Posts tonen met het label Oorlogsgravenstichting. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Oorlogsgravenstichting. Alle posts tonen

woensdag 24 oktober 2012

Sergeant Hendrik Timmermans met militaire eer herbegraven

Op vrijdag 26 oktober worden op het Militaire Ereveld Grebbeberg in Rhenen de stoffelijke resten van Dienstplichtig Sergeant Hendrikus Cornelus Timmermans herbegraven. Sergeant Timmermans overleed op 17 mei 1940 aan verwondingen die hij vijf dagen daarvoor had opgelopen tijdens gevechten met Duitse troepen in de binnenstad van Dordrecht.

Ereveld Grebbeberg
Militairen van het Regiment Huzaren van Boreel dragen Timmermans naar zijn laatste rustplaats. De ceremonie vindt plaats in aanwezigheid van zijn nabestaanden.

De 22-jarige Hendrik Timmermans woonde in Apeldoorn en werd in maart 1938 opgeroepen voor het vervullen van zijn dienstplicht. Na een diensttijd van een jaar, werd hij na verlof van vier maanden opnieuw opgeroepen vanwege de algehele mobilisatie. Sergeant Timmermans diende bij het 2e Bataljon van het 1e Regiment Wielrijders.

Op 12 mei 1940 raakte hij ernstig gewond tijdens zware gevechten met Duitse parachutisten in de nabijheid van de Julianakerk in Dordrecht. Timmermans overleed enkele dagen later aan zijn verwondingen in het Dordrechtse R.K. Ziekenhuis. Hij werd in zijn woonplaats Apeldoorn begraven. Tweeënzeventig jaar na zijn overlijden wordt hij met zijn gevallen kameraden herenigd.

De stoffelijke resten van Sergeant Timmermans zijn op verzoek van de Nederlandse Oorlogsgravenstichting (OGS) door de Bergings- en Identificatie Dienst Koninklijke Landmacht (BIDKL) overgebracht vanuit Apeldoorn.

(ministerie van Defensie, 24 oktober 2012)

maandag 11 juni 2012

Herbegrafenis militairen op Ereveld Grebbeberg

Dienstplichtig soldaten Teunis van Wijk uit Vries en Adriaan de Zeeuw uit Terneuzen krijgen donderdag 14 juni hun laatste rustplaats op het Militair Ereveld Grebbeberg. Beide soldaten sneuvelden op 11 mei 1940, kort na de Duitse inval.

De nabestaanden van beide soldaten hebben de Oorlogsgravenstichting verzocht hun stoffelijke resten over te brengen naar het Militair Ereveld Grebbeberg. De Bergings- en Identificatie Dienst van de Koninklijke Landmacht zorgt voor de uitvoering daarvan. Militairen van 44 Pantserinfanteriebataljon dragen de beide soldaten naar hun laatste rustplaats, in aanwezigheid van hun nabestaanden.

Ereveld Grebbeberg. Foto: Oorlogsgravenstichting

De 35-jarige soldaat Teunis van Wijk was landbouwer van beroep en diende als dienstplichtige bij het 1e Bataljon van het 34e Regiment Infanterie. Hij sneuvelde in Dordrecht tijdens een hevige aanval van Duitse troepen op zijn eenheid. Soldaat Adriaan de Zeeuw was bakkersknecht en maakte na de mobilisatie deel uit van de Staf van het 3e Legerkorps. Hij diende bij een Veldpostpeloton in Culemborg en kwam om op 29-jarige leeftijd om het leven tijdens een beschieting door een Duitse duikbommenwerper.

(ministerie van Defensie, 11 juni 2012)

vrijdag 17 februari 2012

Onbekende soldaat in databank


door Anne Boer

Er moet een databank komen met DNA van onbekende oorlogsslachtoffers. Dat zegt Johan Teeuwisse van de Oorlogsgravenstichting.

Volgens hem kan dat een einde maken aan de knagende onzekerheid van veel nabestaanden, die nog steeds in 'stilte lijden'. Teeuwisse zei dat gistermiddag in de Poolse ambassade in Den Haag, bij de presentatie van het boek 'Spoor naar Woeste Hoeve' van journalist Richard Schuurman. Schuurman tekent hierin het bizarre verhaal op van de Poolse gevechtspiloot Czeslaw Oberdak. Mede dankzij het werk van Schuurman is Oberdaks graf gevonden en kon hij worden herbegraven in het familiegraf in Polen.

Oberdak is het eerste oorlogsslachtoffer dat dankzij DNA-onderzoek is geïdentificeerd. Er liggen nog bijna 600 dossiers van mensen die in de Tweede Wereldoorlog zijn verdwenen en er zijn nog vele graven waarin mensen naamloos zijn begraven.

Teeuwisse hoopt dat het boek van Schuurman in Nederland zoveel aandacht en medeleven genereert, dat er meer geld vrijkomt dat nodig is voor het DNA-onderzoek.

(De Stentor, 16 februari 2012)