donderdag 9 augustus 2012

Come fly with me (2)

door Ton Welter

‘J’accuse’

Ton Welter
Nederlandse politici zijn volledig de weg kwijt. Rob de Wijk schreef al dat Nederland hard op weg is de Europese onderpresteerder te worden: niet alleen op het vlak van economisch herstel, maar ook op het gebied van defensie-inspanningen. Het is hoog tijd dat u inziet waarom dat voor u, als Nederlander, uw kinderen en uw toekomstige kleinkinderen rampzalig is. Onze politici hebben namelijk geen idee wat het belang van Defensie voor onze economie is. Sommige Kamerleden hebben niet eens het benul hoezeer de reële uitgaven voor Defensie zijn gedaald: laatst sprak ik een politicus die dacht dat de Defensiebegroting € 40 Miljard was !

Het is veel schrijnender met onze veiligheid gesteld: de overschrijdingen in de Zorg, 14 duizend miljoen euro, belopen per jaar het tweevoudige van de hele defensiebegroting: 7 miljard euro. Van dat bedrag is echter € 1,4 miljard bestemd voor pensioenen en wachtgelden – blijft over € 5,6 miljard. Trek daarvan af de salarissen voor de militairen en burgers bij Defensie – blijft over € 1,4 miljard voor investeringen in nieuw materieel, onderhoud en vervanging als gevolg van slijtage.

Als we de overschrijdingen, dus niet de uitgaven, van de Zorg met 10% kunnen indammen kunnen we onze verzekeringspremie dus gewoon blijven betalen. Want dàt is de begroting voor Defensie: een verzekering tegen onveiligheid waardoor onze welvaart in gevaar komt. Voor de duidelijkheid: als u met uw auto onverzekerd de weg op gaat, bent u strafbaar. Als u politicus bent, en u de verzekeringspolis van ons land, defensie, niet langer wenst te betalen, komt u ermee weg. Dat is veel erger dan het oogluikend toestaan van een exorbitante bonus voor bijv. een ziekenhuisdirecteur.

Voor het behartigen van onze belangen in de wereld kunnen we niet om een sterke defensie-inspanning heen. Wij zijn niet zoals Duitsland de grootste economische macht in Europa, hebben geen nucleaire wapens zoals Amerika en moeten het voor onze welvaart hebben van handel met het buitenland. Nederland heeft alleen daarom al baat bij rust in de gebieden waar we handel drijven, wat een secundaire overweging is om aan ontwikkelingssamenwerking te doen.

Maar deze tweede taak van Defensie, het bevorderen van de internationale rechtsorde, is ook welbegrepen eigenbelang. Zonder rechtsorde kunnen dictators moorden, piraten plunderen en terroristen kernwapens bemachtigen. Dat kost ons heel veel geld. Wij moeten dan ook investeren in de goede relaties met onze belangrijkste strategische partners. Dat zijn voor onze veiligheid de Verenigde Staten en voor onze voorspoed Duitsland. Daarbij geldt, net als bij mensen: voor wat hoort wat. De afgelopen vijftig jaar hebben we ongestoord handel kunnen drijven over zee omdat de veiligheid op zee wereldwijd door Amerika werd gegarandeerd.

In de zeventiende eeuw regelden we dat als Republiek gewoon zelf: piraten werden eenvoudig uitgeschakeld, ook op het land. Nu is dat anders: onze marine, landmacht en luchtmacht moeten als betrouwbaar onderdeel van allianties en coalities onze economische veiligheid en die van onze bondgenoten, maar ook de internationale rechtsorde garanderen.

Europa heeft zich onder de Amerikaanse veiligheidsparaplu kunnen ontwikkelen tot een ongekend rijk en stabiel continent. Onze politici konden zich richten op economische belangen, vertaald in een vrij verkeer van diensten en goederen. Zij zijn daardoor losgekomen van de internationale realiteit of meer precies: in slaap gesust.

Vrede is echter niet vanzelfsprekend en is dat nooit geweest. De realisten in internationale betrekkingen stellen dat het conflict de meest stabiele toestand tussen twee staten is. Zo blijkt uit analyses, bijvoorbeeld van Kishore Mabubhani en Robert Kaplan, dat andere landen Amerika naar de kroon steken. China heeft geen zin in een almachtig Amerika en ontwikkelt daarom raketten die vliegdekschepen kunnen uitschakelen en bouwt op dit moment meer onderzeeërs dan de Amerikaanse marine. Rusland legt zich evenmin neer bij de Amerikaanse hegemonie en heeft haar vluchten boven de Noordpool en het NATO grondgebied hervat, bovendien heeft President Putin zich ten doel gesteld wederom een moderne en sterke Russische krijgsmacht te hebben.

Voor vrede moeten we binnen de westerse democratische orde dus moeite doen. Dat betekent investeren in een sterke krijgsmacht, die past bij het behartigen van onze internationale belangen. Die boodschap hebben onze politici over de volle breedte van het politieke spectrum, bewust genegeerd. Want maakt u zich geen illusie: zowel de rechterflank als de linkerflank van de Nederlandse politiek hebben een absoluut dédain voor de vele analyses over de verslechterende veiligheidssituatie om ons heen en wat dat betekent voor onze militairen.

Zelfs de alom bejubelde “Verkenningen: houvast voor de krijgsmacht van de toekomst” hebben niet geleid tot een indringend veiligheidsdebat in Nederland. Onze politici denken de gaten van het CPB met kortingen op Defensie te kunnen dichten. Heel opportunistisch en kortzichtig. Dat betekent dat we onverzekerd zijn. Dat moet strafbaar zijn. Defensie behoort tot de primaire taak van de Regering.

Wat betekent dat nu voor onze militairen, die hun leven in dienst stellen van het Koninkrijk? Het lijkt wel of onze militairen, die hun leven in de waagschaal stellen voor het Koninkrijk, wederom de dupe worden van partijpolitieke overwegingen met het oog op stemmenwinst. De enige fatsoenlijke minister van Defensie die - sinds lange tijd - staat voor zijn mensen, wordt door het parlement met een motie van wantrouwen bedreigd om maar zo links mogelijk over te komen in de strijd om de kiezer. Defensie moet haar essentiële capaciteit voor het grondgevecht, de Leopardtanks, inleveren maar krijgt niet de gelegenheid om ze vervolgens te verkopen.

Volledig in lijn met de Europese exportrichtlijnen is Indonesië bereid om onze tanks over te nemen, maar onze schone linkerhanden zijn belangrijker dan onze nationale belangen. Duitsland vult het ontstane gat probleemloos op. Weer een Nederlandse kans gemist op het internationale toneel. En vervolgens zijn diezelfde politici die deze verkoop hebben tegengehouden natuurlijk weer opportunistisch verontwaardigd als Indonesië de vele andere belangen die Nederland in dat strategisch belangrijke land heeft, ter discussie stelt. Voor wat hoort wat.

Wie volledig ontbreekt in dit debat, maar ook in het debat over de opvolger van onze F-16’s, is de minister-president. Het lijkt wel of er alleen maar stuurlieden op de brug staan, die allemaal een andere kant op willen met het schip van de Staat der Nederlanden. Maar de kapitein is in zijn hut en vertoont zich niet op de brug. Dat is een blamage voor Nederland.  Juist nu hebben wij een kapitein, een Staatsman nodig. Defensie is te belangrijk om over te laten aan partijpolitieke belangen en opportunistische achterhoedegevechten. Mark Rutte is de aangewezen persoon om leiderschap te tonen en de Nederlandse kiezer uit te leggen waarom Defensie belangrijk is, waarom Nederland haar reputatie verliest in het buitenland als we ondoordachte en onverantwoordelijke besluiten nemen, zoals ‘ de stekker halen uit het JSF project’.

Maar Mark Rutte staat schrijlings over een kloof tussen Nederland en Europa die alleen maar breder wordt. De eerste liberale premier sinds ruim 100 jaar, dreigt nu in de kloof te vallen, waarvan wij hoopten dat hij die zou dichten. Hanja van Someren-Downer zou uit haar graf opstaan, als zij zou weten welke koers haar Volkspartij voor Vrijheid en Democratie op dit moment vaart!

Het moet anders, want anders gebeuren er echt ongelukken. Defensie staat nu op het niveau van 1990 als het gaat om het besteedbare budget. Terwijl de gevaren alleen maar toenemen. Een volgende klap van € 1 miljard, zoals in de verkiezingsprogramma’s ter linkerzijde wordt voorzien, staat zelfs binnen sommige linkse partijen ter discussie.

En terecht. Ik kan me niet voorstellen dat onze politici, maar ook onze loyale militaire topambtenaren zichzelf nog kunnen aankijken in de spiegel wanneer deze nieuwe aanslagen op de weerbaarheid van onze krijgsmacht worden doorgevoerd. Ik hoop dat u verontwaardigd opstaat als generaal Tom Middendorp, in navolging van zijn illustere voorganger van der Vlis, zijn ontslag indient, samen met zijn operationele commandanten.

Het is genoeg, deze afbraak. In 1980 interviewde Marcel van Dam, aanzienlijk jonger dan vandaag, de toenmalige bevelhebbers van de krijgsmachtdelen. De generaals en admiraals van toen waren duidelijk: er zijn rode lijnen waarbuiten zij hun verantwoordelijkheid niet meer kunnen en willen nemen. Die tijd is terug.

Militairen worden in 2012 in toenemende mate gezien als gewone ambtenaren. Dat zijn ze niet. Zij onderscheiden zich omdat zij, als het nodig is, bereid zijn de hoogste prijs te betalen voor het zeker stellen van de internationale veiligheid en van die van ons Koninkrijk. Omdat ze kunnen en moeten vertrouwen op de integriteit, en de loyaliteit van hun politieke meesters, die op basis van solide militair advies het politieke besluit nemen om militairen, die allemaal vader, moeder, zoon en dochter zijn, in “harm’s way” te zenden. Om die reden moeten onze militairen de beste uitrusting, de beste training en de beste collega’s tot hun beschikking hebben. Dat is binnenkort allemaal niet meer aan de orde.

De titel van dit artikel is ‘J’accuse’  naar analogie van de aanklacht van Emile Zola tegen de Franse regering in 1898. Toen ging het om de integriteit van Richard Dreyfuss. Nu gaat het om de integriteit van onze politici en de veiligheid van ons land.

Ik stel als staatsburger van het Koninkrijk der Nederlanden onze parlementariërs en politici in staat van beschuldiging: de aanklacht luidt :  ‘het hebben van een opportunistische en levensgevaarlijke kortzichtigheid, waardoor zij moedwillig en structureel de veiligheid van het Koninkrijk der Nederlanden door ongebreideld te bezuinigen op Defensie in gevaar brengen.'

Nederland is een open economie. Als wij onze belangen in het keiharde buitenland niet kunnen behartigen met geloofwaardige militaire capaciteiten, kunnen we op termijn ook onze stijgende zorgkosten niet meer betalen. Met andere woorden: Defensie hoort in het basispakket van onze internationale verzekeringspolis. Defensie is een investering die zich uit betaalt in stabiliteit, vrede en het veilig stellen van onze internationale economische belangen, en daarmede onze welvaart.

Come Fly with me...

(Ton Welter, 3 augustus 2012)

(Zie ook: Come Fly with Me (1))

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen