Posts tonen met het label inlichtingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label inlichtingen. Alle posts tonen

maandag 14 april 2014

Eerste lichting militairen vertrokken naar Mali

Vanaf luchthaven Schiphol zijn op maandag 14 april ruim 70 militairen vertrokken naar Mali om deel te nemen aan de UN Multidimensional Integrated Stabilisation Mission in Mali (MINUSMA). Het zijn de eerste militairen van de hoofdmacht die zich in Mali bezig gaan houden met het verzamelen, interpreteren, verwerken en beschikbaar stellen van inlichtingen voor de militaire component van de VN-missie.

De komende weken vertrekken nog ruim 300 militairen naar Mali. Onder hen leden van het Korps Commando Troepen, leden van het Apache-detachement en inlichtingenpersoneel van het Joint Intelligence Surveillance Target Acquisition Reconnaissance Command (JISTARC).

De afgelopen maanden is hard gewerkt aan de bouw van het kamp. Het materieel stroomt op dit moment binnen. De Nederlandse bijdrage wordt in beginsel geleverd tot eind 2015. Eind maart is besloten nog 3 Chinook transporthelikopters te sturen naar Gao. Naar verwachting zijn de Chinooks in oktober volledig inzetbaar.

(ministerie van Defensie, 14 april 2014)

Toevoeging: volgens Defensie bestaat deze eerste groep uit militairen van ondersteunende eenheden. De hoofdmacht (300 man) vertrekt volgende week. Dan gaat het dus o.a. om commando's, inlichtingenmensen etc.

donderdag 26 december 2013

Nederlandse missie in Mali



Officiële naam
Republiek Mali / République du Mali

Oppervlakte
1.240.192 km² (ruim 30 keer Nederland)

Hoofdstad
Bamako

Inwoner
Malinees (m), Malinese (v)

Aantal inwoners 
Circa 15 miljoen

Inkomen per inwoner per jaar
$ 700 (NL: $ 50.300)

Talen
Frans, Bamakan en andere Mandétalen

Gemiddelde levensverwachting
51,8 jaar (NL: 80,1 jaar)

Munteenheid
CFA-franc (XOF)

Bevolking 
Bambara (32%), Fulani of Peul (14%), Senufo (12%), Soninke (9%), Touareg (7%), Songhai (7%) en de Malinke of Mandingo, Mandinke (7%). Ongeveer 10% van de bevolking leeft als nomaden.

Religie
Islamitisch 80 % , traditionele godsdiensten 9%, christendom 1,2%. Het land is sinds de oprichting in 1969 lid van de Organisatie van de Islamitische Conferentie.

Geografie
Mali bestaat voor 70% uit woestijn of semiwoestijn. In het zuidwesten liggen enkele grote rivieren, namelijk de Niger, Sénégal en de Bani.

Klimaat
Het noorden van het land heeft een woestijnklimaat en er is praktisch het hele jaar geen regenval. Het regenseizoen in het zuiden is van mei tot oktober.

Economie
Terwijl het noorden alleen door het woestijnvolk van de Touareg bewoond wordt, leeft 90% van de overwegend islamitische bevolking in het zuiden. Het aantal emigranten naar de buurlanden is door de in Mali heersende armoede zeer groot. Voor meer dan 80% van de bevolking is de landbouw de basis van het bestaan. Ook nomadische veeteelt in de Sahelzone en visserij in de Nigerdelta zijn belangrijk de voedselvoorziening. De industriesector levert met de verwerking van agrarische producten 15% van het BNP. Mali heeft verschillende grondstoffen. Alleen zout en goud worden op grote schaal ontgonnen.


Achtergrond

Onrust
Na ruim 60 jaar Franse overheersing kreeg Mali in 1958 autonoom bestuur. Het nieuwe marxistisch georiënteerde bewind faalde economische groei te brengen en riep in 1967 de permanente revolutie uit die het land in chaos en geweld stortte. Een staatsgreep en opeenvolgende watertekorten en droogtes verergerde de situatie. In 1990 brak in het noorden van het land een opstand van de Toearegs uit die in eerste instantie naar onafhankelijkheid streefden. De Toearegrebellenbeweging Mouvement Populaire pour la Libération de l'Azawad bracht het Malinese leger enkele nederlagen toe.

Vredesverdrag
Na maanden vol strijd voorzag een vredesverdrag, het Pacte National, in een decentrale overheid, meer autonomie voor het noorden, economische ontwikkeling voor de regio's en het houden van vrije verkiezingen. Een definitieve vrede met de Toearegs bleef echter uit. In 1994 ontaardde het conflict in interne gevechten tussen verschillende Toearegstammen onderling, en tussen de Toearegs en de Songhaibevolking, waarbij veel burgerslachtoffers vielen. In 1996 keerde de vrede terug in het noorden na een langdurig proces van verzoening tussen de verschillende stammen en bevolkingsgroepen.

21e eeuw
Na tien jaar vrede laaide de strijd in mei 2006 weer kort op. De Touaregs eisten de volledige uitvoering van het oorspronkelijke Pacte National uit 1992. Na de Libische burgeroorlog in 2011 keerden veel Touaregs die voor Qadhafi hadden gevochten zwaar bewapend terug naar Mali. Ze begonnen een veroveringstocht om het noorden van het land in te nemen. De regering en het leger konden hen niet de baas en, na maanden van ontevredenheid over leiding en uitrusting, pleegden soldaten een staatsgreep waarbij de president werd verjaagd. Na onderhandelingen met de Economic Community Of West African States (ECOWAS) werd een overgangsregime geïnstalleerd. In januari 2013 zetten de rebellen opnieuw een offensief naar het zuiden in.

Franse interventie
De situatie in het noorden van het land verslechterde zo snel, dat Frankrijk (op aanvraag van Mali) besloot tot militair ingrijpen. Vanaf Franse bases in Mali voerde het Franse leger op vrijdag 11 januari 2013 luchtaanvallen uit op de rebellen. Het tegenoffensief dat met ‘Operatie Serval’ werd ingezet, was succesvol. De rebellen werden teruggedreven naar het noorden. Door snelle interventie door Frankrijk, unaniem gesteund door de VN Veiligheidsraad, kon de territoriale integriteit van Mali hersteld worden. Nu moesten de democratie en de grondwettelijke orde in het land hervonden worden.

Verkiezingen
Verkiezingen in juli 2013 verliepen naar omstandigheden goed. Het verzoeningsproces is gestart. De vraag is in hoeverre de situatie echt stabiel is. Nog streven groepen Touaregs naar onafhankelijkheid. Ook waren er verschillende aanslagen in noordelijke steden.


MINUSMA

Internationaal was de bezorgdheid over de crisis in Mali groot.

December 2012: De VN Veiligheidsraad besluit een African-led International Support Mission in Mali (AFISMA) te autoriseren.

Februari 2013: de EU richt een trainingsmissie op ter versterking van het Malinese leger (EUTM Mali). 25 april 2013: de VN Veiligheidsraad richt de opvolger van AFISMA op. Met resolutie 2100 zag de ‘VN multidimensionele geïntegreerde stabilisatiemissie in Mali’ (MINUSMA) vredesmacht het licht.

1 juli 2013: MINUSMA neemt taken van het huidige VN-kantoor in Mali, UNOM, AFISMA en de ECOWAS-vredesmacht over. Verder werkt de missie, met name op logistiek en administratief vlak, ook samen met de United Nations Mission in Liberia (UNMIL) en de , United Nations Operation in Côte d'Ivoire (UNOCI), die in respectievelijk Liberia en Ivoorkust opereren. De sterkte van de missie wordt opgebouwd naar uiteindelijk 12.600 man.

Hoofddoelstellingen
MINUSMA kreeg een mandaat van twaalf maanden met volgende hoofddoelstellingen mee:

1. De belangrijkste bevolkingscentra stabiliseren en meewerken aan de uitbreiding van het staatsgezag over heel het land

2. De uitvoering van het overgangsplan van de regering, inclusief de dialoog en verkiezingen, ondersteunen

3. De bevolking en VN-personeel beschermen

4. De mensenrechten bevorderen

5. De levering van noodhulp ondersteunen

6. Het cultureel erfgoed van Mali helpen beschermen

7. Inspanningen om oorlogsmisdadigers voor de rechter te brengen ondersteunen

8. Er is een Europese trainingsmissie, EUTM, om de Malinese veiligheidsdiensten op te leiden en te adviseren.

Operatie Serval
De Franse operatie ‘Serval’ zal, synchroon met de opbouw van MINUSMA zullen worden afgeslankt, maar als parallel force (militaire escalatiemacht) beschikbaar blijven. Over de precieze vorm en uitvoering van deze steun zijn afspraken gemaakt met de VN.



Nederlandse bijdrage aan MINUSMA

Nederland levert een bijdrage aan de UN Multidimensional Integrated Stabilisation Mission in Mali (MINUSMA). Deze nieuwe missie, de op drie na grootste van de VN, is op 1 juli 2013 begonnen onder leiding van de Speciale Vertegenwoordiger van de Secretaris Generaal van de VN, Bert Koenders.

Doel
MINUSMA heeft ten doel om de stabiliteit in Mali te herstellen en de burgerbevolking te beschermen. Op de lange termijn is het doel structurele stabiliteit en versterking van het Malinese overheidsapparaat zodat Mali weer in staat is zelfstandig veiligheid en rechtsorde te waarborgen. De VN Veiligheidsraad heeft MINUSMA voorzien van een robuust mandaat, zodat in het uiterste geval met geweld kan worden opgetreden.

Overwegingen
Het is (mede) in Nederlands belang te voorkomen dat deze kwetsbare regio (vlakbij de zuidgrens van Europa) nog verder destabiliseert. Op verzoek van de VN heeft Nederland besloten een bijdrage te leveren aan MINUSMA. Deelname aan deze missie dient verschillende Nederlandse belangen waaronder de volgende:

• Een instabiel en ongecontroleerd noorden van Mali is een potentiële broedplaats voor gewelddadig extremisme en grensoverschrijdende criminaliteit aan de rand van Europa. De dreiging die daar van uitgaat beperkt zich niet tot de eigen regio, maar kan ook Europa en Nederland raken (terrorisme, drugs/wapens, illegale migratie).

• De humanitaire situatie in het noorden van Mali is schrijnend. Burgers, vooral in het noorden, moeten worden beschermd tegen geweld, onrechtvaardigheid en armoede.

• Noord-Afrika is voor Nederland en andere Europese landen een belangrijke handelspartner voor grondstoffen en energiebronnen. Instabiliteit Mali en Sahel brengt bereikbaarheid en beschikbaarheid daarvan in gevaar.

• Mali heeft de internationale gemeenschap expliciet om hulp gevraagd. Er is daarnaast een duidelijke en breed gedragen mandaat voor het VN-optreden in Mali. De VN heeft Nederland verzocht om een bijdrage aan MINUSMA. Met deze bijdrage komt Nederland tegemoet aan een kritieke behoefte van MINUSMA.

• Mali wil en kan in zekere mate zelfredzaam zijn. De doelstellingen van MINUSMA op het gebied van stabilisering, noodhulp en steun bij verkiezingen zijn haalbaar. Dit biedt kansen, want hiermee ligt er een basis voor duurzame wederopbouw en een politiek-sociaal contract met het noorden.

• Nederland levert een integrale, herkenbare bijdrage aan een geïntegreerde VN-missie, waarbij aansluiting kan en zal worden gezocht met de bilaterale inspanningen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Nederland heeft een sterke uitgangspositie in Mali: we beschikken als betrouwbare en neutrale ontwikkelingspartner over de nodige kennis, ervaring en contacten.

• Nederland is sterk gebaat bij internationale samenwerking. Met deze bijdrage dragen we medeverantwoordelijkheid voor internationale veiligheid, stabiliteit en een functionerende rechtsorde. Een waardevolle en zichtbare bijdrage aan MINUSMA dient de internationale belangen van Nederland op de middellange termijn.


Inlichtingen MINUSMA
Het commando van de All Sources Information Fusion Unit (ASIFU) bevindt zich op het hoofdkwartier (HQ) van MINUSMA te Bamako. Hier stuurt ASIFU de inlichtingenoperatie aan, coördineert de informatiestromen en analyseert en integreert de verzamelde informatie en inlichtingen tot inlichtingenproducten.

Belang inlichtingen
De operatie is sterk afhankelijk van inlichtingen. Deze inlichtingen dienen als basis voor de planning van en besluitvorming rond operaties door de militaire commandant van de missie. Bovendien spelen ze een belangrijke rol in het garanderen van de veiligheid voor de ingezette eenheden.

In het veld
In de sectorhoofdkwartieren (SHQ) van MINUSMA, respectievelijk te Timboektoe en Gao, bevinden zich de operationele onderdelen van de ASIFU. Deze onderdelen zijn verantwoordelijk voor het verzamelen en verwerken van de gegevens uit hun sector tot inlichtingenproducten voor enerzijds het HQ in BAMAKO en anderzijds de MINUSMA-brigades van de sector waarin zij zich bevinden.

Verschillende domeinen
De inlichtingen benodigd voor MINUSMA beperken zich niet tot inlichtingen over de opstandige en gewapende groeperingen. Om een geïntegreerd beeld te scheppen focust ASIFU op inlichtingen in de domeinen Politiek, Militair, Economisch, Sociaal, Infrastructuur en Informatie.

Nederlandse inlichtingenbijdrage MINUSMA 
Delen van het Nederlandse Joint Intelligence, Surveillance, Target Acquisition & Reconnaissance Commando (JISTARC) worden voor MINUSMA ontplooid voor het verzamelen en verwerken van inlichtingen. In Gao komt een Nederlandse ASIFU-compagnie van circa 50 personen. Voor het verkrijgen van inlichtingen wordt een human terrain team uitgezonden. Daarnaast levert het JISTARC een eenheid met de ScanEagle en Raven unmanned aerial vehicles voor het verzamelen van beeldinformatie. De ASIFU-compagnie ontvangt ook informatie vanuit de Nederlandse special operations forces die in het veld verkenningen uitvoeren en van de Apache helikopters met speciale sensoren die Nederland in Gao stationeert.

Vliegveld en militaire basis in Gao (foto RFI)


Ca. 400 Nederlanders
De Nederlandse bijdrage bestaat uit ongeveer 30 man voor de politiecomponent en ongeveer 220 man voor de inlichtingenketen van de militaire component van de VN-missie. Dit betreft analisten, verkenners en een detachement met vier Apache gevechtshelikopters. Voor de ondersteuning zijn voorts 128 militairen nodig. Ook streeft Nederland naar een bijdrage van civiele deskundigen, onder meer op het terrein van gender, bescherming van burgers, rechtsstaatontwikkeling, security sector reform en de bescherming van cultureel erfgoed. Zoals gebruikelijk zijn bij aanvang en de beëindiging van militaire missies extra militairen nodig in de ondersteuning. De bijdrage aan MINUSMA past goed binnen de bilaterale ontwikkelingsinspanningen van Nederland, in het bijzonder het programma Veiligheid en Rechtsorde. Dit programma richt zich vooral op de ondersteuning van het Malinese justitieapparaat. Daarnaast zal worden gekeken hoe het programma kan worden toegesneden op de politiecomponent van MINUSMA. Het streven is om de Nederlandse bijdrage aan de politiecomponent in te zetten in de regio Gao, waar ook het Veiligheid en Rechtsorde programma actief is.

Infographic: ministerie van Defensie


Inzet tot 2015
De Nederlandse inzet loopt, in beginsel, tot midden 2015. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de VN Veiligheidsraad het mandaat van MINUSMA na 25 april 2014 verlengt. Midden 2015 zal de Nederlandse bijdrage geëvalueerd worden. Mede op grond van die ‘weging’ zal het kabinet een besluit nemen over de verlenging of de beëindiging van (elementen van) de Nederlandse bijdrage aan deze VN-missie vanaf midden 2016.

Tijdens MINUSMA voeren special operations forces (SOF) eenheden verkenningen uit. Door het vergaren van inlichtingen draagt SOF bij aan de verbetering van de informatiepositie van de missie. Daarnaast kan de SOF-eenheid ook onbeperkte Direct Action-taken uitvoeren. Hierbij kan worden gedacht aan het ontmantelen van verdekte wapenopslagplaatsen, het creëren van Freedom of Movement voor VN-eenheden en het oppakken van opponenten die zich bezighouden met het fabriceren van Improvised Explosive Devices (IED’s).

Nederlandse SOF
De Nederlandse SOF bestaan uit het Korps Commandotroepen en de maritieme SOF (NLMARSOF) van het Korps Mariniers. SOF bestaan uit speciaal opgeleid personeel dat onder alle (klimatologische) omstandigheden en zeer snel kan worden ingezet. Inzet van SOF kan heimelijk of openlijk plaatsvinden, met een kleine eenheid of een robuuste capaciteit en vindt vooral plaats in gebieden die niet (volledig) onder controle zijn. De kerntaken van SOF zijn Special Reconnaissance (speciale verkenningen), Military Assistance (bijdrage aan opbouw lokaal veiligheidsapparaat) en Direct Action (offensieve operaties)

Gao
De Nederlandse SOF-eenheid bevindt zich in Gao, onder directe aansturing van de militaire commandant in het MINUSMA hoofdkwartier in Bamako. Om de aansturing goed te laten verlopen plaatst Nederland hier ook een SOF plannings- en liaisonelement.

Taken 
De Nederlandse SOF-eenheden voeren primair lange-afstandsverkenningen uit. Dit zijn meerdaagse activiteiten waarbij de SOF-eenheden informatie verzamelen in veraf gelegen gebieden. Direct Action-taken worden niet uitgesloten. Daarnaast is de eenheid in staat om Military Assistance uit te voeren door samen te werken met Malinese speciale eenheden.

Opzet SOF-operatie
De operationele kern wordt gevormd door drie SOF-ploegen, in totaal zo’n 90 personen. Een staf zorgt voor de planning en aansturing van de operaties. Verder gaan o.a. een team verkenners, een groep mortieren (3 stuks 81mm), twee personen van Elektronische Oorlogsvoering, een medisch team, een team van de Explosieven OpruimingsDienst Defensie, verbindings-, onderhouds- en logistiek personeel mee. Ook moet in noodgevallen kunnen worden teruggegrepen op ondersteuning in de vorm van een Quick Reaction Force of Close Air Support en, in voorkomend geval, een medische evacuatie.

Materieel
De SOF-eenheid beschikt over verschillende voertuigen, waaronder de Bushmaster, de Fennek, de Mercedes Benz (MB) G280 CDI en de quad. De Bushmaster is een licht gepantserd voertuig en biedt bescherming tegen klein kaliber wapens, mijnen en IED’s. De MB is het standaard tactische wielvoertuig waarmee SOF opereert. De Quad maakt, vanwege de terreinvaardigheid deel uit van het operationele concept van SOF. Het verkenningsteam werkt met de Fennek, een tactisch wielverkenningsvoertuig.


Fennek.. Links .50 mitrailleur, rechts sensormast (foto Defensie)

Mercedes-Benz G280 CDI met .50 en 7,62mm mitrailleurs 

Apaches
Nederland draagt onder andere bij aan MINUSMA bij door het leveren van 4 Apache AH-64 gevechtshelikopters.

MINUSMA
De Apache helikopters vallen gedurende de inzet voor MINUSMA rechtstreeks onder de militaire commandant van MINUSMA. Deze commandant wijst dus taken toe aan de eenheid. Hierbij kan gedacht worden aan: uitvoeren van verkenningen, escorteren van eenheden, Show of force en het leveren van vuursteun voor grondeenheden.

Apache (foto Defensie)


Opereren vanuit Gao
Door de Nederlandse eenheden centraal te laten opereren vanuit Gao zullen de Apache’s een groot aandeel hebben bij het verzamelen van gegevens voor de inlichtingenketen van MINUSMA. Dit gebeurt binnen het Sectorhoofdkwartier te Gao, gezamenlijk met de aanwezige special operations forces. Indien noodzakelijk kunnen de gevechtshelikopters, conform afspraken met MINUSMA, ingezet worden voor de bescherming en ondersteuning van Nederlandse eenheden in het gebied.

Kenmerken
Naast verkenningstaken met zijn sensoren is de geavanceerde gevechtshelikopter geschikt voor gevechtstaken. Deze taken kunnen zowel bij dag als nacht worden uitgevoerd. Ook zijn Apaches zeer geschikt voor escort/beveiligingstaken (zowel voor helikopters als grondeenheden). Bovendien biedt de constructie en uitrusting een zekere bescherming tegen klein kaliber wapens en hittezoekende luchtdoelraketten. De verscheidenheid aan bewapening die de Apache rijk is, heeft in een dreigende situatie een de-escalerend effect. Als wapens toch moeten worden ingezet kan dit met grote precisie en met een geringe kans op nevenschade. Apaches treden altijd op in tweetallen om wederzijdse steun te garanderen.

Gao (foto MINUSMA)


(Bron tekst: ministerie van Defensie, december 2013)

Niet genoemd in het artikel: het personeel van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) dat een centrale rol speelt bij het vergaren en analyseren van inlichtingen.

Websites MINUSMA:

Lokale VN-site (alleen in het Frans): http://minusma.unmissions.org/
Site VN-New York http://www.un.org/en/peacekeeping/missions/minusma/

Mali Newstrackers:

Google Nieuws (Nederlands)
NewsNow (Engels)
Yahoo! Actualités (Frans)

Het weer in Gao

maandag 19 november 2012

Hans Laroes over een MIVD'er en een NOS-correspondent

door Hans Laroes
Oud-hoofdredacteur NOS

In mijn boek ‘De Littekens van de Dag’ schrijf ik over pogingen van de Militaire Inlichtingen en Veiligheids Dienst om een NOS-correspondent te rekruteren. Hieronder een aantal passages uit hoofdstuk 7 (‘De Middelvinger van de Spindoctor’) over de poging van de ‘stille’. Opdat iedereen iets kan vinden van mijn afwegingen.

De correspondent klonk bezorgd, aan de telefoon.

-Als ik in Nederland ben, over een paar weken, moet ik echt met je praten, zei hij.

Ik hoorde aan de manier waarop hij sprak dat het geen zin had om meteen door te vragen, hoe nieuwsgierig ik ook was.

De meeste buitenlandse correspondenten hebben hun momenten van grote zenuwachtigheid. Vaak gaat het om hun positie en standplek, soms over geld, over een toevallig die keer bijzonder hoge telefoonrekening, een enkele keer over een Hilversumse chef of een eindredacteur.

Ze zijn individualisten, met alle voordelen van dien, en soms een enkel nadeeltje. Ze zitten meestal op eenmansposten, niet altijd wetend wat hun thuisredactie denkt en in welke richting die zich beweegt.

Het is geen permanente staat waarin de buitenlandse correspondent verkeert; het zijn momenten van twijfel, die de een meer heeft dan de ander, maar die ze allemaal kennen.

Het helpt altijd elkaar te zien en te spreken. Maar vooral, te laten weten dat we elkaar waarderen en dat ‘Hilversum’, of de hoofdredacteur, nog steeds van de correspondent houdt. Misschien ging het hier om, dat telefoontje. Misschien om een verhuizing op termijn.Misschien, toch ook, over geld. Of een andere baan, een aanbod van de concurrent. Maar dit ik moet met je praten klonk anders.

(-)

Soms moet je niet teveel doorvragen

Ik had geen idee wat te verwachten, toen de correspondent binnenkwam.

Hij begon een verhaal dat lang zou duren. Over een man die hij had leren kennen. Een ondernemer, eigenaar van bedrijfjes met puur Hollandse namen. Hij importeerde Nederlandse spullen. Hij bleek ook wel eens wat te weten van buiten zijn directe werk. Iets over dissidenten, over mensen die zich met mensenrechten bezighielden, over politieke activisten.

Hij fluisterde de correspondent wel eens wat in, liet wel eens wat lezen.

En enkele keer had de correspondent wat van die informatie kunnen gebruiken, in de vele maanden waarin ze elkaar leerden kennen en soms opzochten.

Maar nu had hij plots zijn andere gezicht getoond en de contacten gecompliceerd.

Hij zei dat hij voor de MIVD werkte. De Militaire Inlichtingen en Veiligheids Dienst. Zijn bedrijfjes waren dekmantels; hij verzamelde informatie voor ‘Den Haag’.

Daar had de correspondent toch maar mooi gebruik van gemaakt, dankzij hem, zei hij. Zou het niet mogelijk zijn, vroeg de man van de MIVD, om af en toe eens iets terug te doen?

De correspondent zuchtte. Had hij moeten weten dat er iets met de ondernemer was, toen die met heel andere informatie kwam. Maar ja, soms moet je niet al te veel doorvragen maar de ontvangen informatie gebruiken, als die een journalistiek doel dient.

Ik was het er volstrekt mee eens.

Heb je nee gezegd? vroeg ik.
-Ik heb nog niets gezegd, zei de correspondent. -Ik moet nog antwoord geven. Het is iets ingewikkelder.

De man van de MIVD had namelijk duidelijk gemaakt dat een ‘nee’ niet zomaar gegeven kon worden. Dat stelde hij niet op prijs. Hij wilde het natuurlijk liever niet, maar hij kon natuurlijk altijd laten uitlekken dat de correspondent wel voor de dienst werkte. Het was niet moeilijk, zo’n verhaal hier en daar te droppen.

Dan zou de correspondent alsnog zijn positie onmogelijk worden gemaakt, als de leugen rondging. Geen activist, geen dissident, zou nog willen praten. Geen overheidsfunctionaris zou nog de telefoon aannemen.

Wie weet wat er nog meer zou kunnen gebeuren.

De correspondent zou een journalistieke paria zijn geworden, niet alleen op de plek waar hij nu werkte, maar op iedere volgende plek, zelfs op de eigen redactie. –Weten jullie wel dat er een stille voor je werkt?

Het leek een onoplosbare situatie. Ja zeggen zou van de correspondent een onbetrouwbare journalist maken, want een spion. Nee zeggen zou er toe kunnen leiden dat de correspondent in de ogen van ongeveer iedereen de spion zou worden die hij juist niet wilde zijn.

Het hengelen, inhalen, vieren en weer inhalen door de man van de MIVD, het bouwen van een doolhof zonder uitgang, leek succesvol.

Even dacht ik er aan de correspondent weg te halen daar, maar ook zo’n besluit zou de kwaadaardige geruchtenmachine kunnen voeden –was de hoofdredacteur soms getipt dat zijn correspondent niet langer betrouwbaar was? Ik was en ben volkomen overtuigd van de zuiverheid van de correspondent. Ik vond en vind de manier waarop hij met de gelekte informatie was omgegaan juist. Maar ik wist simpelweg geen oplossing op dat exacte moment, om de dreiging met chantage weg te nemen. Hij leek leeg, op dat moment. Onzeker over een onduidelijke toekomst.

(-)

Ik beloofde de correspondent hem te zullen beschermen. Ik kon me goed voorstellen hoe hij zich moest voelen. Alsof je in een moeras bent terechtgekomen, langzaam wegzinkt in de zompige modder,  en er niemand in de buurt is om je te redden, geen tak om je aan vast te houden. Een kwestie van tijd voor de journalist langzaam zou zijn verzwolgen.

Maar voor mij stond het vast: het zou goed komen, dat kon niet anders. Ik had alleen wat tijd nodig om na te denken en een oplossing te vinden.

(-)

Een vuile oorlog met de MIVD?

Er is geen Handboek Hoofdredacteuren dat beschrijft wat je moet doen in dit soort omstandigheden. Ik had besloten er met niemand over te praten. Niet binnen de NOS, zeker niet er buiten.

Mijn enige zekerheid, in mijn persoonlijke en professionele leven: als er iets gebeurt, probeer dan zo snel mogelijk de regie in eigen handen te nemen.

In dit geval leken we lijdzaam te zijn. De man van de MIVD voerde de regie en dat moest stoppen.

Ik dacht na over de wapens die wij hebben, het enige wapen. Publiciteit.

We zouden kunnen overwegen de vlucht naar voren te maken, als het ware: de vlucht naar voren te maken en onthullen wat er speelde. Dat zou ons ongetwijfeld helpen. Er zou opwinding zijn, steun voor de correspondent, Kamervragen, gedoe. De NOS zou dit wel winnen, naar buiten toe, was mijn inschatting.

Maar ik rekende ook op een langer durende, vuile oorlog, die we niet konden regisseren. Een vuile oorlog tussen NOS en MIVD, met lekken, suggesties, verdachtmakingen, publicitaire valkuilen en dubieuze verhalen.Ik wist niet zeker dat het zo zou gaan, maar wist wel dat het zo zou kunnen gaan, en dus moest ik er rekening mee houden. Er leek mij een andere oplossing. Effectiever dan publiciteit kan het dreigen met publiciteit zijn.

(-)

Bellen met Henk Kamp

Ik besloot de minister van defensie te bellen, de politieke baas van de MIVD. Henk Kamp was het, destijds.

Ik legde hem voor wat er gebeurd was en in welke klem de correspondent terecht was gekomen. Het was een open gesprek, met wederzijds respect. Ik zei hem dat ik overwoog om het verhaal naar buiten te brengen, en dat we alle twee precies wisten wat er dan in de Tweede Kamer ging gebeuren. Kamp zag het vermoedelijk al voor zich, op dat moment.

Hij bedankte me voor het gesprek, en vroeg een paar dagen de tijd om uit te zoeken wat er precies aan de hand was. Hij zei van niets te weten, wat mij op mijn beurt vanzelfsprekend leek. Er zal heel veel gebeuren in allerlei uithoeken van de wereld zonder dat al die stappen langs het bureau van de minister gaan, ondanks de ministeriële verantwoordelijkheid.

(-)

Na een paar dagen belde Kamp terug.

Hij had het verhaal uitgezocht, zei hij.

Het klopte, van A tot Z.

De man had, zei Kamp, gehandeld in strijd met de instructies.

De instructies waren aangescherpt. De man was weg.

En belangrijker: Kamp garandeerde dat de correspondent op geen enkele manier met dit verhaal geconfronteerd zou worden, ooit. Hij wilde, op een van zijn reizen, even langs gaan om het persoonlijk uit te leggen.

Kamp bedankte nadrukkelijk voor de ruimte die ik hem gegeven had deze kwestie intern op te lossen.

Ik bedankte hem voor de snelle manier waarop hij had gehandeld.

Ik liet de correspondent weten dat alles was opgelost, en de wijze waarop.

Hij kon verder, de enig juiste oplossing voor een voortreffelijk journalist, op dit punt juist daarom ook in mijn boek anoniem.

(-)

Was dit eerder gebeurd?

Deze kwestie was goed afgelopen, maar deed wel vragen opkomen waarop ik geen antwoord heb. Hoe
vaak is het wel gelukt, zo’n benadering als deze? Hij was zo simpel dat hij ongetwijfeld niet voor de eerste keer is toegepast. Welke journalisten hebben ooit wel eens voor de ‘stillen’ geschnabbeld –omdat het wat geld opleverde? Omdat het voor het vaderland was en wel spannend? Omdat je ook wel eens wat terug kreeg?

Ik heb geen enkele aanwijzing overigens voor meer van dit soort gevallen, maar de voor de ‘stillen’ succesvolle contacten, hoewel ongetwijfeld uitzonderingen, spelen zich nu eenmaal in stilte af. Af en toe komt er wel eens een verhaal naar buiten over infiltratie in kringen van actievoerders, actiejournalisten, gewone journalisten. De Telegraaf onthulde in het voorjaar van 2011 de dubbele identiteit van journalist-AIVD-infiltrant Kraaijer. Fotojournalisten en anderen bleken te zijn geworven om te spioneren tijdens de Olympische Spelen in Bejing. Het gebeurt te vaak om alleen maar van incidenten te spreken.

Het grootste gevaar is journalistieke naïviteit. Denken dat het hier niet gebeurt, en ons niet gebeurt.

(De Jaap, 19 november 2012)