Posts tonen met het label CV90. Alle posts tonen
Posts tonen met het label CV90. Alle posts tonen

donderdag 28 mei 2015

Knelpunten materiële gereedheid

[De belangrijkste tekortkomingen zoals gesignaleerd door minister Hennis-Plasschaert in een Kamerbrief]

1. Luchtverdedigings- en commandofregatten

Algemene opmerking CZSK
Uit doelmatigheidsoverwegingen en vanwege budgettaire beperkingen zijn reservedelen minimaal aangeschaft. Tegenvallende betrouwbaarheid en lange levertijden leiden tot een lagere beschikbaarheid van systemen.

Het onderhoud aan systemen en reservedelen wordt uitgevoerd door de Directie Materiële Instandhouding (voorheen Marinebedrijf). Vooral de personele capaciteit om het onderhoud uit te voeren is echter beperkt, waardoor het langer duurt voordat deze onderdelen weer beschikbaar zijn. Er is daardoor een toename van verplaatsen van onderdelen van het ene schip naar het andere (herverdelingen). Dit heeft negatieve gevolgen voor de onderhoudscapaciteit en de gereedheid van eenheden in het voortzettingsvermogen.

Specifiek voor LCF
De LC-fregatten hebben nu vooral problemen met de beschikbaarheid van hun gasturbines. Door een verhoogde storingsgraad, intensiever dan geraamd gebruik en de beperkte onderhoudscapaciteit bij de fabrikant, is de beschikbaarheid lager dan gewenst. Het aantal draaiuren van de gasturbines per schip is teruggebracht om zo de storingsgraad te verminderen. Dit geldt ook voor de Multi-purpose fregatten.

Andere onderdelen die worden herverdeeld tussen de schepen zijn onder meer delen van de vuurleidingsradar (APAR).

2.  Multipurpose fregatten 

Zie algemene opmerking bij punt 01.

Verschillende systemen raken verouderd of worden niet meer ondersteund door de leverancier (obsolete) en moeten worden vervangen. Het betreft onder meer onderdelen van het combat management system, kruisvaartdiesels en de koppeling van de voortstuwing. Deze vervangingen zijn niet voorzien in het instandhoudingsprogramma M fregatten op grond van een schatting van het benodigde onderhoud aan de verschillende (deel)systemen in relatie tot het beschikbare budget. De instandhoudingsinspanningen hiervoor komen daarom ten laste van de exploitatiebudgetten.

3. Patrouilleschepen

Zie algemene opmerking bij punt 01.


De patrouilleschepen beschikken nog niet over de volledige functionaliteit omdat enkele onderdelen van het radarsysteem en de aansturing van de vuurwapens nog niet werkend zijn opgeleverd door het project. Dit wordt in overleg met de leveranciers opgelost. Bij storingen aan deze systemen moet vooralsnog worden teruggevallen op de leverancier, waardoor vertragingen ontstaan.

4. Landing Platform Docks

Zie algemene opmerking bij punt 01.

5. Joint Support Ship

 Het schip is in 2014 aan Defensie overgedragen en eind 2014 al ingezet voor het transport van goederen voor de bestrijding van Ebola. Het schip was in 2014 echter nog niet in dienst gesteld en werd nog afgebouwd en getest. Op 24 april 2015 is het schip in dienst gesteld en de overdracht aan CZSK is gepland in september van dit jaar, waarna het schip gereed is voor het eerste opwerktraject.

6. Onderzeeboten

Zie algemene opmerking bij punt 01.

Verschillende systemen raken verouderd of worden niet meer ondersteund door de leverancier (obsolete). Het kost meer inspanningen om deze systemen voldoende beschikbaar te houden. Het betreft onder meer de apparatuur voor het onderscheppen en analyseren van radarsignalen en navigatieapparatuur.

7. Mijnenbestrijdingsvaartuigen

Deze vaartuigen hebben te maken met verouderde systemen zoals koudwatermakers, mijnopsporingssysteem en de onderwaterrobot met sonar. Het onderhoud wordt uitgevoerd door België. De instandhoudingscapaciteit in Zeebrugge is beperkt. Mede door veroudering van systemen wordt het lastiger om te voldoen aan de normen voor onderwatergeluid, waardoor de risico’s bij de bestrijding van akoestische mijnen toenemen.

8. CV9035NL Infanterie gevechtsvoertuigen

Er zijn onvoldoende voertuigen inzetbaar waardoor beperkingen ontstaan voor de geoefendheid en het voortzettingsvermogen. Uit doelmatigheidsoverwegingen en vanwege budgettaire krapte zijn reservedelen minimaal aangeschaft. Er is een tekort aan repareerbare reservedelen door de tegenvallende kwaliteit van componenten en langere doorlooptijden voor reparatie van componenten dan voorzien en door nog ontbrekende afroepcontracten met de industrie. De onderhandelingen over afroepcontracten zijn gaande.

9. Pantserwielvoertuigen

Fennek
Er zijn onvoldoende voertuigen inzetbaar waardoor beperkingen ontstaan voor de geoefendheid en het voortzettingsvermogen. Er staan een groot aantal artikelen op nalevering. De levertijden zijn lang, waardoor het aantal naleveringen langzaam afneemt. Het betreft artikelen van zeer uiteenlopende aard (van losse onderdelen tot en met versnellingsbakken). Er zijn weinig reservedelen in de keten aanwezig ten opzichte van de storingsgraad. Zo kent het waarnemingssysteem voor de verkenningsversies een tegenvallende betrouwbaarheid (obsolete). De problemen zijn versterkt door de omvangrijke aanpassingen van de bedrijfsvoering, onder meer vanwege de invoering van ERP.

Boxer
De invoering van de Boxer-voertuigen in verschillende configuraties is nog steeds gaande. Het deel dat reeds is ingevoerd laat geen bijzonderheden zien.

Bushmaster
De beschikbare Bushmasters worden intensief gebruikt in Mali. Dit gaat ten koste van de voertuigen in Nederland. De belangrijkste knelpunten zijn de Remote Controled Weapon stations, onvoldoende voorraad van reservedelen en ontbrekende gereedschapsets voor de monteurs (nog niet geleverd). De eigen mogelijkheden om het onderhoud uit te voeren zijn beperkt. Hierdoor blijft de afhankelijkheid van de industrie groot. De voertuigen zijn aangeschaft voor de operaties in Afghanistan. Later is besloten de systemen in te bedden in de organisatie, voordat de logistieke organisatie daarvoor volledig was opgezet. Daar wordt momenteel aan gewerkt, onder meer via de opleiding van het logistiek en technisch personeel.

10. Grondgebonden luchtverdediging

Patriot
De Patriot is tijdens de inzet in Turkije intensief gebruikt. Dit in combinatie met de ouderdom van dit wapensysteem leidde tot een grote belasting. De missie is beëindigd en het materieel is teruggekeerd in Nederland. Het systeem is nu niet inzetbaar door het uitvoeren van groot onderhoud.

Army Ground Based Air Defence System (AGBADS)
De AMRAAM pelotons (als afzonderlijke eenheden van het AGBADS systeem) zijn technisch en logistiek inzetbaar. De gegevensuitwisseling met het Navo-luchtverdedigingssysteem blijkt echter niet met het huidige radiosysteem te realiseren. Hiervoor wordt een snelle verwerving van een vervangend radiosysteem onderzocht.

Stinger
Een aantal Stinger Launch Systemen (SLS) is niet inzetbaar door problemen met het koelsysteem. Dit wordt opgelost binnen de exploitatie. Verder zijn minder systemen inzetbaar vanwege de beperkte beschikbaarheid van Fennek-onderstellen.

12. Ondersteunende tanks 

Het betreft hier verouderde wapensystemen in kleine aantallen die veel onderhoud behoeven. Met veel inspanning worden deze voor oefeningen inzetbaar gemaakt. Een deel is niet inzetbaar door lange levertijden van reservedelen en niet gerepareerde reservedelen. De genietanks worden momenteel vervangen door de Kodiak. In de investeringsplannen wordt rekening gehouden met de vervanging of instandhouding van brugleggende tanks en bergingstanks.

13. Artillerie

De materiële gereedheid van de PzH2000 was in 2014 onvoldoende. Er was een tekort aan 
onderdelen voor de rupsbanden, remblokken en -schijven. Dit kwam omdat de bevoorradingsketen nog niet optimaal functioneerde omdat de afroepcontracten nog niet in ERP waren verwerkt. Dit is inmiddels gebeurd. Ook voor andere onderdelen wordt gewerkt aan de versterking van de bevoorradingsketen.

16. Jachtvliegtuigen F-16

De capaciteit voor groot onderhoud is beperkt door een tekort aan ervaren technisch personeel. Er zijn lange levertijden van reservedelen en bedrijfsstoffen (bijvoorbeeld lijmen, kitten, diverse oliën). Het intensieve gebruik voor de inzet in Irak in combinatie met een ouder wordend airframe, vergt een bovenmatige onderhoudsinspanning. Daarom wordt het groot onderhoud deels uitbesteed aan een Belgisch bedrijf op basis van een raamcontract. 

17. Tankvliegtuig KDC-10 

Het geplande onderhoud bij de externe onderhoudsbedrijven kostte meer tijd dan voorzien. Daarbij is de KDC-10 een toestel op leeftijd. Dit zorgt voor risico’s ten aanzien van de beschikbaarheid van reservedelen en uitbesteedbaarheid van onderhoud (obsolescence). 

18. Transportvliegtuigen C-130 

De tijdige beschikbaarheid van reservedelen is een knelpunt. Dit wordt voor een groot deel veroorzaakt door vertraging van af te sluiten reparatie- en onderhoudscontracten door capaciteitsgebrek in de verwervingsketen en de overdracht van het takenpakket van DMO naar CLSK. Dit werd versterk door de gewijzigde bedrijfsvoering met ERP. 

19. Gevechtshelikopters AH-64 Apache

Er is een achterstand in het groot onderhoud en onvoldoende voorraad. De stagnatie in het groot onderhoud is grotendeels te wijten aan een tekort aan ervaren technisch personeel. In verband hiermee wordt het groot onderhoud daarom deels uitbesteed. De aanvulling van reservedelen verloopt traag doordat nog niet alle voorraden in ERP zijn opgenomen. Er zijn ook lange levertijden voor bedrijfsstoffen door een achterstand bij het Defensie Brand- en Bedrijfsstoffen Bedrijf (DBBB) na de migratie naar ERP. De levertermijnen konden hierdoor niet altijd worden gehaald. Het DBBB werkt samen met CLSK aan een betere afstemming van afroep- en levertermijnen. Hierdoor worden de achterstanden ingelopen.  

20. Transporthelikopters CH-47 Chinook

Er waren gemiddeld voldoende toestellen beschikbaar. Er is echter een beperkte capaciteit voor het uitvoeren van groot onderhoud door een tekort aan ervaren technisch personeel. De beschikbare voorraad reservedelen is laag. Ook de tijdige levering van bedrijfsstoffen blijft uit. Zie daarvoor de opmerkingen bij punt 19.

De materiële gereedheid van de defensiebrede systemen: Klein Kaliber Wapens (KKW), Kleding en Persoonlijke Uitrusting (KPU),  Militaire Satelliet Communicatie,  TITAAN commandovoeringsysteem en Mobile Combat Training Centre (MCTC) worden niet gemeten en gerapporteerd. Hier treden echter ook enkele beperkingen op, vooral op het gebied van communicatiemiddelen.

[Voor aanvullende details en de Kamerbrief in de originele opmaak, klik hier]

(Bron: ministerie van Defensie) 

maandag 28 oktober 2013

'De landmacht van morgen'

Luitenant-generaal Mart de Kruif

"Mannen en vrouwen, dienend in of verbonden aan de Koninklijke Landmacht. De laatste weken zijn jullie blootgesteld aan veel nieuws en geruchten over onze nabije toekomst. Ik weet uit ervaring dat de onzekerheid die hiermee gepaard gaat ongemakkelijk is. Daarom heb ik u beloofd op het net te komen om meer duidelijkheid te geven zodra dat mogelijk is. Dat is nu het geval.

Door steun uit de Tweede Kamer is de opgedragen bezuiniging kleiner geworden, waarvoor ik dankbaar ben. Maar de resterende bezuiniging is nog steeds zo ingrijpend dat ik, als uw Commandant, dit moment aangrijp om mijn verantwoordelijkheid te nemen. Dit is het moment voor het CLAS om door te ontwikkelen. Ik heb daarom samen met mijn ondercommandanten een plan ontwikkeld dat binnenkort aan de Tweede Kamer ter goedkeuring wordt voorgelegd. Ik vind dat u er recht op heeft op hoofdlijnen over dit plan te worden geïnformeerd. Gewoon zoals we hebben afgesproken, eigenlijk. Mijn plan is gebaseerd op vier pijlers.

De eerste pijler is 'veelzijdigheid'. Als ik naar de omgeving kijk, dan is duidelijk dat de wereld om ons heen er zeker niet veiliger op wordt. Om daar het hoofd aan te bieden moeten we veelzijdig zijn. In sommige opzichten moeten we zelfs een beetje veelzijdiger worden, is mijn conclusie. Daarom gaan we de brigades allemaal uniek maken waardoor we meer flexibel zijn, sneller kunnen reageren en nog beter worden bij inzet.

De tweede pijler is dat we vol gas doorgaan met de samenwerking met onze internationale partners. We gaan niet alleen samen oefenen, maar ook integreren daar waar mogelijk. Dat is niet alleen de realiteit bij inzet, maar geeft ons ook toegang tot capaciteiten die we organiek niet meer hebben.

De derde pijler is dat we ons meer gaan focussen op potentiële inzetgebieden. Samen met de differentiatie van de brigades zal dat helpen het gat tussen OG en IG zo klein mogelijk te maken. Ook dat verhoogt onze inzetbaarheid.

De vierde pijler is dat we meer gaan testen en experimenteren. Hierdoor kunnen we meer en beter gebruik maken van kennis binnen en buiten de KL, de industrie en onze eigen ervaringen. Zo krijgen we niet alleen beter materieel, maar we moeten het ook sneller kunnen benutten.

Deze vier pijlers zijn en blijven in de toekomst gefundeerd op mensen. Onze militairen, burgers en families zijn onze kracht. Onze officieren zijn leiders, ons onderofficierkorps van wereldklasse, onze korporaals en soldaten klaar voor iedere missie, onze burgers onze enablers en de families onze kracht. Een geweldig potentieel, maar we kunnen er nog meer mee dan we nu doen. Meer en gerichte vorming gaat onze mensen beter maken, we kunnen vullen met nog meer kwaliteit en onze personeelszorg moet beter.

Wat gaan we dan precies doen?

11 AMB blijft zoals het is, versterkt met een eigen BVE, zoals vermeld in de Nota op Prinsjesdag. De brigade wordt geïntegreerd in de Duitse Division Schnelle Kräfte en blijft wereldwijd inzetbaar. De brigade is hiermee onze lichte capaciteit, uniek in Air Assault optreden.

13 Mechbrig gaat helemaal over op wiel, met Bushmasters en MB 280 CDI als kern. De helft van de 88 vrijkomende CV90’s wordt verkocht, de andere helft komt beschikbaar voor opleidingsdoeleinden, verbetering van de inzetbaarheid en de logistieke reserve. België en Frankrijk zijn de belangrijkste partners en het primaire inzetgebied is Afrika. Hiermee krijgt de krijgsmacht een organieke medium capaciteit.

43 Mechbrig blijft onze gemechaniseerde capaciteit, geconcentreerd in Havelte. In de nabije toekomst wordt een pantserinfanteriecompagnie gelegerd in Amersfoort en omgevormd tot test- en experimenteereenheid. Een nog te bepalen Duitse brigade wordt partner, de inzetgebieden zijn vooral Europa, Azië en het Midden-Oosten.

Daarnaast hebben we de mogelijkheid een aantal knelpunten van vandaag te kunnen oplossen. Hierbij zal in ieder geval meer capaciteit gaan naar opleiding & training en personeelszorg. Niet veel, maar broodnodig.

Ik hoor u denken, 'mooie woorden, dit hebben we vaker gehoord'. Ik begrijp die reactie. Elke verandering, hoe noodzakelijk ook, heeft zijn prijs. We zetten twee bataljons CV90 op wiel. We gaan wéér reorganiseren. Er verandert weer veel. Toch neem ik deze maatregelen in de volle overtuiging dat we deze weg moeten gaan. Het is nodig, en niet alleen voor onszelf. Wij zijn een onmisbare hoeksteen voor de krijgsmacht. Simpel goed zijn is voor ons niet voldoende, beter worden is de kunst. Wij zijn dat altijd geweest en zullen dat altijd blijven, zolang we investeren in onszelf. Zodat Nederland op ons kan blijven rekenen.

Dit zijn de feiten, maar nog niet alle details. Veel moet nog worden uitgewerkt. Tot zo ver het 'hoe'. Binnenkort zal ik u persoonlijk komen uitleggen waarom ik hiertoe ben gekomen. Ook daar heeft u recht op."

(LGen Mart de Kruif, Facebook, 28 oktober 2013)

zaterdag 4 februari 2012

'Pantservoertuig slecht inzetbaar'

(Drie soorten berichtgeving over het nieuwe pantserrupsvoertuig van de landmacht, de CV90. De Telegraaf benadrukt vooral het slechte nieuws; het ministerie van Defensie is in een bericht juist alleen maar lovend; maar datzelfde ministerie laat in zijn wekelijkse Defensiekrant ook ruimte voor een paar kritische kanttekeningen, hdv)

door Roy Klopper


Bijna vier jaar na de invoering van het CV90 infanteriegevechtsvoertuig geeft dit nieuwste wapen van de Koninklijke Landmacht opnieuw grote technische problemen.
Nadat de in Zweden geproduceerde opvolger van de roemruchte YPR direct na de invoering door allerhande kinderziekten werd geplaagd, is de inzetbaarheid van het ruim vier miljoen euro per stuk kostende voertuig nu opnieuw in het geding omdat er geen reserveonderdelen beschikbaar zijn.

De recente landmachtoefening Bison Oberlausitz in Duitsland had onlangs een verre van ideaal verloop omdat verscheidene nagelnieuwe pantservoertuigen langdurig stil vielen, zo meldt overste Ludy Schmidt van het 45 Pantserinfanteriebataljon. Deze pechmachines konden niet meer optimaal aan de training deelnemen omdat lang of zelfs geheel vergeefs moest worden gewacht op vervangende onderdelen.


De invoering van de CV90, waarvan ons land er voor een miljard euro 193 heeft besteld, ontpopt zich tot een waar hoofdpijndossier voor de Koninklijke Landmacht. Ofschoon de eerste problemen zijn opgelost, rollen, bijna vier jaar na de levering van het eerste exemplaar, er volgende luitenant-kolonel nog altijd geen geheel probleemvrije voertuigen van de band bij fabrikant BAE Systems Hägglund.


Overste Schmidt noemt het in de Defensiekrant ’frustrerend voor de gebruikers’ dat de aanvoer van de reserveonderdelen vanuit Zweden een janboel is. „Het komt wel, maar het duurt even,” zo houdt hij de moed er in. Schmidt ziet wat betreft de veelbesproken CV90 wel licht aan de horizon: „Als hij het doet, doet hij het goed,” zo meldt de luitenant-kolonel mede op grond van de ervaringen in het Duitse woud.


De Defensie Materieel Organisatie is verantwoordelijk voor de invoering van de bijna 200 pantservoertuigen. Woordvoerster Patricia Sonneveld erkent dat de haperende levering van reservedelen het gevolg is van eerdere bezuinigingen binnen Defensie waardoor geen spullen meer op de plank liggen: „Maar die achterstand lopen we nu langzaam maar zeker in.”


Afgelopen zomer bevestigde Defensieminister Hillen al problemen met de CV90. Hij meldde dat niet eens de helft van de splinternieuwe voertuigen gebruiksklaar is.


(Bron: Telegraaf, 4 februari 2012)

CV90-gevechtsvoertuig ingeburgerd
Het infanteriegevechtsvoertuig CV90 is goed op toeren gekomen binnen de landmacht zo bleek de afgelopen weken tijdens oefening Bison Oberlausitz. Op het Oost-Duitse oefenterrein Oberlausitz onderwierpen infanteristen van 43 Gemechaniseerde Brigade het met naaldtakken en netten gecamoufleerde gevechtsvoertuig onder winterse omstandigheden aan levensechte gevechtssituaties.


De eerste week stond voor de infanteristen in het teken van het trainen van het bereden en het uitgestegen optreden met de CV90. In het eerste geval zitten de militairen in het voertuig, dat naast 3 bemanningsleden plaats biedt aan 7 volledig uitgeruste infanteristen. Voor een eventueel gevecht beschikt de CV90 over een 35 mm snelvuurkanon.

Uitgestegen infanteristen

Bij uitgestegen optreden opereren de infanteristen op eigen kracht buiten het voertuig. Wel worden ze zoveel mogelijk ondersteund met de boordwapens van het voertuig. Naast het snelvuurkanon, zijn dat een 7.62 mm mitrailleur en lanceerinrichtingen voor rook- en scherfgranaten. “Een supermooi voertuig”, vertelt korporaal der eerste klasse Sam den Hollander, CV90-chauffeur bij 45 Pantserinfanteriebataljon. “Hij is supersnel, sterk en je kunt er flinke ‘klappen’ mee maken.” Om vervolgens met een pittig sprintje het Oost-Duitse woud in te rijden. “Een mooi gebied. Maar weet je wat nog veel mooier is met een CV90? Optreden in verstedelijkt gebied; scherpe manoeuvres, flitsende acties. Dan is de CV90 helemaal ‘koning’.”

Gevechtsoefening

De tweede oefenweek stond in het teken van een gevechtsoefening op compagniesniveau. Tijdens het gevecht werd gebruik gemaakt van het MCTC-systeem (Mobile Combat Training Center), waarmee treffers op voertuigen, gewonden en doden kunnen worden gesimuleerd. Uit evaluaties na het gevecht bleek dat het MCTC-systeem een zeer waardevolle aanvulling is. “Dit is een echt gevéchtsvoertuig”, concludeert luitenant-kolonel Ludy Schmidt, commandant 45 Pantserinfanteriebataljon. “Dankzij zijn bescherming, mobiliteit en vuurkracht gebruiken we ‘m niet alleen om infanteristen af te zetten, maar ook als gevechtsauto. De koppeling met het Battlefield Management System, een tactisch navigatie- en commandovoeringssysteem, maakt het nog beter. Je weet waar je bent, wat er om je heen gebeurt en wat je kunt doen.”

Gefaseerde intrede

Het Zweedse gevechtsvoertuig deed 3 jaar geleden gefaseerd zijn intrede bij de landmacht. Het voertuig is een stuk geavanceerder dan zijn voorganger, de YPR, en de bemanningen hebben in het begin dan ook geoefend op de volledige beheersing ervan. Schmidt: “De meeste kinderziektes zijn er uit. Wij hebben geluk: we profiteerden van de ervaringen van onze voorgangers. En aan de hand van hun problemen zijn onze voertuigen aangepast. Zo worden ze steeds completer en beter.”


(Bron: ministerie van Defensie, 3 februari 2012)

(...)
Zo positief is niet altijd iedereen geweest over het nieuwe infanteriegevechtsvoertuig. Na de invoering drie jaar geleden botsten vooral de eerste gebruikers, de infanteristen van 44 Painfbat, op mankementen.

“Als ‘ie het doet, is het een geweldig voertuig”, weet overste Schmidt nu, “en hij doet het steeds beter. De meeste kinderziektes zijn er uit. Wij hebben geluk: we profiteerden van de ervaringen van onze voorgangers. En aan de hand van hun problemen zijn onze voertuigen gemodificeerd aangeleverd. Zo worden ze steeds completer en beter.”

Het voornaamste probleem vormen nu de reserveonderdelen. “De aanvoer daarvan moet nog beter op gang komen. Ook tijdens deze oefening staan CV90’s stil, omdat we wachten op onderdelen. Dat is frustrerend voor de gebruiker. Het komt wel, maar het duurt even. Zoals ik al zei: als ‘ie het doet, doet ‘ie het goed. En zeer goed ligt in het verschiet.
(...)

(Bron: Defensiekrant, 2 februari 2012)