woensdag 21 mei 2014

Personeelsrapportage over 2013

Aan de Voorzittter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 19 mei 2014
Betreft Personeelsrapportage over 2013

Hierbij bied ik u de Personeelsrapportage over het jaar 2013 aan. Deze rapportage heeft tot doel de kwantitatieve en kwalitatieve stand van zaken met betrekking tot het personeel van Defensie in 2013 te duiden. De rapportage omvat een algemeen beeld van de personele ontwikkelingen in 2013, de instroom en uitstroom, de bestandsopbouw, de numerus fixus, de vulling, de reservisten en de verandermonitor. In deze rapportage wordt tevens ingegaan op de stand van zaken bij de reorganisaties ten gevolge van de beleidsbrief 2011, conform mijn toezegging op 23 januari 2014.

Kernboodschap
Het totale personeelsbestand van Defensie 1)  is in 2013 verder afgenomen, netto met 1269 vte’n van 60.714 naar 59.445 vte’n. Eind 2013 zijn de meeste reorganisaties voltooid en daarmee zijn de consequenties voor het personeel grotendeels duidelijk. Ten opzichte van 2012 laat 2013 een licht positiever beeld zien in het vertrouwen, de tevredenheid en de motivatie van het personeel. Omdat de organisatie meer is gekrompen dan het personeelsbestand, is ook de personele vulling in 2013 gestegen. We zijn er echter nog niet. Een aantal reorganisaties, naar aanleiding van de beleidsbrief 2011, is nog gaande. Daarnaast is de instroom lager en de uitstroom hoger dan gewenst. Hierdoor kwam het personeelsbestand per 31 december 2013 kwantitatief al onder de numerus fixus van 2016. In 2013 was er nog steeds een tekort aan technisch geschoold personeel. De gewenste verjonging heeft in 2013 nog geen gestalte gekregen. Wel stabiliseert de gemiddelde leeftijd voor militair personeel.

Algemeen beeld 
De afgelopen jaren hebben veel gevraagd van de defensiemedewerkers. De reorganisaties met de daaraan verbonden onzekerheid, functiewisselingen en veranderingen van werkzaamheden zijn een zware belasting geweest. Ondanks deze veranderingen is gebleken dat de medewerkers hun taken en opdrachten gedegen en professioneel blijven uitvoeren.

Voor de meeste medewerkers is de periode van onzekerheid over hun baan voorbij. Helaas heeft een deel van de medewerkers Defensie moeten verlaten. Sinds het uitkomen van de beleidsbrief in 2011 is het totale personeelsbestand van Defensie met 10 procent afgenomen: van 65.995 per 1 juli 2011 naar 59.445 vte’n per 1 januari 2014.

In de tussenliggende periode lag het natuurlijk verloop en het vrijwillig vertrek hoger dan verwacht. Het aantal sollicitaties en aangestelden lag in 2013 hoger dan in 2012. De totale instroom was in 2013 echter lager dan gepland. De hogere uitstroom en lagere instroom zorgen ervoor dat minder medewerkers gedwongen naar werk buiten Defensie moeten worden begeleid.

Net zoals de meeste organisaties zal ook Defensie in ontwikkeling blijven. De nota In het belang van Nederland bevat maatregelen, deels verzacht dan wel teruggedraaid na het begrotingsakkoord van oktober 2013, waarvan enkele zullen leiden tot organisatieveranderingen. Het aantal reorganisaties is echter in vergelijking met de beleidsbrief 2011 beperkt en niet meer dan in een grote organisatie als Defensie gebruikelijk is.

Instroom en uitstroom 
Het aantal belangstellenden voor een militaire opleiding of baan bij Defensie is in 2013 afgenomen ten opzichte van 2012. Dit komt vooral doordat het begrip ‘belangstellende’ sinds begin 2013 anders is gedefinieerd. Defensie hanteert het begrip belangstellenden alleen nog maar voor personen die in de doelgroepen voor werving vallen. Door een gerichte aanpak en de verbeteringen in het wervingsproces ligt het aantal sollicitaties in 2013 15 procent hoger dan in 2012. In 2013 ligt het aantal initieel aangestelde militairen 44 procent hoger ten opzichte van 2012. De effecten van de genomen maatregelen vanuit het Actieplan Werving en Behoud (Kamerstuk 33 763, nr. 29) dragen hieraan bij.

