Frankrijk voert in Mali een eenzame strijd voor heel Europa, meent de Brusselse correspondent van Süddeutsche Zeitung. Dat de bondgenoten van Parijs zich er met een paar vliegtuigen vanaf willen maken, is niet alleen duikgedrag, maar ook een dolkstoot voor de Europese defensie.
Martin Winter
Als het in Mali alleen maar over Mali zou gaan, dan waren er waarschijnlijk niet zo snel Franse soldaten naar de oorlog tegen de islamistische milities gestuurd. Ook de belangen van de oude koloniale macht op het Afrikaanse continent rechtvaardigen zo'n riskante inzet van troepen en militair materieel niet. Frankrijk heeft ingegrepen, omdat de probleemstaat in de Sahel dreigt uit te groeien tot een gevaar voor heel Europa. En het land heeft ervoor gekozen dit alleen te doen, omdat de andere Europeanen het hebben laten afweten. Dat zegt veel over de toestand van het gemeenschappelijke Europese Veiligheids- en Defensiebeleid. Daar deugt namelijk helemaal niets van.
Een Afghanistan voor de poorten van Europa
Als Parijs voor zijn inzet van zijn Europese bondgenoten niet meer dan een broederlijk schouderklopje en een paar transportvliegtuigen krijgt, is er iets mis met de Europese Unie. Het is in het belang van heel Europa om islamisten en terroristen te dwarsbomen in hun streven naar de verovering van Mali. De EU is ruim een jaar op de hoogte van het gevaar. Als Mali in handen valt van Al-Qaida en hun sympathisanten, wordt het land een soort Afghanistan, vlak voor de poorten van Europa. Een uitvalsoord, trainingskamp en rustplaats voor het internationale terrorisme.
Dit gevaar heeft de EU absoluut onderkend. Zij is het echter nooit over een alomvattend antwoord eens kunnen worden. Een kleine trainingsmissie voor het Malinese leger was alles wat er in zat. De gemeenschappelijke Europese wil was niet tot meer in staat. Een preventieve planning voor militaire noodsituaties, zoals die waarop Frankrijk nu reageert, was er gewoonweg niet.
Het grenst aan het belachelijke dat de trainingsmissie nu moet worden versneld. Daarmee wordt enerzijds het probleem niet verholpen dat de overige Europeanen met de armen over elkaar toekijken hoe de Fransen voor hen de kastanjes uit het vuur halen. En anderzijds zullen er weinig Malinese soldaten te vinden zijn die tijd hebben voor hun Europese trainers, zolang zij in het midden en noorden van het land verstrikt zijn in een oorlog met de milities. De Europese plannen zijn door de ontwikkelingen ingehaald.
Onenigheid, onvermogen en onwil
De EU doet er goed nu de vraag te beantwoorden of zij het gemeenschappelijke veiligheidsbeleid werkelijk serieus neemt. Dat betekent dat Frankrijk hier en nu militair niet in de steek mag worden gelaten. De voormalige Franse minister van Buitenlandse Zaken Hubert Védrine heeft onlangs een vernietigend oordeel geveld over het gemeenschappelijke veiligheids- en defensiebeleid, waaraan de EU al twee decennia werkt. Als de politici van de EU-lidstaten het niet snel eens kunnen worden over betrouwbare fundamenten voor hun samenwerking, dan kon het wel eens gedaan zijn met de Europese ambities om een wereldmacht te worden. Védrine had waarschijnlijk niet verwacht dat Europa nu al op de proef zou worden gesteld in de Sahel.
Het heeft er veel van weg dat Europa voor deze test niet zal slagen. Want de belangen op gebied van buitenlandse politiek en veiligheid van de EU-staten liggen nog altijd ver uit elkaar. Mali is daar een voorbeeld van: over het gevaar zijn de Europeanen het wel eens, maar niet over de vraag, hoe dat gevaar tegemoet getreden moet worden. En ook niet over het feit, dat je je in zulke omstandigheden op alles, dus ook op oorlog moet voorbereiden. Het Europese veiligheidsbeleid lijdt aan onenigheid, onvermogen en onwil. Daarin zal ook niet zo snel verandering komen.
Niettemin moeten de andere Europeanen Parijs nu militair terzijde staan. Dat is een kwestie van solidariteit, maar ook van verstandig beleid op de langere termijn: wie de deur voor een echt Europees veiligheidsbeleid wil open houden, mag niet riskeren dat Parijs de hulp van de NAVO moet inroepen als het militair tegen zou zitten. Dat zou namelijk het ultieme bewijs zijn dat de Europeanen het eenvoudigweg niet zelf kunnen.
Vertaald uit het Duits door Menno Grootveld
(Süddeutsche Zeitung / www.presseurop.eu, 16 januari 2013)
Posts tonen met het label GVDB. Alle posts tonen
Posts tonen met het label GVDB. Alle posts tonen
woensdag 16 januari 2013
Kamerbrief: toelichting op EU-vergadering over situatie Mali
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 15 januari 2013
Betreft Geannoteerde agenda buitengewone Raad Buitenlandse Zaken d.d. 17 januari 2013
Geachte Voorzitter,
Hierbij bied ik u, mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de geannoteerde agenda aan van de buitengewone Raad Buitenlandse Zaken van 17 januari 2013 die geheel is gewijd aan de situatie in Mali.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
Frans Timmermans
Op 14 januari jl. kondigde Hoge Vertegenwoordiger Ashton aan op 17 januari a.s. een Buitengewone Raad Buitenlandse Zaken bijeen te roepen om over de recente ontwikkelingen in Mali te spreken. Er zijn geen andere agendapunten.
De inname van Konna (700 kilometer ten noorden van Bamako) op 10 januari jl. door rebellengroeperingen uit het noorden van Mali was de aanleiding voor een verzoek van de Malinese autoriteiten aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en Frankrijk om bijstand. De VN-Veiligheidsraad sprak in een spoedzitting zijn zorgen uit over de situatie in Mali en verzocht de VN-lidstaten Mali bij te staan. Hierop volgend zond Frankrijk militaire steun naar Mali. Mede met behulp van Franse steun kon Konna heroverd worden. In het kader van de operatie (‘Serval’) werden ook luchtaanvallen uitgevoerd op Gao, Kidal en andere doelen in het noorden van Mali.
De Franse inzet vindt plaats in het kader van de VN-Veiligheidsraadsresoluties 2085 (2012) en 2071 (2012), die een internationale interventie met het oog op het ondersteunen van de Malinese autoriteiten bij het herstel van de territoriale integriteit autoriseerden, en dient mede om de periode tot de ontplooiing van de African-led International Support Mission in Mali (AFISMA) te overbruggen. De leden van de VNVR hebben hun steun voor het Franse optreden uitgesproken. De resoluties drongen er tevens bij de transitionele autoriteiten op aan een routekaart aan te nemen voor herstel van de constitutionele orde en territoriale eenheid. Ook riepen zij ertoe op snel een raamwerk op te stellen voor onderhandelingen met alle partijen die van banden met terroristische groeperingen afzien. In de komende dagen willen vertegenwoordigers van de VN naar Mali reizen om te trachten voortgang op het politieke spoor te boeken.
In het kader van de recente ontwikkelingen in Mali en de Franse inzet van militaire steun zal op 17 januari tevens gesproken worden over de planning van de trainingsmissie in het kader van het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB), gericht op versterking van de capaciteit en herstructurering van het Malinese leger, waarvoor de Raad op 10 december jl. het Crisis Management Concept aannam. De Raad zal op 17 januari mogelijk besluiten de trainingsmissie met spoed verder uit te werken. De ontplooiing van AFISMA zal worden versneld.
Het kabinet meent dat de recente ontwikkelingen de noodzaak onderstrepen van een versterkte en versnelde inzet van de internationale gemeenschap, in overeenstemming met de relevante VNVR-resoluties, ter ondersteuning van de constitutionele orde en ter handhaving van de territoriale integriteit van Mali. Het spreekt zijn steun uit voor de militaire acties van Frankrijk in Mali met het oog op bescherming van Malinese steden en het tot staan brengen van de opmars van rebellengroeperingen, waartoe het Malinese leger zelf onvoldoende in staat is.
Mede om dergelijke situaties in de toekomst te voorkomen, steunt het kabinet de voortzetting met spoed van het planningsproces van de GVDB-trainingsmissie. Een versnelling van de planning mag uiteraard niet ten koste gaan van een zorgvuldige beoordeling van de voorwaarden voor een effectieve trainingsmissie en de risico’s die daarmee gepaard gaan. Op grond van de aanvullende planningsdocumenten, en met inachtneming van de financiële kaders, zal het kabinet bezien of en, zo ja, op welke wijze Nederland een bijdrage kan leveren aan de GVDB-missie. Uw kamer zal hierover uiteraard (tijdig) worden geïnformeerd.
Nederland heeft in de afgelopen decennia ruime ervaring opgedaan met ontwikkelingssamenwerking met partnerland Mali. De bilaterale ontwikkelingssamenwerkingsrelatie met de Malinese overheid is bevroren na de militaire coup in maart 2012 en de daarop volgende gewelddadigheden. Samenwerking met maatschappelijke organisaties om basisvoorzieningen voor de bevolking in stand te houden is wel doorgegaan. In het licht van de actuele ontwikkelingen en ter ondersteuning van de internationale inspanningen zal het kabinet bezien hoe Nederland verder kan bijdragen tot een vreedzame en stabiele toekomst van Mali. Gelet op de grensoverschrijdende aspecten (o.m. de vluchtelingenproblematiek) zullen deze inspanningen mede in regionale context worden geplaatst.
(ministerie van Buitenlandse Zaken, 16 januari 2013)
Abonneren op:
Posts (Atom)
