Als het aan demissionair minister Hans Hillen (Defensie) ligt worden er per jaar 175 zogeheten Vessel Protection Detachments (VPD's) aan boord gestationeerd. Dit blijkt uit een brief die de bewindsman donderdag aan de Tweede Kamer heeft gestuurd.
In de ontwerpbegroting voor 2013 wordt rekening gehouden met een bedrag van 36,9 miljoen euro aan kosten. Dit jaar was er 23,4 miljoen begroot voor de inzet van vijftig VPD-teams. Maar de inzet blijkt goedkoper dan gedacht. Omdat er in het operatiegebied opslaglocaties komen vallen de kosten om de troepen te bevoorraden lager uit.
Verder is er door goed overleg met reders minder vaak militair luchttransport nodig hetgeen vijf miljoen euro scheelt. Daarnaast wordt er vier miljoen bespaard omdat meer materieel dan voorzien uit de bestaande voorraden kan worden gehaald. Hierdoor kan de bijdrage die reders betalen voor bijvoorbeeld reis- en verblijfskosten van de mariniers worden verlaagd naar gemiddeld 116.000 euro per VPD-inzet. De strijd tegen de piraten kent zo een dagtarief van 8300 euro.
De lagere kosten betekenen dat er dit jaar al meer schepen kunnen worden beveiligd. Vanaf april gemeten kunnen de mariniers nog honderd keer op schepen meevaren, schrijft de bewindsman.
(De Stentor, 24 mei 2012)
donderdag 24 mei 2012
Kamerbrief: minister verlaagt 'tarieven' voor beveiligingsteams Marine (VPD's)
Datum 24 mei 2012
Betreft Nadere toelichting aanpassing regeling inzet Vessel Protection Detachments (VPD)
In het algemeen overleg van 19 april jl. over de inzet van Vessel Protection Detachments (VPD’s) heb ik toegezegd de Kamer nader te informeren over de aangepaste financiering van VPD’s. Met deze brief voldoe ik aan deze toezegging. Deze brief dient in samenhang met mijn brief van 19 april (Kamerstuk 32 706 nr. 28) te worden gelezen en beperkt zich tot een nadere financiële onderbouwing daarvan.
In de defensiebegroting voor 2012 (Nota van wijziging, Kamerstuk 33 000 X nr. 15) is € 23,4 miljoen begroot voor de inzet van 50 VPD’s, gemiddeld € 465.000 per VPD-inzet. Hiervan wordt in totaal € 11,2 miljoen exogeen gefinancierd uit de bijdragen van de reders, gemiddeld € 225.000 per VPD-inzet. Omdat een groot deel van de kosten van VPD’s bestaat uit kosten van militair luchttransport, is destijds gekozen voor een tariefstructuur waarbij de reders een verhoudingsgewijs hoge vaste component (€ 150.000 per VPD-inzet) en een lage variabele component (€ 25.000 per week) betalen.
De kosten van de inzet van VPD’s zijn in de praktijk lager gebleken dan in de raming van 2012 was voorzien. Dankzij goede planning is militair luchttransport minder vaak nodig waardoor de raming met € 5 miljoen kan worden verlaagd. Ook kan meer materieel dan voorzien worden onttrokken aan de bestaande voorraden, wat ongeveer € 4 miljoen scheelt.
Ter voorbereiding op de ontwerpbegroting voor 2013 is derhalve een herziene raming voor de inzet van VPD’s opgesteld. Daarbij is rekening gehouden met een uitbreiding van het aantal VPD’s van 50 naar 175 per jaar, nieuwe ontwikkelingen, zoals de inrichting van opslaglocaties in de buurt van het risicogebied, en de ervaringen met de VPD-inzetten tot nu toe. Op grond van deze uitgangspunten wordt thans voor de inzet van VPD’s in 2013 in totaal € 36,9 miljoen geraamd, waarvan € 10,3 miljoen investeringen betreft. Daarmee dalen de gemiddelde kosten per VPD-inzet van gemiddeld € 465.000 naar gemiddeld € 211.000 per VPD-inzet.
Van de totale kosten van € 36,9 miljoen zijn € 18,9 miljoen variabele kosten. Het betreft toelagen, reis- en verblijfskosten en overige kosten van een VPD, te financieren uit de bijdragen van de reders, gemiddeld € 116.000 per VPD-inzet. De kosten van de aanschaf, de opslag en het transport van materieel zijn in beginsel vaste kosten. Deze kosten, geraamd op € 18 miljoen, zullen door Defensie worden gefinancierd door prioriteitstelling binnen de desbetreffende begrotingsartikelen. Op deze wijze kunnen variaties in het aantal uitgevoerde VPD-inzetten zonder consequenties voor de defensiebegroting worden opgevangen.
Zoals beschreven is nu al sprake van lagere kosten. Binnen de begrotingskaders is er daarom ruimte om de bijdrage van de reders te verlagen naar het voor 2013 voorziene niveau en vanaf april nog ongeveer honderd VPD’s in 2012 in te zetten. Op 19 april informeerde ik u reeds bij brief (Kamerstuk 32706, nr. 28) over de nieuwe tariefstructuur voor de reders, waarin de vaste component wordt losgelaten en een dagtarief (€ 8.300) per VPD is vastgesteld. Dit besluit heb ik genomen omdat met de inrichting van de opslaglocaties de transportkosten een minder groot deel uitmaken van de totale kosten. Daarnaast leidde de vaste component in de praktijk tot ongewenste effecten. De reder zou bijvoorbeeld bij twee aansluitende transporten de vaste component twee keer moeten betalen terwijl het VPD voor het opvolgende transport gewoon aan boord blijft.
Deze aanpassing in 2012 berust op de geactualiseerde ramingen die worden gebruikt voor de ontwerpbegroting 2013. Deze brief loopt niet vooruit op de begroting 2013. Voor 2013 en verder zal ik de regeling voor de inzet van VPD’s in interdepartementaal verband nader uitwerken en opnemen in de ontwerpbegroting 2013.
Ik blijf de inzet van VPD’s en de daaraan verbonden kosten nauwgezet volgen. Zo nodig zal ik de bijdrage van de reders opnieuw aanpassen. Als dit aan de orde is, zal ik de Kamer hierover informeren.
DE MINISTER VAN DEFENSIE
Drs. J.S.J. Hillen
(ministerie van Defensie, 24 mei 2012)
Betreft Nadere toelichting aanpassing regeling inzet Vessel Protection Detachments (VPD)
In het algemeen overleg van 19 april jl. over de inzet van Vessel Protection Detachments (VPD’s) heb ik toegezegd de Kamer nader te informeren over de aangepaste financiering van VPD’s. Met deze brief voldoe ik aan deze toezegging. Deze brief dient in samenhang met mijn brief van 19 april (Kamerstuk 32 706 nr. 28) te worden gelezen en beperkt zich tot een nadere financiële onderbouwing daarvan.
In de defensiebegroting voor 2012 (Nota van wijziging, Kamerstuk 33 000 X nr. 15) is € 23,4 miljoen begroot voor de inzet van 50 VPD’s, gemiddeld € 465.000 per VPD-inzet. Hiervan wordt in totaal € 11,2 miljoen exogeen gefinancierd uit de bijdragen van de reders, gemiddeld € 225.000 per VPD-inzet. Omdat een groot deel van de kosten van VPD’s bestaat uit kosten van militair luchttransport, is destijds gekozen voor een tariefstructuur waarbij de reders een verhoudingsgewijs hoge vaste component (€ 150.000 per VPD-inzet) en een lage variabele component (€ 25.000 per week) betalen.
De kosten van de inzet van VPD’s zijn in de praktijk lager gebleken dan in de raming van 2012 was voorzien. Dankzij goede planning is militair luchttransport minder vaak nodig waardoor de raming met € 5 miljoen kan worden verlaagd. Ook kan meer materieel dan voorzien worden onttrokken aan de bestaande voorraden, wat ongeveer € 4 miljoen scheelt.
![]() |
| VPD (foto Marine) |
Van de totale kosten van € 36,9 miljoen zijn € 18,9 miljoen variabele kosten. Het betreft toelagen, reis- en verblijfskosten en overige kosten van een VPD, te financieren uit de bijdragen van de reders, gemiddeld € 116.000 per VPD-inzet. De kosten van de aanschaf, de opslag en het transport van materieel zijn in beginsel vaste kosten. Deze kosten, geraamd op € 18 miljoen, zullen door Defensie worden gefinancierd door prioriteitstelling binnen de desbetreffende begrotingsartikelen. Op deze wijze kunnen variaties in het aantal uitgevoerde VPD-inzetten zonder consequenties voor de defensiebegroting worden opgevangen.
Zoals beschreven is nu al sprake van lagere kosten. Binnen de begrotingskaders is er daarom ruimte om de bijdrage van de reders te verlagen naar het voor 2013 voorziene niveau en vanaf april nog ongeveer honderd VPD’s in 2012 in te zetten. Op 19 april informeerde ik u reeds bij brief (Kamerstuk 32706, nr. 28) over de nieuwe tariefstructuur voor de reders, waarin de vaste component wordt losgelaten en een dagtarief (€ 8.300) per VPD is vastgesteld. Dit besluit heb ik genomen omdat met de inrichting van de opslaglocaties de transportkosten een minder groot deel uitmaken van de totale kosten. Daarnaast leidde de vaste component in de praktijk tot ongewenste effecten. De reder zou bijvoorbeeld bij twee aansluitende transporten de vaste component twee keer moeten betalen terwijl het VPD voor het opvolgende transport gewoon aan boord blijft.
Deze aanpassing in 2012 berust op de geactualiseerde ramingen die worden gebruikt voor de ontwerpbegroting 2013. Deze brief loopt niet vooruit op de begroting 2013. Voor 2013 en verder zal ik de regeling voor de inzet van VPD’s in interdepartementaal verband nader uitwerken en opnemen in de ontwerpbegroting 2013.
Ik blijf de inzet van VPD’s en de daaraan verbonden kosten nauwgezet volgen. Zo nodig zal ik de bijdrage van de reders opnieuw aanpassen. Als dit aan de orde is, zal ik de Kamer hierover informeren.
DE MINISTER VAN DEFENSIE
Drs. J.S.J. Hillen
(ministerie van Defensie, 24 mei 2012)
woensdag 23 mei 2012
Kamerbrief over missies in (Zuid-)Sudan en vluchtelingenstromen
Hierbij informeren wij u over de personele en materiële behoefte in de missies in Sudan en Zuid-Sudan, te weten UNMISS, UNISFA en UNAMID, zoals verzocht tijdens de regeling van werkzaamheden van 25 april 2012. Tevens wordt u met deze brief geïnformeerd over de actuele humanitaire situatie in Sudan en Zuid- Sudan, in het bijzonder de vluchtelingensituatie en de situatie van Zuid-Sudanese onderdanen in Sudan. Voor de actuele politieke situatie wordt verwezen naar de brief aan uw Kamer die u op 10 mei 2012 is toegezonden over de mogelijkheden voor een grotere betrokkenheid van de internationale gemeenschap bij de beheersing van het conflict.
De Minister van Buitenlandse Zaken, Dr. U. Rosenthal
De Minister van Defensie, Drs. J.S.J. Hillen
De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, Prof. Dr. H.P.M. Knapen
Personele en materiele behoeften missies en actuele situatie in Sudan en Zuid-Sudan (UNMISS, UNISFA en UNAMID)
Bij de regeling van werkzaamheden van 25 april 2012 over Sudan en Zuid-Sudan verzocht uw Kamer om informatie over de personele en materiële behoeften in de missies UNMISS, UNISFA en UNAMID in Sudan en Zuid-Sudan. Deze brief gaat ook in op de actuele humanitaire situatie in Sudan en Zuid-Sudan, in het bijzonder de vluchtelingensituatie en de situatie van Zuid-Sudanese onderdanen in Sudan. Ten aanzien van de veiligheidssituatie verwijzen wij naar de brief over het schriftelijk overleg inzake de Raad Buitenlandse Zaken, die uw Kamer op 10 mei 2012 is toegegaan. Overigens is de Staatssecretaris voornemens een bezoek aan Juba te brengen op 6 en 7 juni aanstaande.
UNMISS
United Nations Mission in South Sudan. De missie is opgericht na de Zuid- Sudanese onafhankelijkheid (9 juni 2010). De missie ondersteunt de Zuid- Sudanese autoriteiten op het gebied van vredesconsolidatie, de bescherming van burgers door conflictpreventie en –beheersing, en de opbouw van de veiligheidsen justitiesector.
Personeel
- De ontplooiing van UNMISS vordert gestaag. Momenteel zijn ongeveer 5.200 van de 7.000 geautoriseerde militairen in functie. Het gewenste aantal politiemensen bedraagt 900, van wie er op dit moment 460 aanwezig zijn. Van de overige civiele staf zijn 734 van de 900 personen in functie. De VN verwacht dat UNMISS eind dit jaar volledig operationeel is.
- De VN volgt de veiligheidssituatie op de voet en neemt maatregelen om de veiligheid van het UNMISS-personeel te waarborgen. Daarbij wordt rekening gehouden met de voorkeuren van de individuele landen. Ook Nederland volgt de veiligheidssituatie nauwgezet en kan altijd zelf besluiten Nederlands personeel terug te trekken.
- De Zuid-Sudanese politie kampt met capaciteitsproblemen op gebieden zoals materieel, managementstructuren, gedecentraliseerde presentie, gespecialiseerde eenheden, proliferatie van wapens en Disarmament, Demobilisation and Reintegration (DDR). Het UNPOL-onderdeel in UNMISS is daarom essentieel. Daarnaast kampt het gevangeniswezen met tekorten aan gekwalificeerd personeel. Mits goed begeleid, kunnen gereïntegreerde oud-strijders worden ingeschakeld. Nederland draagt vijftien KMAR-functionarissen, zeven stafofficieren, twee militaire liaison officieren en vier civiele politie-deskundigen bij aan UNMISS, en levert daarmee een bescheiden maar relevante contributie aan de politiesector. Alle Nederlandse UNPOL’ers zijn inmiddels ter plaatse. Daarnaast levert Nederland een ervaren adviseur voor het gevangeniswezen.
Materieel
- De VN kampt al geruime tijd met een tekort aan militaire helikopters. Rusland heeft, na een incident in december 2011 waarbij een Russische helikopter werd beschoten, in maart 2012 zijn helikopters (inclusief bemanning) teruggetrokken uit UNMISS. Sindsdien zoekt de VN naar vervanging. UNMISS heeft behoefte aan zes militaire transporthelikopters voor een veelzijdige inzet. Het gaat dus nadrukkelijk niet om helikopters voor uitsluitend humanitaire transporten. De VN voert momenteel overleg met Rwanda, Ethiopië, Indonesië, Mongolië, China en Oekraïne om helikoptercapaciteit te leveren. Nederland is hiervoor niet benaderd.
UNISFA
United Nations Interim Security Force for Abyei is ingesteld op 27 juni 2011. Het mandaat van de missie in het grensgebied tussen Sudan en Zuid-Sudan behelst het monitoren en verifiëren van de demilitarisatie van Abyei, het faciliteren en verlenen van humanitaire hulp, het versterken van de capaciteit van de Abyei Police Service en, waar nodig, de bescherming van de burgerbevolking.
Personeel en materieel
- UNISFA wordt wat militair personeel en materieel betreft vrijwel volledig uitgevoerd door Ethiopië. Van de 4.200 militairen die voor deze missie zijn geautoriseerd, zijn er nu ongeveer 3.800 aanwezig.
- Op 2 mei nam de VN Veiligheidsraad unaniem resolutie 2046 (2012) aan, waarin onder meer werd bepaald dat Sudan en Zuid-Sudan onmiddellijk alle vijandigheden moeten staken, hun legers moeten terugtrekken en de steun aan rebellengroepen moeten beëindigen. Beide landen dienen voor 9 mei de nodige, al eerder overeengekomen veiligheidsmechanismen (de Joint Border Verification and Monitoring Mechanism (JBVMM) en de Safe Demilitarized Border Zone (SDBZ) voor de grens) in te stellen. Het mandaat van de UN Interim Security Force for Abyei UNISFA is op 15 december 2011 (resolutie 2024) uitgebreid met het toezicht op de gehele Noord-Zuid grens. Momenteel beschikt UNISFA over een contingent van ongeveer 300 personen voor de bescherming en de logistieke ondersteuning van de JBVMM. Op dit moment wordt onderzocht in hoeverre het mandaat en de behoeftestelling van UNISFA moeten worden aangepast om JBVMM te steunen bij het monitoren van een gedemilitariseerde Noord-Zuid grens.
- Nederland levert geen bijdrage aan UNISFA. Tot nu toe heeft de VN geen andere lidstaten dan Ethiopië verzocht een bijdrage te leveren. Sudan staat negatief tegenover bijdragen van Westerse landen.
UNAMID
United Nations African Union Mission in Darfur is een AU/VN-missie die sinds 31 juli 2007 actief is. De missie heeft als doel de bescherming van de burgerbevolking in Darfur, het faciliteren van humanitaire hulp en het ondersteunen van het politieke proces in Darfur. Knelpunten zijn de toegenomen dreiging voor humanitair en UNAMID-personeel, onvoldoende toegang tot delen van Darfur, te weinig meerdaagse patrouilles en belemmeringen door de Sudanese autoriteiten (visa, inklaring, transporten).
Personeel
- UNAMID is in militair opzicht voor 92 procent gevuld (18.081 van de 19.555 geautoriseerde militairen) en van de politiemacht is zo’n 83 procent (5.366 van de 6.432) aanwezig.
- Aan de civiele kant is er nog behoefte aan vooral Arabisch sprekende, vrouwelijke politiemensen.
- Op basis van een VN review van de missie wordt UNAMID vanaf deze zomer kleiner. De missie zou met ongeveer 4.200 militairen en 1.740 politiemensen minder toekunnen. UNAMID kampt met tegenwerking van de autoriteiten in Khartoum, waardoor visa slechts beperkt worden verleend en de missie minder effectief is.
- Nederland beëindigt de huidige bijdrage van twee militairen per juni 2012. Sinds eind 2011 was door visumproblemen slechts één van hen werkelijk in Darfur aanwezig.
- Nederland steunt de training van UNAMID-troepen uit Rwanda via het Amerikaanse Africa Contingency Operations Training & Assistance programma (ACOTA). ACOTA verzorgt trainingen voor Afrikaanse vredestroepen voordat deze worden ingezet. Sinds 2008 draagt Nederland jaarlijks 6 miljoen euro per jaar bij aan ACOTA. Bovendien verzorgen Nederlandse militairen zes tot negen ACOTA-trainingen per jaar in Burundi, Rwanda en Oeganda.
- Nederland is een van de donoren van het Peace Operations Training Institute (POTI), dat daardoor in staat is cursussen gratis aan te bieden aan peacekeepers uit Afrika (E-learning for African Peacekeepers, ELAP).
Materieel
- UNAMID kampt met een gebrek aan transportmiddelen.
- Daarnaast is er behoefte aan financiële middelen voor de politie- en justitiesector.
- Omdat de missie grote hinder ondervindt van de autoriteiten in Khartoum is het de vraag in hoeverre extra materieel tot grotere effectiviteit van de missie zou leiden.
- Nederland leverde een financiële en materiële bijdrage aan de voorloper van UNAMID.
Actuele humanitaire situatie
- De uitbraak van het conflict tussen het Sudanese leger en de oppositiegroepering SPLM-Noord in de Sudanese deelstaten South Kordofan en Blue Nile, de vijandelijkheden tussen de Sudanese en Zuid- Sudanese legers langs de grens en de eerdere confrontatie in het betwiste gebied Abyei hebben ernstige gevolgen gehad voor de humanitaire situatie in de regio.
- Nederland draagt 5 miljoen euro voor Sudan en 4 miljoen euro voor Zuid- Sudan bij ten behoeve van chronische humanitaire noden. Bij een verslechtering van de humanitaire situatie kan een beroep op het budget voor acute crises worden gedaan.
South Kordofan, Blue Nile en Abyei
- Volgens de VN bevinden zich ongeveer 350.000 ontheemden of door conflict getroffenen in South Kordofan en Blue Nile. Vanwege de slechte humanitaire toegang in deze gebieden zijn deze cijfers moeilijk te verifiëren. Naar schatting 150.000 vluchtelingen afkomstig uit deze gebieden hebben onderdak gezocht in Zuid-Sudan en Ethiopië. Voorts schatten de humanitaire organisaties dat de recente vijandelijkheden in het grensgebied tussen Sudanese en Zuid-Sudanese legers tot nu toe ongeveer 14.000 ontheemden tot gevolg hebben gehad. In de regio zijn tevens ongeveer 100.000 mensen uit Abyei ontheemd.
- UNHCR is bezorgd over het groeiend aantal Sudanese vluchtelingen uit South Kordofan in Zuid-Sudan. In het vluchtelingenkamp Yida verblijven 27.000 mensen, terwijl zich iedere dag ongeveer 300 mensen melden.
- UNHCR heeft met het groeiend aantal getroffenen zijn humanitaire inzet verhoogd. Humanitaire hulpverlening in deze gebieden wordt echter belemmerd door gebrek aan medewerking van de zijde van de Sudanese overheid en door de slechte veiligheidssituatie en de logistieke problemen, die met de komst van het regenseizoen nog groter zullen worden.
- De VN, de AU en de Liga van Arabische staten hebben bij de Sudanese overheid een voorstel ingediend voor betere humanitaire toegang in South Kordofan en Blue Nile. De VN-Veiligheidsraad heeft in resolutie 2046 (2012) van 2 mei partijen verzocht het voorstel te accepteren.
- Om de veiligheids- en logistieke problemen het hoofd te bieden proberen de humanitaire organisaties de vluchtelingen en ontheemden naar gebieden verder weg van de grens te evacueren en humanitaire voorraden centraal op te slaan.
Positie van Zuid-Sudanese onderdanen in Sudan
- Door het oplopen van de spanningen tussen Sudan en Zuid-Sudan zijn er tevens grote zorgen over het welzijn van de naar schatting 500.000 nog in Sudan verblijvende Zuid-Sudanezen.
- Sinds oktober 2010 zijn reeds ongeveer 372.000 Zuid-Sudanezen naar Zuid-Sudan teruggekeerd. Naar schatting 120.000 Zuid-Sudanezen staan in Khartoum geregistreerd voor repatriëring. De repatriëring wordt echter belemmerd door het gebrek aan registratie- en transportcapaciteit en door de uitbraak van de vijandigheden in de grensregio.
- Zo wachten in de plaats Kosti in deelstaat White Nile, ongeveer 12.000 tot 15.000 Zuid-Sudanezen op toestemming voor hun doorreis naar Zuid- Sudan. Sudan heeft transport over de Nijl in boten verboden, omdat deze ook kunnen worden gebruikt voor de bevoorrading van strijders van SPLANoord. Sudan is omstreeks 8 mei akkoord gegaan met een door IOM op te zetten luchtbrug naar Zuid-Sudan om deze groep Zuid-Sudanezen vanuit Kosti te repatriëren. Het gaat om 6 tot 7 vluchten per dag en ongeveer 900 passagiers.
- Het overige deel van de Zuid-Sudanese bevolking heeft mogelijk de wens om in Sudan te blijven. Op 13 maart jl. sloten Sudan en Zuid-Sudan een principeakkoord over de status van de staatsburgers van de andere staat. Het akkoord moest het vrije verblijf, eigendomsrechten, vrije beweging en economische activiteit van Zuid-Sudanezen in Sudan garanderen. Het akkoord is door het oplopen van de spanningen tussen Sudan en Zuid- Sudan vooralsnog niet bekrachtigd. Ondertussen zijn er bovendien zorgen over het toenemende aantal meldingen van animositeit jegens de bevolking van Zuid-Sudanese origine in Sudan. Sudan heeft de termijn waarbinnen Zuid-Sudanezen hun verblijf in Sudan moeten legaliseren tot 20 mei verlengd.
(ministerie van Defensie, 23 mei 2012)
(Opmerking: op de 'Facts and Figures'-site van UNMISS staat de Nederlandse bijdrage nog niet vermeld, hdv)
De Minister van Buitenlandse Zaken, Dr. U. Rosenthal
De Minister van Defensie, Drs. J.S.J. Hillen
De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, Prof. Dr. H.P.M. Knapen
Personele en materiele behoeften missies en actuele situatie in Sudan en Zuid-Sudan (UNMISS, UNISFA en UNAMID)
Bij de regeling van werkzaamheden van 25 april 2012 over Sudan en Zuid-Sudan verzocht uw Kamer om informatie over de personele en materiële behoeften in de missies UNMISS, UNISFA en UNAMID in Sudan en Zuid-Sudan. Deze brief gaat ook in op de actuele humanitaire situatie in Sudan en Zuid-Sudan, in het bijzonder de vluchtelingensituatie en de situatie van Zuid-Sudanese onderdanen in Sudan. Ten aanzien van de veiligheidssituatie verwijzen wij naar de brief over het schriftelijk overleg inzake de Raad Buitenlandse Zaken, die uw Kamer op 10 mei 2012 is toegegaan. Overigens is de Staatssecretaris voornemens een bezoek aan Juba te brengen op 6 en 7 juni aanstaande.
UNMISS
United Nations Mission in South Sudan. De missie is opgericht na de Zuid- Sudanese onafhankelijkheid (9 juni 2010). De missie ondersteunt de Zuid- Sudanese autoriteiten op het gebied van vredesconsolidatie, de bescherming van burgers door conflictpreventie en –beheersing, en de opbouw van de veiligheidsen justitiesector.
Personeel
- De ontplooiing van UNMISS vordert gestaag. Momenteel zijn ongeveer 5.200 van de 7.000 geautoriseerde militairen in functie. Het gewenste aantal politiemensen bedraagt 900, van wie er op dit moment 460 aanwezig zijn. Van de overige civiele staf zijn 734 van de 900 personen in functie. De VN verwacht dat UNMISS eind dit jaar volledig operationeel is.
- De VN volgt de veiligheidssituatie op de voet en neemt maatregelen om de veiligheid van het UNMISS-personeel te waarborgen. Daarbij wordt rekening gehouden met de voorkeuren van de individuele landen. Ook Nederland volgt de veiligheidssituatie nauwgezet en kan altijd zelf besluiten Nederlands personeel terug te trekken.
- De Zuid-Sudanese politie kampt met capaciteitsproblemen op gebieden zoals materieel, managementstructuren, gedecentraliseerde presentie, gespecialiseerde eenheden, proliferatie van wapens en Disarmament, Demobilisation and Reintegration (DDR). Het UNPOL-onderdeel in UNMISS is daarom essentieel. Daarnaast kampt het gevangeniswezen met tekorten aan gekwalificeerd personeel. Mits goed begeleid, kunnen gereïntegreerde oud-strijders worden ingeschakeld. Nederland draagt vijftien KMAR-functionarissen, zeven stafofficieren, twee militaire liaison officieren en vier civiele politie-deskundigen bij aan UNMISS, en levert daarmee een bescheiden maar relevante contributie aan de politiesector. Alle Nederlandse UNPOL’ers zijn inmiddels ter plaatse. Daarnaast levert Nederland een ervaren adviseur voor het gevangeniswezen.
Materieel
- De VN kampt al geruime tijd met een tekort aan militaire helikopters. Rusland heeft, na een incident in december 2011 waarbij een Russische helikopter werd beschoten, in maart 2012 zijn helikopters (inclusief bemanning) teruggetrokken uit UNMISS. Sindsdien zoekt de VN naar vervanging. UNMISS heeft behoefte aan zes militaire transporthelikopters voor een veelzijdige inzet. Het gaat dus nadrukkelijk niet om helikopters voor uitsluitend humanitaire transporten. De VN voert momenteel overleg met Rwanda, Ethiopië, Indonesië, Mongolië, China en Oekraïne om helikoptercapaciteit te leveren. Nederland is hiervoor niet benaderd.
UNISFA
United Nations Interim Security Force for Abyei is ingesteld op 27 juni 2011. Het mandaat van de missie in het grensgebied tussen Sudan en Zuid-Sudan behelst het monitoren en verifiëren van de demilitarisatie van Abyei, het faciliteren en verlenen van humanitaire hulp, het versterken van de capaciteit van de Abyei Police Service en, waar nodig, de bescherming van de burgerbevolking.
Personeel en materieel
- UNISFA wordt wat militair personeel en materieel betreft vrijwel volledig uitgevoerd door Ethiopië. Van de 4.200 militairen die voor deze missie zijn geautoriseerd, zijn er nu ongeveer 3.800 aanwezig.
- Op 2 mei nam de VN Veiligheidsraad unaniem resolutie 2046 (2012) aan, waarin onder meer werd bepaald dat Sudan en Zuid-Sudan onmiddellijk alle vijandigheden moeten staken, hun legers moeten terugtrekken en de steun aan rebellengroepen moeten beëindigen. Beide landen dienen voor 9 mei de nodige, al eerder overeengekomen veiligheidsmechanismen (de Joint Border Verification and Monitoring Mechanism (JBVMM) en de Safe Demilitarized Border Zone (SDBZ) voor de grens) in te stellen. Het mandaat van de UN Interim Security Force for Abyei UNISFA is op 15 december 2011 (resolutie 2024) uitgebreid met het toezicht op de gehele Noord-Zuid grens. Momenteel beschikt UNISFA over een contingent van ongeveer 300 personen voor de bescherming en de logistieke ondersteuning van de JBVMM. Op dit moment wordt onderzocht in hoeverre het mandaat en de behoeftestelling van UNISFA moeten worden aangepast om JBVMM te steunen bij het monitoren van een gedemilitariseerde Noord-Zuid grens.
- Nederland levert geen bijdrage aan UNISFA. Tot nu toe heeft de VN geen andere lidstaten dan Ethiopië verzocht een bijdrage te leveren. Sudan staat negatief tegenover bijdragen van Westerse landen.
UNAMID
United Nations African Union Mission in Darfur is een AU/VN-missie die sinds 31 juli 2007 actief is. De missie heeft als doel de bescherming van de burgerbevolking in Darfur, het faciliteren van humanitaire hulp en het ondersteunen van het politieke proces in Darfur. Knelpunten zijn de toegenomen dreiging voor humanitair en UNAMID-personeel, onvoldoende toegang tot delen van Darfur, te weinig meerdaagse patrouilles en belemmeringen door de Sudanese autoriteiten (visa, inklaring, transporten).
Personeel
- UNAMID is in militair opzicht voor 92 procent gevuld (18.081 van de 19.555 geautoriseerde militairen) en van de politiemacht is zo’n 83 procent (5.366 van de 6.432) aanwezig.
- Aan de civiele kant is er nog behoefte aan vooral Arabisch sprekende, vrouwelijke politiemensen.
- Op basis van een VN review van de missie wordt UNAMID vanaf deze zomer kleiner. De missie zou met ongeveer 4.200 militairen en 1.740 politiemensen minder toekunnen. UNAMID kampt met tegenwerking van de autoriteiten in Khartoum, waardoor visa slechts beperkt worden verleend en de missie minder effectief is.
- Nederland beëindigt de huidige bijdrage van twee militairen per juni 2012. Sinds eind 2011 was door visumproblemen slechts één van hen werkelijk in Darfur aanwezig.
- Nederland steunt de training van UNAMID-troepen uit Rwanda via het Amerikaanse Africa Contingency Operations Training & Assistance programma (ACOTA). ACOTA verzorgt trainingen voor Afrikaanse vredestroepen voordat deze worden ingezet. Sinds 2008 draagt Nederland jaarlijks 6 miljoen euro per jaar bij aan ACOTA. Bovendien verzorgen Nederlandse militairen zes tot negen ACOTA-trainingen per jaar in Burundi, Rwanda en Oeganda.
- Nederland is een van de donoren van het Peace Operations Training Institute (POTI), dat daardoor in staat is cursussen gratis aan te bieden aan peacekeepers uit Afrika (E-learning for African Peacekeepers, ELAP).
Materieel
- UNAMID kampt met een gebrek aan transportmiddelen.
- Daarnaast is er behoefte aan financiële middelen voor de politie- en justitiesector.
- Omdat de missie grote hinder ondervindt van de autoriteiten in Khartoum is het de vraag in hoeverre extra materieel tot grotere effectiviteit van de missie zou leiden.
- Nederland leverde een financiële en materiële bijdrage aan de voorloper van UNAMID.
Actuele humanitaire situatie
- De uitbraak van het conflict tussen het Sudanese leger en de oppositiegroepering SPLM-Noord in de Sudanese deelstaten South Kordofan en Blue Nile, de vijandelijkheden tussen de Sudanese en Zuid- Sudanese legers langs de grens en de eerdere confrontatie in het betwiste gebied Abyei hebben ernstige gevolgen gehad voor de humanitaire situatie in de regio.