De arbeidsmarkt in 2014 is vanuit werkgeversperspectief vrij gunstig. Technisch geschoold personeel vormt hierop een uitzondering. Deze categorie blijft naar verwachting ook in 2014 en volgende jaren schaars. Specifiek voor technisch personeel heeft Defensie op 6 november 2013 Techbase georganiseerd. Met deze techniekdag heeft Defensie haar positie als werkgever op dit gebied meer bekendheid willen geven. Van de 15.000 veelal jonge bezoekers bleken er ruim 6.000 geïnteresseerd in een van de (technische) richtingen van de ROC-opleiding Veiligheid en Vakmanschap. Daarnaast hebben op de dag zelf 150 bezoekers direct gesolliciteerd naar een technische baan bij Defensie. Techbase zal in de komende jaren naar verwachting een positief effect hebben op het aantal sollicitaties. Scholieren maken in de komende maanden en soms pas in de komende jaren hun keuze. In de reguliere arbeidsmarktcampagne zal Defensie het komende jaar extra aandacht blijven vragen voor technische beroepen.

Zowel de reguliere uitstroom (ten gevolge van leeftijdsontslag of einde aanstelling) als de irreguliere uitstroom (ten gevolge van vrijwillig of gedwongen ontslag) zijn bij burgermedewerkers en militairen in 2013 afgenomen ten opzichte van 2012. Het saldo van in- en uitstroom van militair personeel en dat van burgerpersoneel is daarbij negatief. Dit betekent dat er in 2013 meer personeel de organisatie is uitgestroomd dan ingestroomd. Deze ontwikkeling is in lijn met de geplande afname van het personeelsbestand. Ten opzichte van 2012 is dit negatief saldo in 2013 kleiner geworden.

Bestandsopbouw 
Het totale aandeel vrouwen binnen Defensie is in vergelijking met 2012 in 2013 naar verhouding constant gebleven. Wel is een verschuiving in de rangen en schalen zichtbaar. Het aandeel vrouwen in de lagere schalen en rangen is in 2013 licht afgenomen en in de hogere schalen en rangen (vanaf majoor en schaal 10) licht toegenomen.

Binnen Defensie is het eerder verwachte verjongingseffect nog niet opgetreden. De gemiddelde leeftijd voor militairen is in de afgelopen twee jaar met 1,2 jaar gestegen naar 34,4 jaar en voor burgers met 1,7 jaar naar 47,7 jaar.

Het uitblijven van het verjongingseffect wordt onder meer veroorzaakt door de lagere instroom dan gepland. Tevens zijn bij de reorganisaties de oudere medewerkers behouden als gevolg van de voor hen geldende ontslagbescherming. Zij zullen naar verwachting in de periode tot 2016 uitstromen. Ook de vertraging van de reorganisatie heeft bijgedragen aan het uitblijven van het verjongingseffect. Daarnaast zorgt het rijksbrede beleid ervoor dat burgermedewerkers langer moeten doorwerken met als gevolg dat de uitstroomleeftijd stapsgewijs wordt verhoogd. Een sturingsmogelijkheid van Defensie ligt vooral bij de instroom van jong personeel. Ook in 2014 richt Defensie zich waar mogelijk op de verjonging van het personeelsbestand. 
 
De verwachting is dat de komende jaren de gemiddelde leeftijd zal stabiliseren dan wel licht zal dalen. Dit geldt zowel voor militair als burgerpersoneel. Uitgaande van de huidige ontslagleeftijd, zal naar verwachting voor militair personeel de gemiddelde leeftijd dalen vanaf 2018 en voor burgerpersoneel na 2020. 
 
Numerus Fixus 
Per 1 januari 2014 komt het organisatie- en personeelsbestand van Defensie kwantitatief bijna overeen met de geplande numerus fixus van 2016. In 2013 is het personeelsbestand van Defensie 440 personen kleiner dan de numerus fixus voor 2016. De numerus fixus is in kwantitatieve zin dus eerder gehaald dan gepland. In kwalitatieve zin moeten de aantallen van enkele schalen en rangen nog worden verminderd, zoals bij militairen in de rang van adjudant, luitenant-kolonel en kolonel en bij burgermedewerkers in de schaal 13. Naar verwachting zal in 2014 en 2015 dit surplus aan personeel ten gevolge van natuurlijke uitstroom door leeftijdsontslag en door toepassing van het Sociaal beleidskader (SBK) de organisatie verlaten. De gevolgen van de nota In het belang van Nederland en van het begrotingsakkoord zullen in de numerus fixus worden verwerkt. 

Vulling 
Het vullingspercentage is in 2013 gestegen naar 82,5 procent voor militair personeel en 89,2 procent voor burgerpersoneel. Deze stijging wordt vooral veroorzaakt door het stapsgewijs kleiner worden van de formatie als gevolg van de reorganisatie en niet door een vergroting van het personeelsbestand. In de komende jaren tot 2016 zal de formatie nog kleiner worden. Hierdoor zal het vullingspercentage de komende jaren positief worden beïnvloed. 
 
Reservisten 
Het totaal aantal reservisten is met 4.692 in vergelijking met 2012 vrijwel gelijk gebleven. In 2013 zijn in totaal 77 reservisten uitgezonden (front-fill). Op 1 januari 2014 vervingen in Nederland twaalf reservisten een uitgezonden militair (back-fill). Op 2 december 2013 is het reservistencongres gehouden. Bij deze dag hebben reservisten, hun achterban en de betrokken werkgevers waardevolle input geleverd voor het in 2014 te ontwikkelen reservistenbeleid. Dit beleid richt zich voornamelijk op een uitbreiding van de reservisteninzet vanaf 2020. 
 
Verandermonitor 
De Verandermonitor Defensie, het onderzoek binnen Defensie naar trends in vertrouwen, motivatie, tevredenheid en sollicitatiegedrag, laat een licht positiever beeld zien. Het vertrouwen van medewerkers in een toekomst bij Defensie is in 2013 toegenomen. De stijging kan worden verklaard door het voltooien van een groot deel van de reorganisaties naar aanleiding van de beleidsbrief 2011. Ook de motivatie van medewerkers is in 2013 licht gestegen. De tevredenheid van het defensiepersoneel fluctueert enigszins, maar blijft rond de 60 procent. Het aantal sollicitaties van defensiepersoneel naar werk buiten Defensie is licht toegenomen. Dit kan ook verband houden met de reorganisaties die in 2013 hebben plaatsgevonden. 
 
Defensie in ontwikkeling 
Van de in totaal 106 reorganisatietrajecten zijn er inmiddels dertien opgegaan in andere reorganisaties, waardoor het totaal aantal reorganisatietrajecten neerkomt op 93. Nadat het overleg met de bonden in maart 2013 is hervat, zijn 68 van de 93 lopende reorganisatietrajecten voltooid. Enkele trajecten zijn over de jaargrens heengegaan en worden dit jaar gerealiseerd. Zoals gemeld in de brief van 20 januari (Kamerstuk 33 750-X, nr. 40) is de reorganisatie bij de Defensie Gezondheidszorg Organisatie vertraagd. Met de centrales van overheidspersoneel is eind maart overeenstemming bereikt over het geneeskundige voorzieningenniveau van Defensie. Als volgende stap in dit traject zullen de reorganisatieplannen aan het voorzieningenniveau worden getoetst. Aansluitend worden de formele reorganisatiestappen vervolgd. In 2014 worden naar verwachting vijftien trajecten voltooid, zeven in 2015 en de resterende drie begin 2016. Een volledig overzicht van de reorganisatietrajecten treft u aan in de bijlage (tabel 14). 
 
De schatting van het aantal personeelsleden dat als gevolg van de reorganisaties volgend uit de beleidsbrief 2011 naar werk buiten Defensie wordt begeleid, is ongewijzigd gebleven ten opzichte van de Kamerbrief van september 2013 (Kamerstuk 33 763, nr. 3). Het gaat tot 2016 naar verwachting om 1.750 personen, die Defensie hoofdzakelijk in de tweede helft van 2014 en de eerste helft van 2015 zullen verlaten. In totaal bevinden zich per 1 januari 2014 1.234 medewerkers in een herplaatsingstraject van het SBK 2012. Naar aanleiding van de maatregelen van de beleidsbrief werden per 1 januari 2014 815 medewerkers door de Begeleidings- en Bemiddelingsorganisatie Defensie naar een baan buiten Defensie bemiddeld. Veel uitstroom heeft plaatsgevonden zonder bemiddeling. Dit heeft te maken met het natuurlijke en vrijwillige verloop. 
 
Momenteel worden de gevolgen van de nota In het belang van Nederland uitgewerkt door de defensieonderdelen. Er wordt gestreefd naar zo min mogelijk overtolligheid. Zodra de exacte personele consequenties duidelijk zijn, zal ik u hiervan op de hoogte stellen. 
 
Ten slotte 
De komende periode zal de nadruk liggen op het ontwikkelen van de agenda van de toekomst. De samenhang van de onderwerpen op het gebied van personeelsbeleid en de bijbehorende ambitie worden hierin weergegeven. Voor de behandeling van de defensiebegroting 2015 zal ik u hierover informeren. 
 
DE MINISTER VAN DEFENSIE 
 
J.A. Hennis-Plasschaert 

1)  Het totale personeelsbestand Defensie betreft het aantal medewerkers uitgedrukt in voltijdsequivalent inclusief de agentschappen, de projectorganisaties en de medewerkers werkzaam ten laste van derden. Voor een toelichting van de numerus fixus, zie de bijlage onder Numerus fixus.


(ministerie van Defensie, 21 mei 2014)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen