nederland, in het bijzonder het programma Veiligheid en Rechtsorde. Dit programma richt zich vooral op de ondersteuning van het Malinese justitieapparaat. Daarnaast zal worden gekeken hoe het programma kan worden toegesneden op de politiecomponent van MINUSMA. Het streven is om de Nederlandse bijdrage aan de politiecomponent in te zetten in de regio Gao, waar ook het Veiligheid en Rechtsorde programma actief is.

Infographic: ministerie van Defensie


Inzet tot 2015
De Nederlandse inzet loopt, in beginsel, tot midden 2015. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de VN Veiligheidsraad het mandaat van MINUSMA na 25 april 2014 verlengt. Midden 2015 zal de Nederlandse bijdrage geëvalueerd worden. Mede op grond van die ‘weging’ zal het kabinet een besluit nemen over de verlenging of de beëindiging van (elementen van) de Nederlandse bijdrage aan deze VN-missie vanaf midden 2016.

Tijdens MINUSMA voeren special operations forces (SOF) eenheden verkenningen uit. Door het vergaren van inlichtingen draagt SOF bij aan de verbetering van de informatiepositie van de missie. Daarnaast kan de SOF-eenheid ook onbeperkte Direct Action-taken uitvoeren. Hierbij kan worden gedacht aan het ontmantelen van verdekte wapenopslagplaatsen, het creëren van Freedom of Movement voor VN-eenheden en het oppakken van opponenten die zich bezighouden met het fabriceren van Improvised Explosive Devices (IED’s).

Nederlandse SOF
De Nederlandse SOF bestaan uit het Korps Commandotroepen en de maritieme SOF (NLMARSOF) van het Korps Mariniers. SOF bestaan uit speciaal opgeleid personeel dat onder alle (klimatologische) omstandigheden en zeer snel kan worden ingezet. Inzet van SOF kan heimelijk of openlijk plaatsvinden, met een kleine eenheid of een robuuste capaciteit en vindt vooral plaats in gebieden die niet (volledig) onder controle zijn. De kerntaken van SOF zijn Special Reconnaissance (speciale verkenningen), Military Assistance (bijdrage aan opbouw lokaal veiligheidsapparaat) en Direct Action (offensieve operaties)

Gao
De Nederlandse SOF-eenheid bevindt zich in Gao, onder directe aansturing van de militaire commandant in het MINUSMA hoofdkwartier in Bamako. Om de aansturing goed te laten verlopen plaatst Nederland hier ook een SOF plannings- en liaisonelement.

Taken 
De Nederlandse SOF-eenheden voeren primair lange-afstandsverkenningen uit. Dit zijn meerdaagse activiteiten waarbij de SOF-eenheden informatie verzamelen in veraf gelegen gebieden. Direct Action-taken worden niet uitgesloten. Daarnaast is de eenheid in staat om Military Assistance uit te voeren door samen te werken met Malinese speciale eenheden.

Opzet SOF-operatie
De operationele kern wordt gevormd door drie SOF-ploegen, in totaal zo’n 90 personen. Een staf zorgt voor de planning en aansturing van de operaties. Verder gaan o.a. een team verkenners, een groep mortieren (3 stuks 81mm), twee personen van Elektronische Oorlogsvoering, een medisch team, een team van de Explosieven OpruimingsDienst Defensie, verbindings-, onderhouds- en logistiek personeel mee. Ook moet in noodgevallen kunnen worden teruggegrepen op ondersteuning in de vorm van een Quick Reaction Force of Close Air Support en, in voorkomend geval, een medische evacuatie.

Materieel
De SOF-eenheid beschikt over verschillende voertuigen, waaronder de Bushmaster, de Fennek, de Mercedes Benz (MB) G280 CDI en de quad. De Bushmaster is een licht gepantserd voertuig en biedt bescherming tegen klein kaliber wapens, mijnen en IED’s. De MB is het standaard tactische wielvoertuig waarmee SOF opereert. De Quad maakt, vanwege de terreinvaardigheid deel uit van het operationele concept van SOF. Het verkenningsteam werkt met de Fennek, een tactisch wielverkenningsvoertuig.


Fennek.. Links .50 mitrailleur, rechts sensormast (foto Defensie)

Mercedes-Benz G280 CDI met .50 en 7,62mm mitrailleurs 

Apaches
Nederland draagt onder andere bij aan MINUSMA bij door het leveren van 4 Apache AH-64 gevechtshelikopters.

MINUSMA
De Apache helikopters vallen gedurende de inzet voor MINUSMA rechtstreeks onder de militaire commandant van MINUSMA. Deze commandant wijst dus taken toe aan de eenheid. Hierbij kan gedacht worden aan: uitvoeren van verkenningen, escorteren van eenheden, Show of force en het leveren van vuursteun voor grondeenheden.

Apache (foto Defensie)


Opereren vanuit Gao
Door de Nederlandse eenheden centraal te laten opereren vanuit Gao zullen de Apache’s een groot aandeel hebben bij het verzamelen van gegevens voor de inlichtingenketen van MINUSMA. Dit gebeurt binnen het Sectorhoofdkwartier te Gao, gezamenlijk met de aanwezige special operations forces. Indien noodzakelijk kunnen de gevechtshelikopters, conform afspraken met MINUSMA, ingezet worden voor de bescherming en ondersteuning van Nederlandse eenheden in het gebied.

Kenmerken
Naast verkenningstaken met zijn sensoren is de geavanceerde gevechtshelikopter geschikt voor gevechtstaken. Deze taken kunnen zowel bij dag als nacht worden uitgevoerd. Ook zijn Apaches zeer geschikt voor escort/beveiligingstaken (zowel voor helikopters als grondeenheden). Bovendien biedt de constructie en uitrusting een zekere bescherming tegen klein kaliber wapens en hittezoekende luchtdoelraketten. De verscheidenheid aan bewapening die de Apache rijk is, heeft in een dreigende situatie een de-escalerend effect. Als wapens toch moeten worden ingezet kan dit met grote precisie en met een geringe kans op nevenschade. Apaches treden altijd op in tweetallen om wederzijdse steun te garanderen.

Gao (foto MINUSMA)


(Bron tekst: ministerie van Defensie, december 2013)

Niet genoemd in het artikel: het personeel van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) dat een centrale rol speelt bij het vergaren en analyseren van inlichtingen.

Websites MINUSMA:

Lokale VN-site (alleen in het Frans): http://minusma.unmissions.org/
Site VN-New York http://www.un.org/en/peacekeeping/missions/minusma/

Mali Newstrackers:

Google Nieuws (Nederlands)
NewsNow (Engels)
Yahoo! Actualités (Frans)

Het weer in Gao

donderdag 28 november 2013

Antwoorden op Kamervragen over militaire missie in Mali

(Onderstaand een selectie uit de antwoorden op bijna 400 vragen van de Tweede Kamer over de missie in Mali. Indeling en accentuering middels 'vette' woorden zijn van mijn hand, HdV)

MINUSMA
- De verantwoordelijkheid voor het bepalen van de strategie, het vaststellen van operationele doelstellingen en het meten van de voortgang ligt bij de missie en de VN in New York. De VN rapporteert elke drie maanden over de voortgang die de missie boekt in een rapport van de Secretaris-Generaal van de VN aan de VN Veiligheidsraad.

MINUSMA heeft het mandaat in zijn begroting (2013-2014) verder uitgewerkt in vier prioritaire doelstellingen: 1) politieke verzoening, 2) stabilisatie in het noorden, 3) bescherming van burgers, mensenrechten en justitie (inclusief internationale berechting) en 4) herstel van Noord-Mali (early recovery). De verwachting is dat de begroting voor het einde van het jaar wordt bekrachtigd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

Daarnaast werkt MINUSMA op dit moment aan een intern planningsdocument, het Integrated Strategic Framework (ISF). Het opstellen en uitvoeren van een dergelijk document is een vereiste in de procedure voor resultaat-georiënteerd management van de VN (het Integrated Mission Planning Process). In dit proces werkt de VN-missie de hierboven genoemde prioriteiten uit in actieplannen. Hiervoor is per doelstelling een multidisciplinaire taakgroep ingesteld, waaraan ook andere in Mali actieve VN-organisaties deelnemen.

Het meten van resultaten van de Nederlandse bijdrage is zeer complex. De missie wordt uitgevoerd in een complexe omgeving met vele actoren en externe factoren. Resultaten of ontwikkelingen vallen in dergelijke omstandigheden vaak niet toe te schrijven aan de Nederlandse inzet. Daarnaast hanteert MINUSMA, net als andere internationale missies, veelal kwalitatieve doelstellingen die per definitie moeilijk meetbaar zijn. Ondanks deze beperkingen hechten ook de VN en MINUSMA sterk aan resultaatmeting en worden indicatoren, benchmarks en (tussen)doelen ontwikkeld en toegepast.

De resultaten van de Nederlandse inzet worden in het systeem voor resultaatmeting van de VN en de rapportage van de SGVN aan de Veiligheidsraad meegenomen. De Nederlandse bijdrage is immers een onderdeel van MINUSMA. Nederland ondersteunt MINUSMA, waardoor deze in staat wordt gesteld zijn activiteiten uit te voeren. Ook draagt Nederland, anders dan in Afghanistan, geen gebiedsverantwoordelijkheid. Niettemin wordt uiteraard de (impact van) de Nederlandse inzet zo goed mogelijk inzichtelijk gemaakt. Specifieke doelen voor de militaire bijdrage zullen in een later stadium, als duidelijk is hoe en wanneer de inlichtingeneenheid zal worden ontplooid, worden geformuleerd. Mogelijke succesfactoren zijn de mate waarin de inlichtingeneenheid in staat is om relevante, tijdige, ‘actionable’ en geïntegreerde inlichtingenanalyse te verstrekken en de mate waarin inlichtingenanalyses bijdragen aan het vermogen om de VN-troepenmacht te beschermen. Een andere mogelijke succesfactor is de mate waarin inlichtingenanalyses bijdragen aan de mogelijkheid om inlichtingen-gedreven operaties uit te voeren, maar ook aan niet-militaire analyse (zoals illegale handel, etnische dynamieken en tribale spanningen, sleutelspelers in het noorden). Overkoepelend doel van de Nederlandse bijdrage aan de inlichtingenketen is MINUSMA beter in te staat stellen zijn doelstellingen te behalen.

- - De officiële taal binnen MINUSMA is Engels. De Engelse taalvaardigheid van de Nederlandse militairen is voldoende. De Franse taalvaardigheid van de Nederlandse militairen is over het algemeen beperkt.
Hiaten in communicatie worden ondervangen door inzet van eigen personeel met vreemde talen kennis. Ook wordt onderzocht of en hoe er lokaal tolken, al dan niet door tussenkomst van de VN, kunnen worden ingehuurd

Er worden initieel vier tolken ingeschakeld. Lokaal worden mogelijk aanvullend tolken ingehuurd. Het aantal is afhankelijk van operationele omstandigheden. De bij defensie aangestelde tolken doorlopen bijbehorende opleidingstrajecten, waaronder een missie-gerichte opleiding. Waar nodig wordt maatwerk geleverd om de tolken goed voor te bereiden.

- Met robuuste inzet wordt bedoeld dat MINUSMA conform VNVR-Resolutie 2100 alle noodzakelijke middelen mag gebruiken, binnen zijn capaciteiten en gebied van ontplooiing, om zijn mandaat te implementeren, waaronder de bescherming van de burgerbevolking, en het stabiliseren van de belangrijkste bevolkingscentra en het nemen van actieve stappen om de terugkeer van gewapende elementen naar deze centra te voorkomen.

- Het kabinet doet om veiligheidsredenen geen uitspraken over de Rules of Engagement. Het mandaat van MINUSMA zoals opgenomen in Resolutie 2100 omvat onder andere als taak de bescherming van burgers, waarbij de primaire verantwoordelijkheid ligt bij de autoriteiten van Mali. Het mandaat, inclusief deze taak, is vertaald in Rules of Engagement.

- De door de VN vastgestelde ROE gelden voor alle eenheden van MINUSMA, inclusief de special forces. Deze staan detentie toe. Detentie en overdracht van personen geschiedt in overeenstemming met de richtlijnen van de VN. Deze bevatten uitgebreide voorschriften over de behandeling van gedetineerde personen. Deze moeten onder alle omstandigheden op een humane manier worden behandeld. De richtlijnen schrijven ook voor dat gedetineerden zo snel mogelijk worden overgedragen aan de Malinese autoriteiten. Een uitzondering hierop vormt de situatie waarin er zwaarwegende redenen zijn om aan te nemen dat mensenrechten van personen die worden overgedragen zullen worden geschonden. In een dergelijke situatie moeten gedetineerden worden vrijgelaten.

- China, Nigeria en Togo leveren de Role2 faciliteiten (Level 2 in de VN organisatie). De faciliteiten worden gestationeerd op de vliegvelden van Timboektoe (Nigeria), Gao (China) en Kidal (Togo). Daarnaast kan worden gebruikgemaakt van de Franse Role2 (operatie Serval) op vliegveld Gao. In Bamako heeft de VN een Malinese medische kliniek ingehuurd, die voorziet in de Role2 faciliteiten.

- MINUSMA beschikt niet over Combat Search & Rescue (CSAR) capaciteit, maar de medische evacuatie (medevac) gebeurt in principe door de lucht. Daarbij zijn drie trajecten te onderscheiden:
- Voor Forward evacuation (van plaats verwonding naar een medische faciliteit) wordt gebruik gemaakt van de capaciteit van Serval.
- Voor Tactical evacuation (tussen medische faciliteiten in het gebied) zal ook gebruik worden gemaakt van Franse capaciteit of van VN vliegtuigen.
- Voor Strategic evacuation (van medische faciliteiten in het gebied naar Nederland) zal het CLSK (het Patient Evacuation & Coordination Center, PECC) worden ingeschakeld.

- De Nederlandse troepen werken vanuit Gao en richten zich primair op de provincies Gao en Kidal. Inzet in andere regio’s is niet voorzien maar wordt niet uitgesloten.

- In Mali worden regelmatig zelfmoordaanslagen gepleegd. Zelfmoordaanslagen worden meegenomen in de vaststelling van het terroristische dreigingsniveau. Tegen zelfmoordaanslagen worden voorzorgsmaatregelen genomen. Over de inhoud hiervan doet het kabinet om veiligheidsredenen geen uitspraken.

- Gewapende jihadistische groeperingen beschikken over de capaciteit om Improvised Explosive Devices (IED’s) te plaatsen. De MIVD oordeelt dat de dreiging van het gebruik van IED’s door jihadistische groeperingen vooralsnog matig is. Bij bezoeken aan het missiegebied is gebleken dat de bevolking helpt bij het zoeken naar IEDs. Er wordt afdoende personele en materiële capaciteit meegenomen om de IED-dreiging het hoofd te kunnen bieden. Indien de dreiging toeneemt, zal die capaciteit vanuit Nederland worden versterkt.

- De extreme geografische en klimatologische omstandigheden, de slechte infrastructuur en lange aanvoerlijnen stellen MINUSMA voor grote logistieke uitdagingen. Defensie heeft veel ervaring opgedaan tijdens missies in Irak, Eritrea en Afghanistan die onder vergelijkbare, moelijke omstandigheden moesten worden uitgevoerd. Deze ervaring wordt gebruikt bij de inrichting van het logistieke concept zoals het voorzien in extra voorraden aan bijvoorbeeld water, voeding, reservedelen en voldoende logistieke ondersteuning.

- De CDS behoudt Full Command over de Nederlandse eenheden. In de staf van de Force Commander wordt een aantal Nederlandse officieren op sleutelposities geplaatst. De hoogste officier is een kolonel, die aan het hoofd staat van de planning en uitvoering van alle militaire operaties. Hij treedt namens de CDS op als Red Card Holder. Deze officier spreekt vloeiend Frans en is het aanspreekpunt van de CDS.`

Bevelsstructuur MINUSMA (blauw) en Nederlandse componenten (oranje)

-  De VN commandostructuur van de militaire component is vergelijkbaar met die van andere militaire missies. De militaire component wordt geleid door een generaal uit Rwanda, Kazura, die veel ervaring heeft met operaties binnen de VN.  De sectorcommandant van de oostelijke sector is de Senegalese brigade-generaal Mamadou Sembe. De commandant van Gao en directe omgeving is de commandant van het Nigeriaanse bataljon verantwoordelijk voor de deelsector Gao, de luitenant-kolonel Barmou Moussa Salaou.

Special Forces
- De Nederlandse speciale eenheid gaat onder een blauwe baret opereren. Nadere afspraken voor optreden op tactisch niveau worden gemaakt met de VN.

Counter terrorism is belegd bij operatie Serval en nadrukkelijk uitgesloten voor MINUSMA. De primaire taak van de verkenningseenheid is het verzamelen van inlichtingen door middel van langeafstandspatrouilles.

- Nederlandse commando’s gaan langeafstandsverkenningen uitvoeren die een hoge tactische mobiliteit vereisen. Transporthelikopters vergroten de reikwijdte, de snelheid en de duur van de inzet van de verkenningsteams, maar zijn niet randvoorwaardelijk voor het uitvoeren van deze langeafstandsverkenningen. Mobiliteit wordt in eerste instantie bereikt door het gebruik van eigen organieke voertuigen. Daarnaast zal MINUSMA beschikken over een beperkte hoeveelheid transporthelikopters die eventueel ook ingezet kunnen worden voor Nederlandse speciale eenheden. Afspraken over de inzet van deze transporthelikopters maken deel uit van de standaard missieplanning.

- Bij de samenstelling van de Nederlandse speciale eenheid (SOF) is rekening gehouden met de kans dat zij worden blootgesteld aan geweld of bij gevechtshandelingen betrokken zullen zijn. De Nederlandse speciale eenheden zijn onder meer voorzien van persoonlijke wapens, voertuigbewapening en mortieren. Als Nederlandse eenheden door gewapende groepen worden aangevallen, zijn ze dus in eerste instantie in staat om zichzelf te kunnen beschermen. Indien deze zelfbescherming niet voldoende is om de dreiging af te wenden, kan de eenheid een beroep doen op de zogenaamde Quick Reaction Force (QRF) die MINUSMA heeft ingericht voor dit soort situaties. Daarnaast kunnen de aanwezige Nederlandse gevechtshelikopters worden ingezet ter ondersteuning van de Nederlandse eenheden. Mochten al deze middelen niet voldoende zijn, dan kan MINUSMA een beroep doen op de Franse operatie Serval die in Gao eveneens over een QRF en gevechtshelikopters beschikt. Het aanvragen van steun verloopt volgens procedures die voorafgaande aan elke operatie van speciale eenheden worden vastgelegd in het operatieplan. De Apaches zijn gestationeerd in Gao maar zijn niet gebonden aan dat gebied. De Apaches zijn uitstekend in staat de Nederlandse speciale eenheden te voorzien van vuursteun.

De Nederlandse speciale eenheden zullen zich er in de planfase van een operatie van vergewissen dat steun van gewapende helikopters (bijvoorbeeld de Nederlandse Apaches) en/of QRF waar nodig is verzekerd. Mochten deze niet beschikbaar zijn dan wordt het optreden aangepast of gaat de operatie niet door.

Afhankelijk van de locatie, dreigingsniveau en omstandigheden kunnen de ASIFU sub eenheden zelf in force protection voorzien, treden ze op met force protection van MINUSMA-eenheden uit de sector (met eventueel bij hen ingedeelde Franse vuurgeleiders ten behoeve van helikopter of vliegtuiginzet), of zijn ze geïntegreerd in de SOF.

-  Bij de planning van operaties wordt rekening gehouden met de beschikbaarheid van geavanceerde traumahulp binnen een uur.


Apaches
De Apaches staan onder commando van de commandant van MINUSMA. Net zoals Nederlandse MINUSMA eenheden een beroep mogen doen op de andere eenheden van MINUSMA, mogen MINUSMA eenheden geleverd door andere landen bij de Force Commander een beroep doen op Nederlandse Apaches.

- Met hun kwalitatief hoogwaardige sensoren zijn de Apaches zeer geschikt om inlichtingen te verzamelen voor de ASIFU. De vier helikopters versterken de inlichtingenketen aanzienlijk. Ook kunnen ze worden ingezet om gewapende groeperingen af te schrikken en om vuursteun te leveren. De Apaches leveren een bijdrage aan de bescherming van Nederlands personeel en vertegenwoordigen de escalatiedominantie van de Nederlandse bijdrage.

- De VN verzoekt om drie helikopters. Om uitval van een helikopter te kunnen ondervangen worden in totaal vier helikopters meegenomen.

- Waar nodig kan uiteraard ook een beroep worden gedaan op andere MINUSMA-eenheden (waaronder de QRF) en de Franse operatie Serval. De Apaches zijn daarmee niet de enige middelen die de Nederlandse eenheden kunnen ondersteunen.

- rebellengroeperingen in Mali beschikken waarschijnlijk over MANPADs. Er zijn tot dusver geen incidenten geweest waarbij MANPADs zijn ingezet. MANPADs kunnen een gevaar vormen voor laagvliegende vliegtuigen en helikopters mits het systeem operationeel is en in handen is van een opgeleide persoon. Over de kwetsbaarheid van de Nederlandse Apaches ten opzichte van MANPADs worden om veiligheidsredenen geen mededelingen gedaan.


UAV's/drones
- MINUSMA maakt op dit moment nog geen gebruik van drones. Het is niet voorzien dat MINUSMA gebruik gaat maken van bewapende drones. De VN heeft wel gevraagd om onbemande verkenningsvliegtuigen. Nederland heeft onbemande verkenningsvliegtuigen aan MINUSMA aangeboden.
- De aan de VN aangeboden Nederlandse inlichtingencompagnie in Gao beschikt over eigen inlichtingensensoren: een human terrain analysis team en onbemande vliegtuigen


Gao
- MINUSMA heeft op dit moment ongeveer 2700 militairen gestationeerd in en om Gao afkomstig uit meer dan 25 landen. De landen die in en rond Gao de meeste militairen leveren zijn Niger, Senegal en Ivoorkust. Frankrijk concentreert zijn eenheden in Gao. Mali heeft militairen gelegerd in en rondom bevolkingscentra, inclusief Bamako en Gao.


Gao uit de lucht gezien. Foto: MINUSMA

Inlichtingen
- De VN wil dat MINUSMA de operaties informatiegestuurd plant en uitvoert. MINUSMA dient daarom volgens de VN te beschikken over een hoogwaardige inlichtingencapaciteit. Vanuit het perspectief van de VN is die hoogwaardige inlichtingencapaciteit, die Nederland samen met andere landen levert, een niche capaciteit waarin andere deelnemende landen op dit moment niet voorzien. Er zijn verschillende landen met een hoogwaardige inlichtingen capaciteit die in staat zijn de Nederlandse bijdrage over te nemen.

- Inlichtingenpersoneel wordt intensief voorbereid op een uitzending. Hierbij komen onder meer regionale dynamiek, cultuur, groeperingen, weer en terrein aan bod. De militairen hebben geen eerdere ervaring opgedaan in Mali.

- De voorgenomen Nederlandse bijdrage zal worden ingepast in de organisatiestructuur van de VN-missie. Nederland heeft bij de VN gesteld dat er een aantal deskundigen van Buitenlandse Zaken met goede kennis van de lokale omstandigheden zal worden toegevoegd aan de militaire bijdrage, onder andere ter ondersteuning van de inlichtingenanalyse.

Inlichtingen (2)

All Sources Information & Fusion Unit (ASIFU)

- De ASIFU zal bestaan uit een hoofdkwartier te Bamako en twee inlichtingencompagnieën, een in Gao en een, nog niet gevuld, in Timboektoe. De ASIFU bestaat voor het grootste deel uit inlichtingenpersoneel, aangevuld met enkele personeelsleden in algemene, ondersteunende of staffuncties.

Het ASIFU-hoofdkwartier in Bamako is multinationaal. Nederland levert de commandant van dit hoofdkwartier en diverse functionarissen. Noorwegen en Finland hebben gesteld ook functionarissen voor dit hoofdkwartier te willen leveren. Het hoofdkwartier richt zich op de aansturing van de inlichtingeneenheden in Mali en op de verwerking van de inlichtingen vanuit deze eenheden. De kern van dit hoofdkwartier bestaat onder andere uit een robuuste analysesectie. Nederlandse analisten maken hier deel van uit.

De aan de VN aangeboden Nederlandse inlichtingencompagnie in Gao beschikt over eigen inlichtingensensoren: een human terrain analysis team en onbemande vliegtuigen. Ook de inlichtingencompagnie beschikt over een eigen analysecapaciteit.

- Van de 70 militairen zullen vooralsnog 53 in Gao en zeventien in Bamako werkzaam zijn. Er is op dit moment niet voorzien dat Amerikaans personeel deel uit gaat maken van het ASIFU.

- De Nederlandse bijdrage aan de ASIFU verwerft, analyseert en produceert inlichtingen namens, voor en ten behoeve van MINUSMA. Hieraan zijn geen restricties verbonden, met uitzondering van bronbescherming. Nederland deelt deze inlichtingen binnen MINUSMA. Deze inlichtingen staan ter beschikking van de  Force Commander, de Head of Mission, de MINUSMA-brigades, de regionale VN-hoofdkwartieren en de civiele componenten van MINUSMA. De ASIFU gebruikt voor het produceren van geïntegreerde inlichtingen ook informatie afkomstig van de civiele componenten van MINUSMA.

De VN hebben een overeenkomst met de Franse operatie Serval. In de context van die overeenkomst wisselt MINUSMA inlichtingen uit met de Franse operatie Serval. Deze inlichtingen kunnen bijdragen aan het inlichtingenbeeld dat de operatie Serval voor hun contraterrorisme operaties hanteert.

- 1 Civiel en Militair Interactie Commando (CMI) levert een Stafofficier, CMI analisten en CMI operators ten behoeve van het ASIFU. Zij gaan contacten onderhouden met de civiele omgeving en internationale- en non-gouvernementele organisaties. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de situational awareness and understanding en aan de coördinatie- en informatiebehoefte van MINUSMA.


Milities
- In Mali bestaat een veelheid aan milities/rebellengroepen, zowel jihadistisch als seculier. De belangrijkste islamitische/jidadistische groepen zijn: Al-Qaida in de Islamitische Maghreb (AQIM) waarvan een aantal facties in het noorden van Mali actief zijn, de Mouvement pour l’ unité et le jihad en Afrique de l’Ouest (MUJAO), Ansar edDin,waarvan een groot deel naar HCUA – Haut Conseil pour l’ Unité de l’Azawad - is overgestapt en Al-Muwaqi’un Bil-Dima (‘zij die met bloed getekend hebben) van Mokhtar Belmokhtar. Laatstgenoemde is (mede)verantwoordelijk voor de acties eerder dit jaar in Algerije en Niger.

De Mouvement national de libération de l’Azawad (MNLA) is een Toearegbeweging die in april 2012 de onafhankelijke Azawad uitriep; in februari dit jaar werd deze eis teruggebracht tot een verregaande vorm van zelfbeschikking voor de Azawad. Arabische groeperingen hebben zich verenigd onder de noemer Mouvement Arabe de l’Azawad (MAA). Zowel MNLA als MAA afficheert zich als seculier.
HCUA, MNLA en MAA zoeken momenteel vergaande samenwerking, ook op militair gebied, om zo sterker te staan in de onderhandelingen met de regering.

Niet onvermeld kan blijven dat ook de Sonrhai en Peul-gemeenschappen in het noorden hun eigen milities hebben, respectievelijk de Ganda Koy en de Ganda Izo.

- Islamistische rebellen in Mali hebben contact met al-Qa’ida, Boko Haram, al-Shabaab en al-Qa’ida op het Arabisch Schiereiland.

-  AQIM, MUJAO en al-Muwaqi’un Bil-Dima (de laatste twee zijn gezamenlijk bekend als al-Murabitun) bestaan gedeeltelijk of zelfs voornamelijk uit buitenlandse strijders. Het betreft hier merendeels strijders uit landen in de regio.


China
China wil actief blijven deelnemen aan VN-vredesmissies en wil de VN-vredesinspanningen bevorderen om vrede en veiligheid wereldwijd te handhaven. China’s deelname aan MINUSMA past in dit beeld. China is al geruime tijd actief in Afrika. Het is de belangrijkste handelspartner voor Mali, importeert Malinees katoen en is er actief in infrastructuur, landbouw en mijnbouw.

China draagt substantieel bij aan MINUSMA met voor de eerste keer een gevechtseenheid, een veldhospitaal en de bescherming van het regionale VN-hoofdkwartier. Dit is de grootste Chinese bijdrage aan een VN-vredesmissie ooit. De ontplooiing van Chinese troepen staat gepland op 3 december 2013.

(Bron:  Beantwoording feitelijke vragen inzake Artikel 100 brief over een
Nederlandse bijdrage aan de UN Multidimensional Integrated Stabilisation
Mission in Mali (MINUSMA), Rijksoverheid, 27 november 2013)

maandag 25 november 2013

Luchtfoto van Gao (Mali)



In Gao komt het zenuwcentrum van de Nederlandse missie in Mali
Foto: VN-missie MINUSMA
 

zondag 10 november 2013

Dutch troops to go to Mali

At the request of the United Nations, the Netherlands is to deploy around 380 personnel as part of the Multidimensional Integrated Stabilisation Mission (MINUSMA). The objective of this UN mission is to restore security and stability in Mali. As yet, the deployment is scheduled to last until the end of 2015 and the first units are expected to leave for Mali at the end of this year. The cabinet will inform the House of Representatives to this effect today.

Robust contribution
Defence Minister Jeanine Hennis-Plasschaert: “The mission in Mali matters. We will therefore provide a robust contribution. A contribution for which our armed forces are ready. Our military personnel are well-trained, professional and motivated.”

Intelligence gathering
The greater part of the Dutch contribution will consist of military personnel. They will be deployed in the Gao area, mainly to gather, process and analyse intelligence. “In addition to special forces, we will deploy our sensor capability, unmanned systems and 4 Apache attack helicopters. We will be the eyes and ears of the UN, enabling them to operate more effectively”, Hennis explains. The Apaches will also be used as a deterrent and to protect the Dutch personnel.

Archive photo: Dutch Special Forces in Afghanistan

Not a combat mission
The Dutch analysts will be stationed at the headquarters in Bamako and Gao, with the long-range reconnaissance personnel (special forces) operating in the field. Hennis: “It is certainly not a combat mission. But that does not mean to say that our troops will never find themselves in a combat situation. And if they do, they will be able to act. These are robust units and they have a firm mandate.” The special forces may also be given specific assignments, such as dismantling arms depots and arresting suspects.

Training Malian police
The military personnel will be joined by a number of police officers and civilian experts. They will focus on training the Malian police force, developing the constitutional state and reforming the security sector. This contribution ties in with the Dutch development cooperation efforts that are already in place in Mali.

Breeding ground
Northern Mali had become a breeding ground for extremism and a haven for the training of terrorists. The objective of the UN’s efforts is to prevent a return to that situation once and for all. Mali lies at a crossroads of smuggling routes for drugs, weapons, people and illegal migration, which lead to the Mediterranean. The money made from these practices is an important source of funding for terrorism.

Dutch interest
It is in the interest of the Netherlands to prevent an uncontrollable situation from emerging close to home. A trading nation such as the Netherlands benefits particularly from international security, stability and a properly functioning rule of law. But solidarity with the civilian population of Mali is also an important consideration for participation in MINUSMA. They have been hit hard by poverty, human rights violations and a lack of security. It is therefore important to contribute to the strengthening of government structures which will offer the population equal opportunities and rights.

(Dutch Ministry of Defence, 1 November 2013)