Posts tonen met het label Doorn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Doorn. Alle posts tonen

vrijdag 31 augustus 2012

Mariniers in 2017 naar Vlissingen

De nieuw te bouwen marinierskazerne in Vlissingen wordt volgens de planning in 2017 in gebruik genomen en gaat Michiel Adriaanszoon de Ruyterkazerne heten. De huidige Van Braam Houckgeestkazerne in Doorn en het ook gebruikte Logistiek Complex Maartensdijk worden afgestoten en verkocht.

De huidige kazerne is al enige jaren toe aan een grootschalige en kostbare renovatie. Daarnaast kampt de kazerne met onoplosbaar ruimtegebrek. Dus ook na een renovatie moet een deel van het materieel op een andere locatie worden opgeslagen. Zodoende is Defensie op zoek gegaan naar alternatieve huisvesting voor het Korps Mariniers. Nadat de toenmalige luchtmachtbasis De Peel en de Nassau Dietzkazerne in Budel afvielen als alternatief kwam Zeeland in beeld.

De exploitatielasten van de nieuw te bouwen kazerne zijn beduidend lager dan die van een gerenoveerde Van Braam Houckgeestkazerne. Het financiële voordeel loopt op tot structureel € 2,7 miljoen per jaar vanaf 2026. Daarnaast vormt de komst van de kazerne een belangrijke economische en demografische impuls voor het krimpgebied dat Zeeland is.

Voldoende ruimte
De nieuwe kazerne op de locatie Buitenhaven komt naast de bestaande marinekazerne. Met 70 hectare is hier meer dan voldoende ruimte beschikbaar om het volledige Mariniers Trainingscommando en de mariniersbataljons, inclusief ondersteuning, opslag en stalling, te huisvesten. Een ander groot voordeel is dat de mariniers hun specialiteit, amfibisch optreden, in de nabijheid van de nieuwe kazerne kunnen beoefenen.

Schietbanen
Er komen woon- en werkfaciliteiten voor 1.788 personeelsleden en onderhoudscapaciteit voor wapens, verbindingsmiddelen en voertuigen. Ook komen er 2 schermenschietbanen, van 300 en van 25 meter en een klein kaliber wapensimulator.

De nieuwe kazerne is vernoemd naar de legendarische Hollandse admiraal en grondlegger van het korps zeesoldaten. De in Vlissingen geboren De Ruyter besloot in 1665, samen met raadspensionaris Johan de Witt, tot de oprichting van het korps.

Behoeftestelling Marinierskazerne Zeeland

(ministerie van Defensie, 31 augustus 2012)

maandag 18 juni 2012

Niet iedereen blij met verhuizing marinierskazerne

Gerard ten Voorde

Mariniers opereren op de scheiding van water en land, van rivierdelta’s en bosgebieden. Een verhuizing van de marinierskazerne van Doorn naar Vlissingen roept vragen op. Doorn heeft geen water, maar Vlissingen geen bos. „Alsof je de Amsterdam ArenA verplaatst naar Rotterdam.”

Een klimtoren steekt hoog uit boven de bossen van Doorn. De stormbaan aan de rand van het kazerneterrein ligt er verlaten bij. Hier tijgeren en klauteren mariniers. Maar vandaag even niet. Een wacht drentelt –ongewapend– heen en weer bij de poort.

Mariniers bevinden zich sinds mensenheugenis in Doorn. Stoere gouden letters op een strakgelakt bord geven de naam van de kazerne weer. ”Van Braam Houckgeestkazerne”. Het Korps Mariniers. ”Sinds 1665”.

Het Mariniers Trainingscommando (MTC) in de bossen van Doorn huisvest twee mariniersbataljons, onderdelen van een gevechtssteunbataljon en een amfibisch logistiek bataljon.

De kazerne telt pakweg 1900 man, militairen met wie niet valt te spotten. „Alle defensieonderdelen vergelijken zich met de mariniers. Nooit andersom”, verklaart marinier Daan Brouwer bij de poort in Doorn. „Dat zegt genoeg.”

Defensie kampt met een probleem. De ‘Van Braam Houckgeest’ is uit z’n jasje gegroeid. De kazerne is te krap, het terrein te klein. Bovendien voldoet de huisvesting niet meer aan de eisen van deze tijd. Ook een ingrijpende renovatie en verbouwing bieden –volgens Defensie– onvoldoende soelaas.

Het kazerneterrein beslaat ruim 48 hectare, waarvan 29 hectare bestaat uit bos. Nee, niet zomaar bos, maar bomen die vallen onder de Ecologische Hoofdstructuur. Uitbreiding, ten koste van beschermd natuurgebied, is daarom lastig. „De kazerne ligt ingeklemd tussen bebouwing en bossen”, licht Robin Middel, hoofd marinevoorlichting, toe.

Minister Hillen van Defensie wil de kazerne daarom over een jaar of vijf verkassen naar Zeeland. De Buitenhaven in Vlissingen biedt –volgens Hillen– uitstekende mogelijkheden voor een kloeke kazerne. De mariniers hebben 70 hectare nodig en, zie daar... de Zeeuwen kunnen precies 70 hectare leveren. Bovendien kunnen de militairen (mede) gebruik maken van (oefen)terreinen in de buurt.

Met de verhuizing zou een eind komen aan de jarenlange, hechte band mariniers-Doorn. „De relatie zit diep”, verklaart Ad Onstein, voorzitter van de twee plaatselijke ondernemersverenigingen. „Doorn zonder mariniers is ondenkbaar.”

Doorn brengt daarom alles in stelling om de militairen te behouden. De gemeente Utrechtse Heuvelrug presenteert lijvige rapporten om aan te tonen dat Doorn toch echt betere papieren heeft dan Vlissingen.

Er is vooralsnog maar één conclusie. Doorn is het goedkoopst. Zonder meer. Ook minister Hillen moet dat toegeven. Renovatie van de huidige kazerne kost zo’n 130 miljoen euro. Nieuwbouw in Zeeland slokt een slordige 190 miljoen op. Hillen hecht –ondanks grootschalige bezuinigingen– op dit moment wat minder aan de goedkoopste optie. Er is volgens hem namelijk meer.

In een brief van medio april aan de Tweede Kamer schrijft hij: „Het feit dat de investeringuitgaven voor de optie ”Vlissingen” (...) hoger zijn dan die voor Doorn, acht ik acceptabel gegeven de betere ontwikkelingsmogelijkheden van een kazerne in Vlissingen.”

Doorn kan –volgens Defensie– namelijk niet „toekomstbestendig” worden verbouwd. „Ook na renovatie blijft de kazerne krap behuisd”, aldus Hillen. Verdere bebouwing van het kazerneterrein is „niet mogelijk” en „niet wenselijk.”

Hillen krijgt de nodige kritiek op zijn keus. „De sluiting is pure kapitaalvernietiging”, klaagt adjudant b. d. Wally Bastiaans, Irak-Unprofor-veteraan, wijzend naar een nieuw complex, net achter de poort.

„Sommige gebouwen zijn nog maar 15 tot 20 jaar oud”, weet Onstein van de ondernemersvereniging. „Anderhalf jaar geleden is er nog voor 1 miljoen euro geïnvesteerd en een parkeerplaats aangelegd.” Het complex is volgens hem na sluiting onverkoopbaar.

De mogelijke leegstand baart Onstein zorgen. „Geen projectontwikkelaar ziet brood in het complex.” Hij begrijpt dan ook „echt niets” van de voorgenomen verhuizing. „Het is alsof je de Amsterdam ArenA verplaatst naar Rotterdam.”

Op de kapitaalvernietiging is wel wat af te dingen, nuanceert luitenant ter zee 1e klasse Bert Kuiper bij de poort. „Dat eerste gebouw daar is inderdaad vrij nieuw. De rest is echt te klein en te oud. Geld voor reparaties ontbreekt.” Hij wijst erop dat Defensie bij nieuwbouw alle accommodaties –kazerne, schietbanen, opstelplaatsen– volledig naar eigen wens kan inrichten.

Rond vieren stroomt de kazerne leeg. Mariniers staan in file voor de poort. Ze reageren met gemengde gevoelens op de voorgenomen verhuizing. Daan Brouwer is er „absoluut niet blij” mee. „Ik heb twee jaar geleden een huis gekocht. Ik ben nu in 25 minuten thuis. Vlissingen ga ik niet trekken.” Bij sluiting van ‘Doorn’ gooit de marinier het bijltje erbij neer. „Dan ga ik naar een arrestatieteam. Of ik word meubelmaker.”

Twee breedgeschouderde vechtjassen –„geen namen”– rijden dagelijks in een witte Seat Ibiza op en neer naar Amsterdam. „Vlissingen is echt te ver. Nu moeten we 70 kilometer, straks 222. Daar word ik niet vrolijk van.”

Reinder uit Groningen noemt de verhuizing „een bezopen” plan. „Ik weet nog niet wat ik ga doen. Vlissingen is vanuit Groningen een wereldreis. Met de auto ben ik vier uur onderweg.” Hij sluit een toekomst buiten defensie niet uit.

Veel mariniers laten de dreigende verhuizing echter gelaten over zich heen komen. Het typeert de nuchtere manschappen. „Het beeld is gemengd. De voorgenomen sluiting van Doorn raakt de een harder dan de ander”, reageert Robin Middel van marinevoorlichting.

