Posts tonen met het label LCF-fregatten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label LCF-fregatten. Alle posts tonen

donderdag 28 mei 2015

Knelpunten materiële gereedheid

[De belangrijkste tekortkomingen zoals gesignaleerd door minister Hennis-Plasschaert in een Kamerbrief]

1. Luchtverdedigings- en commandofregatten

Algemene opmerking CZSK
Uit doelmatigheidsoverwegingen en vanwege budgettaire beperkingen zijn reservedelen minimaal aangeschaft. Tegenvallende betrouwbaarheid en lange levertijden leiden tot een lagere beschikbaarheid van systemen.

Het onderhoud aan systemen en reservedelen wordt uitgevoerd door de Directie Materiële Instandhouding (voorheen Marinebedrijf). Vooral de personele capaciteit om het onderhoud uit te voeren is echter beperkt, waardoor het langer duurt voordat deze onderdelen weer beschikbaar zijn. Er is daardoor een toename van verplaatsen van onderdelen van het ene schip naar het andere (herverdelingen). Dit heeft negatieve gevolgen voor de onderhoudscapaciteit en de gereedheid van eenheden in het voortzettingsvermogen.

Specifiek voor LCF
De LC-fregatten hebben nu vooral problemen met de beschikbaarheid van hun gasturbines. Door een verhoogde storingsgraad, intensiever dan geraamd gebruik en de beperkte onderhoudscapaciteit bij de fabrikant, is de beschikbaarheid lager dan gewenst. Het aantal draaiuren van de gasturbines per schip is teruggebracht om zo de storingsgraad te verminderen. Dit geldt ook voor de Multi-purpose fregatten.

Andere onderdelen die worden herverdeeld tussen de schepen zijn onder meer delen van de vuurleidingsradar (APAR).

2.  Multipurpose fregatten 

Zie algemene opmerking bij punt 01.

Verschillende systemen raken verouderd of worden niet meer ondersteund door de leverancier (obsolete) en moeten worden vervangen. Het betreft onder meer onderdelen van het combat management system, kruisvaartdiesels en de koppeling van de voortstuwing. Deze vervangingen zijn niet voorzien in het instandhoudingsprogramma M fregatten op grond van een schatting van het benodigde onderhoud aan de verschillende (deel)systemen in relatie tot het beschikbare budget. De instandhoudingsinspanningen hiervoor komen daarom ten laste van de exploitatiebudgetten.

3. Patrouilleschepen

Zie algemene opmerking bij punt 01.


De patrouilleschepen beschikken nog niet over de volledige functionaliteit omdat enkele onderdelen van het radarsysteem en de aansturing van de vuurwapens nog niet werkend zijn opgeleverd door het project. Dit wordt in overleg met de leveranciers opgelost. Bij storingen aan deze systemen moet vooralsnog worden teruggevallen op de leverancier, waardoor vertragingen ontstaan.

4. Landing Platform Docks

Zie algemene opmerking bij punt 01.

5. Joint Support Ship

 Het schip is in 2014 aan Defensie overgedragen en eind 2014 al ingezet voor het transport van goederen voor de bestrijding van Ebola. Het schip was in 2014 echter nog niet in dienst gesteld en werd nog afgebouwd en getest. Op 24 april 2015 is het schip in dienst gesteld en de overdracht aan CZSK is gepland in september van dit jaar, waarna het schip gereed is voor het eerste opwerktraject.

6. Onderzeeboten

Zie algemene opmerking bij punt 01.

Verschillende systemen raken verouderd of worden niet meer ondersteund door de leverancier (obsolete). Het kost meer inspanningen om deze systemen voldoende beschikbaar te houden. Het betreft onder meer de apparatuur voor het onderscheppen en analyseren van radarsignalen en navigatieapparatuur.

7. Mijnenbestrijdingsvaartuigen

Deze vaartuigen hebben te maken met verouderde systemen zoals koudwatermakers, mijnopsporingssysteem en de onderwaterrobot met sonar. Het onderhoud wordt uitgevoerd door België. De instandhoudingscapaciteit in Zeebrugge is beperkt. Mede door veroudering van systemen wordt het lastiger om te voldoen aan de normen voor onderwatergeluid, waardoor de risico’s bij de bestrijding van akoestische mijnen toenemen.

8. CV9035NL Infanterie gevechtsvoertuigen

Er zijn onvoldoende voertuigen inzetbaar waardoor beperkingen ontstaan voor de geoefendheid en het voortzettingsvermogen. Uit doelmatigheidsoverwegingen en vanwege budgettaire krapte zijn reservedelen minimaal aangeschaft. Er is een tekort aan repareerbare reservedelen door de tegenvallende kwaliteit van componenten en langere doorlooptijden voor reparatie van componenten dan voorzien en door nog ontbrekende afroepcontracten met de industrie. De onderhandelingen over afroepcontracten zijn gaande.

9. Pantserwielvoertuigen

Fennek
Er zijn onvoldoende voertuigen inzetbaar waardoor beperkingen ontstaan voor de geoefendheid en het voortzettingsvermogen. Er staan een groot aantal artikelen op nalevering. De levertijden zijn lang, waardoor het aantal naleveringen langzaam afneemt. Het betreft artikelen van zeer uiteenlopende aard (van losse onderdelen tot en met versnellingsbakken). Er zijn weinig reservedelen in de keten aanwezig ten opzichte van de storingsgraad. Zo kent het waarnemingssysteem voor de verkenningsversies een tegenvallende betrouwbaarheid (obsolete). De problemen zijn versterkt door de omvangrijke aanpassingen van de bedrijfsvoering, onder meer vanwege de invoering van ERP.

Boxer
De invoering van de Boxer-voertuigen in verschillende configuraties is nog steeds gaande. Het deel dat reeds is ingevoerd laat geen bijzonderheden zien.

Bushmaster
De beschikbare Bushmasters worden intensief gebruikt in Mali. Dit gaat ten koste van de voertuigen in Nederland. De belangrijkste knelpunten zijn de Remote Controled Weapon stations, onvoldoende voorraad van reservedelen en ontbrekende gereedschapsets voor de monteurs (nog niet geleverd). De eigen mogelijkheden om het onderhoud uit te voeren zijn beperkt. Hierdoor blijft de afhankelijkheid van de industrie groot. De voertuigen zijn aangeschaft voor de operaties in Afghanistan. Later is besloten de systemen in te bedden in de organisatie, voordat de logistieke organisatie daarvoor volledig was opgezet. Daar wordt momenteel aan gewerkt, onder meer via de opleiding van het logistiek en technisch personeel.

10. Grondgebonden luchtverdediging

Patriot
De Patriot is tijdens de inzet in Turkije intensief gebruikt. Dit in combinatie met de ouderdom van dit wapensysteem leidde tot een grote belasting. De missie is beëindigd en het materieel is teruggekeerd in Nederland. Het systeem is nu niet inzetbaar door het uitvoeren van groot onderhoud.

Army Ground Based Air Defence System (AGBADS)
De AMRAAM pelotons (als afzonderlijke eenheden van het AGBADS systeem) zijn technisch en logistiek inzetbaar. De gegevensuitwisseling met het Navo-luchtverdedigingssysteem blijkt echter niet met het huidige radiosysteem te realiseren. Hiervoor wordt een snelle verwerving van een vervangend radiosysteem onderzocht.

Stinger
Een aantal Stinger Launch Systemen (SLS) is niet inzetbaar door problemen met het koelsysteem. Dit wordt opgelost binnen de exploitatie. Verder zijn minder systemen inzetbaar vanwege de beperkte beschikbaarheid van Fennek-onderstellen.

12. Ondersteunende tanks 

Het betreft hier verouderde wapensystemen in kleine aantallen die veel onderhoud behoeven. Met veel inspanning worden deze voor oefeningen inzetbaar gemaakt. Een deel is niet inzetbaar door lange levertijden van reservedelen en niet gerepareerde reservedelen. De genietanks worden momenteel vervangen door de Kodiak. In de investeringsplannen wordt rekening gehouden met de vervanging of instandhouding van brugleggende tanks en bergingstanks.

13. Artillerie

De materiële gereedheid van de PzH2000 was in 2014 onvoldoende. Er was een tekort aan 
onderdelen voor de rupsbanden, remblokken en -schijven. Dit kwam omdat de bevoorradingsketen nog niet optimaal functioneerde omdat de afroepcontracten nog niet in ERP waren verwerkt. Dit is inmiddels gebeurd. Ook voor andere onderdelen wordt gewerkt aan de versterking van de bevoorradingsketen.

16. Jachtvliegtuigen F-16

De capaciteit voor groot onderhoud is beperkt door een tekort aan ervaren technisch personeel. Er zijn lange levertijden van reservedelen en bedrijfsstoffen (bijvoorbeeld lijmen, kitten, diverse oliën). Het intensieve gebruik voor de inzet in Irak in combinatie met een ouder wordend airframe, vergt een bovenmatige onderhoudsinspanning. Daarom wordt het groot onderhoud deels uitbesteed aan een Belgisch bedrijf op basis van een raamcontract. 

17. Tankvliegtuig KDC-10 

Het geplande onderhoud bij de externe onderhoudsbedrijven kostte meer tijd dan voorzien. Daarbij is de KDC-10 een toestel op leeftijd. Dit zorgt voor risico’s ten aanzien van de beschikbaarheid van reservedelen en uitbesteedbaarheid van onderhoud (obsolescence). 

18. Transportvliegtuigen C-130 

De tijdige beschikbaarheid van reservedelen is een knelpunt. Dit wordt voor een groot deel veroorzaakt door vertraging van af te sluiten reparatie- en onderhoudscontracten door capaciteitsgebrek in de verwervingsketen en de overdracht van het takenpakket van DMO naar CLSK. Dit werd versterk door de gewijzigde bedrijfsvoering met ERP. 

19. Gevechtshelikopters AH-64 Apache

Er is een achterstand in het groot onderhoud en onvoldoende voorraad. De stagnatie in het groot onderhoud is grotendeels te wijten aan een tekort aan ervaren technisch personeel. In verband hiermee wordt het groot onderhoud daarom deels uitbesteed. De aanvulling van reservedelen verloopt traag doordat nog niet alle voorraden in ERP zijn opgenomen. Er zijn ook lange levertijden voor bedrijfsstoffen door een achterstand bij het Defensie Brand- en Bedrijfsstoffen Bedrijf (DBBB) na de migratie naar ERP. De levertermijnen konden hierdoor niet altijd worden gehaald. Het DBBB werkt samen met CLSK aan een betere afstemming van afroep- en levertermijnen. Hierdoor worden de achterstanden ingelopen.  

20. Transporthelikopters CH-47 Chinook

Er waren gemiddeld voldoende toestellen beschikbaar. Er is echter een beperkte capaciteit voor het uitvoeren van groot onderhoud door een tekort aan ervaren technisch personeel. De beschikbare voorraad reservedelen is laag. Ook de tijdige levering van bedrijfsstoffen blijft uit. Zie daarvoor de opmerkingen bij punt 19.

De materiële gereedheid van de defensiebrede systemen: Klein Kaliber Wapens (KKW), Kleding en Persoonlijke Uitrusting (KPU),  Militaire Satelliet Communicatie,  TITAAN commandovoeringsysteem en Mobile Combat Training Centre (MCTC) worden niet gemeten en gerapporteerd. Hier treden echter ook enkele beperkingen op, vooral op het gebied van communicatiemiddelen.

[Voor aanvullende details en de Kamerbrief in de originele opmaak, klik hier]

(Bron: ministerie van Defensie) 

zondag 17 maart 2013

Raketschild Marine stapje dichterbij

Menno Steketee

De Amerikaanse defensieonderneming Raytheon heeft begin maart proeven gedaan met onderscheppings­raketten die kunnen communiceren met radarsystemen van Thales Nederland die in gebruik zijn bij de Koninklijke Marine.

Het gaat om raketten van het type Standard Missile 3 (SM-3), gericht tegen ballistische raketten zoals versies van de Scud die zich onder meer in de arsenalen van Syrië, Iran en Noord-Korea bevinden. De tests brengen de mogelijkheid dichterbij dat Nederlandse marineschepen Amerikaanse SM-3’s naar hun doel kunnen geleiden. Op dit moment heeft Nederland geen plannen om zelf SM-3’s aan te schaffen.

APAR
De proeven, die begin maart werden uitgevoerd op een marinetestterrein bij Den Helder, bewezen dat de Amerikaanse raketten dankzij de zogeheten dual band datalink doelcoördinaten kan ontvangen van Thales’ Advanced Phased Array Radar (APAR). De operationele SM-3’s kunnen nu nog uitsluitend communiceren met de S-band-radars van Amerikaanse marineschepen.

De vier Nederlandse Luchtverdedigings- en Commando Fregatten (LCF) zijn uitgerust met de APAR (zie de opbouw op de Hr.Ms. Zeven Provinciën op de foto). Deze radar bestaat uit platte panelen met zend/ontvangst-modules. In een conflictscenario zou de Nederlandse SMART-L-radar van een afstand van meer dan 2.000 km aanstormende ballistische raketten kunnen opmerken, waarna een nabij varend Amerikaans marineschip een SM-3 kan lanceren.

Via de APAR kan de onderscheppingsraket globaal in de juiste richting van het ballistische traject van de vijandelijke raket worden gedirigeerd. Buiten de dampkring maakt zich van de SM-3 een zogenoemd kill-vehicle, eveneens van Raytheon, los, dat zich met behulp van een infraroodsensor in de baan van de naderende raket manoeuvreert. Deze wordt bij de daarop volgende botsing vernietigd.

(Technisch Weekblad, 17 maart 2013)

Zeeuws meisje
(Opmerking: een voor de hand liggende vraag zou zijn: waarom schaft Nederland niet zelf de Standard Missile-3 aan? Dat heeft men in eigen hand een compleet systeem tegen ballistische raketten. Op de LCF's is er zelf ruimte voor. Op vragen in Den Haag komen antwoorden die doen denken aan de reclame voor een vroeger bekend margarinemerk: "Ons bent zuunig, hè." Tegenvraag; "maar we kopen wel de duurste versie (PAC-3) van de PATRIOT-raket en maken daar mooie sier mee in Turkije." Antwoord:  "eh, ja, da's een politieke kwestie."

donderdag 7 juni 2012

A New Shield Over Europe

By Ivo Daalder

Last month, NATO leaders held a successful summit in Chicago at which they charted the future course of the alliance in Afghanistan, bolstered NATO’s partnerships with nations across the globe and made a commitment to ensure that the alliance will have the capabilities to meet the security challenges of today and tomorrow.

The alliance made many critical decisions in Chicago; one of the most important was the declaration of an interim NATO ballistic missile-defense capability — the first concrete step to defending NATO European territory, its population and forces against the growing threat of ballistic missile attack. Today, NATO has the ability to defend parts of southern Europe against a limited attack, a capability that will gradually expand so that all of NATO Europe will be protected by the end of this decade.

The Chicago decision represents a major achievement for the Obama administration, and for all 28 NATO allies. When President Obama entered office more than three years ago, he inherited a decision to deploy a missile-defense site in Europe — including an X-band radar and 10 ground-based interceptors — that aimed to defend the United States against an Iranian ICBM attack. The system was expected to be operational in approximately 2017.

Concerned that the threat of short- and medium-range missiles from the Middle East was growing rapidly and could easily overwhelm the limited defenses, the Obama administration looked for an alternative missile-defense architecture that would be able to defend our allies and bases in Europe sooner and more effectively. In September 2009, the president announced a new concept — the European Phased Adaptive Approach, or EPAA — that would “provide stronger, smarter, and swifter defenses of American forces and American allies.” The first phase of EPAA would become operational in 2011, thus countering the existing and growing threat much sooner, and the entire system would be based on technology that was proven and cost-effective.

A key part of the president’s decision was to seek not only NATO’s endorsement of EPAA, but to urge the allies to adopt territorial missile defense as a vital mission of an alliance adapting to meet 21st century threats. NATO leaders did so at their Lisbon Summit in November 2010, declaring that missile defense would become an integral element of their collective defense efforts. In Chicago, they turned that promise into reality by declaring an interim ballistic missile defense capability.

What does an interim BMD capability mean? It means that NATO will now have an operationally meaningful ballistic missile defense mission. The alliance agreed to a set of command-and-control procedures and rules of engagement for ballistic missile defense. It designated the Supreme Allied Commander of Europe, Adm. James Stavridis, as the commander for the ballistic defense mission. The actual command and control capabilities have been tested and validated by all allies. NATO allies as a whole have made a commitment to invest over $1 billion in command and control and communications infrastructure needed to support the NATO ballistic missile defense system.

The United States will contribute its own ballistic missile assets to the NATO mission. We have agreements with four countries — Poland, Romania, Spain and Turkey — to host interceptors, ships and radars. Our missile defense ship is already in the Mediterranean and able to operate under NATO operational control when necessary in a crisis. And only recently the U.S. transferred operational control of its radar in Turkey to NATO.

Chicago was a critical step, but it is only the beginning. The NATO command and control system will reach full operational capacity by the end of this decade. And the U.S. will continue the phased deployment of EPAA — with additional Aegis cruisers in Rota, Spain, in 2014; interceptor sites deployed in Romania in the 2015 timeframe and Poland in the 2018 timeframe, and improved versions of the interceptor deployed over time to counter increasingly capable, longer range threats.

We also expect European allies to make national contributions. The Netherlands and Germany have offered their Patriots as part of the NATO missile-defense architecture, and the Netherlands is also upgrading radars on its frigates to serve as missile defense early warning and tracking sensors. France is interested in making early warning data from its satellites available. Various other allies have expressed an interest in contributing national capabilities as well.

In Chicago, NATO leaders reiterated their commitment to cooperate with Russia on missile defense, making clear that this is “the best means to provide Russia with the assurances it seeks regarding NATO’s missile-defense plans and capabilities.” The alliance also reaffirmed that its defense “will not undermine strategic stability,” and that its defenses are “not directed against Russia and will not undermine Russia’s strategic deterrence capabilities.”

A few years ago, not many would have thought that NATO would embrace territorial missile defense as a core task. In Lisbon, the alliance took this decision; in Chicago, the decision became real. By the end of this decade, NATO will have an operational system that offers protection of all of NATO Europe against the threat of ballistic missile attack from outside of Europe.

Today, that commitment and capability underscores the true meaning of Article 5 of the Washington Treaty — to collectively defend alliance territory against armed attack.

Ivo Daalder is the permanent representative of the United States to NATO.

(New York Times, 6 June 2012)

dinsdag 22 mei 2012

Eerste versie NAVO-raketverdediging operationeel

De NAVO heeft tijdens de 2-daagse top in Chicago bekend gemaakt* dat een eerste versie van het overkoepelende raketverdedigingssysteem operationeel is. Nederland speelt hierbij een belangrijke rol, naast de Verenigde Staten, Frankrijk en Duitsland.

SMART-L (foto: Thales)
Zo zijn de 4 luchtverdedigings- en commandofregatten van de marine uitgerust met een zogenoemde SMART-L-radar om vanaf zee vroegtijdig ballistische raketten te detecteren. Minister Hans Hillen: “Wij kunnen niet van de Verenigde Staten blijven verwachten dat zij alle capaciteiten leveren voor onze verdediging.”

Vanaf 2018 is de eerste SMART-L-radar zodanig gemodificeerd dat deze inzetbaar is voor de NAVO. Ook heeft Nederland gisteren 3 Patriot-antiraketsystemen, een schaars goed binnen de NAVO, voor het gezamenlijke raketsysteem aangeboden. De volgende stap is het samenvoegen van de verschillende systemen binnen de NAVO-commandostructuur en dit uitbouwen tot een definitief systeem.

De raketverdediging maakt deel uit van het Smart Defence-initiatief, waarbij de NAVO door gezamenlijk optrekken met minder middelen haar slagkracht behoudt en zelfs vergroot. Minister Hillen ziet overigens niet alleen budgettaire voordelen. Het verhoogt de slagkracht, maar belangrijker nog, zo zegt hij, “het vergroot de verbondenheid. Het is goed cement voor de NAVO.” Hillen tekende gisteren een overeenkomst met Denemarken over het gezamenlijk inkopen, beheren en vernietigen van munitie. Andere NAVO-projecten waar Nederland aan deelneemt, zijn het gezamenlijk uitvoeren van helikopteronderhoud tijdens missies.

Achtergrond: 
Artikel SMART-L luchtwaarschuwingsradar - Defensiekrant 44, 2006
Periodiek | 12 december 2012 |  pdf, 2 pagina’s, 188 KB

Het kan niet wat die Nederlanders zeggen. Dat dachten de Amerikanen toen onder andere kapitein-luitenant-ter-zee Paul Rouffaer als hoofd van de sectie voor maritime ballistic missile defence beweerde dat de draaiende SMART-L-luchtwaarschuwingsradar in een oogopslag kan zien dat er een ballistische raket aankomt en ook nog eens de baan van het projectiel weet te berekenen. Op 7 december 2006 leverde Hr. Ms. Tromp het bewijs dat het wel degelijk kan.

NATO Video: Enhancing NATO’s Missile Defence (o.a. opnames op LCF-fregat, woordvoerder ministerie)

*NATO declares interim missile defence capability

(ministerie van Defensie, 21 mei 2012)

(Over de rol van de Luchtmacht bij de raketverdediging zie het artikel Raketverdediging hoog op agenda van 17 februari j.l.)

maandag 7 mei 2012

Succesvolle lancering communicatiesatelliet

De lancering van een satelliet gisteren vanaf Cape Canaveral brengt Defensie een stap dichter bij satellietcommunicatie onafhankelijkheid van commerciële aanbieders. De toekomstige capaciteit levert de meest veilige en robuuste verbinding op voor vitale informatie.

Atlas V draagraket met
AEHF-2 satelliet (foto Defensie)
De lancering in Florida is de tweede in een reeks van 4. Vanwege de positionering is deze tweede satelliet van groot belang voor Nederland en partner Groot-Brittannië. De lancering van de derde satelliet is gepland in het najaar van 2013. De lanceerdatum van de vierde satelliet moet nog worden vastgesteld. De 4 satellieten worden vanuit de Verenigde Staten gelanceerd, beheerd en bestuurd.

Gegarandeerd
De lanceringen maken deel uit van het project Militaire Satelliet Communicatie, waarmee € 135,9 miljoen is gemoeid. Doel is het verkrijgen van gegarandeerde satellietcapaciteit voor militair gebruik. Het project heeft betrekking op satellietcapaciteit in verschillende frequentiebanden, te weten militaire Super High Frequency (SHF), commerciële SHF en militaire Advanced Extreme High Frequency (AEHF). Het AEHF-deel van het project betreft een samenwerkingsverband van de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Canada en Nederland.

Wereldwijd
De 4 satellieten zijn voor AEHF-ruimtecapaciteit, de laatste fase van het project. De AEHF-satellieten geven samen wereldwijde dekking. Nederland maakt voornamelijk gebruik van de boven de Evenaar geplaatste, tweede satelliet. Die verzorgt de dekking boven Europa, het Midden-Oosten en de Atlantische Oceaan.

Scheepsterminals
Naast de lancering van 4 satellieten zijn er vaste grondstations gerealiseerd in Nederland en Curaçao en mobiele land- en scheepsterminals aangekocht. De AEHF-capaciteit komt voor Nederland naar verwachting in 2013 beschikbaar. De landterminals worden begin 2013 geleverd. Het project wordt voor Nederland afgerond met de inbouw van de scheepsterminals op de 4 luchtverdedigings- en commandofregatten. Dit gebeurt tijdens geplande onderhoudsperiodes, die zijn voorzien voor 2016.

(ministerie van Defensie, 5 mei 2012)

woensdag 14 maart 2012

The Netherlands: Enhancing NATO’s Missile Defence




The proliferation of ballistic missiles poses an increasing threat to Allied populations, territory and deployed forces. This is the reason why the Netherlands decided to contribute to NATO’s Missile Defence system.

“From intelligence we know that now more than 30 countries have or are acquiring ballistic missiles. They do not pose an immediate threat, but in the long run it could become a threat and in order to be prepared for that, we think it is important that NATO develops ballistic missile defence capability and that the Netherlands participates in contributing to that capability,” says Pieter-Henk Schroor from the Dutch Ministry of Defence.

Contributing to collective defence
At the moment, NATO is developing the command and control arrangements for the Missile Defence System. Sensors and interceptors will be provided by nations or groups of nations through voluntary contributions. The national contribution of the Netherlands will be to upgrade four air-defence frigates with extended long-range “Smart-L” radar systems.
The new radar will form a part of the NATO missile defence architecture. After modernisation it will be able to detect and track incoming missile threats at a distance of more than 1000 kilometres and pass that information to NATO’s air defence system, which can then conduct an intercept.
“All systems that are part of the ballistic missile shield are interconnected through networks. So they will be able to pass information and track data. Once the ship with the modernised Smart-L radar detects this ballistic missile, all the other systems and participants would be aware of that missile,” explains Dutch Navy commander Onno Boshouwers.

Long-term investment
The cost to the Dutch government of modernising the Smart-L radar systems is between €100 million and €250 million: a significant amount in times of economic austerity. But according to Pieter-Henk Schroor it is considered as a smart investment for the Netherlands in the long term.
“We already have a long tradition in the Netherlands in working very closely together with the radar industry. This upgrade is also developed by a Dutch company and we hope that since we are the launching customer, maybe other countries will also decide to buy this system and then of course this will lower the cost.”
Although defence budgets are under pressure, the Netherlands still considers it important to invest in new technologies. This investment defends Dutch security and the security of its fellow NATO members.

(bron: NATO, 14 maart 2012)