Vorige week schreef ik dat ik een kentering proefde in het denken over het belang van de krijgsmacht voor Nederland. Ik ontving deze week weer meer signalen die dat gevoel versterken.
Zo schreef Ashfin Ellian (Elsevier) in zijn blog "Onze krijgsmachten zijn verweesd geraakt": "Een kabinet van VVD en PvdA moet niet bezuinigen op het defensiebudget. .... Doen ze dat, dan moeten ze lef hebben en de strijdkrachten opheffen. Dat is veel beter en geruststellender. Waarom? Dan zou de papieren realiteit samenvallen met de echte realiteit: Nederland heeft dan geen echte strijdkrachten meer."
Maar dat is niet de wens van het Nederlandse volk, want uit een poll op de Telegraaf-site (De stelling van de dag, 10 oktober) bleek dat 74% van de respondenten het nieuw te vormen kabinet oproept om juist te stoppen met bezuinigen op Defensie. Bijna twee derde van de deelnemers zegt zich niet meer veilig te voelen in Nederland als verder op Defensie wordt bezuinigd . Al met al vinden de respondenten dat de VVD de rug recht moet houden tegenover de PvdA en de komende regeerperiode niet mag korten op het budget van de krijgsmacht: „Het is tenslotte zo dat ook verzekeringen veel kosten. Tot je ze nodig hebt.”
Afgelopen vrijdag werd de Nobelprijs voor de Vrede aan de Europese Unie toegekend. Ik werd (aangenaam) verrast toen Diederik Samsom (PvdA) daarop twitterde: “Nobelprijs EU is mooi eerbetoon, maar vooral een opdracht aan deze generatie politici: weet wat er op het spel staat. #veiligheid #welvaart”. Hoewel er even werd gesuggereerd dat het een fake-twitteraccount betrof, kwam het bericht écht uit zijn iPhone! Hoopgevend voor de mensen die het beste met Nederland en de krijgsmacht vóór hebben - en een opsteker voor de VVD-onderhandelaars, dunkt me!
Verontrustend is wel weer dat 55% van de respondenten op de ‘Stelling van de Dag’ aangaf niet te weten dat de krijgsmacht een belangrijke taak heeft de hulpdiensten en nationale en lokale overheden te ondersteunen (één van de drie hoofdtaken zelfs). In 2011 gebeurde dat 2.226 keer! Ook bij de oefening van het CIMIC-bataljon in hartje Rotterdam afgelopen weekeinde bleek dat té veel mensen geen idee hebben over de samenwerking van Defensie met burgerorganisaties, de civiel-militaire samenwerking.
Deze observaties onderstrepen het belang dat minister Hillen al sinds zijn aantreden hecht aan het creëren van een breed draagvlak voor de krijgsmacht onder de Nederlandse bevolking. Ook de officierenverenigingen spannen zich in om het draagvlak voor een voor haar taken berekende krijgsmacht te vergroten. Een enorme uitdaging, nadat de krijgsmacht door achtereenvolgende maatregelen in de vorige eeuw letterlijk uit het straatbeeld werd geweerd; onder meer door niet meer te défileren bij bijzondere evenementen als beëdigingen of commando-overdrachten. Of, zoals iemand cynisch twitterde: “Met dank aan 10 jaar slechte defensie strategische communicatie!”.
De Vaste Kamercommissie voor Defensie VCD houdt op 29 oktober een hoorzitting over de bezuinigingen bij Defensie. Een prima initiatief van CDA-kamerlid Raymond Knops, breed gesteund. Naast de beroepsvereniging GOV|MHB, professionals bij Defensie, zijn voor deze hoorzitting uitgenodigd:
- de Adviesraad Internationale Vraagstukken AIV, vanwege hun advies “Krijgsmacht in de knel”;
- het Haags Centrum voor Strategische Studies HCSS vanwege het rapport “De waarde van Defensie”;
- de oud-SG NAVO Jaap de Hoop Scheffer (“er moet € 1 miljard bij de Defensiebegroting”) en
- Elsevier- en Buitenhof-columnist Syp Wynia.
De GOV|MHB krijgt de gelegenheid de petitie ‘Handen af van defensie’ te duiden. Dat de commandanten van de marine, de landmacht, de luchtmacht, de marechaussee én de Hoofddirecteur personeel van Defensie deze petitie tegen verdere bezuinigingen hebben ondertekend, is een krachtig signaal. Dat geeft de petitie een bijzondere status. Want hieruit blijkt dat zij verdere bezuinigingen écht niet meer zien zitten. Een signaal naar hun mensen, maar zeker ook een signaal naar de Nederlandse politiek dat zal doorklinken tijdens de hoorzitting.
Reageren?
(Voorzitter KVMO, KLTZA Rob Hunnego, 15 oktober 2012)
Posts tonen met het label formatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label formatie. Alle posts tonen
maandag 15 oktober 2012
maandag 8 oktober 2012
HCSS-rapport: De Waarde Van Defensie
(Later vandaag wordt in Den Haag een nieuw rapport van het 'The Hague Centre for Strategic Studies' gepubliceerd, getitleld 'De Waarde Van Defensie'. In opdracht van het ministerie van Defensie hebben de experts van het HCSS een inventarisatie gemaakt van de baten van Defensie. Het rapport is inmiddels al openbaar geworden via de NOS (Radio 1 Journaal). Onderstaand daarom alvast de inleiding en conclusies van het in totaal 73 pagina's tellende rapport, HdV)
1. De ongebalanceerde kosten-baten analyse van Defensie
Anders dan de kosten van de krijgsmacht zijn de baten onvoldoende zichtbaar. Dat leidt tot een ongebalanceerd publiek en politiek debat De Nederlandse krijgsmacht biedt waar voor ons belastinggeld. De baten komen doorgaans echter onvoldoende over het voetlicht, terwijl de kosten makkelijker aandacht krijgen. Het Centraal Planbureau (CPB) en Planbureau van de Leefomgeving (PBL) hebben in augustus 2012 de verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen doorgerekend. In deze doorrekening gaat het niet alleen om de effecten of economische grootheden in enge zin. Ook andere zaken die burgers van belang vinden worden meegewogen, zoals milieu en reistijd. Maar onderwerpen waarvan de planbureaus de effecten niet goed kunnen modelleren, worden niet opgenomen in de doorrekening. Dat geldt bijvoorbeeld voor de welvaartseffecten van veiligheid. Partijen die relatief veel investeren in Defensie, worden hiervoor niet beloond in de CPB-doorrekeningen.
Dat de krijgsmacht waar voor ons belastinggeld levert, blijkt uit de vaak succesvolle inzet in binnen- en buitenland. Zij is geschikt voor bescherming tegen bedreigingen die vele gezichten kunnen aannemen en zich weinig aantrekken van landsgrenzen. Georganiseerde misdaad, internationaal terrorisme, piraterij en migratie- en vluchtelingenstromen zijn voorbeelden. Met haar optreden in diverse internationale operaties, waaronder Allied Force in Kosovo (1999), UNMEE in Eritrea (2001), SFIR in Irak (2003-2005), ISAF in Uruzgan, Afghanistan (2006- 2010) oogstte de Nederlandse krijgsmacht internationaal veel lof. Maar ook in Nederland zelf vervult de krijgsmacht een belangrijke rol, bijvoorbeeld bij grootschalige rampen en crises. Bij dijkdoorbraken kan de krijgsmacht snel grote aantallen personeel inzetten voor het plaatsen van zandzakken, en de evacuatie en noodopvang van burgers. De structuur van de krijgsmacht, met name de bevelsstructuur, is uitermate geschikt voor het coördineren van de activiteiten van veel verschillende partijen onder crisisomstandigheden. Onder moeilijke omstandigheden gaat de krijgsmacht door, waar anderen moeten stoppen. Alleen militairen zijn door hun opleiding en uitrusting in staat (grootschalig) geweld te weerstaan, te dreigen met gebruik ervan en zo nodig terug te slaan.
De kostenkant is gemakkelijk in kaart te brengen. De defensiebegroting is openbaar. Dit geldt ook voor de context waarin de kosten van krijgsmacht zijn te plaatsen, zoals de totale overheidsuitgaven en de defensiebestedingen van andere landen. Toch weten maar weinig Nederlanders hoeveel er aan Defensie wordt uitgegeven of hoe groot de krijgsmacht is. Ook hebben zij geen duidelijk beeld van hoe onze defensie-inspanning zich verhoudt tot de positie van ons land in internationaal verband.
Aan de batenkant is de zaak complexer. De waarde van een stabiele en veilige wereld en een leven in vrijheid is niet eenvoudig in geld uit te drukken. Weten oudere Nederlanders zich nog goed te herinneren wat de prijs van de vrijheid is, voor jongere generaties is dat minder duidelijk. Verder heeft de krijgsmacht het karakter van een verzekeringspremie. Nederland betaalt een premie om zich in te dekken tegen een eventuele veel grotere schade. Als die schade zich gedurende lange tijd niet lijkt voor te doen, dan vraagt men zich af of de premie niet omlaag kan. Ook is het takenpakket van de krijgsmacht zeer divers, met inzet dicht bij en ver van huis, waarbij de belangen soms indirect zijn en dus minder zichtbaar. Wat wel degelijk in geldwaarde valt uit te drukken, maar zelden wordt gedaan, is de nationale inzet van Defensie. Als bijvoorbeeld kustwachttaken, explosievenruiming of grenscontrole op Schiphol niet met krijgsmachtmiddelen zouden plaatsvinden, dan zouden de kosten hiervan op andere begrotingsposten drukken. Kortom, de waarde van defensie is een optelsom van veel verschillende deelopbrengsten, waarvan sommige wel en andere niet goed in euro’s zijn uit te drukken.
In deze notitie proberen we de waarde van de krijgsmacht zoveel mogelijk uit te drukken in concrete termen, ook waar dat op eerste gezicht moeilijk lijkt. Wat heeft de Nederlandse burger aan Defensie? Hoe dient de inzet van de krijgsmacht de belangen van Nederland? De notitie laat zien dat de ‘waarde’ die deze belangen vertegenwoordigen en het waardeverlies dat aantasting van deze belangen zou kunnen betekenen, vaak goed tastbaar zijn te maken. Daarnaast maken we de directe, in financiële termen uit te drukken spin-off in eigen land van de investeringen in Defensie zichtbaar.
Overigens, los van de kosten-baten analyse, geniet de Krijgsmacht veel aanzien onder de Nederlandse bevolking. 71% van de Nederlandse bevolking vertrouwt ‘het leger’, zo blijkt uit het rapport De sociale staat van Nederland 2011. De Krijgsmacht moest wel de radio (75%) en de politie (73%) voor laten gaan.
(...)
5. Conclusie: De Waarde Van Defensie
De waarde van defensie is in harde euro’s uit te drukken
Zodra de overheidskosten de pan uit rijzen en er moet worden bezuinigd, lijkt besparen op defensie een automatisme te zijn geworden. Defensie voert een ongelijke strijd voor schaars overheidsgeld, omdat de kosten van Defensie wel heel zichtbaar zijn, maar de baten blijkbaar niet. Deze baten zijn inderdaad vaak niet eenvoudig in concrete getallen uit te drukken. Ze worden vaak buiten de landsgrenzen gerealiseerd en lijken ver van ons bed. Maar misschien wel bovenal: de waarde van defensie is een optelsom van veel verschillende deelopbrengsten.
Enig overzicht is nodig om de veelzijdige bijdragen van de krijgsmacht op waarde te kunnen schatten Dit overzicht ontbreekt veelal. Om meer balans in het debat te brengen, zijn in deze notitie de baten van defensie op een rij gezet en toegelicht. De baten zijn soms abstract, zoals vrijheid, soms concreet, zoals verminderde piraterij, en in harde euro’s uit te drukken, zoals de effecten op de werkgelegenheid in Nederland. Meer dan we beseffen creëert en waarborgt defensie waarde. Dat is de kern van dit rapport.
De Defensiebegroting voor 2013 bedraagt bijna 7,8 miljard euro. Defensie is daarmee een kleine post binnen de rijksuitgaven. Alleen al de rentelast op de staatsschuld is, zelfs bij de huidige rentestand, anderhalf keer zo hoog. De kosten van de zorg stijgen momenteel iedere twee jaar met een bedrag dat ongeveer gelijk is aan het totale defensiebudget. Anders gezegd: bezuinigen op Defensie lost de structurele problemen van de overheidsuitgaven niet op. De defensiebegroting is bovendien de afgelopen jaren fors gedaald tot een historisch laag niveau. Nederland geeft minder dan het gemiddelde van vergelijkbare landen aan Defensie uit en heeft een relatief kleine krijgsmacht.
Het behartigen van de belangen van Nederland is het Leitmotiv in deze notitie over de waarde van defensie. Meer dan we doorgaans beseffen worden deze nationale belangen sterk beïnvloed juist door wat er buiten Nederland gebeurt. Die belangen zijn velerlei. Een veelzijdig inzetbare krijgsmacht speelt een soms cruciale, vaak ondersteunende rol in het waarborgen van al deze belangen. Het is daarmee een cruciale factor voor de veiligheid en welvaart van Nederland Handelsland.
Door te kijken naar de praktijk van vandaag is de waarde van Defensie in veel gevallen heel concreet te maken. Enkele voorbeelden:
• De wereldwijde schade van piraterij werd in 2011 geschat op 7 miljard dollar. Piraterij raakt het Nederlandse bedrijfsleven direct. Nederlandse schepen lopen het risico gekaapt te worden en piraterij bedreigt het vrije goederenvervoer van en naar Nederlandse havens. Bijna de helft van de containers die worden verwerkt in Rotterdam worden vanuit of naar Azië verscheept en komen door zeegebieden waar piraten actief zijn. De bestrijding van piraterij dient dus een concreet belang.
• Vrij internetverkeer van informatie is voor ons land van levensbelang. De risico’s in het cyberdomein nemen echter toe. De jaarlijkse schade voor Nederland door cybercriminaliteit wordt geschat tussen de 20 en 30 miljard euro. Met de toekomstige defensieve cybercapaciteit kan Nederland cyberaanvallen afslaan of beperken, maar slechts met een offensieve capaciteit zijn ze te voorkomen. Ook de bestrijding van cybercrime en cyberwar dient dus een concreet belang.
• De bescherming en het herstel van de internationale rechtsorde en stabiliteit ver van huis dient onmiskenbaar nationale belangen. Zwakke of chaotische landen vormen een bron van onrust voor de gehele regio. Het fragiele statenvraagstuk kost de wereld 187 miljard euro per jaar. Landen kunnen vervallen in anarchie met, bijvoorbeeld piraterij tot gevolg. Het kan ook leiden tot een voedingsbodem voor terrorisme, wat direct onze economische en fysieke veiligheid in gevaar brengt. Ook vluchtelingenstromen kunnen destabiliserend werken. Dit levert allemaal risico’s op voor de internationale rechtsorde en de Nederlandse handelsbelangen. Ofwel, als Nederland niet meehelpt deze problemen bij de bron aan te pakken, krijgen de Nederlanders er in eigen land mee te maken. De kosten van een enkele vluchteling in Nederland bedragen ongeveer 24.000 euro per jaar.
• Georganiseerde misdaad treedt steeds breder en internationaler op. Nederland loopt daardoor het risico dat via onze grenzen grote hoeveelheden drugs ons land binnenkomen, internationale vrouwenhandel plaatsvindt of dat personen met terroristische of criminele bedoelingen zich toegang tot ons land verschaffen. Het is daarom noodzakelijk dat de krijgsmacht onze nationale en Europese grenzen blijft bewaken.
• De krijgsmacht is een structurele partner geworden van civiele hulpdiensten en zowel centrale als lokale overheden in Nederland. De mate van afhankelijkheid is inmiddels zo groot dat Nederland zonder de krijgsmacht niet opgewassen is tegen grote rampen of calamiteiten: alleen de krijgsmacht heeft specifieke capaciteiten als de explosievenopruimingsdienst én als enige de mogelijkheid om snel en grootschalig onder alle omstandigheden op te treden. Defensie is in 2011 maar liefst 2226 maal in Nederland ingezet, naast de dagelijkse inzet van bijvoorbeeld de Koninklijke marechaussee, de Kustwacht en de luchtruimbewaking. Een belangrijk deel van de krijgsmacht is dag-in-dag-uit met nationale taken bezig.
• Via de krijgsmacht komen jaarlijks meer dan 6.000 gediplomeerde, vakkundige en ervaren specialisten terug op de arbeidsmarkt. Daarmee draagt defensie bij aan de instroom van goed opgeleid en ervaren personeel op de Nederlandse arbeidsmarkt.
• De Nederlandse defensie- (en veiligheid-) industrie zet ongeveer €3 miljard euro per jaar om, waarvan tweederde voor de export is bestemd. Deze bedrijven bieden werkgelegenheid aan zo’n vijftienduizend mensen, waarvan ongeveer een derde in hoogwaardige R&D-banen. De structurele relatie tussen Defensie, R&D en industrie draagt bij aan innovatie, de competitieve kracht en een gezond economisch klimaat in Nederland. Door Defensie als innovation leader te betrekken bij het ontwerp en de doorontwikkeling van materieel, ontstaat een innovatieproces met operationele meerwaarde voor Defensie. Dit draagt rechtstreeks bij aan het verhoogd exportpotentieel voor de industrie.
De discussie over Defensie beperkt zich in het publieke debat vaak tot het wel of niet aanschaffen van een nieuw wapensysteem of tot operaties die wel of niet succesvol zouden zijn. In het debat wordt Defensie vaak met ‘oneliners’ weggezet, zoals ‘we hebben genoeg gedaan’ en dooddoeners als ‘we moeten geen Amerika willen spelen’. Daarbij wordt voorbij gegaan aan het feit dat Nederland een kleine krijgsmacht heeft die al twintig jaar lang door bezuinigingen wordt getroffen. Te vaak wordt Defensie als kostenpost gezien. Dat is het niet. De krijgsmacht heeft ontegenzeggelijk waarde die veelal in harde euro’s is uit te drukken.
(Bron: 'De Waarde van Defensie, HCSS, oktober 2012)
NOS: 'Bezuinigingen schadelijk voor leger'
De krijgsmacht raakt onherstelbaar aangetast, als het nieuwe kabinet verder gaat met bezuinigen op Defensie. Dat staat in het rapport De Waarde van Defensie van het Haags Centrum voor Strategische Studies van buitenland-deskundige Rob de Wijk. Het rapport wordt vanmiddag in Den Haag gepresenteerd, maar verslaggever Wilco Boom heeft het al gelezen.
1. De ongebalanceerde kosten-baten analyse van Defensie
Anders dan de kosten van de krijgsmacht zijn de baten onvoldoende zichtbaar. Dat leidt tot een ongebalanceerd publiek en politiek debat De Nederlandse krijgsmacht biedt waar voor ons belastinggeld. De baten komen doorgaans echter onvoldoende over het voetlicht, terwijl de kosten makkelijker aandacht krijgen. Het Centraal Planbureau (CPB) en Planbureau van de Leefomgeving (PBL) hebben in augustus 2012 de verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen doorgerekend. In deze doorrekening gaat het niet alleen om de effecten of economische grootheden in enge zin. Ook andere zaken die burgers van belang vinden worden meegewogen, zoals milieu en reistijd. Maar onderwerpen waarvan de planbureaus de effecten niet goed kunnen modelleren, worden niet opgenomen in de doorrekening. Dat geldt bijvoorbeeld voor de welvaartseffecten van veiligheid. Partijen die relatief veel investeren in Defensie, worden hiervoor niet beloond in de CPB-doorrekeningen.
Dat de krijgsmacht waar voor ons belastinggeld levert, blijkt uit de vaak succesvolle inzet in binnen- en buitenland. Zij is geschikt voor bescherming tegen bedreigingen die vele gezichten kunnen aannemen en zich weinig aantrekken van landsgrenzen. Georganiseerde misdaad, internationaal terrorisme, piraterij en migratie- en vluchtelingenstromen zijn voorbeelden. Met haar optreden in diverse internationale operaties, waaronder Allied Force in Kosovo (1999), UNMEE in Eritrea (2001), SFIR in Irak (2003-2005), ISAF in Uruzgan, Afghanistan (2006- 2010) oogstte de Nederlandse krijgsmacht internationaal veel lof. Maar ook in Nederland zelf vervult de krijgsmacht een belangrijke rol, bijvoorbeeld bij grootschalige rampen en crises. Bij dijkdoorbraken kan de krijgsmacht snel grote aantallen personeel inzetten voor het plaatsen van zandzakken, en de evacuatie en noodopvang van burgers. De structuur van de krijgsmacht, met name de bevelsstructuur, is uitermate geschikt voor het coördineren van de activiteiten van veel verschillende partijen onder crisisomstandigheden. Onder moeilijke omstandigheden gaat de krijgsmacht door, waar anderen moeten stoppen. Alleen militairen zijn door hun opleiding en uitrusting in staat (grootschalig) geweld te weerstaan, te dreigen met gebruik ervan en zo nodig terug te slaan.
De kostenkant is gemakkelijk in kaart te brengen. De defensiebegroting is openbaar. Dit geldt ook voor de context waarin de kosten van krijgsmacht zijn te plaatsen, zoals de totale overheidsuitgaven en de defensiebestedingen van andere landen. Toch weten maar weinig Nederlanders hoeveel er aan Defensie wordt uitgegeven of hoe groot de krijgsmacht is. Ook hebben zij geen duidelijk beeld van hoe onze defensie-inspanning zich verhoudt tot de positie van ons land in internationaal verband.
Aan de batenkant is de zaak complexer. De waarde van een stabiele en veilige wereld en een leven in vrijheid is niet eenvoudig in geld uit te drukken. Weten oudere Nederlanders zich nog goed te herinneren wat de prijs van de vrijheid is, voor jongere generaties is dat minder duidelijk. Verder heeft de krijgsmacht het karakter van een verzekeringspremie. Nederland betaalt een premie om zich in te dekken tegen een eventuele veel grotere schade. Als die schade zich gedurende lange tijd niet lijkt voor te doen, dan vraagt men zich af of de premie niet omlaag kan. Ook is het takenpakket van de krijgsmacht zeer divers, met inzet dicht bij en ver van huis, waarbij de belangen soms indirect zijn en dus minder zichtbaar. Wat wel degelijk in geldwaarde valt uit te drukken, maar zelden wordt gedaan, is de nationale inzet van Defensie. Als bijvoorbeeld kustwachttaken, explosievenruiming of grenscontrole op Schiphol niet met krijgsmachtmiddelen zouden plaatsvinden, dan zouden de kosten hiervan op andere begrotingsposten drukken. Kortom, de waarde van defensie is een optelsom van veel verschillende deelopbrengsten, waarvan sommige wel en andere niet goed in euro’s zijn uit te drukken.In deze notitie proberen we de waarde van de krijgsmacht zoveel mogelijk uit te drukken in concrete termen, ook waar dat op eerste gezicht moeilijk lijkt. Wat heeft de Nederlandse burger aan Defensie? Hoe dient de inzet van de krijgsmacht de belangen van Nederland? De notitie laat zien dat de ‘waarde’ die deze belangen vertegenwoordigen en het waardeverlies dat aantasting van deze belangen zou kunnen betekenen, vaak goed tastbaar zijn te maken. Daarnaast maken we de directe, in financiële termen uit te drukken spin-off in eigen land van de investeringen in Defensie zichtbaar.
Overigens, los van de kosten-baten analyse, geniet de Krijgsmacht veel aanzien onder de Nederlandse bevolking. 71% van de Nederlandse bevolking vertrouwt ‘het leger’, zo blijkt uit het rapport De sociale staat van Nederland 2011. De Krijgsmacht moest wel de radio (75%) en de politie (73%) voor laten gaan.
(...)
5. Conclusie: De Waarde Van Defensie
De waarde van defensie is in harde euro’s uit te drukken
Zodra de overheidskosten de pan uit rijzen en er moet worden bezuinigd, lijkt besparen op defensie een automatisme te zijn geworden. Defensie voert een ongelijke strijd voor schaars overheidsgeld, omdat de kosten van Defensie wel heel zichtbaar zijn, maar de baten blijkbaar niet. Deze baten zijn inderdaad vaak niet eenvoudig in concrete getallen uit te drukken. Ze worden vaak buiten de landsgrenzen gerealiseerd en lijken ver van ons bed. Maar misschien wel bovenal: de waarde van defensie is een optelsom van veel verschillende deelopbrengsten.
Enig overzicht is nodig om de veelzijdige bijdragen van de krijgsmacht op waarde te kunnen schatten Dit overzicht ontbreekt veelal. Om meer balans in het debat te brengen, zijn in deze notitie de baten van defensie op een rij gezet en toegelicht. De baten zijn soms abstract, zoals vrijheid, soms concreet, zoals verminderde piraterij, en in harde euro’s uit te drukken, zoals de effecten op de werkgelegenheid in Nederland. Meer dan we beseffen creëert en waarborgt defensie waarde. Dat is de kern van dit rapport.
De Defensiebegroting voor 2013 bedraagt bijna 7,8 miljard euro. Defensie is daarmee een kleine post binnen de rijksuitgaven. Alleen al de rentelast op de staatsschuld is, zelfs bij de huidige rentestand, anderhalf keer zo hoog. De kosten van de zorg stijgen momenteel iedere twee jaar met een bedrag dat ongeveer gelijk is aan het totale defensiebudget. Anders gezegd: bezuinigen op Defensie lost de structurele problemen van de overheidsuitgaven niet op. De defensiebegroting is bovendien de afgelopen jaren fors gedaald tot een historisch laag niveau. Nederland geeft minder dan het gemiddelde van vergelijkbare landen aan Defensie uit en heeft een relatief kleine krijgsmacht.
Het behartigen van de belangen van Nederland is het Leitmotiv in deze notitie over de waarde van defensie. Meer dan we doorgaans beseffen worden deze nationale belangen sterk beïnvloed juist door wat er buiten Nederland gebeurt. Die belangen zijn velerlei. Een veelzijdig inzetbare krijgsmacht speelt een soms cruciale, vaak ondersteunende rol in het waarborgen van al deze belangen. Het is daarmee een cruciale factor voor de veiligheid en welvaart van Nederland Handelsland.
Door te kijken naar de praktijk van vandaag is de waarde van Defensie in veel gevallen heel concreet te maken. Enkele voorbeelden:
• De wereldwijde schade van piraterij werd in 2011 geschat op 7 miljard dollar. Piraterij raakt het Nederlandse bedrijfsleven direct. Nederlandse schepen lopen het risico gekaapt te worden en piraterij bedreigt het vrije goederenvervoer van en naar Nederlandse havens. Bijna de helft van de containers die worden verwerkt in Rotterdam worden vanuit of naar Azië verscheept en komen door zeegebieden waar piraten actief zijn. De bestrijding van piraterij dient dus een concreet belang.
• Vrij internetverkeer van informatie is voor ons land van levensbelang. De risico’s in het cyberdomein nemen echter toe. De jaarlijkse schade voor Nederland door cybercriminaliteit wordt geschat tussen de 20 en 30 miljard euro. Met de toekomstige defensieve cybercapaciteit kan Nederland cyberaanvallen afslaan of beperken, maar slechts met een offensieve capaciteit zijn ze te voorkomen. Ook de bestrijding van cybercrime en cyberwar dient dus een concreet belang.
• De bescherming en het herstel van de internationale rechtsorde en stabiliteit ver van huis dient onmiskenbaar nationale belangen. Zwakke of chaotische landen vormen een bron van onrust voor de gehele regio. Het fragiele statenvraagstuk kost de wereld 187 miljard euro per jaar. Landen kunnen vervallen in anarchie met, bijvoorbeeld piraterij tot gevolg. Het kan ook leiden tot een voedingsbodem voor terrorisme, wat direct onze economische en fysieke veiligheid in gevaar brengt. Ook vluchtelingenstromen kunnen destabiliserend werken. Dit levert allemaal risico’s op voor de internationale rechtsorde en de Nederlandse handelsbelangen. Ofwel, als Nederland niet meehelpt deze problemen bij de bron aan te pakken, krijgen de Nederlanders er in eigen land mee te maken. De kosten van een enkele vluchteling in Nederland bedragen ongeveer 24.000 euro per jaar.
• Georganiseerde misdaad treedt steeds breder en internationaler op. Nederland loopt daardoor het risico dat via onze grenzen grote hoeveelheden drugs ons land binnenkomen, internationale vrouwenhandel plaatsvindt of dat personen met terroristische of criminele bedoelingen zich toegang tot ons land verschaffen. Het is daarom noodzakelijk dat de krijgsmacht onze nationale en Europese grenzen blijft bewaken.
• De krijgsmacht is een structurele partner geworden van civiele hulpdiensten en zowel centrale als lokale overheden in Nederland. De mate van afhankelijkheid is inmiddels zo groot dat Nederland zonder de krijgsmacht niet opgewassen is tegen grote rampen of calamiteiten: alleen de krijgsmacht heeft specifieke capaciteiten als de explosievenopruimingsdienst én als enige de mogelijkheid om snel en grootschalig onder alle omstandigheden op te treden. Defensie is in 2011 maar liefst 2226 maal in Nederland ingezet, naast de dagelijkse inzet van bijvoorbeeld de Koninklijke marechaussee, de Kustwacht en de luchtruimbewaking. Een belangrijk deel van de krijgsmacht is dag-in-dag-uit met nationale taken bezig.
• Via de krijgsmacht komen jaarlijks meer dan 6.000 gediplomeerde, vakkundige en ervaren specialisten terug op de arbeidsmarkt. Daarmee draagt defensie bij aan de instroom van goed opgeleid en ervaren personeel op de Nederlandse arbeidsmarkt.
• De Nederlandse defensie- (en veiligheid-) industrie zet ongeveer €3 miljard euro per jaar om, waarvan tweederde voor de export is bestemd. Deze bedrijven bieden werkgelegenheid aan zo’n vijftienduizend mensen, waarvan ongeveer een derde in hoogwaardige R&D-banen. De structurele relatie tussen Defensie, R&D en industrie draagt bij aan innovatie, de competitieve kracht en een gezond economisch klimaat in Nederland. Door Defensie als innovation leader te betrekken bij het ontwerp en de doorontwikkeling van materieel, ontstaat een innovatieproces met operationele meerwaarde voor Defensie. Dit draagt rechtstreeks bij aan het verhoogd exportpotentieel voor de industrie.
De discussie over Defensie beperkt zich in het publieke debat vaak tot het wel of niet aanschaffen van een nieuw wapensysteem of tot operaties die wel of niet succesvol zouden zijn. In het debat wordt Defensie vaak met ‘oneliners’ weggezet, zoals ‘we hebben genoeg gedaan’ en dooddoeners als ‘we moeten geen Amerika willen spelen’. Daarbij wordt voorbij gegaan aan het feit dat Nederland een kleine krijgsmacht heeft die al twintig jaar lang door bezuinigingen wordt getroffen. Te vaak wordt Defensie als kostenpost gezien. Dat is het niet. De krijgsmacht heeft ontegenzeggelijk waarde die veelal in harde euro’s is uit te drukken.
(Bron: 'De Waarde van Defensie, HCSS, oktober 2012)
NOS: 'Bezuinigingen schadelijk voor leger'
De krijgsmacht raakt onherstelbaar aangetast, als het nieuwe kabinet verder gaat met bezuinigen op Defensie. Dat staat in het rapport De Waarde van Defensie van het Haags Centrum voor Strategische Studies van buitenland-deskundige Rob de Wijk. Het rapport wordt vanmiddag in Den Haag gepresenteerd, maar verslaggever Wilco Boom heeft het al gelezen.
vrijdag 28 september 2012
'Twee maal niks of paars' (column Marineblad)
Ko Colijn*
Op het moment van schrijven lopen winnaar 1 (Mark Rutte) en winnaar 2 (Diederik Samsom) de deur uit bij verkenner 1 (Henk Kamp) en spreken voor de microfoon hun eerste voorzichtige liefdesverklaring uit. Te vroeg om te concluderen dat een tweepartijenkabinet in de maak is, maar het moet wel heel gek lopen als het geen paarse mengkleur krijgt.
Winnaar 1 wil miljarden op ontwikkelingssamenwerking bezuinigen en Defensie ontzien. Winnaar 2 wil precies het omgekeerde, een miljard euro op Defensie bezuinigen en ontwikkelingssamenwerking in tact laten. Wat heet, daar mag zelfs nog wat bij. Het debat van de dag gaat over de vermoedelijke manier waarop de twee partijen, PvdA en VVD, dit soort onverenigbare doelen zullen gaan verwezenlijken. Ik zie grofweg vier manieren.
De eerste is om het probleem op te lossen door halve maatregelen te nemen. Letterlijk: er wordt 500 miljoen euro op Defensie bezuinigd en ontwikkelingssamenwerking lijdt ook halve pijn. Oneerlijk, zegt de ontwikkelingsexpert. ‘Er is minder oorlog in de wereld dan vroeger en er zijn nog steeds anderhalf miljard mensen zonder schoon water: die 0.7% van het nationaal inkomen is aan ontwikkelingsprojecten goed besteed en internationaal verplicht’. Oneerlijk, zegt de generaal. ‘Defensie en ontwikkelingssamenwerking kennen totaal verschillende uitgangspunten. Op Defensie wordt nu al voor de tiende keer bezuinigd in twintig jaar, zelfs na 9/11 waren we de klos terwijl ieder land z’n defensiebudget toen verhoogde. Nu is OS een keer aan de beurt’. Uitkomst: (-,-)
De tweede manier is om Defensie en OS in een groter mandje te leggen, naast de rollators en de forensentax en de hypotheekaftrek bijvoorbeeld. Daar wordt dan een ‘taakstelling’ bij gezet en dan hangt het er maar van af wie het gelag betaalt. De huizenbezitter? Dan houdt Defensie misschien zijn onderzeebootdienst, of twee mijnenjagers, of OS trekt aan het langste eind. Erg bevredigend is het afruilen toch al niet, maar deze manier heeft als extra bezwaar dat je ineens Hollandse huizen en zeemijnen in de Straat van Hormoez tegen elkaar moet afwegen. Dat is toch lastiger dan het nut van een politiemissie vergelijken met het nut van een landbouwproject. Hoe dan ook: het kan met zo’n grotere mand beter, maar natuurlijk ook slechter uitpakken voor Defensie. Het ruilproces is ongewis, de arena is gevuld met onbekende rivalen. Uitkomst:
(-,+) maar we weten niet voor wie.
De derde manier is dat men nog eens nadenkt en de prioriteiten totaal herziet. Net als ze aan tafel gaan bij de formateur ontvangen de onderhandelaars een briefadvies van de Adviesraad InternationaleVraagstukken en lezen daarin dat de maat vol is: er kan geen cent meer bezuinigd worden op Defensie, op straffe van instorten van de krijgsmacht en in de brief staat bovendien dat Nederland in dat geval zijn verdragsrechtelijke verplichtingen niet meer nakomt (!) en grondwettelijke taken niet meer kan uitvoeren. De onderhandelaars schrikken zich een ongeluk en besluiten Defensie hors categorie te verklaren: er zal niet op worden bezuinigd. (Deze optie steunen u en ik van harte, ook al is dat van die schending van verdragsrechtelijke verplichtingen wel wat kras). Uitkomst (+,+) . Kans dat het zo zal gaan: klein.
Blijft over optie vier. Aan een bezuiniging lijkt niet te ontkomen, je moet het altijd proberen maar de crisis is de baas. Defensie en OS laten zich niet tegen elkaar uitspelen. Beide zijn nodig en ze zoeken elkaar nu juist op. Veiligheid wordt een speerpunt van ontwikkelingssamenwerking. Zonder veiligheid geen economische ontwikkeling, geen mensenrechten, geen fatsoenlijk bestuur, geen misdaadbestrijding, en last but not least, geen handelspartner. Wordt de krijgsmacht dan een soort soft force? Helemaal niet. Vijfentwintig jaar geleden waren negen van tien van alle burgeroorlogen in de wereld ‘nieuw’. Nu is dat ongeveer de helft, de andere helft is doorstartoorlog. We vergaten daar te stabiliseren, of deden het niet lang en robuust genoeg. Mijn voorstel zou zijn om de krijgsmacht, èn ontwikkelingssamenwerking, èn de BV Nederland te belonen door een groot deel van hun bezuinigingen terug te sluizen naar een veiligheid-voor-ontwikkelingsfonds. Uitkomst (+,+) . Oogt paars, maar is beter dan twee maal niks.
* prof. dr. J. (Ko) Colijn is defensiespecialist, directeur van ‘Instituut Clingendael’, redacteur van
Vrij Nederland en hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
(Marineblad, oktober 2012)
Op het moment van schrijven lopen winnaar 1 (Mark Rutte) en winnaar 2 (Diederik Samsom) de deur uit bij verkenner 1 (Henk Kamp) en spreken voor de microfoon hun eerste voorzichtige liefdesverklaring uit. Te vroeg om te concluderen dat een tweepartijenkabinet in de maak is, maar het moet wel heel gek lopen als het geen paarse mengkleur krijgt.
Winnaar 1 wil miljarden op ontwikkelingssamenwerking bezuinigen en Defensie ontzien. Winnaar 2 wil precies het omgekeerde, een miljard euro op Defensie bezuinigen en ontwikkelingssamenwerking in tact laten. Wat heet, daar mag zelfs nog wat bij. Het debat van de dag gaat over de vermoedelijke manier waarop de twee partijen, PvdA en VVD, dit soort onverenigbare doelen zullen gaan verwezenlijken. Ik zie grofweg vier manieren.
De eerste is om het probleem op te lossen door halve maatregelen te nemen. Letterlijk: er wordt 500 miljoen euro op Defensie bezuinigd en ontwikkelingssamenwerking lijdt ook halve pijn. Oneerlijk, zegt de ontwikkelingsexpert. ‘Er is minder oorlog in de wereld dan vroeger en er zijn nog steeds anderhalf miljard mensen zonder schoon water: die 0.7% van het nationaal inkomen is aan ontwikkelingsprojecten goed besteed en internationaal verplicht’. Oneerlijk, zegt de generaal. ‘Defensie en ontwikkelingssamenwerking kennen totaal verschillende uitgangspunten. Op Defensie wordt nu al voor de tiende keer bezuinigd in twintig jaar, zelfs na 9/11 waren we de klos terwijl ieder land z’n defensiebudget toen verhoogde. Nu is OS een keer aan de beurt’. Uitkomst: (-,-)
De tweede manier is om Defensie en OS in een groter mandje te leggen, naast de rollators en de forensentax en de hypotheekaftrek bijvoorbeeld. Daar wordt dan een ‘taakstelling’ bij gezet en dan hangt het er maar van af wie het gelag betaalt. De huizenbezitter? Dan houdt Defensie misschien zijn onderzeebootdienst, of twee mijnenjagers, of OS trekt aan het langste eind. Erg bevredigend is het afruilen toch al niet, maar deze manier heeft als extra bezwaar dat je ineens Hollandse huizen en zeemijnen in de Straat van Hormoez tegen elkaar moet afwegen. Dat is toch lastiger dan het nut van een politiemissie vergelijken met het nut van een landbouwproject. Hoe dan ook: het kan met zo’n grotere mand beter, maar natuurlijk ook slechter uitpakken voor Defensie. Het ruilproces is ongewis, de arena is gevuld met onbekende rivalen. Uitkomst:
(-,+) maar we weten niet voor wie.
De derde manier is dat men nog eens nadenkt en de prioriteiten totaal herziet. Net als ze aan tafel gaan bij de formateur ontvangen de onderhandelaars een briefadvies van de Adviesraad InternationaleVraagstukken en lezen daarin dat de maat vol is: er kan geen cent meer bezuinigd worden op Defensie, op straffe van instorten van de krijgsmacht en in de brief staat bovendien dat Nederland in dat geval zijn verdragsrechtelijke verplichtingen niet meer nakomt (!) en grondwettelijke taken niet meer kan uitvoeren. De onderhandelaars schrikken zich een ongeluk en besluiten Defensie hors categorie te verklaren: er zal niet op worden bezuinigd. (Deze optie steunen u en ik van harte, ook al is dat van die schending van verdragsrechtelijke verplichtingen wel wat kras). Uitkomst (+,+) . Kans dat het zo zal gaan: klein.
Blijft over optie vier. Aan een bezuiniging lijkt niet te ontkomen, je moet het altijd proberen maar de crisis is de baas. Defensie en OS laten zich niet tegen elkaar uitspelen. Beide zijn nodig en ze zoeken elkaar nu juist op. Veiligheid wordt een speerpunt van ontwikkelingssamenwerking. Zonder veiligheid geen economische ontwikkeling, geen mensenrechten, geen fatsoenlijk bestuur, geen misdaadbestrijding, en last but not least, geen handelspartner. Wordt de krijgsmacht dan een soort soft force? Helemaal niet. Vijfentwintig jaar geleden waren negen van tien van alle burgeroorlogen in de wereld ‘nieuw’. Nu is dat ongeveer de helft, de andere helft is doorstartoorlog. We vergaten daar te stabiliseren, of deden het niet lang en robuust genoeg. Mijn voorstel zou zijn om de krijgsmacht, èn ontwikkelingssamenwerking, èn de BV Nederland te belonen door een groot deel van hun bezuinigingen terug te sluizen naar een veiligheid-voor-ontwikkelingsfonds. Uitkomst (+,+) . Oogt paars, maar is beter dan twee maal niks.
* prof. dr. J. (Ko) Colijn is defensiespecialist, directeur van ‘Instituut Clingendael’, redacteur van
Vrij Nederland en hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
(Marineblad, oktober 2012)
woensdag 26 september 2012
Brandbrief vakbond van officieren en hoger Defensiepersoneel aan de informateurs
Ministerie van Algemene Zaken
t.a.v. Informateurs W.J. Bos en H.G.J. Kamp
Postbus 20001
2500 EA Den Haag
Den Haag, 26 september 2012
GOV|MHB/12/0204-256
Onderwerp: Defensie in de formatie 2012
De GOV|MHB, professionals bij defensie, zijn zich ten volle bewust van de verantwoordelijke taak die u als informateurs hebt, uw rol in het formatieproces van een nieuwe regering en derhalve in de strategische keuzes die er gemaakt moeten worden. Daarom wendt de GOV|MHB zich tot u beiden.
Defensie is na 22 jaar van bezuinigingen tot op het bot toe uitgekleed. De politiek, regering en parlement, is verantwoordelijk voor de inzet van de zwaardmacht zoals dit in onze Grondwet is vastgelegd. Echter defensie kan door de opeenvolgende bezuinigingen niet meer voldoen aan deze opgedragen taken.
Een krijgsmacht is top down georganiseerd omdat alleen een integratie van wapen- en logistieke systemen leidt tot de gewenste slagkracht. Het geheel is pas na vele jaren opbouwen van expertise en training veel meer dan de som van de samenstellende delen. Met de laatste bezuinigingen is wederom afscheid genomen van essentiële wapensystemen; het opnieuw opbouwen van de samenwerking tussen de samenstellende delen kost tenminste 10 tot 15 jaar. Ook bij het opbouwen van verdere militaire samenwerking tussen Nederland en landen als België en Duitsland duurt het decennia alvorens dat zowel operationeel als financieel iets oplevert.
In deze periode is Nederland dus echt onderverzekerd. Bovendien is Nederland in 22 jaar veranderd van een gewaardeerde NAVO-bondgenoot in een freerider, een profiteur van veiligheid op kosten van andere, vaak minder rijke, landen.
Zowel de VVD als de PvdA hebben het versterken van de internationale rechtsorde als een wezenlijke rol van Nederland geduid. Daarbij is het Nederlandse D(iplomacy)D(efence) D(evelopment)-beleid een succesvolle weg gebleken om hier invulling aan te geven. Door de reeds ingeboekte bezuinigingen, die lopen tot l januari 2016, uit de vorige kabinetsperiode is een doorslaggevende bijdrage van de krijgsmacht aan de 3D-benadering reeds verregaand gemarginaliseerd/onmogelijk geworden. Deze situatie wordt nog verergerd bij verdergaande bezuinigingen.
Veiligheid in Nederland staat hoog op de politieke agenda. De krijgsmacht heeft middelen en mensen om hieraan mede inhoud te geven. 5.000 militairen staan op afroep van de civiele autoriteiten gereed. In onze beleving had 'Haren' dan ook niet mogen gebeuren. Goede wederzijdse ondersteuning en een goede planning, waar de expertise en de capaciteit van de krijgsmacht had kunnen ondersteunen, zouden dit hebben kunnen voorkomen. Verdere bezuinigingen marginaliseren verregaand de mogelijkheden om de Nederlandse veiligheidsdiensten te ondersteunen. Maar erger nog, calamiteiten zullen niet meer het hoofd kunnen worden geboden.
U beiden speelt een cruciale rol in het formatieproces. En daarmee in de beantwoording van de vraag: behoudt Nederland een krijgsmacht die de grondwettelijke taken kan uitvoeren? Onze professionele overtuiging is dat de huidige bezuinigingen en reorganisaties al leiden tot de situatie dat langjarig niet kan worden voldaan aan de opdracht om zorg te dragen voor binnen- en buitenlandse veiligheid. Additionele bezuinigingen zetten, naar onze overtuiging, een onomkeerbaar proces in gang dat leidt tot het einde van de Nederlandse krijgsmacht.
Duo voorzitters GOV|MHB
R.C. Hunnego J.L.R.M. Vermeulen
(GOV|MHB, 26 september 2012)
EenVandaag: hebben brandbrieven zin?
(EenVandaag, 27 september 2012)
t.a.v. Informateurs W.J. Bos en H.G.J. Kamp
Postbus 20001
2500 EA Den Haag
Den Haag, 26 september 2012
GOV|MHB/12/0204-256
Onderwerp: Defensie in de formatie 2012
De GOV|MHB, professionals bij defensie, zijn zich ten volle bewust van de verantwoordelijke taak die u als informateurs hebt, uw rol in het formatieproces van een nieuwe regering en derhalve in de strategische keuzes die er gemaakt moeten worden. Daarom wendt de GOV|MHB zich tot u beiden.
Defensie is na 22 jaar van bezuinigingen tot op het bot toe uitgekleed. De politiek, regering en parlement, is verantwoordelijk voor de inzet van de zwaardmacht zoals dit in onze Grondwet is vastgelegd. Echter defensie kan door de opeenvolgende bezuinigingen niet meer voldoen aan deze opgedragen taken.
Een krijgsmacht is top down georganiseerd omdat alleen een integratie van wapen- en logistieke systemen leidt tot de gewenste slagkracht. Het geheel is pas na vele jaren opbouwen van expertise en training veel meer dan de som van de samenstellende delen. Met de laatste bezuinigingen is wederom afscheid genomen van essentiële wapensystemen; het opnieuw opbouwen van de samenwerking tussen de samenstellende delen kost tenminste 10 tot 15 jaar. Ook bij het opbouwen van verdere militaire samenwerking tussen Nederland en landen als België en Duitsland duurt het decennia alvorens dat zowel operationeel als financieel iets oplevert.
In deze periode is Nederland dus echt onderverzekerd. Bovendien is Nederland in 22 jaar veranderd van een gewaardeerde NAVO-bondgenoot in een freerider, een profiteur van veiligheid op kosten van andere, vaak minder rijke, landen.
Zowel de VVD als de PvdA hebben het versterken van de internationale rechtsorde als een wezenlijke rol van Nederland geduid. Daarbij is het Nederlandse D(iplomacy)D(efence) D(evelopment)-beleid een succesvolle weg gebleken om hier invulling aan te geven. Door de reeds ingeboekte bezuinigingen, die lopen tot l januari 2016, uit de vorige kabinetsperiode is een doorslaggevende bijdrage van de krijgsmacht aan de 3D-benadering reeds verregaand gemarginaliseerd/onmogelijk geworden. Deze situatie wordt nog verergerd bij verdergaande bezuinigingen.
Veiligheid in Nederland staat hoog op de politieke agenda. De krijgsmacht heeft middelen en mensen om hieraan mede inhoud te geven. 5.000 militairen staan op afroep van de civiele autoriteiten gereed. In onze beleving had 'Haren' dan ook niet mogen gebeuren. Goede wederzijdse ondersteuning en een goede planning, waar de expertise en de capaciteit van de krijgsmacht had kunnen ondersteunen, zouden dit hebben kunnen voorkomen. Verdere bezuinigingen marginaliseren verregaand de mogelijkheden om de Nederlandse veiligheidsdiensten te ondersteunen. Maar erger nog, calamiteiten zullen niet meer het hoofd kunnen worden geboden.
U beiden speelt een cruciale rol in het formatieproces. En daarmee in de beantwoording van de vraag: behoudt Nederland een krijgsmacht die de grondwettelijke taken kan uitvoeren? Onze professionele overtuiging is dat de huidige bezuinigingen en reorganisaties al leiden tot de situatie dat langjarig niet kan worden voldaan aan de opdracht om zorg te dragen voor binnen- en buitenlandse veiligheid. Additionele bezuinigingen zetten, naar onze overtuiging, een onomkeerbaar proces in gang dat leidt tot het einde van de Nederlandse krijgsmacht.
Duo voorzitters GOV|MHB
R.C. Hunnego J.L.R.M. Vermeulen
(GOV|MHB, 26 september 2012)
EenVandaag: hebben brandbrieven zin?
(EenVandaag, 27 september 2012)
zaterdag 22 september 2012
EenVandaag: Wacht Defensie nog harder leed?
EenVandaag, 22 september 2012. Item over dreigende nieuwe bezuinigingen op Defensie. Sprekers: Dick Berlijn (ex-Commandant der Strijdkrachten), Jean Debie (voorzitter militaire vakbond VBM|NOV) en polemoloog Leon Wecke (Universiteit Nijmegen).
maandag 17 september 2012
Brief minister Hillen aan personeel Defensie
De kiezer heeft gesproken. Nu breekt in Nederland de formatietijd aan. Een tijd waarin de winnaars van de verkiezingen met elkaar om tafel gaan en bezien tot welke coalitie ze kunnen komen. Een belangrijke tijd.
In de formatieperiode worden de afspraken gemaakt waarlangs Nederland de komende vier jaar in grote lijnen wordt bestuurd. Wel of geen hypotheekrente-aftrek verminderen, wel of niet het ontslagrecht versoepelen, meer of minder marktwerking in de zorg, dergelijke beleidskwesties komen in een formatie op tafel.
Daarnaast staat in een formatie – en zeker in deze formatie – altijd één punt centraal: de begroting. Hoeveel geld trekken we uit voor het één en hoeveel geld bezuinigen we op het ander.
De economische crisis is nog niet voorbij, het tekort op de staatsschuld is niet afdoende weggewerkt. Er zal dus ook door een nieuw kabinet bezuinigd moeten worden.
Defensie heeft het momenteel stevig voor de kiezen. De bezuiniging van 1 miljard euro is boekhoudkundig al ingeboekt, maar de echte gevolgen, die merken we nu pas. De komende tijd moeten we mensen noodgedwongen laten gaan en worden de gevolgen van de bezuinigingen ook op andere fronten duidelijk.
Voorafgaand aan de verkiezingen hebben de verschillende politieke partijen zich over Defensie uitgesproken. Sommige partijen wilden niet aan ons budget tornen of er zelfs wat bijdoen. Andere partijen willen opnieuw stevig het mes in Defensie zetten.
Wat daarbij meespeelt, is het feit dat het Centraal Plan Bureau de waarde van Defensie voor Nederland niet in harde euro’s uitdrukt. Wie bezuinigt op Defensie, hoeft het verlies aan veiligheid nergens financieel te verantwoorden. Dat is – hoe je het ook wendt of keert – een makkelijke manier van bezuinigen.
Vanuit Defensie is de afgelopen tijd op vele manieren aandacht gevraagd voor de toestand van de krijgsmacht. Door militairen zelf via Facebook en Twitter, door vakbonden en officiersverenigingen, door het bedrijfsleven, door brandweer en politie.
Zolang dat op een nette manier gaat, is dat een hele goede zaak. Immers, Defensie heeft geen leraren en ouders die protesteren tegen bezuinigingen op het onderwijs, wij hebben evenmin krachtige patiëntenverenigingen die zich boos maken over korten op de zorg. Defensie heeft geen directe achterban die luidkeels van zich laat horen.
Ik vind het tegen die achtergrond niet meer dan logisch dat u bezorgd bent en wilt laten zien dat er heel wat op het spel staat. Maar velen in de politiek nemen veiligheid zeker serieus. Daarom heb ook ik steeds weer opnieuw laten zien wat nodig is voor Defensie. En dat is investeren in de toekomst. Ik heb in vele interviews tot uiting gebracht dat nog meer bezuinigen ronduit risico’s met zich meebrengt. Wie zijn veiligheid serieus neemt, investeert in Defensie.
U kunt ervan op aan dat ik ook in de komende periode mijn uiterste best zal doen voor Defensie. De krijgsmacht is simpelweg te belangrijk voor Nederland om er achteloos mee om te springen.
Hans Hillen
Minister van Defensie
17 september 2012
In de formatieperiode worden de afspraken gemaakt waarlangs Nederland de komende vier jaar in grote lijnen wordt bestuurd. Wel of geen hypotheekrente-aftrek verminderen, wel of niet het ontslagrecht versoepelen, meer of minder marktwerking in de zorg, dergelijke beleidskwesties komen in een formatie op tafel.
Daarnaast staat in een formatie – en zeker in deze formatie – altijd één punt centraal: de begroting. Hoeveel geld trekken we uit voor het één en hoeveel geld bezuinigen we op het ander.
De economische crisis is nog niet voorbij, het tekort op de staatsschuld is niet afdoende weggewerkt. Er zal dus ook door een nieuw kabinet bezuinigd moeten worden.
Defensie heeft het momenteel stevig voor de kiezen. De bezuiniging van 1 miljard euro is boekhoudkundig al ingeboekt, maar de echte gevolgen, die merken we nu pas. De komende tijd moeten we mensen noodgedwongen laten gaan en worden de gevolgen van de bezuinigingen ook op andere fronten duidelijk.
Voorafgaand aan de verkiezingen hebben de verschillende politieke partijen zich over Defensie uitgesproken. Sommige partijen wilden niet aan ons budget tornen of er zelfs wat bijdoen. Andere partijen willen opnieuw stevig het mes in Defensie zetten.
Wat daarbij meespeelt, is het feit dat het Centraal Plan Bureau de waarde van Defensie voor Nederland niet in harde euro’s uitdrukt. Wie bezuinigt op Defensie, hoeft het verlies aan veiligheid nergens financieel te verantwoorden. Dat is – hoe je het ook wendt of keert – een makkelijke manier van bezuinigen.
Vanuit Defensie is de afgelopen tijd op vele manieren aandacht gevraagd voor de toestand van de krijgsmacht. Door militairen zelf via Facebook en Twitter, door vakbonden en officiersverenigingen, door het bedrijfsleven, door brandweer en politie.
Zolang dat op een nette manier gaat, is dat een hele goede zaak. Immers, Defensie heeft geen leraren en ouders die protesteren tegen bezuinigingen op het onderwijs, wij hebben evenmin krachtige patiëntenverenigingen die zich boos maken over korten op de zorg. Defensie heeft geen directe achterban die luidkeels van zich laat horen.
Ik vind het tegen die achtergrond niet meer dan logisch dat u bezorgd bent en wilt laten zien dat er heel wat op het spel staat. Maar velen in de politiek nemen veiligheid zeker serieus. Daarom heb ook ik steeds weer opnieuw laten zien wat nodig is voor Defensie. En dat is investeren in de toekomst. Ik heb in vele interviews tot uiting gebracht dat nog meer bezuinigen ronduit risico’s met zich meebrengt. Wie zijn veiligheid serieus neemt, investeert in Defensie.
U kunt ervan op aan dat ik ook in de komende periode mijn uiterste best zal doen voor Defensie. De krijgsmacht is simpelweg te belangrijk voor Nederland om er achteloos mee om te springen.
Hans Hillen
Minister van Defensie
17 september 2012
zaterdag 15 september 2012
Adviesorgaan maakt zich zorgen om defensie
De Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) maakt zich grote zorgen over eventuele nieuwe bezuinigingen op defensie. Dat heeft het belangrijke adviesorgaan op het gebied van buitenlands beleid laten weten aan alle leden van de Staten-Generaal in een brief.
''Eventuele nieuwe bezuinigingen op Defensie zouden ernstig afbreuk doen aan een effectief buitenlands- en veiligheidsbeleid'', schrijft de AIV. De brief is juist nu verstuurd, omdat er een nieuw kabinet wordt geformeerd.
Volgens het adviesorgaan roept het huidige formaat van de krijgsmacht al ''vragen op over de inzetbaarheid en het ambitieniveau''.
Sinds de Koude Oorlog, zo betoogt de AIV, is de krijgsmacht met enige regelmatig verkleind. ''Nieuwe bezuinigingen op defensie zijn in strijd met de grondwettelijke taken van de krijgsmacht en verdragsrechtelijke verplichtingen van Nederland.''
(ANP/Nu.nl, 15 september 2012)
Volledige AIV-brief: Kabinetsformatie 2012: krijgsmacht in de knel.
''Eventuele nieuwe bezuinigingen op Defensie zouden ernstig afbreuk doen aan een effectief buitenlands- en veiligheidsbeleid'', schrijft de AIV. De brief is juist nu verstuurd, omdat er een nieuw kabinet wordt geformeerd.
Volgens het adviesorgaan roept het huidige formaat van de krijgsmacht al ''vragen op over de inzetbaarheid en het ambitieniveau''.
Sinds de Koude Oorlog, zo betoogt de AIV, is de krijgsmacht met enige regelmatig verkleind. ''Nieuwe bezuinigingen op defensie zijn in strijd met de grondwettelijke taken van de krijgsmacht en verdragsrechtelijke verplichtingen van Nederland.''
(ANP/Nu.nl, 15 september 2012)
Volledige AIV-brief: Kabinetsformatie 2012: krijgsmacht in de knel.
vrijdag 14 september 2012
Kabinetsformatie 2012: krijgsmacht in de knel (AIV)
Adviesraad Internationale Vraagstukken
Aan de leden van de Staten-Generaal
Datum: 13 september 2012 Kenmerk AIV-14712
Onderwerp: Briefadvies Kabinetsformatie 2012: krijgsmacht in de knel
De AIV heeft tot taak de regering en de Staten-Generaal van advies te dienen over het buitenlands beleid, met inbegrip van het veiligheids- en defensiebeleid. Sinds het einde van de Koude Oorlog staan het veiligheids- en defensiebeleid in belangrijke mate in teken van de bevordering van de internationale rechtsorde en wereldwijde inzet van de krijgsmacht bij vredesbewarende en vredesafdwingende operaties.
Omvorming van de krijgsmacht naar een kleinere, volledig expeditionaire krijgsmacht maakt deel uit van dat beleid, met als belangrijke ijkpunten de Prioriteitennota 1993, de Defensienota 2000, de Prinsjesdagbrief 2003, de beleidsbrief Wereldwijd dienstbaar 2007 en de beleidsbrief Defensie na de kredietcrisis 2011. Elk van deze ijkpunten heeft geresulteerd in een verdere verkleining van de omvang en middelen van de krijgsmacht. De omvang die resulteerde na de besluitvorming van 2011 roept vragen op over de inzetbaarheid en het ambitieniveau van de krijgsmacht.
Tegelijkertijd wordt de toekomst gekenmerkt door grote onzekerheid over de ontwikkeling van de internationale en nationale veiligheidssituatie en een groeiend potentieel voor conflicten. De AIV maakt zich dan ook grote zorgen over eventuele nieuwe bezuinigingen op Defensie. Deze zouden ernstig afbreuk doen aan een effectief buitenlands- en veiligheidsbeleid. Tijdens de lijstrekkersdebatten in de aanloop van de verkiezingen van 12 september jongstleden is het veiligheids- en defensiebeleid niet ter sprake geweest; deze debatten hebben uitsluitend in het teken gestaan van de economische en sociale effecten van andere beleidsvoornemens van de politieke partijen. De AIV richt zich daarom met dit briefadvies ten tijde van de kabinetsformatie tot de Staten-Generaal en het toekomstig kabinet, temeer daar nieuwe bezuinigingen in strijd zijn met de grondwettelijke taken van de krijgsmacht en verdragsrechtelijke verplichtingen van Nederland.
De ernst van deze situatie heeft de AIV doen besluiten zich in deze op de kabinetsformatie gerichte brief te beperken tot het onderwerp defensie-uitgaven.
Buitenlands beleid
Bepalende elementen voor het buitenlands beleid van Nederland zijn het opkomen voor nationale belangen en het dragen van internationale verantwoordelijkheden. De bevordering van de internationale rechtsorde is in de Grondwet verankerd. Beide doelstellingen – nationaal belang en internationale rechtsorde – zijn complementair. Nederland verdient een groot deel van zijn inkomen door internationale handel en buitenlandse investeringen en behoort tot de tien grootste exportlanden van de wereld. Een stabiele internationale omgeving is voor Nederland als handelsnatie van groot belang. Mede daarom neemt Nederland deel aan vredesoperaties, is ons land actief in ontwikkelingssamenwerking en spant het zich met diplomatieke middelen in voor naleving van mensenrechten wereldwijd. Deze instrumenten van buitenlands beleid zijn sterk verweven in het kader van een geïntegreerd veiligheidsbeleid. Dit doet ons land niet alleen op grond van altruïstische motieven – een gevoel van solidariteit met anderen – maar ook op grond van een welbegrepen eigenbelang: onze veiligheid en welvaart zijn ermee gediend.
Staat van de krijgsmacht
Een vergelijking van de Nederlandse defensie-inspanning met die van een representatieve groep benchmark-landen, uitgevoerd in het kader van de ‘Verkenningen – Houvast voor de krijgsmacht van de toekomst’, toont aan dat Nederland zijn krijgsmacht sinds 1990 meer verkleind heeft dan de meeste benchmark-landen. Afgezet tegen het inwonertal beschikt Nederland na Polen over de kleinste krijgsmacht van de benchmark-landen, dat terwijl Nederland een van de rijkste landen ter wereld is, uitgedrukt in inkomen per hoofd van de bevolking. De AIV constateert dat de defensie-uitgaven sinds het einde van de Koude Oorlog als percentage van het nationaal inkomen aanzienlijk zijn gekrompen. Thans geeft Nederland nog maar € 7,87 miljard of 1,3 procent van het Bruto Nationaal Product uit aan Defensie, in 1990 was dit nog 2,7 procent. In 2015 zullen de defensie-uitgaven bij ongewijzigd beleid verder zijn gedaald naar ongeveer één procent. De NAVO-norm voor de nationale defensie-uitgaven is twee procent van het BNP. Deze cijfers geven echter nog een te rooskleurig beeld. Ten eerste is in het defensiebudget ook € 1,3 miljard opgenomen voor pensioenen, uitkeringen en wachtgelden. Ten tweede komt € 372 miljoen van het budget de Koninklijke marechaussee ten goede, wier taken grotendeels buiten de krijgsmacht liggen. Een ‘geschoond’ defensiebudget plaatst de Nederlandse defensie-inspanning in een zorgwekkend licht.
Onder meer naar aanleiding van het eindrapport ‘Verkenningen - Houvast voor de krijgsmacht van de toekomst’ oordeelde de AIV in juni 2010 ‘dat zeer zorgvuldig zal moeten worden bezien of het, in deze onzekere wereld, met zijn weerbarstige uitdagingen, en zijn vele crises in de maak, verantwoord is om op Defensie te bezuinigen.*1 De AIV merkt op dat de in het Regeerakkoord 2010 overeengekomen bezuinigingen op Defensie – oplopend tot om en nabij één miljard euro structureel – ingrijpende gevolgen hebben voor de samenstelling en inzetbaarheid van de krijgsmacht. Zo is het besluit genomen om een compleet wapensysteem, de gevechtstank, geheel uit te faseren. Zoals de minister van Defensie in de beleidsbrief ‘Defensie na de kredietcrisis: een kleinere krijgsmacht in een onrustige wereld’ erkent, dan door deze bezuinigingen de doelstelling van een veelzijdig inzetbare krijgsmacht niet volledig worden waargemaakt. Door defensietaken op gelijke voet te behandelen met andere overheidstaken, wordt voorbijgegaan aan het beginsel dat staten over het geweldsmonopolie moeten beschikken en dat het, anders dan bij andere overheidstaken (zoals zorg), derhalve niet mogelijk is ter aanvulling van het defensiebudget een beroep te doen op maatschappelijke of particuliere bijdragen.
Het draagvlak voor de instandhouding van een veelzijdig inzetbare krijgsmacht neemt niet alleen af bij onze gekozen vertegenwoordigers, maar ook in de samenleving. Dit ondanks de positieve beeldvorming over (het personeel van) de krijgsmacht. Draagvlak in de samenleving is belangrijk, vooral bij deelname aan risicovolle missies. Het zou echter onjuist zijn als bezuinigingen bij de krijgsmacht primair of zelfs uitsluitend vanuit het perspectief van het maatschappelijk draagvlak worden gelegitimeerd. Het gaat immers om onze veiligheid die een kerntaak van de overheid vormt. De AIV meent dat de politiek hier een zware verantwoordelijkheid heeft.
De afgelopen jaren hebben de operaties in Afghanistan en Libië laten zien dat aan de Europese kant ernstige militaire tekortkomingen bestaan die slechts konden worden opgevangen doordat de Amerikanen bereid waren bij te springen. Het betrof onder meer uitzendbare grondtroepen, helikopters, air-to-air refuelling van vliegtuigen, transportvliegtuigen en doelopsporingsmiddelen. Daarnaast stelt de AIV vast, dat de strategische prioriteiten aan het verschuiven zijn: het Amerikaanse buitenlandse en veiligheidsbeleid zal zich meer en meer richten op Azië en de Pacific. Europa zal vaker een zelfstandige koers moeten varen en meer op eigen militaire benen moeten staan in crisissituaties op of nabij het Europese continent die niet onder artikel 5 van het Noord-Atlantisch Verdrag vallen.
In een recent advies over Europese defensiesamenwerking wijst de AIV erop dat kostenbesparingen door verdergaande militaire samenwerking pas op termijn kunnen worden bereikt. *2 De AIV beklemtoont dat hier de kost voor de baat gaat, zoals ook blijkt uit de Belgisch-Nederlandse marinesamenwerking en het Duits-Nederlandse legerkorpshoofdkwartier. Toekomstige besparingen als gevolg van Europese defensiesamenwerking zullen hard nodig zijn om eerdergenoemde militaire tekortkomingen op te heffen. Nieuwe bezuinigingen zullen bovendien de betrouwbaarheid van Nederland als samenwerkingspartner ondermijnen. Voor de instandhouding vna een moderne krijgsmacht is een adequaat niveau van investeringen vereist.
Onzekere toekomst
Studies zoals het eindrapport Verkenningen wijzen op de grote onzekerheid over de ontwikkeling van de internationale en nationale veiligheidssituatie en op een groeiend potentieel voor conflicten. Een onzekerheid die groter dan ooit is sinds het einde van de Koude Oorlog. In de Clingendael Strategische Monitor 2012, met de ondertitel ‘Continuïteit en Onzekerheid in een Veranderende Wereld’, wordt geconcludeerd dat het risico van onveiligheid de afgelopen jaren is toegenomen. Door de snel verschuivende machtsverhoudingen in de wereld komt de naoorlogse, door het Westen gedomineerde, internationale orde onder druk te staan. Opkomende machten, zoals Brazilië, China, India en Turkije, eisen meer ruimte op het wereldtoneel op. De historische ervaring leert ons dat de kans op internationale spanningen significant toeneemt as gevolg van verschuivende machtsverhoudingen. De financieel-economische crisis in de Verenigde Staten en Europa heeft die gewijzigde machtsverhoudingen pijnlijk duidelijk gemaakt. Risico’s van onveiligheid doen zich ook voor bij andere grote uitdagingen van deze tijd, zoals de proliferatie van massavernietigingswapens, falende staten, massale migratie, schaarste van grondstoffen, water en voedsel, klimaatverandering, internationaal terrorisme, humanitaire rampen, post-conflict instabiliteit, genocide, regime change en digitale veiligheid. Uitdagingen die geen enkel land alleen het hoofd kan bieden en die collectieve actie noodzakelijk maken. Deze ontwikkelingen vragen om een sterkere rol voor Europa in de wereld en een evenredige bijdrage van Nederland. Daarbij moet worden geïnvesteerd in soft power, waaronder ontwikkelingssamenwerking en diplomatie, en in hard power, die alleen door de krijgsmacht kan worden geleverd. Politieke machtsuitoefening is immers geloofwaardig noch effectief als deze niet wordt geruggensteund door militaire macht.
Gezien het groeiend potentieel voor conflicten is het opmerkelijk dat het draagvlak voor de instandhouding van een veelzijdig inzetbare krijgsmacht afneemt. De drie hoofdtaken van de krijgsmacht zijn nog onverkort van belang: bescherming van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied, bevordering van de internationale rechtsorde en stabiliteit, en ondersteuning van civiele autoriteiten. De krijgsmacht is de afgelopen twintig jaar omgevormd tot enen kleinere , professionele, expeditionaire krijgsmacht, die de Nederlandse belangen op hoog niveau heeft verdedigd in vaak risicovolle omstandigheden. Ons land heeft bij de omvorming naar een expeditionaire krijgsmacht in internationaal verband lange tijd voorop gelopen. Nederland zal ook in de toekomst een evenredige militaire bijdrage moeten leveren aan internationale verplichtingen in het kader van de VN, de NAVO en de EU, wil ons land geen free rider worden. Vooral de bereidheid om grondtroepen in risicovolle omstandigheden in te zetten is van belang voor de risicodeling tussen landen.
De Nederlandse krijgsmacht heeft succes geboekt met de geïntegreerde benadering van defensie, ontwikkelingssamenwerking en diplomatie binnen crisisbeheersingsoperaties. Een belangrijke les van de afgelopen decennia is dat een veilige omgeving een voorwaarde is voor duurzame ontwikkeling en respect voor de mensenrechten. Crisisbeheersingsoperaties, waarbij soft power en hard power in samenhang worden ingezet blijven personeelsintensief en het streven naar een technologisch hoogwaardige krijgsmacht mag dan ook niet leiden tot steeds minder boots on the ground. Nieuwe operationele capaciteiten, zoals cyberwapens, vervangen geen militairen en conventionele wapens, maar horen wel thuis in de toolbox van een moderne krijgsmacht.
De krijgsmacht levert in het kader van civiel-militaire samenwerking dagelijks steun aan civiele autoriteiten en functioneert in noodsituaties als een onmisbaar vangnet. Het voortzettingsvermogen van civiele diensten, zoals de politie, is immer zeer beperkt. Calamiteiten of (terreur)dreigingen kunnen leiden tot maatschappelijke ontwrichting met als gevolg een groot beroep op nationale inzet van de krijgsmacht.
De krijgsmacht is thans verwikkeld in een complex en omvangrijk reorganisatieproces. Nieuwe bezuinigingen op Defensie zouden niet alleen schade toebrengen aan de reputatie en betrouwbaarheid van Nederland als partner bij internationale samenwerking, maar onherroepelijk consequenties hebben voor de huidige reorganisatie en voor de militaire inzetbaarheid. Bij de inzet van militair vermogen, nu en in de toekomst, is de mens altijd doorslaggevend. De AIV maakt zich dan ook grote zorgen over de gevolgen van verdere bezuinigingen voor de motivatie van het defensiepersoneel, de reputatie van Defensie als werkgever, de werfkracht van de krijgsmacht voor veelbelovende jongeren alsmede het behoud van juist de beste defensiemedewerkers. Verdere bezuinigingen zouden voorts roofbouw plegen op de loyaliteit van het defensiepersoneel. Dit heeft een te hoge prijs.
Tot besluit
De AIV acht verdere bezuinigingen op Defensie onverantwoord gelet op de nationale en internationale veiligheidsrisico’s waaraan ons land kan worden blootgesteld. De krijgsmacht is te beschouwen als een verzekering voor onzekere tijden. Geen verstandig mens zal de brandverzekering van zijn huis opzeggen bij financiële krapte. Ook moet worden beseft dat het weer opbouwen van afgestoten militaire capaciteit vele jaren of zelfs decennia vergt. De krijgsmacht is thans beperkt inzetbaar. Verdere bezuinigingen zullen desastreus uitpakken voor de defensieorganisatie en zijn tevens in strijd met de grondwettelijke taak van de krijgsmacht en de in internationaal verband aangegane verplichtingen.
Hoogachtend,
Mr. F. Korthals Altes
Voorzitter AIV
Voetnoten
*1: AIV briefadvies nummer 17, Kabinetsformatie 2010, Den Haag, juni 2010.
*2: AIV-advies nummer 78, Europese defensiesamenwerking: soevereiniteit en handelingsvermogen, Den Haag, januari 2012.
(Defensie weblog, 14 september 2012)
Aan de leden van de Staten-Generaal
Datum: 13 september 2012 Kenmerk AIV-14712
Onderwerp: Briefadvies Kabinetsformatie 2012: krijgsmacht in de knel
De AIV heeft tot taak de regering en de Staten-Generaal van advies te dienen over het buitenlands beleid, met inbegrip van het veiligheids- en defensiebeleid. Sinds het einde van de Koude Oorlog staan het veiligheids- en defensiebeleid in belangrijke mate in teken van de bevordering van de internationale rechtsorde en wereldwijde inzet van de krijgsmacht bij vredesbewarende en vredesafdwingende operaties.
Omvorming van de krijgsmacht naar een kleinere, volledig expeditionaire krijgsmacht maakt deel uit van dat beleid, met als belangrijke ijkpunten de Prioriteitennota 1993, de Defensienota 2000, de Prinsjesdagbrief 2003, de beleidsbrief Wereldwijd dienstbaar 2007 en de beleidsbrief Defensie na de kredietcrisis 2011. Elk van deze ijkpunten heeft geresulteerd in een verdere verkleining van de omvang en middelen van de krijgsmacht. De omvang die resulteerde na de besluitvorming van 2011 roept vragen op over de inzetbaarheid en het ambitieniveau van de krijgsmacht.
Tegelijkertijd wordt de toekomst gekenmerkt door grote onzekerheid over de ontwikkeling van de internationale en nationale veiligheidssituatie en een groeiend potentieel voor conflicten. De AIV maakt zich dan ook grote zorgen over eventuele nieuwe bezuinigingen op Defensie. Deze zouden ernstig afbreuk doen aan een effectief buitenlands- en veiligheidsbeleid. Tijdens de lijstrekkersdebatten in de aanloop van de verkiezingen van 12 september jongstleden is het veiligheids- en defensiebeleid niet ter sprake geweest; deze debatten hebben uitsluitend in het teken gestaan van de economische en sociale effecten van andere beleidsvoornemens van de politieke partijen. De AIV richt zich daarom met dit briefadvies ten tijde van de kabinetsformatie tot de Staten-Generaal en het toekomstig kabinet, temeer daar nieuwe bezuinigingen in strijd zijn met de grondwettelijke taken van de krijgsmacht en verdragsrechtelijke verplichtingen van Nederland.
De ernst van deze situatie heeft de AIV doen besluiten zich in deze op de kabinetsformatie gerichte brief te beperken tot het onderwerp defensie-uitgaven.
Buitenlands beleid
Bepalende elementen voor het buitenlands beleid van Nederland zijn het opkomen voor nationale belangen en het dragen van internationale verantwoordelijkheden. De bevordering van de internationale rechtsorde is in de Grondwet verankerd. Beide doelstellingen – nationaal belang en internationale rechtsorde – zijn complementair. Nederland verdient een groot deel van zijn inkomen door internationale handel en buitenlandse investeringen en behoort tot de tien grootste exportlanden van de wereld. Een stabiele internationale omgeving is voor Nederland als handelsnatie van groot belang. Mede daarom neemt Nederland deel aan vredesoperaties, is ons land actief in ontwikkelingssamenwerking en spant het zich met diplomatieke middelen in voor naleving van mensenrechten wereldwijd. Deze instrumenten van buitenlands beleid zijn sterk verweven in het kader van een geïntegreerd veiligheidsbeleid. Dit doet ons land niet alleen op grond van altruïstische motieven – een gevoel van solidariteit met anderen – maar ook op grond van een welbegrepen eigenbelang: onze veiligheid en welvaart zijn ermee gediend.
Staat van de krijgsmacht
Een vergelijking van de Nederlandse defensie-inspanning met die van een representatieve groep benchmark-landen, uitgevoerd in het kader van de ‘Verkenningen – Houvast voor de krijgsmacht van de toekomst’, toont aan dat Nederland zijn krijgsmacht sinds 1990 meer verkleind heeft dan de meeste benchmark-landen. Afgezet tegen het inwonertal beschikt Nederland na Polen over de kleinste krijgsmacht van de benchmark-landen, dat terwijl Nederland een van de rijkste landen ter wereld is, uitgedrukt in inkomen per hoofd van de bevolking. De AIV constateert dat de defensie-uitgaven sinds het einde van de Koude Oorlog als percentage van het nationaal inkomen aanzienlijk zijn gekrompen. Thans geeft Nederland nog maar € 7,87 miljard of 1,3 procent van het Bruto Nationaal Product uit aan Defensie, in 1990 was dit nog 2,7 procent. In 2015 zullen de defensie-uitgaven bij ongewijzigd beleid verder zijn gedaald naar ongeveer één procent. De NAVO-norm voor de nationale defensie-uitgaven is twee procent van het BNP. Deze cijfers geven echter nog een te rooskleurig beeld. Ten eerste is in het defensiebudget ook € 1,3 miljard opgenomen voor pensioenen, uitkeringen en wachtgelden. Ten tweede komt € 372 miljoen van het budget de Koninklijke marechaussee ten goede, wier taken grotendeels buiten de krijgsmacht liggen. Een ‘geschoond’ defensiebudget plaatst de Nederlandse defensie-inspanning in een zorgwekkend licht.
Onder meer naar aanleiding van het eindrapport ‘Verkenningen - Houvast voor de krijgsmacht van de toekomst’ oordeelde de AIV in juni 2010 ‘dat zeer zorgvuldig zal moeten worden bezien of het, in deze onzekere wereld, met zijn weerbarstige uitdagingen, en zijn vele crises in de maak, verantwoord is om op Defensie te bezuinigen.*1 De AIV merkt op dat de in het Regeerakkoord 2010 overeengekomen bezuinigingen op Defensie – oplopend tot om en nabij één miljard euro structureel – ingrijpende gevolgen hebben voor de samenstelling en inzetbaarheid van de krijgsmacht. Zo is het besluit genomen om een compleet wapensysteem, de gevechtstank, geheel uit te faseren. Zoals de minister van Defensie in de beleidsbrief ‘Defensie na de kredietcrisis: een kleinere krijgsmacht in een onrustige wereld’ erkent, dan door deze bezuinigingen de doelstelling van een veelzijdig inzetbare krijgsmacht niet volledig worden waargemaakt. Door defensietaken op gelijke voet te behandelen met andere overheidstaken, wordt voorbijgegaan aan het beginsel dat staten over het geweldsmonopolie moeten beschikken en dat het, anders dan bij andere overheidstaken (zoals zorg), derhalve niet mogelijk is ter aanvulling van het defensiebudget een beroep te doen op maatschappelijke of particuliere bijdragen.
Het draagvlak voor de instandhouding van een veelzijdig inzetbare krijgsmacht neemt niet alleen af bij onze gekozen vertegenwoordigers, maar ook in de samenleving. Dit ondanks de positieve beeldvorming over (het personeel van) de krijgsmacht. Draagvlak in de samenleving is belangrijk, vooral bij deelname aan risicovolle missies. Het zou echter onjuist zijn als bezuinigingen bij de krijgsmacht primair of zelfs uitsluitend vanuit het perspectief van het maatschappelijk draagvlak worden gelegitimeerd. Het gaat immers om onze veiligheid die een kerntaak van de overheid vormt. De AIV meent dat de politiek hier een zware verantwoordelijkheid heeft.
De afgelopen jaren hebben de operaties in Afghanistan en Libië laten zien dat aan de Europese kant ernstige militaire tekortkomingen bestaan die slechts konden worden opgevangen doordat de Amerikanen bereid waren bij te springen. Het betrof onder meer uitzendbare grondtroepen, helikopters, air-to-air refuelling van vliegtuigen, transportvliegtuigen en doelopsporingsmiddelen. Daarnaast stelt de AIV vast, dat de strategische prioriteiten aan het verschuiven zijn: het Amerikaanse buitenlandse en veiligheidsbeleid zal zich meer en meer richten op Azië en de Pacific. Europa zal vaker een zelfstandige koers moeten varen en meer op eigen militaire benen moeten staan in crisissituaties op of nabij het Europese continent die niet onder artikel 5 van het Noord-Atlantisch Verdrag vallen.
In een recent advies over Europese defensiesamenwerking wijst de AIV erop dat kostenbesparingen door verdergaande militaire samenwerking pas op termijn kunnen worden bereikt. *2 De AIV beklemtoont dat hier de kost voor de baat gaat, zoals ook blijkt uit de Belgisch-Nederlandse marinesamenwerking en het Duits-Nederlandse legerkorpshoofdkwartier. Toekomstige besparingen als gevolg van Europese defensiesamenwerking zullen hard nodig zijn om eerdergenoemde militaire tekortkomingen op te heffen. Nieuwe bezuinigingen zullen bovendien de betrouwbaarheid van Nederland als samenwerkingspartner ondermijnen. Voor de instandhouding vna een moderne krijgsmacht is een adequaat niveau van investeringen vereist.
Onzekere toekomst
Studies zoals het eindrapport Verkenningen wijzen op de grote onzekerheid over de ontwikkeling van de internationale en nationale veiligheidssituatie en op een groeiend potentieel voor conflicten. Een onzekerheid die groter dan ooit is sinds het einde van de Koude Oorlog. In de Clingendael Strategische Monitor 2012, met de ondertitel ‘Continuïteit en Onzekerheid in een Veranderende Wereld’, wordt geconcludeerd dat het risico van onveiligheid de afgelopen jaren is toegenomen. Door de snel verschuivende machtsverhoudingen in de wereld komt de naoorlogse, door het Westen gedomineerde, internationale orde onder druk te staan. Opkomende machten, zoals Brazilië, China, India en Turkije, eisen meer ruimte op het wereldtoneel op. De historische ervaring leert ons dat de kans op internationale spanningen significant toeneemt as gevolg van verschuivende machtsverhoudingen. De financieel-economische crisis in de Verenigde Staten en Europa heeft die gewijzigde machtsverhoudingen pijnlijk duidelijk gemaakt. Risico’s van onveiligheid doen zich ook voor bij andere grote uitdagingen van deze tijd, zoals de proliferatie van massavernietigingswapens, falende staten, massale migratie, schaarste van grondstoffen, water en voedsel, klimaatverandering, internationaal terrorisme, humanitaire rampen, post-conflict instabiliteit, genocide, regime change en digitale veiligheid. Uitdagingen die geen enkel land alleen het hoofd kan bieden en die collectieve actie noodzakelijk maken. Deze ontwikkelingen vragen om een sterkere rol voor Europa in de wereld en een evenredige bijdrage van Nederland. Daarbij moet worden geïnvesteerd in soft power, waaronder ontwikkelingssamenwerking en diplomatie, en in hard power, die alleen door de krijgsmacht kan worden geleverd. Politieke machtsuitoefening is immers geloofwaardig noch effectief als deze niet wordt geruggensteund door militaire macht.
Gezien het groeiend potentieel voor conflicten is het opmerkelijk dat het draagvlak voor de instandhouding van een veelzijdig inzetbare krijgsmacht afneemt. De drie hoofdtaken van de krijgsmacht zijn nog onverkort van belang: bescherming van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied, bevordering van de internationale rechtsorde en stabiliteit, en ondersteuning van civiele autoriteiten. De krijgsmacht is de afgelopen twintig jaar omgevormd tot enen kleinere , professionele, expeditionaire krijgsmacht, die de Nederlandse belangen op hoog niveau heeft verdedigd in vaak risicovolle omstandigheden. Ons land heeft bij de omvorming naar een expeditionaire krijgsmacht in internationaal verband lange tijd voorop gelopen. Nederland zal ook in de toekomst een evenredige militaire bijdrage moeten leveren aan internationale verplichtingen in het kader van de VN, de NAVO en de EU, wil ons land geen free rider worden. Vooral de bereidheid om grondtroepen in risicovolle omstandigheden in te zetten is van belang voor de risicodeling tussen landen.
De Nederlandse krijgsmacht heeft succes geboekt met de geïntegreerde benadering van defensie, ontwikkelingssamenwerking en diplomatie binnen crisisbeheersingsoperaties. Een belangrijke les van de afgelopen decennia is dat een veilige omgeving een voorwaarde is voor duurzame ontwikkeling en respect voor de mensenrechten. Crisisbeheersingsoperaties, waarbij soft power en hard power in samenhang worden ingezet blijven personeelsintensief en het streven naar een technologisch hoogwaardige krijgsmacht mag dan ook niet leiden tot steeds minder boots on the ground. Nieuwe operationele capaciteiten, zoals cyberwapens, vervangen geen militairen en conventionele wapens, maar horen wel thuis in de toolbox van een moderne krijgsmacht.
De krijgsmacht levert in het kader van civiel-militaire samenwerking dagelijks steun aan civiele autoriteiten en functioneert in noodsituaties als een onmisbaar vangnet. Het voortzettingsvermogen van civiele diensten, zoals de politie, is immer zeer beperkt. Calamiteiten of (terreur)dreigingen kunnen leiden tot maatschappelijke ontwrichting met als gevolg een groot beroep op nationale inzet van de krijgsmacht.
De krijgsmacht is thans verwikkeld in een complex en omvangrijk reorganisatieproces. Nieuwe bezuinigingen op Defensie zouden niet alleen schade toebrengen aan de reputatie en betrouwbaarheid van Nederland als partner bij internationale samenwerking, maar onherroepelijk consequenties hebben voor de huidige reorganisatie en voor de militaire inzetbaarheid. Bij de inzet van militair vermogen, nu en in de toekomst, is de mens altijd doorslaggevend. De AIV maakt zich dan ook grote zorgen over de gevolgen van verdere bezuinigingen voor de motivatie van het defensiepersoneel, de reputatie van Defensie als werkgever, de werfkracht van de krijgsmacht voor veelbelovende jongeren alsmede het behoud van juist de beste defensiemedewerkers. Verdere bezuinigingen zouden voorts roofbouw plegen op de loyaliteit van het defensiepersoneel. Dit heeft een te hoge prijs.
Tot besluit
De AIV acht verdere bezuinigingen op Defensie onverantwoord gelet op de nationale en internationale veiligheidsrisico’s waaraan ons land kan worden blootgesteld. De krijgsmacht is te beschouwen als een verzekering voor onzekere tijden. Geen verstandig mens zal de brandverzekering van zijn huis opzeggen bij financiële krapte. Ook moet worden beseft dat het weer opbouwen van afgestoten militaire capaciteit vele jaren of zelfs decennia vergt. De krijgsmacht is thans beperkt inzetbaar. Verdere bezuinigingen zullen desastreus uitpakken voor de defensieorganisatie en zijn tevens in strijd met de grondwettelijke taak van de krijgsmacht en de in internationaal verband aangegane verplichtingen.
Hoogachtend,
Mr. F. Korthals Altes
Voorzitter AIV
Voetnoten
*1: AIV briefadvies nummer 17, Kabinetsformatie 2010, Den Haag, juni 2010.
*2: AIV-advies nummer 78, Europese defensiesamenwerking: soevereiniteit en handelingsvermogen, Den Haag, januari 2012.
(Defensie weblog, 14 september 2012)
dinsdag 17 juli 2012
Vertrekkend topambtenaar Annink: "Ik heb nog invloed op de formatie"
Secretaris-generaal Ton Annink van het ministerie van Defensie verhuist naar Sociale Zaken. Maar zijn rol is nog niet uitgespeeld bij de krijgsmacht. „Achter de schermen heb ik invloed.”
Door onze redacteur Emilie van Outeren
Het gaat slecht met het ministerie van Defensie. De moeilijkste fase van de bezuiniging van 1 miljard euro, het verdwijnen van 12.000 banen, is aanstaande en er dreigt na de komende verkiezingen nog meer gesneden te worden. Geen prettig moment voor het departement om zijn hoogste ambtenaar te verliezen. Secretaris-generaal Ton Annink (59) stapt over naar het ministerie van Sociale Zaken. Het is zijn zesde ministerie.
Verlaat u het zinkende schip?
„Absoluut niet. Daarom ga ik ook pas in oktober, als ik de reorganisatie in de volgende fase heb gebracht. Het zal mij niet gebeuren dat de controle me nu uit mijn vingers glipt.”
Waarom gaat u dan toch, midden in de reorganisatie?
„Dit is in negen jaar al mijn tweede heftige bezuinigingsronde en er komt misschien meer aan. Ik ben 59 en wilde graag nog secretaris-generaal worden op een ander departement. Het hilarische is dat hoe succesvoller Sociale Zaken is in het verhogen van de pensioenleeftijd, hoe meer ik mijn eigen werktijd verleng. Daarnaast denk ik hier nog invloed uit te kunnen oefenen op de kabinetsformatie.”
Pardon, bedrijft u politiek, door een glossy te maken bijvoorbeeld, zoals Landbouw deed voor Gerda Verburg?
„Ambtenaren ondersteunen de minister niet alleen als bewindspersoon, maar ook als politicus die voorbereidingen kan treffen en een rol kan spelen in de formatie. Wij maken hier analyses van mogelijk defensiebeleid die de minister kan gebruiken in gesprekkenmet mensen die bij de formatie betrokken zijn. Het is niet zo dat ik op een partijbijeenkomst folders sta uit te delen.”
Dat zou een bijzonder CDA-congres zijn, want u bent lid van de PvdA. Ooit een politieke carrière geambieerd?
„Nee, dank je. Ik sta liever in de coulissen dan op het podium.”
Juist uw partij wil nog een miljard weghalen bij defensie, waar probeert u politici van te doordringen?
„Dat het ongelofelijk belangrijk is dat we in Nederland de fase van het boekhouden achter ons laten en meer nadenken over de prioriteiten. Hoe valt bijvoorbeeld te rijmen dat we veiligheid uiterst belangrijk vinden en daarom de politie uitbreiden, maar tegelijkertijd het leger verkleinen? Met mijn netwerk kan ik daar aandacht voor trekken en achter de schermen invloed uitoefenen.
„Ik zie het ook als de klassieke rol van de topambtenaar om de minister te confronteren met de gevolgen van politieke keuzes.”
Vorig jaar bracht u uw minister in een moeilijke positie door informatie achter te houden over misstanden. U had Hillen moeten informeren over diefstal en intimidatie bij een ICT-onderdeel in Den Helder.
„Ik neem hier tientallen besluiten per dag. Ik heb een feilloos geheugen voor belangrijke zaken, maar de onbelangrijke kan ik snel uit mijn hersenpan laten wegglijden. Mij is ooit gevraagd om een machtiging te tekenen om de baas van de Defensie Materieel Organisatie toestemming te geven om een dossier zelf af te handelen. Dat was zo’n papiertje”, hij houdt zijn duim en wijsvinger twee centimeter uit elkaar. „Ik was dat vergeten, dat kan gebeuren.”
De minister kwam onder vuur en er werd geroepen om uw hoofd. Hebt u gevreesd voor uw carrière?
„Dat is het risico van het vak. Als je daar niet tegen kunt, moet je maar groenteboer op Schiermonnikoog worden. Ik heb er in ieder geval geen moment minder om geslapen.”
Wat laat u achter bij Defensie?
„Ik heb de minister beloofd dat we de bezuiniging die ons nu is opgelegd gaan waarmaken. Dat is bij eerdere bezuinigingen niet gelukt. Daar heb ik van geleerd en daarom heb ik strakker gestuurd. Maar ik heb ook gezegd dat als er een nieuwe ronde komt, ik die garantie intrek. Dan kan ik niet meer beloven dat we het onder controle hebben.”
Waar heeft u dan geen controle over?
„Politiek is vluchtiger geworden, we hebben geen kabinet meer dat de vier jaar volmaakt. Politici voelen de druk om in nog kortere tijd hun stempel te drukken en stapelen bezuiniging op bezuiniging. Defensie heeft een enorm incasseringsvermogen en we kunnen veel van mensen vragen, maar het houdt een keer op. Ik weet bijvoorbeeld niet of het ons lukt om nog gekwalificeerde mensen binnen te halen als die alleen maar zien en horen dat de organisatie mensen ontslaat. Bij reorganisaties vertrekken de geschikte mensen die een alternatief hebben. Dat mag, tot op zekere hoogte, maar je moet wel hun opvolgers klaar hebben staan.”
+++
Bonden kritisch
Militaire bonden reageren kritisch op het vertrek van Annink. „Hij is het boegbeeld van de reorganisatie. Die komt nu in de fase die pijn gaat doen. Het zou van leiderschap getuigen als hij ook de ellende mee zou pakken”, zegt Ruud Vermeulen van de officierenvereniging. Jan Kleian van vakbond ACOM is minder subtiel in zijn commentaar. „Mooie opruiming” twitterde hij.
(NRC Handelsblad, 17 juli 2012)
Door onze redacteur Emilie van Outeren
![]() |
| Ton Annink (foto: Defensie) |
Verlaat u het zinkende schip?
„Absoluut niet. Daarom ga ik ook pas in oktober, als ik de reorganisatie in de volgende fase heb gebracht. Het zal mij niet gebeuren dat de controle me nu uit mijn vingers glipt.”
Waarom gaat u dan toch, midden in de reorganisatie?
„Dit is in negen jaar al mijn tweede heftige bezuinigingsronde en er komt misschien meer aan. Ik ben 59 en wilde graag nog secretaris-generaal worden op een ander departement. Het hilarische is dat hoe succesvoller Sociale Zaken is in het verhogen van de pensioenleeftijd, hoe meer ik mijn eigen werktijd verleng. Daarnaast denk ik hier nog invloed uit te kunnen oefenen op de kabinetsformatie.”
Pardon, bedrijft u politiek, door een glossy te maken bijvoorbeeld, zoals Landbouw deed voor Gerda Verburg?
„Ambtenaren ondersteunen de minister niet alleen als bewindspersoon, maar ook als politicus die voorbereidingen kan treffen en een rol kan spelen in de formatie. Wij maken hier analyses van mogelijk defensiebeleid die de minister kan gebruiken in gesprekkenmet mensen die bij de formatie betrokken zijn. Het is niet zo dat ik op een partijbijeenkomst folders sta uit te delen.”
Dat zou een bijzonder CDA-congres zijn, want u bent lid van de PvdA. Ooit een politieke carrière geambieerd?
„Nee, dank je. Ik sta liever in de coulissen dan op het podium.”
Juist uw partij wil nog een miljard weghalen bij defensie, waar probeert u politici van te doordringen?
„Dat het ongelofelijk belangrijk is dat we in Nederland de fase van het boekhouden achter ons laten en meer nadenken over de prioriteiten. Hoe valt bijvoorbeeld te rijmen dat we veiligheid uiterst belangrijk vinden en daarom de politie uitbreiden, maar tegelijkertijd het leger verkleinen? Met mijn netwerk kan ik daar aandacht voor trekken en achter de schermen invloed uitoefenen.
„Ik zie het ook als de klassieke rol van de topambtenaar om de minister te confronteren met de gevolgen van politieke keuzes.”
Vorig jaar bracht u uw minister in een moeilijke positie door informatie achter te houden over misstanden. U had Hillen moeten informeren over diefstal en intimidatie bij een ICT-onderdeel in Den Helder.
„Ik neem hier tientallen besluiten per dag. Ik heb een feilloos geheugen voor belangrijke zaken, maar de onbelangrijke kan ik snel uit mijn hersenpan laten wegglijden. Mij is ooit gevraagd om een machtiging te tekenen om de baas van de Defensie Materieel Organisatie toestemming te geven om een dossier zelf af te handelen. Dat was zo’n papiertje”, hij houdt zijn duim en wijsvinger twee centimeter uit elkaar. „Ik was dat vergeten, dat kan gebeuren.”
De minister kwam onder vuur en er werd geroepen om uw hoofd. Hebt u gevreesd voor uw carrière?
„Dat is het risico van het vak. Als je daar niet tegen kunt, moet je maar groenteboer op Schiermonnikoog worden. Ik heb er in ieder geval geen moment minder om geslapen.”
Wat laat u achter bij Defensie?
„Ik heb de minister beloofd dat we de bezuiniging die ons nu is opgelegd gaan waarmaken. Dat is bij eerdere bezuinigingen niet gelukt. Daar heb ik van geleerd en daarom heb ik strakker gestuurd. Maar ik heb ook gezegd dat als er een nieuwe ronde komt, ik die garantie intrek. Dan kan ik niet meer beloven dat we het onder controle hebben.”
Waar heeft u dan geen controle over?
„Politiek is vluchtiger geworden, we hebben geen kabinet meer dat de vier jaar volmaakt. Politici voelen de druk om in nog kortere tijd hun stempel te drukken en stapelen bezuiniging op bezuiniging. Defensie heeft een enorm incasseringsvermogen en we kunnen veel van mensen vragen, maar het houdt een keer op. Ik weet bijvoorbeeld niet of het ons lukt om nog gekwalificeerde mensen binnen te halen als die alleen maar zien en horen dat de organisatie mensen ontslaat. Bij reorganisaties vertrekken de geschikte mensen die een alternatief hebben. Dat mag, tot op zekere hoogte, maar je moet wel hun opvolgers klaar hebben staan.”
+++
Bonden kritisch
Militaire bonden reageren kritisch op het vertrek van Annink. „Hij is het boegbeeld van de reorganisatie. Die komt nu in de fase die pijn gaat doen. Het zou van leiderschap getuigen als hij ook de ellende mee zou pakken”, zegt Ruud Vermeulen van de officierenvereniging. Jan Kleian van vakbond ACOM is minder subtiel in zijn commentaar. „Mooie opruiming” twitterde hij.
(NRC Handelsblad, 17 juli 2012)
Abonneren op:
Posts (Atom)
