vrijdag 16 maart 2012

Kunduz: Een band met mannen


ISAF traint Afghaanse militairen en politieagenten. Zij moeten voor vrede en veiligheid zorgen wanneer de internationale troepenmacht het land grotendeels verlaat, eind 2014. Maar de loyaliteit is soms ver te zoeken. Steeds vaker keren de Afghanen zich tegen hun westerse collega’s.

door Guus Dietvorst en Vian Schouten

KUNDUZ –Dit jaar zijn meer dan zestig militairen van ISAF omgekomen in Afghanistan. Daarvan is ongeveer een vijfde om het leven gebracht door Afghaanse collega’s. Tijdens de protesten wegens het verbranden van korans in Bagram werden zes Amerikanen gedood door Afghanen die zich tegen hen keerden. Ook het incident in de zuidelijke provincie Kandahar van afgelopen zondag kan voor onrust zorgen. Een Amerikaanse miltair schoot daar 16 burgers dood, onder wie negen kinderen. ISAF vreest voor nieuw geweld tegen buitenlandse militairen.

De Nederlandse politietrainers in Kunduz maken zich over het algemeen niet zo druk om repressailles van de agenten die ze trainen. Zulke incidenten hebben volgens hen meestal een persoonlijke oorzaak en komen vaak door cultuurverschillen. De Nederlanders krijgen daar voor hun uitzending een uitgebreide cursus over. Daarin leren ze onder meer dat je alleen met de rechterhand iets mag aangeven en in welke situaties het gepast is om de Afghaan naar zijn vrouw te vragen. „De Afghaan is heel trots, eer en respect zitten heel diep. Als je daar rekening mee houdt, dan kom je een heel eind”, aldus Peter Taai. Hij leidt een team politietrainers.

Wanneer hij op patrouille is met de Afghanen kent Taai over het algemeen geen angst. „Er moet iets gebeurd zijn wil je dat gevoel hebben.” De commandant heeft wel een keer zoiets meegemaakt. Bij een training op het kamp kwam hij in botsing met een Afghaanse agent. Die was geïrriteerd dat hij zijn wapen moest inleveren, een standaard maatregel. „De keer daarop dat hij in de cursus kwam, negeerde hij me. Hij keek me niet aan en gaf iemand anders een presentje, en mij expres niet.” Daar hield Taai een slecht gevoel aan over. Toen hij de Afghaan later tijdens een patrouille in Kunduz-stad tegenkwam, lette hij extra goed op hem. Gelukkig bleek na een paar ontmoetingen dat de lucht was geklaard.

Zulke situaties komen niet vaak voor, aldus Taai. „Je bouwt een band op met die mannen.” Zijn baas, commandant De Ridder, is het met hem eens. „Je kunt niet alles voorkomen, maar je kunt wel respectvol met elkaar omgaan.” Bovendien zijn de mannen die in aanmerking komen voor een Nederlandse training vantevoren gescreend.

De Nederlanders lijken vrij zeker van hun zaak. Tijdens een rondrit door Kunduz-stad werd de ‘jammer’ in het legervoertuig tot twee keer toe niet aangezet. Vergeten. Een ’jammer’ moet voorkomen dat bermbommen met een mobiele telefoon tot ontploffing kunnen worden gebracht, en dus worden aangezet als de voertuigen gaan rijden. Helemaal onterecht is het veilige gevoel dat onder de Nederlanders heerst niet: veel Afghanen hebben vooral aan de Amerikanen een grondige hekel. Over militairen met een andere nationaliteit zijn ze vaak positiever.

Een jonge Afghaanse agent verwoordde het zo: „Ik weet niet zeker of ze het expres doen, maar als de Amerikanen ergens komen, maken ze altijd schade. Bovendien hebben ze geen respect voor onze religie. De Nederlanders hebben tenminste respect voor onze gebruiken.” Na het incident in Bagram beseft ook generaal Allen, de hoogste militair van de missie in Afghanistan dat er iets moet veranderen. Alle soldaten van ISAF moeten voortaan een cultuurtraining krijgen voordat ze worden uitgezonden.

(Spits, 16 maart 2012)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen