dinsdag 30 oktober 2012

Blog commandeur Bekkering: Succesvolle aanvallen van piraten dalen

Commandeur Ben Bekkering
Inmiddels zitten wij alweer bijna een maand in de zogeheten transitiefase. Deze fase scheidt de moessons in de Indische Oceaan van elkaar. Traditioneel beschouwen de piraten deze tijd van het jaar als ideaal jachtseizoen. Toch is het aantal waargenomen piraten op zee laag, evenals het aantal aanvallen. En van die aanvallen is er al een half jaar geen enkele succesvol. Het Internationale Maritieme Bureau (IMB) schrijft deze daling van succesvolle aanvallen van piraten toe aan een combinatie van inzet van marineschepen en beveiligingteams aan boord van koopvaardijschepen.

Citadel en beveiligingsteams
Als commandant van 1 van de antipiraterij taakgroepen, NAVO-Ocean Shield Task Force 508 (CTF 508), beschouw ik de beoordeling van het IMB als waardering en erkenning voor het harde werk van de mannen en vrouwen aan boord van de schepen die betrokken zijn geweest bij de internationale inspanning tegen piraterij, nu en in de afgelopen jaren. Een bredere groep van betrokkenen verdient echter op zijn minst een vergelijkbare erkenning.

In de afgelopen jaren zijn de beveiligingsmaatregelen aan boord van koopvaardijschepen enorm verbeterd en uitgebreid. Zo zijn citadels ingericht. Dit zijn afgesloten ruimtes waarin bemanningen zich kunnen verschansen. En er worden vaak beveiligingsteams meegenomen. Zowel de citadel als het beveiligingsteam kunnen de kaping van schip en bemanning door piraten enorm vertragen of op afstand houden. Dat geeft patrouillerende marineschepen de nodige tijd om in te grijpen en de piraten te onderscheppen. Op de uitgestrekte oceaan wordt zo een gigantisch jachtveld afgedekt, is de combinatie van een alarm door een schip en de daaropvolgende reactie van een marineschip bepalend voor de uitkomst, maar blijven schepen zonder citadel of team kwetsbaar. De cijfers uit de laatste 5 maanden ondersteunen dit. Slechts een paar aanvallen vonden plaats, waarvan geen enkel succesvol en het lijkt er op dat de piraten hun activiteiten staken zodra ze het vermoeden hebben ontdekt te worden.

Verklaring
Allemaal goed. Maar toch is dit geen sluitende verklaring voor de daling van het aantal piraten dat zich daadwerkelijk op zee waagt. Er moeten andere redenen zijn waarom er minder piraten op zee zijn dan in voorgaande jaren. Het antwoord op deze vraag is meer dan relevant, aangezien het antwoord ook leidt tot aanwijzingen voor een mogelijk blijvende oplossing.

Berechten
Een eerste verklaring: het toenemende vermogen en wil van de internationale gemeenschap om (vermoedens van) piraterij te berechten. Na voorgeleiding en berechting worden ze jaren in het gevang opgesloten. Zo wordt een klip en klaar voorbeeld gesteld voor andere avonturiers. Het animo neemt af.

Voorlichten
Een tweede verklaring: voorlichten van de lokale bevolking in Somalië. Dit is een belangrijk speerpunt van diverse overheden in Somalië. Door middel van voorlichtingprogramma’s wordt met behulp van lokale dorpsoudsten de mythe ontkracht dat piraten er zijn om de Somalische vissers te verdedigen tegen illegale, commerciële visserij en dat piraten iedereen welvaart zullen brengen. De programma’s dekken nog niet het hele gebied af. In afgelegen en ontoegankelijke regio’s dringen de overheden niet door en behouden de piraten nog steeds bewegingsvrijheid.

Onder de kust
Het is in deze zelfde afgelegen gebieden waar we een derde verklaring vinden. Sinds enige tijd patrouilleren marineschepen dicht onder de kust. Hierdoor zien de piraten zich genoodzaakt om de piratenkampen te verlaten en zich onder de mensen en in de dorpen te verspreiden. Door toch op zoek te gaan naar mogelijkheden om de lokale bevolking te overtuigen van de nadelige gevolgen van piraterij, kan de druk op de piraten nog verder toenemen. De aanwezigheid van marines draagt bij aan het bewustzijn door middel van het benaderen en bevragen van lokale vissersvaartuigen, door ontmoetingen met dorpsoudsten uit de kust op landingsvaartuigen en het verrichten van medische bezoeken. Deze maatregelen hebben niet direct gevolgen. Het is een kwestie van een lange adem. Maar aanwezigheid onder de kust biedt ook gelegenheid om de piraten te stoppen voordat of op het moment dat ze naar zee gaan vertrekken. De meeste van de onderscheppingen van het laatste half jaar hebben dan ook allemaal onder de kust plaatsgevonden.

Dit effect is niet alleen zichtbaar in een daling van het aantal aanvallen op zee, maar ook in gedrag van piraten. Het recente incident waarbij het naderende boardingteam van Hr. Ms. Rotterdam, het vlaggenschip van CTF 508, beschoten is door vermoedelijke piraten vanaf een dhow, toont aan dat we met de inspanningen om druk uit te oefenen op de piraten, een gevoelige snaar raken.

Strijden
Patrouilleren in het midden van de uitgestrekte oceaan lijkt een aantrekkelijke optie vanwege de relatieve eenvoud, maar op deze wijze weerhouden we de piraten niet van hun vertrek naar zee, noch draagt bij aan een duurzame oplossing. Daarom moeten we op meerdere fronten strijden. Niet alleen het verminderen van de bewegingsvrijheid van handelen op open zee, maar ook in toenemende mate aan de wal.

Daarbij zijn de elementen; samenwerken met regionale partners, de ondersteuning en versterking van lokale bewustwording, het vangen van piraten voordat ze zicht krijgen op hun doelen en het verbeteren van de veiligheid op zee, van essentieel belang voor internationale, regionale en lokale belanghebbenden.

(Koninklijke Marine, 29 oktober 2012)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen