Het ministerie van Defensie reageerde in de naoorlogse periode zeer scherp op kritische dienstplichtigen uit angst dat deze het draagvlak ondermijnden. Politici wezen de strenge aanpak af. Coreline Boot kreeg als eerste toegang tot archieven van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst.
Roze F-16's
Dienstplichtigen die plukken haar deponeerden in de brievenbus van het huis van de minister van Defensie om het recht op lang haar af te dwingen. Op een zelf ingestelde nationale groetdag ook voor bomen salueerden. Of, iets schadelijker, F-16's roze schilderden. Promovenda Boot analyseerde kritiek op de krijgsmacht in de periode 1945-1989 en constateert dat Defensie elke vorm van kritiek hoog opnam.
Hoge straffen dienstplichtigen
Boot: 'Defensie was bang dat critici het draagvlak voor de krijgsmacht ondermijnden en vreesde de inzetbaarheid van dienstplichtigen. Het ministerie veroordeelde kritiek in felle bewoordingen en legde protesterende dienstplichtigen dikwijls hoge straffen op voor relatief onschuldige acties. Zo werden twee dienstplichtigen in 1971 drie maanden vastgezet in het Depot voor
Discipline omdat zij een kritisch artikel hadden gepubliceerd.
Koude Oorlog
Tussen 1945 en 1989, het tijdperk van de Koude Oorlog, bedroeg de publieke steun voor de krijgsmacht consequent zo'n 75 tot 80 procent. Tegelijkertijd werd het leger telkens onder vuur genomen door elkaar opvolgende groepen dienstplichtigen, dienstweigeraars, antimilitaristen, en soms zelfs beroepsmilitairen. De groepen die echt in het geweer kwamen, maakten nooit meer dan een paar procent van de bevolking uit, maar hadden desondanks grote invloed. Boot: 'Het waren deze groepen, en niet de grote instemmende meerderheid, die het thema draagvlak tijdens de Koude Oorlog op de kaart zetten.'