vrijdag 5 april 2013

Zijn de Nederlandse militairen watjes?

In de afgelopen tijd is er in de media een discussie losgebarsten over de fysieke gesteldheid van militairen. Men vraagt zich hardop af of de militairen qua lichamelijke conditie nog wel op hun taak berekend zouden zijn. Kwalijke beeldspraken worden daarbij niet geschuwd. Een overzicht.

Op 13 februari 2013 pakte het Algemeen Dagblad stevig uit met een artikel op de voorpagina getooid met de kop ‘Militairen zijn niet fit'. In chocoladeletters.

De oppervlakkige lezer zou onmiddellijk denken dat de Nederlandse krijgsmacht op het punt stond om definitief door zijn hoeven te zakken wegens algehele lichamelijke ongesteldheid.

‘Watjes' en ‘natte kranten'...
Wellicht zou de aldus gecreëerde vrijval van middelen een groot deel van de Nederlandse politiek goed uitkomen, maar dat terzijde.

Nog dezelfde dag gaf sensatieomroep PowNed op haar site dìe landgenoten de ruimte wier voornaamste roeping het is de sociale media om te vormen tot bruine riolen, waarin eenieder onder het mom van vrijheid van meningsuiting zich desgewenst ongeremd kan laten leeglopen in de weerzinwekkende woorddiarree die zo kenmerkend is voor de huidige staat van het onderricht in de Nederlandse taal.

Scheldend op alles wat vies en voos is, daartoe aangemoedigd door de voorzetjes van PowNed dat de Nederlandse soldaten watjes zouden zijn en het Nederlandse leger voor een groot deel zou bestaan uit natte kranten die zich ziek melden voor een coopertest. De toon was dus al gezet.

Het door het AD geschilderde beeld was dan ook tamelijk droevig makend. Duizenden militairen zijn volgens de krant niet fit genoeg om op missie te kunnen. Ze zakken voor een eenvoudige sporttest of leggen die om allerlei redenen niet af.

Aldus werd het beeld geschetst van een krijgsmacht voor een aanzienlijk deel bestaande uit niet uitzendbare militairen. Immers, 3300 militairen zouden in 2012 zijn gezakt voor het eenvoudige sportexamen. Nog eens 15.500 van de in totaal 43.000 militairen waren niet eens komen opdagen wegens ziek, zwak of misselijk.

Ook de generaals kregen een veeg uit de pan: van de 82 generaals zouden er slechts 30 de vereiste basisconditie hebben. Ook de commandant der strijdkrachten, de generaal Middendorp, zou de test niet hebben afgelegd, maar voor hem gold het excuus van een langdurige blessure.

Overigens werd in de krant door de CDS beklemtoond, dat niet getwijfeld hoefde te worden aan het fitheidsniveau van de Nederlandse krijgsmacht. Het zou hoofdzakelijk gaan om het tijdelijk buiten staat zijn de defensie conditieproef af te leggen.

Introductie van de coopertest
Zoals bekend staat de lichamelijke gesteldheid van de Nederlandse militair sinds begin jaren negentig van de vorige eeuw op de agenda. Niet toevallig vlak na de omvorming van de Nederlandse krijgsmacht tot een volledig beroepsleger met expeditionaire inslag.

Grondlegger was de toenmalige bevelhebber der landstrijdkrachten, de generaal Hans Couzy. Als BLS voerde deze een fitheidstest voor individuele militairen in, bestaande uit een coopertest opdrukken en sit-ups. Die test werd bekend onder de naam ‘Couzy-test' en was niet uniek in zijn soort. Buitenlandse krijgsmachten kenden de conditietest al veel langer.

In de loop van de daarop volgende jaren is de fysieke fitheid een randvoorwaarde geworden met dien verstande dat tot heden de rechtspositionele gevolgen van de defensie conditieproef nog beperkt zijn. Er is immers altijd de mogelijkheid om de test opnieuw af te leggen.

Bij sommigen zullen nog de beelden op het netvlies staan van Hans Couzy himself die de test destijds ‘met drie vingers in de neus' aflegde. ‘Elke gezonde militair kan het' sprak de generaal in een gymzaaltje waar hij demonstreerde hoe het moest. Het was de tijd van vóór Sebrenica, de tijd van de net gevallen Muur, het verzilverde vredesdividend en de weidse vergezichten als het om de inzetbaarheid van Nederlandse militairen ging. Tot in Rwanda toe volgens sommigen. De wereld was ons speeltuintje...

2009: uniforme aanpak van de Defensieconditieproef
Na het introduceren van de ‘Couzytest' was de situatie voor de tijdelijk fysiek tekortschietende militair niet altijd even helder. Dat gold ook voor de randvoorwaarden om de fysieke gesteldheid op peil te houden. Wij komen daar hieronder op terug. De ‘Couzytest' was er aanvankelijk immers uitsluitend voor militairen bij de Koninklijke Landmacht. Verder had elk krijgsmachtdeel zijn eigen beleid met betrekking tot het op peil houden van de fysieke gesteldheid - al dan niet neergelegd in regelgeving.

Sinds 2009 is er sprake van een uniforme aanpak voor de gehele krijgsmacht. Deelname aan de toen ingevoerde Defensieconditieproef (DCP) is sindsdien verplicht maar dat betekent niet dat er al volledige duidelijkheid is met betrekking tot de rechtspositionele inbedding van de DCP. In die zin heeft de DCP nog steeds een ‘pilot-karakter' . Dat klemt behoorlijk omdat er immers inmiddels al zeer veel sportinstructeurs zijn wegbezuinigd....

De DCP omvat bijvoorbeeld voor iedere militair in zijn twintigers 20 push-ups en 30 sit-ups met als pièce de résistance het afleggen van minimaal 2400 meter in 12 minuten (de originele coopertest). Afhankelijk van de gestegen leeftijd kan er met minder push-ups, sit-ups en meters worden volstaan, maar met name deze coopertest vormt kennelijk niet zelden een onneembare hindernis.

Een hele hijs, dat langdurig hardlopen dus en dat doet de vraag rijzen of de militair wel voldoende in staat wordt gesteld zijn of haar conditie op een dusdanig peil te brengen dat het afleggen van de coopertest ‘een fluitje van een cent' zou zijn - laat staan dat een en ander van bovenaf naar behoren zou worden gestimuleerd. Daar kan een levensgroot vraagteken bij worden gezet want zoals bij Defensie gebruikelijk staan er tussen droom en daad weer wetten in de weg en (vooral) praktische bezwaren.

Zoals bekend wordt binnen de krijgsmacht al jaren met botte bezuinigingsbijl gezwaaid en dat zet de faciliteiten voor de individuele militair om in de baas zijn tijd aan zijn fysieke gesteldheid te werken danig onder de druk. De uittocht van sportinstructeurs werd door ons hierboven al gememoreerd.

Bij tekortschietende fysieke gesteldheid denken wij voor de goede orde niet aan commando's, mariniers of andere elitesoldaten. Bij hen zit het wel goed wat de conditie betreft. Het gaat om al die andere militairen, al dan niet gezeten op specialistische functies, voor wie Defensie ook al niet in staat is het eigen beleid na te leven wat betreft ‘rust' tussen twee uitzendperiodes. Zij zijn afhankelijk van hun commandant waar het gaat om het inroosteren van verplichte sporttijd. Daar komt doorgaans weinig van terecht. Laat staan dat deze commandant ter zake het goede voorbeeld zou geven in het kader van het stimuleringsbeleid...

Bezuinigingen bedreigen ook de fitheid...
Uiteraard wringt daar de schoen. Defensie bijt weer eens in zijn eigen staart. Zoals gezegd zijn inmiddels zeer veel sportinstructeurs wegbezuinigd en het huidige gebrek aan spankracht van de organisatie laat het eenvoudig niet meer toe deze uren structureel vrij te maken. De toko moet immers ook blijven draaien en dat is al moeilijk genoeg.

Het houtje-touwtje karakter van de Nederlandse krijgsmacht anno 2013 werd door ons al vaker onder de loep genomen: het krampachtig vasthouden aan het oorspronkelijke ambitieniveau terwijl dat gezien de beschikbare middelen en menskracht geen haalbare kaart meer is.

Wie kan met droge ogen veronderstellen, dat er in een dergelijke context nog ruimte is voor structureel sporten? Te meer nu bij elke militair het stressniveau gezien de angst voor het behoud van de werkgelegenheid zich ook heeft ingevreten. En dat zit op de werkvloer inmiddels heel diep hebben wij kunnen vaststellen. Ook niet echt bevorderlijk voor de ultieme fitheid.

Aldus beschouwd is het teruglopen van de fysieke gesteldheid van de gemiddelde militair eigenlijk niet eens zo verwonderlijk. Althans niet dusdanig dat de serieuze en minder serieuze media daar een dergelijke aandacht aan zouden moeten besteden als recentelijk is gebeurd. Laat staan, dat die aandacht gepaard zou moeten gaan met het als geest uit de fles laten van ‘reaguurders' en andere populistische randfiguren in de sociale media.

De Nederlandse militair verdient (veel) beter dan belachelijk te worden gemaakt door lieden, die de vrijheid van meningsuiting kennelijk uitsluitend zien als vrijbrief om het weer eens lekker op een schelden te zetten en in een deuk te liggen over die slapjanussen van militairen die nergens tegen kunnen...

Hoe verder?
De remedie? Die ligt uiteraard in het alsnog daadwerkelijk handen en voeten geven aan de randvoorwaarden voor een goede conditie voor de Nederlandse militair. Dat betekent het alsnog volledig rechtspositioneel inbedden van de DCP zodat iedereen weet waar hij of zij aan toe is. Dat betekent ook het creëren van een goede infrastructuur dus er dient alsnog gezorgd te worden voor voldoende gediplomeerde sportinstructeurs.

Dat zal nog niet meevallen. Daar hoort tevens bij het vastleggen van onder werktijd verplicht begeleid sporten dus, waarbij de commandant zelf het goede voorbeeld geeft. Indien ook daarmee structureel de hand blijft worden gelicht moet men er zich niet over verbazen indien de Nederlandse krijgsmacht binnenkort ook fysiek de laatste adem uitblaast..

(ACOM, 11 maart 2013)

[Zie ook: Militaire inzetbaarheid http://www.defensie.nl/militairesport/militaire_inzetbaarheid]

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen