woensdag 11 april 2012

Beantwoording Kamervragen over zelfdoding onder veteranen

Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de vragen van de leden Bosman (VVD), Jasper van Dijk (SP) en Eijsink (PvdA) over zelfdoding onder veteranen (ingezonden 6 maart 2012 met kenmerk 2012Z04234).

Antwoorden op de vragen van de leden Bosman (VVD), Jasper van Dijk (SP) en Eijsink (PvdA) over zelfdoding onder veteranen (ingezonden 6 maart 2012 met kenmerk 2012Z04234).


1
Ken u het artikel “Zelfmoord? Bij militairen Sst!”? 1)
Ja.

2
Is het waar dat uw ministerie noch een andere organisatie cijfers bijhoudt van zelfmoord onder veteranen?

Ja. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) houdt, als enige organisatie in Nederland, gegevens bij over de doodsoorzaken van in Nederland woonachtige personen. Het CBS maakt hierbij gebruik van de ‘melding doodsoorzaak’ die is voorgeschreven in de Wet op de Lijkbezorging. Of hierbij sprake is van een veteraan wordt door het CBS niet geregistreerd. Defensie bestudeert of het mogelijk is om aan de hand van de informatie van het CBS periodiek onderzoek uit te voeren naar zelfdoding bij veteranen.

3
Is het waar dat u geen verhoogd percentage zelfmoorden onder veteranen vermoedt op basis van onderzoek onder oud-Balkangangers? Zo ja, kunt u aangeven waarom u deze missie dermate vergelijkbaar acht met andere Nederlandse missies dat een dergelijke conclusie valt te trekken?

4
Kunt u uiteenzetten waarop uw ministerie de opvatting baseert dat een hoger dan gemiddeld zelfmoordpercentage in de VS niet van toepassing is op Nederland “omdat de Nederlandse militaire uitzendingen korter zijn, de begeleiding voor, tijdens en na de missie intensiever is, en de medische zorg anders is ingericht”?

Met mijn brief van 11 mei 2011 (Kamerstuk 27 580, nr. 17) heb ik de Kamer het rapport van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) over Balkan-veteranen aangeboden, getiteld ‘Cancer incidence and cause-specific mortality following Balkan deployment’. Voor dit onderzoek zijn 18.000 (oud) militairen - die op de Balkan zijn ingezet – meer dan tien jaar gevolgd. In deze groep bevonden zich ook militairen die na de missie op de Balkan elders voor missies zijn ingezet. Bij dit onderzoek is geen statistisch significant hoger percentage zelfdoding geconstateerd dan bij een vergelijkbare deel van de Nederlandse bevolking. Het RIVM wijst erop dat de onderzoeksperiode langer is dan die van andere internationale onderzoeken en dat dit onderzoek daardoor meer zeggingskracht heeft gekregen.

Voor de missies naar de Balkan geldt, net als voor andere missies, dat zich bij militairen psychische klachten kunnen ontwikkelen ten gevolge van de uitzending. Dat de situatie in de Verenigde Staten verschilt met die in Nederland kan zijn terug te voeren op verschillen in uitzendduur, verschillen in begeleiding voor, tijdens en na een missie en een andere wijze waarop de zorg voor militairen en veteranen is ingericht.

5
Deelt u de mening dat Defensie een proactieve houding zou moeten hebben bij onderzoek naar gevallen van zelfdoding door veteranen? Zo nee, waarom niet?

6
Deelt u de mening dat het registeren van zelfdodingen van veteranen inzicht kan geven in de mogelijke problematiek van zelfdoding onder veteranen? Zo nee, waarom niet?

7
Deelt u de mening dat met het registeren van zelfdodingen, eventuele oorzaken hiervan kunnen worden achterhaald en op deze manier de voor- en nazorg voor uitgezonden militairen kan worden verbeterd? Zo nee, waarom niet?

Een medewerker van Defensie die kampt met problemen kan zich wenden tot uiteenlopende zorgverleners. Deze zullen hem of haar proberen te helpen de problemen de baas te worden en escalatie van het probleem te voorkomen. Elke defensie-eenheid kent bovendien een Sociaal Medisch Team (SMT) dat de problematiek van de werknemer kan bespreken. Van het SMT maken onder meer de commandant, de bedrijfsarts, de maatschappelijk werker en de geestelijk verzorger deel uit. Preventie, het aanbieden van toereikende zorg en mogelijkheden voor snelle interventie door hulpverleners zijn belangrijke factoren bij het voorkomen van zelfdoding. Wanneer bekend is dat een militair door zelfdoding om het leven is gekomen, zullen hulpverleners en commandanten in overleg met het SMT nagaan of betere hulp mogelijk was geweest. Dit geldt ook voor het LZV indien het een veteraan betreft die via het LZV zorg heeft ontvangen.

In het antwoord op vraag 2 heb ik uiteengezet dat alleen het CBS informatie ontvangt over de doodsoorzaken van in Nederland woonachtige personen. Soms krijgt Defensie informatie over zelfdoding van oud-militairen en veteranen. Deze informatie is echter niet toereikend voor een betrouwbare registratie van zelfdoding. Defensie bestudeert of het mogelijk is om aan de hand van de informatie van het CBS periodiek onderzoek uit te voeren naar zelfdoding bij veteranen.

8
Kunt u vanaf heden in de jaarlijkse Veteranennota informatie over zelfdoding onder veteranen opnemen? 

Indien de studie zoals bedoeld in het antwoord op de vragen 5, 6 en 7 leidt tot inzicht in de mate waarin zelfdoding voorkomt onder veteranen, kan deze informatie vanaf 2013 in de Veteranennota worden opgenomen.

1) De Pers, 1 maart 2012

DE MINISTER VAN DEFENSIE
drs. J.S.J. Hillen

(Onderstaand het artikel dat de aanleiding vormde tot de Kamervragen)


Zelfmoord? Bij militairen? Sst!
Door: Arnold Karskens

Niemand weet hoeveel veteranen zelfmoord plegen, wel dat het er schrikbarend veel zijn. Ouders willen registratie, partijen in de Tweede Kamer ook. Waar wacht Defensie op?

Een besmettelijke ziekte, daar leek het op, toen na elkaar twee veteranen uit Groningse dorpen zelfmoord pleegden.

Cyprusganger Guido Reinders (40) uit Ten Boere sloeg 6 december de hand aan zichzelf. Libanonganger Enno Groefsema (49) uit het acht kilometer verder gelegen Bedum beroofde zich op 17 januari het leven. Jaren voordien hadden de twee al psychische problemen.

Familieleden doen een oproep aan het ministerie van Defensie om het onderwerp zelfdoding onder veteranen uit de taboesfeer te halen. Ook in de nieuwe veteranenwet, die dit jaar van kracht wordt en is opgesteld voor een betere nazorg voor veteranen, bestaat er geen registratie van zelfdoding. Die is nodig om hulpprogramma’s op te kunnen zetten, menen familieleden en deskundigen. ‘Voor onze Guido helpt het niet meer, maar er zijn veel meer jongens met problemen na hun uitzending’, zegt de moeder van Reinders.

Kort lontje
De ex-vrouw van Enno Groefsema en moeder van zijn twee kinderen waarschuwt: ‘Zijn kameraden bij de begrafenis mankeerden allemaal wat: de een had een kort lontje, de ander ellende met echtscheiding.’

Jan Schoeman, woordvoerder van het Veteraneninstituut waar 65.000 van de ruim 100.000 afgezwaaide ?Nederlandse militairen uit gevechts- en oorlogsmissies sinds de Tweede Wereldoorlog staan ingeschreven, noemt registratie ‘een goede zaak.’ Zijn instituut in Doorn pleit er al langer voor. ‘Je kunt mythevorming doorprikken. Sterven er meer veteranen door zelfdoding dan niet uitgezonden militairen of burgers? Men denkt van wel, maar zeker weten doen we het niet.’ Nu pleegt naar schatting elke maand een veteraan zelfmoord.

Standaard
In de Verenigde Staten, een land met miljoenen oud-strijders, pleegt iedere tachtig minuten een veteraan zelfmoord. Dat zijn er achttien per dag, volgens een rapport met de onheilspellende naam Losing the battle van Center for a New America uit oktober 2011. Terwijl (oud-)soldaten slechts één procent van de bevolking uitmaken, zijn ze verantwoordelijk voor twintig procent van alle zelfmoorden in de VS. Velen lijden aan het post-traumatisch stress syndroom (PTSS) of zijn gewond geraakt in Vietnam, Irak of Afghanistan.

Registratie van zelfdoding is in veel staten standaard. Schoeman: ‘Daar houden ze ook bij of veteranen meer geweldsmisdrijven plegen en of ze zijn oververtegenwoordigd in gevangenissen. Wij in Nederland veronderstellen dat alleen.’ Moeilijkheden ziet Schoeman ook. ‘Hoe kun je een zelfmoord na dertig jaar herleiden tot een uitzending?’

De familie Dijkhuizen uit Scheveningen verloor zoon Dennis (39) op 26 februari 2009. Ze zagen hem aftakelen in de zeventien jaar na zijn uitzending naar Cambodja. Zijn vader noemt uitzendingen dan ook ‘sluipmoordenaars’. ‘Daar in de tropen stonden ze doodsangsten uit. Maar nazorg was er niet. Zelf wilde Dennis er niks van weten. Hij zei: ‘Een marinier heeft geen problemen en als hij die wel heeft, lost hij die zelf op.’

Het burgerleven beviel hem niet. Zijn ouders zagen hem tobben. Hij had geen vechtlust meer. Achteraf vragen ze zich af of ze de signalen niet hadden moeten zien. Dennis werd thuis op de bank gevonden. Met zijn omgebrachte hond aan de voeten en zijn kind Leon (5) dood op schoot. Als laatste had hij zichzelf met een pistool van het leven beroofd.

De zelfdoding had veel overeenkomsten met die van collega-Cambodjaganger Bjørn Schaap (37), die zichzelf in Denemarken in juli 2005 met twee handgranaten en een kilo explosieven opblies, evenals zijn 5-jarige zoon – op diens verjaardagfeestje. Ook Schaap kampte met ernstige psychische problemen.

Balkan
Ondanks de onheilspellende berichten uit de Verenigde Staten en de recente zelfmoordgevallen laat het ministerie van Defensie weten dat er geen plannen zijn voor registratie. ‘Recent onderzoek onder militairen die naar de Balkan zijn uitgezonden, heeft aangetoond dat het aantal suïcides niet afwijkt van het gemiddelde onder de Nederlandse bevolking.’ De vergelijking met de VS gaat volgens Defensie mank, omdat de Nederlandse militaire uitzendingen korter zijn, de begeleiding vóór, tijdens en na de missie intensiever is, en de medische zorg anders is ingericht.

De moeder van Dennis Dijkhuizen spreekt liever van een doofpot: ‘Ik denk dat Defensie de uitslag van de registratie niet prettig vindt. Anders was het al gedaan. We houden ons hart vast voor de jongens die uit Afghanistan terugkomen.’

(De Pers/De Ondernemer, 1 maart 2012)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen