Duikers van de Koninklijke Marine gaan vanaf morgenochtend zoeken naar de vermiste opvarenden van de Baltic Ace om de lichamen te bergen. Het schip botste vorige week woensdag op een containerschip en zonk. Het wrak ligt op 40 meter diepte in de Noordzee op 65 kilometer uit de Zeeuwse kust.
De marineduikers worden ingezet voor humanitaire bijstand op verzoek van het Ministerie van Buitenlandse Zaken om hun specifieke expertise. De duikers maken onderdeel uit van de zogenoemde salvage en reconstructie eenheid van de Defensie Duikgroep. Deze eenheid is gespecialiseerd in wrakduiken en het uitvoeren van onderwater reparaties aan schepen. Vanaf het Hydrografisch Opnemingsvaartuig Hr.Ms. Luymes zullen de duikers met hoogwaardige zoekapparatuur en de onderwaterrobot het scheepswrak en de omgeving in kaart brengen. Daarna zullen de duikers in het wrak zoeken. Twee medewerkers van het Landelijk Team Forensische Opsporing van de politie varen mee voor de identificatie van de slachtoffers.
De Baltic Ace zonk woensdagavond 5 december binnen enkele minuten na een aanvaring met het containerschip Corvus-J, die slechts lichtbeschadigd raakte. Van de 24 opvarenden werden er dertien gered. Onder meer dankzij de inzet van de twee marineschepen Friesland en Groningen en een reddingshelikopter van defensie. Ook werden vijf lichamen geborgen. De zes vermiste opvarenden werden vorige week maandag officieel dood verklaard.
De Defensie Duikgroep ondersteunt regelmatig civiele autoriteiten. Zowel bij het opsporen van bewijsvoering in strafrechtelijke zaken voor justitie, als bij calamiteiten. Maar ook voor havenbescherming wordt de eenheid ingezet. Zo voert de DDG standaard een preventief bommenonderzoek uit bij staatsbezoeken, nationale evenementen en havenbezoeken van buitenlandse oorlogsschepen.
(ministerie van Defensie, 17 december 2012)
Posts tonen met het label Defensie Duikgroep. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Defensie Duikgroep. Alle posts tonen
maandag 17 december 2012
donderdag 16 augustus 2012
Marine stuurt mijnenbestrijders naar de Perzische Golf
Een team van 25 mijnenbestrijders wordt door de Koninklijke Marine naar de Golf van Perzië gestuurd voor een grootschalige oefening.
Amerika heeft twintig bondgenoten opgeroepen schepen en specialisten te leveren voor de training die half september begint in de Straat van Hormuz. Nederland levert geen schip, maar een groep van gespecialiseerde mijnenbestrijders. Naast zeven marinemensen die mede de staf van de oefening gaan vormen, worden twee duikpelotons van Defensie naar de Golf gestuurd. Zij nemen het nieuwste van het nieuwste aan apparatuur mee. Het gaat veelal om robotten die, op afstand bestuurd, naar mijnen zoeken.
De Verenigde Staten zijn al geruime tijd bezig met het opbouwen van een troepenmacht in de Golf van Perzië. Langs de olierijke landen van het Midden-Oosten varen elke dag supertankers. Minstens twintig procent van de oliebehoefte van de wereld wordt via de Straat van Hormuz naar raffinaderijen in het Westen gebracht. Iran heeft afgelopen jaar gedreigd deze flessenhals voor hun kust af te sluiten met mijnenvelden.
Ingewijden stellen dat de Verenigde Staten en bondgenoten zoals Nederland, hier mee demonstreren dat de dreiging is te neutraliseren, Daarom wordt de grootste mijnenbestrijdingsoefening ooit, pal voor de kust van Iran gehouden. Overste Robin Middel van de marine gaat niet in op de politieke achtergrond. Hij bevestigt wel dat Nederland mee doet aan de training en benadrukt dat het een oefening is met het oog op het veiligstellen van handelsroutes: ,,Negentig procent van de wereldhandel verloopt via zee. Nederland staat voor open zeeën. Daarom doen we mee."
(Noordhollands Dagblad, 15 augustus 2012)
Amerika heeft twintig bondgenoten opgeroepen schepen en specialisten te leveren voor de training die half september begint in de Straat van Hormuz. Nederland levert geen schip, maar een groep van gespecialiseerde mijnenbestrijders. Naast zeven marinemensen die mede de staf van de oefening gaan vormen, worden twee duikpelotons van Defensie naar de Golf gestuurd. Zij nemen het nieuwste van het nieuwste aan apparatuur mee. Het gaat veelal om robotten die, op afstand bestuurd, naar mijnen zoeken.
De Verenigde Staten zijn al geruime tijd bezig met het opbouwen van een troepenmacht in de Golf van Perzië. Langs de olierijke landen van het Midden-Oosten varen elke dag supertankers. Minstens twintig procent van de oliebehoefte van de wereld wordt via de Straat van Hormuz naar raffinaderijen in het Westen gebracht. Iran heeft afgelopen jaar gedreigd deze flessenhals voor hun kust af te sluiten met mijnenvelden.
Ingewijden stellen dat de Verenigde Staten en bondgenoten zoals Nederland, hier mee demonstreren dat de dreiging is te neutraliseren, Daarom wordt de grootste mijnenbestrijdingsoefening ooit, pal voor de kust van Iran gehouden. Overste Robin Middel van de marine gaat niet in op de politieke achtergrond. Hij bevestigt wel dat Nederland mee doet aan de training en benadrukt dat het een oefening is met het oog op het veiligstellen van handelsroutes: ,,Negentig procent van de wereldhandel verloopt via zee. Nederland staat voor open zeeën. Daarom doen we mee."
(Noordhollands Dagblad, 15 augustus 2012)
Abonneren op:
Posts (Atom)