Posts tonen met het label Cyber. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Cyber. Alle posts tonen

maandag 22 september 2014

Oprichting 'Defensie Cyber Commando'

Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert geeft op 25 september het virtuele startschot voor de oprichting van het Defensie Cyber Commando. Defensie had al cybercapaciteiten voor defensieve taken en inlichtingen. Met het Defensie Cyber Commando wordt cyber volwaardig onderdeel van militaire operaties, inclusief de ontwikkeling van offensieve cybercapaciteiten.

De krijgsmacht moet in alle domeinen kunnen optreden. Ter land, ter zee, in de lucht, en in de ruimte moet de krijgsmacht kunnen aanvallen, verdedigen en weten wat er speelt. Daar is cyberspace nu bijgekomen, als “vijfde domein.” Net als in de civiele maatschappij maken digitale middelen tegenwoordig integraal deel uit van de krijgsmacht. Daarom concludeerde Defensie twee jaar geleden, in de eerste Defensie Cyber Strategie, dat de krijgsmacht het vermogen moest ontwikkelen om zelf cyberoperaties uit te voeren. Daarom is het Defensie Cyber Commando opgericht.

Het Defensie Cyber Commando is ondergebracht bij de Koninklijke Landmacht maar levert capaciteiten aan de hele krijgsmacht. Het beschikt over militairen van alle krijgsmachtdelen en burgers. Het Defensie Cyber Commando zal op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, opleiding en personeel streven naar maximale samenwerking met andere departementen, publieke partners, kennisinstellingen en het bedrijfsleven. Waar mogelijk zal bovendien worden samengewerkt in internationaal verband met landen die een vergelijkbare ambitie en aanpak voorstaan als Nederland, en die op een vergelijkbaar niveau opereren.

(ministerie van Defensie, 22 september 2014)

woensdag 17 september 2014

Hennis: 'Slagkracht verbeteren met het extra geld'

Minister Jeanine Hennis-Plasschaert wil met het extra geld dat Defensie krijgt de slagkracht van de krijgsmacht versterken. "Defensie is er nog niet, maar er is de reden tot optimisme", stelt de minister. "Duidelijk is dat de tijd van defensiebezuinigingen voorbij is. Komend jaar zal veel aandacht worden besteed aan het debat over de inzetbaarheid van de Nederlandse krijgsmacht, in het licht van de nationale en internationale veiligheidssituatie."

De voornaamste maatregelen om de slagkracht te versterken zijn:

Cougars opnieuw in gebruik
Helikoptercapaciteit is schaars, zowel in Nederland als daarbuiten. De inzetmogelijkheid van NH90-helikopters blijft achter en daarom neemt Defensie voor de transporttaken extra Cougar-helikopters opnieuw in gebruik. Dit in aanvulling op de huidige 8 Cougar-toestellen. Ook breidt Defensie de Chinook-zware transportcapaciteit uit. Verder investeert Defensie in een helikoptersimulator waarmee militairen  complexe missies met Nederlandse helikoptertypen kunnen oefenen.

Extra 20 Bushmasters
Defensie schaft 20 extra Bushmaster-pantservoertuigen aan om de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Marine (Korps Mariniers) te versterken. Hiermee worden eenheden beter getraind voor missies en zijn meer eenheden inzetbaar met hetzelfde voertuigtype.

Onbemande vliegtuigen
Defensie investeert in de nieuwste generatie tactische onbemande luchtsystemen, omdat de informatie van onbemande systemen van grote waarde is voor de commandant te velde. Hiermee beschikken operationele eenheden in het veld over betere en real time-informatie.

Cyber
Defensie investeert verder in de kennis en deskundigheid van haar personeel op het gebied van cyberaanvallen en -spionage. Het geld gaat naar opleidingen, cyberwapens, detectiesystemen, een cyberlaboratorium en in capaciteit voor datavergaring en -analyse.

CBRN
Defensie investeert in een nieuwe generatie CBRN-uitrusting (chemisch, biologisch, radiologisch en nucleair) voor de militairen. Deze uitrusting beschermt tegen de modernste gevaarlijke stoffen in een missiegebied of in Nederland.

Munitie en reserve-onderdelen
De munitievoorraad voor inzet is en blijft een belangrijk punt van aandacht. De munitievoorraden voor belangrijke zee-, land- en luchtwapensystemen, zoals onderzeeboten, luchtverdedigings- en commandofregatten (LCF) en de Apache-gevechtshelikopters worden verder aangevuld.

De inzet van eenheden bij missies leidt tot een verhoogd verbruik van reservedelen. Dit zorgt voor tekorten bij de niet-ingezette eenheden, waardoor de geoefendheid, de reactietijd en daarmee het voorzettingsvermogen vermindert. De reservedelenvoorraad wordt daarom verder aangevuld. Voor 2016 zijn bovendien incidenteel extra geld gereserveerd voor munitie en reservedelen.

Computersystemen
Defensie investeert in personele deskundigheid en computersystemen. Die zijn noodzakelijk om data-analyses mogelijk maken. Moderne wapensystemen, zoals LCF's, F-35- jachtvliegtuigen en onbemande luchtsystemen, verzamelen en verwerken steeds grotere hoeveelheden informatie. Ook in de toekomst moet Defensie in staat blijven de informatie van uiteenlopende systemen samen te voegen, te verwerken en te analyseren.

Defensie investeert verder in meer en betere middelen die de mogelijkheden van ‘genetwerkt militair optreden’ (Network Enabled Capabilities) vergroten. Operationele samenwerking, nationaal en internationaal, is essentieel. In een operationele omgeving, met uiteenlopende ICT-systemen en softwarepakketten, moet bij voorkeur worden gebruikgemaakt van één besturingssysteem. Dit maakt een volledig geïntegreerde en eenvoudiger commandovoering mogelijk, evenals betere ondersteuning van de logistiek.

MIVD
Om aan de toenemende vraag naar informatie over risicogebieden en (potentiële) inzetgebieden te kunnen voldoen, is het essentieel dat Defensie zelf inlichtingen verzamelt en verwerkt. Hiervoor krijgt de Militaire Inlichtingen-  en Veiligheidsdienst extra personeel en wordt er onder andere geïnvesteerd in specialistische IV/ICT.

(ministerie van Defensie, 16 september 2016. Zie ook een speciale uitgave van de Defensiekrant)


Illustratie: Defensiekrant 16 september 2016)


donderdag 3 juli 2014

Opvolger NSO gelanceerd: Joint Sigint Cyber Unit

Met de start van de Joint Sigint Cyber Unit (JSCU) zetten de AIVD en MIVD een belangrijke stap om de nationale veiligheid en onze digitale netwerken beter te beschermen tegen bedreigingen en tegelijkertijd onze militairen op missie beter te ondersteunen. Voor een succesvolle samenwerking zijn goede afspraken nodig. Deze afspraken zijn vastgelegd in een, door de ministers van Binnenlandse Zaken & Koninkrijksrelaties en Defensie ondertekend, convenant.

De gezamenlijke eenheid is gespecialiseerd in Signals Intelligence (Sigint) en Cyber. Sigint omvat inlichtingen die worden verzameld uit (tele)communicatie. Cyber is een verzamelnaam voor verschillende activiteiten die te maken hebben met computernetwerken en datastromen. Denk hierbij aan het in kaart brengen van het internetlandschap in een (nieuw) missiegebied, het informeren van partners over een gevaarlijk computervirus of het hacken van een website van terroristen die de nationale veiligheid in gevaar brengen.

Het kabinet hecht groot belang aan verdergaande samenwerking tussen de AIVD en MIVD. Een belangrijke reden hiervoor is het bundelen van schaarse kennis en middelen. Doordat de technische ontwikkelingen op het gebied van Sigint en Cyber snel gaan, is bundeling van kennis en middelen binnen de JSCU niet alleen wenselijk, maar zelfs noodzakelijk.

De JSCU is een logisch vervolg en intensivering van de lopende samenwerking op het gebied van Signals Intelligence in de Nationale Sigint Organisatie (NSO). De NSO gaat samen met andere specialistische onderdelen van de AIVD en de MIVD op in het nieuwe samenwerkingsverband. De JSCU is geen zelfstandige dienst, maar onderdeel van de AIVD en de MIVD.

Net zoals de overige taken van de AIVD en de MIVD valt ook de taakuitvoering van de JSCU binnen de kaders van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) 2002. Het werk van de diensten wordt gecontroleerd door de Commissie betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD).

(AIVD, 3 juli 2014)



dinsdag 27 augustus 2013

Kamerbrief: stand van zaken Defensie Cyber Strategie

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 26 augustus 2013
Betreft: Stand van zaken Defensie Cyber Strategie
Onze referentie
BS2013024441

Inleiding
De vaste commissie voor Defensie heeft mij op 13 juni 2013 (kenmerk 33321-1/2013D24911) verzocht haar te informeren over de stand van zaken van de Defensie Cyber Strategie, inclusief een geactualiseerde reactie op het advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) over digitale oorlogsvoering. Met deze brief voldoe ik aan dit verzoek.

Achtergrond
Mede naar aanleiding van de in de beleidsbrief 2011 aangekondigde cyberintensivering en de Nationale Cyber Security Strategie (Kamerstuk 26643, nr. 174), brachten de AIV en de CAVV in december 2011 een advies uit over digitale oorlogsvoering. Dit advies onderschrijft het belang van de digitale weerbaarheid van Defensie en de ontwikkeling van operationele cybercapaciteiten. Het advies belicht tevens het volkenrechtelijke kader voor geweldgebruik in het digitale domein. Daarnaast adviseren de AIV en de CAVV de signals intelligence en cybercapaciteiten van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD) te bundelen in een gezamenlijke eenheid. Tevens doen zij de aanbeveling om te onderzoeken of, gezien de technologische ontwikkelingen, het onderscheid in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 (Wiv 2002) tussen kabelgebonden en niet-kabelgebonden interceptie van telecommunicatie gehandhaafd moet blijven.

Het advies van de AIV en de CAVV en de kabinetsreactie daarop (Kamerstuk 33000 X, nrs. 68 en 79) zijn onverminderd actueel en vormen de uitgangspunten voor de Defensie Cyber Strategie die mijn ambtsvoorganger in juni 2012 heeft aangeboden aan uw Kamer (Kamerstuk 33321, nr. 1). Daarnaast onderzoeken de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie momenteel de mogelijkheden voor een wijziging van de Wiv 2002 in overeenstemming met het advies van de AIV en de CAVV. Ook wordt de Wiv2002 geëvalueerd door de commissie-Dessens. Naar verwachting zal de commissie in september a.s. over haar bevindingen rapporteren. Uw Kamer wordt hierover geïnformeerd.

Defensie Cyber Strategie
De Defensie Cyber Strategie omvat zes speerpunten aan de hand waarvan Defensie de komende jaren haar doelstellingen in het digitale domein zal verwezenlijken:
· de totstandkoming van een integrale aanpak;
· de versterking van de digitale weerbaarheid van Defensie (‘defensief’);
· de ontwikkeling van militair vermogen om cyber operations uit te voeren (‘offensief’);
· de versterking van de inlichtingenpositie in het digitale domein (‘inlichtingen’);
· de versterking van de kennispositie en het innovatieve vermogen van Defensie in het digitale domein, met inbegrip van de werving en het behoud van gekwalificeerd personeel (‘adaptief en innovatief’);
· de intensivering van de samenwerking in nationaal en internationaal verband (‘samenwerking’).

Voor de periode van 2011 tot 2015 bedraagt de totale intensivering voor de ontwikkeling van cybercapaciteiten bij Defensie € 45 miljoen, inclusief de personele exploitatie. Het zwaartepunt ligt initieel bij de bescherming van netwerken, systemen en informatie en de uitbreiding van de inlichtingencapaciteit in het digitale domein. Defensie zal tevens voldoende capaciteit moeten opbouwen om op de langere termijn operationele cybercapaciteiten te kunnen inzetten in militaire operaties. De geplande cybercapaciteit zal naar verwachting in 2016 gereed zijn. Daarna bedraagt de exploitatie structureel € 21 miljoen per jaar.

Integrale aanpak
Om een integrale aanpak in het digitale domein te verwezenlijken, is intensieve samenwerking tussen de verschillende betrokken defensieonderdelen essentieel. De uitvoering van de Defensie Cyber Strategie is belegd bij verschillende onderdelen van Defensie: de Commandant der Strijdkrachten (CDS), het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) als single service manager voor alle operationele commando’s, de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en het Joint Informatievoorzieningscommando (JIVC) van de Defensie Materieel Organisatie (DMO). Zij maken alle deel uit van de Stuurgroep Cyber, die verantwoordelijk is voor de aansturing van het cyberintensiveringprogramma van Defensie. Namens het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft de directeur Cybersecurity van de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) zitting in de stuurgroep. Ook TNO neemt deel aan de stuurgroep. De in 2012 opgerichte Taskforce Cyber (TFC) is verantwoordelijk voor de coördinatie van de aan de intensivering verbonden activiteiten binnen Defensie. Hiermee is de basis gelegd voor een integrale aanpak, die de komende jaren bij de verdere ontwikkeling van cybercapaciteiten nader vorm zal krijgen.

Defensief
Het Defensie Computer Emergency Response Team (DefCERT) maakt deel uit van het JIVC en waakt over de beveiliging van de netwerken en systemen. DefCERT monitort en analyseert digitale kwetsbaarheden en adviseert en ondersteunt bij cyberincidenten door het aandragen van mogelijke oplossingen. DefCERT werkt binnen Defensie nauw samen met de MIVD en de operationele commando’s en daarbuiten met het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) van de NCTV, de Navo, andere CERT’s en met bedrijven die over specifieke kennis of middelen beschikken.

DefCERT is inmiddels operationeel en ondersteunt de beveiliging van de meest kritieke defensienetwerken. Tijdens de recente door het Cooperative Cyber Defence Centre of Excellence (CCD COE) georganiseerde internationale oefening Locked Shields heeft DefCERT een internationaal aansprekend resultaat neergezet. De aanschaf van een aantal materiële voorzieningen voor het detecteren van mogelijke bedreigingen en anomalieën, heeft enige vertraging vanwege de reorganisatie. De betrokken defensieonderdelen zetten zich in om dit proces te versnellen. Naar verwachting zal DefCERT eind 2014 op volle sterkte zijn.

Offensief
Defensie zal geen afzonderlijk krijgsmachtdeel oprichten voor het optreden in het digitale domein. Bij de ontwikkeling en de inzet van offensieve operationele cybercapaciteiten door de CDS zal daarom zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van kennis en middelen die bij de MIVD aanwezig zijn. Gezien de schaarste aan gekwalificeerd personeel moeten kennis en middelen zo doelmatig mogelijk worden ingezet en moet worden voorkomen dat binnen Defensie capaciteiten dubbel worden ontwikkeld. De TFC zal in de tweede helft van 2013, in overleg met betrokken departementen, een doctrine opstellen voor het militair optreden in het digitale domein, inzetscenario’s ontwikkelen en de gevolgen van de militaire inzet van offensieve middelen nader beschrijven. De daarvoor in aanmerking komende cybercapaciteiten zoals het Defensie Cyber Expertise Centrum (DCEC) en het militaire vermogen om cyber operations (‘offensief’) uit te voeren worden als joint eenheid ondergebracht bij het op te richten Defensie Cyber Commando (DCC) dat onder single service management van het CLAS wordt opgezet. De TFC zal opgaan in het DCC dat eind 2015 operationeel zal zijn.

Inlichtingen
Een hoogwaardige inlichtingenpositie in het digitale domein is een voorwaarde voor zowel de bescherming van de eigen infrastructuur als voor de goede uitvoering van (militaire) operaties. De MIVD doet onderzoek naar alle actoren die een cyberdreiging vormen voor de Nederlandse krijgsmacht en de defensieindustrie. De MIVD detecteert, analyseert en duidt digitale aanvallen en digitale spionage en beschikt over het vermogen om inlichtingenactiviteiten van anderen te verstoren en een halt toe te roepen. In 2012 is de cybercapaciteit van de MIVD versterkt en in de periode van 2013 tot en met 2015 wordt deze verder uitgebreid.

Een deel van de cyberintensivering bij de MIVD wordt ondergebracht bij een gezamenlijke signals intelligence (SIGINT)-cybereenheid van de MIVD en de AIVD (project Symbolon). Ook de Nationale Sigint Organisatie (NSO) zal opgaan in deze eenheid, die in de loop van 2014 van start gaat. Vooruitlopend hierop is eind 2012 een kwartiermakerorganisatie ingesteld, bestaande uit delen van de MIVD en de AIVD die tot de gezamenlijke eenheid zullen gaan behoren.

Adaptief en innovatief
De snelheid waarmee ontwikkelingen in het digitale domein zich voltrekken, stelt hoge eisen aan het adaptieve en innovatieve vermogen van Defensie. Defensie moet daarom over de kennis beschikken om relevante ontwikkelingen te volgen en snel en doeltreffend hierop in spelen. Begin 2014 wordt het Defensie Cyber Expertise Centrum (DCEC) opgericht dat zal fungeren als centraal punt voor kennisontwikkeling, -verankering en -verspreiding op het gebied van cyber, en onder meer intensief samenwerken met het NCSC en TNO. Naar verwachting zal het DCEC eind 2015 op volle sterkte zijn. Het DCEC zal deel uitmaken van het DCC.

Defensie neemt tevens deel aan de Nationale Cyber Security Research Agenda, aan verschillende Navo en EU-programma’s en aan CCD COE in Tallinn. Ter voorbereiding op de inrichting van een leerstoel in 2014 is in 2012 een Universitair Hoofddocent Cyber Operations aangesteld bij de Nederlandse Defensie Academie. Daarnaast ontwikkelt de Taskforce Cyber een opleidingsplan om de cyberkennis binnen Defensie te vergroten.

Voor de algemene cyber bewustwording is voor alle defensiemedewerkers ondertussen een elektronische leeromgeving beschikbaar en worden simulatietrainingen georganiseerd. Onlangs heeft de departementale leiding daaraan deelgenomen.

Samenwerking
Defensie werkt intensief samen met andere partijen in Nederland om de nationale digitale weerbaarheid te vergroten en levert een bijdrage aan het Nationale Cyber Security Beeld. Defensie levert bijdragen aan de tweede Nationale Cyber Security Strategie die zich richt op een integrale aanpak van digitale weerbaarheid en digitale dreigingen. Tevens heeft Defensie een liaison bij het NCSC en hebben zowel DefCERT als de MIVD samenwerkingsafspraken met het NCSC over wederzijdse ondersteuning en samenwerking.

De (operationele) cybercapaciteiten (zowel defensief als offensief) van de krijgsmacht kunnen net als de overige defensiecapaciteiten op verzoek van en onder gezag van civiele autoriteiten worden ingezet. Wederzijds kunnen ook civiele cybercapaciteiten worden ingezet ter ondersteuning van Defensie in het geval van ernstige cyberincidenten of dreigingen tegen militaire doelen in Nederland. De mogelijkheden hiertoe worden onderzocht door een gezamenlijke werkgroep van de ministeries van Defensie en Veiligheid en Justitie.

In internationaal verband werkt Defensie onder andere samen binnen de Navo. In 2011 is een nieuw Navo Cyber Defence Beleid en bijbehorend Actieplan vastgesteld, waarbij het zwaartepunt ligt bij de bescherming van de eigen netwerken en systemen van Navo. Defensie ondersteunt de verdere ontwikkeling en uitvoering van dit beleid. Nederland is een van de tien sponsoring nations van het CCD COE in Tallinn. Op uitnodiging van het CCD COE heeft een internationale groep van experts de Tallinn Manual on the International Law Applicable to Cyber Warfare geschreven, een weergave van het toepasselijk recht tijdens digitale oorlogvoering. Dit handboek is begin 2013 gepubliceerd. De regering is van mening dat het een waardevolle bijdrage levert aan de discussie over de juridische kaders van digitale oorlogvoering. Ook neemt Defensie deel aan het Multinational Cyber Defence Capability Development 1) programma en de Multinational Capability Development Campaign 2) van de Navo. Daarnaast neemt Defensie deel aan diverse internationale oefeningen, workshops en andere initiatieven die samenwerking en onderling begrip bevorderen. Nederland is ook nauw betrokken bij de ontwikkeling van de cyberstrategie van de EU. Deze strategie behelst onder andere de ambitie een gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid te ontwikkelen (GVDB) op het gebied van cyber. Hierbij staan het delen van informatie, gezamenlijke oefeningen, civiel-militaire samenwerking en nauwe samenwerking en afstemming met de NAVO centraal.

Vervolg
Het cyberdomein is voor Defensie van toenemend belang. Op 10 december a.s. heeft de vaste commissie voor Defensie mij uitgenodigd voor een algemeen overleg over de Defensie Cyber Strategie en het advies van de AIV en de CAVV over digitale oorlogsvoering. Dit biedt de gelegenheid nader in te gaan op de stand van zaken van de ontwikkeling van cybercapaciteiten bij Defensie.

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert

1) Het Multinational Cyber Defence Capability Development dat onder leiding van Canada
door het NATO Communication and Information systems Agency (NCIA) wordt uitgevoerd,
richt zich voornamelijk op kennisdeling en het verhogen van het gemeenschappelijk
omgevingsbeeld op het gebied van cyber.

2) Het Multinational Capability Development Campaign is een programma van Allied
Command Transformation (ACT) en wordt gezamenlijk geleid door Italië en Noorwegen. Dit
programma heeft als doel cyber te integreren in het operationele planningsproces van de
Navo.

donderdag 25 april 2013

AIVD/MIVD: Project Symbolon

Uiteraard is het hele jaarverslag 2012 van de MIVD de moeite van het lezen waard. Persoonlijk interesseren mij onder meer de afluisteractiviteiten via satellieten en communicatie via de kortegolf (HF) en andere frequentiebereiken (LF/VHF/UHF). Naar aanleiding van de aanslagen op 11 september 2001 in New York en Washington zijn de afluistercapaciteiten van Nederland aanzienlijk uitgebreid. Het aantal satellietschotels van de MIVD werd uitgebreid. Niet alleen kon de MIVD daardoor meer eigen gericht onderzoek doen; het onderschepte verkeer leverde ook data op die interessant konden zijn voor bevriende zusterdiensten. De waarde van dergelijk 'wisselgeld'  kan niet genoeg worden overschat. In de inlichtingenwereld geldt immers het motto: "Voor wat hoort wat".

Het doelwit van de toegenomen interceptie van communicatie was, begrijpelijkerwijs  niet in de eerste plaats klassieke militaire intelligence. Doelwit #1 waren de terroristische netwerken, Al Qaeda voorop. Omdat de resultaten van dit onderzoek vooral interessant waren voor de AIVD werd in 2003 besloten tot het oprichten van een nieuwe organisatie: de NSO (National Signals Intelligence (Sigint) Organisation). De NSO werd technisch gezien gerund door de MIVD (was dus geen onafhankelijke geheime dienst) maar de researchresultaten werden in min of meer ruwe vorm aangeleverd aan AIVD en MIVD.

Tegelijkertijd werd duidelijk dat voor beide geheime diensten ook het computerverkeer (cyber intelligence) interessant is - zowel defensief als offensief.

Blijkens het Jaarverslag van de MIVD heeft dit besef geleid tot het Project Symbolon. Kwartiermakers zijn al aan de slag en op 1 januari 2014 zal Symbolon geen project meer zijn maar een organisatie die, net als bij de NSO het geval was, zijn diensten aanbiedt aan AIVD en MIVD. Het hoofdkwartier van deze Joint SIGINT Cyber Unit wordt in Zoetermeer gevestigd (thuisbasis van de AIVD), bemand door medewerkers van de AIVD en MIVD, en  Defensie stuurt de huidige opbouwfase aan. (Hans de Vreij)

Onderstaand de letterlijke teksten over de NSO en Symbolon uit het Jaarverslag MIVD (pag. 19)


Nationale Sigint Organisatie (NSO)
De NSO is beheersmatig ondergebracht bij de MIVD en wordt gezagsmatig door de MIVD en AIVD
gezamenlijk aangestuurd. De drie hoofdtaken van de NSO zijn: het voor de MIVD en de AIVD
intercepteren van gegevens uit draadloze telecommunicatie, de uitvoering van onderzoek gericht op innovatie en continuïteit van de interceptie en de ontwikkeling en instandhouding van expeditionaire capaciteiten (Sigint-detachementen). Deze taken kunnen worden gebruikt om in het buitenland informatie te verzamelen in het kader van crisisbeheersingsoperaties.

De NSO heeft voor de interceptie van draadloze communicatie 2 locaties in Nederland. Burum voor interceptie van satelliet verkeer en Eibergen voor interceptie van hoogfrequent radioverkeer.

• Project Symbolon
De AIVD en MIVD werkten in 2012 in een projectteam intensief samen om de oprichting van een gezamenlijke Sigint-Cyber eenheid voor te bereiden. Beide diensten zijn overtuigd van de noodzaak om SIGINT en inlichtingen op het gebied van Cyber samen te voegen en samen door te ontwikkelen.

Een integrale aanpak van het gebruik van deze technische inlichtingenmiddelen zal de doelmatigheid verhogen. De ontvlechting van substantiële onderdelen van beide diensten en het creëren van de randvoorwaarden om de nieuwe eenheid integraal onderdeel te laten uitmaken van de (inlichtingen) processen van beide diensten, vergt meer tijd dan voorzien.

Dat neemt niet weg dat de AIVD en MIVD essentiële stappen hebben gezet om de gezamenlijke eenheid te kunnen oprichten. Zo hebben de diensten besloten tot een zeer brede reikwijdte van de samenwerking en inbreng van middelen. Ook zijn er besluiten genomen over de huisvesting van de personele kern van de eenheid en over hoe de eenheid bestuurd zal worden.

Aan het eind van 2012 is een kwartiermakerorganisatie ingesteld. Deze is in Zoetermeer gevestigd en is samengesteld uit AIVD en MIVD medewerkers. Een kwartiermaker van het ministerie van Defensie geeft leiding aan de oprichting en de nadere voorbereiding ervan.

De nieuwe eenheid zal begin 2014 van start gaan. Met het oog hierop is al gezorgd dat per 1 januari 2013 de onderdelen van de beide diensten die deel uit gaan maken van de gezamenlijke eenheid, integraal worden aangestuurd door de kwartiermaker. Bovendien is in de kwartiermakerorganisatie, ten behoeve van de beide diensten, één gezamenlijk loket gestart voor de informatie-uitwisseling en samenwerking op het gebied van SIGINT en cyber activiteiten met buitenlandse collega-diensten. Dit komt de efficiëntie en effectiviteit op het internationale speelveld per direct ten goede.
(...)

(Defensie weblog, 25 april 2013)

dinsdag 23 april 2013

De MIVD in het Jaarverslag van de AIVD

[De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD)  werken op tal van gebieden samen. Op 23 april 2013 verscheen het jaarverslag over 2012 van de AIVD. Onderstaand een aantal passages en opmerkingen over de raakvlakken tussen de twee geheime diensten uit dat jaarverslag. Een van de zaken die dit jaar opvallen is het verdwijnen van de 'National Signals Intelligence Organisation, NSO). De NSO werd in 2003 opgericht als 'technische' organisatie die ten behoeve van de AIVD en MIVD satellietverkeer (vanuit Burum) en radioverkeer (vanuit Eibergen en de Eempolder) afluisterde. Het ligt voor de hand dat de NSO zal worden vervangen door de in dit jaarverslag genoemde gezamenlijke organisatie 'Symbolon'] 

------------------------------------------------------------------------------------------------

-Vooral op het gebied van de aanpak van cyberdreiging is in 2012 vooruitgang geboekt met zowel de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) als het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC). [Inleiding]


-Om de beschreven trends en ontwikkelingen het hoofd te kunnen bieden, is het zaak ook nationaal het samenspel van partners, thema’s en instrumenten op een hoog niveau te houden. De AIVD heeft daartoe in 2012 de samenwerking met de MIVD verder gecontinueerd en geïntensiveerd. De gezamenlijke eenheid die zich richt op cyber en Signals intelligence neemt inmiddels vaste vorm aan. In deze eenheid worden de sterke punten van beide diensten op dit gebied bij elkaar gebracht. Dat vormt ook een stevig fundament onder onze inzet met de diverse partners in het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) teneinde digitale aanvallen in alle vormen het hoofd te kunnen bieden.
[Voorwoord Hoofd AIVD]

Cyberdreiging
-In 2012 heeft de AIVD veel digitale spionageaanvallen geconstateerd, onder meer vanuit China, Rusland en Iran. Het aantal digitale aanvallen zal in de toekomst toenemen en een grotere impact krijgen. Cyber security is essentieel om onze economie en samenleving draaiend te kunnen houden. Om bedreiging daarvan te kunnen keren, is onderlinge samenwerking van overheidsorganisaties noodzakelijk. In 2012 heeft de AIVD de samenwerkingsrelatie met zowel de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) als het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) verder uitgebreid.

Inlichtingen over het buitenland
-Om de complexe en samenhangende ontwikkelingen in de wereld te kunnen volgen en duiden is de inzet van een inlichtingendienst als de AIVD een van de instrumenten die de Nederlandse regering ter beschikking staan bij de vorming van het buitenlandbeleid. De AIVD levert informatie die via reguliere diplomatieke kanalen niet beschikbaar komt. In 2012 was dat bijvoorbeeld informatie over de ontwikkelingen in de Arabische wereld, met name die in Egypte en Syrië, en de veranderingen in het politieke landschap aldaar. Verder informeerde de AIVD – samen met de MIVD – de regering over ontwikkelingen op het gebied van de verspreiding en productie van massavernietigingswapens. Door middel van ambtsberichten werd de Nederlandse overheid ondersteund bij het goed vervullen van de exportcontrolefunctie. De AIVD bracht diverse inlichtingenrapporten uit over ontwikkelingen die de Nederlandse energievoorzieningszekerheid raken. En ook informeerde de AIVD/MIVD de regering over ontwikkelingen die in relatie staan tot de veiligheid van het Caribische deel van het Koninkrijk.

(Inter)nationale samenwerking

-De bestaande samenwerkingsverbanden met de MIVD op het terrein van contraproliferatie en ten aanzien van het Caribisch gebied werden gecontinueerd. Tevens was sprake van nauwe samenwerking en gezamenlijke rapportage op specifieke ontwikkelingen in de Arabische regio. Daarnaast hebben de AIVD en de MIVD essentiële stappen gezet om de gezamenlijke eenheid Symbolon, die zich richt op Sigint en intelligence op het gebied van cyber, te kunnen oprichten.

Het versterken van cyber security is een gedeelde verantwoordelijkheid van veel partijen in de samenleving, omdat het een complexe en omvangrijke taak is. Daarom werken overheid, bedrijfsleven en wetenschap met elkaar samen. Dit heeft geleid tot de Nationale Cyber Security Strategie. De samenwerking is concreet vorm gegeven binnen het Nationaal Cyber Security Centrum. De AIVD en het NCSC versterken elkaar op onderwerpen als kennis, detectie van digitale aanvallen en situational awareness.

De intensivering van de samenwerking met partners in het veiligheidsdomein heeft zich in 2012 onder andere gericht op versterking van de relaties met de Regionale Inlichtingendiensten (RID’s) en Bijzondere Diensten (BD’s). De RID’s en BD’s (zoals de BD KMar, Team Inlichtingen Bijstand van de Douane en ID FIOD) zijn de vooruitgeschoven posten en daarmee de ogen en oren van de AIVD in het land. Daarnaast heeft de AIVD een substantiële bijdrage geleverd aan de samenstelling van het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) dat de NCTV drie à vier keer per jaar uitbrengt.


2.1 Activiteiten van de AIVD
De AIVD werkt bovendien nauw samen met de MIVD in de op te richten samenwerkingseenheid die zich richt op Sigint en intelligence op het gebied van cyber. Beide diensten zijn van mening dat alleen door de concentratie van technische kennis en specialistische middelen cyber security in Nederland versterkt kan worden.


Digitale aanvallen onderzoeken 
De AIVD onderzoekt meldingen vanuit de overheid, van collega-diensten of van bedrijven over verdachte gebeurtenissen die bijvoorbeeld kunnen wijzen op spionage. Zo hebben wij in 2012 onderzoek gedaan naar spionagemalware die in e-mails van ambtenaren is teruggevonden. De resultaten van deze onderzoeken delen wij, waar mogelijk, met de MIVD en het NCSC en met buitenlandse collega-diensten.


6. Inlichtingen buitenland

De inlichtingen worden ingewonnen door het inzetten van menselijke of technische bronnen. Het gebruik van het  technische middel Sigint heeft in 2012 een nieuwe impuls  gekregen door verregaande samenwerking met de MIVD. Dit  wordt vorm gegeven met de op te richten eenheid die zich richt  op Sigint en intelligence op het gebied van cyber. Tot slot  vormen de collega-diensten van de AIVD een belangrijke bron  van informatie. In 2012 zijn de banden met verscheidene  diensten aangehaald. Met die diensten is de informatieuitwisseling  verdiept en met een beperkt aantal diensten is op  meer vlakken operationeel samengewerkt.

6.1 Resultaten

De bestaande geïntegreerde samenwerkingsverbanden met de MIVD op het terrein van contraproliferatie en het Caribisch gebied werden gecontinueerd. Daarnaast was sprake van nauwe samenwerking en gezamenlijke rapportage over specifieke ontwikkelingen in de Arabische regio.

6.4 Latijns-Amerika en de Cariben
Met de eilanden Sint Eustatius, Saba en Bonaire als bijzondere Nederlandse gemeenten in de Cariben reiken de landsgrenzen van Nederland tot in Latijns-Amerika. Ontwikkelingen en gebeurtenissen in die regio kunnen daarom van invloed zijn op Nederlandse belangen. De AIVD en de MIVD bundelen hun krachten om de Nederlandse overheid te voorzien van inlichtingen ten aanzien van deze regio. Voor de MIVD is de permanente militaire aanwezigheid van de Nederlandse krijgsmacht in de Caribische delen van het Koninkrijk reden om ontwikkelingen daar op hoofdlijnen te volgen, voor zover deze van invloed kunnen zijn op de Nederlandse krijgsmacht.

PROLIFERATIE VAN MASSAVERNIETIGINGSWAPENS

7.1 Samenwerking AIVD en MIVD
De AIVD en de MIVD werken op het onderwerp contraproliferatie nauw samen in de gezamenlijke Unit Contraproliferatie (UCP). De diensten werken binnen deze unit op één locatie en delen elkaars expertise, informatie en contacten. Zo bouwen ze aan een hoogwaardige inlichtingenpositie. De UCP voert zowel een inlichtingentaak als een veiligheidstaak uit. De inlichtingentaak betreft het informeren van de regering over ontwikkelingen rond programma’s van massavernietigingswapens in landen van zorg. De veiligheidstaak bestaat uit activiteiten die verwervingsactiviteiten door of voor landen van zorg in of via Nederland tegen moeten gaan.

7.2 Resultaten
De UCP heeft meerdere inlichtingenrapportages en bijzondere briefings uitgebracht. Deze waren voornamelijk gericht aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Defensie, Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken en Economische Zaken.
Om bewustwording en beveiligingsbevordering te stimuleren werden specifieke bedrijven en instellingen bezocht om hen te wijzen op risico’s die samenhangen met proliferatie. De AIVD en de MIVD hebben in meerdere gevallen informatie verstrekt aan het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (en later in 2012 aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken) in het kader van exportcontrole.
De UCP nam actief deel aan innovatieve internationale samenwerkingsprojecten en analytische uitwisseling met buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten. De UCP was mede hierdoor in 2012 een gewaardeerde samenwerkingspartner voor verschillende buitenlandse collega-diensten.

10.5 Samenwerking
De informatie die de AIVD in zijn onderzoeken verwerkt is deels afkomstig uit de eigen inzet van bijzondere inlichtingenmiddelen maar veelal ook uit samenwerkingsrelaties met partners in het veiligheidsdomein. Deze samenwerking is in 2012 geïntensiveerd, met name met de Regionale Inlichtingendiensten (RID’s) en op het gebied van Sigint en cyber security in het samenwerkingsverband Symbolon met de MIVD. Ten behoeve van de uitvoering van veiligheidsonderzoeken heeft de AIVD nieuwe aansluitingen gerealiseerd op de basisregistraties van de BES-eilanden in het Caribisch gebied.

>Symbolon<
De AIVD en de MIVD zijn in 2012 in een projectteam intensief gaan werken aan de oprichting van een gezamenlijke Sigint/ cyber-eenheid. De beide diensten zijn overtuigd van de noodzaak om Signals intelligence (Sigint) en intelligence op het gebied van cyber samen te voegen en samen door te ontwikkelen. Een integrale aanpak van het gebruik van deze technische inlichtingenmiddelen zal de doelmatigheid ervan verhogen. De ontvlechting van substantiële onderdelen van beide diensten en het creëren van de randvoorwaarden om de nieuwe eenheid integraal onderdeel te laten uitmaken van de (inlichtingen)processen van beide diensten, vergt meer tijd dan voorzien. Dat neemt niet weg dat de AIVD en de MIVD essentiële stappen hebben gezet om de gezamenlijke eenheid te kunnen oprichten. Zo hebben de diensten besloten tot een zeer brede reikwijdte van de samenwerking en inbreng van middelen. Ook zijn besluiten genomen over de huisvesting van de personele kern van de eenheid en over hoe de eenheid bestuurd zal worden.

Aan het eind van 2012 is een kwartiermakerorganisatie ingesteld. Deze is in Zoetermeer gevestigd en is samengesteld uit AIVD- en MIVD-medewerkers. Een kwartiermaker van het Ministerie van Defensie geeft leiding aan de oprichting en de nadere voorbereiding van de nieuwe eenheid. Deze eenheid zal begin 2014 van start gaan. Met het oog hierop is al gezorgd dat per 1 januari 2013 de onderdelen van de beide diensten die deel uit gaan maken van de gezamenlijke eenheid integraal worden aangestuurd door de kwartiermaker. Bovendien is in de kwartiermakerorganisatie ten behoeve van de beide diensten één gezamenlijk loket gestart voor de informatie-uitwisseling en samenwerking met buitenlandse collega-diensten op het gebied van Sigint- en cyberactiviteiten. Dit verbetert direct de efficiëntie en effectiviteit op het internationale speelveld.


12.2 Verantwoording en toezicht
Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD) In de Wiv 2002 is bepaald dat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister van Defensie de Tweede Kamer vertrouwelijk kunnen informeren over de middelen en geheime bronnen die de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten gebruiken en het actuele kennis-niveau van beide diensten. Dit gebeurt in de CIVD van de Tweede Kamer. De CIVD bestaat uit de fractievoorzitters van de politieke partijen die in de Tweede Kamer vertegenwoordigd zijn, met uitzondering van de fractievoorzitters van partijen die tijdens een lopende kabinetsperiode zijn afgesplitst.

In 2012 heeft de minister van BZK aan de CIVD verantwoording afgelegd over de operationele taakuitvoering van de AIVD met reguliere driemaandelijkse rapportages; deze rapportages vormen het verantwoordingsdocument. Het Nationale Inlichtingenbeeld (NIB) is het driemaandelijkse inlichtingenbeeld dat samen met de MIVD wordt opgesteld. Tevens kwamen in de CIVD het jaarverslag 2011 inclusief de geheime bijlage en het Stg. Geheim gerubriceerde jaarplan 2012 aan de orde.

Daarnaast heeft de AIVD de commissie inhoudelijk geïnformeerd over verschillende aspecten van de operationele taakuitvoering en over ontwikkelingen in de aandachtsgebieden van de AIVD. De CIVD heeft van de minister van BZK een aantal brieven ontvangen.

Raad voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (RIV)
De RIV is een onderraad van de Ministerraad. De ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Defensie, Buitenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie hebben zitting in deze raad, die wordt voorgezeten door de minister-president. De verantwoordelijke bewindslieden zijn in 2012 voorzien van het inlichtingenbeeld over landen die vanwege de nationale veiligheid aandacht behoeven. Dit stelt de Nederlandse regering in staat op basis van een eigen inlichtingenpositie een standpunt in te nemen ten aanzien van deze landen. Hiertoe zijn presentaties gehouden in de RIV, bijvoorbeeld over het jihadistisch internet en de cyberdreiging voor Nederland. Daarnaast zijn het jaarplan 2012 en jaarverslag 2011 besproken. Tot slot vormde het Nationaal Inlichtingenbeeld, zoals dit ook in de CIVD wordt besproken, een vast onderdeel. Hierin plaatsen de diensten (AIVD en MIVD) belangrijke actuele ontwikkelingen in een inlichtingencontext en geven zij hun verwachtingen voor de toekomst aan.

Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD)
De onafhankelijke CTIVD is belast met het toezicht op de rechtmatigheid van de uitvoering van de Wiv 2002 en de Wvo door de AIVD en MIVD.

12.3 Juridische zaken

Wijziging van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002
In 2012 is gewerkt aan de voorbereiding van voorstellen tot wijziging van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 op het vlak van Sigint en cyber. De aanleiding daarvoor vormde in het bijzonder het toezichtsrapport van de CTIVD inzake de inzet van Sigint door de MIVD (CTIVD nr. 28). De voorstellen, die voornamelijk zien op herziening van de bepalingen inzake de interceptie van telecommunicatie, zijn opgenomen in het wetsvoorstel, dat in 2011 in voorbereiding was genomen. In laatstgenoemd wetsvoorstel worden diverse voorstellen uit het in maart 2011 ingetrokken wetsvoorstel (kamerstukken 30 553; het zogeheten post-Madridwetsvoorstel), waar nodig geactualiseerd, opnieuw opgenomen. Het wetsvoorstel bevindt zich in een vergevorderd stadium van ambtelijke afronding. In afwachting van de resultaten van de evaluatie van de Wiv 2002, die naar verwachting in september 2013 beschikbaar zullen komen, zal het wetsvoorstel niet verder in procedure worden gebracht. De resultaten van de evaluatie, voor zover deze aanleiding geven tot wetswijziging, zullen namelijk in dit wetsvoorstel worden meegenomen.

(Defensie weblog, 23 april 2013)

dinsdag 13 november 2012

Cyber security: samenwerking AIVD-MIVD

Het versterken van de digitale veiligheid is een van de grootste uitdagingen waar Nederland op dit moment voor staat. Samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en wetenschap is daarbij essentieel.

De dreiging van digitale aanvallen is een probleem ‘too big for one of us'. De AIVD werkt voornamelijk samen met de MIVD (in de nieuw op te richten sigint/cybereenheid) en met het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC). Ook wordt kennis uitgewisseld met buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

De rijksoverheid heeft in de Nationale Cybersecuritystrategie onderstreept dat alleen door samenwerking de weerbaarheid vergroot kan worden. Tussen overheidsinstellingen en private bedrijven is nauw overleg.

MIVD
De MIVD richt zich op de militair relevante dreigingen en ontwikkelingen in het digitale domein. Dit betekent onder andere inlichtingenondersteuning bij militaire operaties, ondezoek in het kader van veiligheid en paraatheid van de krijgsmacht en cybersecurity bij de defensie-industrie. Een bijzondere taak van de MIVD vormt het ondersteunen van de Commandant der Strijdkrachten bij de inzet van offensieve cybercapaciteiten binnen militair optreden.

De AIVD en MIVD samen kunnen elkaar versterken door het gezamenlijk benutten van de capaciteiten. Door het bij elkaar brengen van de expertise van beide diensten kunnen grote stappen worden gemaakt om digitale veiligheid te versterken.

NCSC
Het Nationaal Cyber Security Centrum is onderdeel van het ministerie van Veiligheid en Justitie en erop gericht om de Nederlandse samenleving op digitaal gebied weerbaarder te maken. Het NCSC fungeert als publiek-publiek en publiek-privaat kennis- en samenwerkingsplatform. Binnen die context vinden en versterken de dienst en het NCSC elkaar op onderwerpen als (technische) kennis, detectie van digitale aanvallen en situational awareness. Het NCSC draagt bij aan een veilige, open en stabiele informatiesamenleving.

Bijlage: Cybersecuritybeeld Nederland, juli 2012)

(AIVD, ongedateerd)

maandag 12 november 2012

Minister Hennis-Plasschaert lanceert campagne ‘Alert Online’

Minister Jeanine Hennis-Plasschaert heeft vandaag de campagne ‘Alert Online’ gelanceerd voor de bewustwording van digitale risico’s. Defensiepersoneel wordt aangespoord de online cursus cyber te volgen om doordrongen te raken van de rol van internet in zowel militair optreden als in het dagelijks leven.

Hennis-Plasschaert is zelf actief op sociale media zoals twitter. Ze stelt dat het dagelijks internetgebruik bij Defensie net even wat meer aandacht vraagt om te voorkomen dat je informatie prijsgeeft die de veiligheid van militairen in gevaar brengt. "Het is goed om te zien dat het meeste Defensiepersoneel zich al bewust is van de risico's op de werkvloer en dat dat online doorwerkt", aldus de minister. "Maar er zijn zoveel meer aspecten aan cyber awareness. Bijvoorbeeld usb-sticks besmet met virussen, cybercriminelen die met namaaksites, het zogenoemde phishing, mensen proberen op te lichten via werk én privé-mail."

Alert Online
Onderzoek van het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft uitgewezen dat de gemiddelde Nederlander zich nauwelijks bewust is van de risico’s van hun dagelijkse internetgebruik. Daarom organiseert de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid samen met het bedrijfsleven de campagne ‘Alert Online’.

Tips
De campagne maakt mensen en organisaties bewust van hun (mobiele) internetgebruik en de bijbehorende risico’s. Ook laat het zien wat mensen kunnen doen om die risico’s te voorkomen. Op www.alertonline.nl staan bijvoorbeeld tips voor veilig internetten. Van 12 tot 22 november 2012 wordt de campagne breed onder de aandacht gebracht via radiocommercials, advertenties en publiciteit in de media. Ook staat er dan dagelijks een column op de website van een autoriteit op het terrein van cyberveiligheid.

(ministerie van Defensie, 12 november 2012)

donderdag 1 november 2012

Defensie: zuivere cyberoorlog bestaat niet

Een 'zuivere cyberoorlog' waar de vijand alleen via het internet wordt bestreden bestaat niet. Dat liet 'Cyberkolonel' Hans Folmer, commandant Taskforce Cyber bij de Defensiestaf,vandaag tijdens de Infosecurity Beurs in Utrecht weten. Folmer sprak voor een volgepakte zaal over de plannen van Defensie in het cyberdomein. Naast land, lucht, zee en ruimte is cyber het vijfde domein waar Defensie in opereert.

Volgens Folmer kunnen succesvolle aanvallen of grootschalige uitval van IT voor een ontwrichte samenleving zorgen. Veel van de problemen worden echter door mensen zelf veroorzaakt. "90% van de cyberincidenten is afkomstig van mensen die zelf fouten maken, patches niet installeren of hun wachtwoorden vergeten te wijzigen."

Hoogtemeter 
Toch zet Defensie ruim in op cyber. Niet alleen om Nederland te beschermen, maar ook om inlichtingen te verzamelen en de vijand via het digitale domein te 'beïnvloeden'. Defensie zelf beschikt ook over allerlei systemen, waaronder de wapensystemen in boten, tanks en vliegtuigen.

Daarbij waarschuwde de cyberkolonel voor een vijand die de hoogtemeter van bijvoorbeeld een Apache hackt. "Je zou misschien denken dat deze systemen niet aan het internet hangen, maar elk systeem is wel een keer in contact met de buitenwereld geweest." Een Apache draait dan niet op Windows of iOS en een aanvaller moet behoorlijk wat informatie verzamelen om deze systemen aan te vallen, toch houdt Defensie er wel degelijk rekening mee dat het mogelijk is.

Kansen 
De kwetsbaarheid biedt ook kansen, grote kansen. "De tegenstander is namelijk net zo kwetsbaar als wij zijn." Zelfs de Taliban in Afghanistan gebruikte gsm's en internetcafés. "En waren daar in zekere mate ook afhankelijk van", ging Folmer verder.

Een oorlog waarbij Defensie alleen via internet zal opereren is volgens Folmer een illusie. "Een zuivere cyberoorlog bestaat niet." Aanvallen via het digitale domein zullen altijd een onderdeel van andere domeinen zijn, zoals operatie over land, zee of lucht. "Je kunt in cyberspace niet je uiteindelijke wil aan de tegenstander opleggen. Je kunt wel een slag winnen, maar niet de oorlog. Er zal altijd interactie zijn met de andere domeinen.

Vergelding 
Defensie mag in het geval van een cyberaanval wel met conventionele wapens terugslaan, reageerde Folmer op een vraag uit het publiek. "Als een vijandelijke staat ons via digitale middelen aanvalt, dan zijn wij gerechtigd om binnen de regels van het VN handvest en de Geneefse Conventie terug te slaan." Zo'n tegenaanval zou echter wel binnen proporties moeten zijn.

Daarnaast zou de initiële aanval een grote impact moeten hebben, zoals een langdurige ontwrichting van de samenleving en slachtoffers veroorzaken. Hetzelfde resultaat als bij een conventionele aanval. "Binnen het digitale domein gelden dezelfde regels als binnen de reële wereld." Bij een digitale aanval is dan ook een conventionele reactie mogelijk.

Mandaat 
Defensie zal in dit geval eerst een mandaat van de regering moeten krijgen, met de 'rules of engagement'. Folmer: "Defensie zal nooit zelfstandig actie ondernemen." Volgens de kolonel wordt Nederland duizenden keren per maand aangevallen. Het gaat dan om 'kloppen op de deur', net als in Amsterdam wordt gecontroleerd of je auto's op slot is, merkte Folmer op.

Hij vindt dat elke militair en burgermedewerker kennis van cyber moet hebben. "Van awareness over mobiele telefoons en wat je op Facebook zet tot wat de dreiging is waarmee we te maken hebben en hoe dit in een operatie is te gebruiken. Iedereen moet daarin worden opgeleid."

(Security.nl, 1 november 2012)

dinsdag 18 september 2012

Defensie: de beleidsagenda 2013

(Onderstaand het leeuwendeel van Hoofdstuk 2.1 van de Memorie van Toelichting op de Defensiebegroting voor 2013. Voor de details per krijgsmachtsonderdeel zie de volledige tekst, HdV)

2. HET BELEID

Gezien de demissionaire status van het kabinet dat deze begroting opstelt, is gekozen voor een sobere invulling van de beleidsagenda 2013 waarbij wordt ingegaan op de relevante ontwikkelingen die de begroting in financiële zin raken. In de artikelen wordt, zoals in andere jaren, de relevante financiële en beleidsinformatie vermeld die samenhangt met de voorgenomen uitgaven.

2.1 DE BELEIDSAGENDA 2013

Inleiding

De grootscheepse veranderingen van Defensie gaan in 2013 het derde jaar in. Zoals voorzien leiden de bezuinigingen en ombuigingen waartoe in 2011 is besloten tot onzekerheid onder het personeel en tot een verminderde gereedheid van onderdelen van de krijgsmacht. De uitvoering van alle maatregelen in de beleidsbrief Defensie na de kredietcrisis van 8 april 2011 (Kamerstuk 32 733, nr. 1) zal zeker vier jaar in beslag nemen. In die jaren zullen de bezuinigingen waartoe door het kabinet-Rutte is besloten, worden uitgevoerd en moet de krijgsmacht op orde worden gebracht. Defensie gaat daarvoor in 2012 en ook 2013 door een dal. Zoals toegezegd in het jaarverslag over 2011 (Kamerstuk 33 240-X, nr. 1) ontvangt u een afzonderlijke brief bij de begroting en het jaarverslag over de uitvoering van de maatregelen uit de beleidsbrief aan de hand van key performance indicators.

In 2012 zijn de voorbereidingen getroffen voor de reorganisaties waarmee de krijgsmacht substantieel kleiner wordt. Ongeveer 12 000 banen verdwijnen en vanaf 2013 zullen naar schatting ongeveer 6 000 medewerkers Defensie al dan niet gedwongen moeten verlaten. De krijgsmacht zal onvermijdelijk aan gevechtskracht inboeten, in kwalitatief en kwantitatief opzicht, en de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen zullen afnemen. Eenheden verdwijnen en materieel en defensielocaties worden afgestoten. Voor defensiemedewerkers, op wie in voorbereiding op en in missies van de krijgsmacht en in het kader van de reorganisatie een groot beroep wordt gedaan, is 2013 een moeilijk jaar. Zij verdienen des te meer waardering voor de grote inspanningen die zij in het belang van onze veiligheid en welvaart blijven leveren.

Ondanks de zware tijd voor Defensie is de Krijgsmacht nationaal en internationaal veelvuldig actief. Zo wordt bijzondere onderwaterzoekcapaciteit ingezet voor bomverkenningen voorafgaande aan grote publieke evenementen. Deze capaciteit is in augustus ook ingezet bij de zoektocht naar een verdronken man. In augustus zijn verder vier specialistische Search Teams ingezet om verborgen geld, wapens en explosieven op te sporen. Zij hebben grote hoeveelheden geld gevonden die vermoedelijk door illegale activiteiten zijn verkregen. In de afgelopen jaren heeft Defensie schepen, onderzeeboten en een onbemand vliegtuig ingezet tegen piraterij. Ook beschermde Defensie met militaire beveiligingsteams (VPD’s) onder Koninkrijksvlag varende koopvaardijschepen en humanitaire transporten. Deze inzet wordt in 2013 voortgezet.

Zoals in de beleidsbrief van 8 april 2011 is uiteengezet, bezuinigt Defensie in 2013 € 529 miljoen en herschikt zij nog eens € 178 miljoen om achterstanden op verschillende terreinen in te lopen. Het in mei 2012 overeengekomen begrotingsakkoord resulteert voor Defensie in een extra taakstelling van € 84 miljoen vanaf 2013. Deze taakstelling is verwerkt op niet-beleidsartikel 12 Nominaal en onvoorzien. Het saldo op dit artikel blijft positief. Om de huidige reorganisatie niet te verstoren wordt deze taakstelling met maatregelen ingevuld in de begroting 2014. Zoals voorzien in de beleidsbrief komt een deel van de bezuinigingen ten laste van het investeringsbudget dat daardoor fors kleiner is geworden. Het investeringspercentage ligt onder de 20 en komt in 2013 naar verwachting uit op 15,5. Met het verkleinde investeringsbudget werkt Defensie aan de toekomst van de krijgsmacht en investeert zij in nieuwe technieken en wapensystemen, zoals de onbemande luchtsystemen en de verdediging tegen ballistische raketten. Dergelijke intensiveringen zijn van groot belang voor de toekomst van de krijgsmacht en van de nationale veiligheid. Defensienetwerken worden permanent aangevallen en (het aantal pogingen tot) digitale spionage neemt toe. Defensie versterkt de cybercapaciteiten om de permanente aanvallen op de defensienetwerken te kunnen blijven weerstaan en digitale spionage te bestrijden. Ook wordt de capaciteit voor het vergaren van inlichtingen in het digitale domein vergroot en worden de eerste stappen gezet op weg naar een volwaardige militaire capaciteit voor de uitvoering van cyberoperaties.

De Nederlandse defensie-inspanning moet voorts nadrukkelijk in een internationale context worden beoordeeld. In het licht van de aanhoudende druk op defensiebudgetten en de afnemende bereidheid van de Verenigde Staten om de Europese bondgenoten bij te staan, is internationale militaire samenwerking de enige manier om de militaire slagkracht op peil te houden. Nederland loopt daarbij voorop, zowel in de samenwerking tussen landen als binnen de NAVO en de EU en tussen beide organisaties. Illustratief zijn de nauwe marinesamenwerking met België en met het Verenigd Koninkrijk, de hechte relaties tussen de Duitse en Nederlandse landmacht en de verbondenheid van de Nederlandse met de Amerikaanse luchtmacht. Aanvullende afspraken – te land, ter zee en in de lucht – zijn in de maak met België, Duitsland en Noorwegen. Deze samenwerking is echter alleen mogelijk als partners afspraken nakomen en is derhalve niet vrijblijvend. Bij de totstandkoming van initiatieven gaat de kost bovendien voor de baat uit.

Inzetbaarheid en inzet

Inzetbaarheid
Ondanks de ingrijpende veranderingen kan in 2013 een beroep worden gedaan op de krijgsmacht om de belangen van het Koninkrijk der Nederlanden en de internationale rechtsorde zo nodig gewapenderhand te verdedigen. De inzetbaarheidsdoelstellingen in deze beleidsagenda maken duidelijk dat, in het licht van de grote veranderlijkheid van de internationale veiligheidssituatie, het streven naar een veelzijdig inzetbare krijgsmacht overeind staat. Als gevolg van de grootscheepse reorganisatie bij Defensie die met de beleidsbrief in gang is gezet, is de krijgsmacht ook in 2013 echter verminderd inzetbaar. Vanwege instandhoudingsprogramma’s en modificaties is de beschikbaarheid bij het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) van onderzeeboten, M-fregatten en hydrografische opnemingsvaartuigen tijdelijk iets lager. De gereedstellingsdoelen van de eenheden van het Commando landstrijdkrachten (CLAS) zijn voor 2013 aangepast. Door de verstrekkende reorganisaties en de implementatie van nieuwe materieelsystemen is het aantal gereed gestelde pantserinfanterie-eenheden tijdelijk lager. De eenheden van het CLAS zijn in 2014 naar verwachting weer op sterkte. In de gereedstellingsdoelen voor de eenheden van het Commando luchtstrijdkrachten (CLSK) is rekening gehouden met tekorten aan materieellogistiek personeel en van reservedelen. Ook de beschikbaarheid van de NH-90 helikopter zal in 2013 nog beperkt zijn. De inzetbaarheid van de eenheden van de Koninklijke marechaussee (Kmar) is in 2013 op hoofdlijnen gelijk aan die in voorgaande jaren.

Internationale operaties en crisisbeheersing
In 2013 blijft Defensie deelnemen aan de Geïntegreerde Politietrainingsmissie in Afghanistan. De Nederlandse missie bestaat onder meer uit een Police Training Group, civiele politieagenten bij de EUPOL-missie en rule of law-deskundigen in Kaboel en Kunduz. Door de gezamenlijke inzet van politiepersoneel, civiele experts, marechaussees en andere militairen verricht Nederland een wezenlijke inspanning met het trainen en begeleiden van de Afghaanse civiele politie en het versterken van de justitiële keten. Daarmee wordt gewerkt aan de verbetering van het functioneren van de Afghaanse rechtsstaat. Verder wordt de inzet van de Air Task Force met vier F-16 jachtvliegtuigen in 2013 voortgezet en dat geldt ook voor de Nederlandse bijdrage aan ISAF-staven.

Nederland heeft de afgelopen jaren verschillende capaciteiten ingezet in de strijd tegen piraterij, via de Navo- en EU-piraterijbestrijdingsoperaties Ocean Shield en Atalanta. Het Navo- en EU-mandaat van beide operaties is verlengd tot eind 2014 en Nederland zal daarom bezien op welke wijze de bijdrage aan deze missies in 2013 kan worden voortgezet. De Kamer zal daarover nog nader worden geïnformeerd in een artikel 100-brief.

Momenteel bevinden de voorbereidingen voor de regionale maritieme capaciteitsopbouwmissie van de EU voor Somalië en omliggende landen in de Hoorn van Afrika en de Westelijke Indische Oceaan zich in de afrondende fase. De missie, met een hoofdkwartier in Djibouti, gaat in 2012 van start. Nederland is voornemens een bijdrage te leveren aan deze missie en zal de Kamer hier separaat over informeren. Met de opbouw en training van de maritieme capaciteiten in de Hoorn van Afrika zijn landen in de toekomst beter in staat hun eigen kustwateren tegen piraterij te beschermen. Voor 2013 wordt voorts rekening gehouden met de inzet van militaire Vessel Protection Detachments (VPD’s) ter bescherming van de Nederlandse koopvaardij tegen piraterij in het risicogebied rond de Hoorn van Afrika. Op grond van de ervaringen in 2011 en 2012 is de aanvraagtermijn voor de inzet van een VPD verkort en is de door reders te betalen bijdrage verlaagd. Gelet hierop is rekening gehouden met een groeiend aantal VPD’s dat wordt ingezet.

Op het Afrikaanse continent worden in 2013 militairen in verschillende functies ingezet in de VN-operatie United Nations Mission in South Sudan (UNMISS). Deze operatie heeft tot doel de Zuid-Soedanese overheid te ondersteunen bij de vredesconsolidatie, conflictpreventie en -beheersing, de bescherming van burgers, de opbouw van de veiligheid- en justitiesector en de ontwikkeling van de rechtsstaat.

De krijgsmacht zal ook in 2013 eenheden gereed hebben voor de snelle reactiemacht van de Navo – de NATO Response Force (NRF). Het betreft een mijnenjager (twee maal drie maanden), acht F-16's gedurende het gehele jaar, een brigadehoofdkwartier, een gemechaniseerd infanteriebataljon, een geniecompagnie, een artilleriebatterij, een medische role-2 eenheid, een ISTAR-element en een logistiek element.

Nationale inzet
Ook in 2013 is de nationale inzet van de krijgsmacht van belang. De open Nederlandse samenleving blijft immers kwetsbaar voor ontwrichtende invloeden en veiligheidsrisico’s. Defensie draagt dagelijks door tal van activiteiten bij aan de veiligheid in Nederland. Behalve incidentele bijstand op verzoek van civiele autoriteiten voert de krijgsmacht een groot aantal reguliere taken uit, zowel in Nederland als in de Caribische delen van het Koninkrijk. Civiele autoriteiten weten Defensie steeds vaker te vinden, waardoor de vraag naar militaire bijstand en steunverlening aanwijsbaar toeneemt. De toenemende inzet van search teams van de genie om te speuren naar verborgen goederen en contrabande is daarvan een goed voorbeeld. In 2013 blijven gegarandeerde militaire capaciteiten beschikbaar zoals overeengekomen in de bestuurlijke afspraken in het kader van het convenant civiel-militaire samenwerking. Vanzelfsprekend kan in noodgevallen op de gehele krijgsmacht een beroep worden gedaan.

Heringericht en verkleind
De bezuinigingen bij Defensie monden uit in een aanzienlijk kleinere krijgsmacht. Als gevolg van de maatregelen is bovendien sprake van een ingrijpende herinrichting. Eenheden zijn of worden opgeheven. Duizenden medewerkers verlaten de organisatie. Modern materieel en locaties worden afgestoten of ontmanteld. De bestuurlijke en ondersteunende processen worden met ingang van 2013 zo ingericht dat deze aanzienlijk minder stafcapaciteit vergen. Voorts wordt de opbouw van het personeelsbestand mede met behulp van het «numerus fixus»-instrument gewijzigd en eens per jaar geëvalueerd en zo nodig aangepast.

De eenheden die worden opgeheven, staan al sinds mei 2011 stil en zullen als onderdeel van het lopende reorganisatietraject van de defensieonderdelen formeel worden opgeheven. Militair materieel dat wordt afgestoten, wordt voor verkoop gereedgemaakt en aangeboden of wordt aangehouden voor reservedelen (zie Kamerstuk 32 733, nr. 64). Als gevolg van de economische crisis en het grote aanbod aan gebruikt defensiematerieel zijn de marktomstandigheden voor verkoop van materieel moeilijk. In 2013 zijn de verschillende staven van de defensieonderdelen gereorganiseerd en met dertig procent gereduceerd. Veel personeel zal Defensie in 2013 al dan niet gedwongen verlaten. Voor de medewerkers van Defensie wordt 2013 dan ook zonder enige twijfel een bijzonder moeilijk jaar.

Tegelijkertijd ontstaan er gaandeweg nieuwe perspectieven. Zo worden met ingang van 2013 het Joint IV Commando (JIVC) en de Dienst Personeel en Organisatie Defensie opgericht. Defensie stelt tegelijkertijd alles in het werk om een moderne en aantrekkelijke werkgever blijven, ook op langere termijn. Daarvoor zijn fundamentele veranderingen nodig. Defensie werkt daarom verder aan de uitwerking van haar strategische personeelsbeleid. Zo komt er een nieuw functiegebouw om de mobiliteit en loopbaanperspectieven te verbeteren. Ook wordt het militair bezoldigingssysteem gemoderniseerd, waarbij het stelsel van toelagen en toeslagen wordt vereenvoudigd. Verder worden in 2013 de initiële doelstellingen van het flexibele personeelssysteem (FPS) herijkt. Defensie is zich er zeer van bewust dat het functioneren van de krijgsmacht afhangt van de kwaliteit en de motivatie van haar medewerkers.

De ingrijpende herziening van de belegging van het vastgoed bij Defensie hangt nauw samen met de opheffing van eenheden en met andere maatregelen. De doelstelling van de herbelegging is exploitatiewinst door sluiting en afstoting van locaties, door verdergaande clustering en door een meer doelmatige benutting van het vastgoed. Geografische spreiding is daarbij wenselijk. Wegens de complexiteit van de herbelegging is de uitvoering verdeeld in fasen. De maatregelen uit de eerste fase van het herbeleggingsplan leiden tot een structurele bezuiniging die oploopt tot € 37 miljoen in 2017. Met fase 2a is daar € 4 miljoen aan toegevoegd. De resterende taakstelling van € 20 miljoen moet worden bereikt door maatregelen uit fase 2b van het herbeleggingsplan. Dit laatste deel is nog in onderzoek.

Op orde
Defensie stelt veel in het werk om de krijgsmacht op orde te krijgen. Dit is van wezenlijk belang voor de inzetbaarheid van de krijgsmacht en de motivatie van de defensiemedewerkers. Het gaat in het bijzonder om de personele vulling van operationele eenheden, het doorlopen van een volledig oefenprogramma en het op orde brengen van voorraden brandstof, kleding en persoonsgeboden uitrusting, munitie en reservedelen. Ten aanzien van de kleding en uitrusting wordt prioriteit gegeven aan artikelen die nodig zijn voor opkomst, de uitvoering van missies en aan pakketten die zijn gerelateerd aan specifieke functies. Daarnaast vullen de systeemlogistieke en ketenlogistieke bedrijven hun voorraden aan. Defensie vult de munitievoorraden aan, opdat er voldoende munitie beschikbaar is voor inzet, inzetvoorbereiding, opleidingen en trainingen. De meest urgente munitiesoorten zullen in 2013 zijn aangevuld. In 2014 zullen alle munitievoorraden op voldoende niveau moeten zijn. Ook de reservedelenvoorraden worden aangevuld. Het gaat dan om die reservedelen waarvan een tekort zou leiden tot verstoringen van het onderhoudsproces. Met uitzondering van de onderdelen met een lange levertijd moeten de voorraden voor reservedelen in 2014 weer op het gewenste peil zijn. Dit is van grote betekenis voor de inzetbaarheid van het materieel en dus van de krijgsmacht. Daarbij heeft de verbetering van het financieel beheer en het materieel beheer, waaronder normering, permanente aandacht. In de bedrijfsvoeringsparagraaf (2.3.2) wordt nader ingegaan op de structurele verbeteringen ten aanzien van het financieel en materieel beheer.

De instroom van nieuw en jong personeel bij Defensie blijft voor de inzetbaarheid van de krijgsmacht van groot belang. De werving wordt bemoeilijkt, doordat de bezuinigingen het aanzien van Defensie als betrouwbare werkgever hebben geschaad. In 2012 is de beoogde instroom van nieuw personeel tot nu toe achtergebleven bij de uitstroom. Hierdoor zullen de operationele eenheden in 2013 naar verwachting nog niet volledig zijn gevuld. De wervingscampagne uit 2012 met filmspotjes en wervingsadvertenties wordt om die reden in 2013 voortgezet. Ook wordt intensief gebruik gemaakt van de mogelijkheden van sociale media. De campagne is in het bijzonder gericht op werving van schaarse medewerkers, zoals technici en verpleegkundigen, en op leerlingen van de ROC-opleiding Veiligheid en Vakmanschap.

Vernieuwingen operationeel domein
Om het hoofd te kunnen bieden aan nieuwe bedreigingen is vernieuwing in het operationele domein noodzakelijk. Alleen zo kan de Nederlandse krijgsmacht in internationaal verband bovendien een rol van betekenis blijven spelen. Voor de vernieuwing in het operationele domein zijn op uiteenlopende terreinen zowel nieuwe middelen als nieuwe operationele concepten noodzakelijk. Hierover zijn vooral tijdens de laatste Navo-top in Chicago belangrijke afspraken gemaakt.

• Zo is een goede informatiepositie van steeds groter belang. Defensie is in dat verband voornemens om het onbemande luchtsysteem MALE-UAV te verwerven. Zij krijgt daardoor de beschikking over operationeel-strategische grondwaarneming vanuit de lucht.

• Nederland wenst voorts binnen de NAVO zijn sterke positie op het gebied van raketverdediging te behouden. Defensie investeert daartoe in de vervanging van het verbindingsysteem COMPATRIOT ten behoeve van de Patriot raketverdedigingscapaciteit. Ook wordt geïnvesteerd in sensorcapaciteit en worden de SMART-L radars aan boord van de luchtverdedigings- en commandofregatten gemodificeerd.

• Ter bescherming van het personeel en het materieel tegen geïmproviseerde explosieven wordt een permanente Joint Counter Improvised Explosive Devices (C-IED) organisatie opgericht. Defensie vervult op dit vlak ook in internationaal verband een voortrekkersrol.

• De kosten van brandstof en energie zijn, zeker in missiegebieden, hoog. Daarnaast vergt het transport van brandstof tijdens missies vaak een aanzienlijke logistieke inspanning die tot verhoogde kwetsbaarheid van militairen leidt. Om deze redenen treft Defensie in 2013 maatregelen om het energieverbruik van de krijgsmacht te reduceren, waarmee kosten worden bespaard en de behoefte aan logistieke ondersteuning afneemt.

• Ook de in de beleidsbrief genoemde versterking van de samenwerking bij speciale operaties is van belang. In dat kader wordt de operationele samenwerking tussen de Special Operations Forces (SOF) verbeterd. In 2013 wordt begonnen met de ontwikkeling van een gezamenlijke opleidingsmodule.

• De aangekondigde intensivering van de capaciteit voor psychologische operaties draagt eveneens bij aan de effectiviteit van het militaire optreden. Vanaf 2013 zal deze capaciteit deel uitmaken van het CIMIC-bataljon van het CLAS.

• Defensie investeert in satellietcommunicatie. Dankzij het project Militaire Satelliet Communicatie (MILSATCOM) zal de krijgsmacht kunnen beschikken over satellietcapaciteit voor militair gebruik. De eerste twee satellieten zijn gelanceerd. De lancering van de derde satelliet is voorzien voor eind 2013. De Advanced Extremely High Frequency (AEHF) satellietcommunicatiecapaciteit komen voor Nederland naar verwachting in 2013 beschikbaar.

Cyber
Een bijzondere intensivering betreft de versterking van de digitale weerbaarheid en de ontwikkeling van het vermogen cyberoperaties uit te voeren. Op 27 juni 2012 is de Defensie Cyber Strategie aan de Kamer aangeboden (Kamerstuk 33 321, nr. 1). Deze strategie geeft uitwerking aan de in de beleidsbrief opgenomen cyberintensivering en geeft de komende jaren richting, samenhang en focus aan de integrale aanpak voor de ontwikkeling van het militaire vermogen in het digitale domein. In 2012 is verder een programmamanager Cyber aangesteld die verantwoordelijk is voor de coördinatie van alle cyber gerelateerde activiteiten binnen Defensie en is de Taskforce Cyber opgericht. Eind 2013 wordt een Defensie Cyber Expertise Centrum (DCEC) opgericht, dat intensief zal samenwerken met het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC). De oprichting van een Defensie Cyber Commando (DCC) is voorzien voor eind 2014. Het DCC is onder meer verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het militaire vermogen om cyber operations uit te voeren. De defensieve maatregelen richten zich op het versterken van de bescherming van netwerken en wapen-, sensor- en regelsystemen. Het Defensie Computer Emergency Response Team (DefCERT) is mede verantwoordelijk voor de beveiliging van deze netwerken en systemen en zal medio 2013 volledig operationeel zijn om 24 uur per dag, zeven dagen per week de beveiliging van de meest kritieke defensienetwerken te ondersteunen. De MIVD versterkt in de periode 2012–2015 de cyber inlichtingencapaciteit. Die intensivering bestaat in 2013 uit elf extra vte’n en materiële investeringen. Verder intensiveren de MIVD en de AIVD de samenwerking op het gebied van cyber en signals intelligence (SIGINT) wat moet leiden tot de oprichting van een gezamenlijke SIGINT-cybereenheid. Nederland zoekt op dit gebied zowel samenwerking met publieke en private partijen in Nederland als met internationale partners als de Navo en met landen als de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen.

Internationale defensiesamenwerking
De versterking van de internationale militaire samenwerking is een speerpunt in het defensiebeleid. Prioriteit heeft de versterking van de bilaterale samenwerking met strategische partners, Duitsland en de Benelux-partners voorop. De Benelux-partners hebben op 18 april 2012 een verklaring uitgegeven over hun gezamenlijke voornemen de samenwerking te verdiepen. Vergaande samenwerking ligt mogelijk in het verschiet tussen in het bijzonder de Belgische en de Nederlandse luchtmacht, onder meer op de terreinen van helikopters, luchttransport en jachtvliegtuigen. Bij verdergaande samenwerking met Duitsland staan de landstrijdkrachten centraal. Hierbij worden mogelijkheden bezien om tot een verdere integratie van het trainen, oefenen en opleiden van eenheden te komen, alsmede aanvullende initiatieven rondom het gezamenlijk multinationaal hoofdkwartier.

Ook de samenwerking in multinationaal en multilateraal verband wordt bevorderd, met verdere vervlechting van de krijgsmachten als inzet. De EU en de Navo zijn onmisbaar als institutionele kaders en als bronnen van kennis en expertise. Nederland wil bij het nationale proces van behoeftestelling, verwerving en exploitatie van defensiecapaciteiten rekening houden met de in EU of Navo-verband vastgestelde tekorten en de initiatieven om in de essentiële capaciteiten te voorzien. Tijdens de Navo-top in Chicago zijn in dat kader afspraken gemaakt in het kader van het Smart Defence initiatief. Nederland neemt deel aan vijftien projecten, die zijn gericht op de versterking van veelgevraagde en nichecapaciteiten. Nederland neemt de leiding bij het Counter-IED Biometrie-initiatief. In EU-verband is eveneens voortgang geboekt bij de versterking van de militaire capaciteiten. Op 22 maart 2012 is het Air to Air Refueling initiatief  gelanceerd, dat inzet op versterking van de Europese tankercapaciteit. Nederland, Duitsland en Frankrijk nemen hierbij het voortouw. Het afgelopen jaar is ook het belang van de zogenoemde Northern Group voor internationale militaire samenwerking toegenomen. In het bijzonder met Noorwegen en Denemarken wordt gericht gewerkt aan nauwere samenwerking. De bestaande samenwerking met beide landen biedt goede mogelijkheden voor de intensivering en de verbreding van de samenwerking, onder meer bij de verwerving, instandhouding en training van en met de opvolger van de F-16. Deze samenwerking biedt tevens kansen voor de Nederlandse industrie.

Bij de totstandkoming van deze initiatieven gaat de kost (investeringen)  uit voor de baat. Kostenbesparingen worden op termijn gerealiseerd, met  voor Europa essentiële militaire capaciteiten en lagere life cycle costs als resultaat. Vertrouwen tussen Nederland en de partnerlanden is randvoorwaardelijk voor de realisatie van dit perspectief.

Ten slotte heeft Defensie de bestaande internationale militaire samenwerking tegen het licht gehouden (Kamerstuk 33 279, nr. 3). Er zijn criteria  geformuleerd ter beoordeling van bestaande bilaterale en multilaterale  samenwerkingsvormen. Aan de hand daarvan zijn strategische partners  en prioritaire aandachtsgebieden gedefinieerd. Zo kan de internationale  militaire samenwerking in 2013 over de volle breedte van de nodige focus  worden voorzien.

(...)

(Rijksbegroting, 18 september 2012)

dinsdag 24 april 2012

Defensie zet stap in cyberprogramma

Om de kennispositie op het gebied van cyberdreiging te versterken, is Defensie  toegetreden tot een militair samenwerkingsverband, het NATO Cooperative Cyber Defence Centre of Excellence. Dat gebeurde vandaag tijdens een  ceremonie in de Estse hoofdstad Tallinn.

Nederland is het elfde lid dat de meerwaarde erkent van het gezamenlijk optreden in de strijd tegen cyberaanvallen. Een belangrijke eigenschap van een cyberincident is immers dat de gevolgen zich snel via de ICT-infrastructuur kunnen verspreiden en dat het zich niet aan landsgrenzen stoort. De andere partners zijn: Duitsland, Estland, Hongarije, Italië, Letland, Litouwen, Polen, Spanje, Slowakije en de Verenigde Staten.

Kennispositie
Het aan de NAVO gelieerde militaire kenniscentrum doet sinds 2008 onderzoek naar onder meer technieken, beleid en de juridische aspecten rondom cyberdreiging. Daarnaast delen de landen onderling vakkennis tijdens oefeningen waarbij gefingeerde cyberaanvallen centraal staan.

“De toetreding past binnen het Defensie-cyberprogramma. Dat heeft voornamelijk als doel het beschermen van de Defensiecomputers- en netwerken en het versterken van cyberinlichtingencapaciteit”, zegt commandant Task Force Cyber, kolonel Hans Folmer. “Onze mogelijkheden zijn nu eenmaal niet onbeperkt. Door aan te sluiten bij het NATO Cooperative Cyber Defence Centre of Excellence kunnen we niet alleen de krachten bundelen, maar ook onze kennispositie versterken.” Volgens Folmer waren er wel enkele eisen. “Naast financiële steun moet je als land een officier beschikbaar stellen en bereid zijn om mee te denken en natuurlijk informatie te delen.”

(ministerie van Defensie, 24 april 2012. De datering van dit bericht is vreemd, aangezien de toetreding van Nederland tot dit Centre of Excellence al op 5 april j.l. bekend is gemaakt. Zie onderstaand bericht)

The Netherlands joins the Centre


National representatives of ten nations already members of the NATO Cooperative Cyber Defence Centre of Excellence (NATO CCD COE), signed the notes of joining at NATO's Supreme Allied Command Transformation, located in Norfolk (USA), welcoming the Netherlands as the newest member to the Centre. The Netherlands is a third country to join the Centre in the last 6 months, following Poland and USA which joined in November last year.

“It is our utmost honour to greet the Netherlands as the newest member to the Centre,” said the Director of the NATO CCD COE, Colonel Ilmar Tamm. “I see the Netherlands’ decision as recognition of the work done in the Centre and I believe Dutch participation will further enhance the Centre’s efforts and will be of mutual benefit to both NATO and the Netherlands in working toward the common goal of enhancing cyber defence cooperation.”

The Netherlands Ambassador to Estonia, Mr Maurits Jochems said that he is proud and very content that his country is now on a daily basis effectively participating in the work of the Centre.  “There is no need to elaborate extensively on the importance, even the necessity of doing serious work on enhancing cyber security for our countries,” he added. “In my view it is equally obvious that such security, certainly in the field of cyber, can only be assured through good international cooperation.”

The ambassador is convinced that the Netherlands’ participation in the Centre is a very positive development, both for the Netherlands and for the other NATO Allies.  “The Netherlands’ active participation demonstrates once again our commitment to NATO and at the same time makes yet another contribution to the strengthening of the bilateral relations between The Netherlands and Estonia,” Mr Jochems concluded.

With the Netherlands as a Sponsoring Nation, the number of nations actively participating in the work of the Centre is eleven. As a Sponsoring Nation, each nation sends their experts to work in the Centre and each nation also contributes to the shared budget. In addition to the newly joined Netherlands, Estonia, Latvia, Lithuania, Germany, Hungary, Italy, Poland, Slovakia, Spain and USA are taking part of the Centre.

NATO Cooperative Cyber Defence Centre of Excellence is one of many NATO Centres of Excellence. Its mission is to enhance the capability, cooperation and information sharing among NATO, its member nations and partners in cyber defence by virtue of education, research and development, lessons learned and consultation.

(NATO, 5 April 2012)

maandag 6 februari 2012

De MIVD in het Jaarplan 2012 van de AIVD


Gegeven de financiële kaders en de snelle technologische ontwikkelingen kan de AIVD niet op eigen kracht alle inhoudelijke en technische aspecten van het inlichtingenwerk beheersen, laat staan op alle fronten een (internationale) toppositie innemen. Strategische samenwerking met de MIVD, de Nationale Politie en collega-diensten is dan ook noodzakelijk voor het behoud van de operationele effectiviteit op de lange termijn.


In 2012 wordt ingezet op samenwerking met de MIVD conform het Aanwijzingsbesluit Buitenlandtaak 2011 en samenwerking op het gebied van Sigint en Cyber. Medio 2012 willen beide diensten een gezamenlijke eenheid inrichten, die hoogwaardige Sigint en Cyber opbrengsten aan zowel de MIVD als de AIVD levert. Hierbij kan de kwaliteit van de Sigintondersteuning aan onder andere militaire operaties, contra-inlichtingen en contra-terrorisme onderzoeken en de Inlichtingen Buitenland-taak niet alleen gegarandeerd blijven, maar naar verwachting zelfs verbeteren.


Verder wordt in 2012 gewerkt aan de harmonisatie van externe rapportages van MIVD en AIVD, aan operationele coördinatie, aan het aanleggen van meer beveiligde verbindingen en aan de operationele samenwerking.
(...)
Verder zet de AIVD in 2012 in op uitbreiding van informatie-uitwisseling met buitenlandse Sigint-diensten, in samenwerking en afstemming met de MIVD.
(...)
De AIVD zal in 2012 door interne herprioritering de personele capaciteit en de technische middelen op het terrein van Cyber verder versterken. Zoals hierboven al vermeld gaan de AIVD en de MIVD in 2012, vanuit hun eigen deelkennis en –competenties, intensief samenwerken op het gebied van Cyber teneinde hun wettelijke taken adequaat te kunnen blijven uitvoeren en hun operationele effectiviteit te versterken.
(...)
De AIVD zal in 2012 -binnen de bestaande samenwerkingsvorm met de MIVD onverminderd voortgaan met de inspanningen die worden verricht om eventuele verwervingspogingen op het gebied van massavernietigingswapens en hun overbrengingsmiddelen door de zogenoemde ‘landen van zorg’ tegen te gaan. Tevens zal de AIVD met de MIVD in het samenwerkingsverband onderzoek verrichten naar de aard en omvang van de diverse (wapen)programma’s van ‘landen van zorg’ (chemische, biologische, radiologische en nucleaire aspecten). De belangrijkste landen van zorg zijn Iran, Noord-Korea en Syrië.


Sinds 2011 lopen de spanningen tussen Iran en het Westen verder op, getuige bijvoorbeeld het recente Iraanse dreigement om in reactie op een olieboycot de Straat van Hormuz af te sluiten. De AIVD en de MIVD trachten, in internationaal verband, zicht te krijgen op de ware intenties van Iran ten aanzien van zijn nucleaire programma.
(...)

(Bron: Kamerbrief over de hoofdlijnen van het AIVD Jaarplan 2012, 30 januari 2012)

Toelichting minister Spies van Binnenlandse Zaken: Het Jaarplan zelf is vanwege zijn inhoud staatsgeheim gerubriceerd en is integraal gedeeld met uw Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten.