Posts tonen met het label GGW. Alle posts tonen
Posts tonen met het label GGW. Alle posts tonen

vrijdag 23 maart 2012

Metamorfose basis De Peel; wordt thuisbasis Grondgebonden Luchtverdedigingscommando


Luchtmachtbasis De Peel bij Vredepeel ondergaat een gedaanteverwisseling. Vanaf donderdag geldt de basis als landmachtkazerne, en zijn er vierhonderd banen minder.

Door Eric Seuren

De banenreductie is het resultaat van een vorig jaar door het rijk opgelegde bezuinigingsoperatie bij Defensie, alsook van de samenvoeging van de Groep Geleide Wapens (GGW) van de luchtmacht en het landmachtonderdeel Commando Luchtdoelartillerie (CoLuA). Beide eenheden bivakkeren sinds 2007 al samen op de basis in Vredepeel.

Kolonel Erik Abma, verantwoordelijk voor de reorganisatie, noemt de bezuinigingsoperatie ‘de grootste in de historie van de grondgebonden luchtdefensie'. "En al met al kunnen we tevreden zijn dat we er zo goed uit zijn gekomen. Op 35 mensen na zijn inmiddels alle personeelsleden aan een andere baan geholpen. Zowel binnen als buiten Defensie. Dat is mede te danken aan een jobcenter dat we met medewerking van de gemeente Venray op de basis hebben ingericht”, verklaart Abma.

Met de reorganisatie achter de rug, wil Abma zich nu op de toekomst van de basis gaan richten. Op donderdag 29 maart wordt zowel de GGW als het CoLuA opgeheven en ontstaat de nieuwe landmachteenheid Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando (DGLC). Kolonel Abma wordt de eerste commandant van die eenheid. "Met die samenvoeging wordt Vredepeel het landelijk centrum voor grondgebonden luchtverdediging.”

In dat kader zullen ook zeven mariniers op de basis gestationeerd worden om kennis en ervaring te leveren. De marine werkt namelijk aan een radarsysteem dat heel vroeg ballistische raketten kan detecteren. Deze kennis betekent een belangrijke aanvulling voor Vredepeel. De luchtmachtbasis wordt op 29 maart formeel omgevormd tot landmachtkazerne; Luitenant-Generaal Best-kazerne genaamd. Abma: "Het terrein houdt de status reservevliegveld.”

(bron: De Limburger, 23 maart 2012)

vrijdag 17 februari 2012

Raketverdediging hoog op agenda


Frankrijk, Polen en de Verenigde Staten hebben afgelopen week voor de eerste keer deelgenomen aan de General Officers Steering Committee (GOSC) van de Extended Air Defence Task Force (EADTF). Genoemde landen willen uiteindelijk volwaardig lid worden van deze Duits-Nederlandse organisatie op het gebied van raketverdediging. De Amerikaanse vliegbasis in het Duitse Ramstein is de thuisbasis van de EADTF.

Na de oprichting van de raketverdedigingsorganisatie in 1998 lag de aandacht in eerste instantie bij het verbeteren van de samenwerking tussen de gebruikers van het grond-lucht-verdedigingssysteem PATRIOT. In de loop der jaren ontwikkelde de EADTF zich tot een organisatie met operationele planningscapaciteit voor ballistische raketverdediging.

De organisatie heeft internationale erkenning als kennis- en trainingsentiteit op dit gebied. Nadat in 2008 Amerika zich als derde deelnemer terugtrok, vestigde de EADTF zich op Ramstein om de samenwerking met de NAVO te verstevigen.

Trainingen
Vooral Air Command Ramstein (NAVO) en de Verenigde Staten prezen de EADTF om de bijdrage die deze levert aan de ontwikkelingen op het gebied van NATO Missile Defence. Zo speelt de organisatie een belangrijke rol om een goede command & control structuur te bouwen. De EADTF ondersteunt bovendien met kennis en personeel trainingen op het gebied van Missile Defence.

Opgebouwde kennis
Raketverdediging is een van de beleidsterreinen van Defensie waarbij Nederland internationale samenwerking nadrukkelijk intensiveert. Naast het PATRIOT PAC 3 systeem van de Koninklijke Luchtmacht biedt Nederland  ook het gemodificeerde SMART-L radarsysteem van de Koninklijke Marine aan de NAVO aan. Nederland speelt al enige jaren een grote rol in het NATO Missile Defence systeem dankzij de opgebouwde kennis bij Defensie, de kennisinstituten (TNO) en de Nederlandse industrie. Op de komende NATO-top in Chicago komt raketverdediging ook nadrukkelijk aan de orde.

(ministerie van Defensie, 17 februari 2012)