De krijgsmacht krijgt er volgend jaar 220 miljoen euro bij, oplopend naar 345 miljoen in 2020. Het is de vierder keer op rij dat er geld bij komt. Hiermee continueert het kabinet de ingezette opwaartse lijn. De verhoging past in het meerjarig perspectief dat het kabinet voor ogen staat. De aanhoudende conflicten, evenals de structureel hogere eisen die onder meer de Navo in dat verband aan de krijgsmacht stelt, geven hiertoe alle aanleiding. Verder worden in de begroting voor 2016 de mogelijkheden voor de financiering van de inzet van de krijgsmacht in internationale missies verruimd. Het budget wordt daartoe met € 60 miljoen structureel verhoogd. Immers, “onze vrijheid begint bij die van een ander”, zo stelt minister Hennis-Plasschaert.
“Veel Nederlanders maken zich terecht zorgen over de ontwikkeling van de veiligheidssituatie, dichtbij en elders in de wereld. Het kabinet gaat de verantwoordelijkheid hiervoor niet uit de weg,” aldus Hennis. Prioriteit wordt gegeven aan de versterking van de basisgereedheid van de krijgsmacht. Ook verlegt Defensie de grenzen van de internationale samenwerking, bijvoorbeeld door de samenwerking met Duitsland vergaand te verdiepen. Het investeringsbudget wordt voorts beperkt verhoogd, waarbij geldt dat de ambities moeten aansluiten bij de beschikbare middelen.
Basisgereedheid versterken
“De afgelopen decennia is een zware wissel getrokken op Defensie. Defensie kan veel aan, maar de hedendaagse ambities en uitdagingen zijn omvangrijk. Daarom komen er meer mensen en materieel beschikbaar ten behoeve van training en opleiding, bijvoorbeeld voor de snelle inzet van operationele eenheden”, aldus de minister. “Met meer reservedelen en munitie kunnen voorraden worden verhoogd. Ook kan met extra onderhoudscapaciteit het materieel sneller worden gerepareerd. Hierdoor wordt de basisgereedheid van de krijgsmacht versterkt. Dit vergt een meerjarige aanpak, en is een zaak van langere adem”, schrijft de minister in haar beleidsagenda. Met deze maatregelen beoogt het kabinet de komende jaren een bijdrage te leveren aan de Very High Readiness Joint Task Force (VJTF) van de Navo. Doel is om de VJTF medio 2016 operationeel te verklaren.
In februari van dit jaar heeft het kabinet al laten weten dat het maatregelen het treft in het kader van terrorismebestrijding. Zo krijgt de Koninklijke Marechaussee extra capaciteit voor de bewaking en beveiliging van kwetsbare objecten. Verder worden de Dienst Speciale Interventies en de MIVD versterkt.
Internationaal samenwerken
Om de dreigingen en risico’s het hoofd te kunnen blijven bieden, is bovendien verdere verdieping van de defensiesamenwerking noodzakelijk. Duitsland en Nederland zijn voornemens de 43e Gemechaniseerde Brigade in Havelte te integreren in een Duitse pantserdivisie. Daarbij integreert Duitsland een tankbataljon in de Nederlandse brigade en levert Nederland het personeel voor een compagnie van dit Duitse tankbataljon. Als onderdeel van deze samenwerking zal Nederland de laatste zestien resterende Leopard 2A6 tanks inbrengen. Hiermee blijft kennis en expertise over het optreden met en tegen tanks behouden en kunnen de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht worden versterkt. Ook kunnen ontbrekende capaciteiten worden gecompenseerd. Deze geïntegreerde eenheid is eind 2019 operationeel. Ook met andere landen wordt op tal van terreinen intensiever samengewerkt. Eind 2016, na parlementaire instemming van de drie landen, zal de gezamenlijke luchtruimbewaking in Benelux-verband in de drie landen van start gaan.
Vernieuwen in het operationele domein
Defensie investeert in de toekomstbestendigheid van de krijgsmacht. Het gaat om instandhoudingsprogramma’s, vervangingsinvesteringen, het benutten van nieuwe technieken en de aanschaf van nieuw materieel. Het komende jaar ontplooit Defensie initiatieven om kleinschalige innovatie dichtbij de werkvloer aan te jagen, bijvoorbeeld het Innovatiecentrum Air van de luchtmacht. De extra middelen in deze begroting worden voorts gebruikt om de kennisbasis van de krijgsmacht gericht te versterken en om belangrijke investeringen de komende jaren te kunnen uitvoeren.
Voor het komende jaar is budget beschikbaar voor de uitvoering van een aantal investeringen, waarbij Defensie in 2016 een eerste aanbetaling zal doen voor de acht F-35 toestellen die in 2019 worden geleverd. Ook investeert Defensie in de modernisering van de SMART-L radars aan boord van de Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LC-fregatten). Verder vult Defensie de slagkracht van de krijgsmacht aan door een investering in diverse kapitale munitiesoorten, waaronder precision guided munition voor de pantserhouwitser, MK-48 torpedo’s voor de onderzeeboten en SM-2 geleide raketten voor de LC-fregatten.
Voor het investeringsbudget geldt dat de ambities moeten aansluiten bij de beschikbare middelen. Dit leidt tot het maken van keuzes. Diverse projecten zijn herschikt. De projecten Vervanging en modernisering Chinook en Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen (DVOW) sluiten beter aan op de verwachte of gewenste realisatie. Projecten waaronder MALE UAV, het licht indirect vurend wapensysteem (LIVS) en de beschermingspakketten van het infanterie gevechtsvoertuig en de Capability Upgrade Elektronische Oorlogsvoering (CUP EOV) worden vertraagd.
Investeren in personeel
Militairen en burgers zijn het belangrijkste kapitaal van Defensie. Defensie en de meerderheid van de centrales van Defensiepersoneel (met uitzondering van de ACOP) bereikten vorige week een voorlopig onderhandelingsresultaat. Er is overeengekomen dat de loonruimte uit het zogenoemde bovensectoraal akkoord van 10 juli jl. ongewijzigd wordt uitgevoerd in de eigen sector. Al het defensiepersoneel krijgt dus in totaal 5,05% loonsverhoging en een eenmalig bedrag van € 500 (bruto).
Defensiekrant over maatregelen
Meer details over de Defensiebegroting staan vandaag in een speciale Defensiekrant (nr. 17, 2015). In de Prinsjesdag-uitgave staat ook een interview met minister Jeanine Hennis-Plasschaert en Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp.
(bron: ministerie van Defensie)
Posts tonen met het label begroting. Alle posts tonen
Posts tonen met het label begroting. Alle posts tonen
dinsdag 15 september 2015
vrijdag 19 juni 2015
Kabinet: versterking krijgsmacht nodig
Met het oog op de veranderende veiligheidssituatie en de hogere eisen die aan de krijgsmacht worden gesteld, zet het kabinet in op het verder versterken van de basisgereedheid. Dit is wederom een belangrijke stap in het kader van het meerjarig perspectief dat het kabinet voor ogen staat. Dat laten ministers Hennis-Plasschaert van Defensie en Koenders van Buitenlandse Zaken in een brief aan de Tweede Kamer weten. De brief is een reactie op de in september vorig jaar ingediende motie van SGP- fractievoorzitter Van der Staaij en anderen. Het kabinet maakt met deze brief duidelijk de trendbreuk ten aanzien van Defensie voort te willen zetten. De financiële consequenties die het kabinet voor de begroting van 2016 hieraan zal verbinden, worden op Prinsjesdag bekendgemaakt. Dat geldt ook voor de toekomstige financiering van de inzet van de krijgsmacht voor crisisbeheersingsoperaties.
"Er moet rekening worden gehouden met een langdurige periode van spanningen en instabiliteit, dichtbij en ver weg", aldus Hennis en Koenders. Internationale conflictbeslechting en preventie in de regio's om ons heen zijn in het belang van Nederland. Internationale crisissituaties kunnen immers een directe impact hebben op de nationale veiligheid. "Gelet op de aard van de (internationale) veiligheidsproblematiek acht het kabinet versterking van de krijgsmacht noodzakelijk. Er is bovendien een actief buitenlandbeleid nodig, een actieve betrokkenheid bij de wereld om ons heen", schrijven beide ministers.
De internationale ontwikkelingen stellen structureel hogere eisen aan de gereedheid, paraatheid, verplaatsbaarheid en inzetbaarheid van militaire eenheden. Dit heeft ook gevolgen voor bijvoorbeeld reservedelen- en munitie die op voorraad moeten liggen. Tevens is er extra capaciteit nodig voor opleiding en training ter verbetering van de geoefendheid van operationele eenheden (inclusief de hogere geweldsniveaus).
Het kabinet acht een actief buitenland-, veiligheids- en defensiebeleid van wezenlijke betekenis voor onze strategische belangen, onze vrijheden en onze waarden. Een integrale benadering staat hierbij voorop. In dit verband wordt van Nederland, als lidstaat van de NAVO en de EU, verwacht dat het een bijdrage van betekenis levert, ook in militair opzicht. Het kabinet gaat de verantwoordelijkheid hiervoor niet uit de weg.
(Rijksoverheid, 19 juni 2015)
"Er moet rekening worden gehouden met een langdurige periode van spanningen en instabiliteit, dichtbij en ver weg", aldus Hennis en Koenders. Internationale conflictbeslechting en preventie in de regio's om ons heen zijn in het belang van Nederland. Internationale crisissituaties kunnen immers een directe impact hebben op de nationale veiligheid. "Gelet op de aard van de (internationale) veiligheidsproblematiek acht het kabinet versterking van de krijgsmacht noodzakelijk. Er is bovendien een actief buitenlandbeleid nodig, een actieve betrokkenheid bij de wereld om ons heen", schrijven beide ministers.
De internationale ontwikkelingen stellen structureel hogere eisen aan de gereedheid, paraatheid, verplaatsbaarheid en inzetbaarheid van militaire eenheden. Dit heeft ook gevolgen voor bijvoorbeeld reservedelen- en munitie die op voorraad moeten liggen. Tevens is er extra capaciteit nodig voor opleiding en training ter verbetering van de geoefendheid van operationele eenheden (inclusief de hogere geweldsniveaus).
Het kabinet acht een actief buitenland-, veiligheids- en defensiebeleid van wezenlijke betekenis voor onze strategische belangen, onze vrijheden en onze waarden. Een integrale benadering staat hierbij voorop. In dit verband wordt van Nederland, als lidstaat van de NAVO en de EU, verwacht dat het een bijdrage van betekenis levert, ook in militair opzicht. Het kabinet gaat de verantwoordelijkheid hiervoor niet uit de weg.
(Rijksoverheid, 19 juni 2015)
Kamerbrief: Motie van der Staaij c.s. over het ambitieniveau van de krijgsmacht in de komende jaren
19 juni 2015
Inleiding
Op 7 november 2014 is de Kamer geïnformeerd over de wijze waarop het kabinet uitvoering geeft aan de tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen ingediende motie van het lid Van der Staaij c.s. over het noodzakelijke ambitieniveau van onze krijgsmacht in de komende jaren (Kamerstuk 33763, nr. 59). Eerder nam de Eerste Kamer de motie Kuiper c.s. aan over het nakomen van budgettaire internationale verplichtingen aangaande het defensiebudget (Kamerstuk 33 750 X, C). In de Miljoenennota 2015 heeft het kabinet zelf al de intentie uitgesproken de trendbreuk ten aanzien van Defensie, waar mogelijk en nodig, voort te zetten.
Het kabinet heeft toegezegd de Tweede Kamer in het voorjaar van 2015 te informeren over de gevolgen die het aan de motie-Van der Staaij c.s. verbindt. Deze toezegging doen wij hierbij gestand.
Bij de totstandkoming van deze brief heeft het kabinet met belangstelling kennisgenomen van het recente briefadvies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (Instabiliteit rond Europa: confrontatie met een nieuwe werkelijkheid, no. 94, april 2015). In augustus zal het kabinet apart reageren op de uitkomsten van het in de brief van 7 november 2014 genoemde Interdepartementale Beleidsonderzoek (IBO) 'Wapensystemen'. In deze brief werd voorts aangekondigd dat de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) voornemens was om in het voorjaar van 2015 een advies uit te brengen over de toekomst van het Nederlandse veiligheids- en defensiebeleid. De WRR heeft laten weten dat dit advies na de zomer beschikbaar komt.
Integrale benadering
In de Beleidsbrief Internationale Veiligheid Turbulente tijden in een instabiele omgeving (Kamerstuk 33694, nr. 6, 14 november 2014) is het kabinet reeds uitvoerig ingegaan op de relevante ontwikkelingen in onze internationale veiligheidsomgeving en de gevolgen daarvan voor ons buitenland- en veiligheidsbeleid. De daarin beschreven algemene trends zijn onverminderd relevant. Er moet rekening worden gehouden met een langdurige periode van spanningen en instabiliteit, dichtbij en ver weg.
Gelet op de aard van de (internationale) veiligheidsproblematiek acht het kabinet versterking van de krijgsmacht noodzakelijk. Er is bovendien een actief buitenlandbeleid nodig, een actieve betrokkenheid bij de wereld om ons heen, waarbij een goede balans moet worden gevonden tussen de noodzakelijke acute symptoombestrijding en een meerjarige, structurele aanpak van de onderliggende oorzaken van instabiliteit om te komen tot duurzame oplossingen. Voor de crises van nu bestaan geen quick fixes: de complexiteit en ook intensiteit van de conflicten vragen om samenwerking in internationaal verband en een geïntegreerde aanpak, met de gecoördineerde inzet van verschillende instrumenten: diplomatie, ontwikkelingssamenwerking, defensie, politie en justitie, het sanctie-instrumentarium, cyber en inlichtingen. Mede naar aanleiding van de terroristische aanslagen in Parijs heeft het kabinet op 27 februari jl., zoals u weet, reeds maatregelen ter versterking van de contraterrorisme (CT)-keten getroffen (kamerstuk 29 754, nr. 302).
De Nederlandse krijgsmacht in de nieuwe veiligheidscontext
Door de ontwikkelingen aan de randen van het Navo-verdragsgebied, krijgt de collectieve verdedigingstaak van de krijgsmacht begrijpelijkerwijs volop de aandacht. Zo hebben we aan de oostflank te maken met de ingrijpende gevolgen van het destabiliserende optreden van Rusland in Oekraïne, en meer in het algemeen met de toegenomen militaire assertiviteit van Rusland. Dit heeft consequenties voor de veiligheid van het bondgenootschappelijk verdragsgebied en noopt tot extra investeringen in de gereedheid en slagkracht van de bondgenootschappelijke strijdkrachten. De grotere aanwezigheid van de Navo in het oostelijke deel van het bondgenootschap en de structureel hogere eisen die de Navo stelt aan de bondgenootschappelijke strijdkrachten, vergen van alle bondgenoten een verhoogde inspanning.
Tijdens de Navo-top in Wales is een Readiness Action Plan (RAP) overeengekomen. Op rotatiebasis zal in de oostelijke Navo-landen worden ontplooid en geoefend. Als onderdeel van het RAP wordt onder meer de Very High Readiness Joint Task Force (VJTF) opgericht, die bedoeld is om binnen zeer korte tijd troepen te kunnen inzetten. In deze context zijn ook de tijdens de Navo-top overeengekomen afspraken en intenties ten aanzien van het uitgavenniveau voor Defensie relevant (zie verslag van de Navo-top in Newport, Verenigd Koninkrijk van 4 en 5 september 2014, Kamerstuk 28 676, nr. 210). Ons land neemt deze afspraken serieus. Het kabinet stelt vast dat een groeiend aantal Europese landen de defensie-inspanning inderdaad versterkt. De Europese Raad van 25 en 26 juni zal bovendien een verdere impuls willen geven aan de versterking van het GVDB, tegen de achtergrond van de verslechterde veiligheidsomstandigheden (zie Kamerstuk 21501-28-125, 26 april 2015).
De beoogde investeringen zijn evenzeer van belang met het oog op de situatie aan de zuidflank, in het bijzonder de opkomst van ISIS en andere terroristische en extremistische groeperingen in onder meer Irak, Syrië en Libië. Er is sprake van groeiende instabiliteit elders in het Midden-Oosten en ook in Noord-Afrika. Conflictbeslechting en –preventie in deze regio’s, zijn in ons eigen belang. De veiligheid in eigen land is immers onlosmakelijk verbonden met de ontwikkelingen in de wereld om ons heen. Gebleken is dat een verslechtering in de internationale veiligheidssituatie, direct of indirect, repercussies kan hebben voor onze samenleving. Als gevolg van het samengestelde (‘hybride’) karakter van mogelijke dreigingen, moet dus ook rekening worden gehouden met een verhoogde inzet in het kader van de nationale bijstandstaken van de krijgsmacht. De Beleidsbrief Internationale Veiligheid onderstreept bovendien dat Nederland zich blijvend inzet voor een sterke internationale rechtsorde en dat versterking hiervan harder dan ooit nodig is. De tweede hoofdtaak van de krijgsmacht, namelijk de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde, heeft als gevolg van de internationale ontwikkelingen dan ook geenszins aan belang ingeboet. Een gecoördineerde inzet van diplomatieke, militaire en ontwikkelingssamenwerkingsinstrumenten blijft hierbij het uitgangspunt (3D).
Meerjarig perspectief: koersvast in turbulente tijden
In de brief van 7 november jl. over de uitvoering van de motie-Van der Staaij c.s. heeft het kabinet tot uitdrukking gebracht dat de versterking van de krijgsmacht moet berusten op een meerjarig perspectief. Dit strookt met de in Navo-verband gemaakte afspraken en ook met de intentie van dit kabinet om de trendbreuk ten aanzien van Defensie de komende jaren, waar mogelijk en nodig, voort te zetten.
Zoals bekend, heeft het kabinet met de intensivering in de begroting van 2015 van structureel 100 miljoen euro reeds de noodzaak van versterking van de krijgsmacht onderstreept. Ook in het najaar van 2013 heeft het kabinet extra geld (€115 miljoen) voor Defensie vrijgemaakt. De richting die met de nota In het belang van Nederland (2013) is ingeslagen, zal bij de verdere versterking van de krijgsmacht onverminderd het uitgangspunt zijn. In deze nota heeft het kabinet gekozen voor een krijgsmacht die kan omgaan met diffuse dreigingen en risico’s en die is voorbereid op een scala aan inzetmogelijkheden. De recente ontwikkelingen in de veiligheidssituatie onderstrepen de juistheid van deze keuze. Het belang van internationale samenwerking, financiële duurzaamheid en toekomstbestendigheid – kernbegrippen in de nota – is eveneens onverminderd groot.
De Navo stelt, zoals gezegd, structureel hogere eisen aan de gereedheid van militaire eenheden. Deze hogere eisen gelden ook voor de Nederlandse krijgsmacht. In het kader van het meerjarige perspectief wordt daarom als eerste vervolgstap prioriteit gegeven aan de versterking van de basisgereedheid van de krijgsmacht. Daarmee kan Nederland al op relatief korte termijn een tastbare bijdrage leveren aan het RAP, en als onderdeel daarvan de snel inzetbare VJTF. Langere reactietijden en lagere munitievoorraden die eerder nog acceptabel waren, verhouden zich niet langer met de ontwikkelingen in de (internationale) veiligheidssituatie. Hierbij gaat het enerzijds om de versterking van de operationele gereedheid van bestaande eenheden en anderzijds om de flexibiliteit en robuustheid van de bedrijfsvoering als voorwaarde om de inzet van de krijgsmacht te ondersteunen. Concreet gaat het dan bijvoorbeeld om het vergroten van reservedelen- en munitievoorraden. Ook is er behoefte aan extra capaciteit voor opleiding en training om de geoefendheid van operationele eenheden (inclusief voor de hogere geweldsniveaus) te verbeteren. Tevens moeten op enkele onderdelen de kennisbasis en de ondersteuning van de krijgsmacht worden versterkt. De financiële consequenties die het kabinet voor de begroting van 2016 aan de versterking van de basisgereedheid zal verbinden, worden op Prinsjesdag bekendgemaakt.
Afhankelijk van de ontwikkelingen in de internationale veiligheidssituatie de komende jaren, en ook de beschikbare financiële mogelijkheden, staan het kabinet voorts de volgende stappen voor ogen in het kader van een meerjarig perspectief: de versterking van de ondersteunende operationele eenheden van de krijgsmacht, de zogenaamde Combat Support (CS) en Combat Service Support (CSS), evenals een gerichte kwantitatieve en kwalitatieve versterking van gevechtseenheden en de vervanging van noodzakelijke capaciteiten. Met deze benadering kunnen de operationele gereedheid, inzetbaarheid en slagkracht van de krijgsmacht steeds verder worden verbeterd. De balans tussen gevechtseenheden, (gevechts)ondersteunende eenheden, bedrijfsvoering en staven moet daarbij zijn gewaarborgd. Ondersteunende capaciteiten zijn schaars bij vrijwel alle bondgenoten. In de praktijk blijkt het dan ook buitengewoon lastig om op deze terreinen een appel te doen op partners. Als onderdeel van het meerjarig perspectief dient overigens ook te worden gekeken naar de diplomatieke en OS-instrumenten die in het kader van de geïntegreerde benadering nodig zijn om te komen tot duurzame oplossingen.
Versterking van de capaciteiten van de MIVD overeenkomstig de motie-Segers (Kamerstuk 34 000, nr. 55) is onderdeel van de bovenstaande stappen. Met de intensivering van 17 miljoen euro bij de MIVD ten behoeve van de bestrijding van het terrorisme, waartoe het kabinet op 27 februari jl. heeft besloten, is al een belangrijke stap genomen. Dit laat onverlet dat op andere terreinen nog sprake is van een verschil tussen de vraag naar inlichtingen en de mogelijkheden om aan die vraag te voldoen. Inlichtingen zijn onmiskenbaar van groeiend belang. Dit geldt ook voor het in toenemende mate informatiegestuurde optreden van de krijgsmacht. De wijziging van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV) die het kabinet heeft voorgesteld, waarmee het technologisch achterhaalde onderscheid tussen kabel- en niet-kabelgebonden interceptie wordt opgeheven, is eveneens een noodzakelijke stap voorwaarts, die niet alleen voor de krijgsmacht van betekenis is maar in een breder verband moet worden geplaatst. Deze wijziging komt niet alleen de ondersteuning van militaire missies ten goede, maar ook de inlichtingenpositie ten behoeve van de nationale veiligheid en de digitale veiligheid van Nederland.
Gevolgen voor het ambitieniveau
De motie-Van der Staaij c.s. roept het kabinet op het ambitieniveau van de krijgsmacht aan te passen en te waarborgen dat het niveau van defensiebestedingen gelijke tred zal houden met het noodzakelijke ambitieniveau voor onze krijgsmacht. In de Miljoenennota 2015 heeft het kabinet de noodzaak van aanpassing van het ambitieniveau reeds onderkend. Ook hier geldt echter dat de mate waarin en het moment waarop het ambitieniveau en de bijbehorende inzetbaarheidsdoelstellingen kunnen worden aangepast, afhangt van de financiële mogelijkheden die het kabinet op een zeker moment tot zijn beschikking heeft.
In de periodieke rapportages aan de Tweede Kamer over de inzetbaarheidsdoelstellingen in het jaarverslag en bij de begroting (Kamerstuk 32 733, nr. 116) is gesteld dat Defensie grotendeels voldoet aan de inzetbaarheidsdoelstellingen maar dat er wezenlijke beperkingen bestaan. Ook de brieven van 9 oktober 2014 (Kamerstuk 33763, nr. 57) en van 22 mei jl. over knelpunten in de materiële gereedheid (Kamerstuk 33 763, nr. 74) gaan uitvoerig op deze beperkingen in. De opheffing van deze beperkingen leidt tot een wezenlijke verbetering van de basisgereedheid en de inzetbaarheid van de krijgsmacht en gaat noodzakelijkerwijs vooraf aan de aanpassing van de inzetbaarheidsdoelstellingen zoals opgenomen in de nota In het belang van Nederland.
Een financieel duurzame krijgsmacht
Zoals bekend zijn in de nota In het belang van Nederland belangrijke aanzetten gegeven om tot een financieel duurzame defensieorganisatie te komen. Zo wordt de systematiek van levensduurkosten structureel ingebed in de bedrijfsvoering. Defensie zet dit op volle kracht voort. Hiermee wordt gaandeweg steeds meer inzicht verkregen in de kosten van het hebben en gebruiken van wapensystemen. Dit leidt er overigens ook toe dat risico’s en budgettaire problematiek, die eerder niet werden onderkend, duidelijker in beeld komen en om een oplossing vragen. Een specifiek aandachtspunt daarbij betreft de invloed van de rijksbrede afspraken over prijsbijstelling en valutaschommelingen. Het kabinet komt hierop in volgende begrotingen terug.
Financiering inzet krijgsmacht voor crisisbeheersingsoperaties
Tijdens het plenaire debat op 2 oktober 2014 over de Nederlandse militaire bijdrage aan de internationale strijd tegen ISIS is aandacht besteed aan de financiering van militaire missies in structurele zin. Overeenkomstig de wens van de Tweede Kamer, heeft het kabinet toegezegd dit onderwerp bij de uitvoering van de motie-Van der Staaij c.s. te betrekken. Bij de begrotingsbehandeling voor Buitenlandse Zaken heeft de Kamer vervolgens de motie van de leden Ten Broeke en Servaes (Kamerstuk 34 000 V, nr. 21) over alternatieve en meer flexibele begrotingsmethoden aangenomen. Het kabinet onderschrijft de opvatting van de Tweede Kamer dat de financiering van de inzet van de krijgsmacht voor crisisbeheersingsoperaties aandacht behoeft. Op Prinsjesdag wordt u geïnformeerd over de financiële uitwerking hiervan.
Tot besluit
In de Internationale Veiligheidsstrategie worden drie strategische belangen onderscheiden, te weten de verdediging van het eigen en het bondgenootschappelijke grondgebied, een goed functionerende internationale rechtsorde en economische veiligheid. Het kabinet is ervan overtuigd dat een actief buitenland-, veiligheids- en defensiebeleid van wezenlijke betekenis is voor onze strategische belangen, onze vrijheden en onze waarden. Een integrale benadering staat hierbij voorop. In dat verband wordt van Nederland, als lidstaat van de Navo en de EU, verwacht dat het een bijdrage van betekenis levert, ook in militair opzicht. Het kabinet gaat de verantwoordelijkheid hiervoor niet uit de weg.
DE MINISTER VAN DEFENSIE DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
J.A. Hennis-Plasschaert Bert Koenders
woensdag 17 september 2014
Hennis: 'Slagkracht verbeteren met het extra geld'
Minister Jeanine Hennis-Plasschaert wil met het extra geld dat Defensie krijgt de slagkracht van de krijgsmacht versterken. "Defensie is er nog niet, maar er is de reden tot optimisme", stelt de minister. "Duidelijk is dat de tijd van defensiebezuinigingen voorbij is. Komend jaar zal veel aandacht worden besteed aan het debat over de inzetbaarheid van de Nederlandse krijgsmacht, in het licht van de nationale en internationale veiligheidssituatie."
De voornaamste maatregelen om de slagkracht te versterken zijn:
Cougars opnieuw in gebruik
Helikoptercapaciteit is schaars, zowel in Nederland als daarbuiten. De inzetmogelijkheid van NH90-helikopters blijft achter en daarom neemt Defensie voor de transporttaken extra Cougar-helikopters opnieuw in gebruik. Dit in aanvulling op de huidige 8 Cougar-toestellen. Ook breidt Defensie de Chinook-zware transportcapaciteit uit. Verder investeert Defensie in een helikoptersimulator waarmee militairen complexe missies met Nederlandse helikoptertypen kunnen oefenen.
Extra 20 Bushmasters
Defensie schaft 20 extra Bushmaster-pantservoertuigen aan om de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Marine (Korps Mariniers) te versterken. Hiermee worden eenheden beter getraind voor missies en zijn meer eenheden inzetbaar met hetzelfde voertuigtype.
Onbemande vliegtuigen
Defensie investeert in de nieuwste generatie tactische onbemande luchtsystemen, omdat de informatie van onbemande systemen van grote waarde is voor de commandant te velde. Hiermee beschikken operationele eenheden in het veld over betere en real time-informatie.
Cyber
Defensie investeert verder in de kennis en deskundigheid van haar personeel op het gebied van cyberaanvallen en -spionage. Het geld gaat naar opleidingen, cyberwapens, detectiesystemen, een cyberlaboratorium en in capaciteit voor datavergaring en -analyse.
CBRN
Defensie investeert in een nieuwe generatie CBRN-uitrusting (chemisch, biologisch, radiologisch en nucleair) voor de militairen. Deze uitrusting beschermt tegen de modernste gevaarlijke stoffen in een missiegebied of in Nederland.
Munitie en reserve-onderdelen
De munitievoorraad voor inzet is en blijft een belangrijk punt van aandacht. De munitievoorraden voor belangrijke zee-, land- en luchtwapensystemen, zoals onderzeeboten, luchtverdedigings- en commandofregatten (LCF) en de Apache-gevechtshelikopters worden verder aangevuld.
De inzet van eenheden bij missies leidt tot een verhoogd verbruik van reservedelen. Dit zorgt voor tekorten bij de niet-ingezette eenheden, waardoor de geoefendheid, de reactietijd en daarmee het voorzettingsvermogen vermindert. De reservedelenvoorraad wordt daarom verder aangevuld. Voor 2016 zijn bovendien incidenteel extra geld gereserveerd voor munitie en reservedelen.
Computersystemen
Defensie investeert in personele deskundigheid en computersystemen. Die zijn noodzakelijk om data-analyses mogelijk maken. Moderne wapensystemen, zoals LCF's, F-35- jachtvliegtuigen en onbemande luchtsystemen, verzamelen en verwerken steeds grotere hoeveelheden informatie. Ook in de toekomst moet Defensie in staat blijven de informatie van uiteenlopende systemen samen te voegen, te verwerken en te analyseren.
Defensie investeert verder in meer en betere middelen die de mogelijkheden van ‘genetwerkt militair optreden’ (Network Enabled Capabilities) vergroten. Operationele samenwerking, nationaal en internationaal, is essentieel. In een operationele omgeving, met uiteenlopende ICT-systemen en softwarepakketten, moet bij voorkeur worden gebruikgemaakt van één besturingssysteem. Dit maakt een volledig geïntegreerde en eenvoudiger commandovoering mogelijk, evenals betere ondersteuning van de logistiek.
MIVD
Om aan de toenemende vraag naar informatie over risicogebieden en (potentiële) inzetgebieden te kunnen voldoen, is het essentieel dat Defensie zelf inlichtingen verzamelt en verwerkt. Hiervoor krijgt de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst extra personeel en wordt er onder andere geïnvesteerd in specialistische IV/ICT.
(ministerie van Defensie, 16 september 2016. Zie ook een speciale uitgave van de Defensiekrant)
De voornaamste maatregelen om de slagkracht te versterken zijn:
Cougars opnieuw in gebruik
Helikoptercapaciteit is schaars, zowel in Nederland als daarbuiten. De inzetmogelijkheid van NH90-helikopters blijft achter en daarom neemt Defensie voor de transporttaken extra Cougar-helikopters opnieuw in gebruik. Dit in aanvulling op de huidige 8 Cougar-toestellen. Ook breidt Defensie de Chinook-zware transportcapaciteit uit. Verder investeert Defensie in een helikoptersimulator waarmee militairen complexe missies met Nederlandse helikoptertypen kunnen oefenen.
Extra 20 Bushmasters
Defensie schaft 20 extra Bushmaster-pantservoertuigen aan om de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Marine (Korps Mariniers) te versterken. Hiermee worden eenheden beter getraind voor missies en zijn meer eenheden inzetbaar met hetzelfde voertuigtype.
Onbemande vliegtuigen
Defensie investeert in de nieuwste generatie tactische onbemande luchtsystemen, omdat de informatie van onbemande systemen van grote waarde is voor de commandant te velde. Hiermee beschikken operationele eenheden in het veld over betere en real time-informatie.
Cyber
Defensie investeert verder in de kennis en deskundigheid van haar personeel op het gebied van cyberaanvallen en -spionage. Het geld gaat naar opleidingen, cyberwapens, detectiesystemen, een cyberlaboratorium en in capaciteit voor datavergaring en -analyse.
CBRN
Defensie investeert in een nieuwe generatie CBRN-uitrusting (chemisch, biologisch, radiologisch en nucleair) voor de militairen. Deze uitrusting beschermt tegen de modernste gevaarlijke stoffen in een missiegebied of in Nederland.
Munitie en reserve-onderdelen
De munitievoorraad voor inzet is en blijft een belangrijk punt van aandacht. De munitievoorraden voor belangrijke zee-, land- en luchtwapensystemen, zoals onderzeeboten, luchtverdedigings- en commandofregatten (LCF) en de Apache-gevechtshelikopters worden verder aangevuld.
De inzet van eenheden bij missies leidt tot een verhoogd verbruik van reservedelen. Dit zorgt voor tekorten bij de niet-ingezette eenheden, waardoor de geoefendheid, de reactietijd en daarmee het voorzettingsvermogen vermindert. De reservedelenvoorraad wordt daarom verder aangevuld. Voor 2016 zijn bovendien incidenteel extra geld gereserveerd voor munitie en reservedelen.
Computersystemen
Defensie investeert in personele deskundigheid en computersystemen. Die zijn noodzakelijk om data-analyses mogelijk maken. Moderne wapensystemen, zoals LCF's, F-35- jachtvliegtuigen en onbemande luchtsystemen, verzamelen en verwerken steeds grotere hoeveelheden informatie. Ook in de toekomst moet Defensie in staat blijven de informatie van uiteenlopende systemen samen te voegen, te verwerken en te analyseren.
Defensie investeert verder in meer en betere middelen die de mogelijkheden van ‘genetwerkt militair optreden’ (Network Enabled Capabilities) vergroten. Operationele samenwerking, nationaal en internationaal, is essentieel. In een operationele omgeving, met uiteenlopende ICT-systemen en softwarepakketten, moet bij voorkeur worden gebruikgemaakt van één besturingssysteem. Dit maakt een volledig geïntegreerde en eenvoudiger commandovoering mogelijk, evenals betere ondersteuning van de logistiek.
MIVD
Om aan de toenemende vraag naar informatie over risicogebieden en (potentiële) inzetgebieden te kunnen voldoen, is het essentieel dat Defensie zelf inlichtingen verzamelt en verwerkt. Hiervoor krijgt de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst extra personeel en wordt er onder andere geïnvesteerd in specialistische IV/ICT.
(ministerie van Defensie, 16 september 2016. Zie ook een speciale uitgave van de Defensiekrant)
![]() |
| Illustratie: Defensiekrant 16 september 2016) |
Labels:
begroting,
Bushmaster,
CBRN,
Cougar,
Cyber,
munitie,
reserve-onderdelen,
UAV
woensdag 13 november 2013
Inbreng VVD en PvdA, debat begroting Defensie
TK debat begroting Defensie, 1ste termijn, 13 nov 2013
('gestripte' teksten: d.w.z. dat interrupties zijn weggelaten)
De heer Vuijk (VVD):
Voorzitter. De inzet van de kabinetten-Rutte I en II is een kleine, slagvaardige overheid. Vanuit die visie worden in deze kabinetsperiode alle departementen gereorganiseerd en hervormd. De belangrijkste opgave van dit kabinet is het op orde brengen van de overheidsfinanciën zodat er weer ruim baan is voor economische groei. De minister van Defensie heeft de opgave, een reorganisatie door te voeren en tegenvallers binnen de eigen begroting op te lossen. Dit kabinet brengt de defensie-uitgaven binnen het daarvoor beschikbaar gestelde budget. Over de ingrijpende maatregelen bij Defensie is vorige week bijna veertien uur gesproken. Collega Jasper van Dijk memoreerde dat net al. Het was een bijzondere sessie, met heel korte pauzes, waarin wij uitvoerig het hele defensiebeleid hebben doorgelopen. Toch is er nog ruimte om ook nu nog wat zaken aan de orde te stellen.
De VVD wil dat dit kabinet binnen het beschikbare budget een sterke krijgsmacht op de been houdt om onze burgers een veilig land te bieden waar in vrijheid geleefd kan worden. Vandaag zal ik met de collega's en de minister kijken naar de krijgsmacht van morgen. Hoe zal deze eruitzien? Waarom zal deze er zo uitzien? Wat gaan wij ermee doen?
Ik haal een paar zinnen uit het verleden aan. "Niemand kan op dit ogenblik nog met zekerheid voorspellen wat in de toekomst de internationale verhoudingen van onze strijdkrachten zullen eisen. Vaststaat in elk geval dat wij geen gevaarlijke risico's mogen lopen, dat wij eerdere lessen niet mogen vergeten; regering en volk mogen zich niet van de wijs laten brengen, zich niet laten verleiden tot schipperen met onze hoogste belangen." Deze woorden worden vanuit 1946 tot ons gericht. Toenmalig luitenant-generaal prins Bernhard benadrukte dat ons leger, onze vloot en onze luchtmacht door de volksvertegenwoordiging en door de regering, ja, door het gehele volk, gedragen en gesteund moeten worden. Het zijn historische woorden, die vandaag nog steeds van grote betekenis zijn. Ook in 2014 zullen de internationale verhoudingen onzeker zijn en is werken aan draagvlak voor de krijgsmacht nog steeds heel belangrijk.
Ik zie dat het kabinet, de minister, de Commandant der Strijdkrachten en mensen in de onderscheidende krijgsmachtdelen deze belangrijke taak van maatschappelijk draagvlak goed oppakken. Zij communiceren dagelijks over de praktische en indrukwekkende belevenissen in hun belangrijke werk via de media en de social media. De krijgsmacht heeft een unieke plaats in ons staatsbestel met een concrete opdracht. Die concrete opdracht ligt vast. Het is een opdracht voor de verdediging en bescherming van de belangen van ons Koninkrijk en voor de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde. Daarvoor is er een krijgsmacht.
Toch is er veel gebeurd de afgelopen jaren. Het grote staande leger dat Nederland had tijdens de Koude Oorlog is er niet meer en wij zien een veranderende wereldorde. De Verenigde Staten wenden zich af van Europa en richten zich op Azië. Dit betekent dat Europa zichzelf moet kunnen verdedigen en beveiligen. Het moet zijn eigen boontjes kunnen doppen, zoals op zijn Hollands gezegd kan worden. Het is een groeiende verantwoordelijkheid die zich nu al laat voelen door de zogenaamde Arabische Lente in Noord-Afrika; de VVD ziet daar helemaal geen lente, maar ziet daar slechts duisternis. Aan de zuidgrens van Europa dreigen groeiend terrorisme en onbeheersbare vluchtelingenstromingen vanuit fragiele staten. Wij kunnen deze dreiging niet negeren. Wij kunnen niet wegkijken. Wij kunnen de kop er niet voor in het zand steken. Juist tegen de achtergrond van deze veranderende internationale verhoudingen sprak de VVD eerder, in het voorjaar, uit dat het weleens zo kan zijn dat de defensie-uitgaven van ons land in een volgende kabinetsperiode opnieuw bekeken moeten worden.
(...)
Er zou volgens de VVD best nog eens nagedacht kunnen worden. Ik plaats er echter ook meteen een kritische kanttekening bij over de waarde van allerlei normen. Men kent de norm van de NAVO: 2% van het bnp. Men kent ook de norm van Europa waarin gemiddeld 1,6% van het bnp besteedbaar is voor defensie. Wij zitten daaronder. Ik wil een kritische kanttekening bij de waarde van deze normen plaatsen. Nederland heeft aantoonbaar een van de meest efficiënte krijgsmachten ter wereld, ook met veel slagkracht per euro. Er zijn landen in de wereld, zelfs in Europa, die verhoudingsgewijs veel meer aan defensie uitgeven dan ons land, maar die we in noodzakelijke internationale missies en operaties nooit zien.
(...)
De VVD staat voor een realistische politiek. Dat woord werd zojuist al een paar keer genoemd. De VVD ziet nog geen eeuwige vrede. De VVD weet dat veiligheid niet vanzelfsprekend is. Het niet hebben van een goede defensie komt ons land uiteindelijk duur te staan. Dat kost ons uiteindelijk veel geld. Piraterij bijvoorbeeld kost het bedrijfsleven internationaal 7 miljard. Cyberaanvallen hebben het Nederlandse bedrijfsleven het afgelopen jaar meer dan 20 miljard gekost. Zo kun je doorgaan. Fragiele staten kosten de wereld meer dan 180 miljard per jaar. De bronnen zijn helder. Het HCSS heeft dat in het rapport De Waarde van Defensie netjes voor ons becijferd. Degenen die het wereldnieuws volgen kunnen dagelijks zien dat de wereld echt geen veilige omgeving is. Zij kunnen zien dat onze vrijheid van denken, onze vrijheid van spreken en van doen dagelijks met de inzet van geweld wordt bevochten. Zij kunnen ook dagelijks zien dat er voor ons wordt gevochten door jonge mensen die voor onze vrijheid lichaam, geest of soms zelfs hun leven opofferen. Onze mensen, onze militairen vechten ver buiten onze landsgrenzen tegen gevaarlijke, ongekend wrede vijanden die het gebruik van grof geweld ook tegen onschuldige burgers niet schuwen. Voor de VVD is het zonneklaar dat het internationale dreigingsbeeld, onze internationale veiligheidsstrategie en de nota In het belang van Nederland wijzen op de noodzaak van een veelzijdig inzetbare krijgsmacht. De VVD ziet dat als een fundamentele keuze.
De regering kiest ook voor een krijgsmacht die veelzijdig inzetbaar is, veelzijdig inzetbaar in alle soorten conflicten. Juist omdat de wereld onveilig is en de toekomst bijzonder onzeker is moet Nederland met de bondgenoten goed voorbereid zijn. We moeten immers de volgende oorlog winnen en niet de vorige. De VVD vindt het van essentieel belang dat onze krijgsmacht tijdens conflicten altijd meer kan escaleren dan onze vijand, dat we voldoende gevechtskracht, vuurkracht zo men wil, op de mat kunnen leggen. In militair jargon, onze krijgsmacht beschikt over escalatiedominantie tot in het hoogste geweldsspectrum en op het hoogste geweldsniveau. Juist dat is iets waarover wij met de SP van mening verschillen. De regering kiest voor nog meer internationaal samenwerken. Nederland is de 17de economie in de wereld. Wij verdienen onze welvaart in en aan het buitenland.
Al decennia lang neemt Nederland onafgebroken deel aan internationale missies. Wij pakken onze rol. Achtereenvolgende regeringen zeggen praktisch nooit nee als er een beroep op ons wordt gedaan. De VVD beseft dat ons land niet alleen en zelfstandig de eigen veiligheid kan garanderen. Wij zorgen voor onze veiligheid samen met onze bondgenoten. De NAVO blijft de hoeksteen van ons veiligheidsbeleid. Dat betekent dat wij vertrouwen op onze bondgenoten. Dat betekent dat wij, als wij in nood verkeren, op onze bondgenoten kunnen vertrouwen, maar ook dat zij op ons kunnen vertrouwen en dat wij er zijn als zij ons nodig hebben. Ook dat is een vraag die wij regelmatig in de Kamer zien terugkeren. Defensie moet ervoor zorgen dat men voldoende is uitgerust, voldoende is getraind en over de goede spullen beschikt. De regering kiest voor verdergaande internationale samenwerking, door nauw samen te werken op operationeel niveau. Ook daarover is afgelopen woensdag al het nodige gezegd. Ik noem als voorbeelden de samenwerking tussen de marines van België en Nederland, de samenwerking van luchtmachten in het EATC als het gaat om luchttransport en de samenwerking van de landmacht met eenheden in Duitsland. Nieuw is bijvoorbeeld de ontwikkeling van de gezamenlijke bewaking van het luchtruim met België. De VVD benadrukt in dit verband de noodzaak dat ons land de basisgevechtscapaciteit zelf goed op orde houdt. Op dat punt kun je niet te veel samenwerken. Je kunt wel samenwerken, maar je kunt het niet uit handen geven. Er liggen voor verdergaande internationale samenwerking vooral kansen op het vlak van pooling and sharing van ondersteunende capaciteiten en op het vlak van taakspecialisatie van nichecapaciteiten. Ik noem in dat verband nogmaals de Patriots.
Ook ziet de VVD goede kansen voor internationale samenwerking binnen de NAVO en binnen de EU. Wij hebben daar gisteravond uitgebreid over gesproken. Wij blijven wel volhouden dat de EU daarbij ook de NAVO dient. Zo blijf je samen sterk.
Ik wil nog vier onderwerpen extra onder de aandacht brengen bij de regering.
Ik borduur voort op deze discussie, die de kern raakt van het beleid van deze regering en van waar deze minister zich persoonlijk voor inzet in de internationale verhoudingen en in Europa. Daar past bij dat Nederland beseft — de VVD beseft dat in ieder geval — dat ons land niet in zijn eentje en zelfstandig de eigen veiligheid kan garanderen. Wij zorgen voor onze veiligheid samen met onze bondgenoten. Enerzijds vertrouwen wij erop dat onze bondgenoten ons helpen, en anderzijds moeten onze bondgenoten erop kunnen vertrouwen dat wij, als zij ons om hulp vragen, niet lichtvaardig zeggen: nou, dat komt ons niet goed uit. Als wij op onze bondgenoten vertrouwen, moeten onze bondgenoten ook op ons kunnen vertrouwen.
Ik ga een stap verder in mijn betoog. Ik wilde nog een paar onderwerpen onder de aandacht van de minister brengen, namelijk digitale oorlogsvoering, samenwerking binnen Defensie en het groeiend besef dat militair zijn geen baan voor het leven is. Buitenlandse cybereenheden bedreigen onze vitale infrastructuren via internet. De VVD beseft dat digitale oorlogsvoering in toenemende mate in staat is om ons land maatschappelijk te ontwrichten. Dat geldt nu al voor cybercriminelen en cyberspionage. Defensie ontwikkelt zelf cybercapaciteit. Die kan defensief en offensief worden ingezet. De VVD wil graag van de minister weten hoe het staat met die offensieve cybercapaciteit die in 2011 is ingezet. Wij overwegen een motie in te dienen maar wachten eerst de antwoorden van de minister af.
De VVD vindt ook dat de onderscheidende krijgsmachtonderdelen nog wat goedkoper zouden kunnen werken door nog veel meer samen te werken, door nog meer samen te trainen en door nog meer gezamenlijk gebruik te maken van faciliteiten. Er kan gezamenlijk materieel worden ontwikkeld, verworden of geëxporteerd. Ook kan gezamenlijk, op internationaal niveau, worden opgeleid en geoefend. Wij vragen de minister om nog eens toe te lichten waarom die internationale samenwerking goed is. We hoorden zojuist collega's voortdurend prikken. Waar liggen de grenzen? Ook de VVD blijft buitengewoon nieuwsgierig naar de opvatting van de minister hierover. Hierover hebben we gisteravond al uitgebreid gesproken, maar volgens mij is het goed om in het debat voortdurend die grens op te zoeken. Waar zit het precies?
Ik was gebleven bij de extra aandacht voor de internationale samenwerking. Mevrouw Eijsink reageerde op deze opmerking en ik ben eigenlijk niet verder gekomen dan de eerste zin. Doen waar wij goed in zijn. Daarmee reageer ik nog een keer op de opmerking van de heer Knops over de taakspecialisatie. De Patrioteenheden zijn daar een voorbeeld van. Dat kunnen wij goed. Wij hebben daar goede mensen voor en wij hebben goede spullen. Wij kunnen die spullen beschikbaar stellen binnen de NAVO. Naast Nederland leveren alleen Duitsland en de VS Patriots. Andere voorbeelden van niches zijn de onderzeeërs en de special forces, die wij nu ook gaan inzetten. De regering heeft in ieder geval het besluit hiertoe genomen. Met het beschikbaar stellen van nichecapaciteiten levert ons land een waardevolle bijdrage aan het realiseren van internationale veiligheid.
Mijn laatste punt betreft extra aandacht voor de soevereiniteit, het daadwerkelijk operationeel beschikbaar stellen van militaire capaciteiten. Vorige week hoorde ik de Commandant der Strijdkrachten in een gesprek met getroffen veteranen zeggen: militairen laten de Nederlandse leeuw brullen, zij kunnen zijn tanden laten zien en zij kunnen hem laten doorbijten als dat nodig is. Ik zei net oneerbiedig dat wij nog een deuk in een pakje boter kunnen slaan. Hier gaat het echt om. Regeringsverantwoordelijkheid gaat over het besluit ten strijde te trekken. Wie bepaalt uiteindelijk de inzet van het ultieme geweldsinstrument? Daarmee is de cirkel rond en zijn wij weer bij het begin van de discussie over het Benelux-leger. De VVD blijft van mening dat de ultieme verantwoordelijkheid voor de veiligheid van ons land en de inzet van militairen bij de nationale regering hoort te liggen en ook moet blijven liggen.
Ik kom nog even terug op de inzet van militairen en die samenwerking. Volgens mij heb ik zo-even een punt laten liggen. Bij die steeds verdergaande samenwerking tussen de krijgsmachtdelen, waar wij voor pleiten, om tot effiency te komen en om minder kosten te maken voor de instandhouding van de krijgsmacht, speelt nog iets anders een rol, namelijk de eigenheid van de krijgsmacht. Het gaat om het respect voor de historische tradities van de onderscheiden delen van de krijgsmacht en van de regimenten. Die tradities blijven van groot belang voor de onderlinge kameraadschap en de hechte onderlinge verbondenheid van militairen en hun families. Als je kijkt naar het spanningsveld tussen de wens tot veel meer samenwerking en het dichter naar elkaar toegaan van de krijgsmachtonderdelen, en de waarde die wordt toegekend aan de historie en wat militairen specifiek tot militairen maakt, is de vraag of daar grenzen aan zijn als je naar meer samenwerking zoekt. Wat maakt militairen tot die bijzondere mensen die echt voor elkaar gaan en die letterlijk en figuurlijk voor elkaar door het vuur gaan? De VVD blijft zoeken naar efficiency en effectiviteit, maar wij zien daar nog een zekere spanning. Wij overwegen op dit onderwerp een motie in te dienen.
Ik kom aan mijn laatste onderwerp. De krijgsmacht is veranderd van een groot staand leger in een flexibele krijgsmacht. Militairen hebben kennis die voor bedrijven bruikbaar is en andersom. Militairen kunnen tijdelijk of vast terecht in het bedrijfsleven en andersom. Militair is geen baan voor het leven. Met outsourcing komen militairen in het bedrijfsleven terecht, als reservisten komen mensen uit het bedrijfsleven binnen Defensie terecht. Ik heb met instemming gezien dat er nu een reservistenbureau is. Kan de minister toelichten hoe dit in zijn werk gaat? Ik ben met name geïnteresseerd in de omvang die dit bureau moet krijgen. Wil de minister de mogelijkheden van outsourcen en van reservisten nog meer te betrekken bij het personeelsbeleid? Ik hoor graag welke mogelijkheden de minister daarvoor ziet.
Ik startte mijn betoog met de belofte iets te zeggen over de krijgsmacht van morgen — hoe die krijgsmacht eruit zal zien — en over het waarom van de krijgsmacht: waarom zal die krijgsmacht er zo zal uitzien? Ik heb gewezen op de onveilige wereld, de onzekere toekomst, de veranderende internationale verhoudingen. Ik vat samen dat de krijgsmacht van morgen een veelzijdig inzetbare krijgsmacht is die in alle conflicten overal ter wereld kan optreden, een krijgsmacht die internationaal hecht samenwerkt, die internationaal gezien zeer efficiënt en effectief is en die internationaal meedoet. Dit alles voor onze eigen vrijheid, onze eigen welvaart en onze eigen veiligheid.
(…).
In 2010 zijn er allerlei besluiten genomen en daaruit vloeit de huidige grote reorganisatie van Defensie voort. In het verkiezingsprogramma van 2012 heeft de VVD nog een keer nadrukkelijk aangegeven geen voorstander te zijn van extra bezuinigingen op Defensie. Een aantal andere partijen heeft dat wel aangegeven.
Ik vind dat het kabinet zich tot nu toe op een bijzondere manier heeft waargemaakt door Defensie te ontzien. Die kreet gebruiken wij ook iedere keer. Ik heb met de heer Knops discussies gehad over de vraag of er nu wel of niet wordt bezuinigd. Daarover kun je met elkaar van mening verschillen, maar wij hanteren de opmerking dat Defensie wordt ontzien. Daar houden we het in dat verband ook even bij. Ik vind dat er bij het vaststellen van het regeerakkoord in 2012 een buitengewoon goede prestatie is neergezet door de stand bij Defensie als het ware op nul te houden, terwijl op heel veel andere beleidsterreinen enorm wordt bezuinigd. Ik wil dat daarom niet al te gemakkelijk wegpoetsen en ook niet al te gemakkelijk zeggen: u moet nog maar even een extra statement maken, want ik vind dat wij al voldoende statements hebben gemaakt. Ik verklaar hier onmiddellijk bij dat ik bereid ben om straks met de heer Knops nog even naar de motie te kijken.
Mevrouw Eijsink (PvdA):
Voorzitter. Mevrouw Günal-Gezer zal het deel over materieel voor haar rekening nemen.
Afgelopen vrijdag en zaterdag hadden wij fantastisch bezoek in de Tweede Kamer. Er waren zo'n 1.400 tot 1.500 veteranen, ook actief dienende veteranen, met hun partners, met hun vrouwen en soms met kinderen, met begeleiders van het ABP en van veteraneninstituten. Wat ons bindt, zijn de mannen en vrouwen die we uitzenden, de veteranen en de zorg die zij nodig hebben. Het maakt hierbij niet uit aan welke missie je hebt meegedaan of welke kleur je partij heeft. Er waren veel collega's. Ik vond het fantastisch. Ik wil hierbij ook de mensen bedanken die het grootste deel hebben georganiseerd. Die mensen zijn hier ook in de zaal aanwezig. Zij verdienen het, want zonder hen was dit niet gebeurd. We hebben een prachtige dag gehad op vrijdag en zaterdag. De minister, de Voorzitter en allerlei andere mensen waren erbij aanwezig. Het was fantastisch.
Gisteravond hebben we ook een heel goed debat gevoerd over de Europese defensiesamenwerking. Het was al eerder genoemd door een collega. De minister heeft hierbij het mandaat gekregen om volgende week ter voorbereiding van de Europese Raad over het rapport van de Hoge Vertegenwoordiger Ashton ook nog eens diep te spreken over de politieke dimensie. Het gaat hierbij om de vraag hoe parlementen meer gaan samenwerken in het kader van uitzendingen en wat dat betekent voor de soevereiniteit. Ik kan alleen maar onderschrijven dat ik de minister van harte steun in de discussie die ze al vanaf februari met deze Kamer voert. Wat de Partij van de Arbeid betreft, komt dit brede mandaat haar zeer toe. Ik ben nieuwsgierig naar het verslag van deze bijeenkomst, de verdere uitwerking en de aanpassing van het rapport van de Hoge Vertegenwoordiger.
Wij hebben vorige week al lang gesproken over de nota In het belang van Nederland, het afwegingskader, de operationele duurzaamheid, de financiële duurzaamheid en de samenwerking. Kortom, er ligt veel voor. Er is veel besproken en er moet nog veel worden gedaan. Deze gesprekken en deze debatten in de Kamer zijn momentopnames. De lange termijn gaat met name over de investeringsartikelen. Gelet op de life cycle cost en wat er allemaal moet gebeuren, hebben we stappen gezet. Die gaat de minister verder uitwerken. Het gaat allemaal nog gebeuren. Ik heb de nota bij mij. Het plan van aanpak bestaat uit vijf stappen. In 2015 moet het allemaal uitgewerkt zijn. Dan is al het eerste evaluatiemoment. Wanneer kan de Kamer meer informatie over dit evaluatiemoment ontvangen? Het is natuurlijk niet niks. De life cycle cost en de investeringsexploitatie waren altijd de bottleneck als het gaat om het financieel op orde krijgen van Defensie. Daar lagen veelal de moeilijkheden.
Ik heb twee korte vragen over het DienstenCentrum Re-integratie. De minister heeft gereageerd middels een brief. Zij heeft gezegd dat het bijna op orde is. Ik vraag haar om toch te reageren op mijn vraag van vorige week. Er wordt keihard gewerkt bij DCR, maar er zijn wel problemen. Er zijn wat mij betreft te weinig handen. Wil de minister daarop reageren?
De volgende vraag gaat over genderresolutie 1325. Die is afgelopen maandag bij het overleg over het BIV ook aan de orde geweest. Ik hoorde dat de heer Van Ojik op dit punt een motie heeft ingediend. Wij vinden het met zijn allen van belang, maar dat betekent ook dat je er capaciteit, dus personeel, voor moet hebben. Ik ga ervan uit dat er binnen de krijgsmacht één iemand is die zich hier volledig mee bezig houdt. Ik heb begrepen dat het bij de CIMIC zit. Is dat verkeerd? Mijn antwoord op die vraag is nee. Is het zichtbaar? Mijn antwoord op die vraag is ook nee. Graag krijg ik hierop een reactie.
Ik kom op de landmacht. We hebben gisteravond de brief binnengekregen. Het ging mij te snel om daar vandaag op te reageren. Ik zal bij de procedurevergadering om een technische briefing vragen.
Het is fantastisch dat morgen al een defensievliegtuig vertrekt met transport voor noodhulp aan de slachtoffers van de tyfoon in de Filippijnen. Mijn fractie onderschrijft deze vorm van samenwerken op het gebied van defensie en ontwikkelingssamenwerking. Hierbij worden mogelijkheden, middelen en mensen aan elkaar gekoppeld.
Afsluitend wil ik de minister bedanken voor haar nota, voor het gesprek en het debat tot dusver. Ook wil ik de Rekenkamer bedanken en het ministerie van Financiën, want zij zullen datgene wat voorligt samen uitwerken. Nu is die controletaak van de Kamer dus een momentopname, maar volgend jaar komen we er zeker op terug.
(…)
De uitzendbescherming is van groot belang. Daarover hebben de vakbonden terecht afspraken gemaakt voor het personeel van Defensie. Die afspraken mogen niet zomaar opzij worden gezet, maar volgens mij wordt er goed overleg over gevoerd. Ik herhaal: de uitzendbescherming — ik heb het jaren meegemaakt — is van groot belang. Dat heeft ook te maken met mijn opmerking over de zorg en nazorg voor onze mensen. Het begint bij de uitzendbescherming. Wij moeten goed kijken naar het te lang uitzenden van mensen, naar het te lang van huis zijn van mensen, en naar de omstandigheden waaronder het uitzenden plaatsvindt. De PvdA vindt dat zeer belangrijk, los van welke missie het betreft. We hebben in de loop van de tijd verschillende missies gehad. Er hebben ook aanpassingen plaatsgevonden. Neem de missie naar Afghanistan. De uitzending is aangepast van zes naar vier maanden. Dat gold ook voor de uitzending naar Irak. Dat was de allereerste keer. De uitzending was eerst voor zes maanden, maar vanwege klimatologische omstandigheden is die periode naar vier maanden gegaan. Ik heb de afgelopen jaren geconstateerd dat, als ergens sprake was van speciale omstandigheden voor de individuele militair, de individuele burger, Defensie daar uitstekend op reageert. De uitzendbescherming als totaal is van groot belang. Wij zullen daar nog naar kijken, onafhankelijk van de missie, want er ligt nog geen verder verzoek met betrekking tot de Patriot voor.
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
Voorzitter. Ik ben blij dat ik vandaag als woordvoerder defensiematerieel het woord mag voeren, want dat geeft mij de kans om onze militairen mijn dankbaarheid en waardering uit te spreken namens mijn fractie, de fractie van de PvdA. Immers, het materieel staat natuurlijk niet op zichzelf. Het staat ten dienste van onze mannen en vrouwen die hun werk onder risicovolle omstandigheden moeten uitvoeren. Ze moeten in staat worden gesteld om dat werk zo goed en zo veilig mogelijk te doen.
Ik ga een aantal onderwerpen uit de begroting aan de orde stellen, te beginnen bij de marine. Het succes van de Nederlandse deelname aan de piraterijbestrijding laat zien hoe belangrijk het is om te kunnen beschikken over een goed uitgeruste marine. Ook beschikt Nederland over verkenners van de maritieme cluster. Een belangrijke vraag hierbij is hoe we ervoor kunnen zorgen dat deze kennis behouden blijft en het marinematerieel op orde.
De PvdA-fractie vindt het een goede zaak dat het Joint Support Ship (JSS) behouden blijft en dat de minister gaat onderzoeken in hoeverre dit schip in internationale samenwerkingsverbanden gebruikt kan worden. Hoe zit het met de oorspronkelijk geplande kade in Den Helder om met het schip vanuit en in Den Helder te kunnen werken? Het schip is te lang en vereist een bepaalde kadelengte die er nu niet is. Dit onderwerp is niet teruggekomen bij de gesprekken over begrotingsafspraken. Uiteraard zijn wij blij dat het JSS doorgaat, maar we willen voorkomen dat Defensie met enorme exploitatiekosten achteraf geconfronteerd wordt, omdat men anders afhankelijk is van de commerciële haven in Vlissingen.
De inzet van mijn fractie is om alle faciliteiten duidelijk te hebben die aan de voorkant nodig zijn om het JSS in vaart te nemen en te houden, evenals de investeringen die daarmee gepaard gaan. Daarop wil ik een helder antwoord van de minister krijgen. Behalve over het JSS beschikt de Koninklijke Marine ook nog over drie grote projecten, namelijk fregatten, mijnenbestrijding en onderzeeboten. Hoe ziet de minister de toekomstige investeringen in het zogeheten blauwe cluster? Om dezelfde succesvolle stappen op het vlak van technologie en bedrijfsvoering als bij de patrouilleschepen te kunnen zetten, is nog wel het nodige denkwerk vereist. Welke speerpunten op het vlak van technologie en bedrijfsvoering zijn er bij de volgende generatie platforms voor de Marine? Wanneer gaat de minister de voorbereidingen opstarten, ook in internationaal verband? Op welke termijn wordt het overleg hierover gestart?
Het richtsnoer van een investeringsquote van 20% blijft in de begroting overeind. In deze begroting wordt dat percentage, ook op de lange termijn, niet bereikt. Dat was in de vorige begroting wel het geval. Bovendien is het dal in de grafiek dieper dan in de grafiek die in de vorige begroting stond. De stijgende lijn van de investeringsquote is een jaar uitgesteld, maar een toelichting ontbreekt. Welke projecten worden uitgesteld? Kan de minister toezeggen om in volgende begrotingen een toelichting bij de berekening van de investeringsquote op te nemen, inclusief verwijzingen naar gebruikte gegevens uit diezelfde begroting? Kan de minister toelichten waarom zowel de daling als de stijging in de grafiek van de investeringsquote een jaar is uitgesteld? Welke investeringen zijn uitgesteld of afgesteld? Wijkt de ontwikkeling van de investeringsquote in Nederland af van die in de ons omringende landen, waar ook wordt bezuinigd op defensie?
Zoals al eerder is gezegd, is door de begrotingsafspraken het toekomstperspectief van zowel het JSS als het 45ste pansterinfanteriebalaljon veranderd. De Partij van de Arbeid is daarmee blij. Dit heeft echter ook gevolgen voor het bevoorradingsschip Zijner Majesteits Amsterdam. Dat schip zou tot 2020 in de vaart blijven, maar wordt door het behoud van het JSS overbodig. Dit schip wordt dus alsnog uit de vaart genomen en gereedgemaakt voor afstoting. Dit gebeurt, terwijl er nog verschillende projecten sinds 2008 op de lijst van af te stoten materieel staan en nog altijd niet zijn verkocht. Het is ook niet duidelijk waarom ze in 2013 nog niet zijn verkocht. Daarom wil ik van de minister weten of er wel een markt is voor dit materieel. Hoe zijn de vooruitzichten? Zijn ze reëel? In hoeverre zijn de bedragen die opgenomen zijn in de begroting nog reëel?
Ik wil nog iets zeggen over de samenwerking tussen Defensie en het bedrijfsleven. Mijn fractie vindt samenwerking tussen de defensie-industrie en kennisinstellingen een belangrijk punt bij het verwerven van materieel. Deze samenwerking is niet alleen voor Defensie belangrijk, maar voor de hele Nederlandse economie en voor de werkgelegenheid. Investeringen in innovatie, kennis en nieuwe technologieën verdienen zich bovendien meer dan terug. Een goed voorbeeld van samenwerking met de industrie is de samenwerking bij het zogenaamde Land Maintenance Initiative. Wanneer worden vervolgstappen gezet bij deze samenwerking? Die zijn nodig om tot meer verdieping en verbreding te komen.
Het outsourcen van diensten kan Defensie ontzorgen en perspectief bieden op besparingen. De daaruit voortkomende voordelen kunnen vervolgens worden gebruikt voor het op peil houden van de operationele capaciteit. Daarom is het van belang dat de beoogde projecten voor outsourcing voortvarend worden uitgevoerd. Tot nu toe zijn weinig concrete resultaten bereikt. Wat is daarvan de reden? Waarom worden projecten steeds uitgesteld?
Er zijn bij de partners grote zorgen over de ICT-sourcing. Besluitvorming daarover is in aantocht. Op basis van negatieve ervaringen uit het verleden heeft de gehele industrie en de professionele ICT-wereld Defensie met klem aangeraden om deze outsourcing in één kavel aan te besteden, en dus niet op te knippen. Toch wil Defensie dit gaan opknippen in twee kavels. Ook uit de conclusies van het door Defensie zelfs aangevraagde advies blijkt dat aanbesteden in één kavel beter is. Duitsland is ons daarbij voorgegaan. Daar heeft men het project in één kavel aanbesteed. Dit kon daar worden afgerond binnen het gestelde budget en de beschikbare tijd. Is de minister op de hoogte van de adviezen om ICT-sourcing als één kavel bij één partij aan te besteden en niet op te knippen? Kan zij toezeggen dat zij deze adviezen, en het goede voorbeeld uit Duitsland, zal overnemen? Kan zij garanderen dat Defensie niet weer zelf het wiel gaat uitvinden?
Een ander moeizam outsourcingproject is het onderhoud van de Cougar. Het principebesluit is al in 2011 genomen, maar er is nog steeds geen duidelijkheid, terwijl de helikopter nog maar enkele jaren in operationele dienst blijft. Kan de minister zich inzetten voor een snelle eindsprint in dit project?
Mijn laatste punt gaat over CODEMO, het fonds waarop ik vorig jaar samen met collega Vuijk een amendement heb ingediend. De PvdA-fractie is zeer enthousiast over de inzet van dit fonds, waarmee de ontwikkeling van innovatieve militaire producten door midden- en kleinbedrijf financieel ondersteund wordt. Bij Defensie en het bedrijfsleven is er veel tevredenheid over het fonds, maar er zijn nog een aantal aandachtspunten die ik graag aan de minister mee geef, om daarop te reageren. Omdat het fonds een virtueel en geen fysiek fonds is, werkt dat vertragend voor de ingediende projecten. Het geld ligt niet op de plank, maar zit in de projecten, waar de ingediende innovatieve producten qua behoefte bij moeten passen. Het zou het hele proces van doorlooptijden aanzienlijk verkorten als het omgezet kan worden naar een echt fysiek fonds. Dit is ook belangrijk voor het kunnen inboeken van de royalty's die terug moeten komen. Is de minister bereid, CODEMO zo snel mogelijk om te zetten in een echt fonds? Hoewel het fonds eigenlijk is opgericht om mkb-bedrijven te ondersteunen bij de ontwikkeling van innovatieve producten, gebeurt het in de huidige situatie toch dat grote bedrijven ook aanvragen kunnen indienen, met als consequentie dat het fonds snel leeg raakt. Is de minister bereid, het fonds alleen te bestemmen voor mkb-bedrijven en, zoals bij de defensie-innovatiecompetitie, grote bedrijven uit te sluiten?
(Bron: verslag Tweede Kamer, deel 1 en deel 2, 13 november 2013)
('gestripte' teksten: d.w.z. dat interrupties zijn weggelaten)
De heer Vuijk (VVD):
Voorzitter. De inzet van de kabinetten-Rutte I en II is een kleine, slagvaardige overheid. Vanuit die visie worden in deze kabinetsperiode alle departementen gereorganiseerd en hervormd. De belangrijkste opgave van dit kabinet is het op orde brengen van de overheidsfinanciën zodat er weer ruim baan is voor economische groei. De minister van Defensie heeft de opgave, een reorganisatie door te voeren en tegenvallers binnen de eigen begroting op te lossen. Dit kabinet brengt de defensie-uitgaven binnen het daarvoor beschikbaar gestelde budget. Over de ingrijpende maatregelen bij Defensie is vorige week bijna veertien uur gesproken. Collega Jasper van Dijk memoreerde dat net al. Het was een bijzondere sessie, met heel korte pauzes, waarin wij uitvoerig het hele defensiebeleid hebben doorgelopen. Toch is er nog ruimte om ook nu nog wat zaken aan de orde te stellen.
De VVD wil dat dit kabinet binnen het beschikbare budget een sterke krijgsmacht op de been houdt om onze burgers een veilig land te bieden waar in vrijheid geleefd kan worden. Vandaag zal ik met de collega's en de minister kijken naar de krijgsmacht van morgen. Hoe zal deze eruitzien? Waarom zal deze er zo uitzien? Wat gaan wij ermee doen?
Ik haal een paar zinnen uit het verleden aan. "Niemand kan op dit ogenblik nog met zekerheid voorspellen wat in de toekomst de internationale verhoudingen van onze strijdkrachten zullen eisen. Vaststaat in elk geval dat wij geen gevaarlijke risico's mogen lopen, dat wij eerdere lessen niet mogen vergeten; regering en volk mogen zich niet van de wijs laten brengen, zich niet laten verleiden tot schipperen met onze hoogste belangen." Deze woorden worden vanuit 1946 tot ons gericht. Toenmalig luitenant-generaal prins Bernhard benadrukte dat ons leger, onze vloot en onze luchtmacht door de volksvertegenwoordiging en door de regering, ja, door het gehele volk, gedragen en gesteund moeten worden. Het zijn historische woorden, die vandaag nog steeds van grote betekenis zijn. Ook in 2014 zullen de internationale verhoudingen onzeker zijn en is werken aan draagvlak voor de krijgsmacht nog steeds heel belangrijk.
Ik zie dat het kabinet, de minister, de Commandant der Strijdkrachten en mensen in de onderscheidende krijgsmachtdelen deze belangrijke taak van maatschappelijk draagvlak goed oppakken. Zij communiceren dagelijks over de praktische en indrukwekkende belevenissen in hun belangrijke werk via de media en de social media. De krijgsmacht heeft een unieke plaats in ons staatsbestel met een concrete opdracht. Die concrete opdracht ligt vast. Het is een opdracht voor de verdediging en bescherming van de belangen van ons Koninkrijk en voor de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde. Daarvoor is er een krijgsmacht.
Toch is er veel gebeurd de afgelopen jaren. Het grote staande leger dat Nederland had tijdens de Koude Oorlog is er niet meer en wij zien een veranderende wereldorde. De Verenigde Staten wenden zich af van Europa en richten zich op Azië. Dit betekent dat Europa zichzelf moet kunnen verdedigen en beveiligen. Het moet zijn eigen boontjes kunnen doppen, zoals op zijn Hollands gezegd kan worden. Het is een groeiende verantwoordelijkheid die zich nu al laat voelen door de zogenaamde Arabische Lente in Noord-Afrika; de VVD ziet daar helemaal geen lente, maar ziet daar slechts duisternis. Aan de zuidgrens van Europa dreigen groeiend terrorisme en onbeheersbare vluchtelingenstromingen vanuit fragiele staten. Wij kunnen deze dreiging niet negeren. Wij kunnen niet wegkijken. Wij kunnen de kop er niet voor in het zand steken. Juist tegen de achtergrond van deze veranderende internationale verhoudingen sprak de VVD eerder, in het voorjaar, uit dat het weleens zo kan zijn dat de defensie-uitgaven van ons land in een volgende kabinetsperiode opnieuw bekeken moeten worden.
(...)
Er zou volgens de VVD best nog eens nagedacht kunnen worden. Ik plaats er echter ook meteen een kritische kanttekening bij over de waarde van allerlei normen. Men kent de norm van de NAVO: 2% van het bnp. Men kent ook de norm van Europa waarin gemiddeld 1,6% van het bnp besteedbaar is voor defensie. Wij zitten daaronder. Ik wil een kritische kanttekening bij de waarde van deze normen plaatsen. Nederland heeft aantoonbaar een van de meest efficiënte krijgsmachten ter wereld, ook met veel slagkracht per euro. Er zijn landen in de wereld, zelfs in Europa, die verhoudingsgewijs veel meer aan defensie uitgeven dan ons land, maar die we in noodzakelijke internationale missies en operaties nooit zien.
(...)
De VVD staat voor een realistische politiek. Dat woord werd zojuist al een paar keer genoemd. De VVD ziet nog geen eeuwige vrede. De VVD weet dat veiligheid niet vanzelfsprekend is. Het niet hebben van een goede defensie komt ons land uiteindelijk duur te staan. Dat kost ons uiteindelijk veel geld. Piraterij bijvoorbeeld kost het bedrijfsleven internationaal 7 miljard. Cyberaanvallen hebben het Nederlandse bedrijfsleven het afgelopen jaar meer dan 20 miljard gekost. Zo kun je doorgaan. Fragiele staten kosten de wereld meer dan 180 miljard per jaar. De bronnen zijn helder. Het HCSS heeft dat in het rapport De Waarde van Defensie netjes voor ons becijferd. Degenen die het wereldnieuws volgen kunnen dagelijks zien dat de wereld echt geen veilige omgeving is. Zij kunnen zien dat onze vrijheid van denken, onze vrijheid van spreken en van doen dagelijks met de inzet van geweld wordt bevochten. Zij kunnen ook dagelijks zien dat er voor ons wordt gevochten door jonge mensen die voor onze vrijheid lichaam, geest of soms zelfs hun leven opofferen. Onze mensen, onze militairen vechten ver buiten onze landsgrenzen tegen gevaarlijke, ongekend wrede vijanden die het gebruik van grof geweld ook tegen onschuldige burgers niet schuwen. Voor de VVD is het zonneklaar dat het internationale dreigingsbeeld, onze internationale veiligheidsstrategie en de nota In het belang van Nederland wijzen op de noodzaak van een veelzijdig inzetbare krijgsmacht. De VVD ziet dat als een fundamentele keuze.
De regering kiest ook voor een krijgsmacht die veelzijdig inzetbaar is, veelzijdig inzetbaar in alle soorten conflicten. Juist omdat de wereld onveilig is en de toekomst bijzonder onzeker is moet Nederland met de bondgenoten goed voorbereid zijn. We moeten immers de volgende oorlog winnen en niet de vorige. De VVD vindt het van essentieel belang dat onze krijgsmacht tijdens conflicten altijd meer kan escaleren dan onze vijand, dat we voldoende gevechtskracht, vuurkracht zo men wil, op de mat kunnen leggen. In militair jargon, onze krijgsmacht beschikt over escalatiedominantie tot in het hoogste geweldsspectrum en op het hoogste geweldsniveau. Juist dat is iets waarover wij met de SP van mening verschillen. De regering kiest voor nog meer internationaal samenwerken. Nederland is de 17de economie in de wereld. Wij verdienen onze welvaart in en aan het buitenland.
Al decennia lang neemt Nederland onafgebroken deel aan internationale missies. Wij pakken onze rol. Achtereenvolgende regeringen zeggen praktisch nooit nee als er een beroep op ons wordt gedaan. De VVD beseft dat ons land niet alleen en zelfstandig de eigen veiligheid kan garanderen. Wij zorgen voor onze veiligheid samen met onze bondgenoten. De NAVO blijft de hoeksteen van ons veiligheidsbeleid. Dat betekent dat wij vertrouwen op onze bondgenoten. Dat betekent dat wij, als wij in nood verkeren, op onze bondgenoten kunnen vertrouwen, maar ook dat zij op ons kunnen vertrouwen en dat wij er zijn als zij ons nodig hebben. Ook dat is een vraag die wij regelmatig in de Kamer zien terugkeren. Defensie moet ervoor zorgen dat men voldoende is uitgerust, voldoende is getraind en over de goede spullen beschikt. De regering kiest voor verdergaande internationale samenwerking, door nauw samen te werken op operationeel niveau. Ook daarover is afgelopen woensdag al het nodige gezegd. Ik noem als voorbeelden de samenwerking tussen de marines van België en Nederland, de samenwerking van luchtmachten in het EATC als het gaat om luchttransport en de samenwerking van de landmacht met eenheden in Duitsland. Nieuw is bijvoorbeeld de ontwikkeling van de gezamenlijke bewaking van het luchtruim met België. De VVD benadrukt in dit verband de noodzaak dat ons land de basisgevechtscapaciteit zelf goed op orde houdt. Op dat punt kun je niet te veel samenwerken. Je kunt wel samenwerken, maar je kunt het niet uit handen geven. Er liggen voor verdergaande internationale samenwerking vooral kansen op het vlak van pooling and sharing van ondersteunende capaciteiten en op het vlak van taakspecialisatie van nichecapaciteiten. Ik noem in dat verband nogmaals de Patriots.
Ook ziet de VVD goede kansen voor internationale samenwerking binnen de NAVO en binnen de EU. Wij hebben daar gisteravond uitgebreid over gesproken. Wij blijven wel volhouden dat de EU daarbij ook de NAVO dient. Zo blijf je samen sterk.
Ik wil nog vier onderwerpen extra onder de aandacht brengen bij de regering.
Ik borduur voort op deze discussie, die de kern raakt van het beleid van deze regering en van waar deze minister zich persoonlijk voor inzet in de internationale verhoudingen en in Europa. Daar past bij dat Nederland beseft — de VVD beseft dat in ieder geval — dat ons land niet in zijn eentje en zelfstandig de eigen veiligheid kan garanderen. Wij zorgen voor onze veiligheid samen met onze bondgenoten. Enerzijds vertrouwen wij erop dat onze bondgenoten ons helpen, en anderzijds moeten onze bondgenoten erop kunnen vertrouwen dat wij, als zij ons om hulp vragen, niet lichtvaardig zeggen: nou, dat komt ons niet goed uit. Als wij op onze bondgenoten vertrouwen, moeten onze bondgenoten ook op ons kunnen vertrouwen.
Ik ga een stap verder in mijn betoog. Ik wilde nog een paar onderwerpen onder de aandacht van de minister brengen, namelijk digitale oorlogsvoering, samenwerking binnen Defensie en het groeiend besef dat militair zijn geen baan voor het leven is. Buitenlandse cybereenheden bedreigen onze vitale infrastructuren via internet. De VVD beseft dat digitale oorlogsvoering in toenemende mate in staat is om ons land maatschappelijk te ontwrichten. Dat geldt nu al voor cybercriminelen en cyberspionage. Defensie ontwikkelt zelf cybercapaciteit. Die kan defensief en offensief worden ingezet. De VVD wil graag van de minister weten hoe het staat met die offensieve cybercapaciteit die in 2011 is ingezet. Wij overwegen een motie in te dienen maar wachten eerst de antwoorden van de minister af.
De VVD vindt ook dat de onderscheidende krijgsmachtonderdelen nog wat goedkoper zouden kunnen werken door nog veel meer samen te werken, door nog meer samen te trainen en door nog meer gezamenlijk gebruik te maken van faciliteiten. Er kan gezamenlijk materieel worden ontwikkeld, verworden of geëxporteerd. Ook kan gezamenlijk, op internationaal niveau, worden opgeleid en geoefend. Wij vragen de minister om nog eens toe te lichten waarom die internationale samenwerking goed is. We hoorden zojuist collega's voortdurend prikken. Waar liggen de grenzen? Ook de VVD blijft buitengewoon nieuwsgierig naar de opvatting van de minister hierover. Hierover hebben we gisteravond al uitgebreid gesproken, maar volgens mij is het goed om in het debat voortdurend die grens op te zoeken. Waar zit het precies?
Ik was gebleven bij de extra aandacht voor de internationale samenwerking. Mevrouw Eijsink reageerde op deze opmerking en ik ben eigenlijk niet verder gekomen dan de eerste zin. Doen waar wij goed in zijn. Daarmee reageer ik nog een keer op de opmerking van de heer Knops over de taakspecialisatie. De Patrioteenheden zijn daar een voorbeeld van. Dat kunnen wij goed. Wij hebben daar goede mensen voor en wij hebben goede spullen. Wij kunnen die spullen beschikbaar stellen binnen de NAVO. Naast Nederland leveren alleen Duitsland en de VS Patriots. Andere voorbeelden van niches zijn de onderzeeërs en de special forces, die wij nu ook gaan inzetten. De regering heeft in ieder geval het besluit hiertoe genomen. Met het beschikbaar stellen van nichecapaciteiten levert ons land een waardevolle bijdrage aan het realiseren van internationale veiligheid.
Mijn laatste punt betreft extra aandacht voor de soevereiniteit, het daadwerkelijk operationeel beschikbaar stellen van militaire capaciteiten. Vorige week hoorde ik de Commandant der Strijdkrachten in een gesprek met getroffen veteranen zeggen: militairen laten de Nederlandse leeuw brullen, zij kunnen zijn tanden laten zien en zij kunnen hem laten doorbijten als dat nodig is. Ik zei net oneerbiedig dat wij nog een deuk in een pakje boter kunnen slaan. Hier gaat het echt om. Regeringsverantwoordelijkheid gaat over het besluit ten strijde te trekken. Wie bepaalt uiteindelijk de inzet van het ultieme geweldsinstrument? Daarmee is de cirkel rond en zijn wij weer bij het begin van de discussie over het Benelux-leger. De VVD blijft van mening dat de ultieme verantwoordelijkheid voor de veiligheid van ons land en de inzet van militairen bij de nationale regering hoort te liggen en ook moet blijven liggen.
Ik kom nog even terug op de inzet van militairen en die samenwerking. Volgens mij heb ik zo-even een punt laten liggen. Bij die steeds verdergaande samenwerking tussen de krijgsmachtdelen, waar wij voor pleiten, om tot effiency te komen en om minder kosten te maken voor de instandhouding van de krijgsmacht, speelt nog iets anders een rol, namelijk de eigenheid van de krijgsmacht. Het gaat om het respect voor de historische tradities van de onderscheiden delen van de krijgsmacht en van de regimenten. Die tradities blijven van groot belang voor de onderlinge kameraadschap en de hechte onderlinge verbondenheid van militairen en hun families. Als je kijkt naar het spanningsveld tussen de wens tot veel meer samenwerking en het dichter naar elkaar toegaan van de krijgsmachtonderdelen, en de waarde die wordt toegekend aan de historie en wat militairen specifiek tot militairen maakt, is de vraag of daar grenzen aan zijn als je naar meer samenwerking zoekt. Wat maakt militairen tot die bijzondere mensen die echt voor elkaar gaan en die letterlijk en figuurlijk voor elkaar door het vuur gaan? De VVD blijft zoeken naar efficiency en effectiviteit, maar wij zien daar nog een zekere spanning. Wij overwegen op dit onderwerp een motie in te dienen.
Ik kom aan mijn laatste onderwerp. De krijgsmacht is veranderd van een groot staand leger in een flexibele krijgsmacht. Militairen hebben kennis die voor bedrijven bruikbaar is en andersom. Militairen kunnen tijdelijk of vast terecht in het bedrijfsleven en andersom. Militair is geen baan voor het leven. Met outsourcing komen militairen in het bedrijfsleven terecht, als reservisten komen mensen uit het bedrijfsleven binnen Defensie terecht. Ik heb met instemming gezien dat er nu een reservistenbureau is. Kan de minister toelichten hoe dit in zijn werk gaat? Ik ben met name geïnteresseerd in de omvang die dit bureau moet krijgen. Wil de minister de mogelijkheden van outsourcen en van reservisten nog meer te betrekken bij het personeelsbeleid? Ik hoor graag welke mogelijkheden de minister daarvoor ziet.
Ik startte mijn betoog met de belofte iets te zeggen over de krijgsmacht van morgen — hoe die krijgsmacht eruit zal zien — en over het waarom van de krijgsmacht: waarom zal die krijgsmacht er zo zal uitzien? Ik heb gewezen op de onveilige wereld, de onzekere toekomst, de veranderende internationale verhoudingen. Ik vat samen dat de krijgsmacht van morgen een veelzijdig inzetbare krijgsmacht is die in alle conflicten overal ter wereld kan optreden, een krijgsmacht die internationaal hecht samenwerkt, die internationaal gezien zeer efficiënt en effectief is en die internationaal meedoet. Dit alles voor onze eigen vrijheid, onze eigen welvaart en onze eigen veiligheid.
(…).
In 2010 zijn er allerlei besluiten genomen en daaruit vloeit de huidige grote reorganisatie van Defensie voort. In het verkiezingsprogramma van 2012 heeft de VVD nog een keer nadrukkelijk aangegeven geen voorstander te zijn van extra bezuinigingen op Defensie. Een aantal andere partijen heeft dat wel aangegeven.
Ik vind dat het kabinet zich tot nu toe op een bijzondere manier heeft waargemaakt door Defensie te ontzien. Die kreet gebruiken wij ook iedere keer. Ik heb met de heer Knops discussies gehad over de vraag of er nu wel of niet wordt bezuinigd. Daarover kun je met elkaar van mening verschillen, maar wij hanteren de opmerking dat Defensie wordt ontzien. Daar houden we het in dat verband ook even bij. Ik vind dat er bij het vaststellen van het regeerakkoord in 2012 een buitengewoon goede prestatie is neergezet door de stand bij Defensie als het ware op nul te houden, terwijl op heel veel andere beleidsterreinen enorm wordt bezuinigd. Ik wil dat daarom niet al te gemakkelijk wegpoetsen en ook niet al te gemakkelijk zeggen: u moet nog maar even een extra statement maken, want ik vind dat wij al voldoende statements hebben gemaakt. Ik verklaar hier onmiddellijk bij dat ik bereid ben om straks met de heer Knops nog even naar de motie te kijken.
Mevrouw Eijsink (PvdA):
Voorzitter. Mevrouw Günal-Gezer zal het deel over materieel voor haar rekening nemen.
Afgelopen vrijdag en zaterdag hadden wij fantastisch bezoek in de Tweede Kamer. Er waren zo'n 1.400 tot 1.500 veteranen, ook actief dienende veteranen, met hun partners, met hun vrouwen en soms met kinderen, met begeleiders van het ABP en van veteraneninstituten. Wat ons bindt, zijn de mannen en vrouwen die we uitzenden, de veteranen en de zorg die zij nodig hebben. Het maakt hierbij niet uit aan welke missie je hebt meegedaan of welke kleur je partij heeft. Er waren veel collega's. Ik vond het fantastisch. Ik wil hierbij ook de mensen bedanken die het grootste deel hebben georganiseerd. Die mensen zijn hier ook in de zaal aanwezig. Zij verdienen het, want zonder hen was dit niet gebeurd. We hebben een prachtige dag gehad op vrijdag en zaterdag. De minister, de Voorzitter en allerlei andere mensen waren erbij aanwezig. Het was fantastisch.
Gisteravond hebben we ook een heel goed debat gevoerd over de Europese defensiesamenwerking. Het was al eerder genoemd door een collega. De minister heeft hierbij het mandaat gekregen om volgende week ter voorbereiding van de Europese Raad over het rapport van de Hoge Vertegenwoordiger Ashton ook nog eens diep te spreken over de politieke dimensie. Het gaat hierbij om de vraag hoe parlementen meer gaan samenwerken in het kader van uitzendingen en wat dat betekent voor de soevereiniteit. Ik kan alleen maar onderschrijven dat ik de minister van harte steun in de discussie die ze al vanaf februari met deze Kamer voert. Wat de Partij van de Arbeid betreft, komt dit brede mandaat haar zeer toe. Ik ben nieuwsgierig naar het verslag van deze bijeenkomst, de verdere uitwerking en de aanpassing van het rapport van de Hoge Vertegenwoordiger.
Wij hebben vorige week al lang gesproken over de nota In het belang van Nederland, het afwegingskader, de operationele duurzaamheid, de financiële duurzaamheid en de samenwerking. Kortom, er ligt veel voor. Er is veel besproken en er moet nog veel worden gedaan. Deze gesprekken en deze debatten in de Kamer zijn momentopnames. De lange termijn gaat met name over de investeringsartikelen. Gelet op de life cycle cost en wat er allemaal moet gebeuren, hebben we stappen gezet. Die gaat de minister verder uitwerken. Het gaat allemaal nog gebeuren. Ik heb de nota bij mij. Het plan van aanpak bestaat uit vijf stappen. In 2015 moet het allemaal uitgewerkt zijn. Dan is al het eerste evaluatiemoment. Wanneer kan de Kamer meer informatie over dit evaluatiemoment ontvangen? Het is natuurlijk niet niks. De life cycle cost en de investeringsexploitatie waren altijd de bottleneck als het gaat om het financieel op orde krijgen van Defensie. Daar lagen veelal de moeilijkheden.
Ik heb twee korte vragen over het DienstenCentrum Re-integratie. De minister heeft gereageerd middels een brief. Zij heeft gezegd dat het bijna op orde is. Ik vraag haar om toch te reageren op mijn vraag van vorige week. Er wordt keihard gewerkt bij DCR, maar er zijn wel problemen. Er zijn wat mij betreft te weinig handen. Wil de minister daarop reageren?
De volgende vraag gaat over genderresolutie 1325. Die is afgelopen maandag bij het overleg over het BIV ook aan de orde geweest. Ik hoorde dat de heer Van Ojik op dit punt een motie heeft ingediend. Wij vinden het met zijn allen van belang, maar dat betekent ook dat je er capaciteit, dus personeel, voor moet hebben. Ik ga ervan uit dat er binnen de krijgsmacht één iemand is die zich hier volledig mee bezig houdt. Ik heb begrepen dat het bij de CIMIC zit. Is dat verkeerd? Mijn antwoord op die vraag is nee. Is het zichtbaar? Mijn antwoord op die vraag is ook nee. Graag krijg ik hierop een reactie.
Ik kom op de landmacht. We hebben gisteravond de brief binnengekregen. Het ging mij te snel om daar vandaag op te reageren. Ik zal bij de procedurevergadering om een technische briefing vragen.
Het is fantastisch dat morgen al een defensievliegtuig vertrekt met transport voor noodhulp aan de slachtoffers van de tyfoon in de Filippijnen. Mijn fractie onderschrijft deze vorm van samenwerken op het gebied van defensie en ontwikkelingssamenwerking. Hierbij worden mogelijkheden, middelen en mensen aan elkaar gekoppeld.
Afsluitend wil ik de minister bedanken voor haar nota, voor het gesprek en het debat tot dusver. Ook wil ik de Rekenkamer bedanken en het ministerie van Financiën, want zij zullen datgene wat voorligt samen uitwerken. Nu is die controletaak van de Kamer dus een momentopname, maar volgend jaar komen we er zeker op terug.
(…)
De uitzendbescherming is van groot belang. Daarover hebben de vakbonden terecht afspraken gemaakt voor het personeel van Defensie. Die afspraken mogen niet zomaar opzij worden gezet, maar volgens mij wordt er goed overleg over gevoerd. Ik herhaal: de uitzendbescherming — ik heb het jaren meegemaakt — is van groot belang. Dat heeft ook te maken met mijn opmerking over de zorg en nazorg voor onze mensen. Het begint bij de uitzendbescherming. Wij moeten goed kijken naar het te lang uitzenden van mensen, naar het te lang van huis zijn van mensen, en naar de omstandigheden waaronder het uitzenden plaatsvindt. De PvdA vindt dat zeer belangrijk, los van welke missie het betreft. We hebben in de loop van de tijd verschillende missies gehad. Er hebben ook aanpassingen plaatsgevonden. Neem de missie naar Afghanistan. De uitzending is aangepast van zes naar vier maanden. Dat gold ook voor de uitzending naar Irak. Dat was de allereerste keer. De uitzending was eerst voor zes maanden, maar vanwege klimatologische omstandigheden is die periode naar vier maanden gegaan. Ik heb de afgelopen jaren geconstateerd dat, als ergens sprake was van speciale omstandigheden voor de individuele militair, de individuele burger, Defensie daar uitstekend op reageert. De uitzendbescherming als totaal is van groot belang. Wij zullen daar nog naar kijken, onafhankelijk van de missie, want er ligt nog geen verder verzoek met betrekking tot de Patriot voor.
Mevrouw Günal-Gezer (PvdA):
Voorzitter. Ik ben blij dat ik vandaag als woordvoerder defensiematerieel het woord mag voeren, want dat geeft mij de kans om onze militairen mijn dankbaarheid en waardering uit te spreken namens mijn fractie, de fractie van de PvdA. Immers, het materieel staat natuurlijk niet op zichzelf. Het staat ten dienste van onze mannen en vrouwen die hun werk onder risicovolle omstandigheden moeten uitvoeren. Ze moeten in staat worden gesteld om dat werk zo goed en zo veilig mogelijk te doen.
Ik ga een aantal onderwerpen uit de begroting aan de orde stellen, te beginnen bij de marine. Het succes van de Nederlandse deelname aan de piraterijbestrijding laat zien hoe belangrijk het is om te kunnen beschikken over een goed uitgeruste marine. Ook beschikt Nederland over verkenners van de maritieme cluster. Een belangrijke vraag hierbij is hoe we ervoor kunnen zorgen dat deze kennis behouden blijft en het marinematerieel op orde.
De PvdA-fractie vindt het een goede zaak dat het Joint Support Ship (JSS) behouden blijft en dat de minister gaat onderzoeken in hoeverre dit schip in internationale samenwerkingsverbanden gebruikt kan worden. Hoe zit het met de oorspronkelijk geplande kade in Den Helder om met het schip vanuit en in Den Helder te kunnen werken? Het schip is te lang en vereist een bepaalde kadelengte die er nu niet is. Dit onderwerp is niet teruggekomen bij de gesprekken over begrotingsafspraken. Uiteraard zijn wij blij dat het JSS doorgaat, maar we willen voorkomen dat Defensie met enorme exploitatiekosten achteraf geconfronteerd wordt, omdat men anders afhankelijk is van de commerciële haven in Vlissingen.
De inzet van mijn fractie is om alle faciliteiten duidelijk te hebben die aan de voorkant nodig zijn om het JSS in vaart te nemen en te houden, evenals de investeringen die daarmee gepaard gaan. Daarop wil ik een helder antwoord van de minister krijgen. Behalve over het JSS beschikt de Koninklijke Marine ook nog over drie grote projecten, namelijk fregatten, mijnenbestrijding en onderzeeboten. Hoe ziet de minister de toekomstige investeringen in het zogeheten blauwe cluster? Om dezelfde succesvolle stappen op het vlak van technologie en bedrijfsvoering als bij de patrouilleschepen te kunnen zetten, is nog wel het nodige denkwerk vereist. Welke speerpunten op het vlak van technologie en bedrijfsvoering zijn er bij de volgende generatie platforms voor de Marine? Wanneer gaat de minister de voorbereidingen opstarten, ook in internationaal verband? Op welke termijn wordt het overleg hierover gestart?
Het richtsnoer van een investeringsquote van 20% blijft in de begroting overeind. In deze begroting wordt dat percentage, ook op de lange termijn, niet bereikt. Dat was in de vorige begroting wel het geval. Bovendien is het dal in de grafiek dieper dan in de grafiek die in de vorige begroting stond. De stijgende lijn van de investeringsquote is een jaar uitgesteld, maar een toelichting ontbreekt. Welke projecten worden uitgesteld? Kan de minister toezeggen om in volgende begrotingen een toelichting bij de berekening van de investeringsquote op te nemen, inclusief verwijzingen naar gebruikte gegevens uit diezelfde begroting? Kan de minister toelichten waarom zowel de daling als de stijging in de grafiek van de investeringsquote een jaar is uitgesteld? Welke investeringen zijn uitgesteld of afgesteld? Wijkt de ontwikkeling van de investeringsquote in Nederland af van die in de ons omringende landen, waar ook wordt bezuinigd op defensie?
Zoals al eerder is gezegd, is door de begrotingsafspraken het toekomstperspectief van zowel het JSS als het 45ste pansterinfanteriebalaljon veranderd. De Partij van de Arbeid is daarmee blij. Dit heeft echter ook gevolgen voor het bevoorradingsschip Zijner Majesteits Amsterdam. Dat schip zou tot 2020 in de vaart blijven, maar wordt door het behoud van het JSS overbodig. Dit schip wordt dus alsnog uit de vaart genomen en gereedgemaakt voor afstoting. Dit gebeurt, terwijl er nog verschillende projecten sinds 2008 op de lijst van af te stoten materieel staan en nog altijd niet zijn verkocht. Het is ook niet duidelijk waarom ze in 2013 nog niet zijn verkocht. Daarom wil ik van de minister weten of er wel een markt is voor dit materieel. Hoe zijn de vooruitzichten? Zijn ze reëel? In hoeverre zijn de bedragen die opgenomen zijn in de begroting nog reëel?
Ik wil nog iets zeggen over de samenwerking tussen Defensie en het bedrijfsleven. Mijn fractie vindt samenwerking tussen de defensie-industrie en kennisinstellingen een belangrijk punt bij het verwerven van materieel. Deze samenwerking is niet alleen voor Defensie belangrijk, maar voor de hele Nederlandse economie en voor de werkgelegenheid. Investeringen in innovatie, kennis en nieuwe technologieën verdienen zich bovendien meer dan terug. Een goed voorbeeld van samenwerking met de industrie is de samenwerking bij het zogenaamde Land Maintenance Initiative. Wanneer worden vervolgstappen gezet bij deze samenwerking? Die zijn nodig om tot meer verdieping en verbreding te komen.
Het outsourcen van diensten kan Defensie ontzorgen en perspectief bieden op besparingen. De daaruit voortkomende voordelen kunnen vervolgens worden gebruikt voor het op peil houden van de operationele capaciteit. Daarom is het van belang dat de beoogde projecten voor outsourcing voortvarend worden uitgevoerd. Tot nu toe zijn weinig concrete resultaten bereikt. Wat is daarvan de reden? Waarom worden projecten steeds uitgesteld?
Er zijn bij de partners grote zorgen over de ICT-sourcing. Besluitvorming daarover is in aantocht. Op basis van negatieve ervaringen uit het verleden heeft de gehele industrie en de professionele ICT-wereld Defensie met klem aangeraden om deze outsourcing in één kavel aan te besteden, en dus niet op te knippen. Toch wil Defensie dit gaan opknippen in twee kavels. Ook uit de conclusies van het door Defensie zelfs aangevraagde advies blijkt dat aanbesteden in één kavel beter is. Duitsland is ons daarbij voorgegaan. Daar heeft men het project in één kavel aanbesteed. Dit kon daar worden afgerond binnen het gestelde budget en de beschikbare tijd. Is de minister op de hoogte van de adviezen om ICT-sourcing als één kavel bij één partij aan te besteden en niet op te knippen? Kan zij toezeggen dat zij deze adviezen, en het goede voorbeeld uit Duitsland, zal overnemen? Kan zij garanderen dat Defensie niet weer zelf het wiel gaat uitvinden?
Een ander moeizam outsourcingproject is het onderhoud van de Cougar. Het principebesluit is al in 2011 genomen, maar er is nog steeds geen duidelijkheid, terwijl de helikopter nog maar enkele jaren in operationele dienst blijft. Kan de minister zich inzetten voor een snelle eindsprint in dit project?
Mijn laatste punt gaat over CODEMO, het fonds waarop ik vorig jaar samen met collega Vuijk een amendement heb ingediend. De PvdA-fractie is zeer enthousiast over de inzet van dit fonds, waarmee de ontwikkeling van innovatieve militaire producten door midden- en kleinbedrijf financieel ondersteund wordt. Bij Defensie en het bedrijfsleven is er veel tevredenheid over het fonds, maar er zijn nog een aantal aandachtspunten die ik graag aan de minister mee geef, om daarop te reageren. Omdat het fonds een virtueel en geen fysiek fonds is, werkt dat vertragend voor de ingediende projecten. Het geld ligt niet op de plank, maar zit in de projecten, waar de ingediende innovatieve producten qua behoefte bij moeten passen. Het zou het hele proces van doorlooptijden aanzienlijk verkorten als het omgezet kan worden naar een echt fysiek fonds. Dit is ook belangrijk voor het kunnen inboeken van de royalty's die terug moeten komen. Is de minister bereid, CODEMO zo snel mogelijk om te zetten in een echt fonds? Hoewel het fonds eigenlijk is opgericht om mkb-bedrijven te ondersteunen bij de ontwikkeling van innovatieve producten, gebeurt het in de huidige situatie toch dat grote bedrijven ook aanvragen kunnen indienen, met als consequentie dat het fonds snel leeg raakt. Is de minister bereid, het fonds alleen te bestemmen voor mkb-bedrijven en, zoals bij de defensie-innovatiecompetitie, grote bedrijven uit te sluiten?
(Bron: verslag Tweede Kamer, deel 1 en deel 2, 13 november 2013)
Labels:
begroting,
Defensie,
PvdA,
Tweede Kamer,
VVD
vrijdag 25 oktober 2013
Aanvulling op de nota ‘In het belang van Nederland’
de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Plein 2
2511 CR Den Haag
Datum 25 oktober 2013
Betreft Aanvulling op de nota ‘In het belang van Nederland’
Inleiding
De begrotingsafspraken 2014 die op 11 oktober jongstleden zijn gepresenteerd (Kamerstuk 33 750, nr. 19), bevatten goed nieuws voor Defensie. Voor het eerst sinds lange tijd komen er extra middelen beschikbaar, in totaal € 115 miljoen structureel vanaf 2015. Ik ben daar dankbaar voor. De extra middelen bestaan uit een intensivering van € 25 miljoen voor regionale werkgelegenheid en een intensivering van € 90 miljoen voor Defensie.
In deze brief schets ik de gevolgen van de begrotingsafspraken voor Defensie, in het bijzonder voor de maatregelen die ik heb aangekondigd in de nota ‘In het belang van Nederland’ (Kamerstuk 33 763, nr. 1 van 17 september 2013, in deze brief verder aangeduid als de nota). Deze brief vormt dan ook een aanvulling op die nota. Ook ga ik in op de gevolgen voor het vastgoed. Daarmee voldoe ik aan het verzoek van de vaste commissie voor Defensie (kenmerk 2013Z19728/2013D40752 van 15 oktober 2013).
Algemeen
De begrotingsafspraken doen niet af aan de analyse en de richtinggevende keuzes zoals uiteengezet in de nota. In een onzekere wereld kiest het kabinet voor een operationeel en financieel duurzame krijgsmacht, gericht op (internationale) samenwerking. Een krijgsmacht die, zowel in nationaal als in internationaal verband, kwalitatief hoogwaardige bijdragen kan leveren in uiteenlopende situaties. Dit alles in het belang van onze vrijheid, veiligheid en welvaart.
De extra middelen uit de begrotingsafspraken beperken de financiële problematiek die Defensie moet oplossen en stellen mij in staat een aantal pijnlijke maatregelen te verzachten of terug te draaien. Hierbij is vooral gekeken naar de maatregelen die gevolgen hadden voor de operationele capaciteit én het personeel van de krijgsmacht. In overeenstemming met de nieuwe begrotingsafspraken speelt ook het behoud van werkgelegenheid, vooral in krimpregio's, een belangrijke rol. Pagina 1 van 6
(...)
Intensivering regionale werkgelegenheid
Een van de intensiveringen in de begrotingsafspraken betreft € 50 miljoen voor regionale werkgelegenheid vanaf 2015. De helft hiervan, € 25 miljoen, komt ten goede aan Defensie. Dit bedrag wordt conform de begrotingsafspraken ingezet om de Johan Willem Frisokazerne in Assen open te houden en 45 Pantserinfanteriebataljon te behouden.
Behoud Johan Willem Frisokazerne in Assen
Voor Assen worden alle maatregelen ongedaan gemaakt. 13 Infanteriebataljon, dat deel uitmaakt van 11 Luchtmobiele Brigade, hoeft niet te verhuizen naar Havelte en blijft in Assen gehuisvest, evenals de andere eenheden die in deze kazerne gelegerd zijn. Hiermee wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het behoud van werkgelegenheid in Drenthe.
Behoud 45 Pantserinfanteriebataljon
Met het behoud van 45 Pantserinfanteriebataljon wordt een van de zwaarste ingrepen teruggedraaid. Dit komt de operationele capaciteit en de regionale werkgelegenheid ten goede. Het bataljon is thans gehuisvest in Ermelo, maar zal volgens het eerder aan de Kamer voorgelegde Herbeleggingsplan Vastgoed Defensie (fase 1, Kamerstuk 32 733, nr. 47 van 27 oktober 2011) worden verplaatst naar Havelte. Op deze manier wordt voorkomen dat in Havelte alsnog 700 beoogde arbeidsplaatsen verloren gaan. Een extra bijdrage aan de werkgelegenheid in Drenthe dus. Dit gaat niet ten koste van de werkgelegenheid in Ermelo. Hier wordt de vrijgekomen ruimte gevuld door het Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen (IDGO) en de Koninklijke Militaire School (KMS). Dit betreft in totaal 700 tot 1.000 mensen (staf en leerlingen) meer dan in de huidige situatie. De gemeente Ermelo en Defensie zijn in goed overleg tot deze keuze gekomen, onder meer vanwege de beschikbare ruimte in Ermelo en de kosten die in Ermelo en Havelte al voor de verhuizing van de eenheden zijn gemaakt. Hiermee komt in Ermelo het zwaartepunt te liggen op opleidingen en geneeskundige eenheden, terwijl in Havelte het grootste gedeelte van 43 Gemechaniseerde Brigade wordt geconcentreerd.
Omvorming 13 Gemechaniseerde Brigade naar gemotoriseerde brigade
Het bedrag van € 25 miljoen is op zichzelf niet voldoende om (naast het openhouden van de kazerne in Assen) 45 Pantserinfanteriebataljon te behouden. Dit is wel mogelijk in combinatie met een flankerende maatregel, namelijk de omvorming van 13 Gemechaniseerde Brigade in Oirschot tot een gemotoriseerde brigade. Dit betekent dat de daar aanwezige CV90’s worden vervangen door een combinatie van bij Defensie aanwezige dan wel instromende wielvoertuigen (Bushmaster, Mercedes-Benz, Fennek en Boxer).
De helft van deze CV90’s (44) wordt afgestoten. De andere helft wordt aangehouden voor opleiding en training, als logistieke reserve en voor reservedelen. Dit levert een aanzienlijke structurele besparing op.
In de nieuwe opzet zal de operationele kern van het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) bestaan uit drie unieke capaciteiten, waarmee het in alle inzetscenario’s een bijdrage kan leveren: een luchtmobiele brigade in het oosten (met twee bataljons in Schaarsbergen en één in Assen), een gemechaniseerde brigade in het noorden (met twee bataljons in Havelte) en een gemotoriseerde brigade in het zuiden (met twee bataljons in Oirschot). De luchtmobiele brigade blijft een belangrijke initial entry capaciteit van de landstrijdkrachten, al dan niet samen met het Korps Commandotroepen. Deze samenwerking, die specifiek het derde luchtmobiele bataljon betreft, zal nog nader gestalte worden gegeven. Zoals aangekondigd in de nota, zal dit derde bataljon alleen nog de basisopleiding Air Assault krijgen. Het zal echter niet worden gemotoriseerd. Deze opzet biedt het CLAS een verbetering van de operationele duurzaamheid en meer mogelijkheden voor samenwerking met België en Duitsland.
Intensivering Defensie
De intensivering voor Defensie in de begrotingsafspraken bedraagt € 50 miljoen voor 2014, oplopend tot € 90 miljoen vanaf 2015. Een deel van deze middelen dient echter om het niet volledig uitkeren van de prijscompensatie in 2014 op te vangen (zie voetnoot bij tabel in bijlage van Kamerstuk 33 750, nr. 23 van 16 oktober 2013). Ik reserveer hiervoor een bedrag van € 49 miljoen. De resterende € 41 miljoen wil ik gebruiken om maatregelen in het operationele domein te verzachten dan wel terug te draaien. Dit heeft in alle gevallen positieve effecten voor de (regionale) werkgelegenheid.
Vliegbasis Leeuwarden
Een deel van de intensivering in de begrotingsafspraken komt ten goede van het exploitatiebudget van het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK). Hierdoor komt de maatregel om de vliegbasis Leeuwarden vooruitlopend op de invoering van de F-35 om te vormen van Main Operating Base (MOB) naar een kleinere Deployable Operating Base (DOB) te vervallen. Het voortzettingsvermogen van de F-16 jachtvliegtuigen verbetert door het handhaven van onderhoudscapaciteit. Handhaving van de MOB-status vergemakkelijkt bovendien de beheerste transitie in verband met de invoering van twee nieuwe wapensystemen, namelijk de F-35 én de MALE UAV. Door deze maatregel terug te draaien wordt er - ook voor het betrokken personeel - rust gecreëerd. De toekomstige inrichting van de vliegbasis Leeuwarden zal in de transitieplannen voor de invoering van de F-35 en de MALE UAV worden opgenomen. Ook blijft er op deze manier werkgelegenheid behouden in een kwetsbare regio.
Verder voorkomt het terugdraaien van deze maatregel een stapeling van reorganisaties. De omvorming naar DOB zou namelijk beginnen terwijl de lopende reorganisatie, een gevolg van de beleidsbrief 2011, net is voltooid. Na de omvorming tot DOB zouden vervolgreorganisaties zich aandienen in verband met de vervanging van de F-16 door de F-35 en de invoering van de MALE UAV.
Het terugdraaien van de maatregel heeft overigens geen gevolgen voor het exploitatiebudget van de F-35. Dat blijft maximaal € 270 miljoen per jaar, zoals in de nota is gemeld. Op de verdere planning van de invoering van de F-35 zal ik ingaan in de D-brief over de Vervanging van de F-16 dat ik begin 2015 naar de Kamer zal sturen.
Joint Support Ship
Zoals gemeld in de nota is de belangrijkste reden om het Joint Support Ship (JSS) niet in dienst te nemen het goeddeels vervallen van twee van de drie pijlers onder het concept van dit schip: het vervoer van zware wapens (de gevechtstanks zijn afgestoten) en het ondersteunen van landoperaties vanuit zee met Chinook-helikopters (vraagdemping helikoptervlieguren).
Die argumentatie geldt vooral in nationaal perspectief. Sinds het verschijnen van de nota op 17 september jl. is gebleken dat er internationaal, en meer dan verwacht, belangstelling bestaat voor medegebruik van het JSS. Ik wil om die reden de mogelijkheden nader onderzoeken om het JSS samen met andere landen te gebruiken. In Navo- en EU-verband vormt dit schip immers een nichecapaciteit. In een recent overleg met de vaste commissie voor Defensie is dit ook aan de orde gekomen. Deze benadering sluit naadloos aan bij het streven naar verdieping van internationale samenwerking, een van de centrale thema’s in de nota.
Een en ander impliceert dat het JSS in dienst zal worden gesteld, in eerste instantie voor de maritieme bevoorradingsfunctie (de derde pijler) en met een gereduceerde bemanning. Voor eind 2015 zal ik duidelijkheid bieden over de mogelijkheden van gezamenlijk gebruik en de hiervoor benodigde internationale partner(s). In samenhang hiermee kan het huidige bevoorradingsschip Zr.Ms. Amsterdam na de indienststelling van het JSS alsnog uit de vaart worden genomen en gereedgemaakt voor afstoting.
Marinierscompagnie Aruba
Mede op grond van de ervaringen op Curaçao met het rouleren van compagnieën vanuit Nederland, is in de nota besloten dit systeem ook op Aruba in te voeren. Het rouleren van compagnieën vanuit Nederland betekent echter wel een aanzienlijke beslaglegging op de beschikbare capaciteit. In Nederland zelf is een compagnie bezig met de voorbereiding op een periode op Aruba, terwijl een derde compagnie net terug is van Aruba en niet direct voor andere taken inzetbaar is. De extra middelen uit het begrotingsakkoord maken het mogelijk deze maatregel terug te draaien. De bataljons in Nederland blijven zo intact, waardoor de inzetbaarheid in operaties toeneemt.
Helikoptercapaciteit
De komende jaren zal er extra worden geïnvesteerd in een simulator voor de Chinook-helikopter. De simulator zal worden gebruikt om personeel op te leiden en gekwalificeerd te houden. Deze investering heeft een direct en structureel effect op de operationele beschikbaarheid van de Chinook. Dit komt ook de getraindheid en inzetbaarheid van andere eenheden ten goede.
Gevolgen
De inzetbaarheidsdoelstellingen van de krijgsmacht, zoals opgenomen in de nota, blijven na deze heroverweging ongewijzigd van kracht. De personele capaciteit van zowel gevechtseenheden als ondersteunende eenheden wordt doelgericht versterkt. Dit is goed voor het voortzettingsvermogen en de werkgelegenheid. Een internationale nichecapaciteit, het JSS, wordt behouden. Bovendien wordt de
bedrijfsvoering van het CLSK, tijdens een veeleisende transitieperiode, eenvoudiger.
Personele gevolgen
De begrotingsafspraken van 11 oktober stellen mij in staat de huidige regeling voor de compensatie van de WUL te handhaven. Verder kan ik een aantal maatregelen uit de nota verzachten of zelfs terugdraaien. Het behoud van werkgelegenheid is in dezen een belangrijk uitgangspunt geweest.
Als gevolg van de heroverwegingen die ik in deze brief heb uiteengezet, neemt het eerder voorziene verlies aan arbeidsplaatsen met (naar schatting) 1.400 af, van ongeveer 2.400 (zie Kamerbrief 33 763, nr. 3 van 17 september 2013) naar ongeveer 1.000. De exacte personele gevolgen worden momenteel nog uitgewerkt, maar naar verwachting zal het aantal medewerkers dat extern moet worden bemiddeld aanzienlijk afnemen ten opzichte van de eerder genoemde 700 tot 900. Dit staat los van de overtolligheid als gevolg van de maatregelen uit de beleidsbrief 2011, waarop de begrotingsafspraken verder geen invloed hebben.
Gevolgen voor vastgoed
Van de vijf belangrijkste vastgoedmaatregelen in de nota (de sluiting van Assen, Rotterdam, Texel en Nieuw Milligen en het stringenter toepassen van normen), kan nu de sluiting van Assen worden teruggedraaid. De overige vier maatregelen blijven in stand.
Financiële gevolgen
Van de € 115 miljoen aan extra middelen die vanaf 2015 aan de defensiebegroting worden toegevoegd, reserveert Defensie zoals gezegd structureel € 49 miljoen om het deel van de prijscompensatie dat niet wordt uitgekeerd in 2014 op te vangen. De resterende € 66 miljoen wordt ingezet om de financiële problematiek te verminderen en maatregelen uit de nota te herzien. De financiële problematiek neemt hierdoor af, van € 348 miljoen tot € 282 miljoen. De maatregelen uit de nota die wel in stand blijven, zijn voldoende om deze resterende problematiek structureel op te lossen (zie bijlage). Er is daarmee onverminderd sprake van een financieel duurzame oplossing.
In het voorjaar van 2014 wordt volgens de begrotingsafspraken vooralsnog € 50 miljoen aan de defensiebegroting toegevoegd. Hiermee zal naar verwachting het effect van de onvolledige uitkering van de prijscompensatie kunnen worden opgevangen. Om de maatregelen in deze brief uit te voeren, zullen direct stappen moeten worden gezet die voor een deel al in 2014 budgettaire gevolgen hebben. Ik bezie momenteel in overleg met de minister van Financiën hoe dit kan worden ingepast in de defensiebegroting. De Kamer ontvangt voor de begrotingsbehandeling een nota van wijziging.
Er is, ten slotte, sprake van een korting op de subsidie in het kader van het bedrijfslevenbeleid. De korting,
op het innovatiebudget van Defensie, loopt op tot € 1 miljoen in 2015.
DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
(ministerie van Defensie, 25 oktober 2013)
Plein 2
2511 CR Den Haag
Datum 25 oktober 2013
Betreft Aanvulling op de nota ‘In het belang van Nederland’
Inleiding
De begrotingsafspraken 2014 die op 11 oktober jongstleden zijn gepresenteerd (Kamerstuk 33 750, nr. 19), bevatten goed nieuws voor Defensie. Voor het eerst sinds lange tijd komen er extra middelen beschikbaar, in totaal € 115 miljoen structureel vanaf 2015. Ik ben daar dankbaar voor. De extra middelen bestaan uit een intensivering van € 25 miljoen voor regionale werkgelegenheid en een intensivering van € 90 miljoen voor Defensie.
In deze brief schets ik de gevolgen van de begrotingsafspraken voor Defensie, in het bijzonder voor de maatregelen die ik heb aangekondigd in de nota ‘In het belang van Nederland’ (Kamerstuk 33 763, nr. 1 van 17 september 2013, in deze brief verder aangeduid als de nota). Deze brief vormt dan ook een aanvulling op die nota. Ook ga ik in op de gevolgen voor het vastgoed. Daarmee voldoe ik aan het verzoek van de vaste commissie voor Defensie (kenmerk 2013Z19728/2013D40752 van 15 oktober 2013).
Algemeen
De begrotingsafspraken doen niet af aan de analyse en de richtinggevende keuzes zoals uiteengezet in de nota. In een onzekere wereld kiest het kabinet voor een operationeel en financieel duurzame krijgsmacht, gericht op (internationale) samenwerking. Een krijgsmacht die, zowel in nationaal als in internationaal verband, kwalitatief hoogwaardige bijdragen kan leveren in uiteenlopende situaties. Dit alles in het belang van onze vrijheid, veiligheid en welvaart.
De extra middelen uit de begrotingsafspraken beperken de financiële problematiek die Defensie moet oplossen en stellen mij in staat een aantal pijnlijke maatregelen te verzachten of terug te draaien. Hierbij is vooral gekeken naar de maatregelen die gevolgen hadden voor de operationele capaciteit én het personeel van de krijgsmacht. In overeenstemming met de nieuwe begrotingsafspraken speelt ook het behoud van werkgelegenheid, vooral in krimpregio's, een belangrijke rol. Pagina 1 van 6
(...)
Intensivering regionale werkgelegenheid
Een van de intensiveringen in de begrotingsafspraken betreft € 50 miljoen voor regionale werkgelegenheid vanaf 2015. De helft hiervan, € 25 miljoen, komt ten goede aan Defensie. Dit bedrag wordt conform de begrotingsafspraken ingezet om de Johan Willem Frisokazerne in Assen open te houden en 45 Pantserinfanteriebataljon te behouden.
Behoud Johan Willem Frisokazerne in Assen
Voor Assen worden alle maatregelen ongedaan gemaakt. 13 Infanteriebataljon, dat deel uitmaakt van 11 Luchtmobiele Brigade, hoeft niet te verhuizen naar Havelte en blijft in Assen gehuisvest, evenals de andere eenheden die in deze kazerne gelegerd zijn. Hiermee wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het behoud van werkgelegenheid in Drenthe.
Behoud 45 Pantserinfanteriebataljon
Met het behoud van 45 Pantserinfanteriebataljon wordt een van de zwaarste ingrepen teruggedraaid. Dit komt de operationele capaciteit en de regionale werkgelegenheid ten goede. Het bataljon is thans gehuisvest in Ermelo, maar zal volgens het eerder aan de Kamer voorgelegde Herbeleggingsplan Vastgoed Defensie (fase 1, Kamerstuk 32 733, nr. 47 van 27 oktober 2011) worden verplaatst naar Havelte. Op deze manier wordt voorkomen dat in Havelte alsnog 700 beoogde arbeidsplaatsen verloren gaan. Een extra bijdrage aan de werkgelegenheid in Drenthe dus. Dit gaat niet ten koste van de werkgelegenheid in Ermelo. Hier wordt de vrijgekomen ruimte gevuld door het Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen (IDGO) en de Koninklijke Militaire School (KMS). Dit betreft in totaal 700 tot 1.000 mensen (staf en leerlingen) meer dan in de huidige situatie. De gemeente Ermelo en Defensie zijn in goed overleg tot deze keuze gekomen, onder meer vanwege de beschikbare ruimte in Ermelo en de kosten die in Ermelo en Havelte al voor de verhuizing van de eenheden zijn gemaakt. Hiermee komt in Ermelo het zwaartepunt te liggen op opleidingen en geneeskundige eenheden, terwijl in Havelte het grootste gedeelte van 43 Gemechaniseerde Brigade wordt geconcentreerd.
Omvorming 13 Gemechaniseerde Brigade naar gemotoriseerde brigade
Het bedrag van € 25 miljoen is op zichzelf niet voldoende om (naast het openhouden van de kazerne in Assen) 45 Pantserinfanteriebataljon te behouden. Dit is wel mogelijk in combinatie met een flankerende maatregel, namelijk de omvorming van 13 Gemechaniseerde Brigade in Oirschot tot een gemotoriseerde brigade. Dit betekent dat de daar aanwezige CV90’s worden vervangen door een combinatie van bij Defensie aanwezige dan wel instromende wielvoertuigen (Bushmaster, Mercedes-Benz, Fennek en Boxer).
De helft van deze CV90’s (44) wordt afgestoten. De andere helft wordt aangehouden voor opleiding en training, als logistieke reserve en voor reservedelen. Dit levert een aanzienlijke structurele besparing op.
In de nieuwe opzet zal de operationele kern van het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) bestaan uit drie unieke capaciteiten, waarmee het in alle inzetscenario’s een bijdrage kan leveren: een luchtmobiele brigade in het oosten (met twee bataljons in Schaarsbergen en één in Assen), een gemechaniseerde brigade in het noorden (met twee bataljons in Havelte) en een gemotoriseerde brigade in het zuiden (met twee bataljons in Oirschot). De luchtmobiele brigade blijft een belangrijke initial entry capaciteit van de landstrijdkrachten, al dan niet samen met het Korps Commandotroepen. Deze samenwerking, die specifiek het derde luchtmobiele bataljon betreft, zal nog nader gestalte worden gegeven. Zoals aangekondigd in de nota, zal dit derde bataljon alleen nog de basisopleiding Air Assault krijgen. Het zal echter niet worden gemotoriseerd. Deze opzet biedt het CLAS een verbetering van de operationele duurzaamheid en meer mogelijkheden voor samenwerking met België en Duitsland.
Intensivering Defensie
De intensivering voor Defensie in de begrotingsafspraken bedraagt € 50 miljoen voor 2014, oplopend tot € 90 miljoen vanaf 2015. Een deel van deze middelen dient echter om het niet volledig uitkeren van de prijscompensatie in 2014 op te vangen (zie voetnoot bij tabel in bijlage van Kamerstuk 33 750, nr. 23 van 16 oktober 2013). Ik reserveer hiervoor een bedrag van € 49 miljoen. De resterende € 41 miljoen wil ik gebruiken om maatregelen in het operationele domein te verzachten dan wel terug te draaien. Dit heeft in alle gevallen positieve effecten voor de (regionale) werkgelegenheid.
Vliegbasis Leeuwarden
Een deel van de intensivering in de begrotingsafspraken komt ten goede van het exploitatiebudget van het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK). Hierdoor komt de maatregel om de vliegbasis Leeuwarden vooruitlopend op de invoering van de F-35 om te vormen van Main Operating Base (MOB) naar een kleinere Deployable Operating Base (DOB) te vervallen. Het voortzettingsvermogen van de F-16 jachtvliegtuigen verbetert door het handhaven van onderhoudscapaciteit. Handhaving van de MOB-status vergemakkelijkt bovendien de beheerste transitie in verband met de invoering van twee nieuwe wapensystemen, namelijk de F-35 én de MALE UAV. Door deze maatregel terug te draaien wordt er - ook voor het betrokken personeel - rust gecreëerd. De toekomstige inrichting van de vliegbasis Leeuwarden zal in de transitieplannen voor de invoering van de F-35 en de MALE UAV worden opgenomen. Ook blijft er op deze manier werkgelegenheid behouden in een kwetsbare regio.
Verder voorkomt het terugdraaien van deze maatregel een stapeling van reorganisaties. De omvorming naar DOB zou namelijk beginnen terwijl de lopende reorganisatie, een gevolg van de beleidsbrief 2011, net is voltooid. Na de omvorming tot DOB zouden vervolgreorganisaties zich aandienen in verband met de vervanging van de F-16 door de F-35 en de invoering van de MALE UAV.
Het terugdraaien van de maatregel heeft overigens geen gevolgen voor het exploitatiebudget van de F-35. Dat blijft maximaal € 270 miljoen per jaar, zoals in de nota is gemeld. Op de verdere planning van de invoering van de F-35 zal ik ingaan in de D-brief over de Vervanging van de F-16 dat ik begin 2015 naar de Kamer zal sturen.
Joint Support Ship
Zoals gemeld in de nota is de belangrijkste reden om het Joint Support Ship (JSS) niet in dienst te nemen het goeddeels vervallen van twee van de drie pijlers onder het concept van dit schip: het vervoer van zware wapens (de gevechtstanks zijn afgestoten) en het ondersteunen van landoperaties vanuit zee met Chinook-helikopters (vraagdemping helikoptervlieguren).
Die argumentatie geldt vooral in nationaal perspectief. Sinds het verschijnen van de nota op 17 september jl. is gebleken dat er internationaal, en meer dan verwacht, belangstelling bestaat voor medegebruik van het JSS. Ik wil om die reden de mogelijkheden nader onderzoeken om het JSS samen met andere landen te gebruiken. In Navo- en EU-verband vormt dit schip immers een nichecapaciteit. In een recent overleg met de vaste commissie voor Defensie is dit ook aan de orde gekomen. Deze benadering sluit naadloos aan bij het streven naar verdieping van internationale samenwerking, een van de centrale thema’s in de nota.
Een en ander impliceert dat het JSS in dienst zal worden gesteld, in eerste instantie voor de maritieme bevoorradingsfunctie (de derde pijler) en met een gereduceerde bemanning. Voor eind 2015 zal ik duidelijkheid bieden over de mogelijkheden van gezamenlijk gebruik en de hiervoor benodigde internationale partner(s). In samenhang hiermee kan het huidige bevoorradingsschip Zr.Ms. Amsterdam na de indienststelling van het JSS alsnog uit de vaart worden genomen en gereedgemaakt voor afstoting.
Marinierscompagnie Aruba
Mede op grond van de ervaringen op Curaçao met het rouleren van compagnieën vanuit Nederland, is in de nota besloten dit systeem ook op Aruba in te voeren. Het rouleren van compagnieën vanuit Nederland betekent echter wel een aanzienlijke beslaglegging op de beschikbare capaciteit. In Nederland zelf is een compagnie bezig met de voorbereiding op een periode op Aruba, terwijl een derde compagnie net terug is van Aruba en niet direct voor andere taken inzetbaar is. De extra middelen uit het begrotingsakkoord maken het mogelijk deze maatregel terug te draaien. De bataljons in Nederland blijven zo intact, waardoor de inzetbaarheid in operaties toeneemt.
Helikoptercapaciteit
De komende jaren zal er extra worden geïnvesteerd in een simulator voor de Chinook-helikopter. De simulator zal worden gebruikt om personeel op te leiden en gekwalificeerd te houden. Deze investering heeft een direct en structureel effect op de operationele beschikbaarheid van de Chinook. Dit komt ook de getraindheid en inzetbaarheid van andere eenheden ten goede.
Gevolgen
De inzetbaarheidsdoelstellingen van de krijgsmacht, zoals opgenomen in de nota, blijven na deze heroverweging ongewijzigd van kracht. De personele capaciteit van zowel gevechtseenheden als ondersteunende eenheden wordt doelgericht versterkt. Dit is goed voor het voortzettingsvermogen en de werkgelegenheid. Een internationale nichecapaciteit, het JSS, wordt behouden. Bovendien wordt de
bedrijfsvoering van het CLSK, tijdens een veeleisende transitieperiode, eenvoudiger.
Personele gevolgen
De begrotingsafspraken van 11 oktober stellen mij in staat de huidige regeling voor de compensatie van de WUL te handhaven. Verder kan ik een aantal maatregelen uit de nota verzachten of zelfs terugdraaien. Het behoud van werkgelegenheid is in dezen een belangrijk uitgangspunt geweest.
Als gevolg van de heroverwegingen die ik in deze brief heb uiteengezet, neemt het eerder voorziene verlies aan arbeidsplaatsen met (naar schatting) 1.400 af, van ongeveer 2.400 (zie Kamerbrief 33 763, nr. 3 van 17 september 2013) naar ongeveer 1.000. De exacte personele gevolgen worden momenteel nog uitgewerkt, maar naar verwachting zal het aantal medewerkers dat extern moet worden bemiddeld aanzienlijk afnemen ten opzichte van de eerder genoemde 700 tot 900. Dit staat los van de overtolligheid als gevolg van de maatregelen uit de beleidsbrief 2011, waarop de begrotingsafspraken verder geen invloed hebben.
Gevolgen voor vastgoed
Van de vijf belangrijkste vastgoedmaatregelen in de nota (de sluiting van Assen, Rotterdam, Texel en Nieuw Milligen en het stringenter toepassen van normen), kan nu de sluiting van Assen worden teruggedraaid. De overige vier maatregelen blijven in stand.
Financiële gevolgen
Van de € 115 miljoen aan extra middelen die vanaf 2015 aan de defensiebegroting worden toegevoegd, reserveert Defensie zoals gezegd structureel € 49 miljoen om het deel van de prijscompensatie dat niet wordt uitgekeerd in 2014 op te vangen. De resterende € 66 miljoen wordt ingezet om de financiële problematiek te verminderen en maatregelen uit de nota te herzien. De financiële problematiek neemt hierdoor af, van € 348 miljoen tot € 282 miljoen. De maatregelen uit de nota die wel in stand blijven, zijn voldoende om deze resterende problematiek structureel op te lossen (zie bijlage). Er is daarmee onverminderd sprake van een financieel duurzame oplossing.
In het voorjaar van 2014 wordt volgens de begrotingsafspraken vooralsnog € 50 miljoen aan de defensiebegroting toegevoegd. Hiermee zal naar verwachting het effect van de onvolledige uitkering van de prijscompensatie kunnen worden opgevangen. Om de maatregelen in deze brief uit te voeren, zullen direct stappen moeten worden gezet die voor een deel al in 2014 budgettaire gevolgen hebben. Ik bezie momenteel in overleg met de minister van Financiën hoe dit kan worden ingepast in de defensiebegroting. De Kamer ontvangt voor de begrotingsbehandeling een nota van wijziging.
Er is, ten slotte, sprake van een korting op de subsidie in het kader van het bedrijfslevenbeleid. De korting,
op het innovatiebudget van Defensie, loopt op tot € 1 miljoen in 2015.
DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
(ministerie van Defensie, 25 oktober 2013)
De Karel Doorman komt toch in de vaart - minister Hennis
De Johan Willem Frisokazerne sluit niet, 45 Pantserinfanteriebataljon blijft behouden en het Joint Support Ship komt daadwerkelijk in dienst. Dat zijn enkele van de voorstellen die minister Hennis-Plasschaert vandaag doet in een brief aan de Tweede Kamer. De aanpassingen zijn mogelijk door een extra impuls van 115 miljoen euro uit het akkoord tussen de regering en een aantal oppositiepartijen.
Extra geld vrij voor Defensie
In de aanvullende brief op de nota ‘In het belang van Nederland’ schetst minister Hennis de gevolgen van de afspraken die het kabinet heeft gemaakt met Christen Unie, SGP en D66. “Deze bevatten voor ons goed nieuws. Daarvoor ben ik dankbaar. Voor het eerst sinds lange tijd komt extra geld vrij voor Defensie”. Bij het begrotingsakkoord stond naast de politieke wens voor het behoud van regionale werkgelegenheid, het behoud van operationele capaciteiten en personeel voorop. “De begrotingsafspraken doen niet af aan de analyse en richtinggevende keuzes uit de nota ‘In het belang van Nederland. De extra middelen stellen mij wel in staat een aantal pijnlijke maatregelen te verzachten of terug te draaien”, zegt Hennis.
Regionale werkgelegenheid
Met het behoud van Assen en 45 Pantserinfanteriebataljon wordt één van de zwaarste ingrepen in de operationele capaciteit van de krijgsmacht teruggedraaid. Ook komt dit de regionale werkgelegenheid ten goede. 45 Pantserinfanteriebataljon verhuist wel van Ermelo naar Havelte. In Ermelo vullen het Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen en de Koninklijke Militaire School de vrijgekomen ruimte, waardoor in Ermelo het zwaartepunt komt te liggen op opleidingen en geneeskundige eenheden terwijl in Havelte het grootste gedeelte van 43 Gemechaniseerde Brigade wordt geconcentreerd.
Gemotoriseerd
13 Gemechaniseerde Brigade in Oirschot wordt een gemotoriseerde brigade. Hierdoor bestaat de kern van de Koninklijke landmacht straks uit 3 capaciteiten. Daarmee kan in alle inzetscenario’s een bijdrage worden geleverd: een luchtmobiele brigade, een gemechaniseerde brigade en een gemotoriseerde brigade.
Simulator
Ook wordt de komende jaren extra geïnvesteerd in een simulator voor de Chinook-helikopter. Dit heeft direct en blijvend effect op de operationele beschikbaarheid van de CH-47. De maatregel om Vliegbasis Leeuwarden vooruitlopend op de invoering van de F-35 om te vormen van een ‘Main Operating Base’ naar een kleinere ‘Deployable Operating Base’ komt te vervallen.
Karel Doorman
De Karel Doorman, het Joint Support Ship (JSS), komt toch in de vaart, in eerste instantie als bevoorradingsschip. Er blijkt internationale belangstelling te bestaan voor medegebruik van het schip. In Europees en NAVO-verband is er een tekort aan ondersteuningsschepen. Minister Hennis onderzoekt de mogelijkheid de Karel Doorman met andere landen te gebruiken. Het huidige bevoorradingsschip, Zr.Ms. Amsterdam, gaat na indienststelling van het JSS uit de vaart.
Minder banen weg
Door alle heroverwegingen neemt het eerder voorziene verlies van 2.400 arbeidsplaatsen af tot 1.000. De exacte personele gevolgen worden momenteel uitgewerkt.
De belangrijkste gevolgen op een rijtje:
- De Johan Willem Frisokazerne in Assen blijft open. 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel en de andere daar gevestigde eenheden verhuizen niet.
- 45 Pantserinfanteriebataljon verhuist van Ermelo naar Havelte. In Ermelo vullen het Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen en de Koninklijke Militaire School de vrijgekomen ruimte.
- 13 Gemechaniseerde Brigade in Oirschot gaat verder als 13 Gemotoriseerde Brigade. Een combinatie van andere wielvoertuigen (Bushmaster, Mercedes-Benz, Fennek en Boxer) vervangt de CV90. De helft van deze CV90´s (44) wordt afgestoten. De andere helft wordt aangehouden voor opleiding en training, als logistieke reserve en voor reservedelen. Dit levert een aanzienlijke structurele besparing op.
- De opzet van drie verschillende brigades – 1 gemechaniseerde, 1 gemotoriseerde en 1 luchtmobiel - biedt meer mogelijkheden voor samenwerking met België en Duitsland. De motorisering van een luchtmobiele bataljon is door deze aanpassing niet meer noodzakelijk.
- De maatregel om de vliegbasis Leeuwarden vooruitlopend op de invoering van de F-35 om te vormen van een Main Operating Base naar een kleinere Deployable Operating Base vervalt. Dit heeft ook een positief effect op de werkgelegenheid ter plekke en in de regio.
- Een simulator voor de Chinook-helikopter komt in gebruik om personeel op te leiden en gekwalificeerd te houden. Deze investering heeft een direct en structureel effect op de operationele beschikbaarheid van de Chinook. Dit komt ook de getraindheid en inzetbaarheid van andere eenheden ten goede.
- Het Joint Support Ship komt vooralsnog in dienst als bevoorrader en met een gereduceerde bemanning. Het huidige bevoorradingsschip Zr. Ms. Amsterdam gaat uit dienst en wordt afgestoten.
- De marinierscompagnie op Aruba blijft.
Het eerder voorziene verlies aan arbeidsplaatsen neemt met ongeveer 1.400 af, van 2.400 naar 1.000. Hoeveel medewerkers hierdoor extern bemiddeld moeten worden, is nog niet duidelijk maar de minister verwacht dat dit aanzienlijk minder is dan eerst gedacht.
Kamerbrief: Aanvulling op de nota ‘In het belang van Nederland’
(ministerie van Defensie, 25 oktober 2013)
Extra geld vrij voor Defensie
In de aanvullende brief op de nota ‘In het belang van Nederland’ schetst minister Hennis de gevolgen van de afspraken die het kabinet heeft gemaakt met Christen Unie, SGP en D66. “Deze bevatten voor ons goed nieuws. Daarvoor ben ik dankbaar. Voor het eerst sinds lange tijd komt extra geld vrij voor Defensie”. Bij het begrotingsakkoord stond naast de politieke wens voor het behoud van regionale werkgelegenheid, het behoud van operationele capaciteiten en personeel voorop. “De begrotingsafspraken doen niet af aan de analyse en richtinggevende keuzes uit de nota ‘In het belang van Nederland. De extra middelen stellen mij wel in staat een aantal pijnlijke maatregelen te verzachten of terug te draaien”, zegt Hennis.
Regionale werkgelegenheid
Met het behoud van Assen en 45 Pantserinfanteriebataljon wordt één van de zwaarste ingrepen in de operationele capaciteit van de krijgsmacht teruggedraaid. Ook komt dit de regionale werkgelegenheid ten goede. 45 Pantserinfanteriebataljon verhuist wel van Ermelo naar Havelte. In Ermelo vullen het Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen en de Koninklijke Militaire School de vrijgekomen ruimte, waardoor in Ermelo het zwaartepunt komt te liggen op opleidingen en geneeskundige eenheden terwijl in Havelte het grootste gedeelte van 43 Gemechaniseerde Brigade wordt geconcentreerd.
Gemotoriseerd
13 Gemechaniseerde Brigade in Oirschot wordt een gemotoriseerde brigade. Hierdoor bestaat de kern van de Koninklijke landmacht straks uit 3 capaciteiten. Daarmee kan in alle inzetscenario’s een bijdrage worden geleverd: een luchtmobiele brigade, een gemechaniseerde brigade en een gemotoriseerde brigade.
Simulator
Ook wordt de komende jaren extra geïnvesteerd in een simulator voor de Chinook-helikopter. Dit heeft direct en blijvend effect op de operationele beschikbaarheid van de CH-47. De maatregel om Vliegbasis Leeuwarden vooruitlopend op de invoering van de F-35 om te vormen van een ‘Main Operating Base’ naar een kleinere ‘Deployable Operating Base’ komt te vervallen.
Karel Doorman
De Karel Doorman, het Joint Support Ship (JSS), komt toch in de vaart, in eerste instantie als bevoorradingsschip. Er blijkt internationale belangstelling te bestaan voor medegebruik van het schip. In Europees en NAVO-verband is er een tekort aan ondersteuningsschepen. Minister Hennis onderzoekt de mogelijkheid de Karel Doorman met andere landen te gebruiken. Het huidige bevoorradingsschip, Zr.Ms. Amsterdam, gaat na indienststelling van het JSS uit de vaart.
Minder banen weg
Door alle heroverwegingen neemt het eerder voorziene verlies van 2.400 arbeidsplaatsen af tot 1.000. De exacte personele gevolgen worden momenteel uitgewerkt.
De belangrijkste gevolgen op een rijtje:
- De Johan Willem Frisokazerne in Assen blijft open. 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel en de andere daar gevestigde eenheden verhuizen niet.
- 45 Pantserinfanteriebataljon verhuist van Ermelo naar Havelte. In Ermelo vullen het Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen en de Koninklijke Militaire School de vrijgekomen ruimte.
- 13 Gemechaniseerde Brigade in Oirschot gaat verder als 13 Gemotoriseerde Brigade. Een combinatie van andere wielvoertuigen (Bushmaster, Mercedes-Benz, Fennek en Boxer) vervangt de CV90. De helft van deze CV90´s (44) wordt afgestoten. De andere helft wordt aangehouden voor opleiding en training, als logistieke reserve en voor reservedelen. Dit levert een aanzienlijke structurele besparing op.
- De opzet van drie verschillende brigades – 1 gemechaniseerde, 1 gemotoriseerde en 1 luchtmobiel - biedt meer mogelijkheden voor samenwerking met België en Duitsland. De motorisering van een luchtmobiele bataljon is door deze aanpassing niet meer noodzakelijk.
- De maatregel om de vliegbasis Leeuwarden vooruitlopend op de invoering van de F-35 om te vormen van een Main Operating Base naar een kleinere Deployable Operating Base vervalt. Dit heeft ook een positief effect op de werkgelegenheid ter plekke en in de regio.
- Een simulator voor de Chinook-helikopter komt in gebruik om personeel op te leiden en gekwalificeerd te houden. Deze investering heeft een direct en structureel effect op de operationele beschikbaarheid van de Chinook. Dit komt ook de getraindheid en inzetbaarheid van andere eenheden ten goede.
- Het Joint Support Ship komt vooralsnog in dienst als bevoorrader en met een gereduceerde bemanning. Het huidige bevoorradingsschip Zr. Ms. Amsterdam gaat uit dienst en wordt afgestoten.
- De marinierscompagnie op Aruba blijft.
Het eerder voorziene verlies aan arbeidsplaatsen neemt met ongeveer 1.400 af, van 2.400 naar 1.000. Hoeveel medewerkers hierdoor extern bemiddeld moeten worden, is nog niet duidelijk maar de minister verwacht dat dit aanzienlijk minder is dan eerst gedacht.
Kamerbrief: Aanvulling op de nota ‘In het belang van Nederland’
(ministerie van Defensie, 25 oktober 2013)
dinsdag 9 april 2013
VVD wil meer geld voor defensie
De VVD wil dat het budget voor defensie wordt verhoogd. Fractieleider Halbe Zijlstra zei dat op een partijbijeenkomst in Goes.
De verhoging is volgens hem nodig, omdat de energiebelangen van de Verenigde Staten in het Midden-Oosten afnemen. Daardoor zijn er steeds minder Amerikaanse troepen in de regio.
Veiligheid
"Onze veiligheid komt daarom meer op onze eigen schouders terecht", zegt Zijlstra. "Als de Amerikanen zich terugtrekken, moeten we Europa-breed, dus ook in Nederland, nadenken of we onze veiligheid op orde hebben."
Omdat Amerika meer energie zelf produceert, onder meer via schaliegas, is het minder afhankelijk van olie uit het buitenland. Daardoor is het land ook steeds minder genoodzaakt om in te grijpen in andere landen, denkt Zijlstra.
Noodzakelijk
Zijlstra zegt dat het voor Nederland noodzakelijk is om de eigen defensie op peil te houden, ook als er gekort moet worden op zorg en onderwijs. "Wat heb je aan goede zorg en onderwijs als de veiligheid in het geding is?", zei hij.
(NOS, 9 april 2013)
De verhoging is volgens hem nodig, omdat de energiebelangen van de Verenigde Staten in het Midden-Oosten afnemen. Daardoor zijn er steeds minder Amerikaanse troepen in de regio.
Veiligheid
"Onze veiligheid komt daarom meer op onze eigen schouders terecht", zegt Zijlstra. "Als de Amerikanen zich terugtrekken, moeten we Europa-breed, dus ook in Nederland, nadenken of we onze veiligheid op orde hebben."
Omdat Amerika meer energie zelf produceert, onder meer via schaliegas, is het minder afhankelijk van olie uit het buitenland. Daardoor is het land ook steeds minder genoodzaakt om in te grijpen in andere landen, denkt Zijlstra.
Noodzakelijk
Zijlstra zegt dat het voor Nederland noodzakelijk is om de eigen defensie op peil te houden, ook als er gekort moet worden op zorg en onderwijs. "Wat heb je aan goede zorg en onderwijs als de veiligheid in het geding is?", zei hij.
(NOS, 9 april 2013)
donderdag 13 december 2012
Segers (CU): 'Doodsteek leger kwam van rechts'
Gert-Jan Segers*
Het is onverantwoord dat er telkens weer wordt bezuinigd op Defensie, betoogt Gert-Jan Segers.
Ons leger is in verval. Het is nog maar een fractie van wat het ooit is geweest. De ene megabezuiniging is nog niet verwerkt of de volgende bezuiniging komt er alweer aan. Ooit komt de spijt van deze kaalslag. En wanneer de vraag ”whodunit?” zal worden gesteld, hoeft er geen enquêtecommissie aan te pas komen om daar achter te komen. De doodsteek kwam namelijk van rechts.
Het is een pijnlijk proces, die aftakeling van ons leger. Steeds minder manschappen, geen tanks meer, steeds minder straaljagers, een steeds minder zeewaardige marine. Het is allereerst pijnlijk voor de mannen en vrouwen zelf, en de gezinnen die achter hen staan. Ze werden namens ons uitgezonden naar levensgevaarlijke oorden, om bij terugkeer met ontslag bedreigd te worden. Militairen zijn de meest loyale overheidsdienaren die er zijn en daarmee de makkelijkste slachtoffers voor politici met bezuinigingsdrift. Komen we er met ons verkiezingsprogramma niet helemaal uit met het CPB, dan schrappen we toch gewoon nog een miljard bij Defensie. Zo gepiept. Militairen staken en demonstreren toch niet.
Het is ook pijnlijk omdat er geen enkele relatie is tussen de kaalslag van de krijgsmacht en de toestand in de wereld om ons heen. Een volwaardig leger is namelijk bittere noodzaak. De Bijbel heeft mij een nogal realistisch mens- en wereldbeeld bijgebracht. En ik zie die iedere dag bevestigd. Deze wereld is soms een bar oord en mensen zijn niet geneigd elkaar alleen maar lief te hebben.
Het is ook juist na het verdwijnen van het machtsevenwicht van de Koude Oorlog dat er overal in de wereld gewapende conflicten uitbraken met een etnische, culturele en religieuze achtergrond. Kijk naar de Balkan, Rwanda, Mali, Sudan, Afghanistan en inmiddels het halve Midden-Oosten. Zonder de macht van een legermacht onder de vlag van de NAVO en/of de VN staan we machteloos als de ene groep de andere uitmoordt.
Bosnië en Kosovo zouden grotendeels etnisch gezuiverd zijn, Benghazi wellicht platgebombardeerd, de Afghaanse meisjes zouden allemaal analfabeet zijn geweest, 9/11 had zich zomaar nog eens kunnen herhalen. En de Rwandese genocide, die kon plaatsvinden omdat er juist niet werd ingegrepen, had elders in Afrika vaker gekopieerd kunnen worden.
Juist nu de situatie aan de randen van Europa dreigender wordt, staat ons continent op het punt om de krijgsmacht zo ongeveer af te schaffen. Aan de zuidgrens van Europa hebben we nu een hele rij onstabiele landen. Ten zuidoosten van Europa zijn Syriërs elkaar aan het uitmoorden en verzamelen Hamas en Hezbollah enorme hoeveelheden raketten die op steeds grotere afstand dood en verderf kunnen zaaien.
In het oosten, nog achter de gewapende vrede van de Balkan, liggen onstabiele, tamelijk ondemocratische landen als Wit-Rusland, Oekraïne en Moldavië, om nog maar te zwijgen van de positie van Rusland. Bij al die instabiliteit hadden we bij de VS decennialang een doorlopende verzekering tegen mogelijke dreiging. We hebben die verzekering regelmatig moeten aanspreken, zoals op de Balkan en recent bij Libië. Maar die verzekering nadert het einde van haar looptijd. Ook de VS bezuinigen op defensie en de bereidheid om Europa te helpen neemt in de VS snel af, mede gezien de Europese onwil om elders verantwoordelijkheid te dragen voor vrede en stabiliteit.
Er is alle reden om juist opnieuw te investeren in een vitale, wereldwijd inzetbare krijgsmacht. Meer dan ooit hebben we een leger nodig dat ons continent kan verdedigen, dat kan opkomen voor kwetsbaren elders, dat kan helpen bij de opbouw van landen met een breekbare vrede.
Maar met een angstwekkend gebrek aan een vooruitziende blik is Defensie mank en machteloos gemaakt. Whodunit? Het proces van ontmanteling heeft steeds plaatsgevonden onder verantwoordelijkheid van verschillende VVD-ministers en een CDA-minister. De doodsteek kwam van rechts. Het is zoals het is.
* De auteur is Kamerlid voor de ChristenUnie en namens zijn fractie woordvoerder op het gebied van defensie.
(Reformatorisch Dagblad, 13 december 2012)
Het is onverantwoord dat er telkens weer wordt bezuinigd op Defensie, betoogt Gert-Jan Segers.
Ons leger is in verval. Het is nog maar een fractie van wat het ooit is geweest. De ene megabezuiniging is nog niet verwerkt of de volgende bezuiniging komt er alweer aan. Ooit komt de spijt van deze kaalslag. En wanneer de vraag ”whodunit?” zal worden gesteld, hoeft er geen enquêtecommissie aan te pas komen om daar achter te komen. De doodsteek kwam namelijk van rechts.
Het is een pijnlijk proces, die aftakeling van ons leger. Steeds minder manschappen, geen tanks meer, steeds minder straaljagers, een steeds minder zeewaardige marine. Het is allereerst pijnlijk voor de mannen en vrouwen zelf, en de gezinnen die achter hen staan. Ze werden namens ons uitgezonden naar levensgevaarlijke oorden, om bij terugkeer met ontslag bedreigd te worden. Militairen zijn de meest loyale overheidsdienaren die er zijn en daarmee de makkelijkste slachtoffers voor politici met bezuinigingsdrift. Komen we er met ons verkiezingsprogramma niet helemaal uit met het CPB, dan schrappen we toch gewoon nog een miljard bij Defensie. Zo gepiept. Militairen staken en demonstreren toch niet.
Het is ook pijnlijk omdat er geen enkele relatie is tussen de kaalslag van de krijgsmacht en de toestand in de wereld om ons heen. Een volwaardig leger is namelijk bittere noodzaak. De Bijbel heeft mij een nogal realistisch mens- en wereldbeeld bijgebracht. En ik zie die iedere dag bevestigd. Deze wereld is soms een bar oord en mensen zijn niet geneigd elkaar alleen maar lief te hebben.
Het is ook juist na het verdwijnen van het machtsevenwicht van de Koude Oorlog dat er overal in de wereld gewapende conflicten uitbraken met een etnische, culturele en religieuze achtergrond. Kijk naar de Balkan, Rwanda, Mali, Sudan, Afghanistan en inmiddels het halve Midden-Oosten. Zonder de macht van een legermacht onder de vlag van de NAVO en/of de VN staan we machteloos als de ene groep de andere uitmoordt.
Bosnië en Kosovo zouden grotendeels etnisch gezuiverd zijn, Benghazi wellicht platgebombardeerd, de Afghaanse meisjes zouden allemaal analfabeet zijn geweest, 9/11 had zich zomaar nog eens kunnen herhalen. En de Rwandese genocide, die kon plaatsvinden omdat er juist niet werd ingegrepen, had elders in Afrika vaker gekopieerd kunnen worden.
Juist nu de situatie aan de randen van Europa dreigender wordt, staat ons continent op het punt om de krijgsmacht zo ongeveer af te schaffen. Aan de zuidgrens van Europa hebben we nu een hele rij onstabiele landen. Ten zuidoosten van Europa zijn Syriërs elkaar aan het uitmoorden en verzamelen Hamas en Hezbollah enorme hoeveelheden raketten die op steeds grotere afstand dood en verderf kunnen zaaien.
In het oosten, nog achter de gewapende vrede van de Balkan, liggen onstabiele, tamelijk ondemocratische landen als Wit-Rusland, Oekraïne en Moldavië, om nog maar te zwijgen van de positie van Rusland. Bij al die instabiliteit hadden we bij de VS decennialang een doorlopende verzekering tegen mogelijke dreiging. We hebben die verzekering regelmatig moeten aanspreken, zoals op de Balkan en recent bij Libië. Maar die verzekering nadert het einde van haar looptijd. Ook de VS bezuinigen op defensie en de bereidheid om Europa te helpen neemt in de VS snel af, mede gezien de Europese onwil om elders verantwoordelijkheid te dragen voor vrede en stabiliteit.
Er is alle reden om juist opnieuw te investeren in een vitale, wereldwijd inzetbare krijgsmacht. Meer dan ooit hebben we een leger nodig dat ons continent kan verdedigen, dat kan opkomen voor kwetsbaren elders, dat kan helpen bij de opbouw van landen met een breekbare vrede.
Maar met een angstwekkend gebrek aan een vooruitziende blik is Defensie mank en machteloos gemaakt. Whodunit? Het proces van ontmanteling heeft steeds plaatsgevonden onder verantwoordelijkheid van verschillende VVD-ministers en een CDA-minister. De doodsteek kwam van rechts. Het is zoals het is.
* De auteur is Kamerlid voor de ChristenUnie en namens zijn fractie woordvoerder op het gebied van defensie.
(Reformatorisch Dagblad, 13 december 2012)
Labels:
begroting,
bezuinigingen,
CDA,
CU,
Defensie,
Tweede Kamer,
VVD
Abonneren op:
Posts (Atom)

