de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 8 mei 2013
Betreft Verdeling kosten piraterijbestrijding
In het algemeen overleg over Vessel Protection Detachments (VPD’s) van 10 april jl. heb ik toegezegd de Kamer te informeren over de verdeling van de kosten van piraterijbestrijding. Met deze brief informeer ik u, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, hierover.
Nederlandse bijdrage piraterijbestrijding
Nederland heeft belang bij de bestrijding van piraterij in het risicogebied nabij Somalië. Ten eerste is de internationale rechtsorde in het geding. Ten tweede is de economische veiligheid in het geding. Piraterij raakt het Nederlandse bedrijfsleven omdat schepen het risico lopen gekaapt te worden. Piraterij bedreigt ook het vrije goederenvervoer van en naar Nederlandse havens. Ten derde zien reders zich geconfronteerd met kosten van beschermingsmaatregelen tegen piraterij en van verhoogde verzekeringspremies. Prijsstijgingen van goederen voor de consument zijn daarvan het gevolg.
Om deze reden levert de Nederlandse overheid met een geïntegreerde aanpak een bijdrage aan de bestrijding van piraterij in het risicogebied nabij Somalië. Sinds 2009 wordt een bijdrage geleverd aan militaire antipiraterijmissies van de Navo, de EU en de Combined Maritime Forces. Voorafgaand aan de Navo en EU-operaties heeft Nederland reeds schepen geleverd voor de bescherming van World Food Program-schepen. Vanaf 2011 worden VPD’s ingezet ter bescherming van Koninkrijksgevlagde koopvaardijschepen. In aanvulling op de bestrijding van piraterij op zee, dient ook de voedingsbodem voor piraterij op land te worden weggenomen. Het aanpakken van de oorzaken op land is op lange termijn uiteraard de meest effectieve vorm van piraterijbestrijding. Nederland draagt daarom bilateraal en in multilateraal verband (EU, Afrikaanse Unie (AU) en VN) bij aan het bevorderen van de stabiliteit en rechtsorde in Somalië.
Voor een indicatie van de directe uitgaven die de overheid maakt in het kader van deze geïntegreerde aanpak, is het jaar 2012 als ijkpunt gekozen *1. De bijlage bij deze brief bevat een gespecificeerd overzicht van deze uitgaven. Hieronder is een nadere toelichting opgenomen.
Uitgaven begroting van Defensie
Vanuit de defensiebegroting is in 2012 voor EUR 34,5 miljoen aan additionele (directe) uitgaven voor de bestrijding van piraterij gefinancierd. Nederland heeft in 2012 de volgende bijdragen geleverd aan de Navo-operatie Ocean Shield. Van februari tot april en van oktober tot november is hiervoor een onderzeeboot ingezet. Van juni tot augustus is het fregat Hr. Ms. Evertsen ingezet en van augustus tot medio december het amfibisch transportschip Hr. Ms. Rotterdam. In deze periode heeft Nederland ook een groot deel van de staf geleverd voor Ocean Shield, onder leiding van Commandeur Bekkering. Van april tot en met mei heeft Nederland een bijdrage geleverd aan de EU-operatie Atalanta met het fregat Hr. Ms. Amstel en de inzet van een Autonomous Vessel Protection Detachement (AVPD) aan boord van een WFP-schip. Daarnaast heeft Defensie twee stafofficieren geleverd aan het hoofdkwartier van de Combined Maritime Forces in Bahrein. Nationaal heeft Defensie 32 keer een VPD ingezet ter bescherming van een koopvaardijschip varend onder Koninkrijksvlag.
Uitgaven begroting van Buitenlandse Zaken
Vanuit de begroting van Buitenlandse Zaken is in 2012 voor EUR 2,37 miljoen aan directe uitgaven voor de bestrijding van piraterij gefinancierd. Via het United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC) heeft Nederland bijgedragen aan capaciteitsopbouw in de regio ten behoeve van piraterijbestrijding. De Nederlandse bijdrage is besteed aan de opbouw van detentie- en berechtingscapaciteit op de Seychellen en aan de opbouw van detentiecapaciteit in Somaliland. Ook heeft Nederland in 2012 voor een periode van drie maanden een aantal civiele experts via UNODC op de Seychellen gefinancierd. Daarnaast heeft Nederland in de EU-operatie Atalanta een functionaris van Buitenlandse Zaken ingezet als politiek adviseur.
Naast deze directe bijdrage aan piraterijbestrijding zijn in 2012 vanuit de begroting van Buitenlandse Zaken ook bijdragen aan de stabiliteit in Somalië gefinancierd. Zo heeft Nederland een personele (enkele trainers) en financiële bijdrage geleverd aan het African Contingency Operations Training and Assistance (ACOTA) programma. Dit trainingsprogramma van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken bevordert de capaciteit van Afrikaanse vredestroepen die worden ingezet in de missie van de Afrikaanse Unie in Somalië (AMISOM) ten behoeve van bevordering van stabiliteit in Somalië. Nederland levert via de EU African Peace Facility en via het United Nations Support Office for AMISOM (UNSOA) bovendien een financiële bijdrage aan AMISOM.*2 Wat de overige uitgaven in Somalië betreft, heeft Nederland met behulp van ontwikkelingssamenwerking bijgedragen aan capaciteitsopbouw in Somalië om zo de grondoorzaken van piraterij te bestrijden. Om de humanitaire situatie in Somalië te verbeteren heeft Nederland in 2012 ook een noodhulpverzoek van de VN financieel gesteund en heeft het een bijdrage geleverd aan de opvang van Somalische vluchtelingen in Kenia.
In totaal heeft Nederland in 2012 EUR 36,87 miljoen aan directe (programma) uitgaven ingezet voor de bestrijding van piraterij in het risicogebied nabij Somalië. Naast deze directe uitgaven zijn er bij verschillende overheidsinstanties kosten gemaakt die onderdeel zijn van de reguliere bedrijfsvoering en niet worden geoormerkt als piraterijbestrijding. Dit zijn bijvoorbeeld de salarissen van het betrokken personeel van de departementen, de kosten voor deelneming aan internationaal overleg over piraterij in bijvoorbeeld de Contact Group on Piracy off the Coast of Somalia (CGPCS) en de International Maritime Organization (IMO) en de proces- en detentiekosten voor verdachten van piraterij. Deze kosten worden niet als zodanig geadministreerd.
Uitgaven reders
De kosten voor reders ter bescherming tegen piraterij bestaan onder meer uit het aanbrengen van beschermingsmaatregelen op schepen, het inwinnen van beveiligingsadvies, verhoogde verzekeringspremies en extra brandstofverbruik door harder varen of het varen van alternatieve routes. De overheid heeft geen inzicht in de extra kosten die hiermee gemoeid zijn voor Nederlandse reders. Een uitvraag naar deze kosten via de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR), heeft slechts enkele reacties opgeleverd.
Wel zijn er internationale studies naar de wereldwijde kosten van piraterijbestrijding, waaronder die van de maritieme sector. Het recente rapport van de non-gouvernementele organisatie (NGO) Oceans Beyond Piracy *3 becijfert de uitgaven voor de wereldwijde bestrijding van piraterij op € 6 miljard in 2012. Hierbij hanteert deze organisatie de volgende verdeling; 29 procent zijn kosten van beschermingsmiddelen en het inwinnen van beveiligingsadvies door de sector, 27 procent zijn meerkosten van sneller varen, 19 procent van de kosten komen voort uit de militaire maritieme operaties van Navo, EU, CMF en individuele landen, 10 procent van de kosten zijn verhoogde verzekeringspremies, 8 procent van de kosten zijn risicotoelagen voor maritiem personeel, 5 procent van de kosten zijn voor het omvaren door schepen, 1 procent zijn de kosten van losgeld en minder dan 2 procent zijn zowel de kosten van opsporing, vervolging en detentie van verdachten van piraterij als de kosten van organisaties die piraterij proberen te bestrijden, zoals VN-organisaties en NGO’s. De Wereld Bank *4 becijfert dat piraterij de wereldeconomie jaarlijks € 18 miljard kost. Dit bedrag behelst naast de uitgaven die overheden en bedrijven maken voor de bestrijding van en bescherming tegen piraterij, ook de kosten voor het economisch verlies voor de wereldeconomie.
Ten slotte
Piraterij vormt een bedreiging voor de internationale rechtsorde en de veiligheid van Nederlandse schepen is in het geding. De kosten die piraterij met zich meebrengt zijn bovendien hoog. Nederland heeft daarom een belang bij de bestrijding van piraterij in het risicogebied nabij Somalië. Daarom levert de Nederlandse overheid door middel van een geïntegreerde aanpak een bijdrage aan de bestrijding van de symptomen op zee en de oorzaken op het vaste land van Somalië.
MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert
Bijlage 1. Gespecificeerd overzicht van de directe (programma) uitgaven aan piraterijbestrijding.
Realisatie 2012 (in miljoen euro)
Begroting van Defensie
Ocean Shield 21,2
Atalanta 6,2
Combined Maritime Forces 0,3
Inzet VPD 2,6
VPD materieelspakketten 4,2
Begroting van Buitenlandse Zaken
Opbouw berechtingscapaciteit Seychellen via UNODC 0,8
Opbouw detentiecapaciteit Somaliland (Berechtingscapaciteit) 1,5
Detachering experts Seychellen 0,07
*1 Voor activiteiten die sinds 2012 zijn opgestart verwijzen wij naar de Kamerbrieven 21.501-28, nr. 89 over verlenging NLse deelname anti-piraterijmissies, KB 32706-40 over Nlse deelname EUCAP Nestor
en KB 29521 -205 over Nlse deelname aan EUTM Somalië.
*2 De NLse bijdrage aan AMISOM is indirect en loopt via de NLse bijdrage aan verdragscontributie (VN) en Nlse bijdrage aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EU).
*3 Oceans Beyond Piracy. “The Economic Cost of Somali Piracy 2012”.
*4 Wereldbank. “The pirates of Somalia: ending the threat rebuilding a nation”.
(ministerie van Defensie, 8 mei 2013)
Posts tonen met het label Combined Maritime Forces. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Combined Maritime Forces. Alle posts tonen
vrijdag 10 mei 2013
vrijdag 24 augustus 2012
Counter-Piracy ‘Big Three’ Meet At Sea
On 24 August 2012 the Force Commanders from the EU Naval Force Somalia – Operation Atalanta (EU NAVFOR), NATO Operation Ocean Shield (TF-508) and Combined Task Force 151 (operated by the Combined Maritime Forces – CMF) met on board the EU NAVFOR flagship ITS San Guisto (Italian Navy) to further enhance the cooperation and coordination in the fight against piracy.
The flagships, ITS San Giusto (EU NAVFOR), HNLMS Rotterdam (NATO) and the ROKS Wang Geon (CTF-151) rendezvoused in the Gulf of Aden to allow the three Force Commanders to meet face to face.
Dutch NATO Commander Commodore Ben Bekkering and CTF-151 Commander Rear Admiral Anho Chung from the Republic of Korea were welcomed by Italian EU NAVFOR Force Commander Rear Admiral Enrico Credendino aboard the San Giusto.
The three Counter-Piracy forces coordinate their actions on a daily basis to enhance their capability and effectiveness in deterring, disrupting and counteracting piracy off the Somali coast and in the Gulf of Aden. Although modern means of communications allow reliable long distance exchanges of information and a continuous flow of communications, face to face meetings are still very important.
This was the second time that the three main Counter-Piracy forces have met at sea; the first time having occurred on 23 July 2012 onboard HNMLS Evertsen (former flagship of Ocean Shield-NATO Commander).
The three Force Commanders discussed the strategic and tactical situation of piracy since the beginning of 2012 and agreed that, whilst the recent downturn in piracy off the Horn is Africa is welcomed, that military forces need to remain vigilant to further attacks by pirates on ships transiting the area.
(EUNAVFOR, 24 August 2012)
The flagships, ITS San Giusto (EU NAVFOR), HNLMS Rotterdam (NATO) and the ROKS Wang Geon (CTF-151) rendezvoused in the Gulf of Aden to allow the three Force Commanders to meet face to face.
![]() |
| (Left to Right) Rear Admiral Anho Chung, Rear Admiral Enrico Credendino, Commodore Ben Bekkering |
Dutch NATO Commander Commodore Ben Bekkering and CTF-151 Commander Rear Admiral Anho Chung from the Republic of Korea were welcomed by Italian EU NAVFOR Force Commander Rear Admiral Enrico Credendino aboard the San Giusto.
The three Counter-Piracy forces coordinate their actions on a daily basis to enhance their capability and effectiveness in deterring, disrupting and counteracting piracy off the Somali coast and in the Gulf of Aden. Although modern means of communications allow reliable long distance exchanges of information and a continuous flow of communications, face to face meetings are still very important.
This was the second time that the three main Counter-Piracy forces have met at sea; the first time having occurred on 23 July 2012 onboard HNMLS Evertsen (former flagship of Ocean Shield-NATO Commander).
The three Force Commanders discussed the strategic and tactical situation of piracy since the beginning of 2012 and agreed that, whilst the recent downturn in piracy off the Horn is Africa is welcomed, that military forces need to remain vigilant to further attacks by pirates on ships transiting the area.
(EUNAVFOR, 24 August 2012)
maandag 23 juli 2012
Commodore Ben Bekkering assumes role of Somali Basin Coordinator
On July 15, 2012, Rear Admiral Anho Chung, CCTF 151 took over from Commodore Ben Bekkering, CCTF 508 (NATO Operation Ocean Shield) as Gulf of Aden Coordinator. At that time Commodore Bekkering assumed the duties of Somali Basin Coordinator, the position held by Rear Admiral Chung from June 18, 2012 through July 15, 2012.
Rear Admiral Chung’s command period as Somali Basin Coordinator was relatively quiet due to the poor weather conditions associated with the southwest monsoon, which affects the region from June to September.
Previous CTF 151 commands have noted that piracy activity decreases in periods of poor weather, as pirate skiffs and dhows are more difficult to operate in high sea states and strong winds. For that reason, Rear Admiral Chung anticipates that his Gulf of Aden Coordinator period from July through September will be busy, since the Gulf of Aden and the Internationally Recommended Transit Corridor (IRTC) are relatively protected from the southwest monsoon weather, and are still navigable by pirate skiffs and dhows.
CTF 151, CTF 508 and CTF 465 (EUNAVFOR Operation Atalanta) rotate coordination duties in the Somali Basin and Gulf of Aden in order to maximize task force coverage of the operating area and deconflict surface units and air reconnaissance assets. All three task forces aim to protect freedom of navigation throughout the Gulf of Aden, Southern Red Sea, Arabian Sea and Somali Basin, an area encompassing 2.5 million square miles.
Rear Admiral Chung and Commodore Bekkering were able to meet in Salalah, Oman before their turnover. The visit gave the commanders the opportunity to exchange experiences face-to-face.
(Combined Maritime Forces, Bahrain, 23 July 2012)
![]() |
| Bekkering, Anho Chung (photo: CMF) |
Previous CTF 151 commands have noted that piracy activity decreases in periods of poor weather, as pirate skiffs and dhows are more difficult to operate in high sea states and strong winds. For that reason, Rear Admiral Chung anticipates that his Gulf of Aden Coordinator period from July through September will be busy, since the Gulf of Aden and the Internationally Recommended Transit Corridor (IRTC) are relatively protected from the southwest monsoon weather, and are still navigable by pirate skiffs and dhows.
CTF 151, CTF 508 and CTF 465 (EUNAVFOR Operation Atalanta) rotate coordination duties in the Somali Basin and Gulf of Aden in order to maximize task force coverage of the operating area and deconflict surface units and air reconnaissance assets. All three task forces aim to protect freedom of navigation throughout the Gulf of Aden, Southern Red Sea, Arabian Sea and Somali Basin, an area encompassing 2.5 million square miles.
Rear Admiral Chung and Commodore Bekkering were able to meet in Salalah, Oman before their turnover. The visit gave the commanders the opportunity to exchange experiences face-to-face.
(Combined Maritime Forces, Bahrain, 23 July 2012)
dinsdag 5 juni 2012
Missiegebied uitgelicht: Combined Maritime Forces (CMF) in Bahrein
De Nederlandse deelname met onder meer marineschepen aan de antipiraterij-missies van de EU en de NAVO, operatie Atalanta en Ocean Shield is vrij bekend. Ook de mariniers die ter afschrikking van piraten meevaren met Nederlandse koopvaardijschepen, staan regelmatig in de belangstelling. Minder bekend is de Nederlandse bijdrage aan Combined Maritime Forces (CMF) ter bestrijding van terrorisme en piraterij. Deze missie werd kort na de aanslagen op 11 september 2001 in het leven geroepen als maritieme tak van operatie Enduring Freedom.
Kapitein-luitenant-ter-zee Eduard de van der Schueren neemt samen met nog 2 Nederlanders deel aan CMF. Hiervan is er één geplaatst aan boord van het stafschip van Combined Task Force (CTF) 151, een van de 3 maritieme taakgroepen van CMF. In totaal nemen 26 landen deel aan CMF. Omdat het ene land om politieke redenen wel piraterij wil bestrijden, maar niet wil deelnemen aan antiterrorisme-operaties zijn er in het verleden 3 taakgroepen opgericht. CTF-151 is puur antipiraterij, CTF-150 richt zich op antiterrorisme, wat ook geldt voor CTF-152, maar dan specifiek in de Arabische Golf.
Aanspreekpunt
KLTZ van der Schueren fungeert als Senior National Representative (SNR) onder andere als aanspreekpunt van en naar Nederland.“Daarnaast zit ik bij de staf op het hoofdkwartier in Manama (Bahrein), waar ik ook werk op de afdeling ‘future operations’ voor CTF-152. Dat betekent dat ik mij bezighoud met de planning van inzet van onze schepen op de middellange termijn, tot een half jaar.”
Coördinatieclub
Op het CMF-hoofkwartier houden zo’n 50 stafleden zich bezig met het plannen van de inzet. “Eigenlijk is het een grote coördinatieclub. Zowel CMF, EU als NAVO hebben afzonderlijk te weinig middelen om al hun doelstellingen te bereiken. Door het uitwisselen van inlichtingen en het coördineren van de middelen proberen we de inzet in en rond de Indische Oceaan zo goed mogelijk te verdelen. De taakgroepen van CMF beschikken elk over ongeveer 5 schepen (direct support), aangevuld met schepen die soms maar een aantal dagen beschikbaar zijn (associated support). Daarnaast opereren er landen zoals Rusland en Japan zelfstandig in het gebied (independent operations), maar ook dat moet je met elkaar afstemmen.”
De verschillende antipiraterij-missies sorteren merkbaar effect, bevestigt de SNR. “Het is erg rustig de laatste maanden. De meest recente kaping was die van de Griekse olietanker Smyrni op 10 mei. Hoewel we nog wekelijks pogingen en andere verdachte activiteiten constateren, is er voor het hele gebied sprake van een enorme afname dankzij de verschillende missies. Dit ook dankzij de beveiligingsteams aan boord van koopvaardijschepen, en de eigen maatregelen die schepen nemen ter voorkoming van piraterij, zoals het gebruik van prikkeldraad en goed manoeuvreren bij een aanvalspoging.”
Gezelschap
Op het hoofdkwartier wordt Eduard van der Schueren vergezeld door een Nederlandse onderofficier die Chief Battlewatch is. “Zeg maar de afdeling Operaties, waar ze 24 uur per dag alle binnenkomende informatie verwerken”, legt de kapitein-luitenant-ter-zee uit. De derde Nederlander is planner (N5) aan boord van het Britse bevoorradingsschip RFA Fort Victoria, dat momenteel het stafschip is van CTF-151. “En eind van de maand wordt de functie van NAVO-liaison bij ons op het hoofdkwartier overgenomen door een Nederlander. Dan nemen er dus 4 Nederlanders deel aan Combined Maritime Forces”, besluit van der Schueren.
(Weekoverzicht Defensie-operaties, 5 juni 2012)
Opmerking Hans de Vreij: het zou het ministerie van Defensie niet misstaan hebben enige toelichting te geven over de situatie m.b.t. de mensenrechten in Bahrein. Mishandeling en marteling, politieke detentie en andere misstanden mogen als genoegzaam bekend en gedocumenteerd worden aangemerkt. Het hoofdkwartier van CMF functioneert niet in 'splendid isolation'; het gebouw staat op Bahreins grondgebied, het personeel maakt gebruik van de Bahreinse zakelijke en particuliere faciliteiten. Het gezegde "wie zwijgt stemt toe" gaat ook in dit geval op.
Kapitein-luitenant-ter-zee Eduard de van der Schueren neemt samen met nog 2 Nederlanders deel aan CMF. Hiervan is er één geplaatst aan boord van het stafschip van Combined Task Force (CTF) 151, een van de 3 maritieme taakgroepen van CMF. In totaal nemen 26 landen deel aan CMF. Omdat het ene land om politieke redenen wel piraterij wil bestrijden, maar niet wil deelnemen aan antiterrorisme-operaties zijn er in het verleden 3 taakgroepen opgericht. CTF-151 is puur antipiraterij, CTF-150 richt zich op antiterrorisme, wat ook geldt voor CTF-152, maar dan specifiek in de Arabische Golf.
Aanspreekpunt
KLTZ van der Schueren fungeert als Senior National Representative (SNR) onder andere als aanspreekpunt van en naar Nederland.“Daarnaast zit ik bij de staf op het hoofdkwartier in Manama (Bahrein), waar ik ook werk op de afdeling ‘future operations’ voor CTF-152. Dat betekent dat ik mij bezighoud met de planning van inzet van onze schepen op de middellange termijn, tot een half jaar.”
Coördinatieclub
Op het CMF-hoofkwartier houden zo’n 50 stafleden zich bezig met het plannen van de inzet. “Eigenlijk is het een grote coördinatieclub. Zowel CMF, EU als NAVO hebben afzonderlijk te weinig middelen om al hun doelstellingen te bereiken. Door het uitwisselen van inlichtingen en het coördineren van de middelen proberen we de inzet in en rond de Indische Oceaan zo goed mogelijk te verdelen. De taakgroepen van CMF beschikken elk over ongeveer 5 schepen (direct support), aangevuld met schepen die soms maar een aantal dagen beschikbaar zijn (associated support). Daarnaast opereren er landen zoals Rusland en Japan zelfstandig in het gebied (independent operations), maar ook dat moet je met elkaar afstemmen.”
![]() |
| Nederlands defensiepersoneel in Bahrein, 2005 (foto Hans de Vreij) |
Gezelschap
Op het hoofdkwartier wordt Eduard van der Schueren vergezeld door een Nederlandse onderofficier die Chief Battlewatch is. “Zeg maar de afdeling Operaties, waar ze 24 uur per dag alle binnenkomende informatie verwerken”, legt de kapitein-luitenant-ter-zee uit. De derde Nederlander is planner (N5) aan boord van het Britse bevoorradingsschip RFA Fort Victoria, dat momenteel het stafschip is van CTF-151. “En eind van de maand wordt de functie van NAVO-liaison bij ons op het hoofdkwartier overgenomen door een Nederlander. Dan nemen er dus 4 Nederlanders deel aan Combined Maritime Forces”, besluit van der Schueren.
(Weekoverzicht Defensie-operaties, 5 juni 2012)
Opmerking Hans de Vreij: het zou het ministerie van Defensie niet misstaan hebben enige toelichting te geven over de situatie m.b.t. de mensenrechten in Bahrein. Mishandeling en marteling, politieke detentie en andere misstanden mogen als genoegzaam bekend en gedocumenteerd worden aangemerkt. Het hoofdkwartier van CMF functioneert niet in 'splendid isolation'; het gebouw staat op Bahreins grondgebied, het personeel maakt gebruik van de Bahreinse zakelijke en particuliere faciliteiten. Het gezegde "wie zwijgt stemt toe" gaat ook in dit geval op.
Abonneren op:
Posts (Atom)


