Posts tonen met het label Atlantische Commissie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Atlantische Commissie. Alle posts tonen

woensdag 9 januari 2013

Samen sterker


Het was niet meer dan een klein nieuwsbericht in de kerstvakantie: de steun bij de Nederlandse bevolking voor de NAVO is afgenomen. Slechts 64% vindt het lidmaatschap van het militaire bondgenootschap van belang voor de Nederlandse veiligheid, tegen 79% vorig jaar. Dat blijkt uit een onderzoek van TNS NIPO in opdracht van de Atlantische Commissie. Zorgelijk.

Zorgelijk… omdat het hier gaat over iets heel fundamenteels. Onze vrijheid. Onze veiligheid. Natuurlijk, er zijn meer manieren om onze vrijheid en veiligheid te bevorderen. Dat hoeft niet altijd exclusief via de NAVO. Zo kent Nederland een intensieve bilaterale samenwerking met diverse landen, wordt er in de Europese Unie steeds vaker nauw samengewerkt en is ook de VN van groot belang in dezen.

Wél stel ik vast dat de NAVO een uniek bondgenootschap is. Een aanval op één is een aanval op allen. De ontstaansgeschiedenis van de NAVO is er één om nooit te vergeten. Zeer terecht is de NAVO tot op de dag van vandaag de hoeksteen van ons veiligheidsbeleid. Ik hecht dan ook groot belang aan het NAVO-bondgenootschap.

Dat betekent uiteraard niet dat we de NAVO altijd maar heilig hoeven te verklaren. Ook binnen de NAVO zijn verbeteringen mogelijk, is het van belang om efficiënter om te gaan met de beschikbare middelen en kunnen we meer samendoen om aan militaire slagkracht te winnen en heel belangrijk: ons handelingsvermogen te vergroten.

We leven in een wereld waarin nieuwe reuzen opstaan. Zowel economisch als militair. Dat is een feit. Internationale militaire samenwerking is voor Handelsland Nederland niet ‘een’ keuze maar eenvoudigweg noodzaak. Sterker nog, het is juist in het belang van ónze vrijheid, ónze veiligheid en ónze welvaart.

Jeanine Hennis-Plasschaert
Minister van Defensie
9 januari 2013

(ministerie van Defensie, 9 januari 2013)

donderdag 3 januari 2013

Opinieonderzoek: afnemende steun voor NAVO

Evenals voorgaande jaren heeft onderzoeksbureau TNS NIPO op verzoek van de Atlantische Commissie een opinieonderzoek uitgevoerd over de NAVO. Uit de enquête blijkt onder andere dat in Nederland steun voor de NAVO afneemt en dat een derde van de bevolking voorstander is van NAVO-interventie in Syrië. Daarnaast vindt de helft van de ondervraagden dat de Nederlandse strijdkrachten door de recente bezuinigingen zijn verzwakt.

De voornaamste resultaten van het onderzoek zijn:

64 % van de Nederlanders vindt het lidmaatschap van de NAVO van belang voor de Nederlandse veiligheid. Vorig jaar was dat nog 79%. Wel blijft de groep die de NAVO-steun van zeer groot belang vindt voor de Nederlandse veiligheid even groot (namelijk 25%). 70% van de ondervraagden vindt dat de NAVO een positieve bijdrage aan de Nederlands-Amerikaanse relatie levert – een lichte daling (3%) ten opzichte van vorig jaar.

41% van de ondervraagden denkt dat de NAVO is versterkt door de herverkiezing van Obama. Slechts 2% denkt dat het voor de NAVO beter zou zijn geweest als Mitt Romney had gewonnen. Een derde van de ondervraagden (31%) denkt dat het niet uitmaakt, en 25% weet het niet.

Een derde van de Nederlandse bevolking (35%) is voorstander van een eventuele NAVO-interventie in Syrië. Een kwart (26%) is tegenstander en iets minder dan een kwart (22%) staat neutraal in deze kwestie of weet het niet (18%). Van de voorstanders is 46% (16% van alle Nederlanders) voorstander van een militaire bijdrage van Nederland aan een dergelijke operatie en 41% (14% van alle Nederlanders) voorstander van een materiële bijdrage. De resterende 13% wil niet dat Nederland aan een dergelijke NAVO-missie bijdraagt of heeft geen mening,

De helft (51%) van de Nederlanders heeft de indruk dat de strijdkrachten door de bezuinigingen zijn verzwakt, volgens een derde (35%) maakt dat echter niets uit. Volgens 43% van de mensen die denken dat de strijdkrachten zijn verzwakt – 22% van alle Nederlanders – kan Nederland nu niet meer aan de NAVO-verplichtingen voldoen (zoals aangevallen lidstaten te hulp komen).

Het onderzoek vond plaats in december 2012 en werd door werd uitgevoerd door onderzoeksbureau TNS NIPO. Uitgebreidere resultaten van het onderzoek vindt u hier.

(Atlantische Commissie, 3 januari 2013)

maandag 14 mei 2012

Minister Hillen bepleit "nieuw elan" NAVO

Minister Hans Hillen van Defensie spant zich in voor nieuw elan voor de NAVO. Want, zo zei Hillen vanmiddag in Nieuwspoort. “Driekwart eeuw na oorlog en wederopbouw en al weer bijna een kwart eeuw na het wegzakken van het IJzeren Gordijn, is de schwung een beetje uit de grotere internationale lichamen.”

Instituties als de NAVO zijn opgebouwd in reactie op geweld en onrecht. In hun beginjaren werden zij dan ook met veel idealisme en elan gedragen. Door bureaucratisering en ogenschijnlijke afwezigheid van grote bedreigingen is de publieke waardering echter afgenomen. Hillen bepleit dan ook een strijd om de hearts and minds van de eigen bevolking. “Toen ik mijn handtekening zette onder de samenwerkingsovereenkomst met mijn collega’s uit België en Luxemburg, dacht ik: ja, hier gaan we enthousiast over vertellen. Ik hoop dat we volgend jaar samen een grote militaire oefening kunnen doen.’’

Vooravond
De minister sprak op uitnodiging van de Atlantische Commissie aan de vooravond van de belangrijke NAVO-top die komend weekeinde in Chicago wordt gehouden. Hillen sprak hierbij ook zijn zorg uit over de toenemende ‘uitbesteding van geweld’ aan beveiligingsbedrijven en huurlingen. Een tweede thema dat hij in Chicago op de agenda wil hebben. “De overheid ruikt geen handel bij onveiligheid. Private ondernemingen juist wel. Zij beschermen, zeker. Vaak ook heel professioneel. Maar hoe meer ellende, hoe meer omzet….’’

Klaarwakker
Juist nu onzekerheid en onveiligheid toenemen moet de democratische rechtsstaat volgens de minister klaarwakker en paraat zijn. Dit vraagt echter om voldoende overheidsgeld, een andere zorg van de minister. “De Westerse landen bezuinigen stevig op Defensie. Heel stevig. Omdat we denken dat het minder kan. Omdat we denken dat veiligheid vanzelfsprekend is.”

Draagvlak
Meer internationale samenwerking is een manier om die bezuinigingen enigszins op te vangen. Dit is dan ook het derde thema dat minister Hillen op de Chicago-agenda wil. “Samenwerken is veel waardevoller dan alleen het budgettaire voordeel. Het vergroot de slagkracht, maar nog belangrijker: de verbondenheid. Dat is niet alleen goed voor de onderlinge samenhang, maar ook goed voor het politiek en maatschappelijk draagvlak.’’

Verplichtingen
Tegelijkertijd schept samenwerken ook verplichtingen. Je kunt niet zomaar schrappen, bijvoorbeeld met betrekking tot de opvolging van de F-16, vindt Hillen. ,,Fantaseren over het afzien van een dergelijke investering lijkt best veel geld op te leveren. Maar eigenlijk zeggen we dan tegen de landen om ons heen: knappen jullie het ook voor ons op als onze soldaten, thuis of elders, moeten vechten en in de problemen komen? Want wij vinden dat te duur.’’

(ministerie van Defensie, 14 mei 2012)

Volledige tekst toespraak minister Hillen op de bijeenkomst over de NAVO-top in Chicago van de Atlantische Commissie.

donderdag 23 februari 2012

Clingendael-onderzoekers pleiten voor een andere Nederlandse krijgsmacht


In de februari-editie van Atlantisch Perspectief pleiten Kees Homan en Dick Zandee – beiden verbonden als onderzoeker aan het Instituut Clingendael – voor een andere Nederlandse krijgsmacht. Homan en Zandee oordelen dat een veelzijdig inzetbare krijgsmacht, waarop het kabinet-Rutte inzet, onbetaalbaar wordt.

De auteurs pleiten voor een ‘pasklare’ krijgsmacht, waarmee Nederland internationaal belangrijke bijdragen kan blijven leveren maar die ook financierbaar blijft in lastige economische omstandigheden.
 
Deze ‘pasklare’ krijgsmacht kan:

- bij geweldsoperaties met specifieke capaciteiten grote landen ondersteunen, maar hoeft niet noodzakelijkerwijs zelf aan alle onderdelen van gevechtsoperaties deel te nemen;
- internationaal een vooraanstaande positie innemen met niche-capaciteiten;
- deelnemen aan een breed scala van stabilisatieoperaties en ondersteuning leveren aan humanitaire hulpverlening.

In concrete termen stellen de auteurs onder andere voor om:

- het aantal squadrons F-16’s (en hun opvolger) te reduceren van vier naar twee, maar wel meer onbemande vliegtuigen aan te schaffen;
- de Patriot-raketten en de SMART-L-radars op de luchtverdedigingsfregatten als niche-capaciteit (missile defence) uit te bouwen;
- bij nieuwbouw van marineschepen het accent verder te verleggen van capaciteiten voor onderzeebootbestrijding naar ondersteuning van landoperaties, bescherming van de koopvaardij en logistieke ondersteuning.

Homan en Zandee stellen verder dat multinationale samenwerking optimaal benut moet worden om samen met andere landen capaciteiten te behouden en te delen (pooling & sharing). De voorkeur dient uit te gaan naar samenwerking met de buurlanden en Scandinavische partners. België en Nederland kunnen hun transportvliegtuigen op één vliegbasis stationeren. Voor de F-16’s kan één vliegbasis per land volstaan. Hierdoor kunnen drie vliegbases gesloten worden, waardoor vermindering van hoge exploitatiekosten wordt gerealiseerd. Met Duitsland is collocatie van de Patriot-raketten mogelijk. Ook dient Nederland te zoeken naar aansluiting bij onderdelen van de Brits-Franse defensiesamenwerking, zoals de toekomstige generatie onbemande vliegtuigen.

De auteurs concluderen dat de veelzijdige Nederlandse krijgsmacht thans al achterhaald is door gebrek aan financiële middelen. Vasthouden aan zo’n krijgsmacht leidt uiteindelijk tot onmacht. Keuzes zijn onvermijdelijk. Met een ‘pasklare’ krijgsmacht, ingebed in multinationale samenwerking, kan Nederland zijn steentjes blijven bijdragen aan internationale operaties. Tevens behoudt Nederland hiermee zijn internationale invloed.

Klik hier voor het volledige artikel.

(Atlantische Commissie, 23 februari 2012)