dinsdag 30 april 2013
DAGORDER VAN ZIJNE MAJESTEIT KONING WILLEM-ALEXANDER
Nu ik het Koningschap op mij heb genomen, wil ik mij richten tot u, Nederlandse militairen en burgers die samen onze krijgsmacht vormen.
De Nederlandse krijgsmacht vervult een voorname rol in het voorkomen van oorlog, het verdedigen van onze vrijheid, het handhaven van vrede en recht en het behartigen van de belangen van het Koninkrijk.
Gedurende de regeerperiode van mijn Moeder - maar ook uit eigen ervaring - heb ik mogen constateren dat u de taken behorende bij uw opdracht steeds met toewijding en grote kennis van zaken volbrengt. Als het er echt om gaat, staat u er. In eigen land, maar ook wereldwijd.
De krijgsmacht is met de samenleving aan veranderingen onderhevig en heeft zich ontwikkeld tot een moderne, professionele organisatie die steeds meer internationaal is georiënteerd.
Dat de keuze om het Koninkrijk te dienen soms grote offers vraagt, is ook de afgelopen jaren gebleken. Het is daarom met het grootste respect dat ik de gesneuvelde militairen gedenk en dat mijn gedachten uitgaan naar de gewonden.
Mijn waardering gaat uit naar u, die zich bereid heeft getoond de verantwoordelijkheid op zich te nemen om overal ter wereld het Koninkrijk en zijn bondgenoten te dienen.
Hare Majesteit Koningin Máxima en ik voelen een warme band met de krijgsmacht en u kunt rekenen op onze blijvende steun en belangstelling.
Ik vertrouw, ook in de toekomst, op uw inzet.
30 april 2013
DAGORDER VAN HARE MAJESTEIT KONINGIN BEATRIX
Op de dag dat ik het Koningschap overdraag aan mijn zoon richt ik mij in het bijzonder tot u, militairen en burgermedewerkers van Defensie.
De afgelopen decennia heeft onze krijgsmacht zich ontwikkeld tot een professionele organisatie die militaire slagkracht en expertise levert waar en wanneer de Nederlandse politiek dat vraagt. U treedt op in eigen land ter ondersteuning van civiele autoriteiten, maar ook ver buiten onze landsgrenzen. Veel operaties zijn uitgevoerd onder zware omstandigheden. Een groot beroep is gedaan op uw militaire kunde, improvisatietalent, moed en incasseringsvermogen.
Met diep respect herdenken wij degenen die zijn omgekomen bij het uitoefenen van hun taken. Ons medeleven gaat uit naar hun nabestaanden. In gedachten zijn wij ook bij hen die gewond raakten en hun naasten. Zij verdienen onze niet aflatende steun.
Defensie ondergaat grote veranderingen. Dit schept nieuw perspectief maar gaat ook gepaard met onzekerheid over de toekomst. Ondanks die onzekerheid toont u uw grote toewijding aan de krijgsmacht in het algemeen en aan elkaar in het bijzonder. Dit kenmerkt Defensie en verdient grote waardering.
Ik voel mij hierdoor gesterkt in het vertrouwen dat u, gedurende het Koningschap van Willem-Alexander, in diezelfde geest uw taken zult blijven vervullen om op te komen voor vrede en recht.
30 april 2013
De afgelopen decennia heeft onze krijgsmacht zich ontwikkeld tot een professionele organisatie die militaire slagkracht en expertise levert waar en wanneer de Nederlandse politiek dat vraagt. U treedt op in eigen land ter ondersteuning van civiele autoriteiten, maar ook ver buiten onze landsgrenzen. Veel operaties zijn uitgevoerd onder zware omstandigheden. Een groot beroep is gedaan op uw militaire kunde, improvisatietalent, moed en incasseringsvermogen.
Met diep respect herdenken wij degenen die zijn omgekomen bij het uitoefenen van hun taken. Ons medeleven gaat uit naar hun nabestaanden. In gedachten zijn wij ook bij hen die gewond raakten en hun naasten. Zij verdienen onze niet aflatende steun.
Defensie ondergaat grote veranderingen. Dit schept nieuw perspectief maar gaat ook gepaard met onzekerheid over de toekomst. Ondanks die onzekerheid toont u uw grote toewijding aan de krijgsmacht in het algemeen en aan elkaar in het bijzonder. Dit kenmerkt Defensie en verdient grote waardering.
Ik voel mij hierdoor gesterkt in het vertrouwen dat u, gedurende het Koningschap van Willem-Alexander, in diezelfde geest uw taken zult blijven vervullen om op te komen voor vrede en recht.
30 april 2013
donderdag 25 april 2013
AIVD/MIVD: Project Symbolon
Uiteraard is het hele jaarverslag 2012 van de MIVD de moeite van het lezen waard. Persoonlijk interesseren mij onder meer de afluisteractiviteiten via satellieten en communicatie via de kortegolf (HF) en andere frequentiebereiken (LF/VHF/UHF). Naar aanleiding van de aanslagen op 11 september 2001 in New York en Washington zijn de afluistercapaciteiten van Nederland aanzienlijk uitgebreid. Het aantal satellietschotels van de MIVD werd uitgebreid. Niet alleen kon de MIVD daardoor meer eigen gericht onderzoek doen; het onderschepte verkeer leverde ook data op die interessant konden zijn voor bevriende zusterdiensten. De waarde van dergelijk 'wisselgeld' kan niet genoeg worden overschat. In de inlichtingenwereld geldt immers het motto: "Voor wat hoort wat".
Het doelwit van de toegenomen interceptie van communicatie was, begrijpelijkerwijs niet in de eerste plaats klassieke militaire intelligence. Doelwit #1 waren de terroristische netwerken, Al Qaeda voorop. Omdat de resultaten van dit onderzoek vooral interessant waren voor de AIVD werd in 2003 besloten tot het oprichten van een nieuwe organisatie: de NSO (National Signals Intelligence (Sigint) Organisation). De NSO werd technisch gezien gerund door de MIVD (was dus geen onafhankelijke geheime dienst) maar de researchresultaten werden in min of meer ruwe vorm aangeleverd aan AIVD en MIVD.
Tegelijkertijd werd duidelijk dat voor beide geheime diensten ook het computerverkeer (cyber intelligence) interessant is - zowel defensief als offensief.
Blijkens het Jaarverslag van de MIVD heeft dit besef geleid tot het Project Symbolon. Kwartiermakers zijn al aan de slag en op 1 januari 2014 zal Symbolon geen project meer zijn maar een organisatie die, net als bij de NSO het geval was, zijn diensten aanbiedt aan AIVD en MIVD. Het hoofdkwartier van deze Joint SIGINT Cyber Unit wordt in Zoetermeer gevestigd (thuisbasis van de AIVD), bemand door medewerkers van de AIVD en MIVD, en Defensie stuurt de huidige opbouwfase aan. (Hans de Vreij)
Onderstaand de letterlijke teksten over de NSO en Symbolon uit het Jaarverslag MIVD (pag. 19)
• Nationale Sigint Organisatie (NSO)
De NSO is beheersmatig ondergebracht bij de MIVD en wordt gezagsmatig door de MIVD en AIVD
gezamenlijk aangestuurd. De drie hoofdtaken van de NSO zijn: het voor de MIVD en de AIVD
intercepteren van gegevens uit draadloze telecommunicatie, de uitvoering van onderzoek gericht op innovatie en continuïteit van de interceptie en de ontwikkeling en instandhouding van expeditionaire capaciteiten (Sigint-detachementen). Deze taken kunnen worden gebruikt om in het buitenland informatie te verzamelen in het kader van crisisbeheersingsoperaties.
De NSO heeft voor de interceptie van draadloze communicatie 2 locaties in Nederland. Burum voor interceptie van satelliet verkeer en Eibergen voor interceptie van hoogfrequent radioverkeer.
• Project Symbolon
De AIVD en MIVD werkten in 2012 in een projectteam intensief samen om de oprichting van een gezamenlijke Sigint-Cyber eenheid voor te bereiden. Beide diensten zijn overtuigd van de noodzaak om SIGINT en inlichtingen op het gebied van Cyber samen te voegen en samen door te ontwikkelen.
Een integrale aanpak van het gebruik van deze technische inlichtingenmiddelen zal de doelmatigheid verhogen. De ontvlechting van substantiële onderdelen van beide diensten en het creëren van de randvoorwaarden om de nieuwe eenheid integraal onderdeel te laten uitmaken van de (inlichtingen) processen van beide diensten, vergt meer tijd dan voorzien.
Dat neemt niet weg dat de AIVD en MIVD essentiële stappen hebben gezet om de gezamenlijke eenheid te kunnen oprichten. Zo hebben de diensten besloten tot een zeer brede reikwijdte van de samenwerking en inbreng van middelen. Ook zijn er besluiten genomen over de huisvesting van de personele kern van de eenheid en over hoe de eenheid bestuurd zal worden.
Aan het eind van 2012 is een kwartiermakerorganisatie ingesteld. Deze is in Zoetermeer gevestigd en is samengesteld uit AIVD en MIVD medewerkers. Een kwartiermaker van het ministerie van Defensie geeft leiding aan de oprichting en de nadere voorbereiding ervan.
De nieuwe eenheid zal begin 2014 van start gaan. Met het oog hierop is al gezorgd dat per 1 januari 2013 de onderdelen van de beide diensten die deel uit gaan maken van de gezamenlijke eenheid, integraal worden aangestuurd door de kwartiermaker. Bovendien is in de kwartiermakerorganisatie, ten behoeve van de beide diensten, één gezamenlijk loket gestart voor de informatie-uitwisseling en samenwerking op het gebied van SIGINT en cyber activiteiten met buitenlandse collega-diensten. Dit komt de efficiëntie en effectiviteit op het internationale speelveld per direct ten goede.
(...)
(Defensie weblog, 25 april 2013)
Het doelwit van de toegenomen interceptie van communicatie was, begrijpelijkerwijs niet in de eerste plaats klassieke militaire intelligence. Doelwit #1 waren de terroristische netwerken, Al Qaeda voorop. Omdat de resultaten van dit onderzoek vooral interessant waren voor de AIVD werd in 2003 besloten tot het oprichten van een nieuwe organisatie: de NSO (National Signals Intelligence (Sigint) Organisation). De NSO werd technisch gezien gerund door de MIVD (was dus geen onafhankelijke geheime dienst) maar de researchresultaten werden in min of meer ruwe vorm aangeleverd aan AIVD en MIVD.
Tegelijkertijd werd duidelijk dat voor beide geheime diensten ook het computerverkeer (cyber intelligence) interessant is - zowel defensief als offensief.
Blijkens het Jaarverslag van de MIVD heeft dit besef geleid tot het Project Symbolon. Kwartiermakers zijn al aan de slag en op 1 januari 2014 zal Symbolon geen project meer zijn maar een organisatie die, net als bij de NSO het geval was, zijn diensten aanbiedt aan AIVD en MIVD. Het hoofdkwartier van deze Joint SIGINT Cyber Unit wordt in Zoetermeer gevestigd (thuisbasis van de AIVD), bemand door medewerkers van de AIVD en MIVD, en Defensie stuurt de huidige opbouwfase aan. (Hans de Vreij)
Onderstaand de letterlijke teksten over de NSO en Symbolon uit het Jaarverslag MIVD (pag. 19)
• Nationale Sigint Organisatie (NSO)
De NSO is beheersmatig ondergebracht bij de MIVD en wordt gezagsmatig door de MIVD en AIVD
gezamenlijk aangestuurd. De drie hoofdtaken van de NSO zijn: het voor de MIVD en de AIVD
intercepteren van gegevens uit draadloze telecommunicatie, de uitvoering van onderzoek gericht op innovatie en continuïteit van de interceptie en de ontwikkeling en instandhouding van expeditionaire capaciteiten (Sigint-detachementen). Deze taken kunnen worden gebruikt om in het buitenland informatie te verzamelen in het kader van crisisbeheersingsoperaties.
De NSO heeft voor de interceptie van draadloze communicatie 2 locaties in Nederland. Burum voor interceptie van satelliet verkeer en Eibergen voor interceptie van hoogfrequent radioverkeer.
• Project Symbolon
De AIVD en MIVD werkten in 2012 in een projectteam intensief samen om de oprichting van een gezamenlijke Sigint-Cyber eenheid voor te bereiden. Beide diensten zijn overtuigd van de noodzaak om SIGINT en inlichtingen op het gebied van Cyber samen te voegen en samen door te ontwikkelen.
Een integrale aanpak van het gebruik van deze technische inlichtingenmiddelen zal de doelmatigheid verhogen. De ontvlechting van substantiële onderdelen van beide diensten en het creëren van de randvoorwaarden om de nieuwe eenheid integraal onderdeel te laten uitmaken van de (inlichtingen) processen van beide diensten, vergt meer tijd dan voorzien.
Dat neemt niet weg dat de AIVD en MIVD essentiële stappen hebben gezet om de gezamenlijke eenheid te kunnen oprichten. Zo hebben de diensten besloten tot een zeer brede reikwijdte van de samenwerking en inbreng van middelen. Ook zijn er besluiten genomen over de huisvesting van de personele kern van de eenheid en over hoe de eenheid bestuurd zal worden.
Aan het eind van 2012 is een kwartiermakerorganisatie ingesteld. Deze is in Zoetermeer gevestigd en is samengesteld uit AIVD en MIVD medewerkers. Een kwartiermaker van het ministerie van Defensie geeft leiding aan de oprichting en de nadere voorbereiding ervan.
De nieuwe eenheid zal begin 2014 van start gaan. Met het oog hierop is al gezorgd dat per 1 januari 2013 de onderdelen van de beide diensten die deel uit gaan maken van de gezamenlijke eenheid, integraal worden aangestuurd door de kwartiermaker. Bovendien is in de kwartiermakerorganisatie, ten behoeve van de beide diensten, één gezamenlijk loket gestart voor de informatie-uitwisseling en samenwerking op het gebied van SIGINT en cyber activiteiten met buitenlandse collega-diensten. Dit komt de efficiëntie en effectiviteit op het internationale speelveld per direct ten goede.
(...)
(Defensie weblog, 25 april 2013)
Minister presenteert jaarverslag MIVD aan Tweede Kamer
Minister Jeanine Hennis-Plasschaert heeft vandaag het publieke jaarverslag 2012 van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) naar de Tweede Kamer gestuurd. Centraal in 2012 stonden onder andere de ondersteuning van de krijgsmacht, cyber en samenwerking met de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD).
Buitenland
De MIVD doet tijdig en betrouwbaar onderzoek naar nationale en internationale ontwikkelingen die invloed hebben op de opbouw, voorbereiding en inzet van de krijgsmacht. Daarbij richt de dienst zich op regio’s waar Nederlandse militairen actief zijn, potentiële conflicten, terroristische aanslagen en politieke instabiliteit. In 2012 verzorgde de MIVD analyses en inlichtingenproducten van thema’s en gebieden waar Nederland actief in is of kan worden: wapens, cyber, Afghanistan en Somalië. Dit doet de MIVD in opdracht van de ministeries van Defensie, Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie.
Cyber
De sterk toenemende digitalisering heeft als gevolg dat de Nederlandse samenleving kwetsbaar is voor cyberdreigingen. Dit geldt uiteraard ook voor de Nederlandse krijgsmacht en de defensie-industrie. Om zich daar zo effectief mogelijk tegen te kunnen wapenen, moet Defensie zicht hebben op deze digitale dreigingen. De MIVD doet dan ook actief onderzoek naar dit fenomeen om eventuele dreigingen voortijdig in kaart te brengen. De komende jaren zal de MIVD zijn activiteiten binnen het digitale domein intensiveren.
Samenwerking
In het jaarverslag van 2011 maakte de MIVD al melding van de groeiende samenwerking met de AIVD. Zo boekten de gezamenlijke teams op massavernietigingswapens en het Caribisch gebied regelmatig succes. In 2012 is daar de vorming van een gezamenlijke eenheid voor signals intelligence en cyber bijgekomen. De technische ontwikkelingen op dit gebied gaan zo snel en zijn zo kostbaar, zowel in geld als in schaars talent, dat het efficiënter is om investeringen gezamenlijk te doen. Door de krachten te bundelen, zijn de AIVD en MIVD op de toekomst voorbereid. De voorbereidingen van de gezamenlijke eenheid zijn in volle gang, en de eenheid is naar verwachting in 2014 operationeel.
Link
Jaarverslag MIVD 2012, 66 pagina's PDF
(Defensie weblog, 25 april 2013)
Buitenland
De MIVD doet tijdig en betrouwbaar onderzoek naar nationale en internationale ontwikkelingen die invloed hebben op de opbouw, voorbereiding en inzet van de krijgsmacht. Daarbij richt de dienst zich op regio’s waar Nederlandse militairen actief zijn, potentiële conflicten, terroristische aanslagen en politieke instabiliteit. In 2012 verzorgde de MIVD analyses en inlichtingenproducten van thema’s en gebieden waar Nederland actief in is of kan worden: wapens, cyber, Afghanistan en Somalië. Dit doet de MIVD in opdracht van de ministeries van Defensie, Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie.
Cyber
De sterk toenemende digitalisering heeft als gevolg dat de Nederlandse samenleving kwetsbaar is voor cyberdreigingen. Dit geldt uiteraard ook voor de Nederlandse krijgsmacht en de defensie-industrie. Om zich daar zo effectief mogelijk tegen te kunnen wapenen, moet Defensie zicht hebben op deze digitale dreigingen. De MIVD doet dan ook actief onderzoek naar dit fenomeen om eventuele dreigingen voortijdig in kaart te brengen. De komende jaren zal de MIVD zijn activiteiten binnen het digitale domein intensiveren.
Samenwerking
In het jaarverslag van 2011 maakte de MIVD al melding van de groeiende samenwerking met de AIVD. Zo boekten de gezamenlijke teams op massavernietigingswapens en het Caribisch gebied regelmatig succes. In 2012 is daar de vorming van een gezamenlijke eenheid voor signals intelligence en cyber bijgekomen. De technische ontwikkelingen op dit gebied gaan zo snel en zijn zo kostbaar, zowel in geld als in schaars talent, dat het efficiënter is om investeringen gezamenlijk te doen. Door de krachten te bundelen, zijn de AIVD en MIVD op de toekomst voorbereid. De voorbereidingen van de gezamenlijke eenheid zijn in volle gang, en de eenheid is naar verwachting in 2014 operationeel.
Link
Jaarverslag MIVD 2012, 66 pagina's PDF
(Defensie weblog, 25 april 2013)
dinsdag 23 april 2013
De MIVD in het Jaarverslag van de AIVD
[De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) werken op tal van gebieden samen. Op 23 april 2013 verscheen het jaarverslag over 2012 van de AIVD. Onderstaand een aantal passages en opmerkingen over de raakvlakken tussen de twee geheime diensten uit dat jaarverslag. Een van de zaken die dit jaar opvallen is het verdwijnen van de 'National Signals Intelligence Organisation, NSO). De NSO werd in 2003 opgericht als 'technische' organisatie die ten behoeve van de AIVD en MIVD satellietverkeer (vanuit Burum) en radioverkeer (vanuit Eibergen en de Eempolder) afluisterde. Het ligt voor de hand dat de NSO zal worden vervangen door de in dit jaarverslag genoemde gezamenlijke organisatie 'Symbolon']
------------------------------------------------------------------------------------------------
-Vooral op het gebied van de aanpak van cyberdreiging is in 2012 vooruitgang geboekt met zowel de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) als het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC). [Inleiding]
-Om de beschreven trends en ontwikkelingen het hoofd te kunnen bieden, is het zaak ook nationaal het samenspel van partners, thema’s en instrumenten op een hoog niveau te houden. De AIVD heeft daartoe in 2012 de samenwerking met de MIVD verder gecontinueerd en geïntensiveerd. De gezamenlijke eenheid die zich richt op cyber en Signals intelligence neemt inmiddels vaste vorm aan. In deze eenheid worden de sterke punten van beide diensten op dit gebied bij elkaar gebracht. Dat vormt ook een stevig fundament onder onze inzet met de diverse partners in het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) teneinde digitale aanvallen in alle vormen het hoofd te kunnen bieden.
[Voorwoord Hoofd AIVD]
Cyberdreiging
-In 2012 heeft de AIVD veel digitale spionageaanvallen geconstateerd, onder meer vanuit China, Rusland en Iran. Het aantal digitale aanvallen zal in de toekomst toenemen en een grotere impact krijgen. Cyber security is essentieel om onze economie en samenleving draaiend te kunnen houden. Om bedreiging daarvan te kunnen keren, is onderlinge samenwerking van overheidsorganisaties noodzakelijk. In 2012 heeft de AIVD de samenwerkingsrelatie met zowel de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) als het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) verder uitgebreid.
Inlichtingen over het buitenland
-Om de complexe en samenhangende ontwikkelingen in de wereld te kunnen volgen en duiden is de inzet van een inlichtingendienst als de AIVD een van de instrumenten die de Nederlandse regering ter beschikking staan bij de vorming van het buitenlandbeleid. De AIVD levert informatie die via reguliere diplomatieke kanalen niet beschikbaar komt. In 2012 was dat bijvoorbeeld informatie over de ontwikkelingen in de Arabische wereld, met name die in Egypte en Syrië, en de veranderingen in het politieke landschap aldaar. Verder informeerde de AIVD – samen met de MIVD – de regering over ontwikkelingen op het gebied van de verspreiding en productie van massavernietigingswapens. Door middel van ambtsberichten werd de Nederlandse overheid ondersteund bij het goed vervullen van de exportcontrolefunctie. De AIVD bracht diverse inlichtingenrapporten uit over ontwikkelingen die de Nederlandse energievoorzieningszekerheid raken. En ook informeerde de AIVD/MIVD de regering over ontwikkelingen die in relatie staan tot de veiligheid van het Caribische deel van het Koninkrijk.
(Inter)nationale samenwerking
-De bestaande samenwerkingsverbanden met de MIVD op het terrein van contraproliferatie en ten aanzien van het Caribisch gebied werden gecontinueerd. Tevens was sprake van nauwe samenwerking en gezamenlijke rapportage op specifieke ontwikkelingen in de Arabische regio. Daarnaast hebben de AIVD en de MIVD essentiële stappen gezet om de gezamenlijke eenheid Symbolon, die zich richt op Sigint en intelligence op het gebied van cyber, te kunnen oprichten.
Het versterken van cyber security is een gedeelde verantwoordelijkheid van veel partijen in de samenleving, omdat het een complexe en omvangrijke taak is. Daarom werken overheid, bedrijfsleven en wetenschap met elkaar samen. Dit heeft geleid tot de Nationale Cyber Security Strategie. De samenwerking is concreet vorm gegeven binnen het Nationaal Cyber Security Centrum. De AIVD en het NCSC versterken elkaar op onderwerpen als kennis, detectie van digitale aanvallen en situational awareness.
De intensivering van de samenwerking met partners in het veiligheidsdomein heeft zich in 2012 onder andere gericht op versterking van de relaties met de Regionale Inlichtingendiensten (RID’s) en Bijzondere Diensten (BD’s). De RID’s en BD’s (zoals de BD KMar, Team Inlichtingen Bijstand van de Douane en ID FIOD) zijn de vooruitgeschoven posten en daarmee de ogen en oren van de AIVD in het land. Daarnaast heeft de AIVD een substantiële bijdrage geleverd aan de samenstelling van het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) dat de NCTV drie à vier keer per jaar uitbrengt.
2.1 Activiteiten van de AIVD
De AIVD werkt bovendien nauw samen met de MIVD in de op te richten samenwerkingseenheid die zich richt op Sigint en intelligence op het gebied van cyber. Beide diensten zijn van mening dat alleen door de concentratie van technische kennis en specialistische middelen cyber security in Nederland versterkt kan worden.
Digitale aanvallen onderzoeken
De AIVD onderzoekt meldingen vanuit de overheid, van collega-diensten of van bedrijven over verdachte gebeurtenissen die bijvoorbeeld kunnen wijzen op spionage. Zo hebben wij in 2012 onderzoek gedaan naar spionagemalware die in e-mails van ambtenaren is teruggevonden. De resultaten van deze onderzoeken delen wij, waar mogelijk, met de MIVD en het NCSC en met buitenlandse collega-diensten.
6. Inlichtingen buitenland
De inlichtingen worden ingewonnen door het inzetten van menselijke of technische bronnen. Het gebruik van het technische middel Sigint heeft in 2012 een nieuwe impuls gekregen door verregaande samenwerking met de MIVD. Dit wordt vorm gegeven met de op te richten eenheid die zich richt op Sigint en intelligence op het gebied van cyber. Tot slot vormen de collega-diensten van de AIVD een belangrijke bron van informatie. In 2012 zijn de banden met verscheidene diensten aangehaald. Met die diensten is de informatieuitwisseling verdiept en met een beperkt aantal diensten is op meer vlakken operationeel samengewerkt.
6.1 Resultaten
De bestaande geïntegreerde samenwerkingsverbanden met de MIVD op het terrein van contraproliferatie en het Caribisch gebied werden gecontinueerd. Daarnaast was sprake van nauwe samenwerking en gezamenlijke rapportage over specifieke ontwikkelingen in de Arabische regio.
6.4 Latijns-Amerika en de Cariben
Met de eilanden Sint Eustatius, Saba en Bonaire als bijzondere Nederlandse gemeenten in de Cariben reiken de landsgrenzen van Nederland tot in Latijns-Amerika. Ontwikkelingen en gebeurtenissen in die regio kunnen daarom van invloed zijn op Nederlandse belangen. De AIVD en de MIVD bundelen hun krachten om de Nederlandse overheid te voorzien van inlichtingen ten aanzien van deze regio. Voor de MIVD is de permanente militaire aanwezigheid van de Nederlandse krijgsmacht in de Caribische delen van het Koninkrijk reden om ontwikkelingen daar op hoofdlijnen te volgen, voor zover deze van invloed kunnen zijn op de Nederlandse krijgsmacht.
PROLIFERATIE VAN MASSAVERNIETIGINGSWAPENS
7.1 Samenwerking AIVD en MIVD
De AIVD en de MIVD werken op het onderwerp contraproliferatie nauw samen in de gezamenlijke Unit Contraproliferatie (UCP). De diensten werken binnen deze unit op één locatie en delen elkaars expertise, informatie en contacten. Zo bouwen ze aan een hoogwaardige inlichtingenpositie. De UCP voert zowel een inlichtingentaak als een veiligheidstaak uit. De inlichtingentaak betreft het informeren van de regering over ontwikkelingen rond programma’s van massavernietigingswapens in landen van zorg. De veiligheidstaak bestaat uit activiteiten die verwervingsactiviteiten door of voor landen van zorg in of via Nederland tegen moeten gaan.
7.2 Resultaten
De UCP heeft meerdere inlichtingenrapportages en bijzondere briefings uitgebracht. Deze waren voornamelijk gericht aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Defensie, Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken en Economische Zaken.
Om bewustwording en beveiligingsbevordering te stimuleren werden specifieke bedrijven en instellingen bezocht om hen te wijzen op risico’s die samenhangen met proliferatie. De AIVD en de MIVD hebben in meerdere gevallen informatie verstrekt aan het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (en later in 2012 aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken) in het kader van exportcontrole.
De UCP nam actief deel aan innovatieve internationale samenwerkingsprojecten en analytische uitwisseling met buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten. De UCP was mede hierdoor in 2012 een gewaardeerde samenwerkingspartner voor verschillende buitenlandse collega-diensten.
10.5 Samenwerking
De informatie die de AIVD in zijn onderzoeken verwerkt is deels afkomstig uit de eigen inzet van bijzondere inlichtingenmiddelen maar veelal ook uit samenwerkingsrelaties met partners in het veiligheidsdomein. Deze samenwerking is in 2012 geïntensiveerd, met name met de Regionale Inlichtingendiensten (RID’s) en op het gebied van Sigint en cyber security in het samenwerkingsverband Symbolon met de MIVD. Ten behoeve van de uitvoering van veiligheidsonderzoeken heeft de AIVD nieuwe aansluitingen gerealiseerd op de basisregistraties van de BES-eilanden in het Caribisch gebied.
>Symbolon<
De AIVD en de MIVD zijn in 2012 in een projectteam intensief gaan werken aan de oprichting van een gezamenlijke Sigint/ cyber-eenheid. De beide diensten zijn overtuigd van de noodzaak om Signals intelligence (Sigint) en intelligence op het gebied van cyber samen te voegen en samen door te ontwikkelen. Een integrale aanpak van het gebruik van deze technische inlichtingenmiddelen zal de doelmatigheid ervan verhogen. De ontvlechting van substantiële onderdelen van beide diensten en het creëren van de randvoorwaarden om de nieuwe eenheid integraal onderdeel te laten uitmaken van de (inlichtingen)processen van beide diensten, vergt meer tijd dan voorzien. Dat neemt niet weg dat de AIVD en de MIVD essentiële stappen hebben gezet om de gezamenlijke eenheid te kunnen oprichten. Zo hebben de diensten besloten tot een zeer brede reikwijdte van de samenwerking en inbreng van middelen. Ook zijn besluiten genomen over de huisvesting van de personele kern van de eenheid en over hoe de eenheid bestuurd zal worden.
Aan het eind van 2012 is een kwartiermakerorganisatie ingesteld. Deze is in Zoetermeer gevestigd en is samengesteld uit AIVD- en MIVD-medewerkers. Een kwartiermaker van het Ministerie van Defensie geeft leiding aan de oprichting en de nadere voorbereiding van de nieuwe eenheid. Deze eenheid zal begin 2014 van start gaan. Met het oog hierop is al gezorgd dat per 1 januari 2013 de onderdelen van de beide diensten die deel uit gaan maken van de gezamenlijke eenheid integraal worden aangestuurd door de kwartiermaker. Bovendien is in de kwartiermakerorganisatie ten behoeve van de beide diensten één gezamenlijk loket gestart voor de informatie-uitwisseling en samenwerking met buitenlandse collega-diensten op het gebied van Sigint- en cyberactiviteiten. Dit verbetert direct de efficiëntie en effectiviteit op het internationale speelveld.
12.2 Verantwoording en toezicht
Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD) In de Wiv 2002 is bepaald dat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister van Defensie de Tweede Kamer vertrouwelijk kunnen informeren over de middelen en geheime bronnen die de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten gebruiken en het actuele kennis-niveau van beide diensten. Dit gebeurt in de CIVD van de Tweede Kamer. De CIVD bestaat uit de fractievoorzitters van de politieke partijen die in de Tweede Kamer vertegenwoordigd zijn, met uitzondering van de fractievoorzitters van partijen die tijdens een lopende kabinetsperiode zijn afgesplitst.
In 2012 heeft de minister van BZK aan de CIVD verantwoording afgelegd over de operationele taakuitvoering van de AIVD met reguliere driemaandelijkse rapportages; deze rapportages vormen het verantwoordingsdocument. Het Nationale Inlichtingenbeeld (NIB) is het driemaandelijkse inlichtingenbeeld dat samen met de MIVD wordt opgesteld. Tevens kwamen in de CIVD het jaarverslag 2011 inclusief de geheime bijlage en het Stg. Geheim gerubriceerde jaarplan 2012 aan de orde.
Daarnaast heeft de AIVD de commissie inhoudelijk geïnformeerd over verschillende aspecten van de operationele taakuitvoering en over ontwikkelingen in de aandachtsgebieden van de AIVD. De CIVD heeft van de minister van BZK een aantal brieven ontvangen.
Raad voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (RIV)
De RIV is een onderraad van de Ministerraad. De ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Defensie, Buitenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie hebben zitting in deze raad, die wordt voorgezeten door de minister-president. De verantwoordelijke bewindslieden zijn in 2012 voorzien van het inlichtingenbeeld over landen die vanwege de nationale veiligheid aandacht behoeven. Dit stelt de Nederlandse regering in staat op basis van een eigen inlichtingenpositie een standpunt in te nemen ten aanzien van deze landen. Hiertoe zijn presentaties gehouden in de RIV, bijvoorbeeld over het jihadistisch internet en de cyberdreiging voor Nederland. Daarnaast zijn het jaarplan 2012 en jaarverslag 2011 besproken. Tot slot vormde het Nationaal Inlichtingenbeeld, zoals dit ook in de CIVD wordt besproken, een vast onderdeel. Hierin plaatsen de diensten (AIVD en MIVD) belangrijke actuele ontwikkelingen in een inlichtingencontext en geven zij hun verwachtingen voor de toekomst aan.
Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD)
De onafhankelijke CTIVD is belast met het toezicht op de rechtmatigheid van de uitvoering van de Wiv 2002 en de Wvo door de AIVD en MIVD.
12.3 Juridische zaken
Wijziging van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002
In 2012 is gewerkt aan de voorbereiding van voorstellen tot wijziging van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 op het vlak van Sigint en cyber. De aanleiding daarvoor vormde in het bijzonder het toezichtsrapport van de CTIVD inzake de inzet van Sigint door de MIVD (CTIVD nr. 28). De voorstellen, die voornamelijk zien op herziening van de bepalingen inzake de interceptie van telecommunicatie, zijn opgenomen in het wetsvoorstel, dat in 2011 in voorbereiding was genomen. In laatstgenoemd wetsvoorstel worden diverse voorstellen uit het in maart 2011 ingetrokken wetsvoorstel (kamerstukken 30 553; het zogeheten post-Madridwetsvoorstel), waar nodig geactualiseerd, opnieuw opgenomen. Het wetsvoorstel bevindt zich in een vergevorderd stadium van ambtelijke afronding. In afwachting van de resultaten van de evaluatie van de Wiv 2002, die naar verwachting in september 2013 beschikbaar zullen komen, zal het wetsvoorstel niet verder in procedure worden gebracht. De resultaten van de evaluatie, voor zover deze aanleiding geven tot wetswijziging, zullen namelijk in dit wetsvoorstel worden meegenomen.
(Defensie weblog, 23 april 2013)
------------------------------------------------------------------------------------------------
-Vooral op het gebied van de aanpak van cyberdreiging is in 2012 vooruitgang geboekt met zowel de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) als het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC). [Inleiding]
-Om de beschreven trends en ontwikkelingen het hoofd te kunnen bieden, is het zaak ook nationaal het samenspel van partners, thema’s en instrumenten op een hoog niveau te houden. De AIVD heeft daartoe in 2012 de samenwerking met de MIVD verder gecontinueerd en geïntensiveerd. De gezamenlijke eenheid die zich richt op cyber en Signals intelligence neemt inmiddels vaste vorm aan. In deze eenheid worden de sterke punten van beide diensten op dit gebied bij elkaar gebracht. Dat vormt ook een stevig fundament onder onze inzet met de diverse partners in het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) teneinde digitale aanvallen in alle vormen het hoofd te kunnen bieden.
[Voorwoord Hoofd AIVD]
Cyberdreiging
-In 2012 heeft de AIVD veel digitale spionageaanvallen geconstateerd, onder meer vanuit China, Rusland en Iran. Het aantal digitale aanvallen zal in de toekomst toenemen en een grotere impact krijgen. Cyber security is essentieel om onze economie en samenleving draaiend te kunnen houden. Om bedreiging daarvan te kunnen keren, is onderlinge samenwerking van overheidsorganisaties noodzakelijk. In 2012 heeft de AIVD de samenwerkingsrelatie met zowel de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) als het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) verder uitgebreid.
Inlichtingen over het buitenland
-Om de complexe en samenhangende ontwikkelingen in de wereld te kunnen volgen en duiden is de inzet van een inlichtingendienst als de AIVD een van de instrumenten die de Nederlandse regering ter beschikking staan bij de vorming van het buitenlandbeleid. De AIVD levert informatie die via reguliere diplomatieke kanalen niet beschikbaar komt. In 2012 was dat bijvoorbeeld informatie over de ontwikkelingen in de Arabische wereld, met name die in Egypte en Syrië, en de veranderingen in het politieke landschap aldaar. Verder informeerde de AIVD – samen met de MIVD – de regering over ontwikkelingen op het gebied van de verspreiding en productie van massavernietigingswapens. Door middel van ambtsberichten werd de Nederlandse overheid ondersteund bij het goed vervullen van de exportcontrolefunctie. De AIVD bracht diverse inlichtingenrapporten uit over ontwikkelingen die de Nederlandse energievoorzieningszekerheid raken. En ook informeerde de AIVD/MIVD de regering over ontwikkelingen die in relatie staan tot de veiligheid van het Caribische deel van het Koninkrijk.
(Inter)nationale samenwerking
-De bestaande samenwerkingsverbanden met de MIVD op het terrein van contraproliferatie en ten aanzien van het Caribisch gebied werden gecontinueerd. Tevens was sprake van nauwe samenwerking en gezamenlijke rapportage op specifieke ontwikkelingen in de Arabische regio. Daarnaast hebben de AIVD en de MIVD essentiële stappen gezet om de gezamenlijke eenheid Symbolon, die zich richt op Sigint en intelligence op het gebied van cyber, te kunnen oprichten.
Het versterken van cyber security is een gedeelde verantwoordelijkheid van veel partijen in de samenleving, omdat het een complexe en omvangrijke taak is. Daarom werken overheid, bedrijfsleven en wetenschap met elkaar samen. Dit heeft geleid tot de Nationale Cyber Security Strategie. De samenwerking is concreet vorm gegeven binnen het Nationaal Cyber Security Centrum. De AIVD en het NCSC versterken elkaar op onderwerpen als kennis, detectie van digitale aanvallen en situational awareness.
De intensivering van de samenwerking met partners in het veiligheidsdomein heeft zich in 2012 onder andere gericht op versterking van de relaties met de Regionale Inlichtingendiensten (RID’s) en Bijzondere Diensten (BD’s). De RID’s en BD’s (zoals de BD KMar, Team Inlichtingen Bijstand van de Douane en ID FIOD) zijn de vooruitgeschoven posten en daarmee de ogen en oren van de AIVD in het land. Daarnaast heeft de AIVD een substantiële bijdrage geleverd aan de samenstelling van het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) dat de NCTV drie à vier keer per jaar uitbrengt.
2.1 Activiteiten van de AIVD
De AIVD werkt bovendien nauw samen met de MIVD in de op te richten samenwerkingseenheid die zich richt op Sigint en intelligence op het gebied van cyber. Beide diensten zijn van mening dat alleen door de concentratie van technische kennis en specialistische middelen cyber security in Nederland versterkt kan worden.
Digitale aanvallen onderzoeken
De AIVD onderzoekt meldingen vanuit de overheid, van collega-diensten of van bedrijven over verdachte gebeurtenissen die bijvoorbeeld kunnen wijzen op spionage. Zo hebben wij in 2012 onderzoek gedaan naar spionagemalware die in e-mails van ambtenaren is teruggevonden. De resultaten van deze onderzoeken delen wij, waar mogelijk, met de MIVD en het NCSC en met buitenlandse collega-diensten.
6. Inlichtingen buitenland
De inlichtingen worden ingewonnen door het inzetten van menselijke of technische bronnen. Het gebruik van het technische middel Sigint heeft in 2012 een nieuwe impuls gekregen door verregaande samenwerking met de MIVD. Dit wordt vorm gegeven met de op te richten eenheid die zich richt op Sigint en intelligence op het gebied van cyber. Tot slot vormen de collega-diensten van de AIVD een belangrijke bron van informatie. In 2012 zijn de banden met verscheidene diensten aangehaald. Met die diensten is de informatieuitwisseling verdiept en met een beperkt aantal diensten is op meer vlakken operationeel samengewerkt.
6.1 Resultaten
De bestaande geïntegreerde samenwerkingsverbanden met de MIVD op het terrein van contraproliferatie en het Caribisch gebied werden gecontinueerd. Daarnaast was sprake van nauwe samenwerking en gezamenlijke rapportage over specifieke ontwikkelingen in de Arabische regio.
6.4 Latijns-Amerika en de Cariben
Met de eilanden Sint Eustatius, Saba en Bonaire als bijzondere Nederlandse gemeenten in de Cariben reiken de landsgrenzen van Nederland tot in Latijns-Amerika. Ontwikkelingen en gebeurtenissen in die regio kunnen daarom van invloed zijn op Nederlandse belangen. De AIVD en de MIVD bundelen hun krachten om de Nederlandse overheid te voorzien van inlichtingen ten aanzien van deze regio. Voor de MIVD is de permanente militaire aanwezigheid van de Nederlandse krijgsmacht in de Caribische delen van het Koninkrijk reden om ontwikkelingen daar op hoofdlijnen te volgen, voor zover deze van invloed kunnen zijn op de Nederlandse krijgsmacht.
PROLIFERATIE VAN MASSAVERNIETIGINGSWAPENS
7.1 Samenwerking AIVD en MIVD
De AIVD en de MIVD werken op het onderwerp contraproliferatie nauw samen in de gezamenlijke Unit Contraproliferatie (UCP). De diensten werken binnen deze unit op één locatie en delen elkaars expertise, informatie en contacten. Zo bouwen ze aan een hoogwaardige inlichtingenpositie. De UCP voert zowel een inlichtingentaak als een veiligheidstaak uit. De inlichtingentaak betreft het informeren van de regering over ontwikkelingen rond programma’s van massavernietigingswapens in landen van zorg. De veiligheidstaak bestaat uit activiteiten die verwervingsactiviteiten door of voor landen van zorg in of via Nederland tegen moeten gaan.
7.2 Resultaten
De UCP heeft meerdere inlichtingenrapportages en bijzondere briefings uitgebracht. Deze waren voornamelijk gericht aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Defensie, Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken en Economische Zaken.
Om bewustwording en beveiligingsbevordering te stimuleren werden specifieke bedrijven en instellingen bezocht om hen te wijzen op risico’s die samenhangen met proliferatie. De AIVD en de MIVD hebben in meerdere gevallen informatie verstrekt aan het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (en later in 2012 aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken) in het kader van exportcontrole.
De UCP nam actief deel aan innovatieve internationale samenwerkingsprojecten en analytische uitwisseling met buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten. De UCP was mede hierdoor in 2012 een gewaardeerde samenwerkingspartner voor verschillende buitenlandse collega-diensten.
10.5 Samenwerking
De informatie die de AIVD in zijn onderzoeken verwerkt is deels afkomstig uit de eigen inzet van bijzondere inlichtingenmiddelen maar veelal ook uit samenwerkingsrelaties met partners in het veiligheidsdomein. Deze samenwerking is in 2012 geïntensiveerd, met name met de Regionale Inlichtingendiensten (RID’s) en op het gebied van Sigint en cyber security in het samenwerkingsverband Symbolon met de MIVD. Ten behoeve van de uitvoering van veiligheidsonderzoeken heeft de AIVD nieuwe aansluitingen gerealiseerd op de basisregistraties van de BES-eilanden in het Caribisch gebied.
>Symbolon<
De AIVD en de MIVD zijn in 2012 in een projectteam intensief gaan werken aan de oprichting van een gezamenlijke Sigint/ cyber-eenheid. De beide diensten zijn overtuigd van de noodzaak om Signals intelligence (Sigint) en intelligence op het gebied van cyber samen te voegen en samen door te ontwikkelen. Een integrale aanpak van het gebruik van deze technische inlichtingenmiddelen zal de doelmatigheid ervan verhogen. De ontvlechting van substantiële onderdelen van beide diensten en het creëren van de randvoorwaarden om de nieuwe eenheid integraal onderdeel te laten uitmaken van de (inlichtingen)processen van beide diensten, vergt meer tijd dan voorzien. Dat neemt niet weg dat de AIVD en de MIVD essentiële stappen hebben gezet om de gezamenlijke eenheid te kunnen oprichten. Zo hebben de diensten besloten tot een zeer brede reikwijdte van de samenwerking en inbreng van middelen. Ook zijn besluiten genomen over de huisvesting van de personele kern van de eenheid en over hoe de eenheid bestuurd zal worden.
Aan het eind van 2012 is een kwartiermakerorganisatie ingesteld. Deze is in Zoetermeer gevestigd en is samengesteld uit AIVD- en MIVD-medewerkers. Een kwartiermaker van het Ministerie van Defensie geeft leiding aan de oprichting en de nadere voorbereiding van de nieuwe eenheid. Deze eenheid zal begin 2014 van start gaan. Met het oog hierop is al gezorgd dat per 1 januari 2013 de onderdelen van de beide diensten die deel uit gaan maken van de gezamenlijke eenheid integraal worden aangestuurd door de kwartiermaker. Bovendien is in de kwartiermakerorganisatie ten behoeve van de beide diensten één gezamenlijk loket gestart voor de informatie-uitwisseling en samenwerking met buitenlandse collega-diensten op het gebied van Sigint- en cyberactiviteiten. Dit verbetert direct de efficiëntie en effectiviteit op het internationale speelveld.
12.2 Verantwoording en toezicht
Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD) In de Wiv 2002 is bepaald dat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister van Defensie de Tweede Kamer vertrouwelijk kunnen informeren over de middelen en geheime bronnen die de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten gebruiken en het actuele kennis-niveau van beide diensten. Dit gebeurt in de CIVD van de Tweede Kamer. De CIVD bestaat uit de fractievoorzitters van de politieke partijen die in de Tweede Kamer vertegenwoordigd zijn, met uitzondering van de fractievoorzitters van partijen die tijdens een lopende kabinetsperiode zijn afgesplitst.
In 2012 heeft de minister van BZK aan de CIVD verantwoording afgelegd over de operationele taakuitvoering van de AIVD met reguliere driemaandelijkse rapportages; deze rapportages vormen het verantwoordingsdocument. Het Nationale Inlichtingenbeeld (NIB) is het driemaandelijkse inlichtingenbeeld dat samen met de MIVD wordt opgesteld. Tevens kwamen in de CIVD het jaarverslag 2011 inclusief de geheime bijlage en het Stg. Geheim gerubriceerde jaarplan 2012 aan de orde.
Daarnaast heeft de AIVD de commissie inhoudelijk geïnformeerd over verschillende aspecten van de operationele taakuitvoering en over ontwikkelingen in de aandachtsgebieden van de AIVD. De CIVD heeft van de minister van BZK een aantal brieven ontvangen.
Raad voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (RIV)
De RIV is een onderraad van de Ministerraad. De ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Defensie, Buitenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie hebben zitting in deze raad, die wordt voorgezeten door de minister-president. De verantwoordelijke bewindslieden zijn in 2012 voorzien van het inlichtingenbeeld over landen die vanwege de nationale veiligheid aandacht behoeven. Dit stelt de Nederlandse regering in staat op basis van een eigen inlichtingenpositie een standpunt in te nemen ten aanzien van deze landen. Hiertoe zijn presentaties gehouden in de RIV, bijvoorbeeld over het jihadistisch internet en de cyberdreiging voor Nederland. Daarnaast zijn het jaarplan 2012 en jaarverslag 2011 besproken. Tot slot vormde het Nationaal Inlichtingenbeeld, zoals dit ook in de CIVD wordt besproken, een vast onderdeel. Hierin plaatsen de diensten (AIVD en MIVD) belangrijke actuele ontwikkelingen in een inlichtingencontext en geven zij hun verwachtingen voor de toekomst aan.
Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD)
De onafhankelijke CTIVD is belast met het toezicht op de rechtmatigheid van de uitvoering van de Wiv 2002 en de Wvo door de AIVD en MIVD.
12.3 Juridische zaken
Wijziging van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002
In 2012 is gewerkt aan de voorbereiding van voorstellen tot wijziging van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 op het vlak van Sigint en cyber. De aanleiding daarvoor vormde in het bijzonder het toezichtsrapport van de CTIVD inzake de inzet van Sigint door de MIVD (CTIVD nr. 28). De voorstellen, die voornamelijk zien op herziening van de bepalingen inzake de interceptie van telecommunicatie, zijn opgenomen in het wetsvoorstel, dat in 2011 in voorbereiding was genomen. In laatstgenoemd wetsvoorstel worden diverse voorstellen uit het in maart 2011 ingetrokken wetsvoorstel (kamerstukken 30 553; het zogeheten post-Madridwetsvoorstel), waar nodig geactualiseerd, opnieuw opgenomen. Het wetsvoorstel bevindt zich in een vergevorderd stadium van ambtelijke afronding. In afwachting van de resultaten van de evaluatie van de Wiv 2002, die naar verwachting in september 2013 beschikbaar zullen komen, zal het wetsvoorstel niet verder in procedure worden gebracht. De resultaten van de evaluatie, voor zover deze aanleiding geven tot wetswijziging, zullen namelijk in dit wetsvoorstel worden meegenomen.
(Defensie weblog, 23 april 2013)
woensdag 17 april 2013
Militairen onderscheiden voor heldhaftig optreden Uruzgan
Acht militairen zijn vandaag onderscheiden voor ‘moedig, kordaat en beleidvol optreden’ in Afghanistan in 2007 en 2009. De gedecoreerden waren betrokken bij acties tijdens vijandelijk vuur of na bomaanslagen. De zes die onder vuur lagen, kregen het Bronzen Kruis, de op twee na hoogste Nederlandse dapperheidsonderscheiding. Bij het betreffende vuurgevecht sneuvelde commando Kevin van de Rijdt.
De uitreiking van het eremetaal door minister Jeanine Hennis-Plasschaert vond plaats op de Koninklijke Militaire Academie in Breda.
De Bronzen Kruizen zijn voor de leden van een gecombineerde eenheid van commando’s en mariniers. Op 6 september 2009 zochten zij tijdens een verkenning te voet naar vijandelijke strijders in de provincie Uruzgan. Even later werden zij plotseling aangevallen met mitrailleurvuur, mortieren, raketwerpers en kleinkaliberwapens.
De Nederlanders trokken zich terug naar een quala, een ommuurde woning, maar voordat Kevin van de Rijdt die bereikte, werd hij getroffen. 6 man besloten hem met gevaar voor eigen leven te halen. Ze vonden Van de Rijdt, gaven hem eerste medische zorg en droegen hem met grote moeite naar het huis. Eenmaal in de helikopter voor gewondenvervoer bleek hij overleden.
Kogelregen
Minister Jeanine Hennis-Plasschaert over de toekenning van de Bronzen Kruizen. “Het oorlogsgeweld is oorverdovend. Dan blijkt ook dat Kevin van de Rijdt er niet bij is. U twijfelt geen seconde en duikt met zijn zessen de kogelregen weer in. Als eenheid hebt u Kevin teruggebracht. U hebt hem niet in de steek gelaten. U hebt gehandeld in het belang van de missie, in het belang van Nederland en in het belang van Kevin en diens nabestaanden. Ik ben trots op u. Ik hoop dat ook u zich trots kunt voelen, ondanks het verdriet om het verlies.”
Heldhaftigheid en stommiteit
Sergeant Rinie van het Korps Mariniers is een van de zes die terugging. “Heldhaftigheid en stommiteit liggen dicht bij elkaar. Onder deze omstandigheden hadden er naast Kevin ook zes man extra kunnen liggen. Toch ben ik terugkijkend vooral trots. Dit bewijst: je bent brothers in arms, je laat elkaar niet achter.”
Kruizen van Verdienste
De twee Kruizen van Verdienste waren voor het optreden van voor korporaal der 1e klasse buiten dienst Jaap en sergeant der mariniers Ammie, na twee afzonderlijke bomaanslagen. Op 19 januari 2007 bracht een zelfmoordenaar zijn bomauto tot ontploffing bij de patrouille van korporaal Jaap. twee militairen raakten lichtgewond en vijf zwaar. Op eigen initiatief en bewust van de risico’s, bood de korporaal meerdere keren in open terrein hulp. Hij stuurde geneeskundig personeel aan en zorgde dat de gewonden klaar waren voor evacuatie.
Ter plekke is het chaos
Het 2e Kruis van Verdienste was voor sergeant Ammie van het Korps Mariniers. Op 21 december 2009 schoot hij met zijn eenheid Afghaanse politieagenten te hulp die getroffen zijn door een bermbom. Drie doden en een zwaargewonde tot gevolg. Ter plekke aangekomen is het een chaos, herinnert Ammie zich. “Her en der liggen lichaamsdelen. Ik begin orde op zaken te stellen. We hebben laten zien dat Nederlandse mariniers voor niets terugdeinzen, daar ben ik trots op. Het is een erkenning voor het hele peloton.”
Toespraak minister van Defensie bij de uitreiking Dapperheidsonderscheidingen
(ministerie van Defensie, 17 april 2013)
De uitreiking van het eremetaal door minister Jeanine Hennis-Plasschaert vond plaats op de Koninklijke Militaire Academie in Breda.
![]() |
| Bronzen Kruizen, Kruis van Verdienste |
De Bronzen Kruizen zijn voor de leden van een gecombineerde eenheid van commando’s en mariniers. Op 6 september 2009 zochten zij tijdens een verkenning te voet naar vijandelijke strijders in de provincie Uruzgan. Even later werden zij plotseling aangevallen met mitrailleurvuur, mortieren, raketwerpers en kleinkaliberwapens.
De Nederlanders trokken zich terug naar een quala, een ommuurde woning, maar voordat Kevin van de Rijdt die bereikte, werd hij getroffen. 6 man besloten hem met gevaar voor eigen leven te halen. Ze vonden Van de Rijdt, gaven hem eerste medische zorg en droegen hem met grote moeite naar het huis. Eenmaal in de helikopter voor gewondenvervoer bleek hij overleden.
Kogelregen
![]() |
| Kpl. Kevin van de Rijdt |
Heldhaftigheid en stommiteit
Sergeant Rinie van het Korps Mariniers is een van de zes die terugging. “Heldhaftigheid en stommiteit liggen dicht bij elkaar. Onder deze omstandigheden hadden er naast Kevin ook zes man extra kunnen liggen. Toch ben ik terugkijkend vooral trots. Dit bewijst: je bent brothers in arms, je laat elkaar niet achter.”
Kruizen van Verdienste
De twee Kruizen van Verdienste waren voor het optreden van voor korporaal der 1e klasse buiten dienst Jaap en sergeant der mariniers Ammie, na twee afzonderlijke bomaanslagen. Op 19 januari 2007 bracht een zelfmoordenaar zijn bomauto tot ontploffing bij de patrouille van korporaal Jaap. twee militairen raakten lichtgewond en vijf zwaar. Op eigen initiatief en bewust van de risico’s, bood de korporaal meerdere keren in open terrein hulp. Hij stuurde geneeskundig personeel aan en zorgde dat de gewonden klaar waren voor evacuatie.
Ter plekke is het chaos
Het 2e Kruis van Verdienste was voor sergeant Ammie van het Korps Mariniers. Op 21 december 2009 schoot hij met zijn eenheid Afghaanse politieagenten te hulp die getroffen zijn door een bermbom. Drie doden en een zwaargewonde tot gevolg. Ter plekke aangekomen is het een chaos, herinnert Ammie zich. “Her en der liggen lichaamsdelen. Ik begin orde op zaken te stellen. We hebben laten zien dat Nederlandse mariniers voor niets terugdeinzen, daar ben ik trots op. Het is een erkenning voor het hele peloton.”
Toespraak minister van Defensie bij de uitreiking Dapperheidsonderscheidingen
(ministerie van Defensie, 17 april 2013)
maandag 15 april 2013
Beyond the Post-Cold War World
Stratfor
By George Friedman
Founder and Chairman
An era ended when the Soviet Union collapsed on Dec. 31, 1991. The confrontation between the United States and the Soviet Union defined the Cold War period. The collapse of Europe framed that confrontation. After World War II, the Soviet and American armies occupied Europe. Both towered over the remnants of Europe's forces. The collapse of the European imperial system, the emergence of new states and a struggle between the Soviets and Americans for domination and influence also defined the confrontation. There were, of course, many other aspects and phases of the confrontation, but in the end, the Cold War was a struggle built on Europe's decline.
Many shifts in the international system accompanied the end of the Cold War. In fact, 1991 was an extraordinary and defining year. The Japanese economic miracle ended. China after Tiananmen Square inherited Japan's place as a rapidly growing, export-based economy, one defined by the continued pre-eminence of the Chinese Communist Party. The Maastricht Treaty was formulated, creating the structure of the subsequent European Union. A vast coalition dominated by the United States reversed the Iraqi invasion of Kuwait.
Three things defined the post-Cold War world. The first was U.S. power. The second was the rise of China as the center of global industrial growth based on low wages. The third was the re-emergence of Europe as a massive, integrated economic power. Meanwhile, Russia, the main remnant of the Soviet Union, reeled while Japan shifted to a dramatically different economic mode.
The post-Cold War world had two phases. The first lasted from Dec. 31, 1991, until Sept. 11, 2001. The second lasted from 9/11 until now.
The initial phase of the post-Cold War world was built on two assumptions. The first assumption was that the United States was the dominant political and military power but that such power was less significant than before, since economics was the new focus. The second phase still revolved around the three Great Powers -- the United States, China and Europe -- but involved a major shift in the worldview of the United States, which then assumed that pre-eminence included the power to reshape the Islamic world through military action while China and Europe single-mindedly focused on economic matters.
The Three Pillars of the International System
In this new era, Europe is reeling economically and is divided politically. The idea of Europe codified in Maastricht no longer defines Europe. Like the Japanese economic miracle before it, the Chinese economic miracle is drawing to a close and Beijing is beginning to examine its military options. The United States is withdrawing from Afghanistan and reconsidering the relationship between global pre-eminence and global omnipotence. Nothing is as it was in 1991.
Europe primarily defined itself as an economic power, with sovereignty largely retained by its members but shaped by the rule of the European Union. Europe tried to have it all: economic integration and individual states. But now this untenable idea has reached its end and Europe is fragmenting. One region, including Germany, Austria, the Netherlands and Luxembourg, has low unemployment. The other region on the periphery has high or extraordinarily high unemployment.
Germany wants to retain the European Union to protect German trade interests and because Berlin properly fears the political consequences of a fragmented Europe. But as the creditor of last resort, Germany also wants to control the economic behavior of the EU nation-states. Berlin does not want to let off the European states by simply bailing them out. If it bails them out, it must control their budgets. But the member states do not want to cede sovereignty to a German-dominated EU apparatus in exchange for a bailout.
In the indebted peripheral region, Cyprus has been treated with particular economic savagery as part of the bailout process. Certainly, the Cypriots acted irresponsibly. But that label applies to all of the EU members, including Germany, who created an economic plant so vast that it could not begin to consume what it produces -- making the country utterly dependent on the willingness of others to buy German goods. There are thus many kinds of irresponsibility. How the European Union treats irresponsibility depends upon the power of the nation in question. Cyprus, small and marginal, has been crushed while larger nations receive more favorable treatment despite their own irresponsibility.
It has been said by many Europeans that Cyprus should never have been admitted to the European Union. That might be true, but it was admitted -- during the time of European hubris when it was felt that mere EU membership would redeem any nation. Now, Europe can no longer afford pride, and it is every nation for itself. Cyprus set the precedent that the weak will be crushed. It serves as a lesson to other weakening nations, a lesson that over time will transform the European idea of integration and sovereignty. The price of integration for the weak is high, and all of Europe is weak in some way.
In such an environment, sovereignty becomes sanctuary. It is interesting to watch Hungary ignore the European Union as Budapest reconstructs its political system to be more sovereign -- and more authoritarian -- in the wider storm raging around it. Authoritarian nationalism is an old European cure-all, one that is re-emerging, since no one wants to be the next Cyprus.
I have already said much about China, having argued for several years that China's economy couldn't possibly continue to expand at the same rate. Leaving aside all the specific arguments, extraordinarily rapid growth in an export-oriented economy requires economic health among its customers. It is nice to imagine expanded domestic demand, but in a country as impoverished as China, increasing demand requires revolutionizing life in the interior. China has tried this many times. It has never worked, and in any case China certainly couldn't make it work in the time needed. Instead, Beijing is maintaining growth by slashing profit margins on exports. What growth exists is neither what it used to be nor anywhere near as profitable. That sort of growth in Japan undermined financial viability as money was leant to companies to continue exporting and employing people -- money that would never be repaid.
It is interesting to recall the extravagant claims about the future of Japan in the 1980s. Awestruck by growth rates, Westerners did not see the hollowing out of the financial system as growth rates were sustained by cutting prices and profits. Japan's miracle seemed to be eternal. It wasn't, and neither is China's. And China has a problem that Japan didn't: a billion impoverished people. Japan exists, but behaves differently than it did before; the same is happening to China.
Both Europe and China thought about the world in the post-Cold War period similarly. Each believed that geopolitical questions and even questions of domestic politics could be suppressed and sometimes even ignored. They believed this because they both thought they had entered a period of permanent prosperity. 1991-2008 was in fact a period of extraordinary prosperity, one that both Europe and China simply assumed would never end and one whose prosperity would moot geopolitics and politics.
Periods of prosperity, of course, always alternate with periods of austerity, and now history has caught up with Europe and China. Europe, which had wanted union and sovereignty, is confronting the political realities of EU unwillingness to make the fundamental and difficult decisions on what union really meant. For its part, China wanted to have a free market and a communist regime in a region it would dominate economically. Its economic climax has left it with the question of whether the regime can survive in an uncontrolled economy, and what its regional power would look like if it weren't prosperous.
And the United States has emerged from the post-Cold War period with one towering lesson: However attractive military intervention is, it always looks easier at the beginning than at the end. The greatest military power in the world has the ability to defeat armies. But it is far more difficult to reshape societies in America's image. A Great Power manages the routine matters of the world not through military intervention, but through manipulating the balance of power. The issue is not that America is in decline. Rather, it is that even with the power the United States had in 2001, it could not impose its political will -- even though it had the power to disrupt and destroy regimes -- unless it was prepared to commit all of its power and treasure to transforming a country like Afghanistan. And that is a high price to pay for Afghan democracy.
The United States has emerged into the new period with what is still the largest economy in the world with the fewest economic problems of the three pillars of the post-Cold War world. It has also emerged with the greatest military power. But it has emerged far more mature and cautious than it entered the period. There are new phases in history, but not new world orders. Economies rise and fall, there are limits to the greatest military power and a Great Power needs prudence in both lending and invading.
A New Era Begins
Eras unfold in strange ways until you suddenly realize they are over. For example, the Cold War era meandered for decades, during which U.S.-Soviet detentes or the end of the Vietnam War could have seemed to signal the end of the era itself. Now, we are at a point where the post-Cold War model no longer explains the behavior of the world. We are thus entering a new era. I don't have a good buzzword for the phase we're entering, since most periods are given a label in hindsight. (The interwar period, for example, got a name only after there was another war to bracket it.) But already there are several defining characteristics to this era we can identify.
First, the United States remains the world's dominant power in all dimensions. It will act with caution, however, recognizing the crucial difference between pre-eminence and omnipotence.
Second, Europe is returning to its normal condition of multiple competing nation-states. While Germany will dream of a Europe in which it can write the budgets of lesser states, the EU nation-states will look at Cyprus and choose default before losing sovereignty.
Third, Russia is re-emerging. As the European Peninsula fragments, the Russians will do what they always do: fish in muddy waters. Russia is giving preferential terms for natural gas imports to some countries, buying metallurgical facilities in Hungary and Poland, and buying rail terminals in Slovakia. Russia has always been economically dysfunctional yet wielded outsized influence -- recall the Cold War. The deals they are making, of which this is a small sample, are not in their economic interests, but they increase Moscow's political influence substantially.
Fourth, China is becoming self-absorbed in trying to manage its new economic realities. Aligning the Communist Party with lower growth rates is not easy. The Party's reason for being is prosperity. Without prosperity, it has little to offer beyond a much more authoritarian state.
And fifth, a host of new countries will emerge to supplement China as the world's low-wage, high-growth epicenter. Latin America, Africa and less-developed parts of Southeast Asia are all emerging as contenders.
Relativity in the Balance of Power
There is a paradox in all of this. While the United States has committed many errors, the fragmentation of Europe and the weakening of China mean the United States emerges more powerful, since power is relative. It was said that the post-Cold War world was America's time of dominance. I would argue that it was the preface of U.S. dominance. Its two great counterbalances are losing their ability to counter U.S. power because they mistakenly believed that real power was economic power. The United States had combined power -- economic, political and military -- and that allowed it to maintain its overall power when economic power faltered.
A fragmented Europe has no chance at balancing the United States. And while China is reaching for military power, it will take many years to produce the kind of power that is global, and it can do so only if its economy allows it to. The United States defeated the Soviet Union in the Cold War because of its balanced power. Europe and China defeated themselves because they placed all their chips on economics. And now we enter the new era.
Beyond the Post-Cold War World is republished with permission of Stratfor.
(Stratfor, 2 April 2013)
By George Friedman
Founder and Chairman
An era ended when the Soviet Union collapsed on Dec. 31, 1991. The confrontation between the United States and the Soviet Union defined the Cold War period. The collapse of Europe framed that confrontation. After World War II, the Soviet and American armies occupied Europe. Both towered over the remnants of Europe's forces. The collapse of the European imperial system, the emergence of new states and a struggle between the Soviets and Americans for domination and influence also defined the confrontation. There were, of course, many other aspects and phases of the confrontation, but in the end, the Cold War was a struggle built on Europe's decline.
Many shifts in the international system accompanied the end of the Cold War. In fact, 1991 was an extraordinary and defining year. The Japanese economic miracle ended. China after Tiananmen Square inherited Japan's place as a rapidly growing, export-based economy, one defined by the continued pre-eminence of the Chinese Communist Party. The Maastricht Treaty was formulated, creating the structure of the subsequent European Union. A vast coalition dominated by the United States reversed the Iraqi invasion of Kuwait.
Three things defined the post-Cold War world. The first was U.S. power. The second was the rise of China as the center of global industrial growth based on low wages. The third was the re-emergence of Europe as a massive, integrated economic power. Meanwhile, Russia, the main remnant of the Soviet Union, reeled while Japan shifted to a dramatically different economic mode.
The post-Cold War world had two phases. The first lasted from Dec. 31, 1991, until Sept. 11, 2001. The second lasted from 9/11 until now.
The initial phase of the post-Cold War world was built on two assumptions. The first assumption was that the United States was the dominant political and military power but that such power was less significant than before, since economics was the new focus. The second phase still revolved around the three Great Powers -- the United States, China and Europe -- but involved a major shift in the worldview of the United States, which then assumed that pre-eminence included the power to reshape the Islamic world through military action while China and Europe single-mindedly focused on economic matters.
The Three Pillars of the International System
In this new era, Europe is reeling economically and is divided politically. The idea of Europe codified in Maastricht no longer defines Europe. Like the Japanese economic miracle before it, the Chinese economic miracle is drawing to a close and Beijing is beginning to examine its military options. The United States is withdrawing from Afghanistan and reconsidering the relationship between global pre-eminence and global omnipotence. Nothing is as it was in 1991.
Europe primarily defined itself as an economic power, with sovereignty largely retained by its members but shaped by the rule of the European Union. Europe tried to have it all: economic integration and individual states. But now this untenable idea has reached its end and Europe is fragmenting. One region, including Germany, Austria, the Netherlands and Luxembourg, has low unemployment. The other region on the periphery has high or extraordinarily high unemployment.
Germany wants to retain the European Union to protect German trade interests and because Berlin properly fears the political consequences of a fragmented Europe. But as the creditor of last resort, Germany also wants to control the economic behavior of the EU nation-states. Berlin does not want to let off the European states by simply bailing them out. If it bails them out, it must control their budgets. But the member states do not want to cede sovereignty to a German-dominated EU apparatus in exchange for a bailout.
In the indebted peripheral region, Cyprus has been treated with particular economic savagery as part of the bailout process. Certainly, the Cypriots acted irresponsibly. But that label applies to all of the EU members, including Germany, who created an economic plant so vast that it could not begin to consume what it produces -- making the country utterly dependent on the willingness of others to buy German goods. There are thus many kinds of irresponsibility. How the European Union treats irresponsibility depends upon the power of the nation in question. Cyprus, small and marginal, has been crushed while larger nations receive more favorable treatment despite their own irresponsibility.
It has been said by many Europeans that Cyprus should never have been admitted to the European Union. That might be true, but it was admitted -- during the time of European hubris when it was felt that mere EU membership would redeem any nation. Now, Europe can no longer afford pride, and it is every nation for itself. Cyprus set the precedent that the weak will be crushed. It serves as a lesson to other weakening nations, a lesson that over time will transform the European idea of integration and sovereignty. The price of integration for the weak is high, and all of Europe is weak in some way.
In such an environment, sovereignty becomes sanctuary. It is interesting to watch Hungary ignore the European Union as Budapest reconstructs its political system to be more sovereign -- and more authoritarian -- in the wider storm raging around it. Authoritarian nationalism is an old European cure-all, one that is re-emerging, since no one wants to be the next Cyprus.
I have already said much about China, having argued for several years that China's economy couldn't possibly continue to expand at the same rate. Leaving aside all the specific arguments, extraordinarily rapid growth in an export-oriented economy requires economic health among its customers. It is nice to imagine expanded domestic demand, but in a country as impoverished as China, increasing demand requires revolutionizing life in the interior. China has tried this many times. It has never worked, and in any case China certainly couldn't make it work in the time needed. Instead, Beijing is maintaining growth by slashing profit margins on exports. What growth exists is neither what it used to be nor anywhere near as profitable. That sort of growth in Japan undermined financial viability as money was leant to companies to continue exporting and employing people -- money that would never be repaid.
It is interesting to recall the extravagant claims about the future of Japan in the 1980s. Awestruck by growth rates, Westerners did not see the hollowing out of the financial system as growth rates were sustained by cutting prices and profits. Japan's miracle seemed to be eternal. It wasn't, and neither is China's. And China has a problem that Japan didn't: a billion impoverished people. Japan exists, but behaves differently than it did before; the same is happening to China.
Both Europe and China thought about the world in the post-Cold War period similarly. Each believed that geopolitical questions and even questions of domestic politics could be suppressed and sometimes even ignored. They believed this because they both thought they had entered a period of permanent prosperity. 1991-2008 was in fact a period of extraordinary prosperity, one that both Europe and China simply assumed would never end and one whose prosperity would moot geopolitics and politics.
Periods of prosperity, of course, always alternate with periods of austerity, and now history has caught up with Europe and China. Europe, which had wanted union and sovereignty, is confronting the political realities of EU unwillingness to make the fundamental and difficult decisions on what union really meant. For its part, China wanted to have a free market and a communist regime in a region it would dominate economically. Its economic climax has left it with the question of whether the regime can survive in an uncontrolled economy, and what its regional power would look like if it weren't prosperous.
And the United States has emerged from the post-Cold War period with one towering lesson: However attractive military intervention is, it always looks easier at the beginning than at the end. The greatest military power in the world has the ability to defeat armies. But it is far more difficult to reshape societies in America's image. A Great Power manages the routine matters of the world not through military intervention, but through manipulating the balance of power. The issue is not that America is in decline. Rather, it is that even with the power the United States had in 2001, it could not impose its political will -- even though it had the power to disrupt and destroy regimes -- unless it was prepared to commit all of its power and treasure to transforming a country like Afghanistan. And that is a high price to pay for Afghan democracy.
The United States has emerged into the new period with what is still the largest economy in the world with the fewest economic problems of the three pillars of the post-Cold War world. It has also emerged with the greatest military power. But it has emerged far more mature and cautious than it entered the period. There are new phases in history, but not new world orders. Economies rise and fall, there are limits to the greatest military power and a Great Power needs prudence in both lending and invading.
A New Era Begins
Eras unfold in strange ways until you suddenly realize they are over. For example, the Cold War era meandered for decades, during which U.S.-Soviet detentes or the end of the Vietnam War could have seemed to signal the end of the era itself. Now, we are at a point where the post-Cold War model no longer explains the behavior of the world. We are thus entering a new era. I don't have a good buzzword for the phase we're entering, since most periods are given a label in hindsight. (The interwar period, for example, got a name only after there was another war to bracket it.) But already there are several defining characteristics to this era we can identify.
First, the United States remains the world's dominant power in all dimensions. It will act with caution, however, recognizing the crucial difference between pre-eminence and omnipotence.
Second, Europe is returning to its normal condition of multiple competing nation-states. While Germany will dream of a Europe in which it can write the budgets of lesser states, the EU nation-states will look at Cyprus and choose default before losing sovereignty.
Third, Russia is re-emerging. As the European Peninsula fragments, the Russians will do what they always do: fish in muddy waters. Russia is giving preferential terms for natural gas imports to some countries, buying metallurgical facilities in Hungary and Poland, and buying rail terminals in Slovakia. Russia has always been economically dysfunctional yet wielded outsized influence -- recall the Cold War. The deals they are making, of which this is a small sample, are not in their economic interests, but they increase Moscow's political influence substantially.
Fourth, China is becoming self-absorbed in trying to manage its new economic realities. Aligning the Communist Party with lower growth rates is not easy. The Party's reason for being is prosperity. Without prosperity, it has little to offer beyond a much more authoritarian state.
And fifth, a host of new countries will emerge to supplement China as the world's low-wage, high-growth epicenter. Latin America, Africa and less-developed parts of Southeast Asia are all emerging as contenders.
Relativity in the Balance of Power
There is a paradox in all of this. While the United States has committed many errors, the fragmentation of Europe and the weakening of China mean the United States emerges more powerful, since power is relative. It was said that the post-Cold War world was America's time of dominance. I would argue that it was the preface of U.S. dominance. Its two great counterbalances are losing their ability to counter U.S. power because they mistakenly believed that real power was economic power. The United States had combined power -- economic, political and military -- and that allowed it to maintain its overall power when economic power faltered.
A fragmented Europe has no chance at balancing the United States. And while China is reaching for military power, it will take many years to produce the kind of power that is global, and it can do so only if its economy allows it to. The United States defeated the Soviet Union in the Cold War because of its balanced power. Europe and China defeated themselves because they placed all their chips on economics. And now we enter the new era.
Beyond the Post-Cold War World is republished with permission of Stratfor.
(Stratfor, 2 April 2013)
Eén zwaluw
Het heeft even geduurd maar het lijkt er op dat het eindelijk lente begint te worden. Ik ben eerlijk gezegd ook wel klaar met de winterse kou. Het heeft wat mij betreft lang genoeg geduurd. Maar zoals het spreekwoord zegt: ‘Eén zwaluw maakt nog geen lente’.
Dit geldt ook voor Defensie. Tijdens een partijbijeenkomst van de VVD antwoordde Halbe Zijlstra op een vraag van een lid over Defensie dat er van bezuinigingen op dit departement geen sprake meer kan zijn: er moet geld bij. De volgende dag was de VVD-leider al vroeg te beluisteren op het nieuws waar hij vriend en vijand verraste met dit voor Defensie positieve nieuws. De VVD is tot de conclusie gekomen dat, als gevolg van het veranderende Amerikaanse buitenlandse beleid, Nederland en de rest van Europa niet meer op de zak van onze Amerikaanse vrienden kunnen teren. De wijziging van het beleid heeft volgens de VVD-leider tot gevolg dat Europa zelf voor haar veiligheid zal moeten gaan betalen.
Dit is volgens mij een terechte conclusie. Het ziet er inderdaad naar uit dat aan de Amerikaanse subsidiëring van onze veiligheid een einde komt. Hieraan moeten we met zijn allen nog aan wennen. Het is alsof je grote broer er ineens niet meer is om je te beschermen. Daar kan je je ogen voor sluiten maar het is misschien wel zo verstandig om op dat moment even geen ‘spierballentaal’ uit te slaan.
Uiteraard werd er vanuit de politiek direct gereageerd op dit voor Defensie positieve signaal. Coalitiegenoot Diederik Samson van de PvdA gaf aan dat hij de analyse van Zijlstra begrijpt maar voegde er gelijk aan toe dat bij de PvdA de prioriteiten bij Zorg en Onderwijs liggen. Als het om veiligheid gaat hoef je dus niet te rekenen op de PvdA . De huidige schijnveiligheid is voldoende.
De oppositiepartijen hoonden de VVD-partijleider. De VVD is immers medeverantwoordelijk voor de marginalisering van Defensie. Ze vinden het ‘self inflicted damage’ en dan moet je ‘geen krokodillentranen huilen’.
Uit het korte politieke debat dat afgelopen week heeft plaatsgevonden blijkt dat het merendeel van onze politici niet wakker ligt van onze veiligheid. Toen het stof weer was neergedwarreld waren vriend en vijand het weer met elkaar eens. Aan het einde van de middag nuanceerde de VVD haar boodschap en gaf zij aan dat zij hiermee bedoelde dat het volgende kabinet er voor moet zorg dragen dat Defensie extra budget krijgt toebedeeld.
Het signaal vanuit de Tweede Kamer is duidelijk: de bezuinigingstendens op Defensie wordt niet doorbroken. Mocht dit kabinet de rit uitzitten dan zal het huidige defensiebudget verder worden afgeroomd. De kaasschaaf zal nog de nodige europlakjes, of moet ik zeggen europakjes, verwijderen. Defensie krijgt dan misschien in 2016 van een volgend kabinet extra geld. Waarschijnlijk is het budget ondanks het ‘nieuwe geld’ nog steeds minder dan dat we nu hebben. De VVD heeft zich dan wel aan haar woord gehouden: na deze kabinetsperiode komt er geld bij. En de kosten van onze veiligheid blijven we gewoon bij onze partners leggen. Die zijn dit schijnbaar aan ons verplicht.
In plaats van een zwaluw ben ik blij gemaakt met een dode mus.
Ik hoop dat de weergoden mij de komende tijd beter gezind zijn.
KLTZ Marc de Natris
waarnemend voorzitter,
Koninklijke Vereniging van Marineofficieren
(KVMO, 15 april 2013)
Dit geldt ook voor Defensie. Tijdens een partijbijeenkomst van de VVD antwoordde Halbe Zijlstra op een vraag van een lid over Defensie dat er van bezuinigingen op dit departement geen sprake meer kan zijn: er moet geld bij. De volgende dag was de VVD-leider al vroeg te beluisteren op het nieuws waar hij vriend en vijand verraste met dit voor Defensie positieve nieuws. De VVD is tot de conclusie gekomen dat, als gevolg van het veranderende Amerikaanse buitenlandse beleid, Nederland en de rest van Europa niet meer op de zak van onze Amerikaanse vrienden kunnen teren. De wijziging van het beleid heeft volgens de VVD-leider tot gevolg dat Europa zelf voor haar veiligheid zal moeten gaan betalen.
Dit is volgens mij een terechte conclusie. Het ziet er inderdaad naar uit dat aan de Amerikaanse subsidiëring van onze veiligheid een einde komt. Hieraan moeten we met zijn allen nog aan wennen. Het is alsof je grote broer er ineens niet meer is om je te beschermen. Daar kan je je ogen voor sluiten maar het is misschien wel zo verstandig om op dat moment even geen ‘spierballentaal’ uit te slaan.
Uiteraard werd er vanuit de politiek direct gereageerd op dit voor Defensie positieve signaal. Coalitiegenoot Diederik Samson van de PvdA gaf aan dat hij de analyse van Zijlstra begrijpt maar voegde er gelijk aan toe dat bij de PvdA de prioriteiten bij Zorg en Onderwijs liggen. Als het om veiligheid gaat hoef je dus niet te rekenen op de PvdA . De huidige schijnveiligheid is voldoende.
De oppositiepartijen hoonden de VVD-partijleider. De VVD is immers medeverantwoordelijk voor de marginalisering van Defensie. Ze vinden het ‘self inflicted damage’ en dan moet je ‘geen krokodillentranen huilen’.
Uit het korte politieke debat dat afgelopen week heeft plaatsgevonden blijkt dat het merendeel van onze politici niet wakker ligt van onze veiligheid. Toen het stof weer was neergedwarreld waren vriend en vijand het weer met elkaar eens. Aan het einde van de middag nuanceerde de VVD haar boodschap en gaf zij aan dat zij hiermee bedoelde dat het volgende kabinet er voor moet zorg dragen dat Defensie extra budget krijgt toebedeeld.
Het signaal vanuit de Tweede Kamer is duidelijk: de bezuinigingstendens op Defensie wordt niet doorbroken. Mocht dit kabinet de rit uitzitten dan zal het huidige defensiebudget verder worden afgeroomd. De kaasschaaf zal nog de nodige europlakjes, of moet ik zeggen europakjes, verwijderen. Defensie krijgt dan misschien in 2016 van een volgend kabinet extra geld. Waarschijnlijk is het budget ondanks het ‘nieuwe geld’ nog steeds minder dan dat we nu hebben. De VVD heeft zich dan wel aan haar woord gehouden: na deze kabinetsperiode komt er geld bij. En de kosten van onze veiligheid blijven we gewoon bij onze partners leggen. Die zijn dit schijnbaar aan ons verplicht.
In plaats van een zwaluw ben ik blij gemaakt met een dode mus.
Ik hoop dat de weergoden mij de komende tijd beter gezind zijn.
KLTZ Marc de Natris
waarnemend voorzitter,
Koninklijke Vereniging van Marineofficieren
(KVMO, 15 april 2013)
vrijdag 12 april 2013
Maritieme oefening 'Joint Warrior' van start
In het Schotse Faslane is vandaag de grootschalige internationale gegaan. Eenheden uit elf landen trainen de komende weken een complex scenario van dreigingen. Nederland levert een forse bijdrage.
Joint Warrior is met totaal 12.000 militairen, 55 schepen en 80 vliegtuigen een van de grootste maritieme trainingen dit jaar. Behalve vanaf zee moeten eenheden aanvallen afslaan vanaf land en uit de lucht. De bijdrage van Defensie bestaat uit 6 marineschepen, het 2e Mariniersbataljon en 2 Cougars van de Koninklijke Luchtmacht die fungeren als boordhelikopter. De Nederlandse commandeur Peter Lenselink leidt de internationale vloot.
Antipiraterijmissie
Joint Warrior is ook onderdeel van het opwerkprogramma voor de antipiraterijmissie Atalanta in de Hoorn van Afrika. Lenselink voert vanaf augustus 2013 het commando over de missie. Het amfibische transportschip Hr. Ms. Johan de Witt fungeert dan als vlaggenschip.
(ministerie van Defensie, 12 april 2013)
[Zie ook pagina 'Joint Warrior' van de Royal Navy]
Joint Warrior is met totaal 12.000 militairen, 55 schepen en 80 vliegtuigen een van de grootste maritieme trainingen dit jaar. Behalve vanaf zee moeten eenheden aanvallen afslaan vanaf land en uit de lucht. De bijdrage van Defensie bestaat uit 6 marineschepen, het 2e Mariniersbataljon en 2 Cougars van de Koninklijke Luchtmacht die fungeren als boordhelikopter. De Nederlandse commandeur Peter Lenselink leidt de internationale vloot.
![]() |
| Hr.Ms. Johan de Witt (foto: Defensie) |
Antipiraterijmissie
Joint Warrior is ook onderdeel van het opwerkprogramma voor de antipiraterijmissie Atalanta in de Hoorn van Afrika. Lenselink voert vanaf augustus 2013 het commando over de missie. Het amfibische transportschip Hr. Ms. Johan de Witt fungeert dan als vlaggenschip.
(ministerie van Defensie, 12 april 2013)
[Zie ook pagina 'Joint Warrior' van de Royal Navy]
Abonneren op:
Posts (Atom)


.jpg)
