Rosanne Hertzberger
Mijn voorspelling is dat Nederland tijdens mijn leven nog verzeild raakt in minstens één oorlog.
Hoogstwaarschijnlijk vindt u dit een ridicule voorspelling. In deze themabijlage, waarin we vrijelijk mogen profeteren, is het makkelijker om iets alarmerends te zeggen over verschuivende wereldmachten of een ernstige epidemie in de wereld dan over oorlog. Je kunt de mensen gemakkelijker wijsmaken dat een nieuw, onwerkelijk apparaat onze levens zal domineren of dat we allemaal op een dag insecten zullen eten dan dat er een ernstig gewapend conflict zal uitbreken op ons eigen grondgebied.
De kans dat je wordt uitgelachen, is vrij groot. Ook al hebben we oorlog meegemaakt en horen we dagelijks over oorlogen in andere landen, een oorlog in Nederland is een komische suggestie – alsof je iemand in de bloei van zijn leven de mogelijkheid voorspiegelt van een levensbedreigende hersentumor. Ook na vijf jaar crisis gaat het te goed met ons om na te denken over dit soort doemscenario’s. Exemplarisch hiervoor waren de bezuinigingen op defensie. We voelen ons dusdanig veilig en verzekerd van vrede dat het weghakken van grote delen van ons leger geen serieuze bezwaren opleverde vanuit de maatschappij – alsof we bewust besluiten om door te roken, omdat we ons niet kunnen voorstellen dat we ooit kanker zullen krijgen.
De komende jaren hebben de naïevelingen waarschijnlijk nog gelijk ook. Gewapende conflicten lijken ook in de nabije toekomst voorbehouden aan de Afrikaanse, Arabische en Aziatische delen van deze wereld. Hoe ongezellig het ook is op de eurotoppen, niemand spreekt oorlogstaal, niemand mobiliseert de troepen. Chagrijnig doch vredig kabbelen we in de richting van de Verenigde Staten van Europa. Hierin lijkt ook in het komende decennium geen verandering te komen.
Toch is het ook weer niet zó onwaarschijnlijk. Naar verwachting ben ik nog meer dan vijftig jaar in leven. Vijftig jaar zonder oorlog is lang op dit continent. Alle parameters zijn aanwezig: de economie krimpt, de werkloosheid is torenhoog en de vooruitzichten zijn ongunstig. Duitsland wil zijn geld terug. Spanje en Griekenland willen hun leven terug. Dan mogen we allerlei mensenrechtenverklaringen en verdragen en internationale rechtbanken in het leven hebben geroepen, het ondenkbare is nog steeds verre van ondenkbaar. Dit blijft Europa, een notoir kruitvat, waar de vraag niet is óf er ooit nog oorlog uitbreekt, maar wanneer. Ik zou niet weten waarom de 21ste eeuw een uitzondering zou zijn op deze regel.
Dus ziehier een scenario. De economische malaise in Zuid- Europa houdt aan of keert terug. Een aantal verkozen Griekse, Italiaanse en Spaanse premiers moet opnieuw het veld ruimen, omdat ze weigeren te bezuinigen. Met druk uit het Noorden worden er telkens weer pro-Europese politici geïnstalleerd. De werkloze Zuid-Europese jongere komt zijn geluk zoeken in Nederland en Duitsland. Na een aantal immigratiegolven hebben steeds meer volkswijken een uitgesproken Zuid-Europees gezicht. De nieuwe minderheid spreekt, net als de al aanwezige Oost-Europese migranten, nauwelijks Nederlands. Ze integreren niet, ze zijn arm, ontevreden en oververtegenwoordigd in de bijstand en de criminaliteit. Een aantal incidenten volgt. Er gaan verhalen over een lynchpartij. In Zuid-Duitse steden schijnen racistische knokploegen rond te lopen. Een politieagent schiet een jonge Spanjaard dood. Hierop volgen rellen tussen autochtonen en allochtonen. De politie grijpt hardhandig in. Hierbij vallen vele Spaanse en Italiaanse doden.
In Zuid-Europa is er ondertussen steeds meer onvrede over de benarde situatie van Zuid-Europese migranten in de noordelijke lidstaten. De populistische oppositie organiseert op eigen houtje verkiezingen en neemt met geweld de macht over van de pro-Europese bezuinigers. Een aantal Zuid-Europese toppen wordt georganiseerd. Daar klinkt steeds vijandiger taal: als de Noord-Europese landen hun Spaanse, Italiaanse en Griekse minderheden niet beschermen, dan moeten Spanje, Italië en Griekenland zelf maar troepen sturen om hun onderdanen te beschermen, schreeuwen de populisten, aangemoedigd door hun volk.
Op een dag, ergens in de komende vijf decennia, voegen ze de daad bij het woord. Zo ondenkbaar is het niet.
Rosanne Hertzberger is moleculair microbioloog.
(Deze column verscheen in NRC Handelsblad van zaterdag 29 december 2012)
Overname door derden is niet toegestaan
Posts tonen met het label column. Alle posts tonen
Posts tonen met het label column. Alle posts tonen
maandag 31 december 2012
vrijdag 28 september 2012
'Twee maal niks of paars' (column Marineblad)
Ko Colijn*
Op het moment van schrijven lopen winnaar 1 (Mark Rutte) en winnaar 2 (Diederik Samsom) de deur uit bij verkenner 1 (Henk Kamp) en spreken voor de microfoon hun eerste voorzichtige liefdesverklaring uit. Te vroeg om te concluderen dat een tweepartijenkabinet in de maak is, maar het moet wel heel gek lopen als het geen paarse mengkleur krijgt.
Winnaar 1 wil miljarden op ontwikkelingssamenwerking bezuinigen en Defensie ontzien. Winnaar 2 wil precies het omgekeerde, een miljard euro op Defensie bezuinigen en ontwikkelingssamenwerking in tact laten. Wat heet, daar mag zelfs nog wat bij. Het debat van de dag gaat over de vermoedelijke manier waarop de twee partijen, PvdA en VVD, dit soort onverenigbare doelen zullen gaan verwezenlijken. Ik zie grofweg vier manieren.
De eerste is om het probleem op te lossen door halve maatregelen te nemen. Letterlijk: er wordt 500 miljoen euro op Defensie bezuinigd en ontwikkelingssamenwerking lijdt ook halve pijn. Oneerlijk, zegt de ontwikkelingsexpert. ‘Er is minder oorlog in de wereld dan vroeger en er zijn nog steeds anderhalf miljard mensen zonder schoon water: die 0.7% van het nationaal inkomen is aan ontwikkelingsprojecten goed besteed en internationaal verplicht’. Oneerlijk, zegt de generaal. ‘Defensie en ontwikkelingssamenwerking kennen totaal verschillende uitgangspunten. Op Defensie wordt nu al voor de tiende keer bezuinigd in twintig jaar, zelfs na 9/11 waren we de klos terwijl ieder land z’n defensiebudget toen verhoogde. Nu is OS een keer aan de beurt’. Uitkomst: (-,-)
De tweede manier is om Defensie en OS in een groter mandje te leggen, naast de rollators en de forensentax en de hypotheekaftrek bijvoorbeeld. Daar wordt dan een ‘taakstelling’ bij gezet en dan hangt het er maar van af wie het gelag betaalt. De huizenbezitter? Dan houdt Defensie misschien zijn onderzeebootdienst, of twee mijnenjagers, of OS trekt aan het langste eind. Erg bevredigend is het afruilen toch al niet, maar deze manier heeft als extra bezwaar dat je ineens Hollandse huizen en zeemijnen in de Straat van Hormoez tegen elkaar moet afwegen. Dat is toch lastiger dan het nut van een politiemissie vergelijken met het nut van een landbouwproject. Hoe dan ook: het kan met zo’n grotere mand beter, maar natuurlijk ook slechter uitpakken voor Defensie. Het ruilproces is ongewis, de arena is gevuld met onbekende rivalen. Uitkomst:
(-,+) maar we weten niet voor wie.
De derde manier is dat men nog eens nadenkt en de prioriteiten totaal herziet. Net als ze aan tafel gaan bij de formateur ontvangen de onderhandelaars een briefadvies van de Adviesraad InternationaleVraagstukken en lezen daarin dat de maat vol is: er kan geen cent meer bezuinigd worden op Defensie, op straffe van instorten van de krijgsmacht en in de brief staat bovendien dat Nederland in dat geval zijn verdragsrechtelijke verplichtingen niet meer nakomt (!) en grondwettelijke taken niet meer kan uitvoeren. De onderhandelaars schrikken zich een ongeluk en besluiten Defensie hors categorie te verklaren: er zal niet op worden bezuinigd. (Deze optie steunen u en ik van harte, ook al is dat van die schending van verdragsrechtelijke verplichtingen wel wat kras). Uitkomst (+,+) . Kans dat het zo zal gaan: klein.
Blijft over optie vier. Aan een bezuiniging lijkt niet te ontkomen, je moet het altijd proberen maar de crisis is de baas. Defensie en OS laten zich niet tegen elkaar uitspelen. Beide zijn nodig en ze zoeken elkaar nu juist op. Veiligheid wordt een speerpunt van ontwikkelingssamenwerking. Zonder veiligheid geen economische ontwikkeling, geen mensenrechten, geen fatsoenlijk bestuur, geen misdaadbestrijding, en last but not least, geen handelspartner. Wordt de krijgsmacht dan een soort soft force? Helemaal niet. Vijfentwintig jaar geleden waren negen van tien van alle burgeroorlogen in de wereld ‘nieuw’. Nu is dat ongeveer de helft, de andere helft is doorstartoorlog. We vergaten daar te stabiliseren, of deden het niet lang en robuust genoeg. Mijn voorstel zou zijn om de krijgsmacht, èn ontwikkelingssamenwerking, èn de BV Nederland te belonen door een groot deel van hun bezuinigingen terug te sluizen naar een veiligheid-voor-ontwikkelingsfonds. Uitkomst (+,+) . Oogt paars, maar is beter dan twee maal niks.
* prof. dr. J. (Ko) Colijn is defensiespecialist, directeur van ‘Instituut Clingendael’, redacteur van
Vrij Nederland en hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
(Marineblad, oktober 2012)
Op het moment van schrijven lopen winnaar 1 (Mark Rutte) en winnaar 2 (Diederik Samsom) de deur uit bij verkenner 1 (Henk Kamp) en spreken voor de microfoon hun eerste voorzichtige liefdesverklaring uit. Te vroeg om te concluderen dat een tweepartijenkabinet in de maak is, maar het moet wel heel gek lopen als het geen paarse mengkleur krijgt.
Winnaar 1 wil miljarden op ontwikkelingssamenwerking bezuinigen en Defensie ontzien. Winnaar 2 wil precies het omgekeerde, een miljard euro op Defensie bezuinigen en ontwikkelingssamenwerking in tact laten. Wat heet, daar mag zelfs nog wat bij. Het debat van de dag gaat over de vermoedelijke manier waarop de twee partijen, PvdA en VVD, dit soort onverenigbare doelen zullen gaan verwezenlijken. Ik zie grofweg vier manieren.
De eerste is om het probleem op te lossen door halve maatregelen te nemen. Letterlijk: er wordt 500 miljoen euro op Defensie bezuinigd en ontwikkelingssamenwerking lijdt ook halve pijn. Oneerlijk, zegt de ontwikkelingsexpert. ‘Er is minder oorlog in de wereld dan vroeger en er zijn nog steeds anderhalf miljard mensen zonder schoon water: die 0.7% van het nationaal inkomen is aan ontwikkelingsprojecten goed besteed en internationaal verplicht’. Oneerlijk, zegt de generaal. ‘Defensie en ontwikkelingssamenwerking kennen totaal verschillende uitgangspunten. Op Defensie wordt nu al voor de tiende keer bezuinigd in twintig jaar, zelfs na 9/11 waren we de klos terwijl ieder land z’n defensiebudget toen verhoogde. Nu is OS een keer aan de beurt’. Uitkomst: (-,-)
De tweede manier is om Defensie en OS in een groter mandje te leggen, naast de rollators en de forensentax en de hypotheekaftrek bijvoorbeeld. Daar wordt dan een ‘taakstelling’ bij gezet en dan hangt het er maar van af wie het gelag betaalt. De huizenbezitter? Dan houdt Defensie misschien zijn onderzeebootdienst, of twee mijnenjagers, of OS trekt aan het langste eind. Erg bevredigend is het afruilen toch al niet, maar deze manier heeft als extra bezwaar dat je ineens Hollandse huizen en zeemijnen in de Straat van Hormoez tegen elkaar moet afwegen. Dat is toch lastiger dan het nut van een politiemissie vergelijken met het nut van een landbouwproject. Hoe dan ook: het kan met zo’n grotere mand beter, maar natuurlijk ook slechter uitpakken voor Defensie. Het ruilproces is ongewis, de arena is gevuld met onbekende rivalen. Uitkomst:
(-,+) maar we weten niet voor wie.
De derde manier is dat men nog eens nadenkt en de prioriteiten totaal herziet. Net als ze aan tafel gaan bij de formateur ontvangen de onderhandelaars een briefadvies van de Adviesraad InternationaleVraagstukken en lezen daarin dat de maat vol is: er kan geen cent meer bezuinigd worden op Defensie, op straffe van instorten van de krijgsmacht en in de brief staat bovendien dat Nederland in dat geval zijn verdragsrechtelijke verplichtingen niet meer nakomt (!) en grondwettelijke taken niet meer kan uitvoeren. De onderhandelaars schrikken zich een ongeluk en besluiten Defensie hors categorie te verklaren: er zal niet op worden bezuinigd. (Deze optie steunen u en ik van harte, ook al is dat van die schending van verdragsrechtelijke verplichtingen wel wat kras). Uitkomst (+,+) . Kans dat het zo zal gaan: klein.
Blijft over optie vier. Aan een bezuiniging lijkt niet te ontkomen, je moet het altijd proberen maar de crisis is de baas. Defensie en OS laten zich niet tegen elkaar uitspelen. Beide zijn nodig en ze zoeken elkaar nu juist op. Veiligheid wordt een speerpunt van ontwikkelingssamenwerking. Zonder veiligheid geen economische ontwikkeling, geen mensenrechten, geen fatsoenlijk bestuur, geen misdaadbestrijding, en last but not least, geen handelspartner. Wordt de krijgsmacht dan een soort soft force? Helemaal niet. Vijfentwintig jaar geleden waren negen van tien van alle burgeroorlogen in de wereld ‘nieuw’. Nu is dat ongeveer de helft, de andere helft is doorstartoorlog. We vergaten daar te stabiliseren, of deden het niet lang en robuust genoeg. Mijn voorstel zou zijn om de krijgsmacht, èn ontwikkelingssamenwerking, èn de BV Nederland te belonen door een groot deel van hun bezuinigingen terug te sluizen naar een veiligheid-voor-ontwikkelingsfonds. Uitkomst (+,+) . Oogt paars, maar is beter dan twee maal niks.
* prof. dr. J. (Ko) Colijn is defensiespecialist, directeur van ‘Instituut Clingendael’, redacteur van
Vrij Nederland en hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
(Marineblad, oktober 2012)
Abonneren op:
Posts (Atom)