Posts tonen met het label ministerie van Financiën. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ministerie van Financiën. Alle posts tonen

woensdag 30 januari 2013

Staatssecretaris van Financiën loopt vooruit op Kamerbesluit inzake WUL

(...)
De inkomenseffecten van de Wet ULB liggen voor grofweg 79% van de huishoudens tussen -1.5% en +1,5. Circa 11% van de huishoudens gaat er meer dan 1,5% op achteruit, en circa 10% gaat er meer dan 1,5% op vooruit. De groep die erop achteruit gaat betreft vooral hogere inkomens.
(...)
Voor de (negatieve) consequenties van de Wet ULB voor militairen geldt dat op dit punt recent (op 23 januari 2013) een uitgebreid debat heeft plaatsgevonden met de vaste Kamercommissie voor Defensie, de minister van Defensie en de staatssecretaris van Financiën. In dat debat heeft de minister van Defensie in samenspraak met de staatssecretaris van Financiën aangegeven dat voor militairen eerst een pakketvergelijking wordt gemaakt, alvorens wordt bekeken op welke manier tot een structurele oplossing wordt gekomen. De pakketvergelijking wordt voor de zomer verwacht.

(uit Kamerbrief ministerie van Financiën, 29 januari 2013)

NB: Staatssecretaris Weekers van Financiën loopt met deze brief vooruit op de stemmingen over vier moties in de Tweede Kamer met betrekking tot de effecten op militairen van de Wet Uniformering Loonbegrip. Die stemmingen vinden op dinsdag 6 februari plaats.

dinsdag 8 januari 2013

WUL: 'Defensie wist van effecten maar heeft bewust niets gedaan'

In de email van 21 december 2012 aan het defensiepersoneel, waarin een toelichting werd gegeven op de negatieve inkomenseffecten van de Wet uniformering Loonbegrip (WUL), stelde Defensie: “Het is een feit dat te laat is onderkend dat de effecten van de WUL u als militair onevenredig raken.”

Uit een brief die de CMHF-sector Defensie (GOV|MHB: KVMO, KVNRO & NOV) in handen heeft gekregen, blijkt dat Defensie echter ruim op tijd op de hoogte was van de effecten van de WUL, maar bewust geen actie heeft ondernomen toen dat nog mogelijk was.

Deze brief betreft een formeel schrijven van 26 november 2012, van Staatsecretaris Frans Weekers van Financiën aan de Minister van Defensie, Jeanine Hennis-Plasschaert.

Inhoud:
In deze brief stelt Staatssecretaris Weekers: “Waarde Jeanine, ………. De in je brief geschetste probleemstelling, de inkomenseffecten die door de  inwerkingtreding van de Wet uniformering loonbegrip ontstaan, zijn steeds punt van aandacht en zorg geweest bij het maken van het wetsvoorstel, bij de behandeling in het parlement en in de aanloop naar de inwerkingtreding per 1 januari 2013.

De staatssecretaris stelt ook: “Het is zo dat in de memorie van toelichting van het (toen  nog) wetsvoorstel Wet ULB opmerkingen zijn opgenomen ter zake van de consequenties  van die wet voor militairen. Bij de behandeling van het wetsvoorstel in de MR zijn er van de zijde van het ministerie van Defensie geen opmerkingen gemaakt ter zake van die inkomensconsequenties. Om die reden ben ik er van uit gegaan dat het ministerie van Defensie die consequenties heeft aanvaard.”

Tevens stelt de staatssecretaris: “Bij ambtelijk contact op 19 januari 2012 over de Verkenning loonsomheffing, waarin maatregelen beoogd waren die wel een rechtstreekse invloed hebben op de uitzonderingspositie van de militairen in de Zorgverzekeringswet is gebleken dat de consequenties van de Wet ULB bij ambtelijk Defensie wel bekend waren.”

Conclusie:
Uit het voorgaande kan de CMHF-sector Defensie niet anders dan concluderen dat de adviseurs van de minister van Defensie, tijdens de totstandkoming van de WUL, bewust hebben nagelaten om de negatieve effecten van de WUL voor de militairen te (laten) repareren/compenseren!

Uit het voorgaande blijkt tevens dat Defensie wederom de geldende procedures niet heeft nageleefd. Op het moment dat bekend is dat er een wetsvoorstel ligt dat specifiek effecten met zich meebrengt voor militairen en/of burgermedewerkers bij defensie, dan dient Defensie dit onverwijld aan te geven in het Georganiseerd Overleg.

Nadat een der Centrales hier medio juni 2012 in het Georganiseerd Overleg aandacht voor heeft gevraagd, heeft Defensie (pas) op 20 september 2012 in het Georganiseerd Overleg aan de Centrales laten weten dat men bezig was met de reparatie van de effecten van de WUL voor de militairen. Dit terwijl Defensie dus al op 19 januari 2012 op de hoogte was!

Toch kan een zeer kritische noot aan het adres van het ministerie van Financiën ook niet uitblijven. Ook het ministerie van Financiën is op de hoogte van de bijzondere positie van de militair. Het ministerie van Financiën had dus eveneens kennis van de extreme negatieve effecten van de invoering van de WUL voor de militairen. Nu deze effecten uitsluitend voortkomen uit deze bijzondere positie, had het ministerie van Financiën ook zelf kunnen (en moeten) komen met een compensatiemaatregel. Dit ministerie heeft immers de verantwoordelijkheid om wetgeving zoals de WUL zodanig vorm te geven dat niet een relatief kleine groep onredelijk wordt getroffen door de nadelige gevolgen van wetgeving. Deze verantwoordelijkheid kan worden afgeleid uit de jurisprudentie over artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Het feit dat het ministerie van Defensie hier niet heeft gehandeld, pleit het ministerie van Financiën in deze dan ook niet vrij van alle blaam.

Nu verder:
De CMHF-sector Defensie is van mening dat er een fout is gemaakt in het wetgevingstraject en onderzoekt nu of dit juridisch kan worden aangevochten.

Daarnaast benadert zij Tweede Kamerleden met als doel om hen te overtuigen van de fout en deze alsnog te laten herstellen door middel van een motie.

(GOV|MHB, 8 januari 2013)

woensdag 21 maart 2012

De Jager wil investeringsverbod clusterbommen per 1 januari 2013


Minister De Jager voert per 1 januari 2013 een verbod in tegen het direct investeren in clustermunitie door banken en beleggers. Dit schrijft de minister in een brief aan de Eerste Kamer. De maatregel bestrijdt het leed dat clustermunitie aanricht door de financiering aan banden te leggen.

Afgelopen oktober kondigde de minister al een dergelijke verbod aan in lijn met een motie van de Eerste Kamer. Met deze brief geeft de minister een nadere uitwerking van het verbod. “Clustermunitie veroorzaakt onaanvaardbaar leed, daarom vind ik het erg belangrijk dat niet direct geïnvesteerd kan worden in de productie, verkoop of distributie van deze wapens” aldus minister Jan Kees de Jager. Door het verbod kunnen banken geen leningen verstrekken aan producenten van clustermunitie. Ook mag niet geïnvesteerd worden in beleggingsproducten van producenten van clustermunitie.

Het verbod zal gaan gelden voor banken, institutionele beleggers en aanbieders van beleggingsproducten en wordt via de Wet op het financieel toezicht (Wft) geregeld. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) zal toezicht houden op de naleving van het verbod. Bij overtredingen kan de AFM boetes opleggen.

(nieuwsbericht ministerie van Financiën, 21 maart 2012)


(Tekst brief aan de voorzitter van de Eerste Kamer)

De voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Datum 21 maart 2012
Betreft Stand van zaken uitvoering motie Haubrich-Gooskens inzake een verbod op directe investeringen in clustermunitie

Ons kenmerk FM/2012/125 M


Geachte voorzitter,

Met deze brief informeer ik u, mede namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, over de wijze waarop het kabinet voornemens is uitvoering te geven aan de door uw Kamer op 29 maart 2011 aangenomen motie van de leden Haubrich-Gooskens, Vliegenthart, Böhler, Ten Hoeve, Koffeman, Putters en Meurs (Kamerstukken I 2010/2011, 32187, letter F). De motie roept op tot het nemen van stappen om te komen tot een verbod op aantoonbare directe investeringen in de productie, verkoop en distributie van clustermunitie.

Achtergrond
Op 30 mei 2008 kwam te Dublin het Verdrag inzake Clustermunitie 1) tot stand. Hiermee wordt het gebruik, maar ook het ontwikkelen, produceren, anderszins verwerven, opslaan of direct dan wel indirect aan een ander overdragen van clustermunitie verboden. De Nederlandse Staat heeft dit Verdrag ondertekend en geratificeerd.

Na de ondertekening van het Verdrag is een brede juridische discussie op gang gekomen, ook in uw Kamer, over de vraag of de introductie van een investeringsverbod wel of geen deel uitmaakt van de verplichtingen waaraan de partijen bij het Verdrag zich hebben gecommitteerd. Van internationale consensus hierover is (nog) geen sprake, maar net als aan het Verdrag zelf ligt ook aan deze discussie de gedachte ten grondslag dat er een einde moet komen aan het onaanvaardbaar humanitair leed dat clustermunitie veroorzaakt. Vanuit deze overweging heeft het kabinet daarom besloten om het verzoek uit de motie Haubrich-Gooskens te ondersteunen en een wettelijk verbod op directe investeringen in clustermunitie door financiële instellingen te introduceren.

Uitvoering motie
Het verbod zal betrekking hebben op alle directe investeringen in de productie, verkoop of distributie van clustermunitie. Onder directe investering wordt verstaan het verstrekken van een lening of kredietlijn, het verwerven van zeggenschap en kapitaalbelang in een onderneming en het verwerven van een bepaald beleggingsproduct. Voor de definitie van clustermunitie zal worden verwezen naar het Verdrag inzake Clustermunitie 2). Het verbod zal gaan gelden voor partijen die veel handelen op de financiële markten, waaronder institutionele beleggers en aanbieders van beleggingsproducten. De reikwijdte van het verbod zal zich beperken tot nieuwe investeringen.

Het verbod wordt geregeld krachtens de Wet op het financieel toezicht (Wft). In lijn met de huidige systematiek van de Wft zal de Autoriteit Financiële Markten (AFM) primair verantwoordelijk worden voor het toezicht op de naleving van het verbod. Een overtreding van het verbod zal worden gesanctioneerd via het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector (Boetebesluit).

Slot
Het kabinet hecht grote waarde aan het op korte termijn formaliseren van het investeringsverbod, en streeft er daarom naar om de betreffende regelgeving 1 januari 2013 in werking te laten treden.

Hoogachtend,

De minister van Financiën,
J.C. de Jager

1) Trb. 2009, 45 (32187 (R1902))
2) Zie art. 2, lid 2 Verdrag inzake Clustermunitie

(Bron: ministerie van Financiën, 21 maart 2012)