- Nederland draagt 5 miljoen euro voor Sudan en 4 miljoen euro voor Zuid- Sudan bij ten behoeve van chronische humanitaire noden. Bij een verslechtering van de humanitaire situatie kan een beroep op het budget voor acute crises worden gedaan.
South Kordofan, Blue Nile en Abyei
- Volgens de VN bevinden zich ongeveer 350.000 ontheemden of door conflict getroffenen in South Kordofan en Blue Nile. Vanwege de slechte humanitaire toegang in deze gebieden zijn deze cijfers moeilijk te verifiëren. Naar schatting 150.000 vluchtelingen afkomstig uit deze gebieden hebben onderdak gezocht in Zuid-Sudan en Ethiopië. Voorts schatten de humanitaire organisaties dat de recente vijandelijkheden in het grensgebied tussen Sudanese en Zuid-Sudanese legers tot nu toe ongeveer 14.000 ontheemden tot gevolg hebben gehad. In de regio zijn tevens ongeveer 100.000 mensen uit Abyei ontheemd.
- UNHCR is bezorgd over het groeiend aantal Sudanese vluchtelingen uit South Kordofan in Zuid-Sudan. In het vluchtelingenkamp Yida verblijven 27.000 mensen, terwijl zich iedere dag ongeveer 300 mensen melden.
- UNHCR heeft met het groeiend aantal getroffenen zijn humanitaire inzet verhoogd. Humanitaire hulpverlening in deze gebieden wordt echter belemmerd door gebrek aan medewerking van de zijde van de Sudanese overheid en door de slechte veiligheidssituatie en de logistieke problemen, die met de komst van het regenseizoen nog groter zullen worden.
- De VN, de AU en de Liga van Arabische staten hebben bij de Sudanese overheid een voorstel ingediend voor betere humanitaire toegang in South Kordofan en Blue Nile. De VN-Veiligheidsraad heeft in resolutie 2046 (2012) van 2 mei partijen verzocht het voorstel te accepteren.
- Om de veiligheids- en logistieke problemen het hoofd te bieden proberen de humanitaire organisaties de vluchtelingen en ontheemden naar gebieden verder weg van de grens te evacueren en humanitaire voorraden centraal op te slaan.
Positie van Zuid-Sudanese onderdanen in Sudan
- Door het oplopen van de spanningen tussen Sudan en Zuid-Sudan zijn er tevens grote zorgen over het welzijn van de naar schatting 500.000 nog in Sudan verblijvende Zuid-Sudanezen.
- Sinds oktober 2010 zijn reeds ongeveer 372.000 Zuid-Sudanezen naar Zuid-Sudan teruggekeerd. Naar schatting 120.000 Zuid-Sudanezen staan in Khartoum geregistreerd voor repatriëring. De repatriëring wordt echter belemmerd door het gebrek aan registratie- en transportcapaciteit en door de uitbraak van de vijandigheden in de grensregio.
- Zo wachten in de plaats Kosti in deelstaat White Nile, ongeveer 12.000 tot 15.000 Zuid-Sudanezen op toestemming voor hun doorreis naar Zuid- Sudan. Sudan heeft transport over de Nijl in boten verboden, omdat deze ook kunnen worden gebruikt voor de bevoorrading van strijders van SPLANoord. Sudan is omstreeks 8 mei akkoord gegaan met een door IOM op te zetten luchtbrug naar Zuid-Sudan om deze groep Zuid-Sudanezen vanuit Kosti te repatriëren. Het gaat om 6 tot 7 vluchten per dag en ongeveer 900 passagiers.
- Het overige deel van de Zuid-Sudanese bevolking heeft mogelijk de wens om in Sudan te blijven. Op 13 maart jl. sloten Sudan en Zuid-Sudan een principeakkoord over de status van de staatsburgers van de andere staat. Het akkoord moest het vrije verblijf, eigendomsrechten, vrije beweging en economische activiteit van Zuid-Sudanezen in Sudan garanderen. Het akkoord is door het oplopen van de spanningen tussen Sudan en Zuid- Sudan vooralsnog niet bekrachtigd. Ondertussen zijn er bovendien zorgen over het toenemende aantal meldingen van animositeit jegens de bevolking van Zuid-Sudanese origine in Sudan. Sudan heeft de termijn waarbinnen Zuid-Sudanezen hun verblijf in Sudan moeten legaliseren tot 20 mei verlengd.
(ministerie van Defensie, 23 mei 2012)
(Opmerking: op de 'Facts and Figures'-site van UNMISS staat de Nederlandse bijdrage nog niet vermeld, hdv)
Minister van Defensie Hillen bezoekt Turkije
Minister van Defensie Hans Hillen heeft morgen in Istanbul een ontmoeting met zijn Turkse ambtgenoot dr. Ismet Yilmaz. Zij ondertekenen een verklaring die moet leiden tot de versterking van de bilaterale militaire samenwerking tussen Nederland en NAVO-partner Turkije.
Daarna brengt de minister een bezoek aan het fregat Hr. Ms. Evertsen, dat ter gelegenheid van 400 jaar Nederlands-Turkse betrekkingen, aan de Bosporus ligt afgemeerd. Het schip is voor de antipiraterij-missie Ocean Shield onderweg naar Oost-Afrika, waar het zal fungeren als vlaggenschip van een NAVO-vlootverband.
Aan boord van het schip zal Hillen samen met minister van Economische Zaken Maxime Verhagen een netwerkbijeenkomst bijwonen van het Turkse en Nederlandse bedrijfsleven ter bevordering van de wederzijdse handelsrelaties. Op het gebied van defensie en veiligheid zijn ondermeer hightechbedrijven als Thales, Damen en Fokker aanwezig.
(ministerie van Defensie, 23 mei 2012)
Daarna brengt de minister een bezoek aan het fregat Hr. Ms. Evertsen, dat ter gelegenheid van 400 jaar Nederlands-Turkse betrekkingen, aan de Bosporus ligt afgemeerd. Het schip is voor de antipiraterij-missie Ocean Shield onderweg naar Oost-Afrika, waar het zal fungeren als vlaggenschip van een NAVO-vlootverband.
Aan boord van het schip zal Hillen samen met minister van Economische Zaken Maxime Verhagen een netwerkbijeenkomst bijwonen van het Turkse en Nederlandse bedrijfsleven ter bevordering van de wederzijdse handelsrelaties. Op het gebied van defensie en veiligheid zijn ondermeer hightechbedrijven als Thales, Damen en Fokker aanwezig.
(ministerie van Defensie, 23 mei 2012)
Antwoord op Kamervragen over Joep van den Nieuwenhuyzen
Datum 23 mei 2012
Betreft Antwoorden op de vragen van het lid Jasper van Dijk (SP) over wapenhandel
Pagina 1 van 2
Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de vragen van het lid Jasper van Dijk (SP) over wapenhandel tussen Defensie en de heer Joep van den Nieuwenhuyzen (ingezonden 24 april 2012 met kenmerk 2012Z08851).
DE MINISTER VAN DEFENSIE
Drs. J.S.J. Hillen
Antwoorden op de vragen van het lid Jasper van Dijk (SP) over wapenhandel tussen Defensie en de heer Joep van den Nieuwenhuyzen (ingezonden 24 april 2012 met kenmerk 2012Z08851).
1
Wat is uw oordeel over het interview van Jort Kelder met de heer Joep van den Nieuwenhuyzen? 1)
2
Klopt de bewering dat Van den Nieuwenhuyzen betrokken is bij de verkoop van Nederlandse overtollige tanks aan het buitenland? Zo ja, welke rol speelt de heer Van den Nieuwenhuyzen hierbij?
3
Klopt de bewering dat Van den Nieuwenhuyzen een commissie zou ontvangen voor zijn rol in de verkoop van de tanks? Zo ja, hoe hoog is deze commissie?
De bewering dat de heer Van den Nieuwenhuyzen is betrokken bij de verkoop van overtollige Nederlandse tanks aan het buitenland is onjuist; het ministerie van Defensie maakt op geen enkele wijze gebruik van zijn diensten. In reactie op het niet uitgezonden deel van het interview heeft een vertegenwoordiger van Defensie dit ook onder de aandacht van de heer Kelder gebracht.
4
Bent u op de hoogte van de betrokkenheid van Van den Nieuwenhuyzen bij een reeks bedenkelijke transacties, waaronder massale fraude?
Ja.
5
Vindt u het aanvaardbaar dat een wapenhandelaar, zoals de heer Van den Nieuwenhuyzen, een sleutelrol speelt bij de verkoop van Nederlandse wapens? Zo nee, wat heeft dit voor gevolgen?
Op basis van het wapenexportbeleid worden bij de verkoop van overtollig strategisch defensiematerieel in beginsel alleen zaken gedaan op basis van government-to–government afspraken. Verkoop aan gerenommeerde bedrijven is ook mogelijk, mits de eindbestemming van het materieel vooraf bekend is.
1) http://925.nl/archief/2012/04/20/wat-vanavond-niet-op-tv-komt-joep-vanden-nieuwenhuyzen-tussenpe
(ministerie van Defensie, 23 mei 2012)
Betreft Antwoorden op de vragen van het lid Jasper van Dijk (SP) over wapenhandel
Pagina 1 van 2
Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de vragen van het lid Jasper van Dijk (SP) over wapenhandel tussen Defensie en de heer Joep van den Nieuwenhuyzen (ingezonden 24 april 2012 met kenmerk 2012Z08851).
DE MINISTER VAN DEFENSIE
Drs. J.S.J. Hillen
Antwoorden op de vragen van het lid Jasper van Dijk (SP) over wapenhandel tussen Defensie en de heer Joep van den Nieuwenhuyzen (ingezonden 24 april 2012 met kenmerk 2012Z08851).
1
Wat is uw oordeel over het interview van Jort Kelder met de heer Joep van den Nieuwenhuyzen? 1)
2
Klopt de bewering dat Van den Nieuwenhuyzen betrokken is bij de verkoop van Nederlandse overtollige tanks aan het buitenland? Zo ja, welke rol speelt de heer Van den Nieuwenhuyzen hierbij?
3
Klopt de bewering dat Van den Nieuwenhuyzen een commissie zou ontvangen voor zijn rol in de verkoop van de tanks? Zo ja, hoe hoog is deze commissie?
De bewering dat de heer Van den Nieuwenhuyzen is betrokken bij de verkoop van overtollige Nederlandse tanks aan het buitenland is onjuist; het ministerie van Defensie maakt op geen enkele wijze gebruik van zijn diensten. In reactie op het niet uitgezonden deel van het interview heeft een vertegenwoordiger van Defensie dit ook onder de aandacht van de heer Kelder gebracht.
4
Bent u op de hoogte van de betrokkenheid van Van den Nieuwenhuyzen bij een reeks bedenkelijke transacties, waaronder massale fraude?
Ja.
5
Vindt u het aanvaardbaar dat een wapenhandelaar, zoals de heer Van den Nieuwenhuyzen, een sleutelrol speelt bij de verkoop van Nederlandse wapens? Zo nee, wat heeft dit voor gevolgen?
Op basis van het wapenexportbeleid worden bij de verkoop van overtollig strategisch defensiematerieel in beginsel alleen zaken gedaan op basis van government-to–government afspraken. Verkoop aan gerenommeerde bedrijven is ook mogelijk, mits de eindbestemming van het materieel vooraf bekend is.
1) http://925.nl/archief/2012/04/20/wat-vanavond-niet-op-tv-komt-joep-vanden-nieuwenhuyzen-tussenpe
(ministerie van Defensie, 23 mei 2012)
Militairen trainen in Amsterdam Nieuw-West
Militairen van 1 CIMIC Bataljon, onderdeel van het ministerie van Defensie, hebben afgelopen week getraind in Nieuw-West op het gebied van gespreksvaardigheden. Doel hiervan was inzicht te krijgen in de multiculturele samenleving in alle opzichten. In Nieuw-West zijn namelijk 140 verschillende culturen aanwezig.
Het Bataljon houdt zich bezig met civiel- en militaire samenwerking en fungeert als een zogenoemde verbinder tussen de militaire organisatie en de bevolking. De Nederlandse militairen worden regelmatig uitgezonden naar buitenlandse missies, zoals Kunduz, en hebben hierbij veel contact met (lokale) burgers.
In een missiegebied dienen ze rekening te houden met politieke, culturele, religieuze, sociale, economische en humanitaire aspecten. Om de etnische verhoudingen beter te leren begrijpen zijn viertien militairen van het Cimic Bataljon voor een driedaagse training in gesprek gegaan met stadsdeelvoorzitter Achmed Baâdoud, wijkteamchef van de politie en bewoners in Nieuw-West. Ook hebben de militairen een bezoek afgelegd aan onder andere de Blauwe Moskee, het spirituele centrum La Verna en een studentenvereniging. Na afloop stond de conclusie vast dat taal een belangrijk verbindingsmiddel is.
Stadsdeelvoorzitter Achmed Baâdoud en majoor Patrick Walthuis reikten certificaten uit aan de deelnemende militairen. Baâdoud (veiligheid): "Dit stadsdeel is een geschikte leeromgeving voor dit soort trainingen. Wij zijn verheugd jullie te hebben mogen verwelkomen in het gastvrij Nieuw-West en een bijdrage hebben geleverd aan jullie kennis en kunde."
(gemeente Amsterdam, Stadsdeel Nieuw-West)
Zie ook: Militairen gaan gesprek aan in Nieuw-West (video), ministerie van Defensie, 11 mei 2012)
![]() |
| Wederopbouw (foto gem. Amsterdam) |
In een missiegebied dienen ze rekening te houden met politieke, culturele, religieuze, sociale, economische en humanitaire aspecten. Om de etnische verhoudingen beter te leren begrijpen zijn viertien militairen van het Cimic Bataljon voor een driedaagse training in gesprek gegaan met stadsdeelvoorzitter Achmed Baâdoud, wijkteamchef van de politie en bewoners in Nieuw-West. Ook hebben de militairen een bezoek afgelegd aan onder andere de Blauwe Moskee, het spirituele centrum La Verna en een studentenvereniging. Na afloop stond de conclusie vast dat taal een belangrijk verbindingsmiddel is.
Stadsdeelvoorzitter Achmed Baâdoud en majoor Patrick Walthuis reikten certificaten uit aan de deelnemende militairen. Baâdoud (veiligheid): "Dit stadsdeel is een geschikte leeromgeving voor dit soort trainingen. Wij zijn verheugd jullie te hebben mogen verwelkomen in het gastvrij Nieuw-West en een bijdrage hebben geleverd aan jullie kennis en kunde."
(gemeente Amsterdam, Stadsdeel Nieuw-West)
Zie ook: Militairen gaan gesprek aan in Nieuw-West (video), ministerie van Defensie, 11 mei 2012)
Hr. Ms. Evertsen: 'NATO’s anti-piracy ship arrives in Istanbul'
NATO flagship HNLMS Evertsen, which will take command of the organization’s counter-piracy mission in the Indian Ocean anchored in Istanbul yesterday morning.
Commodore Ben Bekkering of the Royal Netherlands Navy and commanding officer of the standing NATO Maritime Group 1 said he was pleased to head to the region to take over the duty of Turkey’s TCG Giresun Frigate led by Rear Admiral Sinan Azmi Tosun, who is currently conducting the anti-piracy mission in the Gulf of Aden and surrounding regions.
Attacks decreasing
“We will meet them in the Indian Ocean at the beginning of June to conduct the duty for the second six months of the year,” Bekkering said during a press conference on board the Evertsen yesterday.
Bekkering said they had attained their aims when asked about the success of NATO operations in the Indian Ocean. “We saw that the number of attacks went down rapidly. It was more than 10 now it’s two in a certain time of period,” he said. However Bekkering added that a combination of efforts from the United Nations and the European Union is intended to manage the problems in Somalia, which has no police forces.
‘Fighting piracy makes a difference’
German Frigate Rheinland-Pfalz also accompanied the Evertsen. Lt. Cmdr. Navigating Officer Heinrich Grosheim said they not only fight against pirates but also they conduct rescue operations.
“We rescued 425 Egyptian refugees from offshore Libya in March and managed to transfer them from Libya to Tunisia safely,” Grosheim told the Hürriyet Daily News. Lt. Cmdr. Karen Gelijns of the Evertsen staff also said they were looking to make a difference in the region by fighting piracy.
The ship will stay in Istanbul until May 26, and its second stop will be the southwestern province of Muğla’s Marmaris port from where it will sail through the Indian Ocean.
(Hürriyet Daily News, 23 May 2012)
Commodore Ben Bekkering of the Royal Netherlands Navy and commanding officer of the standing NATO Maritime Group 1 said he was pleased to head to the region to take over the duty of Turkey’s TCG Giresun Frigate led by Rear Admiral Sinan Azmi Tosun, who is currently conducting the anti-piracy mission in the Gulf of Aden and surrounding regions.
Attacks decreasing
![]() |
| Commandeur Ben Bekkering |
Bekkering said they had attained their aims when asked about the success of NATO operations in the Indian Ocean. “We saw that the number of attacks went down rapidly. It was more than 10 now it’s two in a certain time of period,” he said. However Bekkering added that a combination of efforts from the United Nations and the European Union is intended to manage the problems in Somalia, which has no police forces.
‘Fighting piracy makes a difference’
German Frigate Rheinland-Pfalz also accompanied the Evertsen. Lt. Cmdr. Navigating Officer Heinrich Grosheim said they not only fight against pirates but also they conduct rescue operations.
“We rescued 425 Egyptian refugees from offshore Libya in March and managed to transfer them from Libya to Tunisia safely,” Grosheim told the Hürriyet Daily News. Lt. Cmdr. Karen Gelijns of the Evertsen staff also said they were looking to make a difference in the region by fighting piracy.
The ship will stay in Istanbul until May 26, and its second stop will be the southwestern province of Muğla’s Marmaris port from where it will sail through the Indian Ocean.
(Hürriyet Daily News, 23 May 2012)
dinsdag 22 mei 2012
Libië: eindevaluatie Operatie Unified Protector
(Onderstaand de conclusies van de 21 pagina's tellende eindevaluatie d.d. 27-04-2012, zoals die aan de Tweede Kamer is aangeboden)
Conclusies
OUP is een succesvolle operatie geweest en geslaagd in het behalen van de gestelde doelen: het bescherming van de burgerbevolking en het handhaven van een vliegverbod en een wapenembargo en is hierin succesvol geweest. Nederland heeft met de geleverde bijdrage op sterke en evenredige wijze gestalte gegeven aan de bondgenootschappelijke verantwoordelijkheid en bijgedragen aan het slagen van deze operatie.
Tijdens OUP was er sprake van een goede internationale samenwerking met betrekking tot de situatie in Libië in en tussen verschillende fora, inclusief de speciaal daartoe gevormde CGL. Het multilaterale besluitvormingsproces binnen de NAVO in aanloop naar OUP nam tijd in beslag, maar de besluitvorming binnen de NAVO was vanaf het moment dat tot de operatie was besloten, efficiënt en slagvaardig. De NAVO heeft kunnen laten zien dat het ondanks druk op het bondgenootschap goed in staat is om de eenheid te bewaren. Bij deze besluitvorming zijn in de aanloop naar en tijdens OUP ook partnerlanden en landen uit de regio betrokken. Deze betrokken partijen hebben zich ingezet om de gestelde OUP doelstellingen ook daadwerkelijk te halen. Aan de operatie is politiek en met inzet van militaire middelen bijgedragen door landen uit de regio.
De uitzending van Nederlandse eenheden berustte op een duidelijk en breed gedragen internationaal mandaat. De door de regering vastgestelde Nederlandse opdracht was daarvan afgeleid. De aard en omvang van de Nederlandse bijdrage is bepaald op basis van primair een politieke afweging, daarbij rekening houdend met militaire mogelijkheden en vervolgens financiële overwegingen en was gebaseerd op de behoeftestelling van de NAVO.
De op basis van de VN resoluties geformuleerde opdracht was duidelijk en uitvoerbaar. Nederland kon daar waar nodig op politiek, strategisch en uitvoerend niveau de Nederlandse activiteiten in de operatie beïnvloeden.
Het Operatieplan en de daarbij benodigde eenheden, bevelstructuur en geweldsinstructies waren passend voor het behalen van de doelstelling van OUP. Zowel de operationele als de niet operationele risico’s zijn voorafgaande en tijdens OUP geïnventariseerd en geëvalueerd. Daar waar nodig zijn maatregelen genomen om het risico te beheersen en te verlagen. Tijdens OUP is door de Nederlandse eenheden geen onaanvaardbaar risico gelopen of genomen.
De Nederlandse eenheden waren voorbereid, beschikbaar en geschikt voor het uitvoeren van de opgedragen werkzaamheden in het kader van OUP. Gebleken is dat het uitvoeren van een dergelijke operatie gevolgen kan hebben voor de training en gereedstelling van eenheden die niet deelnemen aan de missie.
Zowel op nationaal niveau als op internationaal niveau heeft coördinatie tussen departementen en internationale instanties geleid tot een samenhangende aanpak, zowel op militair als op politiek en humanitair gebied.
(ministerie van Defensie, 22 mei 2012)
Conclusies
OUP is een succesvolle operatie geweest en geslaagd in het behalen van de gestelde doelen: het bescherming van de burgerbevolking en het handhaven van een vliegverbod en een wapenembargo en is hierin succesvol geweest. Nederland heeft met de geleverde bijdrage op sterke en evenredige wijze gestalte gegeven aan de bondgenootschappelijke verantwoordelijkheid en bijgedragen aan het slagen van deze operatie.
Tijdens OUP was er sprake van een goede internationale samenwerking met betrekking tot de situatie in Libië in en tussen verschillende fora, inclusief de speciaal daartoe gevormde CGL. Het multilaterale besluitvormingsproces binnen de NAVO in aanloop naar OUP nam tijd in beslag, maar de besluitvorming binnen de NAVO was vanaf het moment dat tot de operatie was besloten, efficiënt en slagvaardig. De NAVO heeft kunnen laten zien dat het ondanks druk op het bondgenootschap goed in staat is om de eenheid te bewaren. Bij deze besluitvorming zijn in de aanloop naar en tijdens OUP ook partnerlanden en landen uit de regio betrokken. Deze betrokken partijen hebben zich ingezet om de gestelde OUP doelstellingen ook daadwerkelijk te halen. Aan de operatie is politiek en met inzet van militaire middelen bijgedragen door landen uit de regio.
De uitzending van Nederlandse eenheden berustte op een duidelijk en breed gedragen internationaal mandaat. De door de regering vastgestelde Nederlandse opdracht was daarvan afgeleid. De aard en omvang van de Nederlandse bijdrage is bepaald op basis van primair een politieke afweging, daarbij rekening houdend met militaire mogelijkheden en vervolgens financiële overwegingen en was gebaseerd op de behoeftestelling van de NAVO.
De op basis van de VN resoluties geformuleerde opdracht was duidelijk en uitvoerbaar. Nederland kon daar waar nodig op politiek, strategisch en uitvoerend niveau de Nederlandse activiteiten in de operatie beïnvloeden.
Het Operatieplan en de daarbij benodigde eenheden, bevelstructuur en geweldsinstructies waren passend voor het behalen van de doelstelling van OUP. Zowel de operationele als de niet operationele risico’s zijn voorafgaande en tijdens OUP geïnventariseerd en geëvalueerd. Daar waar nodig zijn maatregelen genomen om het risico te beheersen en te verlagen. Tijdens OUP is door de Nederlandse eenheden geen onaanvaardbaar risico gelopen of genomen.
De Nederlandse eenheden waren voorbereid, beschikbaar en geschikt voor het uitvoeren van de opgedragen werkzaamheden in het kader van OUP. Gebleken is dat het uitvoeren van een dergelijke operatie gevolgen kan hebben voor de training en gereedstelling van eenheden die niet deelnemen aan de missie.
Zowel op nationaal niveau als op internationaal niveau heeft coördinatie tussen departementen en internationale instanties geleid tot een samenhangende aanpak, zowel op militair als op politiek en humanitair gebied.
(ministerie van Defensie, 22 mei 2012)
Hillen: ' Defensieplannen beter afstemmen op NAVO'
Internationale samenwerking moet structureel worden opgenomen in de afzonderlijke Defensieplannen van NAVO-landen. Minister Hans Hillen hield hiervoor gisteren een pleidooi tijdens de 2-daagse NAVO-top in Chicago. Met name bij grote materieelprojecten moet altijd worden gekeken naar samenwerkingsmogelijkheden.
Als voorbeeld noemde Hillen het overleg met zijn Noorse en Belgische collega’s over de aanschaf, opleiding en onderhoud van de F-35, de mogelijke opvolger van het F-16-gevechtsvliegtuig. Ook pleitte Hillen voor het afstemmen van bezuinigingen met de partnerlanden en, nog belangrijker, op de wereldwijde veiligheidssituatie. Dat betekent niet dat landen hun regeerakkoorden eerst aan de NAVO-bondgenoten moeten voorleggen. “Daar pleit ik niet voor”, aldus Hillen, “Maar wel voor een duidelijker bewustzijn, dat geen enkel land zijn bonen alleen kan doppen.”
Handzaam overzicht
Landen nemen nu zelfstandig besluiten, zonder duidelijk rekening te houden met de behoeften en tekorten van de NAVO. Hillen opperde dan ook dat de NAVO een handzaam overzicht opstelt van de grootste tekorten en overschotten en dat de organisatie onderling overleg over Defensieplannen mogelijk maakt.
Onbemande vliegtuigen
Een van de meest dringende tekorten is de capaciteit om bij missies zoals rond Libië, een helder beeld van de situatie op de grond te krijgen. Deze zogenoemde Air Ground Surveillance kan worden verkregen met onbemande vliegtuigen, maar geen enkel Europees land kan zich dit systeem in zijn eentje veroorloven.
Aan het einde van de dag ondertekenden 13 NAVO-partners (Nederland niet, hdv) een overeenkomst voor de gezamenlijke aanschaf van 5 onbemande Global Hawks. Ook de operationele inzet en het onderhoud komt uit de gemeenschappelijke NAVO-begroting. Nederland heeft als voorwaarde gesteld dat eenzelfde constructie wordt gehanteerd voor de AWACS-vloot, radarvliegtuigen die door 17 NAVO-landen worden geëxploiteerd. Zodoende worden vanaf ongeveer 2016 de inzet- en onderhoudskosten van deze vloot ook door alle NAVO-landen gedragen.
(ministerie van Defensie, 21 mei 2012)
Als voorbeeld noemde Hillen het overleg met zijn Noorse en Belgische collega’s over de aanschaf, opleiding en onderhoud van de F-35, de mogelijke opvolger van het F-16-gevechtsvliegtuig. Ook pleitte Hillen voor het afstemmen van bezuinigingen met de partnerlanden en, nog belangrijker, op de wereldwijde veiligheidssituatie. Dat betekent niet dat landen hun regeerakkoorden eerst aan de NAVO-bondgenoten moeten voorleggen. “Daar pleit ik niet voor”, aldus Hillen, “Maar wel voor een duidelijker bewustzijn, dat geen enkel land zijn bonen alleen kan doppen.”
Handzaam overzicht
Landen nemen nu zelfstandig besluiten, zonder duidelijk rekening te houden met de behoeften en tekorten van de NAVO. Hillen opperde dan ook dat de NAVO een handzaam overzicht opstelt van de grootste tekorten en overschotten en dat de organisatie onderling overleg over Defensieplannen mogelijk maakt.
Onbemande vliegtuigen
Een van de meest dringende tekorten is de capaciteit om bij missies zoals rond Libië, een helder beeld van de situatie op de grond te krijgen. Deze zogenoemde Air Ground Surveillance kan worden verkregen met onbemande vliegtuigen, maar geen enkel Europees land kan zich dit systeem in zijn eentje veroorloven.
![]() |
| Global Hawk (foto USAF) |
(ministerie van Defensie, 21 mei 2012)
Eerste versie NAVO-raketverdediging operationeel
De NAVO heeft tijdens de 2-daagse top in Chicago bekend gemaakt* dat een eerste versie van het overkoepelende raketverdedigingssysteem operationeel is. Nederland speelt hierbij een belangrijke rol, naast de Verenigde Staten, Frankrijk en Duitsland.
Zo zijn de 4 luchtverdedigings- en commandofregatten van de marine uitgerust met een zogenoemde SMART-L-radar om vanaf zee vroegtijdig ballistische raketten te detecteren. Minister Hans Hillen: “Wij kunnen niet van de Verenigde Staten blijven verwachten dat zij alle capaciteiten leveren voor onze verdediging.”
Vanaf 2018 is de eerste SMART-L-radar zodanig gemodificeerd dat deze inzetbaar is voor de NAVO. Ook heeft Nederland gisteren 3 Patriot-antiraketsystemen, een schaars goed binnen de NAVO, voor het gezamenlijke raketsysteem aangeboden. De volgende stap is het samenvoegen van de verschillende systemen binnen de NAVO-commandostructuur en dit uitbouwen tot een definitief systeem.
De raketverdediging maakt deel uit van het Smart Defence-initiatief, waarbij de NAVO door gezamenlijk optrekken met minder middelen haar slagkracht behoudt en zelfs vergroot. Minister Hillen ziet overigens niet alleen budgettaire voordelen. Het verhoogt de slagkracht, maar belangrijker nog, zo zegt hij, “het vergroot de verbondenheid. Het is goed cement voor de NAVO.” Hillen tekende gisteren een overeenkomst met Denemarken over het gezamenlijk inkopen, beheren en vernietigen van munitie. Andere NAVO-projecten waar Nederland aan deelneemt, zijn het gezamenlijk uitvoeren van helikopteronderhoud tijdens missies.
Achtergrond:
Artikel SMART-L luchtwaarschuwingsradar - Defensiekrant 44, 2006
Periodiek | 12 december 2012 | pdf, 2 pagina’s, 188 KB
Het kan niet wat die Nederlanders zeggen. Dat dachten de Amerikanen toen onder andere kapitein-luitenant-ter-zee Paul Rouffaer als hoofd van de sectie voor maritime ballistic missile defence beweerde dat de draaiende SMART-L-luchtwaarschuwingsradar in een oogopslag kan zien dat er een ballistische raket aankomt en ook nog eens de baan van het projectiel weet te berekenen. Op 7 december 2006 leverde Hr. Ms. Tromp het bewijs dat het wel degelijk kan.
NATO Video: Enhancing NATO’s Missile Defence (o.a. opnames op LCF-fregat, woordvoerder ministerie)
*NATO declares interim missile defence capability
(ministerie van Defensie, 21 mei 2012)
(Over de rol van de Luchtmacht bij de raketverdediging zie het artikel Raketverdediging hoog op agenda van 17 februari j.l.)
![]() |
| SMART-L (foto: Thales) |
Vanaf 2018 is de eerste SMART-L-radar zodanig gemodificeerd dat deze inzetbaar is voor de NAVO. Ook heeft Nederland gisteren 3 Patriot-antiraketsystemen, een schaars goed binnen de NAVO, voor het gezamenlijke raketsysteem aangeboden. De volgende stap is het samenvoegen van de verschillende systemen binnen de NAVO-commandostructuur en dit uitbouwen tot een definitief systeem.
De raketverdediging maakt deel uit van het Smart Defence-initiatief, waarbij de NAVO door gezamenlijk optrekken met minder middelen haar slagkracht behoudt en zelfs vergroot. Minister Hillen ziet overigens niet alleen budgettaire voordelen. Het verhoogt de slagkracht, maar belangrijker nog, zo zegt hij, “het vergroot de verbondenheid. Het is goed cement voor de NAVO.” Hillen tekende gisteren een overeenkomst met Denemarken over het gezamenlijk inkopen, beheren en vernietigen van munitie. Andere NAVO-projecten waar Nederland aan deelneemt, zijn het gezamenlijk uitvoeren van helikopteronderhoud tijdens missies.
Achtergrond:
Artikel SMART-L luchtwaarschuwingsradar - Defensiekrant 44, 2006
Periodiek | 12 december 2012 | pdf, 2 pagina’s, 188 KB
Het kan niet wat die Nederlanders zeggen. Dat dachten de Amerikanen toen onder andere kapitein-luitenant-ter-zee Paul Rouffaer als hoofd van de sectie voor maritime ballistic missile defence beweerde dat de draaiende SMART-L-luchtwaarschuwingsradar in een oogopslag kan zien dat er een ballistische raket aankomt en ook nog eens de baan van het projectiel weet te berekenen. Op 7 december 2006 leverde Hr. Ms. Tromp het bewijs dat het wel degelijk kan.
NATO Video: Enhancing NATO’s Missile Defence (o.a. opnames op LCF-fregat, woordvoerder ministerie)
*NATO declares interim missile defence capability
(ministerie van Defensie, 21 mei 2012)
(Over de rol van de Luchtmacht bij de raketverdediging zie het artikel Raketverdediging hoog op agenda van 17 februari j.l.)
Abonneren op:
Posts (Atom)
.jpg)




.jpg)