Luitenant Kuiper doet niet direct moeilijk. „Dat is inherent aan dit beroep. Als je in dienst bent bij Defensie, weet je dat je ergens te werk gesteld kunt worden.”

Ook de plaatselijke middenstand in Doorn reageert verdeeld. Van de pakweg 1900 gelegerde mariniers wonen er een slordige 800 tot 900 in de directe omgeving. „Ondernemers gaan dit zonder meer voelen”, verklaart ondernemersvoorzitter Onstein.

Exacte cijfers over de economische aderlating heeft de ondernemer niet. „De gemeente heeft een miljoenenverlies berekend.” Middenstanders reageren volgens hem verschillend. „Een kwaliteitsmodezaak verkoopt echt geen kostuum aan Jan Soldaat. Opticiens en supermarkten raken echter klanten kwijt.”

Niet iedere ondernemer ziet de zaak somber in. „Het verlies wordt opgeblazen”, zegt A. Brouwer van de snackbar zonder naam aan de Dorpsstraat. „Dertig jaar geleden bivakkeerden alle mariniers op de kazerne. Nu is iedereen na vijven in de auto vertrokken. Aan hen verdient Doorn geen cent.”

Vooral Albert Heijn voelt het verlies straks, verwacht de cafetariahouder. „Mariniers komen daar voor een hapje en een sapje.” Shoppende militairen zijn, ondanks hun burgerkloffie, altijd duidelijk herkenbaar, zegt Brouwer. „Ze lopen allemaal in trainingspak.”

Janneke van de Weerthof, het winkelmeisje achter de servicebalie bij AH, bevestigt dat mariniers massaal komen shoppen. Ze heeft zo haar eigen redenen om het vertrek van de mariniers te betreuren. „Kan ik geen leuke jongens meer kijken.”

De verhuizing uit Doorn is nog niet definitief. De Tweede Kamer moet de knoop doorhakken over de verhuisplannen van minister Hillen. Op 26 juni spreekt de Kamercommissie van defensie zich uit.

Maandag toonden Kamerleden zich kritisch over rapporten en cijfers van het ministerie, provincies en gemeentebestuur. „Defensie staat niet direct bekend om zijn juiste inschatting van kosten”, sneerde PVV-Kamerlid Hernandez. Niet zonder reden pleit de gemeente Utrechtse Heuvelrug daarom voor een onafhankelijk onderzoek.

Met een kritische Kamer is de verhuizing nog geen gelopen race. Vlissingen gooit hoge ogen. Maar Doorn is ook nog niet buiten beeld. En Den Helder niet te vergeten, ook al houdt Defensie deze optie volledig buiten de plannen.

De marineplaats huisvest de vloot en een aanzienlijk aantal marinemensen. Den Helder is echter in de optiek van Hillen ook te klein. Veel actie onderneemt het gemeentebestuur echter niet om de mariniers alsnog binnen te halen.

Zeeland en Vlissingen lopen zich daarentegen het vuur uit de sloffen. Beide benadrukken nog zeker 27 miljoen euro te kunnen besparen op de kosten van een dikke 190 miljoen. „De mariniers zijn zeer welkom”, aldus commissaris van de Koningin Karla Peijs. „Wij zitten te springen om de mariniers. Ze kunnen hier oefenen op de grens van water en land. En we hebben veel leegstaande sluiscomplexen waar ze op en af kunnen.”

Vlissingen is bovendien de stad van Michel de Ruyter, de oprichter van het Korps Mariniers, benadrukt burgemeester René Roep van Vlissingen. Ook geen onbelangrijk argument, als het om 130 tot 190 miljoen euro gaat.

De mariniers kopen er vooralsnog niets voor. Zij zitten voorlopig nog in onzekerheid.

(Reformatorisch Dagblad, 16 juni 2012)

dinsdag 12 juni 2012

Kamer wil technische briefing over marinierskazerne

De Tweede Kamer wil alsnog een technische briefing met ambtenaren van het ministerie van Defensie over de mogelijke verhuizing van de marinierskazerne van Doorn naar Vlissingen. Dat heeft de Kamer dinsdagmiddag besloten. In een technische briefing kunnen Kamerleden (verduidelijkende) technische vragen stellen aan ambternaren.

Aanvankelijk hadden D66 en PvdA om zo'n briefing gevraagd, maar dat voorstel kreeg geen steun. Nu de hoorzitting van maandag voor de Kamer meer vragen dan antwoorden heeft opgeroepen, wil de Kamer alsnog aan ambtenaren van Defensie technische vragen kunnen stellen. Ook schuift er zowel namens Zeeland als Utrechtse Heuvelrug één vertegenwoordiger bij. Alle fracties gaven dinsdagmiddag aan dat er erg veel onduidelijkheid is ontstaan over de plannen rondom de marinierskazerne.

(BN/De Stem, 12 juni 2012)

maandag 11 juni 2012

Hoorzitting Tweede Kamer over marinierskazerne Doorn en KMS Weert

De Tweede Kamer houdt maandagmiddag een openbare hoorzitting over de voorgenomen verhuizing van de marinierskazerne van Doorn naar Vlissingen. Het ministerie van Defensie wil de militairen overplaatsen. De gemeente Utrechtse Heuvelrug en de provincie proberen dat te voorkomen om de werkgelegenheid voor de regio te behouden.

Aan de gesprekken nemen onder anderen gedeputeerde Bart Krol van de provincie Utrecht en burgemeester Frits Naafs van de gemeente Utrechtse Heuvelrug deel. De bestuurders van de gemeente en de provincie willen dat de basis wordt verbouwd, zodat de grootste werkgever van Utrechtse Heuvelrug weer voldoende plaats heeft voor de mariniers.

Defensie houdt echter vol dat ook na een renovatie de kazerne nog te klein zal zijn.

(RTV Utrecht, 11 juni 2012)

Rondetafelgesprekken over mogelijke verhuizing Marinierskazerne Doorn naar Vlissingen

De commissie voor Defensie houdt op maandag 11 juni 2012 rondetafelgesprekken over de mogelijke verhuizing van de Marinierskazerne Doorn naar Vlissingen en de voorgenomen verplaatsing van de Koninklijke Militaire School in Weert naar Ermelo. De gesprekken zijn in de Troelstrazaal van 13.00 tot 16.00 uur.

De commissie heeft vertegenwoordigers van de provincie Zeeland, vertegenwoordigers van de provincie Utrecht, vertegenwoordigers van de provincie Limburg en een vertegenwoordiger van het ministerie van Defensie uitgenodigd om de problematiek en mogelijke oplossingen rond de verhuizing duidelijk te krijgen.

Programma

13.00 – 14.15 uur: Vlissingen
Mw. Peijs – Commissaris van de Koningin provincie Zeeland
Dhr. Roep – Burgemeester Vlissingen
Dhr. Damen – Wethouder gemeente Vlissingen
Dhr. Colijn, lid van de werkgroep vanuit provincie Zeeland
Dhr. Mulder, lid van de werkgroep vanuit gemeente Vlissingen

14.15 – 15.30 uur: Doorn
Dhr. Krol – Gedeputeerde provincie Utrecht
Dhr. Naafs – Burgemeester Utrechtse Heuvelrug
Dhr.  Pamboer – Wethouder Utrechtse Heuvelrug
Mw. Geessink – wnd. Directeur Het Utrechts Landschap
Dhr. Schuiling – Burgemeester Den Helder

15.30 – 16.00 uur: Weert
Dhr. Heijmans – Burgermeester Weert
Dhr. Verheijen - Gedeputeerde provincie Limburg
Dhr. Bovens – Commissaris van de Koningin

Het rondetafelgesprek met de Vaste Kamercommissie voor Defensie is live te volgen. Klik hier.

vrijdag 13 april 2012

Kamer vooralsnog niet akkoord met verhuizing marinierskazerne

De Tweede Kamer gaat vooralsnog niet akkoord met de verhuizing van de marinierskazerne van Doorn naar Vlissingen. De gehele Kamer vindt de brief van minister Hans Hillen (Defensie) onduidelijk. De minister mag van de Kamer geen onomkeerbare stappen zetten.

Dat bleek donderdagochtend tijdens een overleg van de commissie Defensie. Al langer waarschuwt de Kamer dat de verhuizing geen cent meer mag kosten dan renovatie van de huidige kazerne. In de brief die minister Hillen naar de Kamer heeft gestuurd blijkt er een verschil van 60 miljoen euro te zijn ten nadele van de verhuizing naar Zeeland.

De Kamer schakelt het Bureau Onderzoek en Rijksuitgaven in om de plannen van zowel Zeeland als Utrechtse Heuvelrug te fileren. Het BOR krijgt de opdracht precies uit te zoeken hoeveel de de renovatie van de huidige kazerne en een verhuizing naar Vlissingen kost. Daarna gaat de Kamer betrokkenen horen tijdens een openbare hoorzitting. Daarna volgt een debat met de minister.

(ANP-BN/DeStem, 12 april 2012)

dinsdag 10 april 2012

Kamerbrief over verhuizing Korps Mariniers naar Vlissingen

Datum 10 april 2012
Betreft Marinierskazerne Zeeland

Inleiding
In mijn brief over het Herbeleggingsplan Vastgoed Defensie van 31 augustus 2011 (Kamerstuk 32 733, nr. 44) heb ik een onderzoek aangekondigd naar de mogelijkheden om de marinierskazerne in de provincie Zeeland onder te brengen. Onlangs heeft de daartoe ingestelde werkgroep haar rapport uitgebracht. In deze brief ga ik in op de bevindingen van de werkgroep en de conclusies die ik daaraan verbind. Het rapport van de werkgroep is als bijlage bij deze brief gevoegd.

Ik heb ook de Businesscase Van Braam Houckgeestkazerne (VBHKAZ) Marinierskazerne te Doorn bestudeerd, die het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug op 18 januari 2012 heeft gepresenteerd. In deze brief zal ik ook hierop ingaan.

Ik kies voor de verwezenlijking van een nieuwe marinierskazerne op de locatie Buitenhaven bij Vlissingen. De komende maanden wordt daarvoor de behoeftestelling uitgewerkt. Daarnaast zal ik met de provincie Zeeland in overleg treden om formele afspraken te maken over de beschikbaarstelling van de grond ‘om niet’ en over het medegebruik van een aantal terreinen voor oefenen en  trainen. Als de kazerne in Vlissingen in gebruik is genomen, zullen de Van BraamHouckgeestkazerne en het Logistiek Centrum Maartensdijk worden afgestoten en verkocht.

Het feit dat de investeringsuitgaven voor de optie “Vlissingen” volgens de huidige berekeningen en daarbij nu nog noodzakelijkerwijs te hanteren veronderstellingen hoger zijn dan die voor Doorn, acht ik acceptabel gegeven de betere ontwikkelingsmogelijkheden van een kazerne in Vlissingen. Overigens wijs ik er in deze brief op dat de Van Braam Houckgeestkazerne ook na een eventuele renovatie krap behuisd is en niet toekomstbestendig.

De te huisvesten eenheden
Het Mariniers Trainingscommando (MTC) omvat twee mariniersbataljons, delen van het gevechtssteunbataljon en het amfibisch logistiek bataljon. De taken van de mortiercompagnie en van het TL-peloton worden ondergebracht bij het Commando Landstrijdkrachten en de Unit Interventie Mariniers (UIM) zal elders worden gehuisvest, mogelijk gecolloceerd met andere eenheden van de Dienst Speciale Interventies. Daarmee komt de personele omvang van het MTC op 1890 vte’n. In de herbeleggingsbrief van 31 augustus was aangekondigd dat zou worden onderzocht ‘of de druk op de kazerne kan worden beperkt door nog andere eenheden elders onder te brengen.’ Dat zou echter afbreuk doen aan het operationele verband van het MTC, dat één geheel vormt. Bovendien zouden vervolgens allerlei logistieke maatregelen moeten worden getroffen om van elkaar gescheiden eenheden toch samen te laten werken. Dit is dus geen goede oplossing. Om redenen van doelmatigheid dienen de stalling en opslag van het Logistiek Centrum Maartensdijk op de marinierskazerne te worden ondergebracht. Dan kan het LCM worden afgestoten en bespaart Defensie op de exploitatiekosten van een afzonderlijke opslaglocatie.

De Van Braam Houckgeestkazerne
De mariniers kampen op de Van Braam Houckgeestkazerne in Doorn met ruimtegebrek. Het kazerneterrein beslaat ruim 48 ha, waarvan 29 ha door bos wordt ingenomen. Het terrein ligt ingeklemd tussen de bebouwing van Doorn en natuurgebied. Daar komt bij dat in de loop der jaren zowel de persoonlijke uitrusting als het materieel (o.a. NIMCIS) en het wagenpark (o.a. de Viking) is uitgebreid. Onderzoek wees uit dat de kazerne onvoldoende ruimte bood om dit alles daar onder te brengen. Het lukte niet het naastgelegen golfterrein te verwerven voor de uitbreiding van het terrein. Noodgedwongen nam het Commando Zeestrijdkrachten het Logistiek Complex Maartensdijk over als opslaglocatie voor Doorn, dat daarom niet kon worden afgestoten.

De afgelopen jaren is voor de duurzame ontwikkeling van de kazerne en van het Logistiek Centrum Maartensdijk een Structuur- en Ontwikkelingsplan opgesteld. Op grond hiervan heeft de gemeente Utrechtse Heuvelrug wijzigingen in het bestemmingsplan uitgevoerd, waaronder een verhoging van het maximum bebouwingspercentage en een verhoging van de bouwhoogte. Van het Structuuren Ontwikkelingsplan dat oorspronkelijk een totale investering van € 139,5 miljoen zou vergen, is vooralsnog een beperkt deel voor een bedrag van € 33 miljoen in de plannen opgenomen. Maar dit is nog niet tot uitvoering gekomen.

Businesscase Van Braam Houckgeestkazerne
Op 18 januari heeft het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug de Businesscase Van Braam Houckgeestkazerne (VBHKAZ) Marinierskazerne te Doorn gepresenteerd. Volgens de gemeente is het mogelijk het Mariniers Trainingscommando inclusief de noodzakelijke opslag en stalling op een ingrijpend gerenoveerde kazerne in Doorn te blijven huisvesten.

Berekend wordt dat de aanpassingen aan de Van Braam Houckgeestkazerne aan bruto investeringen € 98,2 miljoen kosten. Dit bedrag zou naar het oordeel van de gemeente kunnen worden verlaagd omdat in de economische situatie waarin de bouwmarkt verkeert een aanzienlijk aanbestedingsvoordeel te behalen is. De voor Defensie noodzakelijke parkeergarage is in het plan van de gemeente geschrapt. Een parkeerdek komt er wel. Voorts trekt de gemeente de verkoopopbrengst van het Logistiek Centrum Maartensdijk af van het investeringsbedrag. Zo komt de investeringsbehoefte uit op € 80 miljoen, waarvan € 33 miljoen al in de plannen is opgenomen. De additionele investeringsbehoefte voor de aanpassingen aan de Van Braam Houckgeestkazerne komt dan uit op € 47 miljoen, in de berekeningen van de gemeente Utrechtse Heuvelrug.

Kanttekeningen bij businesscase Van Braam Houckgeestkazerne
Ik plaats twee kanttekeningen bij de benadering van de gemeente. De eerste betreft de financiële berekeningen, die afwijken van de berekeningen van Defensie en tot een wezenlijk ander resultaat leiden. De tweede kanttekening betreft de wijze waarop de gemeente het ruimtegebrek wil aanpakken en de beoordeling van de toekomstbestendigheid van de locatie. Defensie heeft de getallen van de werkgroep marinierskazerne – voor de aantallen mariniers, legering, leslokalen, voor de ruimtebehoefte voor opslag en stalling, voor sportfaciliteiten, etc. – gedeeld met de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Uitgaande van die getallen komt het geactualiseerde Structuur- en Ontwikkelingsplan van Defensie op een totale investeringsbehoefte van € 130 miljoen voor een ingrijpende renovatie en herstructurering van de kazerne (inclusief het leeghalen en afstoten van Logistiek Centrum Maartensdijk). De gemeente komt, zoals gezegd, op een totaal van € 80 miljoen.

Hierboven zijn al enkele factoren genoemd die tot dit verschil leiden: het ten onrechte schrappen van een parkeergarage (- € 3,6 miljoen), een geraamd aanbestedingsvoordeel (- € 16,5 miljoen) en de verkoop van Logistiek Centrum Maartensdijk (€ 4,5 miljoen). In de berekeningen voor een marinierskazerne in Vlissingen houdt Defensie geen rekening met verkoopopbrengsten. De gemeente gaat voor de Van Braam Houckgeestkazerne uit van een lager percentage ’boordplaatsers’ (binnenslapers) dan Defensie hanteert (35 i.p.v. 45%). Dat scheelt overigens niet alleen in kosten, maar ook in ruimtebeslag. Ten slotte worden in de businesscase enkele noodzakelijke investeringen buiten beschouwing gelaten, waaronder een NIMCIS magazijn en werkplaats à € 8,7 miljoen.

Om in Doorn voldoende ruimte te creëren voor de sluiting van het Logistiek Centrum Maartensdijk schetst de gemeente een aantal oplossingsrichtingen, waaronder een optimalisatie van het Structuur- en Ontwikkelingsplan en een bestemmingswijziging van het bosperceel Beukenrode. Een van de optimalisaties van het plan wordt bereikt door een lager aantal ‘boordplaatsers’ te hanteren dan het Korps Mariniers nu voor de Van Braam Houckgeestkazerne opgeeft. Van het genoemde bosperceel op het terrein van het landgoed Beukenrode kan een parkeerterrein worden gemaakt. Omdat dit landgoed deel uitmaakt van de Ecologische Hoofdstructuur gelden echter strenge voorwaarden voor een wijziging en zou een aantal maatregelen moeten worden genomen voor de landschappelijke inpassing.

Ik concludeer dat de gerenoveerde kazerne alleen onder voorwaarden aan de gestelde ruimtelijke eisen kan voldoen. Of de ingreep in de Ecologische Hoofdstructuur op het landgoed Beukenrode kan doorgaan, is vooralsnog onzeker, zoals ook de gemeente zelf aangeeft. In ieder geval onderschrijf ik niet de conclusie van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, dat de kazerne ‘een uitstekende en toekomstbestendige oplossing met voldoende ruimte en uitbreidingsmogelijkheden’ biedt. Ook na de renovatie blijft de kazerne krap behuisd. Bovendien is het huidige maximum bebouwingspercentage van 30% al zo hoog, dat een verdere verhoging van dat maximum praktisch niet meer mogelijk is en ook niet wenselijk gezien het leefklimaat op de kazerne. Na een kostbare renovatie zou de kazerne wel gemoderniseerd zijn, maar geen ontwikkelingsmogelijkheden bieden.

Alternatieve locaties in Noord-Brabant en Zeeland
In het kader van de opstelling van het Herbeleggingsplan zijn alternatieven voor Doorn en Maartensdijk onderzocht, met name de Nassau Dietzkazerne in Budel met in de nabijheid de schietbaan in Weert en het Oefenterrein Weerterheide, en vliegbasis De Peel, dat met een oppervlakte van 556 ha. veel ruimte biedt. Op De Peel zouden de mariniers mede gebruik kunnen maken van bestaande ondersteunende voorzieningen als bewaking en beveiliging en catering. Zoals in de antwoorden op de vragen over het Herbeleggingsplan Vastgoed Defensie van 17 november 2011 (Kamerstuk 32 733, nr. 51) is aangegeven, zijn deze alternatieven om verschillende redenen terzijde gelegd, onder andere omdat verhuizing van Doorn naar een nog verder landinwaarts gelegen locatie voor een marinierskazerne niet logisch is. Bovendien is de krijgsmacht nu al in groten getale aanwezig in de provincie Noord-Brabant. In mijn brief over het Herbeleggingsplan heb ik het belang van een betere spreiding van de krijgsmacht over het land onderstreept. Dat draagt bij tot een steviger draagvlak voor Defensie. Daarom heb ik met de Commissaris van de Koningin in Zeeland gesproken over de mogelijke vestiging van een marinierskazerne in Zeeland en hebben wij begin september 2011 een gezamenlijke werkgroep ingesteld om demogelijkheden daartoe te onderzoeken.

Bevindingen van de werkgroep marinierskazerne
De locatie
De werkgroep heeft na vergelijking van een aantal terreinen in Zeeland geconcludeerd dat de locatie Buitenhaven bij Vlissingen voorziet in de behoefte. Het biedt de beste mogelijkheden en voldoende ruimte om een nieuwe marinierskazerne inclusief opslag en stalling onder te brengen. De terreinomvang van ca. 70 ha verschaft bovendien de nodige flexibiliteit voor toekomstige ontwikkelingen. De eigendomsverhoudingen op de locatie Buitenhaven en relevante wettelijke en ruimtelijke ordeningsaspecten zijn onderzocht: hieruit kwamen geen wezenlijke belemmeringen voor de vestiging van een marinierskazerne voort. De provincie Zeeland en de gemeente Vlissingen verwerven de grond, stellen die om niet beschikbaar voor de marinierskazerne en leveren de grond bouwrijp op. De bestaande Marinekazerne Vlissingen staat eveneens aan de Buitenhaven. Deze kazerne wordt nog voornamelijk gebruikt voor legering in verband met de bouw, het onderhoud en de ombouw van marineschepen bij Damen Schelde Naval Shipbuilding, onder andere bij verkoop van schepen aan buitenlandse marines. Deze kazerne staat op de nominatie voor afstoting, maar kan nog enkele jaren worden gebruikt als aanvullende legering voor de mariniers.

Oefenterreinen 
Met het oog op een efficiënte bedrijfsvoering is het wenselijk dat binnen een rijtijd van een uur voldoende oefenterreinen aanwezig zijn. Defensie heeft in de provincie Zeeland geen oefenterreinen. De werkgroep heeft geconstateerd dat er in de nabije omgeving mogelijkheden zijn om bestaande terreinen mede te gebruiken voor oefening en training, ook voor operaties op de grens van land en water. De provincie heeft in eerste contacten met de eigenaren van de bewuste gronden de mogelijkheden voor militair medegebruik verkend. Over dit medegebruik moeten met de grondeigenaren de komende tijd afspraken worden gemaakt. De beschikbaarheid van deze terreinen is van wezenlijk belang voor de mariniers, want zonder oefenmogelijkheden in de omgeving zouden de exploitatiekosten toenemen.

Investeringsbehoefte
De behoeftestelling van de werkgroep leidt tot een investeringsbehoefte van € 192 miljoen. Het gebruik van de bestaande Marinekazerne Vlissingen voor de legering van mariniers levert een besparing op die op € 3 miljoen wordt geraamd. De werkgroep beveelt nader onderzoek aan naar enkele mogelijkheden tot besparing:
- mogelijkheden om de directe investeringskosten omlaag te brengen door toepassing van flexibel bouwen, innovatieve concepten en samenwerking met andere partijen voor alternatieve legering in bestaande gebouwen buiten de kazerne. Eerste verkenningen hiernaar geven aan dat hier mogelijk substantiële besparingen te behalen zijn;
- toepassing van DBFMO: design, build, finance, maintain, operate, een vorm van sourcing.

Exploitatielasten
De werkgroep heeft ten slotte geïnventariseerd wat de gevolgen van een verhuizing naar Zeeland kunnen zijn voor de exploitatielasten. Deze zullen naar verwachting toenemen vanwege de langere reistijd naar enkele oefenterreinen en door een stijging van het aantal ‘boordplaatsers’. Ondanks de mogelijkheden voor medegebruik van terreinen in de omgeving voor oefening en training zal voor een deel van de oefenbehoefte ook in de toekomst gebruik moeten worden gemaakt van Infanterie Schietkamp Harskamp en van de Leusder en/of de Oirschotse Heide. Dat gaat bijvoorbeeld om oefeningen met het Viking rupsvoertuig, die slechts op enkele oefenterreinen gehouden mogen worden. De raming is dat het oefenbudget hierdoor met ca. € 1 miljoen structureel moet worden opgehoogd.

Vanwege de ligging van Zeeland wordt aangenomen dat het aandeel boordplaatsers (in Doorn 45%) de eerste jaren in Vlissingen zal verdubbelen tot 90%, om vervolgens geleidelijk af te nemen. Deze eerste jaren zullen de jaarlijkse exploitatielasten hierdoor toenemen met ca. € 400.000. Het is mogelijk dat het aandeel van de boordplaatsers zich zal stabiliseren op een hoger percentage dan nu. Een verschil van 10 procentpunt boordplaatsers betekent een verschil van € 90.000 in structurele exploitatielasten.

Ten slotte wordt aangenomen dat met de verhuizing naar Zeeland de te betalen verhuiskosten zullen toenemen. Hiervoor wordt een structureel extra bedrag van € 120.000 geraamd.

Conclusie werkgroep
Het onderzoek naar de mogelijkheden voor een marinierskazerne in de provincie Zeeland heeft uitgewezen dat de locatie Buitenhaven bij Vlissingen goede mogelijkheden en voldoende ruimte biedt om de marinierskazerne inclusief stalling en opslag daar onder te brengen, en ook dan nog ruimte biedt voor toekomstige ontwikkelingen. Nieuwbouw geeft Defensie de gelegenheid een grote kazerne geheel nieuw in te richten: doelmatig en doeltreffend, toekomstbestendig en met toepassing van innovatieve concepten. In de nabije omgeving zijn mogelijkheden om bestaande terreinen mede te gebruiken voor oefening en training, ook voor amfibisch optreden op de grens van land en water. Bijna het gehele terrein is eigendom van overheidsorganisaties.

Vervolgfase
De komende maanden zal een DMP-A document worden opgesteld met de behoeftestelling voor een marinierskazerne op de locatie Buitenhaven bij Vlissingen. Daarin zullen de benodigde voorzieningen en de daaraan verbonden kosten in detail worden uitgewerkt.

Deze fase zal ook worden gebruikt om een aantal onzekerheden weg te nemen of te verminderen:
- over de beschikbaarstelling van de grond ‘om niet’ zal een formele afspraak met de provincie moeten worden gemaakt;
- onderzocht moet worden of de bestaande Marinekazerne Vlissingen beschikbaar is voor de aanvullende legering van mariniers. Bovendien moeten de kosten van het op norm brengen van deze locatie in kaart worden gebracht;
- over de beschikbaarheid van terreinen in de omgeving voor oefening en training moeten formele afspraken met de grondeigenaren worden gemaakt. Waar nodig zullen ook vergunningen moeten worden aangevraagd;
- het inzicht in de exploitatiekosten van de nieuwe marinierskazerne moet verder worden verdiept.

Een bijzonder punt van aandacht betreft de legering van de korporaals. Korporaals van de mariniers behoren tot de categorie onderofficieren. Eerdere toezeggingen om de huidige korporaalslegering op norm te brengen zijn nog niet gehonoreerd. Dat zal in de nieuwe kazerne wel gebeuren.

Deze fase wordt ook benut om nadere afspraken te maken over huisvesting buiten de poort. De provincie heeft aangekondigd de regie te nemen bij de aanpassing van ruimtelijke plannen op de locatie. De provincie zal onverwijld beginnen met de voorbereiding daarvan.

Aan het einde van de DMP-A fase zal ik definitief besluiten tot de vestiging van een marinierskazerne in Zeeland.

In een latere fase zullen de personele gevolgen van de verhuizing van de marinierskazerne naar Zeeland tijdig met de medezeggenschap worden besproken.

Na de vaststelling van de behoefte zal via een vergelijking met de markt worden bepaald op welke wijze de bouw van de kazerne wordt georganiseerd en gefinancierd. Dan kan ook worden bepaald hoe de investerings- en de exploitatiekosten in de plannen en in de defensiebegroting worden geaccommodeerd.

DE MINISTER VAN DEFENSIE

drs. J.S.J. Hillen

(ministerie van Defensie, 10 april 2012)