woensdag 16 april 2014

'Geruststellingspakket' Defensie in verband met de crisis in Oekraïne

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer
16 april 2014
Betreft: NAVO - geruststellende maatregelen in verband met de crisis i Oekraïne

Op 1 april jl. gaf de ministeriële Noord-Atlantische Raad (NAR) van de NAVO de militaire autoriteiten opdracht om op korte termijn militaire opties uit te werken om bondgenoten gerust te stellen die zich door de crisis in Oekraïne bedreigd voelen (zie de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 9 april 2014, kenmerk DVB/VD-030/2014). De NAR heeft vandaag een besluit genomen over een pakket van aanvullende, militaire maatregelen. Hieronder informeert het Kabinet over de inhoud van het pakket. Tevens informeert het Kabinet u over mogelijke Nederlandse bijdragen en over het besluit van de minister van Defensie om de bilaterale defensiesamenwerking met de Russische Federatie te bevriezen.

Maatregelen SACEUR
Het besluit van de NAR biedt de Supreme Allied Commander for Europe (SACEUR) de mogelijkheid maatregelen te treffen waardoor het bondgenootschap de collectieve verdediging van het NAVO-grondgebied tijdelijk versterkt. Het pakket voorziet in een grotere NAVO onder andere door:

- intensivering van maatregelen om de situational awareness te vergroten;
- intensivering van het aantal patrouillevluchten in het kader van de Baltic Air Policing;
- versterkte presentie van NAVO-vlootverbanden in de Oostzee en Middellandse Zee;
- de inzet van militaire stafleden met het oog op het versterken van de gereedstelling en extra training en militaire oefeningen;
- herziening en actualisering van verdedigingsplannen.

Nederland is tevreden over het overeengekomen pakket van maatregelen. Het is evenwichtig en proportioneel en biedt bondgenoten die zich bedreigd voelen voldoende zekerheden. Bovendien is afgesproken dat, afhankelijk van de ontwikkelingen, het pakket kan worden aangepast. De maatregelen geven uitdrukking aan de eensgezindheid en solidariteit in het bondgenootschap zonder dat zij escalerend werken.

Nederlandse bijdrage
Nederland levert op dit moment al een bijdrage aan de eerste serie van maatregelen die SACEUR in maart jl. heeft getroffen. Zo wordt de Nederlandse tankercapaciteit (air-to-air refuelling) ingezet ten behoeve van het bijtanken van de AWACS (zie ook Kamerstuk 28676-198). Op korte termijn zal een Nederlandse mijnenjager, die onderdeel is van de Standing NATO Mine Clearing Maritime Group (SNMCMG 1), oefeningen gaan uitvoeren en havenbezoeken afleggen in de Oostzee. Verder zal Nederland in juni met enkele schepen deelnemen aan de oefening Baltops en in september neemt een compagnie Special Forces in Polen deel aan de oefening Noble Sword. Nederland levert daarnaast twee functionarissen aan de versterking van de staf van het NAVO-hoofdkwartier SHAPE. Nederland beraadt zich op dit moment op mogelijke bijdragen aan het onderhavige pakket aanvullende maatregelen van SACEUR.

Zoals bekend zijn de Baltische landen afhankelijk van hun NAVO-partners voor de beveiliging van hun luchtruim met jachtvliegtuigen. De NAVO heeft deze Baltic Air Policing taak inmiddels geïntensiveerd. Er worden meer vliegtuigen ingezet en meer patrouillevluchten uitgevoerd. Ook Nederlandse F-16’s zijn beschikbaar om patrouillevluchten uit te voeren. Nederland was al voornemens deel te nemen aan de Baltic Air Policing taak in 2017. SACEUR beziet op dit moment de planning. Het Kabinet zal de Kamer nader informeren als zich als onderdeel van het geruststellingspakket eerder inzetmogelijkheden aandienen.

Onderdeel van de voorstellen van SACEUR is de mogelijkheid om de beide Standing NATO Maritime Groups (SNMG 1 en SNMG 2) in te zetten in de Oostzee en de Middellandse Zee. Momenteel is de SNMG 2 actief in de antipiraterij-operatie Ocean Shield in de wateren voor de kust van Somalië. De SNMG 2 bestaat uit vier schepen, waaronder het Nederlandse Luchtverdediging en Commandofregat Zr. Ms. Evertsen (van 24 januari 2014 tot en met half mei 2014). Indien SACEUR daartoe besluit, zal Zr. Ms. Evertsen eerder dan voorzien stoppen met Ocean Shield en als onderdeel van SNMG 2 actief worden in de Middellandse Zee. Het onttrekken van schepen aan Ocean Shield betekent niet dat de operatie wordt beëindigd. Het netwerk en de commandostructuur blijven intact om situational awareness te behouden en om zo nodig weer te kunnen opschalen. In 2014 levert Nederland verder geen bijdrage meer aan Ocean Shield. Met de anti-piraterijmissie EU-Atalanta en de Combined Maritime Forces is de maritieme aanwezigheid in 2014 in de wateren voor de kust van Somalië behouden. Defensie zal de Vessel Protection Detachements (VPD's) blijven inzetten. Nederland zet bovendien de geïntegreerde aanpak op het gebied van piraterijbestrijding voort door ook deel te nemen aan de maritieme capaciteitsopbouwmissie EUCAP Nestor en de EU Trainingsmissie in Somalië.

Bilaterale Defensiesamenwerking Rusland-Nederland
In reactie op de Russische annexatie van de Krim besloten de ministers van Buitenlandse Zaken van de NAVO op 1 april jl. alle praktische samenwerking – zowel civiel als militair – met de Russische Federatie in het kader van de NAVO-Rusland Raad (NRC), de Euro-Atlantische Partnerschapraad (EAPC) en het Partnership for Peace (PfP) op te schorten. De Russische Federatie mag voorts niet langer deelnemen aan comités en bijeenkomsten in NRC, EAPC of PfP-verband. Om de politieke dialoog te kunnen voortzetten, geldt deze uitsluiting niet voor bijeenkomsten van de EAPC op ambassadeursniveau of de NRC op ambassadeursniveau of hoger.

De Russische defensieattaché in Den Haag is 11 april jl. geïnformeerd over het besluit van de minister van Defensie om de bilaterale defensiesamenwerking tussen Nederland en de Russische Federatie te bevriezen, afgezien van herdenkingen in verband met de Tweede Wereldoorlog. Aangezien Nederland veel belang hecht aan de dialoog met de Russische Federatie, is besloten de communicatiekanalen met de Russische defensieattaché in Den Haag open te houden en de Nederlandse defensieattaché in Moskou op zijn post te laten.

De Minister van Buitenlandse Zaken,
Frans Timmermans

De Minister van Defensie
J.A. Hennis-Plasschaert

(Rijksoverheid, 16 april 2014) 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen