Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
24 april 2104
Betreft: Leveringen van Nederlandse bedrijven aan het Syrische chemische wapenprogramma
Geachte Voorzitter,
In een Algemeen Overleg op 3 juli 2013 heb ik uw Kamer toegezegd nader onderzoek te zullen doen naar de betrokkenheid van Nederlandse bedrijven bij het Syrische chemische wapenprogramma. Met deze brief wil ik u, mede namens de minister van Veiligheid en Justitie, informeren over de resultaten daarvan en de maatregelen die zijn genomen.
Ontwikkelingen sinds het Algemeen Overleg van 3 juli 2013
Op 3 september 2013 heb ik in antwoord op schriftelijke vragen van uw Kamer aangegeven dat de mogelijkheden beperkt waren om het eindgebruik na te gaan van door een Nederlands bedrijf geleverde glycol . Eén van de redenen daarvoor was het feit dat Syrië destijds geen lid was van de Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW).
Glycol is een veel verhandelde stof en dient onder andere als antivries of grondstof voor petflessen. Het kan echter ook gebruikt worden in een alternatieve route voor het produceren van chemische wapens.
Nadien is Syrië partij geworden bij het Verdrag Chemische Wapens en lid van de OPCW. Hierdoor kreeg Syrië de verplichting om een initiële declaratie in te dienen bij de OPCW betreffende activiteiten die betrekking hebben op het chemische wapenprogramma. Uit deze initiële declaratie bleek geen betrokkenheid van Nederlandse bedrijven.
Op 21 november 2013 heeft Syrië een aanvulling op de initiële declaratie ingediend. Deze aanvulling bevat een lijst van de chemicaliën en goederen die Syrië heeft aangeschaft voor het chemische wapenprogramma, inclusief het jaar waarin ze zijn geleverd, de hoeveelheden, de namen van de leveranciers en de landen van herkomst.
Volgens de vertrouwelijkheidsregels van de OPCW kan deze informatie alleen openbaar gemaakt worden als het land dat de gegevens heeft verschaft daar toestemming voor geeft. De aanvulling is daarom vertrouwelijk aan uw Kamer verstuurd en besproken tijdens het besloten deel van het Algemeen Overleg van 5 februari 2014 .
Vervolgens heb ik de Syrische Permanente Vertegenwoordiging bij de OPCW toestemming gevraagd om de gegevens van de betrokken Nederlandse bedrijven openbaar te maken. Hiermee is op 20 maart 2014 ingestemd. De Syrische Permanente Vertegenwoordiging heeft geen toestemming gegeven om de totale lijst van door Syrië aangeschafte chemicaliën en goederen openbaar te maken. Overigens is Syrië daar ook niet toe verplicht ingevolge de vertrouwelijkheidsregels van de OPCW. Derhalve kunnen geen specifieke mededelingen gedaan worden over het beperkte aandeel van leveringen van Nederlandse bedrijven ten opzichte van het totaal aan leveringen van bedrijven uit andere landen.
Bevindingen uit de OPCW-rapportage van Syrië
Uit de aanvulling op de initiële declaratie blijkt dat Syrië bij twee Nederlandse bedrijven goederen dan wel chemicaliën heeft aangekocht ten behoeve van het chemische wapenprogramma. Het betreft (1) een levering van teflon pompen die niet eerder bekend was en (2) de eerder met u besproken leveringen van glycol.
1. Teflon pompen
Dit betreft een nog niet eerder bekende levering van zes teflon pompen in 2002, waarvoor een exportvergunning had moeten worden aangevraagd. Ik heb derhalve het handhavingsteam van de Douane verzocht deze zaak onder de aandacht te brengen van het Openbaar Ministerie. Inmiddels heb ik van het Ministerie van Veiligheid en Justitie vernomen dat, omdat het een overtreding betreft en geen misdrijf, de verjaringstermijn van 3 jaar verstreken is en geen vervolging wordt ingesteld.
2. Glycol
Over de leveringen van glycol heb ik u op 22 mei 2013 en 14 juni 2013 geïnformeerd. Uit de aanvulling op de initiële declaratie blijkt dat het leveringen betreft in de periode van 2002 tot 2006 van in totaal 218 ton glycol. Glycol viel ten tijde van uitvoer niet onder een vergunningplicht. Het betreft een stof die wereldwijd op zeer grote schaal wordt verhandeld, bijvoorbeeld als grondstof voor petflessen of als antivries.
Glycol kan echter ook worden gebruikt als grondstof in een alternatieve productieroute voor chemische wapens. Op 13 juni 2013 heb ik de export van glycol naar Syrië onder nationale vergunningplicht gebracht. Nederland ging hiermee verder dan andere landen. Vervolgens heb ik mij ingezet om de vergunningplicht op Europees niveau te regelen. Op Nederlands voorstel werd glycol – evenals een aantal andere chemicaliën en goederen - op 23 juli 2013 toegevoegd aan de EU sanctieverordening Syrië .
De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
Lilianne Ploumen
(ministerie van Buitenlandse Zaken, 24 april 2014)
Posts tonen met het label chemische wapens. Alle posts tonen
Posts tonen met het label chemische wapens. Alle posts tonen
donderdag 24 april 2014
vrijdag 20 september 2013
Syria: details on the M14 140 mm rocket
(Illustrations and data taken from ORDATA, a open-source database on landmines, artillery shells & rockets)
1. The M14 140mm rocket is a vintage Soviet MLRS (Multiple Launch Rocket System, BM-14/ RPU-14). It has been succeeded by the BM-21 GRAD (122mm). Besides the 140 mm version, a 130 mm variant has also been reported. Known warheads: High Explosive (HE), smoke (WP), chemical. The latter was used to disperse Sarin (GB), a non-persistent chemical warfare agent.
During their visit to Moadamyeh (a southern suburb of Damascus), UN inspectors found an engine of the M14 rocket, but no warhead. Also, no traces of Sarin were found. The chemical warhead looks like this:
The description of this warhead in the ORDATA database:
U.S.S.R. ROCKET, WARHEAD, 140-MM, CHEMICAL, (NON-PERSISTANT), MODEL UNKNOWN
THIS ITEM CONTAINS A 2.2 KG (4.8 LB) SARIN (GB) FILLER. THE FILLER PLUG IS LOCATED JUST ABOVE THE JUNCTION OF THE WARHEAD AND ROCKET MOTOR AND HAS A BROAD WRENCH SLOT.
The warhead is gray with green markings, The markings shown are not believed to be the markings used on standard soviet chemical munitions but those used for display purposes.
2) Two types of fuzes are associated with this chemical warhead. Both are proximity fuzes: they ignite at a preset altitude above the target.
The first fuze is unique to the 140mm rocket; the second one was used in the chemical warheads of both 140 and 240mm rockets of the former Soviet Union.
a) U.S.S.R. ROCKET FUZE, NOSE, PD, V-24
Ordnance used with:
F-961, 240 MM, SPIN STABILIZED, HE, SURFACE-TO-SURFACE
F-961U, 240 MM, SPIN STABILIZED, HE, SURFACE-TO-SURFACE
MDL UNK, WARHEAD, 140 MM, CHEMICAL, NON-PERSISTANT
MODEL UNKNOWN, 240 MM, CHEMICAL, NON-PERSISTANT
It looks like this:
b) U.S.S.R. ROCKET FUZE, NOSE, PD, V-25
Ordnance used with:
F-961, 240 MM, SPIN STABILIZED, HE, SURFACE-TO-SURFACE
F-961U, 240 MM, SPIN STABILIZED, HE, SURFACE-TO-SURFACE
M-14-OF, 140 MM, HE-FRAG
MODEL UNKNOWN, WARHEAD, 140 MM, CHEMICAL, NON-PERSISTANT
It looks like this:
(Hans de Vreij, Defensie weblog, The Netherlands, 20 September 2013)
1. The M14 140mm rocket is a vintage Soviet MLRS (Multiple Launch Rocket System, BM-14/ RPU-14). It has been succeeded by the BM-21 GRAD (122mm). Besides the 140 mm version, a 130 mm variant has also been reported. Known warheads: High Explosive (HE), smoke (WP), chemical. The latter was used to disperse Sarin (GB), a non-persistent chemical warfare agent.
During their visit to Moadamyeh (a southern suburb of Damascus), UN inspectors found an engine of the M14 rocket, but no warhead. Also, no traces of Sarin were found. The chemical warhead looks like this:
The description of this warhead in the ORDATA database:
U.S.S.R. ROCKET, WARHEAD, 140-MM, CHEMICAL, (NON-PERSISTANT), MODEL UNKNOWN
THIS ITEM CONTAINS A 2.2 KG (4.8 LB) SARIN (GB) FILLER. THE FILLER PLUG IS LOCATED JUST ABOVE THE JUNCTION OF THE WARHEAD AND ROCKET MOTOR AND HAS A BROAD WRENCH SLOT.
The warhead is gray with green markings, The markings shown are not believed to be the markings used on standard soviet chemical munitions but those used for display purposes.
The first fuze is unique to the 140mm rocket; the second one was used in the chemical warheads of both 140 and 240mm rockets of the former Soviet Union.
a) U.S.S.R. ROCKET FUZE, NOSE, PD, V-24
Ordnance used with:
F-961, 240 MM, SPIN STABILIZED, HE, SURFACE-TO-SURFACE
F-961U, 240 MM, SPIN STABILIZED, HE, SURFACE-TO-SURFACE
MDL UNK, WARHEAD, 140 MM, CHEMICAL, NON-PERSISTANT
MODEL UNKNOWN, 240 MM, CHEMICAL, NON-PERSISTANT
It looks like this:
Ordnance used with:
F-961, 240 MM, SPIN STABILIZED, HE, SURFACE-TO-SURFACE
F-961U, 240 MM, SPIN STABILIZED, HE, SURFACE-TO-SURFACE
M-14-OF, 140 MM, HE-FRAG
MODEL UNKNOWN, WARHEAD, 140 MM, CHEMICAL, NON-PERSISTANT
It looks like this:
(Hans de Vreij, Defensie weblog, The Netherlands, 20 September 2013)
donderdag 12 september 2013
Vragen over Kamerbrief chemische wapens #Syrië
De Kamerbrief van minister Timmermans van Buitenlandse Zaken over het gebruik van chemische wapens bij Damascus op 21 augustus j.l. roept een aantal vragen op:
1) De nieuwe, 'diepgaande' informatie komt van 'verschillende partnerlanden', stelt de brief.
Welke partnerlanden?
2) De brief stelt 'dat er op 21 augustus gifgas is ingezet tegen de burgerbevolking'.
Welk gifgas? Met welk(e) overbrengingsmiddel(en)?
Waar is dat gifgas ingezet?
3) In de brief stelt minister Timmermans dat het Syrische regime 'met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid' verantwoordelijk is voor de inzet van gifgas op 21 augustus.
Waarom geen 100% zekerheid? Waarover bestaat nog onzekerheid?
Zie ook: Kabinet: regime Syrië schuldig aan gebruik gifgas
1) De nieuwe, 'diepgaande' informatie komt van 'verschillende partnerlanden', stelt de brief.
Welke partnerlanden?
2) De brief stelt 'dat er op 21 augustus gifgas is ingezet tegen de burgerbevolking'.
Welk gifgas? Met welk(e) overbrengingsmiddel(en)?
Waar is dat gifgas ingezet?
3) In de brief stelt minister Timmermans dat het Syrische regime 'met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid' verantwoordelijk is voor de inzet van gifgas op 21 augustus.
Waarom geen 100% zekerheid? Waarover bestaat nog onzekerheid?
Zie ook: Kabinet: regime Syrië schuldig aan gebruik gifgas
Kabinet: regime Syrië schuldig aan gebruik gifgas
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 12 september 2013
Betreft Stand van zaken Syrië
Hierbij informeer ik u, conform uw verzoek d.d. 10 september jl (kenmerk 2013Z17066/2013D35079), over de stand van zaken met betrekking tot het diplomatiek overleg rondom Syrië en het Franse voorstel voor een VNVR-resolutie over de chemische wapens in Syrië.
Recente ontwikkelingen
De ontwikkelingen ten aanzien van Syrië volgen elkaar razendsnel op. Waar de internationale gemeenschap vorige week nog tot op het bot verdeeld bleek (Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties (SGVN) Ban-Ki Moon sprak van een beschamende impasse) stemmen recente ontwikkelingen voorzichtig optimistisch over een meer gezamenlijke aanpak van deze diep tragische, voortdurende crisis.
Het afgelopen weekend heeft de Europese Unie zich bij monde van Hoge Vertegenwoordiger (HV) Ashton unaniem uitgesproken tegen het gebruik van chemische wapens en de VN Veiligheidsraad opgeroepen haar verantwoordelijkheid in dezen te nemen. In haar verklaring na afloop van de informele Raad Buitenlandse Zaken (“Gymnich”) van 6 en 7 september jl. wees de HV daarnaast op het belang van een politieke oplossing voor het conflict.
Op 9 september heeft Secretary of State Kerry het Syrische regime een mogelijkheid geboden om militaire actie te vermijden, door het inleveren en onder internationaal toezicht stellen van alle chemische wapens. Dit voorstel is vervolgens door de Russische en Syrische ministers van Buitenlandse Zaken Lavrov en Mouallem verwelkomd, waarna de permanente leden van de Veiligheidsraad (P5) het initiatief hebben opgepakt.
De regering heeft steeds het belang benadrukt van het delen van inlichtingen en partnerlanden daartoe nadrukkelijk opgeroepen. Nederland heeft sindsdien van verschillende partnerlanden diepgaande informatie en inlichtingen ontvangen, die door de diensten geanalyseerd is. Op grond hiervan is de regering er inmiddels van overtuigd dat er op 21 augustus gifgas is ingezet tegen de burgerbevolking en dat het Syrische regime hier met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid verantwoordelijk voor is.
Zoals eerder met uw Kamer gedeeld heb ik voortdurend het belang onderstreept van het volgen van het VN-spoor. Ik vind het dan ook bemoedigend dat de P5 de opties voor een gezamenlijke actie door de Veiligheidsraad verkennen.
Tegelijkertijd zijn de verschillen van inzicht tussen de permanente leden niet verdampt. Het is dan ook nog te vroeg om conclusies te trekken over de vraag of de Veiligheidsraad daadwerkelijk voldoende overeenstemming vindt om een resolutie aan te nemen.
Momenteel worden verschillende elementen voor een conceptresolutie besproken, waaronder een Frans concept. Het kabinet acht het van het allergrootste belang te voorkomen dat chemische wapens (opnieuw) worden ingezet. Daarbij is het kabinet sterk voorstander van het opnemen van een element van bestrijding van straffeloosheid, bijvoorbeeld door verwijzing van de situatie in Syrië naar het Internationaal Strafhof.
Chemische wapens
Momenteel werken de P5 nader uit hoe het Syrische chemische wapenarsenaal onder internationale controle te brengen met als doel het te vernietigen. De volgende kaders zijn van belang voor een succesvol initiatief.
Als eerste moet Syrië zo spoedig mogelijk, bij voorkeur binnen een gestelde termijn, aangeven wat de precieze locatie, de hoeveelheden en type wapens zijn. Vervolgens moeten die locaties beveiligd worden. Daarnaast moet een plan worden ontwikkeld om die voorraden uiteindelijk te vernietigen. Onder de huidige veiligheidsomstandigheden zal het beveiligen en vernietigen moeilijk uitvoerbaar zijn.
Syrië zou hebben aangegeven partij te willen worden bij het Chemische Wapen Verdrag (CWC). Daarmee wordt Syrië automatisch lid van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens. Voor toetreding moet Syrië het instrument van ratificatie deponeren bij de SGVN. Dertig dagen later treedt het Verdrag dan in werking. Weer dertig dagen daarna moet Syrië declaraties indienen over zijn chemische wapenarsenaal.
Omdat het proces via het CWC enige tijd zal vergen, benadrukt Nederland dat vooruitlopend daarop al maatregelen moeten worden genomen. Ten einde de bestaande, en in de ogen van het kabinet gerechtvaardigde, scepsis te overwinnen, zal het Syrische regime concrete informatie over zijn chemische wapenarsenaal moeten geven. Boter bij de vis dus.
Daarnaast ontslaan de recente ontwikkelingen de internationale gemeenschap niet van de verplichting de feiten over de aanval van 21 augustus jl. vast te stellen. Het rapport van de VN-onderzoeksmissie naar de gebeurtenissen van 21 augustus zal volgende week verschijnen. Het rapport zal antwoord geven op de vraag of er chemische wapens zijn ingezet. Het zal geen conclusies trekken over de schuldvraag. Het gaat immers om een fact-finding missie. De bevindingen zouden echter wel verder inzicht kunnen geven in wie mogelijk achter de aanvallen zit.
Tot slot moet niet uit het oog worden verloren dat een duurzame politieke oplossing van het conflict hiermee nog niet binnen handbereik is. Wel constateert het kabinet dat een verenigde Veiligheidsraad op dit deelonderwerp een stap in de goede richting is naar een dergelijke duurzame politieke oplossing.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
Frans Timmermans
(ministerie van Buitenlandse Zaken, 12 september 2013)
Zie ook: Vragen over Kamerbrief chemische wapens Syrië
Datum 12 september 2013
Betreft Stand van zaken Syrië
Hierbij informeer ik u, conform uw verzoek d.d. 10 september jl (kenmerk 2013Z17066/2013D35079), over de stand van zaken met betrekking tot het diplomatiek overleg rondom Syrië en het Franse voorstel voor een VNVR-resolutie over de chemische wapens in Syrië.
Recente ontwikkelingen
De ontwikkelingen ten aanzien van Syrië volgen elkaar razendsnel op. Waar de internationale gemeenschap vorige week nog tot op het bot verdeeld bleek (Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties (SGVN) Ban-Ki Moon sprak van een beschamende impasse) stemmen recente ontwikkelingen voorzichtig optimistisch over een meer gezamenlijke aanpak van deze diep tragische, voortdurende crisis.
Het afgelopen weekend heeft de Europese Unie zich bij monde van Hoge Vertegenwoordiger (HV) Ashton unaniem uitgesproken tegen het gebruik van chemische wapens en de VN Veiligheidsraad opgeroepen haar verantwoordelijkheid in dezen te nemen. In haar verklaring na afloop van de informele Raad Buitenlandse Zaken (“Gymnich”) van 6 en 7 september jl. wees de HV daarnaast op het belang van een politieke oplossing voor het conflict.
Op 9 september heeft Secretary of State Kerry het Syrische regime een mogelijkheid geboden om militaire actie te vermijden, door het inleveren en onder internationaal toezicht stellen van alle chemische wapens. Dit voorstel is vervolgens door de Russische en Syrische ministers van Buitenlandse Zaken Lavrov en Mouallem verwelkomd, waarna de permanente leden van de Veiligheidsraad (P5) het initiatief hebben opgepakt.
De regering heeft steeds het belang benadrukt van het delen van inlichtingen en partnerlanden daartoe nadrukkelijk opgeroepen. Nederland heeft sindsdien van verschillende partnerlanden diepgaande informatie en inlichtingen ontvangen, die door de diensten geanalyseerd is. Op grond hiervan is de regering er inmiddels van overtuigd dat er op 21 augustus gifgas is ingezet tegen de burgerbevolking en dat het Syrische regime hier met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid verantwoordelijk voor is.
Zoals eerder met uw Kamer gedeeld heb ik voortdurend het belang onderstreept van het volgen van het VN-spoor. Ik vind het dan ook bemoedigend dat de P5 de opties voor een gezamenlijke actie door de Veiligheidsraad verkennen.
Tegelijkertijd zijn de verschillen van inzicht tussen de permanente leden niet verdampt. Het is dan ook nog te vroeg om conclusies te trekken over de vraag of de Veiligheidsraad daadwerkelijk voldoende overeenstemming vindt om een resolutie aan te nemen.
Momenteel worden verschillende elementen voor een conceptresolutie besproken, waaronder een Frans concept. Het kabinet acht het van het allergrootste belang te voorkomen dat chemische wapens (opnieuw) worden ingezet. Daarbij is het kabinet sterk voorstander van het opnemen van een element van bestrijding van straffeloosheid, bijvoorbeeld door verwijzing van de situatie in Syrië naar het Internationaal Strafhof.
Chemische wapens
Momenteel werken de P5 nader uit hoe het Syrische chemische wapenarsenaal onder internationale controle te brengen met als doel het te vernietigen. De volgende kaders zijn van belang voor een succesvol initiatief.
Als eerste moet Syrië zo spoedig mogelijk, bij voorkeur binnen een gestelde termijn, aangeven wat de precieze locatie, de hoeveelheden en type wapens zijn. Vervolgens moeten die locaties beveiligd worden. Daarnaast moet een plan worden ontwikkeld om die voorraden uiteindelijk te vernietigen. Onder de huidige veiligheidsomstandigheden zal het beveiligen en vernietigen moeilijk uitvoerbaar zijn.
Syrië zou hebben aangegeven partij te willen worden bij het Chemische Wapen Verdrag (CWC). Daarmee wordt Syrië automatisch lid van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens. Voor toetreding moet Syrië het instrument van ratificatie deponeren bij de SGVN. Dertig dagen later treedt het Verdrag dan in werking. Weer dertig dagen daarna moet Syrië declaraties indienen over zijn chemische wapenarsenaal.
Omdat het proces via het CWC enige tijd zal vergen, benadrukt Nederland dat vooruitlopend daarop al maatregelen moeten worden genomen. Ten einde de bestaande, en in de ogen van het kabinet gerechtvaardigde, scepsis te overwinnen, zal het Syrische regime concrete informatie over zijn chemische wapenarsenaal moeten geven. Boter bij de vis dus.
Daarnaast ontslaan de recente ontwikkelingen de internationale gemeenschap niet van de verplichting de feiten over de aanval van 21 augustus jl. vast te stellen. Het rapport van de VN-onderzoeksmissie naar de gebeurtenissen van 21 augustus zal volgende week verschijnen. Het rapport zal antwoord geven op de vraag of er chemische wapens zijn ingezet. Het zal geen conclusies trekken over de schuldvraag. Het gaat immers om een fact-finding missie. De bevindingen zouden echter wel verder inzicht kunnen geven in wie mogelijk achter de aanvallen zit.
Tot slot moet niet uit het oog worden verloren dat een duurzame politieke oplossing van het conflict hiermee nog niet binnen handbereik is. Wel constateert het kabinet dat een verenigde Veiligheidsraad op dit deelonderwerp een stap in de goede richting is naar een dergelijke duurzame politieke oplossing.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
Frans Timmermans
(ministerie van Buitenlandse Zaken, 12 september 2013)
Zie ook: Vragen over Kamerbrief chemische wapens Syrië
donderdag 29 augustus 2013
Minister Timmermans over Syrië
Minister Timmermans beantwoordt Kamervragen over het vermeende gebruik van chemische wapens in Syrië. Klik hier voor de audio Donderdag 29 augustus 2013, eerste 15 minuten van de antwoorden in eerste termijn
Labels:
chemische wapens,
OPCW,
Syrië,
Tweede Kamer,
VN
maandag 7 januari 2013
Aanvullende gegevens Patriot-inzet Turkije
![]() |
| Patriot lanceerinrichting. Foto: Defensie |
![]() |
| Fuchs CBRN-voertuig. Foto: Defensie |
![]() |
| Incirlik Air Base |
De Nederlandse Patriot-batterijen worden geplaatst op de Amerikaans-Turkse luchtmachtbasis Incirlik Air Base, pal ten oosten van de stad Adana. Omdat het primaire doel van de inzet het verdedigen van die stad (1,5 miljoen inwoners) is, zal in de berichtgeving over de inzet ook primair de plaatsnaam Adana voorkomen.
De Nederlandse Patriot-eenheid in Turkije gaat opereren onder de naam (1) NLD Ballistic Missile Defence Task Force. Gedurende de eerste zes maanden van de missie zal het bevel worden gevoerd door luitenant-kolonel Marcel Buis.
![]() |
| De NAVO-inzet in Turkije per eind januari 2013. Nederland: Adana. Verenigde Staten: Gaziantep. Duitsland: Kahramanmaraş. (Illustratie: Defensie) |
Links:
- Defensie: dossier inzet Turkije
- FAS: overzicht Patriot-varianten
(Defensie weblog, 7 januari 2013)
donderdag 20 december 2012
Patriots Turkije: antwoorden op 186 Kamervragen
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 19 december 2012
Betreft Beantwoording vragen vaste commissie voor Buitenlandse Zaken over Patriot brieven
DVB/CV-323/12
Uw Referentie 32623-76
Hierbij bieden wij u de antwoorden aan op de vragen van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken over de Patriot-brieven van 7 en 18 december 2012. Deze vragen werden ingezonden op 19 december 2012 met kenmerk 32.623 nr. 76.
De Minister van Buitenlandse Zaken De Minister van Defensie
Frans Timmermans J.A. Hennis-Plasschaert
Antwoorden van Frans Timmermans, Minister van Buitenlandse Zaken, en J.A. Hennis- Plasschaert op feitelijke vragen van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken over de Patriot brieven d.d. 7 en 18 december.
Vraag 1
Mag uit de woorden van de kamerbrief “het effectieve bereik van de Nederlandse Patriot-raketten is beperkt tot Turks grondgebied’ worden afgeleid dat geen enkele Patriot-raket op Syrisch grondgebied neerkomt?
Antwoord
Ja. De afstand tot aan de grens met Syrië is groter dan het effectieve bereik van Patriot. Onderscheppingen vinden plaats binnen het Turkse luchtruim. Na een onderschepping zullen restdelen van de Patriot raket terugvallen op Turks grondgebied. Indien een Patriot zijn doel mist, wordt een automatisch zelfvernietigingscommando gegenereerd waardoor ook in dit geval geen Patriot op het Syrische grondgebied neerkomt.
Vraag 2
Kunt u ingaan op de besluitvorming in Duitsland en de Verenigde Staten waar de besluitvorming over de inzet van Patriots al is afgerond? In hoeverre leidt de besluitvorming in Nederland tot onduidelijkheid tussen de bevoegdheden van de Kamer en die van het kabinet?
Antwoord
In Duitsland heeft de Bondsdag formeel instemmingsrecht bij de uitzending van de krijgsmacht. Instemming is verkregen, waarmee de nationale besluitvormingsprocedure is voltooid. In de Verenigde Staten heeft de president de exclusieve bevoegdheid om te besluiten over inzet van de krijgsmacht. In Nederland besluit het kabinet over de inzet van de krijgsmacht en informeert het vervolgens het parlement hierover.
Vragen 3, 5
Vraag 3
Kunt u een overzicht geven van alle geweldsincidenten op Turks grondgebied sinds begin oktober,
waarbij het Syrische leger volgens u betrokken was?
Vraag 5
In hoeverre kan met zekerheid worden gesteld dat bij de geweldsincidenten sinds begin oktober op de grens tussen Turkije en Syrië uitsluitend het regime van Assad verantwoordelijk was in plaats van de andere strijdende partijen?
Antwoord
Er heeft, voor zover bekend, in oktober 2012 één incident plaatsgevonden waarbij Syrische troepen mortieren of granaten op een vluchtelingenkamp in Turkije hebben afgevuurd.
Vraag 4
Wat is uw reactie op de opmerking van generaal Mark Hertling (commandant US Army in Europa), die eind oktober aangaf dat de VS er niet zeker van is of deze granaten van het Syrische leger afkomstig zijn, van rebellen die Turkije in het conflict willen trekken, of van de Koerdische PKK?
Antwoord
De Syrische strijdkrachten hebben aangaande dit incident in oktober 2012 verklaard dat de granaten niet van hen afkomstig waren, maar van Syrische rebellengroepen. De VN Veiligheidsraad heeft het Syrische geweld unaniem veroordeeld.
Vraag 6
Is bij aanvallen op de Turkse grensdorpen NAVO-munitie is gebruikt? Welke strijdende groepen gebruiken NAVO-munitie?
Antwoord
Hierover is ons niets bekend. Gewapende strijdgroepen beschikken over veel soorten kleinkaliberwapens, waaronder westerse.
Vragen 7, 8
Vraag 7
In hoeverre geeft de Turkse krijgsmacht actief militaire ondersteuning aan de Syrische rebellen?
Vraag 8
In hoeverre vecht de Turkse krijgsmacht zelf lokaal mee met de Syrische rebellen tegen het Syrische
leger?
Antwoord
Over steun van de Turkse krijgsmacht aan Syrische rebellen is ons niets bekend.
Vraag 9
Heeft de Turkse regering aangeboden om een deel van de kosten (42 miljoen) voor eigen rekening te
nemen?
Antwoord
Turkije heeft aangeboden om als gastland voor steun te zorgen. Het overleg over de exacte invulling
hiervan loopt nog. Binnen de begroting van 42 miljoen euro zitten componenten die mogelijk worden
afgedekt door Turkse ondersteuning.
Vraag 10
Welke specifieke bondgenootschappelijke verplichtingen heeft Nederland als door een andere NAVO-lidstaat beroep wordt gedaan op artikel 4 van de NAVO?
Antwoord
Artikel 4 bepaalt dat wanneer naar de mening van een van de bondgenoten de territoriale onschendbaarheid, politieke onafhankelijkheid of veiligheid van een der bondgenoten wordt bedreigd, onderling overleg zal plaatsvinden.
Vragen 11, 60
Vraag 11
Welke afspraken zijn er binnen de NAVO gemaakt na 2013? Kan de minister uitsluiten dat Nederland langer dan twaalf maanden aanwezig blijft in Turkije? Draait Nederland wederom voor de enorme kosten op als de Patriots na 2013 operationeel blijven in Turkije?
Vraag 60
Op basis waarvan wordt na twaalf maanden al dan niet besloten de Patriots langer in Turkije te stationeren?
Antwoord
Het NAVO-besluit dat betrekking heeft op versterking van de Turkse luchtverdedigingscapaciteiten
binnen het kader van het NAVO Geïntegreerde Lucht Verdedigingssysteem is voor onbepaalde duur.
De Noord-Atlantische Raad zal regelmatig op basis van de rapportages van SACEUR de situatie en de
inzet van de Patriots beoordelen. Het kabinetsbesluit betreft de inzet voor de periode van een jaar.
Vraag 12
Welke voortgang kan er gemeld worden op het gebied van samenwerking met de Duitsers en Amerikanen op het gebied van strategisch transport en reservedelen?
Antwoord
Nederland en Duitsland hebben de intentie om samen te werken op het gebied van strategisch transport, zowel tijdens de repatriëring als tijdens de instandhouding. Momenteel loopt de aanbestedingsprocedure voor een transportschip voor Nederland. Het materieel van Duitsland en Nederland past niet op één schip. Mogelijk zal een Nederlands element met het Duitse schip worden verplaatst of een Duits element met het Nederlandse schip. Over samenwerking met de Amerikanen worden nog gesprekken gevoerd.
Nederland werkt op het gebied van de logistieke ondersteuning voor de Patriot systemen samen met overige gebruikers in Europa, waaronder Duitsland. De NATO Support Agency (NSPA) speelt een actieve rol in voorraadmanagement, verwerving van reservedelen, onderhoud, engineering en voor onderlinge uitwisseling van onderdelen in noodsituaties. Dit is ook tijdens deze missie van toepassing.
Vraag 13
In hoeverre is een Patriot in staat om een mortiergranaat of een korteafstandsraket uit de lucht te schieten?
Antwoord
Het Patriot-systeem kan geen mortieren of raketten met een dracht tot enkele kilometers onderscheppen.
Vragen 14, 128, 129, 178
Vraag 14
Is er in het kostenplaatje rekening gehouden met daadwerkelijke onderschepping door een Patriotraket? Klopt het dat een Patriot-raket 2,5 miljoen euro per stuk kost? Hoeveel gelanceerde Patriots zijn meegenomen in het budget voor 2013?
Vraag 128
Wat zijn de kosten van het afschieten van één Patriot-raket? Maken die kosten onderdeel uit van de geschatte 42 miljoen euro?
Vraag 129
Kunt u aangeven ten laste van welke ministeriële begroting deze uitzending zal plaatsvinden?
Vraag 178
De kosten van 42 mln euro zijn additioneel, welke andere kosten zijn gemoeid met de inzet van de Patriotrakketten? En komen deze kosten uit de Defensiebegroting?
Antwoord
De vervangingsprijs van een Patriot PAC-3 raket is maximaal USD 4,5 miljoen. In de raming van de missie is geen rekening gehouden met het munitieverbruik.
Alle additionele uitgaven worden in 2013 gefinancierd vanuit de HGIS-voorziening crisisbeheersingsoperaties uit de defensiebegroting.
Vragen 15, 57
Vraag 15
In hoeverre is de ontplooiing van Patriots in Turkije veel meer van politiekpsychologische betekenis en is militaire nut en noodzaak feitelijk erg gering?
Vraag 57
Beschikt het Turkse leger naar uw inschatting over onvoldoende middelen om zich tegen de niet acute dreiging vanuit Syrië te beschermen?
Antwoord
Nederland deelt de bezorgdheid van de Turkse regering over de veiligheid van de bevolking en het grondgebied als gevolg van het conflict in Syrië en geeft als uitdrukking van bondgenootschappelijke solidariteit gehoor aan het Turkse verzoek.
Het Turkse verzoek betreft de ontplooiing van Patriots, een systeem waar het land zelf niet over beschikt.
Vraag 16
Wat zou de reactie van Nederland zijn als andere landen (wel of niet binnen NAVO-verband) in de loop van 2013 willen overgaan tot een bufferzone, no-flyzone of eventueel een militaire inzet in Syrië met luchtaanvallen en speciale eenheden?
Antwoord
Deze vraag is nu niet aan de orde. Het plaatsen van de Patriot-systemen is een stap ter versterking van de luchtverdedigingscapaciteit van Turkije en beoogt de bescherming van de bevolking en het grondgebied van NAVO-bondgenoot Turkije.
Vraag 17
Wat betekent het in de praktijk dat Nederland de Patriots ter beschikking stelt voor strikt defensieve
doeleinden? Worden Nederlandse Patriots bijvoorbeeld ook ingezet als een Syrisch vliegtuig nabij de
grens met Turkije een aanval inzet op een Syrisch grensdorp vol rebellen?
Antwoord
De Nederlandse Patriot onderschept alleen ballistische raketten ter verdediging van het Turkse grondgebied en de bevolking. Bovendien is de afstand tot aan Syrië te groot om doelen in het Syrische luchtruim te kunnen onderscheppen.
Vraag 18
In hoeverre kunnen de Patriots worden gebruikt voor de bescherming van het NAVO-radarstation in Kürecik als bijvoorbeeld Iran tegenmaatregelen neemt bij een militaire actie van Israël gericht op de Iraanse kerninstallaties?
Antwoord
De Patriot is ook geschikt om een radarstation te verdedigen. Het is echter niet de taak van de Nederlandse Patriot om Kürecik te verdedigen. Bovendien valt het radarstation buiten het bereik van de Nederlandse Patriot.
Vraag 19
Hoeveel onvervulde vacatures telt het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando?
Antwoord
Binnen de uit te zenden eenheid van het DGLC zijn er geen vacatures.
Vragen 20, 55, 97, 98, 99, 104
Vraag 20
Klopt het dat er te weinig militairen aanwezig zijn bij Defensie die gespecialiseerd zijn om met Patriots te werken? Klopt het dat landmacht militairen die zijn aangevuld onvoldoende zijn opgeleid om met Patriots te werken?
Vraag 55
Is het juist dat veel van de uit te zenden militairen onvoldoende zijn opgeleid om de Patriots te bedienen? Wat zijn hiervan de gevolgen? (Telegraaf, 19/12/12)
Vraag 97
Klopt de bewering van de voorzitter van de militaire vakbond AFMP dat de binnenkort uit te zenden Patrioteenheden noodgedwongen zijn aangevuld met landmachtmilitairen, die absoluut onvoldoende opgeleid zijn om met de Patriots te werken?
Vraag 98
Klopt de berichtgeving in de Telegraaf dat veel van de 360 Nederlandse militairen die voor de Patriotmissie naar Turkije worden gestuurd onvoldoende opgeleid en getraind zijn?
Vraag 99
Is het waar dat het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando een groot aantal onvervulde vacatures telt en dat er hierdoor te weinig luchtmachtmilitairen zijn, die gespecialiseerd zijn in het zeer geavanceerde systeem? Beschikken de Patriot-eenheden over voldoende voortzettingsvermogen voor de duur van een jaar?
Vraag 104
Kunt u reageren op de volgende stelling van de voorzitter van Defensie-vakbond AFMP ten aanzien van de operationele gereedheid van de door u voorgestelde missie: "Er zijn te weinig specialisten. Daardoor worden er landmacht-mensen meegestuurd naar Turkije die het Patriot-systeem niet goed genoeg kennen. Dat vinden wij onverantwoord"?
Antwoord
Bij het DGLC zijn voldoende militairen aanwezig die gespecialiseerd zijn om met Patriots te werken. De landmacht militairen die ingezet worden op het Patriot wapensysteem zijn daarvoor opgeleid en voldoende getraind. Alle uit te zenden militairen voldoen aan de daarvoor gestelde opleiding- en ervaringseisen.
Labels:
Anatolian Protector,
CBRN,
chemische wapens,
CLAS,
CLSK,
Defensie,
DGLC,
NAVO,
Patriot,
Syrië,
Turkije,
Tweede Kamer
Abonneren op:
Posts (Atom)






