Posts tonen met het label Task Force 508. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Task Force 508. Alle posts tonen

woensdag 19 december 2012

Marineschepen terug van piratenjacht bij Somalië

Hr. Ms. Rotterdam. Foto: Marine

Na een succesvolle deelname aan de NAVO antipiraterij operatie Ocean Shield keren Hr. Ms. Rotterdam, Hr. Ms. Bruinvis en het Nederlands deel van de internationale NAVO-staf op zaterdag 22 december terug in thuishaven Den Helder. Daar worden de schepen welkom geheten door defensieminister Jeanine Hennis-Plasschaert en het thuisfront van de bemanningsleden.

Hr. Ms. Rotterdam en Hr. Ms. Bruinvis maakten de afgelopen maanden deel uit van de internationale NAVO taakgroep CTF 508, onder leiding van de Nederlandse commandeur Ben Bekkering. Dit vlootverband werd ingezet om piraterij te bestrijden in de drukbevaren scheepvaartroutes nabij Somalië en om een veilige doorvaart te garanderen voor de 30.000 koopvaardijschepen die jaarlijks dit gebied passeren.

Het amfibisch transportschip Hr. Ms. Rotterdam, het vlaggenschip van het vlootverband met aan boord ruim 350 militairen van alle krijgsmachtdelen, voer vier maanden voor de kust van Somalië. In deze periode werden drie piratenschepen aangehouden, 95 verdachte schepen ondervraagd, 32 gegijzelde bemanningsleden bevrijd en in totaal 19 verdachte Somalische piraten opgepakt. Ook verleende het schip als eerste assistentie aan de bevrijde bemanning van het vrachtschip Orna dat 22 maanden gekaapt is geweest.

Piraten ingesloten. Foto: Marine
Daarnaast werden patrouilles dicht onder de Somalische kust uitgevoerd, waardoor waardevolle informatie kon worden verkregen over kustactiviteiten en de normale levenspatronen. Naast het bestrijden van piraterij, hield Hr. Ms. Rotterdam zes medische spreekuren op zee, waarbij ruim 400 Somalische patiënten werden gezien.

Hr. Ms. Bruinvis maakte vanaf oktober onderdeel uit van de NAVO taakgroep 508. Onder het credo ‘Observe do not participate’ bracht de onderzeeboot ongezien activiteiten rond piratenkampen, gekaapte schepen en verdachte schepen in kaart. Met alle vergaarde inlichtingen konden koopvaardijschepen veilig door het gebied worden geleid en marineschepen effectiever ingezet.

Na binnenkomst ontvangen de staf van het NAVO-vlootverband en de bemanningen van Hr. Ms. Bruinvis en Hr. Ms. Rotterdam de Herinneringsmedaille Vredesoperaties. Het eremetaal wordt hun uitgereikt door defensieminister Jeanine Hennis-Plasschaert, de Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp en de Commandant Zeestrijdkrachten, vice-admiraal Matthieu Borsboom.

(ministerie van Defensie, 19 december 2012)

zaterdag 8 december 2012

NAVO-vloot bij Somalië over in Italiaanse handen

Het NAVO-commando over de antipiraterijvloot bij Somalië is gisteren door Nederland overgedragen. Commandeur Ben Bekkering heette in Djibouti zijn Italiaanse opvolger Rear Admiral (schout-bij-nacht) Antonio Natale welkom als nieuwe commandant van de zogeheten Task Force 508. Het Italiaanse marineschip ITS San Marco heeft gelijktijdig de taak van vlaggenschip overgenomen van Hr. Ms. Rotterdam, die binnenkort terugkeert in Den Helder.

Commando-overdracht. Foto: Defensie

Het vlootverband (Standing NATO Maritime Group 1) nam vanaf begin juni deel aan antipiraterijoperatie Ocean Shield in de Hoorn van Afrika. Het eskader stond sinds 23 januari 2012 onder bevel van de Nederlandse Bekkering.

Preventief
Met zowel de Rotterdam als eerder met Hr. Ms. Evertsen als commandoschip patrouilleerde Bekkering met zijn mensen op de internationale vaarroutes. Veel tijd werd besteed aan insluitende operaties voor de kust. “Daarmee hadden we twee doelen voor ogen”, vertelt de commandeur. “Ten eerste om piraten tegen te houden voor ze de zee ook maar op konden. En in de tweede plaats om contact te leggen met de kustbevolking, voor informatie, begrip en samenwerking in de strijd.”

Berechting
Volgens de vertrekkende commandant zijn daarin grote stappen gezet. Er werd afgelopen half jaar geen enkel koopvaardijschip gegijzeld; slechts een werd er aanvallen, net als een vissersschip. De NAVO-schepen wisten de piraten echter te achterhalen en wisten daarnaast het werk van 2 piratengroepen tijdig te verstoren. Het leidde in alle gevallen tot berechting van de verdachten, in Oman, de Seychellen, Spanje en Nederland.

Hr. Ms. Rotterdam. Foto: Defensie

Onder Bekkerings leiding bezochten de NAVO-schepen 300 vissersboten en volgde twaalf keer een ontmoeting met dorpsoudsten van de noordoostkust. 400 dorpsbewoners kregen medische hulp aan boord van landingsvaartuigen, die hiervoor zes keer tot dicht onder de kust kwamen.

Verlenging
Deze ontmoetingen moeten onder de Somalische bevolking bijdragen aan het draagvlak voor de internationale inspanningen. De Nederlandse regering onderstreepte het belang daarvan vrijdag door haar besluit de EU- en NAVO-missies bij Somalië met een jaar te verlengen. De NAVO is sinds eind 2008 actief in het gebied en gaf onlangs aan haar inspanningen zeker tot 2014 te willen voortzetten.

(ministerie van Defensie, 8 december 2012)

zondag 16 september 2012

NATO counter-piracy task force engages coastal villages

Piracy is being pushed back. Naval presence and measures to prepare and defend merchant ships against attacks seem to pay off. Pirates need to disperse their activities ashore and disguise their operations at sea, for fear of being detected and disrupted prematurely. But we are not there yet. We must continue to seek ways to apply even more pressure on the pirate’s syndicates, turning profits into losses. One of the ways to do that is to make it increasingly difficult for pirates to prepare for their activities and depart to sea.

Coastal village
Ashore is where the pirates find their supplies and attackskiffs with strong outboard engines. Ashore is where the pirates affect community life and prevent development. Close ashore is where the pirates find the dhows they use as mothership. And close ashore is where they hold their hijacked vessels for huge ransoms. To seek more knowledge of and interaction with the coast seems therefore a logical progression of the counter piracy effort.

TF 508 has sought ways to engage with the coastal villages. Starting with visits to fishing skiffs and trading dhows, meetings with elders quickly followed. Those village elders explained us about the shore side view on piracy. About the fact that piracy has made things difficult. The basic needs the villages have. The lack of aid and assistance, the lack of basic healthcare. They also explained the lack of knowledge of the tasks and missions of the warships in front of their coast. Were they there to help, or to prevent illegal fishing, as the original pirates would always claim?

Somali fishermen

In further increasing the pressure on the pirates, the villages and their leaders can become valuable allies. By conducting regular visits, meeting the elders and providing small scale medical assistance, we gain trust, we exchange information and we reassure the people that together we must counter piracy. Now we have to see if we can make this an effective counter piracy measure, by preventing pirates to go to sea and when they do, to catch them well before they can become a danger. To safeguard international shipping, but also ensure safe regional and local trade and fishing. Not just today or tomorrow, but also for the longer term.

Commodore Ben Bekkering,
Commander, NATO Task Force 508
Operation Ocean Shield

(Defensie weblog, 16 september 2012)

donderdag 6 september 2012

NATO flagship offers medical assistance to Somali people

On Sept. 3, the NATO flagship HNLMS Rotterdam was able to deliver medical assistance off the northeast coast of Somalia, while conducting its counter piracy mission in Operation Ocean Shield. Shortly after sunrise, Rotterdam anchored a few miles off the coast near the village of Bandar Murcayo and deployed a medical team and improvised facilities via landing craft. As the craft approached the coastline, the villagers used small boats to reach the medical team aboard the landing craft, where they were able to receive basic medical examinations and assistance. The following day, the flagship moved to the coast off Xabo and provided similar medical assistance for the people there.

Photo: Royal Netherlands Navy

During the two-day operation, the medical team provided assistance to over 150 villagers. "During these medical visits we saw a lot of villagers with a variety of medical issues” said Surgeon Capt. Chris Bleeker, the anaesthetist on board the flagship who led the deployed medical team. "Some people were able to be treated fully; others were offered partial treatment within the facilities available. All the villagers were happy to receive medical attention, some for the first time ever, and all went back home smiling”, said Capt. Bleeker.

The provision of this type of medical support is not an integral part of the Operation Ocean Shield Mandate, but is occasionally conducted when resources and the tactical situation permit. The NATO task force is in the region to conduct maritime operations off the Horn of Africa in to deter and disrupt pirate activities in conjunction with other nations and organisations. NATO and other deployed naval forces maintain international law on the High Seas, reduce threats to international shipping routes and assist in stabilizing the maritime environment in the region.

With the counter piracy effort increasingly effective and the number of pirate attacks low because of the current monsoon period, HNLMS Rotterdam has used this quiet time to go out and meet the local population at sea. "To further improve our effectiveness, we must seek ways to stop the pirates from going to sea in the first place,” said Commodore Ben Bekkering, Commander of NATO Task Force 508. "Our ships patrolled coastal waters, talking to dhows and skiffs and listening to the stories of the crews. This effort led to a meeting two weeks ago between a group of village elders from the region and myself on board Rotterdam. There, elders requested general support, to reassure the people and create an atmosphere where villagers stand up against the pirates and inform authorities of their activities. This medical assistance is an example of how the NATO ships can use their facilities to help the Somali people. Looking at all the faces on board the landing craft, we can leave knowing we have made a small difference to the lives of these villagers and have been able to put our skills to practical use. For us this is a small step, but for the mission this is considerable progress.”

Background Information:
NATO has contributed to the international counter piracy effort off the Horn of Africa since December 2008. The mission has expanded from escorting UN and World Food Programme Shipping under Operation Allied Provider and protecting merchant traffic in the Gulf of Aden under Operation Allied Protector. In addition to these activities and as part of the latest mission, Operation Ocean Shield, NATO is working with other international bodies to help develop capacity of countries in the region to tackle piracy on their own.

HNLMS Rotterdam
Standing NATO Maritime Group 1 is permanently assigned to NATO. It is a multi-national Naval Group that provides the NATO Alliance with the ability to quickly respond to crisis situations anywhere in the world. A capable, stand-alone task group and one of four standing maritime elements that form a flexible core around which NATO can build a larger force to meet a wide range of missions that will include non-combatant evacuations, consequence management, counter terrorism, crisis response, embargo operations, etc.

HNLMS Rotterdam, flagship of NATO Task Force 508, continues her patrol within Operation Ocean Shield, the NATO-contribution to the international counter piracy effort in the waters around the Horn of Africa. The ship has 350 people embarked, from all services and from 8 NATO-countries.

NATO Allies agreed on 19 March 2012 to extend Operation Ocean Shield for a further two years until the end of 2014.

NATO Forces currently in Operation Ocean Shield:

HNLMS Rotterdam (flagship) The Netherlands
USS Halyburton (Unites States of America)
Challenger Maritime Patrol Aircraft (Denmark)

(NATO/Allied Command Operations, 6 September 2012)

vrijdag 10 augustus 2012

Operatie Ocean Shield: stilte voor de storm?


Het is momenteel stil langs de noordkust van Puntland. De lokale skiffs zijn hoog op het strand getrokken. De Yemeni dhows die hier normaal de vangst van de lokale vissers opkopen, lijken naar huis te zijn gegaan. De verklaring is eigenlijk simpel. Het is hier nu te heet. Het is 32 graden. En dat is nog maar de zeewatertemperatuur. “Zelfs de vissen gaan nu weg”, vertellen de lokale vissers ons. Ramadan versterkt het effect en brengt de bedrijvigheid verder naar beneden. Familieleven wordt nog belangrijker dan normaal en de zeevaarders willen naar huis.

Aan het politieke front in Somalië zien we meer beweging. Ondanks terroristische pogingen om het proces van goedkeuring van een concept-grondwet en verkiezing van het parlement en de president te dwarsbomen, lijkt het streven van 20 augustus nog steeds binnen bereik. Dat is een duidelijke indicatie van de wil van de Somaliërs om hun land terug te laten keren naar normaal bestuur. Een bestuur dat voor de internationale gemeenschap een krachtige partner moet gaan vormen om veiligheid, stabiliteit en ontwikkeling te brengen, in alle regio’s van Somalië.

Combinatie middelen
Een recent rapport van het International Maritime Bureau geeft aan dat het met de maritieme veiligheid de goede kant opgaat. Het Bureau dankt dit aan een combinatie van marine aanwezigheid, beschermende maatregelen op koopvaardijschepen en embarkatie van beveiligingsteams. Sinds de succesvolle onderschepping en vervolgens bevrijding van de dhow Mohammad Rashid door Hr. Ms. Evertsen is er geen piratenactie meer bemerkt. Die onderschepping vond plaats op 29 juni, 2 dagen nadat de piraten in de Arabische Zee een koopvaardijschip hadden aangevallen. Zonder succes overigens.

Er zijn echter nog steeds 7 schepen gekaapt. En bijna 200 mensen worden nog steeds in gijzeling gehouden. Vaak onder erbarmelijke omstandigheden. 2 van die schepen liggen ten anker aan diezelfde noordkust van Puntland. De veiligheid van de bemanningen weerhoudt ons in te grijpen. De piraten vragen forse sommen losgeld. Vaak ontvangen ze dat ook. Piraterij blijft zo nog even een aantrekkelijke optie voor foute investeerders en voor jonge, vaak kansloze Somaliërs die risico voor lief nemen. Als excuus gebruiken piraten het inmiddels achterhaalde verhaal dat ze met hun acties juist de illegale visvangst bestrijden. Daarmee proberen ze steun van de lokale bevolking te krijgen. Lang niet iedereen op land gelooft het, maar wel net voldoende om hun acties voor te bereiden op land.

Hernieuwde jacht
Hr. Ms. Rotterdam
Vlaggenschip operatie 'Ocean Shield'
Is het nu dan de spreekwoordelijke stilte voor de storm? Zeker, de moesson en de zomerhitte gaan straks liggen. Zoals dat al sinds mensenheugenis is gebeurd, daarmee het leven in de Indische Oceaan dicterend. Zo worden ook de omstandigheden voor de piraten weer beter. Met hun kleine aanvalsboten kunnen ze koopvaardijschepen straks weer benaderen. En ondanks dat de piraten de druk van de antipiraterij voelen, zijn ze waarschijnlijk de grote opbrengsten nog niet vergeten. Een hernieuwde jacht is dus waarschijnlijk.

Maar waar vandaan gaan ze opereren? Hoe zullen ze opereren? Waar liggen precies hun jachtgebieden? Die vragen moeten we hier de komende weken beantwoord zien te krijgen. Nog voordat de wind gaat liggen. In de afgelopen jaren is elke moesson een fase van herbezinning geweest en liet elke transitiefase een verandering van tactieken van de piraten zien. Onze aanwezigheid, de maatregelen op de koopvaarders en de beveiligingsteams blijven belangrijk. Onverkort. Ook onze contacten in de kuststrook met de lokale bevolking zijn dan van groot belang. Met hun informatie kunnen we ons beeld verfijnen. Weten we wat normaal is en wat niet. En door met ze van gedachten te wisselen kunnen we ze ook duidelijk maken dat we allemaal baat hebben bij een veilige zee. Staken van de steun aan of zelfs het gedogen van piraten op land is dan een welkome stap.

Beter voorspellen
Voor onze taakgroep, NATO Task Force 508, wordt het een drukke tijd. De Task Force ondergaat ook een metamorfose, nieuwe schepen, nieuwe middelen. Zo ontstaat straks een Force met een zeer gevarieerde en toegesneden samenstelling. Daarmee kunnen we nog beter dan voorheen zien wat er gebeurd, waar de piraten zich voorbereiden en waar ze mogelijk naar toe gaan. Dat maakt ons, en onze partners van de EU, Combined Maritime Forces en de niet-gebonden landen, ook opnieuw beter in staat de piraten voor te zijn.

Veiligere scheepvaartroutes en tevens een veiligere kuststrook. Dat brengt op termijn de traditionele handel, die ook langs de kust van Somalië al een eeuwenlange geschiedenis kent, weer terug. En daarmee keren ook de kansen op ontwikkeling terug. Net als de vis, na de zomerhitte, net voor de kust van Somalië.

(weblog Commandeur Ben Bekkering, 10 augustus 2012)

zondag 22 juli 2012

Weblog commandeur Bekkering: Symptoombestrijding of voorwaarden scheppen?

Het lijkt kalm in de Indische Oceaan. In ieder geval op het gebied van piraterij. De aanwezigheid van marineschepen in de Golf van Aden en de sterke moesson in de Arabische zee lijkt de piraten er van te weerhouden de jacht op vrachtschepen en hun bemanningen te openen. Deze kalmte is misleidend.

2 dagen geleden bracht ik een bezoek aan schout-bij-nacht Yang, commandant van de Chinese taakgroep 113. Hij was terecht trots op behaalde resultaten. Sinds het eind 2008 hebben Chinese taakgroepen meer dan 4.500 schepen verdeeld over 450 konvooien veilig geëscorteerd door de door piraterij geteisterde wateren. Deze escortes, evenals die van Rusland, Japan, India en Korea, blijven gewoon doorgaan. Dat is niet zonder reden.

Gijzeling
Langs de Somalische kust liggen 7 gekaapte schepen en worden meer dan 200 mensen door piraten gegijzeld gehouden. Zo’n gijzeling duurt maanden, voor enkelen al meer dan een jaar, soms op het eigen schip, soms aan de wal, maar altijd onder erbarmelijke, soms zelfs inhumane omstandigheden.

De piraten zijn dus nog altijd actief: ze houden mensen vast, onderhandelen voor losgeld en treffen voorbereidingen voor nieuwe aanvallen. Ook vechten ze onderlinge vetes uit. En met dat alles beïnvloeden ze de lokale samenleving op negatieve wijze en remmen ze ontwikkelingen die nodig zijn om het land verder te brengen.

En dat land, Somalië, vecht hard om op eigen voeten te staan. Het huidige, door de VN ondersteunde politieke proces om te komen tot een conceptgrondwet en verkiezing van parlement en president biedt hoop. Dit proces is op zich al ingewikkeld en wordt verder bemoeilijkt door de aanwezigheid van terroristen, fundamentalisten en georganiseerde misdaad. Organisaties als de VN en de AU werken hard aan de veiligheid in het land. De nadruk ligt op het zuiden. Maar ook de noordelijke regio, met de aanwezigheid van vrijwel alle piraten, vraagt om aandacht.

Bescherming en observatie
Daarom is het noodzakelijk dat de taakgroepen van de NAVO, EU en CMF blijven patrouilleren in de wateren rond de Hoorn van Afrika. Op open zee, om de scheepvaart direct te beschermen. Maar ook dichter onder de kust. Het weer mag de piraten nu nog tegenhouden, straks gaan ze vanaf kampen, maar ook vanuit dorpen, weer naar zee. Observatie van de kust geeft vroegtijdig waarschuwing. Hierdoor zijn wij in staat om de piraten te onderscheppen nog voordat ze een gevaar kunnen gaan vormen voor de internationale scheepvaart.

Die aanwezigheid in de kustwateren heeft ook een breder effect. De piraterijbestrijding wordt zo meer dan symptoombestrijding. Door in het zicht van de wal piraten te onderscheppen, over te dragen voor vervolging elders en uiteindelijk te komen tot veroordeling en opsluiting, ontmaskeren we het soms in Somalië toch nog levende Robin Hood-imago, doorkruisen we het verdienmodel en schrikken we potentiële avonturiers af.

Het oppakken van piraten helpt ook anderen. De piraten bedreigen immers ook de lokale vissers en dhow-bemanningen. Juist zij zijn cruciaal voor de lokale en regionale ontwikkeling. Als zij minder dreiging ervaren, zullen zijn terugkeren naar zee. De handel van allerlei producten over en weer, van kamelen tot brandhout, en de toelevering van vis aan de fabrieken in Puntland geven impulsen aan de regionale economie.

Tijdens onze aanwezigheid in de kustwateren spreken wij dan ook geregeld met de lokale bevolking. We horen van hen hoe het er op de wal aan toe gaat. Wij dragen dan de boodschap van de internationale gemeenschap uit: piraterij is ons aller vijand. Zo scheppen we voorwaarden voor verbetering.

Onderzoeken en verbeteren
4 jaar geleden ben ik 3 maanden met een amfibisch transportschip in de Golf van Guinee geweest. Onze werkzaamheden bestonden uit het trainen van maritieme professionals, overwegend collega’s van marine en kustwachten. We assisteerden bij het verbeteren van de maritieme infrastructuur. We vertelden over het belang van de zee en en passant legden we contact met de lokale gemeenschap en probeerden we kleine projecten van NGO’s te helpen.

Er zijn vele parallellen te trekken met die 3 maanden in de Golf van Guinee en de mogelijkheden zoals die hier in de Hoorn van Afrika aanwezig zijn. Ik denk dat deze parallellen zeker de moeite van het onderzoeken waard zijn, ondanks de ongetwijfeld vele kuilen en hobbels in de weg.

In de tussentijd zullen de taakgroepen, ook NATO-taakgroep 508, doorgaan met het verzekeren van een veilige doorvaart op vitale handelsroutes rondom de Hoorn van Afrika. Het aantal succesvolle kapingen daalt, we moeten dat zien vast te houden. Als de piraat op zee niet meer vrij kan bewegen en op land geen steun meer heeft onder de bevolking, kunnen we met recht zeggen dat de bodem onder ze is weggeslagen. Geen symptoom, maar een voorwaarde voor verdere ontwikkeling.

(Koninklijke Marine, 20 juli 2012)

maandag 16 juli 2012

Fighting symptoms or setting conditions?

Blog, Commodore Ben Bekkering, Royal Netherlands Navy

(Commodore Bekkering is currently in charge of  'Task Force 508', part of NATO's counter-piracy Operation Ocean Shield as well as commander of NATO'S Standing NATO Maritime Group 1)

Cdre Ben Bekkering
It seems quiet in the Indian Ocean. That is to say, on the pirate side of life. Naval presence in the Gulf of Aden and strong monsoon winds in the Arabian Sea seem to withhold pirates from hunting for merchant ships and crews they want to hold for ransom. 

The lack of “noise” can be misleading.

A few days ago I visited Admiral Yang, the commander of the Chinese Task Force 113. He was rightly proud. Since the end of 2008, Chinese task forces have escorted over 4500 ships in some 450 convoys with a 100% track record. His convoys, like those of Russia, Japan, India and Korea, continue. And not without a reason.

Along the coast of Somalia, seven ships with over 200 people are still held against their will. Most of them have been there for months, some even well over a year. Most of them are held in their own ship, others are held ashore, but always under horrible, often inhumane conditions.

Pirates are still active, holding people, negotiating for ransom, preparing for new attacks, sometimes fighting amongst themselves, adversely affecting local communities in their attempts to develop a normal livelihood, destabilising the region in the process.

This happens in a country that is struggling to get on its feet. With some hope coming out of the current UN-supported political process that should lead to a draft constitution and election of a parliament, a speaker and a president. A process that is difficult in itself, further complicated by the presence of terrorists, fundamentalist and organized crime. Where various organizations work on improvement of security, mostly in the south, but less so in the north, where most if not all of the pirates have settled.

That is why the task forces of NATO, EU and CMF continue to patrol the waters around the Horn of Africa. In open sea, but also along the coast. Observing the coast should provide early warning for pirates getting ready to go to sea. And consequently stop them before they can get anywhere close to becoming dangerous to shipping.

This is much more than fighting symptoms. Operating as we do enables us to stop the pirates early. If their business model starts to crumble pirates are caught, prosecuted, convicted and jailed, visible for the local population, the image of “high benefit and low risk”or even “Robin Hoods” is destroyed, deterring anyone who may entertain ideas to go into the piracy business.

If pirates no longer pose a threat to innocent fishermen and dhow-traders, the latter may return to sea in full strength, restarting a viable local and regional economy based on fish, dates and charcoal, amongst others. Such a local and regional economy is vital to create and sustain stability.

And by showing presence in the coastal waters, talking to the locals during visits of dhows and skiffs at sea, we can communicate the message of the international community. Perhaps giving hope to the local population. Helping them to choose for and stick to ways towards more stability and prosperity.

Four years ago I spent three months on an amphibious ship in the Gulf of Guinea. Our programme consisted of training maritime professionals, assisting in improving maritime infrastructure, promoting the relevance of the maritime domain and reaching out to communities. There are many parallels with the situation in the Horn of Africa that are worth investigating. With hurdles to take, but the potential for gains clearly there. It would create access, connecting regions with the global village, opening them for trade and other relations. As such, the maritime counter piracy effort is not fighting symptoms, but setting the proper and much needed conditions.

In the meantime, the task forces at sea will continue to ensure safe passage for shipping through the waters around the Horn of Africa. Making sure that the positive trend in successful disruptions and failing attacks on ships continue. At the moment helped by the strong monsoon in the Somali Basin and the Arabian Sea, but also later on, when the monsoon dies down and the pirates choose to use the calm weather as an opportunity. For us to be ready when they do so.

BLOG CTF 508/COMSNMG1, 15 July 2012

zaterdag 14 juli 2012

Ontmoeting NAVO en China op zee

Gisteren vond in de Golf van Aden een ontmoeting plaats tussen de piratenbestrijders van de NAVO en China. Commandeur Ben Bekkering bezocht met een delegatie de Chinese destroyer DDG Qingdao en sprak er met schout-bij-nacht Yang Jun-fei.

DDG Qingdao (voorgrond) en Hr. Ms. Evertsen. Foto: NAVO


Commandeur Bekkering is momenteel de commandant van 'Task Force 508', het NAVO-smaldeel dat in het kader van operatie Ocean Shield de piraterij bestrijdt in de wateren rond Somalië. Hij doet dat vanaf het vlaggenschip Hr. Ms. Evertsen, dat binnenkort wordt afgelost door Hr. Ms. Rotterdam. 




Overleg op de Qingdao. Foto: NAVO



Schout-bij-nacht Yang Jun-fei en coommandeur Ben Bekkering
Foto: NAVO

China neemt sinds begin 2009 deel aan de antipiraterij-operaties met een smaldeel dat doorgaans bestaat uit twee fregatten/destroyers en een bevoorradingsschip. Het land doet dat zelfstandig, maar wisselt wel informatie uit met de operaties Atalanta (EU), Ocean Shield (NAVO), Combined Task Force 151 (o.l.v. de VS) en individuele landen als India, Japan, Korea en Rusland.

(Defensie weblog, 14 juli 2012)

dinsdag 5 juni 2012

Blog commandeur Ben Bekkering

Als commandant van een NAVO-vlootverband beschrijft commandeur Ben Bekkering de antipiraterijmissie Ocean Shield. Hij stuurt een jaar lang de Standing NATO Maritime Group 1 (SNMG1) aan voor de Somalische kust. Zijn blog schrijft hij vanaf het vlaggenschip Hr. Ms. Evertsen en later vanaf het amfibisch transportschip Hr. Ms. Rotterdam.

Het Suezkanaal

Gibraltar, Sont, Magelhaen, Bab-el-Mandeb, Malakka. Voor zeevarenden namen met een bijzondere klank. Het zijn zeestraten die in een reis een markante plek innemen. Ze markeren niet alleen de overgang van de ene naar de andere zee, maar boden en bieden ook de mogelijkheid om er een slaatje uit te slaan. Soms door tolheffing, soms in de vorm van piraterij.

Hugo de Groot zag in zijn Mare Librum (1609) al vroeg in dat we wereld baat zou hebben bij een vrije doorvaart over zee. Uiteindelijk resulteerde dat in internationale regelgeving die de ongestoorde goederenstroom over zee van nu mogelijk maakt. Just in time nu, om het ook efficiënt te maken.

Piraterij
De piraterij blijkt een hardnekkiger probleem. Straat Malakka, Zuid-Chinese Zee, de wateren rondom Somalië, de Golf van Guinee en zelfs het Caribisch gebied, soms in de vorm van diefstal, dan weer kidnapping en soms door schip en lading te verkopen. Zo zet de piraterij de just in time goederenstroom onder druk en daarmee de economie. En met de opbrengsten zet ze daarnaast ook de ontwikkeling van een land of regio onder druk. Daar hebben we dan allemaal weer last van.

Suezkanaal
commandeur Ben Bekkering
Het Suezkanaal is nog zo’n markant punt. Weliswaar geen zeestraat, maar een gegraven kanaal. Een kanaal dat 2 wereldsferen met elkaar verbindt. Of beter gezegd: maritieme sferen. Kaplan beschrijft in zijn boek Monsoon treffend hoe de verhouding tussen Atlantische en Indische maritieme sferen in beweging is. Het Suezkanaal en de aanlooproutes door de Golf van Aden en de Rode Zee vormen de schakel tussen die sferen. In die dynamische wereld maakt dat het belang van die zeeroute voor de wereldeconomie alleen maar groter. En laat nou net de piraterij welig tieren.

Ik bevind me op dit moment in dat Suezkanaal. Op het Bittermeer, om precies te zijn. Ik ben op weg naar de Golf van Aden en de Indische Oceaan, aan boord van Hr. Ms. Evertsen. Straks zal ik met de staf van Task Force 508 vanaf de Evertsen leiding gaan geven aan NAVO-operatie Ocean Shield.

Miljarden in euro's
Op die Bittermeren liggen op dit moment bijna 40 koopvaardijschepen. Van de grootste containerschepen en olietankers tot kleine coasters. Pin me niet vast op een miljoentje, maar deze schepen hebben in totaal toch snel enkele miljarden in euro’s aan lading bij zich. Olie, auto’s, elektronische apparatuur, ijzererts en de halve winkelinhoud van een Blokker of Xenos liggen hier kort te wachten totdat ze in konvooi veilig verder kunnen varen. Om straks just in time onder meer in Rotterdam aan te komen. En dat is voor het Suezkanaal dagelijkse routine. Ik realiseer me dat op de noordgaande schepen een gevoel van opluchting zal heersen. Zij laten het piratengebied achter zich. Op de zuidgaande schepen zal daarentegen spanning heersen. Zij moeten er nog doorheen.

Taak
Dat bepaalt de komende 6 maanden mijn taak. Om er voor te zorgen dat de goederenstroom ongestoord kan plaatsvinden, dat zeevarenden zich veilig voelen en dat zo de motor van de economie blijft draaien. Maar het effect reikt verder. Piraterij in Somalië is georganiseerde misdaad, met kidnapping als business model. Ze ontwricht lokale gemeenschappen en zelfs de regio.

Door vanuit zee de georganiseerde misdaad de pas af te snijden, krijgen ook lokale en regionale bestuurders betere kansen om zich verder te ontplooien. Dat ga ik, met de mensen om me heen, natuurlijk niet alleen doen. VN-organisaties, internationale maritieme organisaties, de EU, individuele landen, vele partijen maken deel uit van het krachtenveld. Dat maakt mijn taak alleen maar mooier en vooral relevanter.

(Koninklijke Marine, 5 juni 2012)