Het ministerie van Defensie en een voormalig militair van Dutchbat-3 zijn het eens geworden over een schadevergoeding voor laatstgenoemde (Dave Maat). Maat heeft tijdens zijn uitzending in het kader van UNPROFOR psychische schade opgelopen. Over de hoogte van de vergoeding zijn geen mededelingen gedaan. De Centrale Raad van Beroep had afgelopen maart de minister opgedragen 'binnen drie maanden' een besluit te nemen over de vergoeding.
Persbericht Centrale Raad van Beroep, maart 2013
Minister van Defensie verantwoordelijk voor schade ‘Dutchbatter’
Utrecht , 25-3-2013
De minister van Defensie is verantwoordelijk voor de schade die een militair van Dutchbat, die aanwezig was bij de val van de moslimenclave Srebrenica, lijdt door PTTS (posttraumatische stressstoornis). De minister is daarvoor verantwoordelijk omdat hij onvoldoende maatregelen nam om blijvende PTTS bij de Dutchbatter te voorkomen. Binnen drie maanden na vandaag moet de minister een besluit nemen over de vergoeding van de schade.
Dat bepaalde de Centrale Raad van Beroep vandaag in het hoger beroep dat de Dutchbat-militair had aangespannen. In zijn tussenuitspraak bepaalt de Centrale Raad van Beroep - evenals de rechtbank ’s-Gravenhage eerder - dat de minister van Defensie in deze zaak niet voldeed aan zijn zorgplicht als werkgever. De Centrale Raad van Beroep vindt dat de minister van Defensie bij beëindiging van de missie in Zagreb en daarna niet genoeg nazorg aanbood. Daardoor kreeg de PTSS bij de militair een blijvend karakter. De Centrale Raad van Beroep zal nadat de minister een besluit heeft genomen over de hoogte van de schadevergoeding, daarover een oordeel geven en einduitspraak doen.
Missie
De Centrale Raad van Beroep is het niet met de rechtbank, maar wel met de minister van Defensie eens dat bij de feitelijke uitvoering van de missie Dutchbat III de zorgplicht voldoende was. De Centrale Raad van Beroep wijst er daarbij op dat de militair voldoende opgeleid en getraind was om een militaire missie uit te voeren. Verder is niet gebleken dat het materieel in het begin van Dutchbat niet voldeed aan de noodzakelijke technische eisen. Ook is de minister niet verantwoordelijk voor de oorlogsomstandigheden ter plaatse.
De Centrale Raad van Beroep is ook van oordeel dat de zorgplicht niet mag worden beoordeeld aan de hand van onder oorlogsomstandigheden genomen operationele beslissingen. De aard van het militaire bedrijf verzet zich daartegen (zie ook LJN AN8521).
Mortiergranaat
Op 11 juli 1995 sloeg vlak bij de Dutchbatter een mortiergranaat in. Dit leidde bij de man tot psychische klachten. De mortierinslag is volgens de minister een dienstongeval. De militair krijgt in verband met de gevolgen van dat dienstongeval een uitkering. Daarbij is aangenomen dat de mortierinslag bij de militair leidde tot een acute stressstoornis. Die stoornis heeft zich door de verdere schokkende gebeurtenissen ontwikkeld tot een PTSS.
Voorgeschiedenis
In 2000 verzocht de militair de minister van Defensie om vergoeding van alle door hem door de uitzending naar Srebrenica geleden schade door die PTSS. De militair vond dat hij daar recht op had omdat de minister als werkgever zijn zorgplicht niet na kwam. De minister vond dat hij niet verantwoordelijk was en wees de gevraagde schadevergoeding af. De rechtbank vernietigde dat besluit (LJN AU6006) en droeg de minister op een nieuwe beslissing te nemen. De Centrale Raad van Beroep volgt de rechtbank daarin en beslist in zijn tussenuitspraak dat de minister verantwoordelijk is voor de schade van de “Dutchbatter”. De minister van Defensie moet inderdaad een nieuw besluit nemen, waarbij de Centrale Raad van Beroep ervan uit gaat dat de militair zijn schade binnen een maand onderbouwt.
De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het burgerlijke en militaire ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.
Zie ook het persbericht van de Centrale Raad van Beroep en de volledige uitspraak.
Posts tonen met het label Bosnië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bosnië. Alle posts tonen
dinsdag 13 augustus 2013
zaterdag 29 juni 2013
Toespraak minister Hennis-Plasschaert op Veteranendag 2013
Majesteit, excellenties, veteranen, aangetreden militairen, dames en heren, jongens en meisjes,
Vandaag, op deze bijzondere dag,eert Nederland zijn veteranen. Nederlandse Veteranendag,
ingesteld in 2005 als persoonlijke wens van Prins Bernhard vanwege zijn bijzondere, warme band met onze veteranen.
En juist vandaag is het 29 juni, de geboortedag van Prins Bernhard.
Dat maakt deze Veteranendag extra bijzonder, evenals de aanwezigheid van onze Koning, die zo
dadelijk het defilé zal afnemen.
Ons land telt 130.000 veteranen.Het zijn mannen en vrouwen die veel hebben meegemaakt, veel
hebben gepresteerd en grote verantwoordelijkheid hebben gedragen.
Niet zelden in situaties van spanning en gevaar. Je moet het maar kunnen!
En juist daarom spreken wij vandaag, op de Nederlandse Veteranendag, ons respect uit
Maatschappelijke erkenning en waardering voor onze militairen en hun inzet, het is voor mij een
belangrijk speerpunt.
‘Thank you for serving’. In Amerika veel gehoord. Op straat, in winkels, restaurants en waar dan ook. In Nederland is die openlijke waardering lange tijd helemaal niet zo vanzelfsprekend geweest. Maar we boeken vooruitgang. En ik ben ervan overtuigd dat een dag als vandaag hierbij een belangrijke rol speelt.
Ook ons parlement zet zich hier enorm voor in.Onze volksvertegenwoordigers hebben bijvoorbeeld
hard geknokt voor de totstandkoming van de Veteranenwet. De bijzondere zorgplicht voor veteranen
is nu dan eindelijk wettelijk verankerd.En op dit moment wordt er hard gewerkt aan de verdere
uitwerking van deze wet.
Ik noem bijvoorbeeld:
· een ombudsman speciaal voor veteranen
· De oprichting van één veteranenloket
· De ereschuld waarvan inmiddels het merendeel is uitbetaald
Ook de uitgezonden militairen in werkelijke dienst, komen nu in aanmerking voor de veteranenstatus. En voor het eerst zal ik zo meteen -samen met mevrouw Eijsink, Tweede Kamerlid voor de PvdA, de veteranenspeld uitreiken aan actief dienende militairen. Een mooi moment van zichtbare erkenning én waardering!
Majesteit, geachte aanwezigen,
De aangetreden militairen rechts van ons zijn onlangs teruggekeerd van missies in Burundi, Bosnië, Israël en de Palestijnse gebieden, Kosovo, Afghanistan en Zuid-Soedan.
Graag wil ik vier van hen aan u voorstellen.
Allereerst marinier Smit van de Koninklijke Marine. Marinier Smit,gisteren was u nog op oefening in de heuvels van Engeland, vandaag alweer hier in Den Haag in verband met onder meer uw uitzending naar Afghanistan. Actief dienend bent u zeker! In Kabul werkte u als chauffeur en beveiliger. U bracht specialisten veilig ter plekke zodat ze cruciale apparatuur konden repareren. Of - in uw eigen woorden - u zorgde ervoor dat ‘de jongens en meiden van de missie goed hun werk konden doen’.Cruciale inzet achter de schermen dus. Marinier Smit, Dank daarvoor!
Majoor Both van de Koninklijke Landmacht, u bent uitgezonden geweest naar Zuid-Sudan.
Een land waar de afgelopen dertig jaar alleen maar is gevochten, een land dat vanaf de grond moest worden opgebouwd. Als officier civiel-militaire samenwerking heeft u bijgedragen aan de eerste voorzichtige stappen op weg naar duurzame vrede. Majoor Both, dank aan u! Dank voor uw inzet.
Sergeant Rijnsent van de Koninklijke Luchtmacht, ik heb u vorig jaar mogen ontmoeten tijdens mijn bezoek aan de troepen in Noord-Afghanistan. U heeft als militair verpleegkundige vanuit Masar-e-Sharif de medische evacuaties gecoördineerd.Een cruciale taak want de juiste zorg voor onze
militairen is van groot belang! Ook aan u: Dank voor uw inzet!
En als laatste, adjudant Van der Wal van de Koninklijke Marechaussee Adjudant Van der Wal, als digitaal rechercheur in Afghanistan spoorde u de makers van bermbommen op. In uw eigen woorden: ‘Al kan ik maar één militair- of burgerslachtoffer voorkomen, dan heeft het al zin gehad.’U hebt mét uw team successen geboekt en daadwerkelijk het verschil kunnen maken. Adjudant van der Wal, zeer veel dank!
Dames en heren,
Onze veteranen kunnen hun werk vooral doen dankzij de voortdurende steun van hun thuisfront.Zonder thuisfront, geen inzet! Daarom vraag ik u om met mij nog één keer heel hard te klappen. Een applaus voor de familie, vrienden en collega’s van al onze veteranen!
Zo dadelijk zal ik overgaan tot het uitreiken van de herinneringsmedailles vredesoperaties voor de genoemde missies. Een onderscheiding van de regering ter herinnering aan uw bijzondere inzet namens Nederland in het buitenland. Ik reik deze onderscheiding uit, samen met onze premier, de Commandant der Strijdkrachten en de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht.
Daarna zal ik,zoals gezegd,samen met mevrouw Eijsink, de veteranenspeld uitreiken aan vier veteranen in actieve dienst. Deze vier staan symbool voor de dertigduizend militairen die zich voortaan ook veteraan mogen noemen.
Dames en heren,
Voor u staat een trotse minister. En ik ben de militairen dankbaar voor hun inzet.
(ministerie van Defensie, 29 juni 2013)
Vandaag, op deze bijzondere dag,eert Nederland zijn veteranen. Nederlandse Veteranendag,
ingesteld in 2005 als persoonlijke wens van Prins Bernhard vanwege zijn bijzondere, warme band met onze veteranen.
En juist vandaag is het 29 juni, de geboortedag van Prins Bernhard.
Dat maakt deze Veteranendag extra bijzonder, evenals de aanwezigheid van onze Koning, die zo
dadelijk het defilé zal afnemen.
Ons land telt 130.000 veteranen.Het zijn mannen en vrouwen die veel hebben meegemaakt, veel
hebben gepresteerd en grote verantwoordelijkheid hebben gedragen.
Niet zelden in situaties van spanning en gevaar. Je moet het maar kunnen!
En juist daarom spreken wij vandaag, op de Nederlandse Veteranendag, ons respect uit
Maatschappelijke erkenning en waardering voor onze militairen en hun inzet, het is voor mij een
belangrijk speerpunt.
‘Thank you for serving’. In Amerika veel gehoord. Op straat, in winkels, restaurants en waar dan ook. In Nederland is die openlijke waardering lange tijd helemaal niet zo vanzelfsprekend geweest. Maar we boeken vooruitgang. En ik ben ervan overtuigd dat een dag als vandaag hierbij een belangrijke rol speelt.
Ook ons parlement zet zich hier enorm voor in.Onze volksvertegenwoordigers hebben bijvoorbeeld
hard geknokt voor de totstandkoming van de Veteranenwet. De bijzondere zorgplicht voor veteranen
is nu dan eindelijk wettelijk verankerd.En op dit moment wordt er hard gewerkt aan de verdere
uitwerking van deze wet.
Ik noem bijvoorbeeld:
· een ombudsman speciaal voor veteranen
· De oprichting van één veteranenloket
· De ereschuld waarvan inmiddels het merendeel is uitbetaald
Ook de uitgezonden militairen in werkelijke dienst, komen nu in aanmerking voor de veteranenstatus. En voor het eerst zal ik zo meteen -samen met mevrouw Eijsink, Tweede Kamerlid voor de PvdA, de veteranenspeld uitreiken aan actief dienende militairen. Een mooi moment van zichtbare erkenning én waardering!
Majesteit, geachte aanwezigen,
De aangetreden militairen rechts van ons zijn onlangs teruggekeerd van missies in Burundi, Bosnië, Israël en de Palestijnse gebieden, Kosovo, Afghanistan en Zuid-Soedan.
Graag wil ik vier van hen aan u voorstellen.
Allereerst marinier Smit van de Koninklijke Marine. Marinier Smit,gisteren was u nog op oefening in de heuvels van Engeland, vandaag alweer hier in Den Haag in verband met onder meer uw uitzending naar Afghanistan. Actief dienend bent u zeker! In Kabul werkte u als chauffeur en beveiliger. U bracht specialisten veilig ter plekke zodat ze cruciale apparatuur konden repareren. Of - in uw eigen woorden - u zorgde ervoor dat ‘de jongens en meiden van de missie goed hun werk konden doen’.Cruciale inzet achter de schermen dus. Marinier Smit, Dank daarvoor!
Majoor Both van de Koninklijke Landmacht, u bent uitgezonden geweest naar Zuid-Sudan.
Een land waar de afgelopen dertig jaar alleen maar is gevochten, een land dat vanaf de grond moest worden opgebouwd. Als officier civiel-militaire samenwerking heeft u bijgedragen aan de eerste voorzichtige stappen op weg naar duurzame vrede. Majoor Both, dank aan u! Dank voor uw inzet.
Sergeant Rijnsent van de Koninklijke Luchtmacht, ik heb u vorig jaar mogen ontmoeten tijdens mijn bezoek aan de troepen in Noord-Afghanistan. U heeft als militair verpleegkundige vanuit Masar-e-Sharif de medische evacuaties gecoördineerd.Een cruciale taak want de juiste zorg voor onze
militairen is van groot belang! Ook aan u: Dank voor uw inzet!
En als laatste, adjudant Van der Wal van de Koninklijke Marechaussee Adjudant Van der Wal, als digitaal rechercheur in Afghanistan spoorde u de makers van bermbommen op. In uw eigen woorden: ‘Al kan ik maar één militair- of burgerslachtoffer voorkomen, dan heeft het al zin gehad.’U hebt mét uw team successen geboekt en daadwerkelijk het verschil kunnen maken. Adjudant van der Wal, zeer veel dank!
Dames en heren,
Onze veteranen kunnen hun werk vooral doen dankzij de voortdurende steun van hun thuisfront.Zonder thuisfront, geen inzet! Daarom vraag ik u om met mij nog één keer heel hard te klappen. Een applaus voor de familie, vrienden en collega’s van al onze veteranen!
Zo dadelijk zal ik overgaan tot het uitreiken van de herinneringsmedailles vredesoperaties voor de genoemde missies. Een onderscheiding van de regering ter herinnering aan uw bijzondere inzet namens Nederland in het buitenland. Ik reik deze onderscheiding uit, samen met onze premier, de Commandant der Strijdkrachten en de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht.
Daarna zal ik,zoals gezegd,samen met mevrouw Eijsink, de veteranenspeld uitreiken aan vier veteranen in actieve dienst. Deze vier staan symbool voor de dertigduizend militairen die zich voortaan ook veteraan mogen noemen.
Dames en heren,
Voor u staat een trotse minister. En ik ben de militairen dankbaar voor hun inzet.
(ministerie van Defensie, 29 juni 2013)
woensdag 4 april 2012
Bosnië-Herzegovina: 20 jaar na het begin van de oorlog
In april 1992 begon de oorlog in Bosnië-Herzegovina, de Joegoslavische republiek die na het geweld in Slovenië en Kroatië (1991) de dans leek te ontspringen. Maar een referendum over onafhankelijkheid waaraan de Serviërs niet deelnamen en de onafhankelijkheidsverklaring (ook zonder de Bosnische Serviërs) zetten de toon voor de verdere gebeurtenissen.
Begin april 1992 trokken Servische milities de strategisch belangrijke stad Bijeljina binnen. De 'Tijgers' van beroepscrimineel Željko Ražnatović, alias 'Arkan' deden er het vuile werk en slachtten honderden moslimburgers af. In al zijn ijdelheid had Arkan (ondermeer ontsnapt uit de Bijlmerbajes in Amsterdam) een Amerikaanse fotograaf, Ron Haviv, uitgenodigd om de activiteiten van zijn 'Tijgers' vast te leggen. Wellicht de beroemdste foto van Haviv is de onderstaande.
Drie neergeschoten burgers liggen op de grond. Een van Arkan's 'Tijgers' haalt uit om een vrouw van middelbare leven een rotschop te verkopen. Is zij al dood? Er stroomt wat bloed van de lichamen weg. Let op de zonnebril die de anonieme dader modieus op het voorhoofd draagt, een sigaret achteloos in de linkerhand. Links twee van zijn 'kameraden'. Dat fotograaf Haviv deze episode kon navertellen (en zijn foto's publiceren) lijkt een wonder. En die rotschop? Zou dat er mee te maken hebben dat de harde kern van Arkan's Tijgers afkomstig was uit de eveneens harde kern van supporters van voetbalclub 'Rode Ster Belgrado'?
Een maand later speelt zich in het veel kleinere (maar eveneens strategisch gelegen) stadje Brčko (ten westen van Bijeljina) een soortgelijk tafereel af. Maar hier is het onder andere de locale Servische politieman Goran Jelisic (alias 'Adolf') die zich schuldig maakt aan moord. Op de foto's is te zien hoe hij met zijn 'Skorpion' pistoolmitrailleur met geluiddemper een man van dichtbij neerschiet. Maar niet écht dichtbij. De dader houdt enige afstand. Bang voor bloedspetters op zijn kleding? De foto's zullen later als bewijsmateriaal dienen voor het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag. Jelesic werd daar tot 40 jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens deze moord en nog een hele reeks andere misdaden.
Intussen is dan de oorlog in Bosnië-Herzegovina in alle hevigheid losgebarsten. De meeste aandacht ging uit naar Sarajevo, simpelweg omdat daar de meeste (buitenlandse) journalisten waren. Bijeljina en Brčko waren maar twee onbekende stadjes in ex-Joegoslavië. Toch hebben de daar genomen foto's bijzondere waarde. Stille getuigen van de gruwelijkheden van een burgeroorlog.
Begin april 1992 trokken Servische milities de strategisch belangrijke stad Bijeljina binnen. De 'Tijgers' van beroepscrimineel Željko Ražnatović, alias 'Arkan' deden er het vuile werk en slachtten honderden moslimburgers af. In al zijn ijdelheid had Arkan (ondermeer ontsnapt uit de Bijlmerbajes in Amsterdam) een Amerikaanse fotograaf, Ron Haviv, uitgenodigd om de activiteiten van zijn 'Tijgers' vast te leggen. Wellicht de beroemdste foto van Haviv is de onderstaande.
![]() |
| Bijeljina, april 1992 (foto Ron Haviv) |
Drie neergeschoten burgers liggen op de grond. Een van Arkan's 'Tijgers' haalt uit om een vrouw van middelbare leven een rotschop te verkopen. Is zij al dood? Er stroomt wat bloed van de lichamen weg. Let op de zonnebril die de anonieme dader modieus op het voorhoofd draagt, een sigaret achteloos in de linkerhand. Links twee van zijn 'kameraden'. Dat fotograaf Haviv deze episode kon navertellen (en zijn foto's publiceren) lijkt een wonder. En die rotschop? Zou dat er mee te maken hebben dat de harde kern van Arkan's Tijgers afkomstig was uit de eveneens harde kern van supporters van voetbalclub 'Rode Ster Belgrado'?
Een maand later speelt zich in het veel kleinere (maar eveneens strategisch gelegen) stadje Brčko (ten westen van Bijeljina) een soortgelijk tafereel af. Maar hier is het onder andere de locale Servische politieman Goran Jelisic (alias 'Adolf') die zich schuldig maakt aan moord. Op de foto's is te zien hoe hij met zijn 'Skorpion' pistoolmitrailleur met geluiddemper een man van dichtbij neerschiet. Maar niet écht dichtbij. De dader houdt enige afstand. Bang voor bloedspetters op zijn kleding? De foto's zullen later als bewijsmateriaal dienen voor het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag. Jelesic werd daar tot 40 jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens deze moord en nog een hele reeks andere misdaden.
Intussen is dan de oorlog in Bosnië-Herzegovina in alle hevigheid losgebarsten. De meeste aandacht ging uit naar Sarajevo, simpelweg omdat daar de meeste (buitenlandse) journalisten waren. Bijeljina en Brčko waren maar twee onbekende stadjes in ex-Joegoslavië. Toch hebben de daar genomen foto's bijzondere waarde. Stille getuigen van de gruwelijkheden van een burgeroorlog.
![]() |
| Goran Jelisic, Brčko 1992 |
![]() |
| Jelisic (2) |
Abonneren op:
Posts (Atom)



